Epistemologische reserve

In de blog: ethiek met wetenschappelijk voorbehoud reacties: 173 pdf print

Epistemologie is kennisleer, in die zin dat de grondslagen van kennis onderzocht worden. De reserve die hierbij eventueel genomen kan worden, is dat de psychologische neiging groot is om te denken dat men het gelijk aan eigen kant heeft, maar dat in de praktijk toch nog steeds veel mensen gevonden kunnen worden met andere, zo niet tegengestelde denkbeelden.

Aangezien er 1 axioma is voor de menselijke psyché, namelijk dat iedereen een eigen rationaliteit heeft (zinsveld zo je wilt) en dat binnen die rationaliteit men altijd het gelijk aan eigen kant heeft, is de epistemologische reserve dan dus, dat men voor het samenleven de uitwerking van het eigen gelijk niet te ver gaat doorvoeren.

Een uitwerking van het eigen gelijk is in de praktijk zoiets als een machtspositie, en als ik enige reserves heb naar de gereserveerde houding, dan komt dat erop neer dat het niet uitwerken van het eigen gelijk naar een machtspositie heel nobel kan zijn, maar ook dom is, omdat dan de anderen de macht nemen. Nobelheid wordt niet beloond.

Men heeft dus als men het gelijk ziet in nobelheid en epistemologische reserve een probleem.

Nu zou men de existentie van de mens als volgt kunnen zien (schematisch):

Wat is de mens? -> Het wezen met een probleemvraag.

De probleemvraag: Heb je een probleem?

Antwoord 1: JA -> Vervolgvraag: Kan je iets aan het probleem veranderen?

Antwoord 1a: JA -> Je moet iets -> Vervolgvraag: Wat moet ik doen? (Wederom een probleem)

Antwoord 1b: NEE -> Je kunt niets -> Vervolgvraag: Wat mag ik hopen? (Wederom een probleem)

Antwoord 2 (Heb je een probleem?): NEE -> Je hebt niets te doen -> Vervolgvraag: Wat kan ik weten (om iets mee te doen)? (Wederom een probleem)

De keuzetakken volgen voert je nergens uit het probleem gedurende de existentie.

De vragen zijn ook door Immanuel Kant geïdentificeerd maar niet in de keuzetakken weergegeven.

Door W.F. Hermans wordt in zijn bespreking van Wittgenstein, als hoofdvraag gezien: Wat kan ik weten? Daar zou exacte wetenschap aan bod komen, en de filosofie moeten kunnen verrijken.

Uit het schema wordt duidelijk dat de grondhouding het negeren van een probleem is (2), iets dat alleen mogelijk is als men door wetenschappelijke controle over de omstandigheden gevrijwaard is van veel praktische problemen. Heel paradoxaal lijkt hierbij dat streven naar kennis is de positie van niet weten wat te doen bevestigen, terwijl men eerder zou verwachten een vervulling van het leven in daden/daadkracht te kunnen vinden, maar daartoe heeft men een bevestiging van een probleem nodig (1a).

Verder lijkt wetenschap qua bevestiging van kennis de situatie van de mens eerder gedetermineerd weer te geven (1b). Wat dus maar een van de drie mogelijke existentieposities is.

In een klein boekje “OM-denken” van Berthold Gunster, is zowel na 1a, 1b als 2 niet een bevestiging van een probleem aan de orde, maar de boodschap: maak je dan geen zorgen.

Heb je een probleem? Ja. Kan je iets veranderen? Ja.(1a) -> Maak je dan geen zorgen.

Heb je een probleem? Ja. Kan je iets veranderen? Nee.(1b) -> Maak je dan geen zorgen.

Heb je een probleem? Nee.(2)-> Maak je dan geen zorgen.

Waarbij een beroep gedaan wordt op:

1a: zelfredzaamheid.

1b: overmacht. (Je moet je niet druk maken om wat buiten je macht ligt)

2: welvaart.

Ik stel me dan toch voor, al is er dus zogenaamd geen reden om je zorgen te maken, dat de zelfredzaamheid of zichzelf gaande houdt, of eindigt in welvaart, of eindigt in een situatie van overmacht.

We konden vermoeden dat de welvaart geen vervulling geeft (want die hoort bij daden), dat zelfredzaamheid dus op zich zinloos is (er verandert nooit iets aan de existentieposities van de mens) en dat je in een situatie van overmacht bevinden ook niet erg prettig zal zijn.

De enige uitweg die ik nu zie is dat je leuk combineert en varieert van existentiepositie, om zodoende wat ervaringen te hebben.

Qua epistemologische reserve, en nobelheid in de filosofie, denk ik dat mededogen voor anderen, in dezelfde existentiële posities, kan verzachten dat nobelheid niet beloond wordt.

schema


Tags
geen tags

Reacties (173)

   

LeonH, jij verwees naar een krantenartikel met de slagzin
“Misschien heb ik gelijk, misschien heeft u gelijk.
Ondertussen moeten we wel met elkaar samenleven”.

Alexander Roose schreef die opinie in de Morgen over “De debatcultuur en Montaigne”.
Roose heeft ook een boek gepubliceerd over die Franse filosoof met als titel 'De Vrolijke Wijsheid'.

Misschien wil Roose in zijn krantenartikel te zeer de consensus bewaren en niet de dissensus. Laat me enkele oude rakkers aanhalen. Derrida’s deconstructie geeft de postmarxistische hegemonie- en discourstheorie van Chantal Mouffe een begronding – (Roose verwijst naar Mouffe). En good-old Lyotard trok o.a. uit het werk van Kurt Gödel het besluit: er bestaat geen consistente metataal. Het universele is inconsistent, of, met Gabriel ‘de wereld bestaat niet’.
‘Dissensus: On Politics and Aesthetics’ is dan weer een boek van Jacques Rancière.

Roose verbindt in de Morgen zijn titel met het begrip ‘epistemologische reserve’:
“In die tijd waarschuwde de jurist en kanselier Michel De L’Hospital (1506-1573) voor de kracht van de retorica. Wie met zoveel argwaan zijn eigen vermogen om de werkelijkheid te begrijpen aanschouwt, gelooft niet dat hij de waarheid in pacht heeft. Die epistemologische reserve is het fundament voor openheid en pragmatisme, dat hier op neerkomt: misschien heb ik gelijk, misschien heeft u gelijk. Wellicht zullen we dat nooit achterhalen. Ondertussen moeten we wel met elkaar samenleven.”

Het gaat hem dus over legitimatie. Maar van wat?

De fout van zijn uitgangspunt: “misschien heb ik gelijk, misschien heeft u gelijk” zit hem in “Wie met zoveel argwaan zijn eigen vermogen om de werkelijkheid te begrijpen aanschouwt, gelooft niet dat hij de waarheid in pacht heeft.”

Ook Roose weet van geen objectgebieden die verschillen van zinvelden! ‘De werkelijkheid willen begrijpen’ is zelf de valkuil die zijn ‘gelooft niet’ veroorzaakt.
In het gebied van het beslisbare – de objectgebieden - zijn beslissingen zeker te nemen, zie wetenschap.
In het gebied van het onbeslisbare - de zinvelden – minder of niet.
Dat heeft niet te maken met ‘epistemologische reserve’ want die is er niet in een zinveld. Meer nog, elk zinveld is vol kennis! Haar eigen kennis die ontstaat in haar verschijnen en haar betrokkenheid.
Nogmaals, kennis van objectgebieden kunnen we delen. Mededelen – uitleggen – en zo anderen deelachtig laten worden in die kennis. Het is abstracte algemene kennis.
Kennis van zinvelden kunnen we mededelen – uitleggen – maar anderen zullen daardoor niet direct deelachtig worden in die kennis. Het is betrokken emotievolle kennis.
De epistemologie van een zinveld is niet iets subjectief tegenover ‘het objectieve’ want dan verval je weer in ‘één wereld denken’. En het kennen of de episteme van dat zinveld heeft geen reserve. Tegenover wat zou ze dat hebben? Tegenover een ander zinveld?

Via Montaigne komt Roose tot vier slappe regels voor een gespreksverhouding:
- nooit koppig vasthouden aan een idee
- nooit iemands handelen verklaren vanuit veronderstelde laaghartige motieven
- nooit toegeven aan de publieke opinie
- nooit vervallen in hooghartig, erudiet gezwets
Ach…

Zover het krantenartikel. Nu moet ik nog beginnen aan je blog.

   

Over legitimatie/rechtmatigheid heb ik nog wat geschreven:

Rechtmatigheid

Of iets, een uitspraak of daad, of iets nalaten, rechtmatig is, is mogelijk wel wetenschappelijk/positivistisch te benaderen, maar waarschijnlijk gaat het gewoonweg over moraal. En vanuit zelfonderzoek kan je de morele positie van jezelf bepalen, maar is het nog maar de vraag of je die morele positie deelt met anderen of kunt delen.

De paradox van Moore: “het regent, maar ik geloof het niet”, gaat over een constatering doen en gelijk ook de constatering van het tegengestelde doen. Een logische onmogelijkheid. De uitspraak zou dan dus onrechtmatig zijn. Maar in iemands geest kan het anders zijn. Als iemand denkt in een virtualiteit gevangen te zijn (een computergame bijvoorbeeld) en moet constateren dat het daar regent, dan kan deze tevens geloven dat het niet regent buiten de virtualiteit. Er kan dus over verschillende geldigheidsgebieden gesproken worden.

Nu zal een ongeschreven regel voor taalspelen zijn, dat men binnen hetzelfde geldigheidsgebied moet blijven qua taaluitingen, maar de enige die je er mee hebt als je het niet doet is jezelf, want je wordt dan moeilijk begrepen.

Misschien is het taalspel dat je wilt spelen, de rol die je jezelf geeft, dat je jezelf moet/wilt uitleggen, en dan over die geldigheidsgebieden wat kan gaan zeggen.

Zo is dus juist door de notie van taalspelen de kwestie van rechtmatigheid van uitspraken een schijnprobleem geworden. Men bepaalt zelf wel de morele positie, of niet.

   

“misschien heb ik gelijk, misschien heeft u gelijk”

In een objectgebied is er ‘gelijk of geen gelijk’. De uitspraak ‘dat schilderij van X is geschilderd in 1934’ is verifieerbaar. Benaming, grootte, datering, bronnen, verf- en canvasonderzoek, foto’s, documentatie, notariële acte… brengen wel of niet uitsluiting.

In een zinveld geopend door datzelfde schilderij van X is dat niet.

Maar, de uitspraak ‘Ik vind het een mooi werk’ leidt niet tot - ‘misschien’ heb ik gelijk.
In mijn mooi vinden heb ik best gelijk! Niet ‘misschien’, ik ben wel zeker.
En voor een ander verschijnt het schilderij in een ander zinveld. Alleen is dat evenzeer ‘rechtsgeldig’ in dat zinveld!

Dus de uitspraak “misschien heb ik gelijk, misschien heeft u gelijk” is een onzorgvuldige redenering.
Men moet vanuit die eigen rationaliteit die ‘het gelijk aan eigen kant heeft’ geen epistemologische reserve aannemen. Voor het samenleven kan men best het eigen gelijk ver doorvoeren, met polemische geschriften en schotschriften in kunstbladen bijvoorbeeld. Of het zinvol is, is iets anders.

En in het gebied van het beslisbare is het ‘gelijk of geen gelijk’. Anders komt de rijdende rechter langs!

   

Nou, er is gelijk hebben en gelijk krijgen waar nog best verschil in zit.
Qua rationaliteit (voor jezelf gelijk hebben, in overtuiging zijn ) is dat altijd positief. Er bestaat geen negatieve rationaliteit (daar heb ik gelijk in :-))

   

Ik krijg (voor mijn stelling dat er geen negatieve rationaliteit) geen gelijk omdat voor sommigen de rationaliteit er uit bestaat dat anderen niet rationeel of irrationeel zijn, terwijl die naar we kunnen vermoeden, alleen een ander zinsveld hebben.

   

Ursula, je hebt het over een objectief? objectgebied. Dat snap ik toch niet met als ontologisch primair object het zinveld.
Mogelijk is waar wat werkt, en is dus een werkend object min of meer objectieve kenmerken te geven, Hoe dan echter weer bepaald wordt wat werkt en wat niet werkt...

   

Ik heb ook de indruk dat je geen aanknopingspunten meer kon vinden bij de blog. Klopt dat?

   

Ik begin op blz 27 bij Gabriel:

“In de natuurkunde gaat het nooit over onze woonkamer. Het gaat hooguit over zaken in de woonkamer, voor zover die onder de natuurwetten vallen. Woonkamers komen domweg niet voor in de natuurkunde, maar planeten wel.
Woonkamers en planeten behoren niet tot hetzelfde objectgebied. Een objectgebied is een gebied dat een bepaald type objecten bevat en waarin vaststaat volgens welke regel die objecten met elkaar verbonden zijn. Zo is er bijvoorbeeld het objectgebied van de politiek. Tot dat objectgebied behoren de kiezers …”

Wat maakt nu een objectgebied objectief?
Regels en wetten bepalen wat tot het begrip ‘kiezer’ behoort. Dit kan je opzoeken, definiëren en bij discussies is het te beslechten. Daarom hoort dat bij wat ik omschrijf als het gebied van het beslisbare.

Bladzijde 28: “Ten eerste behoren alle objecten tot objectgebieden, en ten tweede bestaan er veel verschillende objectgebieden.”
Bladzijde 207: “En een zinveld is de plaats waar een object verschijnt. Een verschijning staat voor een algemene uitdrukking van ‘voorkomen’ of ‘voorvallen’. Verschijningen kunnen abstracte constructies zijn, zoals getallen, of concrete, materiële constructies, zoals ruimtetijdelijke dingen. En zinveldontologie is de bewering dat er alleen dan iets en niet niets is, wanneer er een zinveld bestaat waarin het verschijnt. Existentie/bestaan = verschijnen in een zinveld.”

Op het blog Penrose verschijnt het object ‘Omnium’ in het bestaan (vermoedelijk want ik moet dat gokken) als zinveld van Steven waarbij en waarin ‘Markus Gabriël en soortgelijke halve garen’ hun plaats krijgen. Hetzelfde boek van Penrose, en hetzelfde hoofdstuk, komt tot een ander bestaan bij een student die er morgen examen over heeft.

De volgende zin tussen haakjes - (dus wellicht (of welzeker) meer geëigend dan Sinnfeld?) – opent een zinveld. En begeeft zich in het gebied van het onbeslisbare.

Bij dit blog heb ik niet veel aanknopingspunten, ik heb het mijn ervan gezegd.

   

De vraag is of een existentiepositie binnen een zinsveld beslisbaar is of niet. Elke sociale beweging richting het onbeslisbare is slechts te begrijpen als wisseling van existentiepositie, maar ik vraag me af of de drie geschetste, met als vierde de beschouwende, uitputtend zijn of niet. Een existentiepositie in een zinsveld heeft een nog hogere ontologische status...

   

“De vraag is of een existentiepositie binnen een zinsveld beslisbaar is of niet.”
Ja, je zijn maakt verschillende zinvelden uit. Sommige meer en andere minder beslisbaar. Zo bevindt een gelovige zich in een groter omkaderend onbeslisbare terwijl hij bvb als bankbediende opnieuw in verschillende andere zinvelden vertoeft; Als huisvader bevindt hij zich mogelijk weer in een ander zinveld.
Zinvelden zijn dus ontologische basiseenheden – het zijn de plaatsen waarop dingen ook werkelijk verschijnen en er zijn geen objecten of feiten buiten de zinvelden.

“Elke sociale beweging richting het onbeslisbare is slechts te begrijpen als wisseling van existentiepositie”
Inderdaad, wisseld tussen on- en wel beslisbaar.

“maar ik vraag me af of de drie geschetste”
Bedoel je met drie een objectgebied, een zinveld onbeslisbaar en een zinveld beslisbaar?

“met als vierde de beschouwende”
Een vierde? Ieder bevindt zich in zinvelden, er is geen externe beschouwende.

“uitputtend zijn of niet. Een existentiepositie in een zinsveld heeft een nog hogere ontologische status...”
Wat is er hoger? Of lager?

   

Bij mij zijn er de Kantiaanse "bevragingen van de wereld" die de existentiepositie bepalen. Binnen andere zinsvelden heb je inhoudelijk andere, maar nog steeds bevragingen van de wereld, in wat ik aanneem een goed te onderscheiden viertal.
Je geeft aan dat een zinsveld ontologisch primair is (hoogste rang), maar ik stel me voor dat de bevraging van de wereld (ook al bestaat die niet), dus het hebben van een existentiepositie, ontologisch meer primair is, of dus primair en het zinsveld secundair.
Je kunt namelijk zeggen, los van "in een zinsveld zijn" dan "in bevraging van de wereld zijn", wat ook nog beslisbaar is, de bepaling is van in een zinsveld zijn.
Een dier is bijvoorbeeld minder in bevraging, en daardoor minder in een zinsveld, maar heeft dan dus wel een existentiepositie, in plaats van door de antropocentrische zinsvelden van alles bestaan ontzegd te zijn.

   

“Bij mij zijn er de Kantiaanse "bevragingen van de wereld" die de existentiepositie bepalen. Binnen andere zinsvelden heb je inhoudelijk andere, maar nog steeds bevragingen van de wereld.”

LeonH, het is misschien handig om in het spoor van een denker zijn of haar begrippenkader ook te hanteren want het is juist binnen dat begrippenkader dat kan verschijnen wat die denker voor ogen heeft.

In de Kantiaanse "bevragingen van de wereld" weet ik niet waar jij het over hebt. Gabriel legt net uit dat spreken over de wereld voorzichtigheid vraagt want ‘de wereld bestaat niet’. Waarbij hij niet ontkent dat de aarde bestaat, of jouw fiets, of jouw huwelijk, of de snarentheorie, of… verzin maar. Er zijn oneindig veel werelden die elkaar deels overlappen, deels in elk opzicht onafhankelijk van elkaar zijn. Alleen kan onzorgvuldig ‘over de wereld’’ praten een valkuil openen voor metafysica.

Daarom denkt Gabriel liever in objectgebieden en zinvelden, laten we dat dan ook doen.
In jouw aanvang, bevraagt Kant objectgebieden of/en zinvelden? Beiden zullen leiden tot een existentiepositie. (Ik houd van dit woord want ik noem het subjectpositie.) Natuurlijk heb je, zoals je schrijft, tal van zinvelden waarin objecten hun plaats krijgen en net hierdoor een zinveld vormen.

“Binnen andere zinsvelden heb je inhoudelijk andere, maar nog steeds bevragingen van de wereld.”
Ja, elk zinveld is een schikking van bevragingen rond objecten. Alle objecten waarmee we te maken hebben, bezitten bepaalde kwalitatieve eigenschappen. Daarmee onderscheiden ze zich van andere objecten in hun fysieke, emotionele of logische omgeving. Met dit alles vormen zich mijn zinvelden.

“Je geeft aan dat een zinsveld ontologisch primair is (hoogste rang)”
Primair betekent hier dat jouw zinvelden drager zijn van je subjectum of je begronding, zij vormen jouw zijn. Zinvelden zijn ook breder ontologische basiseenheden – het zijn de plaatsen waarop dingen ook werkelijk verschijnen. Maar zo is een sprookje ook een zinveld.
Ik zou niet spreken van hoogste rang bij zinvelden, hoewel niet alle zinvelden waar zijn –bvb de sprookjeswereld. ‘Hoewel niet alle zinvelden waar zijn’ kan beter geformuleerd worden - de waarheid verschijnt alleen in dat ene zinveld. In het sprookje kan de heks wel bestaan en zelfs vliegen!

“dus het hebben van een existentiepositie, ontologisch meer primair is, of dus primair en het zinsveld secundair.”
Existentiepositie = zinveld. Je existentie komt tot verschijnen in een zinveld en beiden vormen één geheel. Er is geen, of zo lees ik Gabriel toch, existentiepositie mogelijk buiten een zinveld. Er zijn geen objecten of feiten buiten de zinvelden en een existentiepositie is een object/feit.

“Je kunt namelijk zeggen, los van "in een zinsveld zijn" dan "in bevraging van de wereld zijn", wat ook nog beslisbaar is, de bepaling is van in een zinsveld zijn.”
Deze tekstregel begrijp ik niet goed.
Los van “in een zinsveld zijn” bestaat er niets – volgens Gabriels ideeën zijn er geen objecten of feiten buiten de zinvelden. Als ik de tussengedachte uit jouw zin weghaal staat er: “Je kunt namelijk zeggen, de bepaling is van in een zinsveld zijn.” Inderdaad, zo is het.

   

Vind je het ok als ik hierover nog even doorga? Of ben jij er klaar mee?

"Making sense" is een mooie Engelse/Engelstalige uitdrukking. De subjectpositie bepaalt de opbouw van het zinsveld. Mogelijk is subjectpositie ook snel misverstaan als metafysisch. De "positie" is een referentiepunt, een zinsveld kan niet zonder referentiepunt. Ik zie het net als een middelpunt als iets wat per definitie (wiskundig analytisch) meekomt met een veld. Het veld is opgespannen door referentiepunten. Welliswaar is communicatie over de referentiepunten alleen mogelijk vanuit of binnen het zinsveld (zoals alle communicatie), maar de ontologische status van het referentiepunt/de punten is volgens mij wel bepalend voor het zinsveld, een zinsveld kan veranderen alleen en slechts dan, als de referentiepunten veranderen.

   

Zo is het. De verstrengeling subjectpositie en zinsveld is belangrijk.
Of de subjectpositie zinvelden aantrekt of zinvelden bepaalde subjectposities uitnodigt? Ik denk dat het een wisselwerking is. Maar beiden horen samen, bestaan is verschijnen in een zinveld. En de coördinatiepunten of referentiepunten zijn bepalend om iets te verstaan.
Mooi.

