Onbehagen

In de blog: ethiek met wetenschappelijk voorbehoud

Zizek schrijft over het onbehagen van het subject. Ik geloof dat zijn benadering optimistisch is. Alsof er nog iets aan te doen is. Dat het buiten iemand ligt en de omstandigheden gewoonweg aangepast kunnen worden, zodat daarna het onbehagen weg is. Nee, volgens mij staat het onbehagen gelijk met verdorvenheid.

Je kunt zeggen: het onbehagen dwingt het subject in verdorvenheid, maar is oplosbaar, of je kunt zeggen de verdorvenheid geeft onbehagen vanwege het geweten, en is niet oplosbaar.

Met Ockham moet je de hypothese kiezen waar geen extra factoren nodig zijn. In de tweede benadering heb je een geweten dat onbehagen geeft vanwege de verdorvenheid. In de eerste benadering is het subject’s onbehagen dat er verdorvenheid kan komen. Beide hebben iets extra (geweten of subject). Maar de eerste hypothese is volgens Ockham niet te verkiezen, want dat heeft dan extra het oplosbare nodig om hetzelfde te verklaren.

Dat onbehagen oplosbaar zou zijn is weer extra boven verdorvenheid die niet oplosbaar zou zijn.

Ik kan het onbehagen wel op de eerste plaats zetten, maar alleen als het als niet-oplosbaar blijft.

Daarmee heb je dus het beeld dat onbehagen het subject dwingt tot verdorvenheid, en dat daar niets aan te doen is.

Maar lees deze constructie als a dwingt b tot c, verdorvenheid dwingt het geweten tot onbehagen.

De constructie die als uitgangspunt gekozen kon worden was c -> a, onbehagen geeft verdorvenheid, met mediator b, het subject. Dus ook a -> c, verdorvenheid geeft onbehagen met mediator, het geweten.

Het subject is het omgekeerde geweten.

Dus je kunt uitgaan van een subject en dan het onbehagen vooropstellen, of uitgaan van een geweten en dat de verdorvenheid vooropstellen.

Als je het subject vooropstelt is er sprake van het gewetenloze subject (onbehagen). Als je het geweten vooropstelt is er sprake van het subjectloze geweten (verdorvenheid).

Echter een subjectloos geweten is principieel oplosbaar ( geweten als vermogen is aan te passen)), een gewetenloos subject is principieel onoplosbaar (een subject heeft vaste kenmerken). En dan moeten we dus het uitgangspunt kiezen zonder extra factor (de oplosbaarheid) en uitgaan van gewetenloze subjecten en het onbehagen.

Een positieve bevinding (niet het onoplosbare maar de primaire plaats van het onbehagen).

Al blijft er twijfel mogelijk of niet juist onbehagen principieel oplosbaar zou zijn en verdorvenheid niet. Ik wil echter niet de eigenschap verwarren met de mediator, als het gaat om waar de oplossing ligt. Onbehagen(gevoel) en gewetenloos subject(drager) daar klopt iets niet. Verdorvenheid(ratio) en subjectloos geweten(vermogen) daar klopt ook iets niet.

De extremen zijn gewoonweg niet mogelijk. Hoe meer onbehagen hoe minder gewetenloos. Hoe meer verdorvenheid hoe minder subjectloos.

De extremen “gewetenloos subject” en “subjectloos geweten” bestaan niet.

Er is dus wel een probleem in dat wat de extremen benadert, maar er is geen kwestie van onoplosbaarheid.

Derhalve is dus de toevoeging aan de hypothese van oplosbaarheid of onoplosbaarheid niet relevant. Er zijn dus kwesties die zich onttrekken aan de dimensie van oplosbaarheid of controle en beheersbaarheid.

Mogelijk dat de uitdrukking “onbewuste” in eerste instantie de afwezigheid van de dimensie van beheersbaarheid inhoudt, en vanuit deze conclusie is psychoanalyse altijd misverstaan als dat je er iets mee zou kunnen oplossen. Er kan slechts sprake zijn van “kunnen plaatsen”. Als dan maar niet gedacht wordt dat met die zingeving iets wordt opgelost.

Tags
geen tags