   

Met de wat-hoe en waarom vraag.

heb je: Waarom bestaan? ->Referentiepunten
en; Hoe bestaan? -> Bevragingen
en: Wat bestaat? -> Zinsveld

en dan ben je rond

   

Over objectgebieden en zinvelden.

LeonH, Siger plaatst een video als blog onder de titel ‘Hoofddoeken – ook dit nog’ en een tekstje ‘Geen reacties aub. Even nadenken volstaat.’
(Ik plaats dit hier bij jou omdat Siger mij uitsluit van zijn blog, mijn laatste bijdragen heeft hij gewist.
Siger schreef op 19 november : Je tussenkomsten lopen toch altijd uit op onaangenaamheden. Dus cordon sanitaire: Ursula, plaats geen posts meer onder mijn blogs, ze worden zonder poespas verwijderd. Je bent hierbij gebanned van "over-de-ethiek-van-de-seculiere-samenleving".)

Dit tekstje hieronder past goed in epistemologische reserves!
Welk complex veld van objectgebieden en zinvelden vermengen zich op het blog van Siger?
Laten we even nadenken.

De video waarin Paradise Sorouri een protestlied rapt over vrouwenrechten in Afghanistan en het niet dragen van hoofddoeken, is, in mijn zinveld, een pracht statement. Elke onderdrukking waar ook moet bestreden worden en de urgentie toont zich daar Paradise na haar lied het land ontvlucht is o.a. naar Duitsland omwille van doodsbedreigingen. (Duitsland waar het prachtige ‘Wir schaffen das’ meer en meer afgebouwd wordt door rechts.) In delen van Afghanistan is gewoon vrouw zijn blijkbaar reeds voldoende om misprezen te worden door mannen. Mannen die door hun instituties van staat, godsdienst en zeden een ongelijkwaardige maatschappij instaleren. Eigenlijk doen mannen dat vanuit hun fysieke macht reeds vanaf het begin der tijden! De instellingen die zij daarvoor creëren zijn talrijk, bvb het gezin. Alles, werkelijk alles werd en wordt ingezet om ‘de Heer’ te loven. Via de hemelse Heer wordt de aardse Heer geïnstalleerd, niks nieuws onder de zon. Maar niks nieuws onder de zon betekent dat het verzet noodzakelijk blijft. Zeker.

En wat nu?
Wat kan de titel van het blog betekenen? “Hoofddoeken – ook dit nog.”
Vooral met dat zinnetje: “Zomaar een leuk hoofddoekje toch?”
Welke zinvelden moeten hier geopend en voor wie? Wat opent zich hiermee voor Siger zelf, en, misschien belangrijk, wie spreekt hij hiermee toe?
Dit blog volgt op een vorig blog met de titel “Hoofddoeken – nog dit”. Het woordje ‘ook’ is dus een aanvulling en misschien een vervolg. Een vervolg op wat?
Een allereerste blog over hoofddoeken droeg alleen de naam “Hoofddoeken”.
Van “Hoofddoeken” via “Hoofddoeken – nog dit” naar “Hoofddoeken – ook dit nog” met als aanvulling “Zomaar een leuk hoofddoekje toch?”

“Even nadenken” volstaat blijkbaar niet om te overzien wat Siger hiermee in stelling poogt te brengen, en voor wie. Want dat er schandelijke dingen gebeuren onder het mom van godsdienst weet iedereen op filo.be, niet?

“Zomaar een leuk hoofddoekje toch?”
Vreemd. Een mogelijk zinveld is dat iemand, op de rug van het leed van Paradise Sorouri, zijn gelijk over iets wil halen. Maar dat zou dan wel een zeer pervers zinveld zijn, niet?

(LeonH, als je het niet passend vindt of er komen berichten die je niet wil dan verwijder je deze bijdrage maar. Ik ga hier niet verder over schrijven.)

   

Ursula,
Ik ben persoonlijk van mening dat "godsdienst" op zich niet de reden maar een excuus kan zijn voor rottigheid, en dat die rottigheid er altijd zal zijn vanwege de dubbele geaardheid van de mens of al het bestaande. Ik denk zelfs dat godsgeloof nog een soort rem kan zijn op rottigheid omdat er een aanspraak is op een geweten, hoewel natuurlijk mensen aanspraak op een anti-geweten kunnen doen vanuit een of ander geloofsidee.
Symptoombestrijding heeft weinig zin. de dubbele aard van de mens moet onder ogen gezien worden, maar het gekke is nu juist dat mensen zoals Siger dat niet willen, en dus voor mij in de categorie van "ter kwader trouw" vallen, hoezeer ze dat ook proberen te verbergen.

God ja en praktisch: wat als dit hele circus nu juist een noodzaak is om de vergetelheid te bereiken? Dan zijn jij en ik juist niet op de goede weg en als halve garen bezig.

Ik vind het door die mogelijkheid van belang mijn persoonlijke streven naar erkenning en glorie zo onmogelijk mogelijk te maken, iets waar sommige anderen dan graag aan meewerken. Om-denken.

   

Nou dat filmpje, gaat het er nu om hoe geweldig je bent als je je verzet tegen agressieve mannen, of gaat het er om hoe je agressieve mannen zover krijgt dat ze afzien van kindbruidjes en onderdrukking van vrouwen?
Ik denk dat het probleem is dat heel veel mannen die kindbruidjes willen en onderdrukte vrouwen, en dat een rebelse meid en rap-cultuur daar nooit iets in zal kunnen veranderen. Een speciaal fokprogramma voor meer zachtmoedige mannen of drugs in het drinkwater zijn ook niet echt te verwachten, en dat zijn dan nog echte oplossingen.
Het probleem is echt de seksdrive van mannen, en hun onbereidheid van een cultuur, die "het vlees" beschikbaar maakt af te zien. Met een andere cultuur verander je de mannen niet. Hier is het prostitutie en drogering om de seks voor machtige mannen te kunnen krijgen. Vreselijke "programma's" om jonge meiden te selecteren en klaar te stomen voor "consumptie". En als je er niet aan meedoet zit je met oplopende seksuele frustraties die ontaarden in van alles aan gekkigheid. want gewone seks op basis van gelijkwaardige relatie met een partner dat is niet echt bevredigend voor veel mannen.
Maar goed.
Er zijn ook veel vrouwen die niet houden van slap gedoe.

   

Met zo'n uitleg vind ik je op je minst. Maar dat weet je al.

   

Haha, ik denk dat je gelijk hebt...

   

Quantifier variance

The thesis underlying quantifier variance was stated by Putnam:
The logical primitives themselves, and in particular the notions of object and existence, have a multitude of different uses rather than one absolute 'meaning'.
— Hilary Putnam, Truth and Convention, p. 71

Past dit in epistemologische reserve? Weet jij dat te plaatsen?

   

Op zich weer die multitude, wat ik toch ook bij Gabriel zwak vind. Tellen als: 1,2, veel. het is geen 1, het is geen 2, dan is het veel. Klopt niet.
Uitgaande van mogelijke subjectposities kan je in kwadranten denken, maar dan ben ik erg 2D.

Quantifier variance...de bepalende factor heeft variatie of een vaag gebied, fuzzy logic. Ja, rondom de assen (noodzakelijk ontstaan om zin te kunnen maken (making sense)) is er vaagheid. Ben je nu een doener of een denker, een dromer of nog wat anders? Het kan anders bepaald worden door anderen (die hun assen weer anders hebben). Door rotatie en translatie komt er voor iedereen hetzelfde uit, De uitersten zitten aan weerszijden, de dwarsverbanden staan loodrecht.
Er kan werkelijk geen zin zijn zonder assen. Die assen staan tenopzichte van elkaar wel vast, maar hebben beweging bij ervaringen.. Variance.

Zo zie ik dat.

   

“Multitude” betekent hier toch maar ‘meerdere’, meerdere verschillende mogelijkheden. Wat is daar mis mee?

   

omdat je dan al gauw gaat denken "oneindig" of "onbeperkt" terwijl dat wel een heel vrije inductie zou zijn.
Laten we zeggen dat ik geloof in beperkte mogelijkheden, samenhangend, symmetrisch.

   

Ursula, nog een reserve die ik heb bij het argument van Gabriel dat de camera geen foto kan maken van de wereld met camera.

De waarnemingspunt is geen externe camera, maar een interne punt. Vanuit alle omgevingen komt alle informatie samen in die punt. Dit punt heeft ook de informatie van de directe omgeving (het registratieapparaat): INFORMATIE IN DE PUNT = ALLES VAN BUITEN.
Dus die punt heeft wel degelijk alle mogelijke informatie.
Het punt is dan dat er nog informatie niet is aangekomen.
Maar dat die informatie *kan* aankomen daar hoeft geen twijfel over te zijn.
Het idee dat "de" wereld niet bestaat omdat er geen zinsveld is waar de camera in beeld is, is niet correct. Als men een willekeurig punt van waarneming kiest heeft men alle mogelijke informatie en in principe alle informatie (als men de punt aanhoudt).
"De" wereld is dan dus kenbaar in een aangehouden waarnemingspunt.
In de praktijk heb je hier niets aan. Dat wel.

   

In geen enkele foto is de fotograaf zelf met zijn fototoestel zichtbaar, hij of zij blijft erbuiten.

Verder heb ik al eens gezegd dat de titel het boek geen goed deed. Menigeen wil slimmer zijn en het tegendeel bewijzen en verliest de objectgebieden en zinsvelden uit het oog. Het enige blog over Markus Gabriel op deze site had het zelfs nergens over zinsvelden! Wel over 'zeven keer okay horen zeggen'.
Maar, de fotograaf blijft buiten beeld.

   

Mijn vorige post over waarnemingspunten die in principe alle informatie (de hele wereld) kunnen ontvangen (theoretisch) was te makkelijk. Ik besef me dat de informatie eerder langs gaat, en ook een bewegend punt, die informatie op kan pikken (als een scanner) mist die bewegende punten die zich weg bewegen. Dus in de praktijk zal de kans op totale informatie in 1 punt slechts voorbehouden zijn aan punt Alpha, denk ik. 9En eventueel punt Omega).

Hoe dan ook ik ga de boeken weer proberen op te pakken, hoewel het drukke programmeerwerk mij nu eerder naar verstrooiing laat zoeken dan naar verdieping.

Ik las net nog een stukje Gabriel en een klein stukje Zizek, maar het is taai als je hoofd murw is.

Ik zal even mijn tijd nemen...

   

LeonH,
Gabriel komt via verzamelingenleer tot zijn uitspraak over het niet zijn van het geheel. Dat wat bestaat is niet te herleiden tot een enkel principe. Verzamelingenleer sluit het bestaan van een oorspronkelijke eenheid uit. Misschien is het de taak van de filosofie om de verzamelingenleer te conceptualiseren in een wijsgerige ontologie. En dat doet Gabriel, meer niet. Consequenties zijn objectgebieden, zinsvelden en faciticiteit. De feitelijkheid van een zinsveld in plaats van het subjectieve ervan tegenover 'het' objectieve. Vergeet het weerleggen dat de wereld niet bestaat, concentreer op de facticiteit. Dit laatste is trouwens een tussentitel in zijn boek.
Zoek dat begrip eens op bij Quentin Meillasoux.

   

Ben bij hoofdstuk IV Holzwege, maar zie in de index "Facticiy" niet.

   

LeonH,
In de Nederlandse uitgave van ‘Waarom de wereld…’ staat Facticiteit bij de woordenlijst op blz 205 en in hoofdstuk IV met de titiel 'Het natuurwetenschappelijke wereldbeeld'. Ik weet niet hoe de Engelse uitgave gestructureerd is maar hfdstk IV heeft volgende tussentitels – Naturalisme – Monisme – Het boek van de wereld – Subjectieve waarheden – Dwaalsporen – Wetenschap en kunst.
In het gedeelte Dwaalsporen wordt uitgelegd waarom constructivisme een dwaalspoor is en hoe facticiteit daar een antwoord op is. In de Nederlandse versie blz 128.

   

“the principle of factiality”

LeonH, ik lees niet veel verschillende filo’s, de kern is op twee handen te tellen. Maar, daar lees ik dan wel alles van. Ja, ik heb ‘After Finitude’ omdat Badiou het voorwoord schreef en Zizek dat boek in zijn dikke turf ‘Less than Nothing’ bespreekt en heb het ook in het Nederlands aangeschaft ‘Na de Eindigheid’ omdat ik het moeilijk lezen vind in het Engels.
Jouw verwijzing ga ik eens langzaam doornemen, het is de weerslag van een lezing. Voordeel is dat al die filo’s ook op youtube staan met verschillende filmpjes. Uren pret!
Bedankt.

   

wat opvalt (page 6) is het argument: we kunnen niet zeker zijn dat het naief noemen van aannemen van een werkelijke wereld (objectrealiteit) niet zelf een naief uitgangspunt is. (mijn vertaling). Mooi.

   

LeonH,

Meillasoux zal je ook vertellen waarom een ‘epistemologische reserve’ een foutief uitgangspunt is.

De correlationist verstelt ons het volgende:
‘Als ik zeg dat de metafysische thesen over het op-zich, laten we ze M1 en M2 noemen, in gelijke mate mogelijk zijn, dan betekent ‘mogelijk’ hier een mogelijkheid uit onwetendheid. Ik bedoel daarmee dat deze mogelijkheid eenvoudig verwijst naar het feit dat ik niet weet welke de juiste these is: M1 of M2. Maar ik beweer zeker niet dat M1 en M2 niet op-zich noodzakelijk zouden zijn: de noodzakelijkheid van deze thesen kan misschien reëel zijn, maar ze blijft ondoorgrondelijk. De speculatieve these is een derde optie, die stelt dat M1 en M2 reële mogelijkheden zijn: ze kunnen dus allebei gebeuren of zich zelfs na elkaar voordoen. Ik beweer daarentegen dat wij niet weten welke van deze drie thesen –namelijk 1) de noodzakelijkheid van M1; 2) de noodzakelijkheid van M2; 3) de reële mogelijkheid van M1 en M2 – waar is. Ik beweer dus dat wij met de drie mogelijkheden uit onwetendheid (1,2,3) te maken hebben en niet met twee reële mogelijkheden (M1,M2).’

Het antwoord van de speculatieve filosoof gaat dan als volgt:
‘Als u denkt dat deze drie thesen ‘mogelijk’ zijn- hoe hebt u dan toegang tot deze mogelijkheid? Hoe slaagt u erin deze ‘mogelijkheid uit onwetendheid’, die uw drie opties openlaat, te denken? In werkelijkheid bent u slechts in staat om haar te denken omdat u er feitelijk in slaagt om de absoluutheid van deze mogelijkheid te denken, met andere woorden haar niet-correlationistische karakter. Begrijp me goed, wij raken hier de kern van uw probleem: als uw scepsis tegenover alle kennis van het absolute volgens u op argumenten berust en dus niet eenvoudigweg een mening is of een kwestie van geloof, dan moet u toegeven dat de kern van dit argument denkbaar is. De kern van uw argument is dat wij toegang kunnen hebben tot het niet-kunnen zijn of het anders-zijn van alles, onszelf en de wereld inbegrepen.’

Blz 110 ‘Na de Eindigheid’.

   

Ik onderschrijf de bedenkingen bij het correlationisme. De reserve heeft meer te maken met de veil of ignorance. Niet iedereen heeft die uitgangspositie om de waarheid te kunnen ervaren van de objectrealiteit.

Op zich is de uitdaging interessant om met fossielen na te denken/speculeren over de absolute objectrealiteit. In ieder geval ijk je het aannemen van objectrealiteit in non-contradictie (er toont zich een verleden, dus is er een verleden: sporen) Het alternatief: een kwade genius fabriceert een verleden om je dingen te laten geloven, is redelijk absurd (hoewel in sommige context zoals virtualiteit nog denkbaar)

   

Ik lees op pagina 7 dat de relativitische bedenkingen van het idealisme, een slang zijn die in eigen staart bijt, m.a.w. er is geen grond voor het idealisme om zelf een absolute waarheid te zijn, maar het kan toch niet waar zijn dat een dan als willekeurig genoemd alternatief, speculatief materialisme, dan dus wel waar moet zijn? Dergelijke argumenten zijn niet valide. Hoewel ik wel inzie dat toevallig een materialisme de nagelaten sporen in een bepaalde context (zinsveld) wel kan verklaren.

Maar goed ik moet de uitdieping van het begrip facticiteit nog verder lezen.

   

M.a.w. door een theorie onwaarschijnlijker te maken, maak je de eigen naar voren geschoven theorie niet aannemelijker.

   

Ik was ook nog wat aan het (uit) lachen, maar moet uiteindelijk toch wel aannemen: de afwezigheid van een reden (facticity) is absoluut (in die zin dat alleen tegenstrijdige zaken (in-zichzelf een contradictie) absoluut kunnen zijn)

   

Speculatief

In de erkenning van allerlei onmogelijkheden qua weten, qua kennis, in verband met juistheid, volledigheid, grond, de relativiteit en de relativiteit van relativiteit, is door Meillasoux het speculatief materialisme als realisme voorgesteld.

Nu denk ik inderdaad dat de erkenning van de onmogelijkheden binnen de filosofie, het speculeren als grondbeginsel moet aanvaarden. Het wordt toch nooit meer dan dat. Laten we verder niet zeuren, alles blijft binnen het speculatieve.

Dit staat dan toch in schril contrast met Kant die het idealisme “kritisch” wilde noemen, alsof de mogelijkheden voor de filosofie vooral in het kritische lag, en de erkenning van onmogelijkheden in het idealisme.
In principe kan je inderdaad aanvaarden dat filosofie in beginsel speculatief is en niet kritisch. Daarmee doorbreek je de idee dat filosofie een progressie heeft naar steeds “beter”, steeds meer correspondentie met de “werkelijkheid”, een steeds betere, meer verklarende omschrijving. Je redt de oude klassiekere vormen, omdat ze hun kenmerk van speculatief net zo goed dragen als de nieuwere vormen.

Wel vraag ik me af waar je met de metafysica naar toe moet. In moderne denkbeelden is metafysica een vorm van speculatie (een soort van essentialisme) dat als achterhaald en onbruikbaar gezien wordt. In die zin laat de moderne filosofie dus het beeld van “verbetering” van inzichten niet los.

Wat zijn in principe de voordelen van een gerichtheid op “verbetering” op progressie qua filosofische denkbeelden? Ik kan me voorstellen dat je transformatie nodig hebt, omdat de mens zelf anders wordt of in ieder geval andere omstandigheden krijgt. Misschien is daarbij altijd wel de illusie nodig van vooruitgang, omdat anders de zingeving in gevaar komt.

Toch zou juist de filosofie dit soort mechanismen moeten kunnen doorzien, onder ogen nemen, en van een antwoord voorzien. Als dat nog niet gebeurd is, ligt daar wel een nieuwe taak. Dus je zou kunnen zeggen dat er “verbetering” nodig is, omdat er nog taken te doen zijn, die als nieuw gezien kunnen worden.

Kan je dan, in de erkenning van het speculatieve zeggen dat je adequaat voorbereid bent voor de “nieuwe” taken? Of heb je hier een afstandsverklaring van de filosofie voor actuele en urgente problemen, en kom je hoogstens tot een soort pragmatisme, mogelijk is het nog ergens goed voor die filosofie, en je probeert wat?

Heel arrogant zou je kunnen zeggen, dat filosofie het enige noodzakelijke zou moeten zijn, willen we een goede balans tussen natuur en cultuur hebben. Want dan is speculatie voldoende bezigheid om het bestaan te handhaven. Elke situatie waar dat niet zo is, zouden we moeten bestrijden.

Ik zie speculeren (en de filosofie) dan als bezigheid. En heb hier direct gespeculeerd over de noodzakelijke maatschappelijke orde. Dat is dus nooit een heel hoge welvaart, of op consumptie ingerichte wereld, maar een wereld waarin men vrijelijk speculeren als hoogste goed heeft. Waarschijnlijk waren hier in het verleden meer, zij het soms gevaarlijke, mogelijkheden voor.

In hoeverre het bestrijden van situaties, waarin het speculerend filosoferen niet het grote doel is, een praktische mogelijkheid is, is de vraag. Tot hoever de mens wil gaan om materiële zekerheden op te geven, teneinde meer ruimte te krijgen, is een vraag, als al duidelijk is welk verband is tussen de (on)mogelijkheden van speculatief denken door materiële omstandigheden. Als juist duidelijk wordt dat er nog veel meer materiële welvaart moet zijn, is dat een te stellen doel. Ik vermoed dat per mens verschillend is, welke omstandigheden de mogelijkheden tot speculatief denken stimuleren, en dat juist nagedacht moet worden over een inrichting van de maatschappij op basis van gerechtvaardigde ongelijke omstandigheden.

En natuurlijk is er de keuze welke menstypen we willen bevorderen in hun specifieke noodzaak van omstandigheden voor speculatief denken.

Hiermee wordt politiek een heel ander soort bezigheid. Stel namelijk dat we juist die mensen die heel veel welvaart nodig hebben als ongewenst gaan beschouwen.

Dit begrijp je al, is puur speculatief.

   

LeonH,

“Wat zijn in principe de voordelen van een gerichtheid op “verbetering” op progressie qua filosofische denkbeelden? Ik kan me voorstellen dat je transformatie nodig hebt, omdat de mens zelf anders wordt of in ieder geval andere omstandigheden krijgt.”

Er is geen progressie in verbetering maar filosofie zal, als aparte manier van beschouwen, haar inbreng hebben in de vertogen van anderen. Bvb over politiek, kunst, ethiek en dergelijke. Maar een kant en klare Angelsaksische taalfilosofie die alleen kijkt of een propositie inhoudelijk logisch is, is uitgewerkt en voldoet niet meer – zie Hawking.
Hoe de maatschappelijke orde geregeld moet worden? Daar heeft de filosofie geen weet van. Menstypen bevorderen? Genetische manipulatie?

(Let erop dat de benaming ‘speculatief realisme’ niet inhoud dat we zomaar wat gaan speculeren.)

   

Het juist "zomaar wat speculeren" lijkt me nu precies een doel op zich, vooral omdat het een bepaalde maatschappelijke orde veronderstelt die gewenst zou moeten zijn, terwijl alle mogelijke andere doelen een dwangmatige maatschappelijke orde impliceren.

Ik ben wel met Gabriels notie van fetisjisme door religie en wetenschap voor het vooraf aannemen van een ordenend en regelend principe (dat je dan moet vinden/in moet geloven) zover dat ik regelzucht bovenal als dwingende maatschappelijke orde zie. Maar goed het gaat er ook over of we zonder regels kunnen. Zou moeten kunnen toch?

   

Of is dat naief om te denken ( dat we zonder regels zouden moeten kunnen)? Markus geeft het voorbeeld van verkeerslichten...

   

LeonH, wat denk je van het volgende?

“Bestaan is verschijnen in een zinveld” betekent dan dat object en subject:
niet vertrekken vanuit een parate kennis maar in het verschijnen zelf,
als het ware bij een beslissing in het onbeslisbare,
dat bestaan volgt uit de logica en consequenties van de verschijningscondities,
er dus geen autonoom subject is,
maar altijd lokaal gesitueerd en zijn waarheid van daaruit forceert,
dit alles volgt uit een reëel, niet transcendentale situatie,
is zelfs een rationaliteit zonder vooropgezette rede,
maar sticht een waarheidsprocedure vanuit het ‘niet geheel’ (non-all).

   

Mooi verwoord. Waar is wat helpt.

   

Ik kom dus uit bij dienstbaarheid, niet de zelfwegcijfering, maar de zelfbevestiging in dienstbaarheid. Niet "pleasen" maar kijken wat echt nodig is en daar naar handelen. Mogelijk bleek het niet "echt" nodig, maar dan heb je wel een vaardigheid.

   

Het non-all = er is hulp nodig.

   

Waar is wat helpt lijkt me te onbenullig. Er gebeurt in de verschijning iets waarvan we nog niet weten of het helpt.

   

Dat maakt dus niet uit, wat de vaardigheden/controle nemen/neemt toe door je alleen maar intentioneel (zin willen hebben) te verhouden tot het non-all.

   

Het subject in zijn onbehagen (door de doodsdrift) reduceert de existentiele spanningen door zich dienstbaar te stellen, waarbij dit 'doen wat nodig is' -verhaal hoe dan ook voor vaardigheden tot controle zorgt (evolutie van controlemechanismen), zodat gecontroleerd toegegeven kan worden aan de doodsdrift.

   

Aan de andere kant is het afwijzen van zich dienstbaar stellen het saboteren van verdere ontwikkeling van controlemechanismen en aldus naar de vergetelheid verdwijnen nog voor de doodsdrift een plek van betekenis heeft gekregen. Ik denk misschien een verkiesbaar lot.

   

LeonH,

Jij gebruikt graag begrippen zoals - “de noodzakelijke maatschappelijke orde (…) het bestrijden van situaties (…) materiële zekerheden opgeven, teneinde meer ruimte te krijgen (…) de keuze welke menstypen we willen bevorderen (…) hun specifieke noodzaak van omstandigheden”.
Ook nu kom je met – “existentiële spanningen door zich dienstbaar te stellen (…) vaardigheden tot controle (…) evolutie van controlemechanismen (…) gecontroleerd toegegeven aan (…) het saboteren van verdere ontwikkeling van controlemechanismen”.

Waar heb je het dan over? Wat moet gecontroleerd worden? Waarom en door wat of wie? Wil jij de wereld veranderen vanuit filosofie?

   

"de" wereld veranderen zal wel niet kunnen.
Maar goed qua pretenties...een aangename gesprekspartner zijn?
Of misschien...een interessante gesprekspartner zijn?
Of misschien..."de" gesprekspartner zijn?
Misschien heb ik sowieso een ander idee van interessant.
Als de inzichten en daarbij woorden zich aan me opdringen, heb ik wel vaak wel het idee dat het belangrijke inzichten zijn. Maar dat een op zich statusarm mens als ik dan dat soort inzichten moet hanteren, ja dat zegt misschien iets over de situatie van de wereld, welke wereld dan ook.

   

Alles gelezen hebbende kom ik tot de conclusie dat de triomf van het denken hier hoogtij viert (of is dat een tautologie van dat wat hier gebeurt). Terwijl mainstream filosofie toch meer neigt naar het 'let's make things better'. Ik zal op zoek moeten naar een meer praktisch gericht forum met wel de denkkracht maar niet de oubolligheid van dit forum.

Liever een Corono in mijn garage dan een geleerde in mijn keuken.

   

Een Corono?
Een Toyota Corona had een nonkel (dacht ik toch) en het bier Corona ken ik.

   

Ik zou toch bijna denken dat we geleerd gevonden worden (al is dat dan hier meer een scheldwoord).

Let's make things better...werkelijk? En omdat dat er niet is oubollig?

Maar goed, ik ben ook wel erg gehecht aan mijn specifieke vorm van rationaliteit dat ik de andere vormen vreemd vind.

Let make the Netherlands great again. Let's become Belgium.

   

van het Land,

“Alles gelezen hebbende” betekent dat je kennis genomen hebt van o.a. “epistemologische reserve, Alexander Roose in de Morgen over ‘De debatcultuur en Montaigne’, taalspelen, objectgebieden, zinvelden, existentiepositie, making sense, Gabriel, faciticiteit, Meillasoux… en andere zaken.”

Laat ik aannemen dat het gekend gebied is want je komt tot een conclusie. (Iemand kan altijd tot een slotsom komen ook als hij niet ter zake bekend is, alleen is die conclusie dan vermoedelijk geen stuiver waard.)

Maar, okee, je gevolgtrekking heeft het over ‘triomf en hoogtij vieren’ van het denken. Laat ik er dan vanuit gaan dat dit verwijst naar de onderwerpen hierboven aangehaald en niet naar mijzelf en LeonH. Dat de verdiensten slaan op Gabriel, Meillasoux, ‘het nieuwe realisme’ en de speculatieve filosofie die wij hier aanbrengen. Mooi.

Je vervolgt wel met: “Terwijl mainstream filosofie toch meer neigt naar het 'let's make things better'”. Ik weet niet wat jij verstaat onder ‘mainstream filosofie’ maar mij lijkt het dat de vernoemde denkers hierboven en diegene waarop zij zich beroepen reeds jaren de toon zetten. En dit denken doet dat in dezelfde geest als 'let's make things better' – laten we nog beter denken!
Wat is voor jou ‘mainstream’ in de filosofie?

Je wil ‘op zoek gaan naar een meer praktisch gericht forum met wel de denkkracht maar niet de oubolligheid van dit forum.’
Dus, op zoek naar een groep deskundigen die met het publiek discussiëren over een bepaalde kwestie maar die meer ‘praktisch gericht’ zijn. Wil je praktische voorschriften? Wat is er niet bruikbaar aan bvb Gabriels denken? Is het voor jou oubollig? Waar zit dat ouderwetse dan in?

Maar je waardeert wel ‘de denkkracht’? Of ook niet?

   

Siger, jouw reacties beschaafd houden aub. Als Trump het verkeerde voorbeeld geeft, moeten wij dat juist niet doen denk ik. Hoewel dus nu echt duidelijk wordt dat je met netjes nergens komt.

   

LeonH,
je hebt iets verwijderd denk ik, niet?

Blijkbaar een bijdrage over Trump en epistemologische reserve, of iets in die aard. Door het bericht te verwijderen maar er wel een commentaar op te geven maak je mensen wel nieuwsgierig. Toch een beetje sneu.

   

Nou ursula je werd voor serieverkrachter uitgemaakt...wil ik liever niet dat soort uitingen.

   

de strekking was ene beetje dat als Trump van alles mocht, hij (Siger) dan toch zeker ook van alles mocht, zo van vrijheid van meningsuiting gebruiken voor haatboodschappen.

Nou...

   

Bij deze de afspraak dat ik e.e.a. laat staan totdat de betrokkene het verzoek doet tot verwijdering (als het echt om haatboodschappen gaat)

   

Leon,

Waarom verwijder je iets als je achteraf zegt wat er in zou staan? Je hebt alleszins je lesje geleerd bij serieverkrachter Ursula, want jij verkracht nu ook wat ik geschreven heb: ik heb niet geschreven dat ik vanalles mocht omdat Trump vanalles mocht!!
Ik heb geschreven dat jullie net hetzelfde doen als de woordvoerders van Trump met jullie post-modern relativisme van "ieder zijn zinwereld" à la Gabriel.
Probeer tenminste te weten wat er staat voor je het verwijdert. Of beter, probeer om het even wat te begrijpen.

   

Niet vergeten, Gabriel heeft naast zinvelden ook objectgebieden. In die objectgebieden is er zeker waarheid.
Wat nog niet betekent dat Gabriels zinvelden postmoderne relativeringen zijn!
Hoe kom je daarbij, of misschien beter, waar schrijft hij dat? Staaf dat eens met vermelding van paginanummer in 'Waarom de wereld niet bestaat'.
We gaan toch niet zoals Trump beginnen!

Vriendelijke groet van "serieverkrachter Ursula"??!!

   

Ter herinnering als aanvulling:

een objectgebied is bvb het aantal aanwezigen op het plein bij de inaugurale van Trump. Gewoon telbaar en te beslissen in het beslisbare, geen probleem.
een zinveld opent zich voor iemand door bvb de uitspraak “jullie doen net hetzelfde als de woordvoerders van Trump met jullie postmodern relativisme van ‘ieder zijn zinwereld’ à la Gabriel.”

Dat laatste is een mening, niet meer en niet minder. Laat er geen misverstand over bestaan dat het een zinvolle mening kan zijn - het creëert een zinveld - voor diegene die de uitspraak doet, dat zeker. Maar of ze waar is is niet te beslissen.

Trump zou ook beter het verschil tussen zinvelden en objectgebieden onderscheiden.

   

Ik had het niet over Gabriel, ik had het over jou. Jij hebt het over Gabriel.

   

“Ik had het niet over Gabriel...”

“Ik heb geschreven” zeg je
“dat jullie”
vermoedelijk dus Ursula en LeonH
“ net hetzelfde doen als de woordvoerders van Trump”
wat zou datzelfde dan zijn?

(Ik tracht, net zoals Zizek, Badiou, Gabriel en anderen, juist de waarheid in objectgebieden te onderscheiden van zinvelden door sommigen erop te wijzen dat ze beiden verwarren en zo tot slordig denken komen. Bijvoorbeeld schoolmeisjes misprijzen omdat ze een hoofddoek dragen! Omdat de hoofddoek … en die lege puntjes worden dan ingevuld vanuit een zinveld.)

“met jullie postmodern relativisme van ‘ieder zijn zinwereld’ à la Gabriel.”
Zinvelden hebben inderdaad ieder haar interne waarheid of logica, zie de logica om iemand te misprijzen - serieverkrachter. Zinvelden zijn te delen zoals in mededeelbaar, maar niet iedereen begrijpt ze daarom als in deelbaar. Zij hebben zeker geen waarheid zoals objectgebieden, die laatste waarheden zijn te veralgemenen of mede te delen, en te delen en te begrijpen. Wie een zinveld verwart met een objectgebied komt tot slordig denken. Maar je had het niet over Gabriel schrijf je, okee.

Over hoe ik tot bestaan kom – als serieverkrachter - in jouw zinveld, daar heb ik geen zeggenschap over. Welke fantasmatische existentiepositie dat moet vullen? Geen idee.

   

Drie posts op 1 week en dan de interessantste nog verwijderd. Wie niet gevlucht is voor het schelden is wel gevlucht uit verveling.

Beseft de sponsor dit wel?

   

Waar heb je het over?

Ik zat in een soort ritme van drie van anderen en dan ik weer, maar aangezien ik deze post niet echt goed heb kunnen uitwerken neem ik wat meer tijd.

Ik neem ook de kritische houding van Steven op opiniestukken over, en daar begon het wel wat op te lijken.

   

Professor Leo Neels zegt hetzelfde als ik in het gewiste bericht, zie website VRT:

"De uitzonderingen in de media bevestigen de regel, maar hun journalistieke bijdrage doet er nu minder toe. Op europe.newsweek.com van 21 november schreef Prof Andrew Calcutt van de University of East London de ontwikkeling toe aan zogenaamde progressieve intellectuelen die een nieuwe vorm van kennisbeperking creëerden, de "post truth".

Waarachtigheid werd in diskrediet gebracht, en vervangen door ieders waarheid, vele mogelijke waarheden, vaak gepersonaliseerd en altijd gerelativeerd. Prof Van Middelaar (DS 3 jan.) wijst naar de linkse cultuurwetenschappelijke elite die vanaf de jaren 70 élke waarheid als constructie wegzette, en naar het postmodern intellectueel sloopwerk dat elke identitaire groep eigen perspectief en waarheid gaf.

Deze gesel van het postmodernisme werd de heersende denktrant in de journalistiek, waarin men de objectiviteitsgedachte als een anachronisme verliet en zelfs de zoektocht naar aannemelijkheid wegrelativeerde ten voordele van eigen waarheden."

Vooruit, Ursula en Leon!

   

een en al subjectieve waardeoordelen...

   

Vooruit Ursula.

“Wie niet gevlucht is voor het schelden is wel gevlucht uit verveling.”

Op ‘Cultuurfilosofen’ schreven Bert, Leon, ik, van het Land en Steven zelf natuurlijk.
Op ‘Penrose’ brachten Alispg, ik, Leon, Bert, Livinus, van het Land en Steven een bijdrage.
Op ‘T.S. Eliot’ jij, Steven, ik, Leon, Bert.
Op ‘Complexiteit’ Areniers, Bert, ik, Livinus, Leon en Kader.
Toch een beetje de gebruikelijke groep.
Natuurlijk is niet elk blog interessant voor ieder zoals blijkt uit ‘Epistemologische reserve’. Wegblijven uit verveling? Hangt maar af van wat je verveelt op een filosofieblog.

"Post truth."
Gelukkig zijn mijn linkse voorbeelden Zizek, Badiou, Lacan en anderen voor ‘truth’! (Maar dan moet je die filo’s wel kennen.)
“Deze gesel van het postmodernisme (…) waarin men de objectiviteitsgedachte als een anachronisme verliet en zelfs de zoektocht naar aannemelijkheid wegrelativeerde ten voordele van eigen waarheden” is juist wat bvb Zizek vanaf zijn eerste teksten door al zijn boeken aanklaagt. Maar je moet ze dan wel lezen.

   

post-potsmodern is bij jou Siger een klagerig zeuren over dat vroeger alles beter was, wat het niet was, alles was anders, en dat zal nog wel een paar keer wijzigen, met attractoren naar bepaalde richtingen.

In principe was potsmodern een richting verlichting en bevrijding van de "grote verhalen" die mensen gijzelden en extreem maakten. Extreem potsmodern is een poets.
Er is vooral een relativering naar absoluutstelling, zoals "de mensen zus en zo, en we moeten dit en dat.
generalisering en dwingelandij.
Potsmodern heeft te maken met emancipering, dat je je eigen verhaal maakt en aanhoudt, en niet aansluit bij scientisten of fundamentalisten.
Maar post-potsmodern zou kunnen zijn een nieuw realisme, waar het gaat om bijvoorbeeld de mogelijke verhouding tot het oneindige, het pluriforme, meervoudige,in plaats van essentialisme, de TOE en dat soort super-object denken.

   

Leon,

Waar haal je het dat jij moet zeggen wat iets voor mij is, terwijl ik dat heel goed zelf kan en je niet eens over de bekwaamheid beschikt te begrijpen wat ik schrijf? Ben je je bewust van je bedrog? Zeker niet, want ik merk geen schaamte.

En jij gaat mij lesjes geven? Waar haal je het?

   

Sorry Siger, maar als je eerst scheldwoorden gebruikt kan je niet verwachten wat daarna volgt dat de nuance hiervan (als die er al zou zijn) kan worden opgepikt. Ik vind de tekst die je geeft heel duidelijk van strekking: "vroeger was alles beter" een negatieve reactionaire houding.

   

LeonH,
toch opvallend, Siger komt nog een keer meedoen en het wordt direct schelden.
Nota bene onder de zin "Wie niet gevlucht is voor het schelden ..."

Hij durft wel. Gewoon laten doen zou ik zeggen.

   

Ja, mijn excuses aan jou als ik toch te snel aan de haal ga met "het subject en zijn onbehagen"

   

Leon, je hebt toch minstens van Ursula opgestoken hoe je iemands woorden moet verkrachten. Je enige verontschuldiging is misschien dat je het zelf niet ziet.
Veel plezier samen nog.

   

Ik ben het met je eens dat jijzelf de voornaamste autoriteit bent voor watbetreft jouw intenties en bedoelingen in jouw woorden. Ik wil ook niet jouw woorden uitleggen, maar heb beschreven hoe ik die woorden opvat en volkomen logisch volgens mijn, maar mogelijk minder objectief (aantal keren geteld dat je moeten/laten/zullen etc gebruikt hebt)

   

Op zich weet ik niet goed hoe je iemands super-object georienteerde denken kunt pareren. Wijzen op het pluriforme (qua ervaringen) heet dan toch weer postmodern relativime, terwijl niets anders dan de rijke wereld van persoonlijke ervaringen als realiteit wordt genomen en als bepalender dan welke object-realiteit dan ook.

   

LeonH,

Het heeft geen zin om het postmoderne te verdedigen, daarvoor is het woord reeds te zeer verkracht.

Enerzijds heb je het begrip zoals het gesmeed is door Lyotard waarbij bvb de toevoeging ‘post’ niet moet begrepen worden als ‘na’ zoals in post-expressionisme. Het idee van een afgelopen periode X die vervolgens uitloopt in post-X is niet wat Lyotard uitlegt. Zijn ‘post’ is de kracht die binnen het modernisme reeds de ideologische lijnen ervan blootlegt als de-con-structie. Als je iets kenmerkend voor het postmodernisme wil zien is het die deconstructie. Derrida, Lacan, Foucault of Deleuze hebben zich nooit postmodern genoemd.

De term postmodern heeft vervolgens een hoge vlucht genomen in de kunsten en de architectuur. Ook aan de culturele departementen van Amerikaanse universiteiten heeft men het begrip opgenomen in een vooral enge Nietzschiaanse visie. De Belg Paul De Man heeft als professor aan Yale deze vroege en eenzijdige Nietzsche als draaischijf van het postmoderne geïnstalleerd. En daar in Amerika is een epigonisme ontstaan dat met het postmoderne van Lyotard niets te maken heeft. Men baseerde zich ginder graag op Baudrillard en zijn simulacrumtheorie. Dit liep uit in het ‘alles kan’ en in het perspectivisme van alle waarheden zoals ook Leo Neels aangeeft. De pervertering dat elke waarheid een constructie is heeft Zizek altijd grondig en met veel plezier aangeklaagd. Maar in tegenstelling met Leo Neels die blijkbaar het kind met het badwater weggooit wil Zizek de kracht van het Franse denken behouden.

Dus postmoderniteit, of zoals Steven het graag in kapitalen schrijft, POMO, dekt verschillende ladingen. Nu kan je kiezen welke lading je neemt om enerzijds liever het kind met het badwater weg te gooien in een vooral reactionaire houding. Of anderzijds door de pervertering van het begrip heenkijken en de deconstructieve kracht verdedigen.

Dit laatste doen Zizek, Badiou en anderen in een emancipatoire linkse stroming. Dus ik voel me helemaal niet aangesproken door de verwijten van ene Siger. Trouwens, ‘The actuality of communism’ van Bruno Bosteels ligt binnen handbereik. Siger bedankte me zelfs voor de tip naar dit boek maar ik betwijfel of hij er iets in gelezen heeft want dan zou hij zien hoezeer hij stromannen verzint in zijn aanval naar ons.

Mooi vind ik jou verschrijving in potsmodern!
Laten we dat woord gebruiken in correspondentie met diegene die vooral de geperverteerde vorm van het begrip postmodern als de enige juiste zien. Zij zetten zich een pots op!
Pots betekent in het Vlaams een hoofddeksel, zo zeggen zij bvb klak tegen een pet.
Zij, bvb Aliaspg, Steven en Siger, hebben geen hoge pots voor het postmoderne vanuit een eenzijdig perspectief.

Extreem potsmodern is een poets!

   

LeonH,

Siger schreef "Vooruit, Ursula en Leon!" dus ...

“Het chagrijn dat tot uitdrukking komt tegen POMO is duidelijk zelf weer normatief, de zingeving van jezelf is nu eenmaal toegeven aan de eigen normatiek (conclusie).” (Een verkracht citaat!)

Waarom ziet de ene bij de aanblik van een half glas water vooral de leegte en een ander vooral het volle? Deze vraag is niet zo onschuldig, het is het verschil tussen cynisme en ironie.
(Ironie moet je hier alleen begrijpen zoals Kierkegaard het beschrijft, niet zoals het op wiki staat. Maar ook zoals Zizek het prachtig uitwerkt in ‘The indivisible remainder’ vanaf blz 198.)

“Deze gesel van het postmodernisme werd de heersende denktrant in de journalistiek, waarin men de objectiviteitsgedachte als een anachronisme verliet en zelfs de zoektocht naar aannemelijkheid wegrelativeerde ten voordele van eigen waarheden."
Deze uitspraak geldt alleen voor een bepaalde en inderdaad helaas door velen overgenomen slechte lezing van de Franse denkers en wordt gelukkig – voor wie dat nog nodig had!? - bvb door Gabriels objectgebieden en zinvelden scherpgesteld. Bestaan = verschijnen in een zinveld moet helemaal niet betekenen dat dit een Trumpiaans postmodernistisch relativisme is van ‘ieder zijn zinwereld’ à la Gabriel. Zo’n uitspraak lijkt mij eerder te verschijnen en in dienst te staan van een chagrijnig zinveld!

Een ander boeiender zinveld dat zich kan openen afhankelijk van het betrokken subject is de verbinding met Badiou die Spinoza moderniseert (of is het postmoderniseert) en diens substantie weglaat om vooral aandacht te geven aan Spinoza’s attributen en modi die verschijnen in een… inderdaad, zinveld.

“Bestaan is verschijnen in een zinveld” betekent dan dat object en subject:
niet vertrekken vanuit een parate kennis maar in het verschijnen zelf,
als het ware bij een beslissing in het onbeslisbare,
dat bestaan volgt uit de logica en consequenties van de verschijningscondities,
er dus geen autonoom subject is,
maar altijd lokaal gesitueerd en zijn waarheid van daaruit forceert,
dit alles volgt uit een reëel, niet transcendentale situatie,
is zelfs een rationaliteit zonder vooropgezette rede,
maar sticht een waarheidsprocedure vanuit het ‘niet geheel’ (non-all).

Dit voor zover het verschijnen als act.
De gevolgen of de verdere uitwerking hiervan zal zich aansluiten bij ware kennis uit objectgebieden en zo eventueel een na te streven ideaal worden. Zo is bvb een gedreven vakbondsvrouw vanuit haar zinveld ingevoegd in het werkterrein van haar acties waarbij zij cijfers uit objectgebieden citeert om arbeidomstandigheden te verbeteren. Zij zal misschien een hele fabriek lamleggen voor een actie!
Als dat geen progressief zinveld is?! (Dat we dit nog moeten uitleggen??)

Maar tja, voor de chagrijn is zelfs een vol glas nog leeg in zijn ogen.

   

LeonH,

Siger schreef "Vooruit, Ursula en Leon!" dus ... (deel 2, of is het al deel 3 of 4…)

“Het belang van subjectiviteit is een van Kierkegaards terugkerende thema's. Het heeft te maken met de manier waarop mensen zichzelf zien in relatie tot (objectieve) waarheden. Ter afsluiting van Onwetenschappelijke Naschrift stelt hij: "subjectiviteit is de waarheid" en "waarheid is subjectiviteit." Wat hij bedoelt is dat in wezen de waarheid niet alleen een kwestie is van het ontdekken van objectieve feiten. Objectieve feiten zijn belangrijk, maar is er een tweede en meer cruciaal element van waarheid, dat ermee te maken heeft hoe men zichzelf ziet in relatie tot die objectieve feiten. Anders gezegd: belangrijker dan de feiten is hoe men handelt vanuit een eigen ethisch perspectief. Waarheid vindt het individu dus eerder in subjectiviteit dan in objectiviteit.”

Dit haal ik integraal van wiki waar ze blijkbaar toch een redelijke omschrijving van Kierkegaard geven. De snuggere lezer ziet gelijkenissen tussen het ‘objectief-subjectieve’ van Kierkegaard en de zinvelden van Gabriel! Alweer kan je boeiende verbanden leggen die het Christelijke bij Soren doorbreken. Je kan als niet-gelovige de Kopenhagenaar lezen, alleen vraagt het wat inzet.
Ook Lyotards vraag ‘hoe te kiezen in een tijd waarin de grote verhalen hun zingeving verliezen’ kan je verbinden met deze protestantse theoloog. Hoe te ‘beslissen in het gebied van het onbeslisbare’ maakt van Kierkegaard een betere voorloper van het positieve postmoderne dan Nietzsche en is nog steeds de vraag waarrond Badiou uitgebreid cirkelt.

En dat allemaal zomaar op een filosofieblog, prachtig toch?

   

Ursula, dank je! (omgekeerd schelden)

de manier waarop Gabriel een geloof rechtvaardigt (als verhouding tot de pluriformiteit) en tegen het fetisjisme (voor super-objecten) in gaat, is een mooi stuk tekst. Ik moet zeggen dat ik mijzelf met "symmetrie" en "absolute onmogelijkheid van de schending van het niets" nog wel super-object achtige voorstellingen getrooste, die ik toch nog wel een plekje wil gaan geven...

   

Vooruit, Ursula en Leon! (Deel ?)

Over onbehagen (Een korte tekst in het bijzonder voor Gebruikersnaam02 en van het Land. Maar ook andere geïnteresseerden in filo kunnen er iets aanhebben.)

Gebruikersnaam02 komt soms met scherpe interventies zoals op 29 dec 02:59: “ik vervloek extraverten , verdomme waarom moet ik altijd zoveel lezen op dit forum ? fcking 2 zinnen was voldoende, dit forum is recreatief.”
Gezien het nachtelijk uur zal hij even ontsnapt zijn aan het toezicht in de instelling en een computer in de leeszaal opgestart – vermoed ik.

Ook van het Land bracht op 19 jan 13:05 enkele beschouwingen over het forum: “Ik zal op zoek moeten naar een meer praktisch gericht forum met wel de denkkracht maar niet de oubolligheid van dit forum. Liever een Corono in mijn garage dan een geleerde in mijn keuken.”
Gezien het middaguur is dit mogelijk even na de lunchpauze op het werk geschreven.

Maar beiden tonen hun onbehagen. Vandaar dat ik nog even een link wil leggen tussen het één en het ander.

"Ik ben ontologisch pluralist: ik geloof niet in één werkelijkheid.”
Mooi van Markus Gabriel. Hij vervolgt met “De vraag hoeveel substanties er eigenlijk zijn is spannender dan we op het eerste gezicht kunnen denken.” (“Waarom de wereld niet bestaat” blz 59)
Er is door anderen al op gewezen dat Gabriel Spinoza’s substantie op die bladzijde wel erg simpel opgevat heeft. Hij noemt het ‘monistisch’, ervan uitgaande dat Sp Substantie als het superobject ziet, als één substantie.

En bij lezing van Ethica1 def 3 kan je dat ook zo zien:
“Onder substantie versta ik datgene, wat op-zich-zelf bestaat en uit zichzelf moet worden begrepen; dat wil zeggen datgene, waarvan het begrip niet het begrip van iets anders, waaruit het zou moeten worden afgeleid, vooronderstelt.”
Typisch zeventiende eeuw.

Wat voegt Sp echter toe aan Substantie? En wat maakt hem modern? De attributen!
Meer nog, een oneindig aantal attributen (E1, 7). Zie je Gabriel’s ‘hoeveelheid’ al opduiken?
Wat is nu een attribuut voor Sp? “Onder attribuut versta ik datgene, wat het verstand opvat als uitmakende het wezen van een substantie.” Met andere woorden, substantie bestaat uit een oneindig aantal attributen kenbaar voor het begrijpen (verstand)!
Spinoza breidt het zeventiende eeuwse Substantie uit naar oneindige substanties. De vraag van Gabriel “Waarom maar één substantie en niet twee of tweeëntwintig?” is al door Sp opgelost.

Gabriel gaat onderaan blz 59 plots over van substantie naar objecten: “Er bestaan afzonderlijke objecten, bijvoorbeeld handtassen en krokodillen.” Vergeet niet, een object is voor Gabriel iets dat verschijnt in een zinveld. Spinoza noemt objecten modi. Ook gedachten zijn modi!

Spinoza was net zoals Gabriel een ontologisch pluralist! Of, hij kan zo gelezen en gemoderniseerd worden. Graaf toch, voor zo’n prutser. Niet?

02 en van het Land, zoek eens de in Ethica van Spinoza naar de common notions of de gezamelijke begrippen. Hij zet daar de toon mee in om bvb Alain Badiou te begrijpen en in het verlengde Gabriel.
Hieronder een aanzet voor jullie, zodat het filosofie blog toch boeiend blijft.

Hieronder een tekst die ik integraal van ‘Spinoza Vlaanderen’ haal – een prachtsite van Karel D’Huyvetters - en die een goede beschrijving geeft van die Common Notions.

Common notions of de gemeenschappelijke idee zoals in E2 37, 38 en 39.
In stelling 36 stelt Spinoza het nog eens zeer duidelijk: enerzijds is er de oorzakelijke keten van adequate en ware ideeën (in God); daar komen geen andere ideeën voor dan adequate. Het zijn de ideeën van de zaken zoals ze werkelijk zijn, omdat ze gesteund zijn op een ander waar idee enzovoort. Anderzijds zijn er inadequate ideeën, maar enkel in het gemoed van een singuliere persoon en die zijn intrinsiek inadequaat en confuus, ze kunnen niet anders dan zo zijn. Dat betekent dat deze inadequate ideeën even noodzakelijk confuus zijn als de adequate waar zijn. Ze zijn evengoed het noodzakelijk gevolg van hun oorzaken als de adequate ideeën van hun oorzaken.

Alle singuliere zaken vertonen zekere overeenkomsten (lemma 2): ze zijn ten minste kenbaar onder hetzelfde attribuut. Welnu, zegt Spinoza: datgene wat gemeenschappelijk is aan alle zaken en wat eveneens gemeenschappelijk is aan het geheel en de delen, dat kan nooit de essentie uitmaken van een singuliere zaak. Of: de essentie van een singulier ding kan nooit gemeenschappelijk zijn aan alles. Spinoza bewijst het door de onmogelijkheid van het tegengestelde: als G zowel gemeenschappelijk is aan alles én de essentie is van een singuliere zaak B, kan die singuliere zaak B niet bestaan of denkbaar zijn zonder haar essentie. Maar in de hypothese is G tevens de essentie van B; dus G kan niet bestaan noch denkbaar zijn zonder die singuliere zaak B. Als B bestaat, bestaat ook de G en als B wordt weggenomen, bestaat ook G niet meer; G is zelfs niet denkbaar zonder B. De hypothese stelt echter juist dat G bestaat en wel als iets wat gemeenschappelijk is aan alles en zowel in het geheel als de delen is. Door het verdwijnen van B zou meteen ook wat gemeenschappelijk is aan alles verdwijnen en het bestaan van B zou noodzakelijk zijn voor het bestaan van iets dat gemeenschappelijk is aan alles. Dat is absurd, natuurlijk. G of wat gemeenschappelijk is aan alles kan dus niet tevens de essentie zijn van om het even welke singuliere zaak of wezen, want dan zou het afhankelijk zijn van het bestaan van singuliere zaken en dat is niet wat bedoeld wordt met iets dat gemeenschappelijk is aan alles en dat gemeenschappelijk is aan het geheel en de delen.

Er is dus iets dat op die tweevoudige manier gemeenschappelijk is en dat is niet de essentie van singuliere zaken. Zoiets kan niet anders dan een adequate weergave zijn van de werkelijkheid. Dat bewijst Spinoza op de gebruikelijke manier door te analyseren waarin kennis precies bestaat.

We vertrekken van de oneindige keten van ideeën die (in God) bestaat; alle ideeën die niet gebaseerd zijn op ons gemoed maar op God, of de substantie, zijn waar en adequaat. Iets wat gemeenschappelijk is aan alles is niet de essentie van een singuliere zaak en dus van geen enkele singuliere zaak en gaat dus niet terug op singuliere zaken en dus niet op de kennis daarvan in ons gemoed, maar op de adequate ideeën die daarvan bestaan in God of in de oneindige reeks van adequate ideeën. Er is (in God) ook een idee van wat gemeenschappelijk is aan alles en dat dus eveneens gemeenschappelijk is aan het menselijk lichaam en zijn toestanden. Die toestanden houden zelf zowel de natuur in van het eigen lichaam als van de externe lichamen die ermee in contact komen. Het idee van dat gemeenschappelijke behelst dus tevens wat gemeenschappelijk is aan wat ons gemoed kent. Er is dus naast de inadequate kennis van ons gemoed ook adequate kennis van wat ons gemoed kent, maar dan enkel van wat gemeenschappelijk is en niet teruggaat op de singuliere objecten van onze kennis, maar op de oneindige keten van ideeën, precies doordat wij de mogelijkheid hebben om te weten te komen wat gemeenschappelijk is aan alles. Zo kunnen wij onderkennen wat gemeenschappelijk is, zowel in onze kennis van ons gemoed zelf, als van ons lichaam en de externe lichamen. Dat is mogelijk omdat die kennis niet afhankelijk is van onze gewone defectieve kennis van ons gemoed, die gesteund is op onze lichamelijke toestanden, maar van een andere manier van kennen, de innerlijke kennis van stelling 29 en de absolute waarheden van stelling 34. Die kennis van wat gemeenschappelijk is kan dus niet anders dan waar zijn.

Het corollarium trekt die kennis open naar alle mensen. Er zijn immers overeenkomsten tussen singuliere zaken en de kennis van die overeenkomsten is noodzakelijkerwijs adequaat, wat inhoudt dat ze voor iedereen adequaat is. Dus zijn er noties of begrippen die gemeenschappelijk zijn aan alles en aan het geheel en de delen, die tevens voor iedereen kenbaar zijn. Ook in die zin, namelijk vanuit het kennende subject, zijn ze gemeenschappelijk.

Spinoza heeft hier een eerste belangrijke stap gezet naar de mogelijkheid voor de mens om adequaat te denken. Het gaat om een interne manier van denken die zich niet laat afleiden door de indrukken die de zaken op ons gemoed maken, maar die in de veelheid en verscheidenheid op zoek gaat naar wat gemeenschappelijk is, naar wat maakt dat zaken op elkaar lijken, met elkaar overeenkomen, bijvoorbeeld dat al wat is, uitgebreid is, en dat er niets is dat niet uitgebreid is, met andere woorden dat de substantie één is.

Stelling 39 preciseert welke ideeën er adequaat kunnen zijn in ons gemoed, dat anders zo geteisterd wordt door valse indrukken. Dat moet wel datgene zijn wat gemeenschappelijk en eigen is aan zowel het menselijk lichaam en aan de externe lichamen waarmee wij gewoonlijk in contact komen en dat tevens in het deel en het geheel is van beide lichamen.

De bewijsvoering verloopt op de vertrouwde manier. Als er iets is dat beantwoordt aan deze voorwaarden, dan is daarvan een idee (in God), niet op basis van onze defectieve kennis, maar op basis van die andere kennis, die ons in staat stelt om in de inwerking die ons lichaam ondergaat van een extern lichaam het gemeenschappelijke te herkennen dat er is met ons eigen lichaam. Op die manier kunnen wij het adequaat idee dat (in God) bestaat ook in ons gemoed hebben.

Het corollarium verrast ons door zijn abrupte eenvoud: door het ontdekken van wat gemeenschappelijk is in ons en in verschillende zaken om ons heen, kunnen we tot adequate kennis komen. Hoe meer er gemeenschappelijk is tussen ons en wat wij kennen, hoe meer wij adequaat kunnen kennen!

Als we dan vertrekken van een dergelijk adequaat idee en we laten dat de basis of oorzaak zijn van een ander idee, dan kan dat tweede idee niet anders dan eveneens adequaat zijn. Dat is evident, maar het opent nieuwe mogelijkheden. We hoeven niet noodzakelijk voor elk adequaat idee op zoek te gaan naar wat gemeenschappelijk is tussen ons en iets anders, we kunnen voortbouwen op adequate ideeën die we op die manier verworven hebben, we kunnen kennis cumuleren, we kunnen deductief denken. Spinoza formuleert het bewijs ook hier in termen van ideeën die in God zijn en in ons gemoed. Laten we hem even stap voor stap volgen.

Een adequaat idee dat volgt uit een bestaand adequaat idee berust uitsluitend op een idee in ons gemoed. Het steunt dus niet op Gods absolute kennis en alwetendheid, noch op een adequaat idee uit de oneindige keten van adequate ideeën van oneindig veel singuliere zaken, maar enkel op een idee dat in ons gemoed is, of in God in zover hij ons gemoed uitmaakt, of om het eens andersom te formuleren, in ons gemoed in zover het God is. En dus hebben wij in ons gemoed adequate ideeën.

Wij komen dan bij de twee lange scholia die Spinoza aan deze stelling toevoegt.

In het eerste scholium legt Spinoza uit dat deze gemeenschappelijke noties de fundamenten zijn van ons redeneren (ratiocinium); met die term verwijst men gewoonlijk naar het mathematisch denken en naar het logisch denken, bijvoorbeeld in syllogismen. De basis daarvan is volgens Spinoza het onderkennen van wat gemeenschappelijk is in alles en wat zowel in het deel als in het geheel is. Ideeën of kenmerken die daaraan beantwoorden, zijn adequaat in ons gemoed en laten ons dus toe helder te denken. Dat is de methode die Spinoza aanwijst om helder te denken. Die maakt het mogelijk nog andere axioma’s of begrippen adequaat te verklaren en zo tot een beter inzicht te komen in al de woorden die we hanteren en al de begrippen die we gebruiken. Dan zal blijken dat het ene begrip al nuttiger is dan het andere en dat sommige helemaal niet nuttig zijn; dat sommige voor iedereen evident zijn, terwijl andere zullen ontsnappen aan alle behalve de scherpzinnigste denkers, die zich niet laten afleiden door vooroordelen. Wij zullen ook in staat zijn ideeën te verwerpen omdat ze niet gesteund zijn op adequaat denken volgens deze eenvoudige maar veeleisende methode, een scheermes van Ockham zoals geen ander. Daarover had Spinoza al een andere verhandeling geschreven, namelijk de Tractatus de Intellectus Emendatione, waarin hij ook uitlegt hoe men kan voortbouwen op adequate ideeën en op welke wijze men zich daarbij kan vergissen. Het is niet doenbaar dat alles hier nogmaals op te nemen, zegt hij, maar toch zal hij toch die elementen daaruit vermelden die nodig zijn voor een goed begrip van wat nog volgt.

Terzijde vermelden we hier dat de Verhandeling over de verbetering van het verstand postuum gepubliceerd is, dus samen met de Ethica. Het is dus onwaarschijnlijk dat Spinoza deze verwijzing op deze manier geformuleerd heeft in de Ethica, want dan zou hij verwezen hebben naar een ongepubliceerd werk. Zijn uitgevers konden dat echter wel doen, omdat wie de Ethica las, ook de Verhandeling in handen had.

Hoe ontstaan ‘transcendentale’ begrippen, dat wil zeggen begrippen die op vele singuliere zaken van toepassing zijn en die hun essentie weergeven: een zijnde, een singuliere zaak, iets? Dat komt, zegt Spinoza doordat wij een gemoed hebben dat werkelijk beperkt is in zijn vermogen om te denken, bijvoorbeeld om zich allerlei zaken tegelijkertijd in te denken of in te beelden. Als we aan te veel zaken of personen tegelijk denken, vervagen de contouren van elke singuliere zaak of persoon; hun individuele kenmerken verdwijnen naar de achtergrond, zodanig dat we hen niet meer van elkaar kunnen onderscheiden: ze lijken allemaal eender, ze vallen allemaal onder dezelfde noemer en die noemer geven we dan een zeer algemene naam: iets dat is, een zijnde, een zaak, een ding, iets, veel algemener kan het niet. Maar ook wanneer er geen overdreven veelheid is van zaken die tot verwarring leidt, is het mogelijk dat wij vage, onduidelijke beelden hebben van singuliere zaken, zoals iedereen zelf kan vaststellen; dat heeft gelijksoortige oorzaken, namelijk een defectieve werking van ons gemoed, die tot niets anders kan leiden dan confuse begrippen.

Naast die uiterst algemene begrippen heeft de mens op dezelfde manier nog andere gevormd, namelijk zogenaamd universele benamingen die specifiek zijn voor bepaalde soorten en die op alle individuele exemplaren van een soort van toepassing zijn: mens, paard, hond. Het zijn niet de onderlinge verschillen van al die individuen die we het vaakst zien, maar juist de gemeenschappelijke kenmerken. We zien voortdurend mensen, maar de meest uitzonderlijke individuele eigenschappen zien we evident het minst vaak, ook al vallen ze misschien het meest op. Het is dan op grond van de gemeenschappelijke eigenschappen die we voortdurend bij iedere mens vaststellen, dat we ons idee ‘mens’ zullen vormen als een soort grootste gemene deler.

Opvallend is dat een dergelijk algemeen begrip verschillende inhouden zal hebben voor verschillende personen, naargelang de indrukken die hun lichaam het vaakst heeft ondergaan of wat hen daarbij om een of andere reden het meest is opgevallen. Wat anderzijds zelden of nooit voorkomt als een kenmerk van de soort, zal men niet met de soort associëren en een individu met die kenmerken dus niet tot de soort rekenen. Zo kan men bijvoorbeeld de vroegste vormen van racisme verklaren: als men nog nooit een ‘wilde’ gezien heeft, zal men moeite hebben om er spontaan een mens in te zien, omdat het gevestigde mensbeeld zo verschillend is. Dat overkwam zelfs Darwin.

Zo zal iedereen bij het begrip mens aan allerlei verschillende kenmerken denken die specifiek zijn voor de mens en zullen de verschillende definities die men ervan geeft die eigenschappen benadrukken die men het vaakst ervaren heeft of waaraan men het meest aandacht besteed heeft vanuit de eigen vooringenomenheid: homo homini lupus, dan wel homo homini deus. Wie dus een juiste definitie wil geven van iets, zal zich ervoor hoeden die uitsluitend af te leiden van de reële of vermeende kenmerken van een zaak of van de begrippen die daarop gebaseerd zijn, omdat die hopeloos verschillend zijn van mens tot mens. Filosofen en wetenschappers die zo te werk gaan, zullen voortdurend in controverses belanden, omdat iedereen zijn eigen subjectieve begrippen hanteert.

In het tweede scholium komt Spinoza tot conclusies over de verschillende manieren waarop wij kennen. Universele noties ontstaan zoals gezegd ofwel doordat men veralgemeent, ofwel doordat men aan zaken die men herhaaldelijk onder ogen krijgt een naam geeft. Wat wij op die manier weten, is echter onvermijdelijk vaag en onduidelijk; het is de eerste of primaire manier van kennen of om zich ideeën te vormen: het is een mening die wij hebben, niet meer dan een opinie, een manier om ons de dingen in te beelden, om ons te helpen ze ons in herinnering te brengen: woorden, namen, beelden. We hebben vastgesteld dat er een tweede kennissoort is, namelijk die van de gemeenschappelijke noties, die adequate ideeën oplevert van de zaken zoals ze zijn, met hun werkelijk karakteristieke kenmerken; dat is de het kennen door het gebruik van de rede, het innerlijk kennen, dat zich niet baseert op het contact met lichamen buiten ons maar daarop logisch voortbouwt en tot adequate gemeenschappelijke noties komt.

Tot zover puur Spinoza van het blog 'Spinoza Vlaanderen'.

De meesten zien de CM’s alleen als gemeenschappelijke begrippen. Deleuze ziet dat anders, want voor hem is een abstract algem. begr. iets waar je niet veel aan hebt. Het is kennis die niet ‘betrokken’ is. Deleuze verbindt E4 14 met algem. begr. Kennis moet een aandoening worden om zo te groeien naar adequaat idee. Zie zijn lessen over Spinoza op het net, zeker één vierde van zijn tekst heeft hij het over muziek die je bevalt, een vriend die je blijdschap brengt en dergelijke. Dat is voor Deleuze belangrijk in een CM, dat het werkelijk betrokken iets wordt. Deleuzes ‘wordingen’.

Hieronder een stuk vertaald uit ‘Practical Spinoza’ van de Gille.

Common Notions - CN's - (blz 54-58)
De gemeenschappelijke ideeën (E2 37, 40) heten zo niet omdat ze gemeenschappelijk zijn voor allen, maar in de eerste plaats omdat ze iets representeren overeenkomstig lichamen, ofwel voor alle lichamen (uitgebreidheid, beweging en rust) ofwel voor sommige lichamen (op zijn minst twee, het mijne en dat van iemand anders). In deze betekenis zijn gemeenschappelijke ideeën geen abstracte ideeën maar algemene ideeën (TPT 7).

Elk bestaand lichaam is gekenmerkt door een zekere relatie met beweging en rust. Wanneer de relaties die overeenkomen voor twee lichamen zich aan elkaar aanpassen, dan vormen beide lichamen samen één groter geheel met gebundelde krachten. Het wordt een geheel dat zich ook toont in de delen. (Zie chyle en lymph als onderdelen van bloed, Brief 32 naar Oldenburg.)
Een gemeenschappelijk idee is de representatie van het samengaan van twee of meer lichamen, het is de eenheid van dit samengaan. De optelling is meer biologisch dan rekenkundig, het drukt de relatie van actieve overeenstemming of harmonisering uit van de twee bestaande lichamen. Slechts in de tweede plaats zijn gezamenlijke ideeën overeenkomstig in het begrijpen. Alleen voor geesten die fysiek geaffecteerd zijn in hun samenhang geldt de harmonisering waarover sprake.

Alle lichamen, ook diegene die niet overeenkomen met elkander (bijvoorbeeld een vergif en een lichaam) hebben een gemeenschappelijkheid in beweging en rust. Dit komt omdat ze verbonden zijn met elkaar vanuit het oogpunt van die interfererende gifmodus. Maar het is niet door hetgeen ze gemeen hebben dat ze niet overeenkomen (E4 30). In elk geval, bij overweging ziet men waar het gemeenschappelijke eindigt en het niet overeenkomende begint. Hier beginnen differentie en oppositie (E2 29, schol).

Gemeenschappelijke ideeën zijn noodzakelijk adequate ideeën. Door hun eenheid in geheel en delen kunnen ze alleen adequaat zijn (E2 38, 39). Het hele probleem zit hem in de kennis hoe dit vormelijk voor elkaar te krijgen. De belangrijkheid van het groter of kleiner worden van de overeenkomst wordt duidelijker. Op meerder plaatsen schrijft Spinoza dat we van het meer gemeenschappelijke naar het minder gemeenschappelijke gaan. (TPT 7; E2 38, 39) Dan hebben we te maken met een vorm van toepassen, waar we starten bij de meest algemene noties om dit van binnenuit te begrijpen, komt het niet samengaan op veel lager algemeen niveau. De gemeenschappelijke noties worden verondersteld al gegeven te zijn. De orde van formatie is een geheel ander aandachtspunt. Wanneer we een lichaam ontmoeten dat bij het onze aansluit, ervaren we Blijheid, een affect van bevestiging hoewel we nog niet weten waarin we overeenkomen. Droefheid ervaren we als een lichaam niet met het onze overeenkomt en we geen gemeenschappelijk idee kunnen vormen. Het is het blij-affect dat onze kracht vergroot in begrip en zo het gemeenschappelijke vormt. De Rede is een kracht die goede overeenkomsten organiseert, dat zijn aanrakingen van modi die in ons het gezamenlijke vormen en zo inspireren tot blijheid (emoties die overeenkomen met rede). De perceptie en het begrijpen van de GN’s, dat is, van de relaties die samenkomen in die samenhang, van waaruit dit alles leidt naar andere samenhangen (met rede) en die op hun beurt de basis geven om nieuwe emoties te voelen. Deze laatste zijn actieve emoties, geboren uit de rede.

Spinoza verklaart de orde van vorming of de wordingsgeschiedenis van de gemeenschappelijke noties aan het begin van E 4, in verschil met E 2 waar het zich beperkte tot de logische ordening:
1. “Zolang we niet gedomineerd zijn door affecten die tegen onze natuur ingaan …” - affecten van droefheid - hebben we het vermogen om GN’s te vormen (zie E5 10, waar de GN’s en de voorgaande proposities ingeroepen worden). De eerste GN’s zijn daarom de minst gemeenschappelijke, het zijn deze die vooral gezamenlijk zijn tussen mijn lichaam en een ander dat mij affecteert met blijheid.
2. Van en door deze eerste CN’s volgen affecten van blijheid. Deze zijn geen passies maar eerder actieve blijheden die samengaan met de eerste emoties en vervolgens hun plaats innemen.
3. Deze eerste CN’s en hun actieve affecten geven ons de kracht CN’s te vormen die meer algemeen zijn, zij drukken uit wat er gemeen is, zelfs tussen lichamen die niet overeenkomen met het onze, die tegen onze natuur ingaan en droefheid brengen.
4. En het zijn deze nieuwe meer algemene CN’s, deze actieve affecten van blijheid die de droefheid overnemen en veranderen.

Common Notions stichten zinvelden.

Hieronder een stuk tekst van Robert Misrahi. Als ik iets niet weet volg ik netjes Deleuze en Misrahi.

Robert Misrahi: 100 woorden over de Ethica
Algemeen erkende begrippen - CN's - (blz 29 – 31)
(Ik neem niet de hele tekst over, alleen stukken die laten zien dat ook Misrahi een lichamelijk denker is.)

Een CN is geen ‘woordeloze afbeelding op een schilderij’, dat wil zeggen een passief idee, en ook geen algemeen begrip zonder meer, dat wil zeggen de benaming van een verward beeld. De oorsprong van de CN’s verklaart Spinoza uit de materiële natuur en dus uit de materiële lichamen zelf. Ze brengen de objectieve eigenschappen tot uitdrukking die alle materiële lichamen gemeen hebben en die voor de menselijke geest dus zowel van belang zijn omdat hij het idee van een lichaam is, zijn eigen lichaam namelijk, als omdat hij leeft te midden van een natuur die eveneens uit materiële lichamen bestaat. Aangezien de menselijke geest met de uitgebreidheid verbonden is door zijn lichaam en in de uitgebreidheid leeft door zijn waarneming, is hij in staat te vatten dat ‘alle lichamen in sommige opzichten overeenkomen’
Het gaat hier niet om empirische kennis. Spinoza verklaart de CN’s niet vanuit een inwerking van de materie op geest; hij verklaart ze vanuit de objectieve waarneming van de materie, een waarneming verricht door een wezen dat tegelijkertijd geest en materie is. De natuur van de dingen en van de wereld maakt het ons mogelijk het universele karakter te bevestigen van deze algemene begrippen, die op hun beurt de voortgang van het redeneren en de universaliteit van de rede mogelijk maken.
Uit de eigen aard is de CN dus een vorm van activiteit en niet van receptiviteit. Juist op grond van zijn dubbele hoedanigheid van materie en geest kan de mens een kennisactiviteit uitoefenen die tegelijkertijd verankerd is in het objectieve materiële karakter van de wereld en in de rede.

Nog een aanvulling voor jullie.

Over waarheidsproductie in Gabriels filosofie.

We horen hier en daar wel eens dat waarheid niet zou bestaan. Meer nog, DE waarheid bestaat NIET zegt dan iemand. Waarbij de kapitalen luidruchtig meeklinken in zijn of haar stem!
Vervolgens vraagt een andere pientere zich af of die uitspraak zelf een waarheid zou zijn?
De waarheid die dan zegt dat er geen waarheid is …

Richard Feynman zei eens “You have to be in a framework that allow something to be true.”

Iets verschijnt pas of krijgt samenhang in en door het frame waardoor gekeken wordt. ‘Je moet in een framework zitten’, in een kadrering met coördinaten die dat ‘something’ laat verschijnen. Belangrijk om op te merken is dat het dit framework zelf is dat de waarheid van iets laat verschijnen en niet andersom. Niet dat er eerst waarheid zou zijn, die, als je goed toekijkt, gezien wordt.
Er is eerder waarheidsproductie, geen waarheidsvinding in filosofie.

Vervang frame door zinveld en je hebt Gabriel.

De coördinaten van dat frame geven de knooppunten waardoor de chaos van ‘dingen die gebeuren’ stollen tot ‘feiten’ in die waarneming. Wie met een ander framework naar ‘de dingen kijkt’ ziet andere ‘feiten’. Feiten worden pas deelbaar in een objectgebied, daar valt concreet in gezamelijke afspraak te meten en te wegen.

Maar dan is een mens … Ja, elke mens is een framework! Je hebt geen framework maar je bent het framework! Coördinaten hebben zich gestructureerd en deze verankering is het subject in de individuele mens. Spinoza zou zeggen dat affectiones modi creëren. Modi = knooppunt = framework = mens = houding = zijn.

En dit zijn is een worden, een wording. Binnen neuronale configuraties raken affecties verbonden met affecten die mij bepalen. Het frame dat ik ben is een krachtveld van waarheid.

Frameworks die samen visies vormen worden groepen van imaginair gelijkgezinden of krachtvelden die aanspraak maken op ‘hun’ waarheid. Zinvelden verbinden mensen. Stollingen worden niet meer gezien als diverse mogelijkheden maar als vaste feiten. Feit, framework en imaginair gelijkgezinden vallen vervolgens samen, worden één. Spinoza’s multitude.

Friedrich Nietzsche is degene die het perspectivische van ‘DE waarheid’ vooropstelde maar in zijn teksten onduidelijk bleef daar hij objectgebieden en zinvelden niet onderscheidde. En de slecht horende vroegen hem toen ook al of zijn waarheid wel een waarheid was.

Waarheid bestaat dus wel in zinvelden en is niet subjectief! Subjectief - voorgesteld als betrekkelijk of onwaar - zou staan tegenover objectief en dat laatste wordt voorgesteld als het juiste ware. We zien nu dat het ware het gevolg is van ‘frameworks’.

“It’s the frame, stupid!” Maar wat is de consequentie?
Het voortvloeisel is dat dit geen vrijblijvende gedachte is! Het is het neuronale lichamelijk bewuste frame dat samen met jouw transcendente ideeën jou dwingt die dingen te doen en te zeggen die je doet en zegt. Dit is je predestinatie of determinatie voor wie in die termen wil denken. Het is Freud’s ‘Ik’ dat geen baas in eigen huis is en Nietzsches ‘wil tot macht’.

Gebruikersnaam02, als je doorgelezen hebt tot hier – wat ik betwijfel – dan zie je hoe je Nietzsche beter kunt begrijpen via Gabriel want je schreef dat Friedrich de enige ware filo was. Heb je na de gezamenlijke crea-uurtjes in je instelling nog tijd voor jezelf?

Waar de wil zich een weg zoekt dient zich de keuze aan. Je wil - of je subjectcoördinaten - kan je niet kiezen, dat gebeurt buiten ‘je’ om en dat is een lichamelijk bewuste zonder dat iets ‘ik’ zegt. Denkers hebben het door de eeuwen heen verschillende namen gegeven. Ons dagelijks handelen en denken sluit zich op die wil aan met (beperkte) keuzemogelijkheden. Een zelfbewustzijnervaring - dat zich aanduidt met ‘ik’ - kiest overeenkomstig zijn mogelijkheden. Deze speelruimte is gefundeerd door een mix van gezondheid, erfelijkheid, intellect, omgeving, opvoeding en dergelijke. ‘Vrije wil’ is een tautologie en het woordje vrij kan hier weg.

Het frame als zinveld is je subject én je lichamelijke coördinaten. Het onbewuste is geen opslagplaats ergens diep verstopt in je, maar iets dat telkens opnieuw gemaakt wordt. Handelen in waarheid is handelen naar de imperatief van je frame.

Ziezo, Gebruikersnaam02 en van het Land, jullie hebben weer iets te doen. De ene met een flesje Corona, de andere in de bibliotheek van…

Wat een forum?

   

O, kon ik maar verdwalen
en niet meer weten waar ik ben
de ruimte op mijn geest verhalen
verzwommen in een naamloos Men

Ach, liet Men mij toch dolen
geen doel, geen plan, geen enkel streef
de kaart, de route kan gestolen
dat Het bij louter beelden bleef

Ooit trok zo mij de schemer
verstild in mistig floers
het halve duister
waar schaduw kansloos bleef

   

Mooi Steven

Inderdaad, hij of zij die weet heeft, van ruimte, van doel en plan, van kaart en route en bijgevolg van beelden, zal een keer mijmeren van ooit.
“O, kon ik maar… en ach, ooit trok mij het halve duister waar…”

Doch eenmaal beelden… is er nooit meer louter, nooit meer zomaar, nooit meer zonder naam en zonder schaduw voor een mens.
Meer nog, de woorden zelf brengen haar tegendeel waardoor pas een schaduwloze ruimte met die woorden kan bedacht worden. Voor de mens is er nooit een ruimte geweest van schaduwloos zijn.

Mensworden is schaduwworden.

   

Vooruit, Ursula en Leon! (Deel? Ach…)

Friedrich Nietzsche
“Over waarheid en leugen in buiten-morele zin.” (1874)
Vertaald door Bart de Goeij

Er was eens, in een afgelegen hoek van het met talloze zonnestelsels flonkerend volgegoten heelal, een hemellichaam waarop slimme dieren het kennen uitvonden. Dat was de hoogmoedigste en leugenachtigste minuut van de “wereldgeschiedenis”: maar toch was het maar een minuut. Na enkele ademtochten van de natuur verstarde het hemellichaam, en de slimme dieren moesten sterven. Zo’n fabel zou iemand kunnen bedenken en nog zou hij niet afdoende hebben geïllustreerd, hoe jammerlijk, hoe schaduwachtig en vluchtig, hoe doelloos en willekeurig het menselijk intellect eruit ziet in de natuur; er waren eeuwigheden waarin het er niet was; wanneer het ermee voorbij is zal er niets gebeurd zijn. Want er is voor dat intellect geen verdere missie, die boven het mensenleven uitstijgt. Integendeel: het is menselijk en alleen zijn bezitter en verwekker vat het zo pathetisch op, alsof de hele wereld erin rondwentelde. Konden we echter de mug verstaan, dan zouden we vernemen dat ook zij met dit pathos door de lucht vliegt en het vliegende middelpunt van de aarde in zich voelt. Er is niets zo verwerpelijk en onaanzienlijk in de natuur of het wordt door de eerste de beste zucht van deze kracht van het kennen opgeblazen als een ballon; en zoals iedere kruier zijn bewonderaar wil hebben, zo meent zelfs de trotste mens, de filosoof, van alle kanten de ogen van het heelal telescopisch gericht te zien op zijn doen en zijn denken.

Het is merkwaardig dat dit tot stand wordt gebracht door het intellect, dat wat aan de ongelukkigste, delicaatste en vergankelijkste wezens toch juist is toegevoegd als hulpmiddel, om ze een minuut in het bestaan vast te houden; zonder deze toevoeging zouden ze alle reden hebben om het, zo snel als Lessings zoon te ontvluchten. De met het kennen en waarnemen verbonden hoogmoed misleidt de mens, begoochelende nevel over zijn ogen en zintuigen leggend, over de waarde van het bestaan, en wel doordat hij de meest vleiende waardering van het kennen in zich draagt. Zijn meest algemene uitwerking is misleiding — maar ook zijn meest specifieke effecten dragen iets van hetzelfde karakter in zich.

Het intellect, als middel tot behoud van het individu, ontplooit zijn belangrijkste krachten in het vermommen want dat is het middel waarmee de zwakkere, minder robuuste individuen zich staande houden, omdat hun het voeren van een strijd om het bestaan met hoorns of een scherp roofdiergebit ontzegd is. In de mens bereikt de vermommingskunst haar hoogtepunt: de misleiding, het vleien, liegen en bedriegen, het achter-de-rug-om-praten, het voorstellen, het in verborgen glans leven, het gemaskerd zijn, de verhullende conventie, het toneelspelen voor anderen en zichzelf, kortom, het voortdurende fladderen rond de ene vlam van ijdelheid zijn hier zozeer regel en wet, dat niets onbegrijpelijker is, dan hoe er onder de mensen een eerlijke en zuivere drang naar waarheid kon opkomen. Zij zijn diep gedompeld in illusies en droombeelden, hun oog glijdt slechts over de oppervlakte der dingen in het rond en ziet “vormen”, hun waarneming leidt nooit tot waarheid, maar neemt daarentegen genoegen met het ontvangen van prikkels en zoiets als het spelen van een tastend spel op de rug der dingen. Daarbij laat de mens zich ’s nachts, zijn hele leven lang, voorliegen in dromen, zonder dat zijn gevoel voor moraal dat zelfs maar probeert te voorkomen: terwijl het schijnt dat er mensen zijn, die door sterke wilskracht gestopt zijn met snurken. Wat weet de mens eigenlijk van zichzelf! Is hij zelfs maar in staat zichzelf, als lag hij in een verlichte vitrine, helemaal waar te nemen? Verbergt niet de natuur het allermeest voor hem, zelfs over zijn lichaam, om hem — terzijde van de kronkelingen der darmen, het snelle stromen van het bloed, de ingewikkelde trillingen der vezels — in een trots, begoochelend bewustzijn in te bannen en op te sluiten? Ze wierp de sleutel weg: en wee de noodlottige nieuwsgierigheid, die eens door een kier uit de kamer van het bewustzijn neer zou kunnen kijken en die er dan een vermoeden van zou krijgen, dat de mens berust op het meedogenloze, het gulzige, het onverzadigbare, het moorddadige, in de onverschilligheid van het niet-weten, en als het ware op de rug van een tijger in dromen hangend! Waar ter wereld komt in deze constellatie de drang naar waarheid vandaan?

Voor zover het individu zichzelf ten opzichte van andere individuen handhaven wil, zou het in natuurlijke omstandigheden het intellect vooral slechts gebruiken ter vermomming: echter, omdat de mens tegelijkertijd uit nood en verveling in de maatschappij en in de kudde wil bestaan dient hij vrede te sluiten en streeft hij ernaar, dat ten minste de allergrofste bellum omnium contra omnes uit zijn wereld verdwijnt. Deze overeenkomst brengt echter iets met zich, dat eruit ziet als de eerste stap tot het verlangen van die raadselachtige waarheidsdrang. Nu wordt namelijk dat gefixeerd, wat van nu af aan “waarheid” moet zijn, dat wil zeggen: er wordt voor de dingen een gelijkelijk geldende en bindende benaming uitgevonden en deze jurisdictie van de taal stelt ook de eerste wetten der waarheid op: want hier ontstaat voor het eerst het contrast van waarheid en leugen: een leugenaar gebruikt de gangbare benamingen, de woorden, om het onwerkelijke werkelijk te doen schijnen; hij zegt bijvoorbeeld: “Ik ben rijk,” terwijl voor zijn toestand juist “arm” de correcte benaming zou zijn. Hij misbruikt de vastgelegde conventies door willekeurige verwisseling of zelfs omkering der namen. Als hij dit op baatzuchtige en bovendien schadelijke wijze doet, dan zal de maatschappij hem niet meer vertrouwen en hem hierom buitensluiten. De mensen vermijden daarbij niet zozeer het bedrogen worden als wel het benadeeld worden door bedrog. Ze hebben, ook op dit plan, in feite geen hekel aan de misleiding, maar aan de onaangename, vijandige gevolgen van zekere soorten van misleiding. In een op dezelfde manier beperkte zin wil de mens ook alleen de waarheid. Hij begeert de aangename, levensbehoudende gevolgen van de waarheid; tegenover de zuivere, consequentieloze kennis is hij onverschillig, tegen de wellicht schadelijke, vernietigende waarheden zelfs vijandelijk gestemd. En bovendien: hoe staat het met de genoemde conventies van de taal? Zij zijn wellicht voortbrengselen van de kennis, de waarheidszin: congrueren de betekenissen en de dingen? Is de taal de adequate uitdrukking van alle realiteiten?

Alleen door middel van vergeetachtigheid kan de mens er ooit toe komen te geloven dat hij een waarheid bezit in de zojuist aangeduide graad. Wanneer hij geen genoegen wil nemen met de waarheid in de vorm van de tautologie, dat is: met lege hulzen, dan zal hij eeuwig illusies voor waarheden kopen. Wat is een woord? De afbeelding van een zenuwprikkel in klanken. De zenuwprikkel toeschrijven aan een oorzaak buiten ons, is echter al het resultaat van een vals en niet te rechtvaardigen gebruik van de wet van de toereikende grond. Hoe zouden we kunnen zeggen, als bij de genesis der taal de waarheid alléén, als voor de benamingen het gezichtspunt van de waarheid alléén beslissend was geweest, — hoe zouden we dan toch kunnen zeggen: ‘De steen is hard’? Alsof ‘hard’ ons overigens nog bekend is en niet als een geheel subjectieve prikkel! We delen de dingen in naar geslacht, we noemen de boom mannelijk, de plant vrouwelijk: wat een willekeurige overzettingen! Hoe ver uitgevlogen boven de canon der zekerheid! We spreken van een “slang”: die benaming betreft niets dan het slingeren, en had ook net zo goed aan de worm kunnen toekomen. Wat een willekeurige afbakeningen, wat een eenzijdige bevoorrechting van nu eens deze, dan weer die eigenschap van een ding! De verschillende talen naast elkaar laten zien, dat het bij de woorden nooit op waarheid, nooit op een adequate uitdrukking aankomt: anders waren er immers niet zoveel talen. Het “Ding an sich” (dat zou pas de zuivere, consequentieloze waarheid zijn) is ook voor de talenbouwer totaal onbevattelijk en helemaal niet nastrevenswaard. Hij benoemt niet meer dan de relaties van de dingen tot de mensen en roept om die uit te drukken de stoutste metaforen te hulp. Een zinnenprikkel allereerst overzetten in een beeld! Eerste metafoor. Het beeld weer nagemaakt in een klank! Tweede metafoor. En iedere keer wordt er geheel uit de oorspronkelijke sfeer midden in een volslagen andere en nieuwe sfeer gesprongen. Men kan zich een mens voorstellen, die geheel doof is en nooit een gewaarwording van toon of muziek heeft gehad: zoals deze misschien verwonderd kijkt naar Chladni’s klankfiguren in het zand, hun oorzaak ontdekt in het trillen van de snaar en nu zou zweren dat hij weet, wat de mensen de toon noemen, zo vergaat het ons allen met de taal. Wij geloven dat we iets van de dingen zelf weten, als we over bomen, kleuren, sneeuw en bloemen spreken, maar bezitten toch niets dan metaforen der dingen, die volstrekt niet overeenstemmen met de oorspronkelijke entiteiten. Zoals de toon zich als zandfiguur vertoont, zo doet het raadselachtige X van het Ding an sich zich eerst als zinnenprikkel, dan als afbeelding, ten slotte als klank voor. Logisch gaat het er dus in elk geval niet aan toe bij het ontstaan van de taal, en al het materiaal waarin en waarmee de mens van de waarheid, de onderzoeker, de filosoof werkt en bouwt, is zo niet uit sprookjesland 7 dan toch in ieder geval niet uit het wezen der dingen afkomstig.

Overwegen we in het bijzonder de vorming van de begrippen : ieder woord wordt direct begrip, doordat het nu juist niet dienst hoort te doen als een soort aandenken aan een eenmalige en geheel en al geïndividualiseerde oergebeurtenis waaraan het zijn ontstaan dankt, maar integendeel doordat het op hetzelfde moment moet passen op talloze, min of meer op elkaar lijkende, ofwel: strikt genomen nooit aan elkaar gelijke, gevallen. Ieder begrip ontstaat uit het gelijkstellen van het niet-gelijke. Zo zeker als nooit enig blad gelijk is aan een ander, zo zeker is het begrip “blad” gevormd door het willekeurig laten vallen van individuele verschillen, door het vergeten van het kenmerkende. Even zeker wekt het begrip “blad” nu het denkbeeld, dat er in de natuur buiten de bladeren iets zou zijn dat “Blad” is, zogezegd een oervorm, waarnaar alle bladeren geweven, geschetst, afgemeten, gekleurd, gekruld, beschilderd zijn, maar dan door onbekwame handen, zodat geen enkel exemplaar correct en geloofwaardig als een trouwe afbeelding van de oervorm is uitgevallen. We noemen een mens eerlijk; “Waarom heeft hij vandaag zo eerlijk gehandeld?” vragen we. Ons antwoord pleegt te luiden: vanwege zijn eerlijkheid. De eerlijkheid! Dat is weer: het Blad is de oorzaak van de bladeren. We weten helemaal niets van een wezenlijke kwaliteit, die eerlijkheid heet, maar wel van talrijke geïndividualiseerde, derhalve ongelijke handelingen, die we door het weglaten van het ongelijke gelijkstellen en nu tot eerlijke handelingen benoemen; uiteindelijk formuleren we op grond van hen een qualitas occulta met als naam: de eerlijkheid.

Het over het hoofd zien van het individuele en werkelijke levert ons het begrip op, evenals de vorm, terwijl de natuur geen vormen en begrippen en dus ook geen soorten kent, maar alleen een voor ons ontoegankelijk en ondefinieerbaar X. Want ook onze tegenstelling van individu en soort is antropomorf en stamt niet van het wezen der dingen, terwijl we het ook niet moeten wagen te zeggen, dat ze er níet aan beantwoordt: dat zou namelijk een dogmatische bewering zijn en als zodanig even onbewijsbaar als het tegendeel.

Wat is dus waarheid? Een beweeglijk leger van metaforen, metoniemen, antropomorfismen, kortom: een som van menselijke relaties die, poëtisch en retorisch opgeblazen, overgezet en opgesmukt werden en die na lang gebruik een volk vast, canoniek en bindend schijnen: de waarheden zijn illusies waarvan men vergeten is dat het illusies zijn, metaforen die opgebruikt en zintuiglijk krachteloos zijn geworden, munten die hun stempelbeeld verloren hebben en die nu als metaal, niet meer als munten beschouwd worden. We weten nog steeds niet, vanwaar de drang naar waarheid stamt: want tot nu toe hebben we slechts gehoord van de verplichting die de maatschappij oplegt om te kunnen bestaan: waarheidslievend te zijn, dat wil zeggen: de gebruikelijke metaforen te gebruiken. Dus, moreel uitgedrukt: wij hebben slechts gehoord van de verplichting volgens vaste conventies te liegen, kuddegewijs in een voor allen bindende stijl te liegen. Nu vergeet de mens natuurlijk, dat het er zo met hem voorstaat; hij liegt dus op de beschreven manier, onbewust en naar honderd jaar oude gewoontes — en komt juist door deze onbewustheid, juist door dit vergeten, tot zijn gevoel van waarheid. Uit het gevoel, verplicht te zijn het ene ding rood, het andere koud, een derde geluidloos te noemen, ontstaat een morele, op waarheid betrokken impuls: aan de hand van het contrast van de leugenaar, die door niemand vertrouwd, door allen uitgesloten wordt, laat de mens zichzelf het eerbiedwaardige, betrouwbare en nuttige van de waarheid zien. Hij plaatst nu zijn handelen als redelijk wezen onder de heerschappij van abstracties: hij kan het niet meer hebben door plotselinge indrukken, aanschouwingen te worden meegesleept, hij veralgemeniseert al deze indrukken eerst tot ontkleurde, koelere begrippen, om daaraan het vaartuig van zijn leven en handelen vast te knopen. Alles wat de mens onderscheidt van het dier berust op dit vermogen de aanschouwelijke metaforen tot een schema te vervluchtigen, ofwel: een beeld in een begrip op te lossen. In het domein van die schemata is namelijk iets mogelijk, wat nooit zou kunnen lukken met de aanschouwelijke eerste indrukken: een piramidale ordening naar kasten en graden op te bouwen, een nieuwe wereld van wetten, privileges, onderschikkingen, afbakeningen te scheppen, die nu — als het vastere, algemenere, bekendere, meer menselijke en op grond daarvan als het regulerende en imperatieve — de andere, aanschouwelijke wereld van de eerste indruk loochent. Terwijl iedere aanschouwingsmetafoor individueel en zonder haar gelijke is en derhalve altijd aan alle rubriceren weet te ontsnappen, toont het grote bouwwerk der begrippen de starre regelmaat van een Romeins columbarium en ademt het in haar logica de strengheid en koelte uit, die de wiskunde eigen is. Wie door de adem van deze koelte aangeraakt wordt, zal nauwelijks geloven dat ook het begrip — dat benig is en hoekig en verplaatsbaar als een dobbelsteen — niet meer is dan het residu van een metafoor, en dat de illusie van de artistieke overzetting van een zenuwprikkel in beelden zo niet de moeder, dan wel de grootmoeder is van elk begrip. Binnen dit dobbelspel der begrippen betekent echter “waarheid” — iedere dobbelsteen te gebruiken zoals hij bedoeld is; precies zijn ogen te tellen, de juiste rubriceringen te maken en nooit in strijd met de orde van kasten en rangen te handelen. Zoals de Romeinen en Etrusken de hemel met starre, mathematische lijnen doorsneden en in iedere aldus afgegrensde ruimte een god banden, als in een templum zo heeft ieder volk een zodanig verdeelde begrippenhemel boven zich en verstaat het onder de waarheidseis, dat iedere begripsgod alleen in zijn eigen sfeer gezocht moet worden. Men mag hier de mens wel bewonderen als een geweldig bouwgenie, dat erin slaagt op beweeglijke fundamenten en, als het ware, op stromend water, een oneindig gecompliceerd bouwwerk te doen torenen; om op zulke fundamenten te rusten moet een gebouw natuurlijk zijn als een spinnenweb: delicaat genoeg om door een golf meegedragen te worden, en sterk genoeg om niet door de wind uit elkaar geblazen te worden. Als bouwgenie verheft de mens zich verre boven de bij: bouwt deze met was, dat hij in de natuur verzamelt, de mens bouwt met de veel delicatere stof der begrippen, die hij eerst uit zichzelf moet fabriceren. Hij is hier zeer te bewonderen — maar niet om zijn drang tot de waarheid, tot het zuivere kennen der dingen. Als iemand iets achter een struik verstopt, het daar gaat zoeken en ook vindt, dan is er niet veel te prijzen aan dat zoeken en vinden: zo staat het er echter voor met het zoeken en vinden van de “waarheid” in het rijk der begrippen. Als ik de definitie van een zoogdier opstel en dan na het inspecteren van een kameel verklaar: “Kijk, een zoogdier,” dan is daarmee weliswaar een waarheid aan het licht gebracht, maar die is dan van beperkte waarde, ik bedoel, ze is door en door antropomorf en bevat geen enkel punt dat waar “an sich”, werkelijk en algemeen geldig is, behalve voor de mens. De onderzoeker van deze waarheden zoekt in de grond van de zaak alleen naar de metamorfose van de wereld in de mens; hij streeft er met alle macht naar, de wereld te begrijpen als was het een mensachtig ding, en bevecht zich in het beste geval het gevoel van assimilatie. Net zoals de astroloog de sterren in dienst van de mensen en in samenhang met hun geluk en leed beschouwt, zo beschouwt zo’n waarheidsvorser de gehele wereld als verbonden aan de mens; als de oneindig gebroken echo van een oerklank: de mens; als de verveelvoudigde afbeelding van het ene oerbeeld: dat van de mens. Zijn methode is: de mens als maat van alle dingen te nemen, waarbij hij echter van de vergissing uitgaat, te geloven dat hij deze dingen als zuivere objecten onmiddellijk voor zich heeft. Hij vergeet dus dat de oorspronkelijke aanschouwingsmetaforen metaforen zijn en ziet ze aan voor de dingen zelf.

Alleen door het vergeten van die primitieve metaforenwereld, alleen door het hard en star worden van een oorspronkelijk in vurige vloeibaarheid uit het oervermogen van de menselijke fantasie stromende beeldenmassa, alleen door het onoverwinnelijke geloof, dat deze zon, dit raam, deze tafel een waarheid an sich is, — kortom, alleen doordat de mens vergeet dat hij een subject, en wel een artistiek scheppend subject is, leeft hij met enige rust, zekerheid en consistentie; als hij maar één ogenblik buiten de gevangenismuren van dit geloof zou kunnen komen, dan was het direct met zijn “zelfbewustzijn” gedaan. Het kost hem al moeite om toe te geven dat een insect of vogel een heel andere wereld waarneemt dan de mens, en dat de vraag, welke wereldperceptie juister is, geheel zinloos is, want om dat te bepalen zou gemeten moeten worden met de maat van de juiste perceptie, ofwel: met een maat die niet voorhanden is. Sowieso lijkt me de juiste perceptie — dat zou zijn: de adequate uitdrukking van een object in het subject — een contradictoire hersenschim. Want tussen twee absoluut verschillende sferen als subject en object bestaat geen causaliteit, geen juistheid, geen uitdrukking, maar hoogstens een esthetische houding, ik bedoel: een suggererende overzetting, een nastamelende vertaling in een geheel en al vreemde taal — waarvoor echter in ieder geval een vrijelijk dichtende en vrijelijk uitvindende middensfeer en middelende kracht nodig zou zijn. 13 Het woord “verschijning” bevat vele verleidingen, zodat ik het indien mogelijk vermijd: want het is niet waar dat het wezen der dingen in de empirische wereld verschijnt. Een schilder wiens handen hem in de steek laten en die door middel van gezang het beeld in zijn hoofd zou willen uitdrukken, zal met deze verwisseling der sferen nog altijd meer over het wezen der dingen verraden dan de empirische wereld. Zelfs de verhouding van een zenuwprikkel met het gegenereerde beeld is op zichzelf geen noodzakelijke; als echter steeds hetzelfde beeld miljoenen keren gegenereerd en door vele mensengeslachten overerfd is, ja uiteindelijk bij de gehele mensheid als gevolg van dezelfde aanleiding verschijnt, — dan krijgt het ten slotte voor de mens een betekenis als was het het enige noodzakelijke beeld, en als was de verhouding ervan tot de oorspronkelijke zenuwprikkel er een van strenge causaliteit: zoals een eeuwig herhaalde droom geheel en al als werkelijkheid ervaren en beoordeeld zou worden. Maar het hard en star worden van een metafoor garandeert helemaal niets met betrekking tot de noodzakelijkheid en uitsluitende gegrondheid van deze metafoor.
Iedereen die met zulke bespiegelingen vertrouwd is, heeft zonder twijfel een diep wantrouwen ondervonden tegen dit soort idealisme, wanneer hij zich eens echt overtuigde van de eeuwige consequentheid, alomtegenwoordigheid en onfeilbaarheid van de natuurwetten; hij heeft vast geconcludeerd: hier is alles, zover als we doordringen — naar de hoogte van de telescopische wereld en naar de diepte van de microscopische wereld — zo zeker, voltooid, eindeloos, wetmatig en zo zonder gaten; de wetenschap zal eeuwig met succes in deze schachten kunnen graven en al het gevondene zal harmoniëren en de andere vondsten niet tegenspreken. Hoe weinig lijkt dit op een fantasieproduct: want als iets een fantasieproduct is, dan moet het toch ergens de schijn en het irreële verraden. Daartegen is in te brengen: als wij allemaal een verschillende zintuiglijke perceptie hadden, als we nu eens als vogel, dan als worm, dan weer als plant konden percipiëren, — of als de een een prikkel zag als rood, een ander als blauw, terwijl een derde deze prikkel hoorde als toon, — dan zou niemand van zo’n wetmatigheid der natuur spreken, maar zouden we haar slechts als een hoogst subjectief gebouw begrijpen. En dus: wat is een natuurwet helemaal voor ons; zij is ons niet an sich bekend, maar alleen in haar werkingen, dit is: in haar relaties tot andere natuurwetten, die ons op hun beurt ook slechts als relaties bekend zijn. Dus verwijzen al deze relaties altijd maar weer naar elkaar en zijn ze ons naar hun aard door en door duister; alleen dat wat we erbij brengen — de tijd, de ruimte en dus opeenvolgingstoestanden en aantallen — is ons er werkelijk aan bekend. Al het wonderlijke van de natuurwetten dat we met verbazing gade slaan, dat wat onze verklaring eist en ons tot wantrouwen jegens het idealisme zou kunnen verleiden, ligt juist en alleen in de mathematische strengheid en onschendbaarheid van de tijd- en ruimtevoorstellingen. Deze echter maken we in en van onszelf met dezelfde noodzakelijkheid als die waarmee een spin haar web weeft; als we gedwongen zijn alle dingen alleen onder deze vormen van tijd en ruimte te begrijpen, dan is het niet meer verwonderlijk dat we aan alle dingen eigenlijk alleen maar deze vormen begrijpen: want zij moeten alle de wetten van het getal in zich dragen en het getal is precies het verbazingwekkendste in de dingen. Alle wetmatigheid, die ons in de beweging van de sterren en in de chemische processen zo imponeert, valt in de grond van de zaak samen met die eigenschappen die we zelf in de dingen aanbrengen, zodat we onszelf ermee imponeren. Daarbij blijkt natuurlijk, dat de artistieke metaforenbouw, waarmee in ons iedere waarneming begint, die vormen al vóóronderstelt en dat deze in hen voltrokken wordt; slechts uit het vaste volharden van deze oervormen is de mogelijkheid te verklaren, dat naderhand uit de metaforen zelf een gebouw der begrippen gebouwd moet worden. Dit is zogezegd een nabootsing van de tijd-, ruimte- en getalsverhoudingen op de bodem van de metaforen.

Het is deze prachtige tekst van Nietzsche die menigeen in de postmoderne valstrik van het perspectivisme heeft gelokt, Friedrich kende nog geen objectgebieden en zinvelden. Wij ondertussen wel.

Het is ook deze tekst die maakt dat Lacan geen potsmodernist is.

   

Ursula, je hebt een paar keer CM ipv CN geschreven. Is dat nog een andere uitdrukking, of duidt dit op hetzelfde?

Common ground, vind ik ook een mooi begrippenpaar.

[Handelen in waarheid is handelen naar de imperatief van je frame.]

Die pluriformiteit is gigantisch als je niet ook rekening houdt met hergebruik. Jouw frame is een deel van mijn frame. De incestueuze ruimte-tijd. Mogelijk gebruiken wij meer van dezelfde ruimte-tijd dan je lief is. Waar het overlapt is gezamenlijkheid (common ground). En mogelijk is er helemaal niets ongedeeld. Voor het gemak kun je uitgaan dat je alles deelt met jouw alter-ego, of anti-ik, waarbij dus alles gelijk een niet-alles wordt, omdat je het moet delen en dan nog wel met jouw volkomen tegenhanger.

   

deze was nog voor de vorige lap.

   

CM en CN zijn hetzelfde, common notions of gezamenlijke begrippen. Het verschil is omdat het uit twee documenten komt. Het zorgt voor een common grond, dat wel. Sommigen omschrijven dit ook als het subject.

   

“Jouw frame is een deel van mijn frame. De incestueuze ruimte-tijd.”
Herinner je je het gedicht van Wislawa Szymborska ‘Gesprek met een steen’ op een ander blog?
De steen zegt:
“Je kunt me leren kennen, maar ervaren nooit.
Mijn hele oppervlak keer ik jou toe,
met mijn hele binnenste lig ik afgewend.”

Je kan de ander leren kennen als het mede te delen dat deelbaar is, zoals in het objectgebied bij Gabriel. Je kan de steen wegen, naar soort indelen en ouderdom bepalen en zo meer.

Maar het ervaren is ‘het gemeenschappelijke begrijpen’ (CN’s) of het ertussen in, tussen een ik en de steen. Dit is het zinveld van Gabriel.

"Waar het overlapt is gezamenlijkheid (common ground)", inderdaad. Maar alleen het gezamenlijke, niet de delen apart (steen en ik). Die blijven vreemd of alleen in kennis van het objectgebied gekend.

“En mogelijk is er helemaal niets ongedeeld.”
Jawel, alleen het gezamenlijk begrijpen is gedeeld, de rest blijft ongedeeld.

“Voor het gemak kun je uitgaan dat je alles deelt met jouw alter-ego, of anti-ik, waarbij dus alles gelijk een niet-alles wordt, omdat je het moet delen en dan nog wel met jouw volkomen tegenhanger.”
Hier verlies ik weer contact met je, ha ha.

   

De delen blijven apart, maar nu ga ik op de plaats staan van de steen en leg de steen waar ik was, de ruimte-tijd delen we daarbij (niet tegelijkertijd, maar ok)

Je zou kunnen zeggen dat we het objectgebied delen.

Maar ik hou het hierbij, ruimte makend voor tegengesteld denken.

   

“ruimte makend voor tegengesteld denken.”

Is ‘tegengesteld denken’ voor jou een vast begrip?
Zoals logisch denken of deductief denken bijvoorbeeld begrippen zijn?

Want als iemand vanuit een zinveld iets mooi noemt en iemand anders vanuit haar zinveld hetzelfde lelijk noemt is dat geen ‘tegengesteld denken’ hoewel beide verschillend denken vanuit hun zinvelden.

Of bedoel je dat jij, wanneer iemand wit zegt, opzettelijk en met voorbedachte rede zwart zegt om de tegenstelling in de verf te zetten. These en anti-these om een dialectiek op gang te brengen.
Moet ik ‘tegengesteld denken’ zo bekijken?

   

Het hoeft van geen belang te zijn voor jou. Jij lijkt betrokken te zijn in een discours met anderen, waardoor je wel niet tot begrip komt voor die ander (een tegengestelde is gedefinieerd doordat je nooit begrip kunt vinden voor die ander), maar toch als het ware in elkaars zwaartekracht verblijft. Een soort van dubbelster-systeem van om elkaar cirkelen.
Persoonlijk vind ik die tegengestelden zo bedreigend, dat ik er niets mee te maken wil hebben. En misschien is dan de keuze om hen nog liever aan de macht te zien, en hen zichzelf te laten zien gelden, zodat ik zeker ben van mijn afwijkende zelf, dan zinloze moeite moeten doen om het discours op gang te houden.

   

“Betrokken zijn in een discours met anderen, waardoor je wel niet tot begrip komt voor die ander.”

Jouw ‘wel niet’ lees ik als: ‘waardoor je echter niet tot begrip komt voor die ander’.

Dat is interessant want daar draaien nu juist de zinvelden rond. Begrip vinden voor een ander, zijn of haar logica kunnen meedenken en zelfs zeggen dat die ander vanuit zijn logica ook gelijk heeft. Zeker en vast!
Maar… vervolgens de ander niet volgen.

In een objectgebied, of het beslisbare, kunnen we overeenkomen en uit dezelfde logica dezelfde besluiten vormen. In een zinveld is dat moeilijker tot uitgesloten. Ik begrijp de logica van meisjesbesnijdenis, kan de geschiedenis en de culturele gebruiken ervan zien maar hier onderscheidt zich voor mij begrijpen van goedkeuren. Begrijpen leidt zeker niet tot goedkeuren.

(een tegengestelde is gedefinieerd doordat je nooit begrip kunt vinden voor die ander)
Moet ik hier ‘begrip’ lezen als goedkeuring? In het verleden liet jij nogal eens uitschijnen dat je anderen ook moet goedkeuren en laten doen in hun gebruiken, niet?
Is een tegengestelde gedefinieerd doordat je nooit goedkeuring kunt vinden voor die ander?

“Persoonlijk vind ik die tegengestelden zo bedreigend, dat ik er niets mee te maken wil hebben.”
Dat kan

   

Goedkeuring voor jezelf dan, ik zie het keuren van anderen als afkeurenswaardig, voor mijzelf dan. Ik kan natuurlijk ook niet heen om de seksuele selectiekeuringen.

De tegengestelde doet niets met die eentuele afkeuring, of wordt er juist qua identiteit door bevetigd.

   

bevestigd

   

"ik zie het keuren van anderen als afkeurenswaardig"

Nou, ik zie het niet afkeuren van iets afkeurenswaardig als afkeurenswaardig.

   

afkeuring van anderen, voor jezelf, is hun rationaliteit niet kennen (persiflage op Spinoza)

maar natuurlijk kan ook ik niet anders dan oordelen, maar de mate van gevolgtrekkingen maken is aan de orde. Als ik de praktijk van doodstraf voor ernstige misdaden of doden van vijanden in oorlog ondersteun zal ik er achter kunnen komen dat er mensen zijn voor wie dat doden een zinnelijke bevrediging is. Zij delen niet in dezelfde rationaliteit voor doden, en zullen derhalve de grenzen van het doden verleggen. Dit is een extreem voorbeeld.
Zodra ik maatregelen verbind aan mijn afkeuren ( met als extreme doden en als minst extreme iemand negeren ) dan kom ik in de situatie dat deze maatregelen vanuit andere rationaliteiten de grenzen gaan verleggen.

Wat je doet met die verantwoordelijkheid (bijvoorbeeld collatoral damage als uitgangspunt nemen) moet je zelf maar weten.

   

Anderen hun rationaliteit begrijpen is nog niet goedkeuren.

   

Zo maakt Spinoza onderscheid tussen een individueel natuurlijk recht (ieder haar rationaliteit) en het maatschappelijk recht (de maatschappelijke rationaliteit).
Hij schreef trouwens over politiek en maatschappij.

   

Ik denk dat als je begrijpt dat ontmoedigen van gedrag wat afkeurenswaardig is het bemoedigen is van anderen wiens rationaliteit ook niet helemaal de jouwe is, en zelfs andersom het ondersteunen van gedrag wat goedkeuringswaardig is het ontmoedigen is van anderen wiens rationaliteit best wel overeenkomt met de jouwe, dat je dan voorzichtig wordt.

Maar goed. NPO2 uitzending over Baruch Spinoza van vandaag 15:20 gezien? Ik kwam tot halverwege, ergens kort nadat de Spinoza-acteur langs een muur loopt en er een liedje wordt gespeeld.

   

Ook bij Home Academy een hoorcollege van maarten van buuren over de filosofie van Spinoza is juist uitgekomen.

   

Ben zelf wel met een besproken begrip "immanent" aan de gang gegaan.

   

‘Bestaan is verschijnen in een zinveld’ betekent ook dat dit een immanent gebeuren is.
Zaken die zich herkenbaar herhalen doen geen zinveld verschijnen, die sluiten gewoon aan bij een bewustzijn dat er reeds is. Maar zaken, die verassend in het gebied van het onbeslisbare verschijnen en een beslissing vragen hebben geen vertrouwde coördinaten. Kierkegaard noemt dit de sprong in het absurde juist door het ontbreken van je coördinaten. Wat je dan beslist is een immanente beslissing. Die kan zowel ten goede of ten kwade zijn, dat weet je nog niet. Maar over je beslissing kan je nadenken – het echte filosofische denken over denken. En je kan bijsturen, jij beslist.

   

Ja die sprong van Kierkegaard heeft al een poos tot de verbeelding gesproken bij me.
Maar het echte immanente zit volgens mij in de omkeerbaarheid van tijd. Waarbij zin en tegenzin elkaars veroorzaker zijn (aan elkaar gelijk zijn). Twee modi?

   

"Twee modi?"

En de derde in de dynamiek van het dialectische proces? Gevolgd door de modus van de verhouding die je aangaat met die derde waaruit een beslissing resulteert als vierde wat opnieuw een vijfde en een ...
Gedenk de veelvoudigheid.

   

rimpels in het water
de bodem onzichtbaar
een steen zal zich voegen
bij de rest

   

De rest…
dat is het zand op de bodem, andere stenen en de rotsen, eventueel koraal met daartussen talloze vissen in alle kleuren en grootte, het water dan helder dan troebel met haar oneindigheid aan leven. Een heel avontuur voor de steen en het zand, de andere stenen en rotsen, het koraal en de vissen in vele kleuren. Kortom het gewone leven. Mooi toch.
En is de steen daar geworpen door kinderen die behendig de kei lieten ketsen, twee, drie ,vier misschien wel vijf keer! En opnieuw en opnieuw. Het ene wat pocherig, het andere wat schuchter en een derde doet misschien niet mee, heeft geen zin. Dit alles onder een mild zonnetje. Kortom, gewoon het leven. Mooi toch.

Rimples in het water.

   

dank je,

ben je genegen dit te lezen:
http://www.filosoferen.net/viewtopic.php?f=8&t=215

   

Ik weet dat het schrijven van jou op dat blog een stuk uit een langer lopende gedachtewisseling is met geestgenoten. Ik heb je daar ooit gelezen en vond jouw en andere bijdragen zeer speculatieve science fiction en ben dan ook opgehouden je daar te lezen.
Dus ik kan die eerste bedenkingen niet goed volgen omdat ik het uitgangspunt van jullie helemaal niet deel. Reeds vanaf de eerste zin zie ik niet in waarom je die coördinaten zinvoller zou vinden dan bvb astrologie of pendelen.
Dit zijn jouw multi-paralleleuniversa zeker met gespiegelde tijd en dergelijke? Geen spek voor mijn bek.
LeonH, ik kan alles wat daar in het eerste deel staat niet serieus nemen.

“Wat Epictetus zegt is dat alles wat buiten jouw macht ligt, dat je jezelf daarover niet druk hoeft te maken. Volkomen logisch, alleen een probleem is dan wat nog wel binnen je macht ligt. Niets volgens Spinoza.”
Niet te snel, vergeet niet dat Spinoza drie kensoorten indeelt. Alleen in de eerste heb je geen macht over jezelf, dan noem je goed wat je toevallig verlangt. Maar in hoofdstuk 5 van zijn Ethica legt hij uit hoe de vrije mens zelfstandig kan kiezen en wat daardoor binnen ieders macht ligt.
Hij schrijft een ethica!

“en als je al het trap-model begrijpt”
Inderdaad, ik ga niet mee met die veronderstelling.

Nihilisme is geen uitweg, inderdaad.

   

Ik begreep, bij Maarten van Buuren over Spinoza, dat het gaat om je vrij denken, dat daar blijvend of duurzaam geluk uit kan komen. Dat de menselijke vrijheid dus bestaat uit rationalisaties om te accepteren wat er gebeurt.
Ik zie dat dus als nihilisme als dit zelfbedrog betekent.
Mijn eerste stuk is een poging/schets (ik ga proberen dat beter te visualiseren) om werkelijke bewegingsvrijheid aan te duiden, waar dus zingeving niet uiteindelijk illusoir is.

   

“dat het gaat om je vrij denken, dat daar blijvend of duurzaam geluk uit kan komen. Dat de menselijke vrijheid dus bestaat uit rationalisaties om te accepteren wat er gebeurt.”

Accepteren wat er gebeurt? Zelfs rationaliseren om te accepteren en dat dan ‘vrij denken noemen’?

Het staat allemaal hierboven op 26 januari 10:30. Je verhouding met wat Spinoza noemt de gemeenschappelijke begrippen, die geven de kans je een kijk te geven op jezelf. Let op, dit zijn niet algemene begrippen. Ook wat Kierkegaard schrijft over de vertwijfeling: “Wat is het zelf? Het zelf is een verhouding tot zichzelf. Een dergelijke verhouding moet zichzelf gesteld hebben ofwel door iets anders gesteld zijn. Is die verhouding …” en zo verder.

(Even terzijde. Weet wat je eens moet doen LeonH, enkele filosofen grondig bestuderen, jaren. Niet van de ene op de andere springen, iets over A zeggen en vervolgens iets over B, snel iets lezen en menen dat je hem of haar begrijpt. Je neemt een woord, bvb immanent, kadert het binnen jouw kennis en hop… je bent vertrokken om er vanalles over te zeggen. Naast de kwestie natuurlijk.
“Dat de menselijke vrijheid dus bestaat uit rationalisaties om te accepteren wat er gebeurt.
Ik zie dat dus als nihilisme als dit zelfbedrog betekent.” Zo’n zin is nergens te verbinden met de inhouden van Spinoza, Zizek, Badiou, Kierkegaard…)

   

Binnen mijn zinsveld gaat het om mogelijkheden en mogelijkheden van de mogelijkheden, bijvoorbeeld als het gaat om de programmering om te accepteren wat er gebeurt (uit de evolutie), waarbij er weer zelfregulerende mogelijkheden zijn om motivatie te hebben om je ergens op te richten (ook uit de evolutie) maar wat voorbij gaat aan het nihilisme van aan de toevallige programmering vasthouden.
Het interessert me geen fluit wat al die filosofen hebben gezegd, en het kan me niet schelen dat ik hun werk geen recht aan doe, het werk en gedachtengoed geeft alleen maar mogelijkheden aan voor zelfregulering richting motivatie om je ergens op te richten, en dat is echt geen eindeloos herhalen wat al geschreven staat.

   

Motivatie om je ergens op te richten, daar gaat het om. Het gaat niet perse om een respectvolle houding ten aanzien van denkers, meesters, profeten, heiligen, leraren of wie dan ook. Je onttrekt aan de denkbeelden, flarden en fragmenten die je tegenkomt een motivatie om je ergens op te richten. Dat waar je je dan op kunt richten is jouw zin, en het gaat voorbij aan het nihilisme om je maar nergens op te richten. Je nergens op richten zal niemand misschien aangeven, maar sommige richtingen zullen lijken op zelfbedrog en sommige andere richtingen niet.

Persoonlijk denk ik dat je in ieder geval een keer moet nadenken over motivatie om je ergens op te richten. Als dat niet concreet wordt (in een getrapte progressie of zo) dan moet je aannemen dat het uiteindelijk wel zelfbedrog is.

   

Motivatie, zeker.

En op een filosofieblog gekaderd binnen filosofie als denkkracht. Vandaar aandacht voor de methodiek van de filosofie en haar geschiedenis, of, datgene wat reeds bedacht is.
Ik blijf dus binnen de filosofie ver weg van zo iets als parallelle universums en gespiegelde tijden op dezelfde manier dat ik ver weg blijf van de ratio van astrologie. Niet omdat het toevallig mijn smaak niet is, maar door de filosofische noodzaak van Ockham’s scheermes.

   

Dat is jouw keuze...

Voor mij een domper dat symmetriebeginselen niet als serieuze filosofie gerekend kan worden. Ik denk namelijk dat dit absoluut noodzakelijk is om door te kunnen denken.

   

Die symmetriebeginselen haal je ergens uit de fysica?

   

actie = reactie, wet van behoud van energie, wet van behoud van informatie dat soort zaken, maar goed een definitief oordeel of het universum plat is bijvoorbeeld is of niet is ook onder de wetenschappers niet aanwezig.

ik heb 1 filosofisch beginsel: de schending van het niets (eerste oorzaak/eerste beweger) is onmogelijk, daaruit volgt (logisch) dat immanent bestaan wel mogelijk is, dus deel en anti-deel, beweging en tegen-beweging, proces in de tijd en proces in de anti-tijd. Als het symmetrisch tot nulsom komt dus, is er geen werkelijke schending van het niets.

Van daaruit denk ik verder

   

“actie = reactie, wet van behoud van energie, wet van behoud van informatie”
dat soort zaken kan dan misschien eens door de meer op fysica gerichte lezers van dit blog van wetenschappelijke inbreng voorzien worden.

Ik begreep dat jij een rommelige kinderkamer als entropie bekeek en niet als bvb een opvoedingsprobleem. Vraag is of dit begrip – entropie – wel op die manier kan ingebracht worden, misschien hooguit als metafoor. Maar waarom zou je dat dan doen?

Vermoedelijk is dat met de ‘wet van behoud van energie’ ook zo. Een natuurwet, of meer specifiek een behoudswet, die stelt dat de totale hoeveelheid energie in een geïsoleerd systeem te allen tijde constant blijft. Dat wil jij dan inbrengen in een filosofisch betoog? Waarom en wat verduidelijkt dat?
Ik denk dat je serieus objectgebieden en zinvelden door elkaar haspelt, wat zeer spijtig is nadat je Gabriel gelezen hebt. (Ik denk dat? Nee, ik weet en zie dat je dat doet!)

“1 filosofisch beginsel: de schending van het niets (eerste oorzaak/eerste beweger) is onmogelijk”
1 filosofisch antwoord: de verzameling van de verzameling bestaat niet. Onnodig uit te gaan van een eerste beweger of het niets en daar wat dan ook aan te verbinden. Daaruit volgt niets! Of, jawel, de metafysisca van deel en anti-deel, beweging en tegen-beweging, proces in tijd en proces in anti-tijd, symmetrische nulsom en wat nog allemaal.

Van daaruit verder denken brengt je alleen uit de filosofie in … Tja, in wat? Metafysische spinsels.
Maar, ieder zijn inbreng.

(Spinoza schoof reeds weg – te voorzichtig weliswaar – van God, Substantie en eerste beginsels. Hij schrijft in de openingzinnen van zijn Ethica bij definitie vijf: “Onder God versta ik het volstrekt oneindige wezen, dat wil zeggen een substantie, uit een oneindig aantal attributen bestaande, waarvan ieder voor zich een eeuwig en oneindig wezen uitdrukt.”
Een oneindig aantal attributen die ieder voor zich iets uitdrukken… Gabriel zou zinvelden zeggen! Badiou laat substantie weg bij Spinoza en spreekt alleen over multipliciteiten, of, anders gezegd, attributen en modi.)

   

We zullen zien waar het mij brengt. ik meen zelf wel zinnig bezig te zijn, waarbij het toch weer tegen valt dat anderen meer zin hebben in voetbal kijken of wat anders.

Oneindigheid is niet iets waar ik iets mee kan. Praktisch gezien kan je de mogelijkheden wel op oneindig aanhouden, dat is dan een betere benadering dan bijna iedere eindigheid, en je zou bijna vergeten dat je ook nog wel mag genieten zonder pijnigen van het hoofd.

   

een oneindig wezen uitdrukken...in een spiegelruimte kunnen er oneindig veel reflecties zijn, maar de spiegelruimte beperkt vanuit zuinigheid de werkelijke inhoud. Nou daar ga ik weer met speculatieve science fiction:-)

   

Science fiction die spiegelruimte? Die herken ik van de pashokjes in kledingszaken.

Zuinigheid? Reflecteert die zilverlaag achter het vlakke glas niet gewoon de invallende lichtstralen onder gelijke hoek? Maar dat is de spiegel in haar objectgebied.
En werkelijke inhoud? Die is alleen werkelijk in het objectgebied.
Hoe die spiegel mijn achterwerk in een nieuwe rok weerkaatst is een invulling in een zinveld. Mijn man, kijkend naar dezelfde reflecties in de spiegel zal liefdevol zeggen dat mijn zitvlak helemaal niet dik is. In mijn zinvelden twijfel ik toch of ik hetzelfde – die werkelijke inhoud – zie! :-)

Imaginatio, Spinoza’s eerste kensoort! 

   

Als mijn vrouw vraagt: Hoe staat me deze rok? Dan zeg ik: Mooi! En dan kijkt ze zo van 'aan jou heb ik ook niets' . Gelukkig heeft ze mijn dochter die gewoon kritisch is.

Het gaat er om dat een theoretische oneindigheid geen praktische oneindigheid hoeft te zijn. In de spiegelruimte.

   

Wat is nu precies de connectie tussen Spinoza, Zizek, Gabriel en Badiou? met name die laatste?

Ik zie dat Spinoza, hoewel monist genoemd, de multipliciteit al aan de orde stelt die ook Zizek en Gabriel als uitgangspunt hebben. maar badiou?

   

{Een ander boeiender zinveld dat zich kan openen afhankelijk van het betrokken subject is de verbinding met Badiou die Spinoza moderniseert (of is het postmoderniseert) en diens substantie weglaat om vooral aandacht te geven aan Spinoza’s attributen en modi die verschijnen in een… inderdaad, zinveld.}

Hoe doet ie dat dan? Welke concepten gebruikt hij?

En zijn dat dezelfde concepten van bijv. een Zizek?

het non-all?

   

“Wat is nu precies de connectie tussen Spinoza, Zizek, Gabriel en Badiou? Met name die laatste?
Ik zie dat Spinoza, hoewel monist genoemd, de multipliciteit al aan de orde stelt die ook Zizek en Gabriel als uitgangspunt hebben. maar Badiou?”

Een belangrijke connectie is dat Spinoza, Zizek en Badiou een denken voorstaan dat eerder een levenswijze behelst dan een kennis. Of, als er sprake is van een begrijpen of kennis, dan behelst het kennis van ‘het subject’. Subject begrepen als dat surplus bij de louter biologische mens. Het subject verhoudt zich via zijn subjectpositie (zinveld) met kennis (objectgebied).
Zizek is evenwel geen spinozist pure sang in de zin dat hij erop verder bouwt of verder denkt. In tegenstelling met Badiou die dat wel doet, maar dan een Spinoza zonder nadruk op substantie omdat de verzameling van de verzameling niet bestaat. Dit laatste verbindt dan weer Gabriel met Badiou. In “Waarom de wereld niet bestaat’ legt Gabriel eigenlijk Badiou uit voor Nederlandse lezers. Termen als objectgebieden en zinvelden gebruikt Badiou niet woordelijk, maar wel het verschijnen van de waarheid in betrokken zinruimtes.
Zizek en Badiou zijn vrienden met weliswaar de nodige filosofische verschillen en het zijn politiek linkse denkers. Zizek schrijft vaak over Badiou. Het laatst vertaalde van Zizek is ‘Event - filosofie van de gebeurtenis’ en handelt over hetzelfde als wat Badiou brengt, het ‘event’ of ‘de gebeurtenis’. Badiou verwijst graag naar Kierkegaard als de ‘beslisser in het gebied van het onbeslisbare’. En dat laatste is dan weer de zinveldentheorie van Gabriel die ook naar de Deen verwijst in zijn ‘waarom de wereld…’. Zo haakt dat, voor degene die thuis is in die denkers, aan elkaar en verrijkt de ene de andere.

Badiou geeft aan in zijn laatste boek dat op stapel staat ‘L’Immanence des vérités’ meer de nadruk op Spinoza te gaan leggen dan op Plato. Er is reeds flink wat werk vertaald van Badiou naar het Nederlands, maar misschien alleen nog tweedehands te vinden. (Voor het Engels kijk op Abebooks.) Vooral zijn ‘Ethiek’ en ‘Tweede manifest voor de filosofie’ zijn interessant. Een mooie Nederlandstalige bundel is ‘Inesthetiek: filosofie, kunst, politiek’.
Badiou en Deleuze waren geen vrienden, zij hebben elkaar zelfs nooit ontmoet ook al woonden ze beiden in Parijs. Badiou verwijt Deleuze metafysisch te blijven (aan de substantie van Spinoza!) maar eigenlijk hebben ze het over hetzelfde. Wat Badiou ‘verschijning van een event’ noemt, heet bij Deleuze ‘ontmoeting’. En deze ‘verschijning’ verbindt de drie dan weer met de affectiones van Spinoza.

http://www.lacan.com/zizphilosophy1.htm
http://www.lacan.com/zizphilosophy3.htm

   

De eerste tekst doorgenomen, zie hier wel de imitatio affectiones terugkomen, maar om de dubbelheid van de "mob" aan te geven.

   

Deterritorialisatie (Deleuze) tav van de psycho-analyse is dat ueberhaupt mogelijk?

   

‘Deterritorialisatie’ is de naam die Deleuze gebruikt voor het verschuiven van je coördinaten door een gebeurtenis of event - een territorium verbrokkelt.
Vervolgens kan je de gebeurtenis her-territorialiseren of re-territorialiseren.

Her-territorialiseren is vanuit de gebeurtenis een positieve affirmatieve houding aannemen en zo de vernieuwende omstandigheden ontplooien. (Badiou noemt dit het trouwe subject.)

Re-territorialiseren is vanuit de gebeurtenis een behoudende restauratieve houding aannemen en de vernieuwende omstandigheden ontkrachten door terug te plooien naar het oude gekende. (Badiou noemt dit het reactionaire subject.)

Of je van de (lacaniaanse) psychoanalyse als filosofische insteek af kunt? Deleuze en Guattari hebben dat toch geprobeerd in hun ‘Anti-Oedipus’ en in ‘Dialogen’.
Zizek is en blijft lacaniaan, Badiou blijft voor een groot deel Lacan volgen. Van Gabriel weet ik niet hoe hij tegenover de psychoanalyse staat, hij verwijst wel even naar Lacan in ‘Waarom de wereld…’.

   

Uitgaan van zinsvelden (als iets van de psyche) zegt me dat je dan bezig bent met psycho-analyse. Ik denk dat het territorium zelf een zinsveld is, eerder dan objectgebied, en dat deterritorialisatie dus poogt voorbij de zinsvelden te kijken, als naar de kamer waarin dit gebeurt (mijns inziens de spiegelkamer). Maar goed binnen het territorium is het concept van het territorium toch weer wat anders en alleen dat concept lijk je te kunnen veranderen, waarna op "magische wijze" misschien ook in het eggie iets gebeurt.

   

waarom kan het dan niet spiegelkamer-analyse zijn?

   

Een ‘kamer’ voorbij de zinvelden veronderstellen is een superobject instaleren waarbinnen iets gebeurt. Trouwens een spiegelkamer kan alleen hetzelfde reflecteren, nooit iets nieuw of een gebeurtenis. Wel?

   

psycho/psyche is hetzelfde super-object, maar geeft helemaal niets aan van wat er gebeurt.

Ik denk dat het gebeuren (interfererende reflecties) zeer veel nieuwe gebeurtenissen geeft, juist die interferentie.

Iets kan een super-principe zijn (reflecties) zonder een object te zijn toch, en het "object" van dat principe kan je wel een naam geven, zonder het letterlijk te hoeven nemen.

   

Let op, “Gebeurtenis” binnen het denken van de genoemde jongens brengt iets totaal nieuw, iets dat nooit te verklaren is uit de coördinaten die voorheen waren.
Het is niet iets ‘dat gebeurt’ zoals het gebeurt dat ik mijn huissleutel niet vind.

Een spiegel kan alleen reflecteren wat ervoor staat en het vervormen, verdraaien, omkeren, verdubbelen … maar steeds met wat reeds bestaat.
Een gebeurtenis komt niet voort uit een bestaande.

Waarom wil je zo nodig vreemde metaforen invoegen terwijl de filo voldoende begrippen heeft? Wat helpt het jou buiten spraakverwarring: interfererende reflecties, super-principe… maar er gebeurt niets totaal nieuw.

   

Trouwens, als je aan de slag wil met de Fransen bedenk dan dat Lacan het heeft over 'het spiegelstadium' in de ontwikkeling van het kind. Het 'spiegelbeeld' kent haar plaats binnen de lacaniaanse psychoanalyse.

   

"Event" is dus het nieuwe "wonder"?

   

Ja... maar inderdaad tussen haakjes!
In wonderen geloven we niet en toch gebeuren ze. (Ha ha)

Je zou het zo kunnen omschrijven, inderdaad.

   

“En als wellicht iemand vraagt waarom ikzelf niet onmiddellijk en in de eerste plaats alle waarheden met betrekking tot de natuur op die manier heb aangetoond – de waarheid wordt immers vanzelf duidelijk? – dan is mijn antwoord dat dan de kans bestaat dat men, vanwege de vele ongewone dingen die daarbij aan de orde komen, wellicht geneigd zou zijn om alles als onwaar te verwerpen.”

Spinoza schrijft dit in de beginbladzijden van zijn “Verhandeling ter verbetering van het verstand”.

Inderdaad, elke verduidelijking van een ‘gebeurtenis’ met een concreet voorbeeld zal niet lukken omdat het individueel subjectgebonden is. Bestaan is verschijnen in een zinveld, maar dan het primaire verschijnen dat tot bestaan komt zonder de gekende coördinaten.
Elk voorbeeld zal door iemand anders niet zo gezien kunnen worden. Dat is wat Spinoza hierboven aangeeft.

Je kan het zeker verwonderlijk vinden wat een ander ziet/begrijpt/hoort/proeft… in zijn zinveld.

   

Ik denk dat Spinoza hier nog het idee had om een reactie op Descartes te schrijven, en later dacht toch maar iets dat op zichzelf kon staan te doen.

De neiging om alles als onwaar te verwerpen refereert mogelijk aan het twijfelexperiment van Descartes?

Ik wil niet "het wonderlijke" als uitgangspunt nemen, maar "de verschuiving" of "shift".

Daar gebeurt namelijk pas iets met jou of mij dat zich onttrekt aan het gewoon onkenbare, want het wordt concreet.

Maar goed dan introduceer ik weer iets, paralax misschien?

   

Parallax in de betekenis dat de werkelijkheid of de realiteit, niet Lacans ‘Reële’ is.
Zizek spreekt dan ook terecht van een ‘Parallax View’.

(Zo is Zizek’s boek ‘Welcome to the Desert of the Real!’ ook verkeerdelijk vertaald als ‘Welkom in de woestijn van de werkelijkheid’.)

   

Wat is Lacan's Reële dan? Verschuivende werkelijkheden?

   

“Daar gebeurt namelijk pas iets met jou of mij dat zich onttrekt aan het gewoon onkenbare, want het wordt concreet.”

Als je bedoelt dat het onkenbare plots concreet wordt voor iemand volg ik je. (Maar met het “zich onttrekken aan het onkenbare” bedoel je misschien iets anders?)

Voor Badiou verschuift het onkenbare door het beslissen (in het gebied van het onbeslisbare) naar een kenbare en ontwikkelt het zich verder in de uitbouw van een trouw subject. Maar wat ontstaat moet zich als nieuw nog een weg zoeken en ontwikkelen. Het wordt in de woorden van Badiou een ‘waarheidslichaam’.

   

“Wat is Lacan's Reële dan? Verschuivende werkelijkheden?”

Na het lezen van “Het subject en zijn onbehagen” en “Waarom de wereld niet bestaat “ moet je dat weten.

   

<shame>het subject en zijn onbehagen heb ik nog niet helemaal gelezen</shame>

Ik mis dus Lacaniaanse begrippen nog. Maar ik vermoed dus van wel, omdat dit ook over zinsvelden gaat.

onttrekken aan het onkenbare omdat het dus kenbaar wordt (vooral van het van elkaar wegschuiven). Ik vraag me af als je dat dus weet (van elkaar afschuiven is verantwoordelijk voor de waarheidsvisie) dat je dan nog niet enige reserve incalculeert voor die waarheidsvisie, die "trouw" is wel vanuit een slordig concluderen dan.

   

Trouw is Kierkegaardiaans een sprong in het ongewisse of het absurde! Trouw aan de gebeurtenis! Niet aan jezelf, je omgeving, je werk, je ...

Reserve bestaat niet in het gebied van het onbeslisbare.

   

Zizek geeft in de eerste tekst ( http://www.lacan.com/zizphilosophy1.htm ) aan dat Spinoza niet de doodsdrift onderkent, maar alleen de positieve levensdrift, alsof de levensdrift ind e spiegelkamer nooit aan terugkaatsing komt. Betekent dit misschien slechts dat Spinoza de kamer groot maakt?

   

Over voorbehoud:

"de" zin van "het" leven, nee "een" zin van "een "leven"
en niet als "het" vinden van "het" geluk
maar "een" vinden van "een" geluk

lastig nog wel...

   

:-)

   

Badiou's laatst vertaalde boek naar het Nederlands heet "Filosofie van het ware geluk'.

   

"het" ?

   

true scottsman?

   

je kunt wel spreken op "het" persoonlijke geluk, zal dan wel zoiets zijn...

   

Nee nee, Spinoza's Blijheid en Beatitude! Spinoza gaat in hfdst 5 in op het geluk van de vrije mens! Ik zei je toch dat Badiou spinozist is, alle begrippen kaderen en passen in elkaar.

   

"een" geluk van "een" vrij mens?

hoe kom je aan de super-objecten "het" geluk en "de" vrije mens?

   

Een theorie van waarheden en geluk, waarbij beiden zijn als dingen - multipliciteiten. Hun bestaan hangt af van een gebeurtenis, dus van een weer verdwijnende multipliciteit die in de situatie waarin ze plaatsvindt geen enkele grondslag heeft. Een waarheid is een multipliciteit die bestaat uit de consequenties van die gebeurtenis en die derhalve van een zijn zonder grondslag afhangt. Ingebed in een theorie omtrent dat element van het zijn dat in bepaalde zinvelden verschijnt en tussen objecten van deze werelden relaties vormt. Het gaat om een logica van de relaties die al die dingen met elkaar verweven en die op lokale wijze in de zinvelden verschijnen. Kortom, een theorie van het er-zijn.

Dat wil zeggen, van een zijn zoals het concreet in de relaties van een singuliere wereld gesitueerd en ondergebracht is. Niks super-object. Immanent en concreet.

   

"De" connecties/relaties dus?
Daar is iets logisch over gezegd?
Hoe kan dat uitputtend zijn?

Of wacht, dat hoeft niet uitputtend te zijn om als zinvol ervaren te worden.

   

Ken je trouwens niet altijd maar 1 kant van een connectie?

   

Over het belang mee te denken vanuit een filosoof zijn filosofie en niet vanuit mijn toevallig begrijpen van iets.

“Ik vraag me af als je dat dus weet (van elkaar afschuiven is verantwoordelijk voor de waarheidsvisie)
dat je dan nog niet enige reserve incalculeert voor die waarheidsvisie,
die "trouw" is wel vanuit een slordig concluderen dan.”

Kierkegaard, Spinoza en Badiou zullen je leren dat het zonder ‘reserve calculeren’, of zonder je vertrouwde coördinaten handelen, je daarmee een blik ‘op je ware zelf’ krijgt (of kan krijgen). Ontdaan van enige opsmukvernis doe jij intuïtief (Kierk en Spin) wat je doet. Ga je in een situatie agressief schelden of handel je afwachtend begripvol? Spring je in de bres of verschuil je je? Loop je weg nadat je iemand aangereden hebt? Allen verschillende handelingen vanuit (immanent – Spin) jezelf zijn. (Blijf erop letten dat dit in situaties geldt waarin je vertrouwde coördinaten geen steun bieden, dat is het te volgen uitgangspunt.)

De filo’s die ik vernoem schrijven over drie kensoorten. De tweede kensoort, de rationalisatie, heet bij Spin ‘idee van de idee’. Je gaat je eerste intuïtieve spontane handeling, of de idee die in je opkwam, overdenken. Dit noemt Spin de ‘idee van de idee’ en eventueel ga je, of eventueel niet, bijsturen. Hier komt de ethiek van Spin. Nadat Benedictus zegt dat de gek en de wijze hetzelfde handelen in de zin dat zij niet anders kunnen, zegt hij dat ze beiden niet ethisch gelijk zijn. Maar zijn ze instaat te reflecteren opzichzelf? Sommigen wel, anderen niet. Spin schrijft een ethica, een levenswijze!

Trouw wordt geen slordig ‘concluderen’ door de ‘idee van de idee’ volgend op je reserveloze sprong in het absurde. Trouw bij die denkers betekent niet dat je trouw moet blijven aan je eerste misschien asociale handelen. Kierk heeft, net als Spin, ook drie denkstappen, maar, maar dat weet je alleen als je de gozer gelezen hebt!

En gelukkig voor ons, wij kennen in tegenstelling tot Spin en Kierk ook nog eens het onderscheid tussen objectgebieden en zinvelden! Maar dan zinvelden begrepen als meer dan ‘iets gewoon in context bekijken’.
Een zinveld is iemands subjectpositie waarin de ‘unknown knowns’ opereren! Bij ‘een in context zetten’ operen taxonomisch enkel de known knowns – ha ha. (Waar is de tijd dat nitwitten zich ergerden als Urs over de unknowns begon!? Of over meta-meta?)

Dus ‘trouw’ heeft twee kenmerken bij de vernoemde filo’s. De eerste absurde, de tweede als het punt voor punt uitzetten van een gehechtheid in een ethische bijsturing. Dit laatste heet bij Badiou het vormen van een waarheidslichaam - het ding moet een naam hebben, niet?

“Ken je trouwens niet altijd maar 1 kant van een connectie?”
Ja, jouw intuïtieve absurde sprong. Vervolgens gevolgd (of niet) door ‘de idee van de idee’.

   

"Of wacht, dat hoeft niet uitputtend te zijn om als zinvol ervaren te worden."
Inderdaad, dat hoeft niet.

   

"Of wacht, dat hoeft niet uitputtend te zijn om als zinvol ervaren te worden."
Inderdaad, dat hoeft niet.
Deel 2.

Dat is ook de rede waarom een supercomputer of ‘The theory of Everything’ alleen aarde aan de Hollandse dijk brengt bij objectgebieden. Maar vervolgens hopen velen ten onrechte deze supercomputer ook te kunnen inzetten bij zinvelden.
Helaas pindakaas.

   

die "ware" zelf, kan je dus ontdekken door je vertrouwde coördinaten los te laten. Maar hoe zie je dat qua eenheid van lichaam en geest? Is er dan sprake van een soort lichamelijke distributie? Territorium? Dat zijn dan toch vertrouwde coördinaten?
Ik kan me nog voorstellen dat je geestelijk afstand doet van jezelf? maar wat is de lichamelijke equivalent daarvan? Verstrooidheid?

Het ideaalbeeld van verstrooide professor, en dat is dan voor iedereen de ware zelf?

Ik zit met lichamelijke klachten (verkouden en hoofdpijn) dus even kort zo.

   

“Maar hoe zie je dat qua eenheid van lichaam en geest? Is er dan sprake van een soort lichamelijke distributie? Territorium? Dat zijn dan toch vertrouwde coördinaten?”

Op die ‘vertrouwde’ maar niet gekende coördinaten van geest en lichaam val je in het reserveloze absurde terug, inderdaad – de gek en de wijze. Als die onbewuste coördinaten toch zouden blijken samen te vallen met je ‘gewone’ bewuste handelen (wat betwijfelbaar is) hoef je weinig bij te stellen.

Oei, griep? Thee met rum en onder de donsdeken op het bankstel.
(Mannen beginnen dan te klagen alsof ze doodgaan – haha.)

   

Nu ja onbewuste coördinaten is hier bacillen die alle kanten op vliegen.

   

mag ik pagina 30 van het subject en zijn onbehagen nog eens onder de aandacht brengen: " Deze reflexiviteit..."

Ik lees dat toch als verblijven in een spiegelkamer. Zizek linkt dit aan Kant

   

wat bedoelt Zizek toch met " qua $" ?

noot 28 had jij al eerder aan gerefereerd.

maar wat onderaan p. 34 staat vind ik zeer verhelderend:

[Lacan's antwoord hierop luidt dat deze subjectieve positie een passief slachtoffer van de omstandigheden te zijn nooit van buitenaf aan het subject wordt opgelegd maar tenminste minimaal door hem moet zijn onderschreven, Het subject is zich uiteraard niet bewust van zijn actieve participatie in zijn eigen slachtofferschap - dit is exact de ' onbewuste' waarheid van de bewuste ervaring van het subject, louter een passief slachtoffer te zijn van de omstandigheden, Men kan nu inzien op welke strikte psychoanalytische context Lacans schijnbaar onzinnige these is gebaseerd, volgens welke, het cartesiaanse cogito (of liever, het kantiaanse zelfbewustzijn -in reflexiviteit noot van mij) het subject van het onbewuste is.]

   

“Misschien dat het beste voorbeeld dat van het ‘spontaan’ volgen van een regel is (wanneer men spreekt): als ik een taal spreek, ben ik mij natuurlijk niet actief bewust van de regels die ik volg – als ik mij actief op deze regels zou richten, zou mij dat belemmeren in het vloeiend spreken van mijn taal, maar ik ben mij er niettemin impliciet van bewust dat ik een taal spreek.

In deze zin is zelfbewustzijn niet een toegevoegde reflexieve omkering van de blik van het object waarvan men zich bewust is, maar is het constituerend voor het ‘onmiddellijke’ bewustzijn: …”

Okee, mijn bedenkingen:

Die “toegevoegde reflexieve omkering”
lees ik als
‘extra terugdenking’ of ‘extra bedenking’
vanuit een bewuste aandacht van de taalregels …’.

Dus als ik spontaan spreek denk ik niet na over hoe ik mijn zinnen vorm. Op die manier is zelfbewustzijn niet een extra bedenking vanuit iets waarvan men zich bewust is, bvb bewust nadenken over de taalregels, maar is het constituerend voor het ‘onmiddellijke’ bewustzijn: …

Overal waar ‘reflexief’ staat kan ik het woord ‘terugdenkend of bedenkend’ plaatsen, liever dan spiegelend.
Waarom geef ik daar de voorkeur aan? Omdat we het over ‘denken’ hebben en niet over ‘zien’ hebben.

‘De blik van het object’ kan pleiten voor visualiteit maar is voor mij een metafoor, en ik verbind dit niet met ‘spiegelend’. Ik wil binnen het denken (filo) blijven.

Maar LeonH, als jij in het spiegelen het denken als act kunt blijven vasthouden is dat ook okee.

Het dollarteken $ is een S met een streep door, of het doorstreepte subject.
S zonder streep is het volle subject.

   

“Deze reflexiviteit dient niet alleen niet te worden gesteld tegenover de pre-reflexieve spontaniteit (…) beiden vallen juist strikt met elkaar samen.”
“Spontaniteit qua reflexiviteit betekent precies dat dit passief zwichten voor een verleiding reeds een voorafgaande actieve aanvaarding van een dergelijke passieve positie ten opzichte van deze verleiding inhoudt.”

Ook hier lees ik reflexiviteit, of in het verlengde reflectie (of het Engelse reflection), niet als visuele weerspiegeling maar als overweging, beraad, overpeinzing, overleg … omdat het dan binnen ‘denken’ blijft.

   

Ok ja binnen het denken ken ik persoonlijk wel de omkering of paradigmashift die het beste nog met de visuele metafoor van spiegeling kan worden omschreven, maar goed binnen het denken over bedenking of overdenking spreken lijkt me idd zorgvuldiger. Voor de beeld-denkers is het terugkaatsende van lichtstralen mogelijk een effectief denkbeeld.

Als woord-denken helemaal los komt van beeld-denken is het waarschijnlijk alleen nog maar voor particulier gebruik.

   

"Event" is dus het nieuwe "wonder"?

LeonH, kijk wat ik vandaag nog las bij Badiou.

“De categorie van de gebeurtenis als uitzondering is een dialectische categorie, aangezien het denken van de uitzondering altijd aan twee aan elkaar tegenstrijdige zijden plaatsvindt. Een uitzondering moet als een negatie worden gedacht, omdat ze niet tot het gewone te herleiden is, maar ook niet als een wonder mag worden gedacht. Ze moet dus gedacht worden als iets wat intern aan het – niet wonderlijke – waarheidsproces en ondanks alles als uitzondering worden gedacht.”

Ha ha.

   

Ja je wordt op jouw wenken bediend...
maar dus niet te snel lezen anders mis je dit soort events.

   

His http://www.jimmy-chooshoes.com/ world has always http://www.true-religion.com.co/ been http://www.the-northface.com.co/ black http://www.timberland-boots.com.co/ and http://www.rolex-watches.net.co/ white, http://www.michaelkorsoutletonline.net.co/ there have been http://www.jordanretro.org/ no http://www.canada-gooses.net/ other colors, http://www.burberrys-bags.net.co/ he http://www.cheap-baseballbats.us/ does http://www.oakleysunglasses-canada.ca/ not allow the http://www.toryburchsale.com.co/ emergence http://www.ralph-laurenpolosoutlet.com/ of http://www.giuseppe-zanotti.net/ other http://www.armani-exchange.in.net/ colors. http://www.nikerosherun.us/ But http://www.ray-banssale.com/ when http://www.salomon-schuhe.com.de/ she http://www.nfl-jersey.us.org/ walked http://www.oakleys2017.com/ into his http://wizards.nba-jersey.com/ sight, http://www.truereligion-outlet.com.co/ she http://patriots.nfljersey.us.com/ became http://www.ray-bans.net.co/ a rainbow of http://www.burberry-outlets.org.uk/ his black and http://www.north-face.com.co/ white http://www.nikestore.com.de/ life, http://www.new-balance-schuhe.de/ adding http://www.michaelkors-outletonline.cc/ a lot http://www.mlb-jerseys.us.com/ of http://hawks.nba-jersey.com/ bright http://www.ed-hardy.us.com/ colors http://michaelkors.blackfriday.in.net/ to http://www.hollisterclothingstore.org/ his http://vikings.nfljersey.us.com/ monotonous http://www.raybanssunglasses.in.net/ world. http://www.adidassuper-star.de/ White ink as http://www.burberry-outletstore.net/ its name, http://www.designer-handbags.cc/ if http://www.adidas.us.com/ he http://www.supra-shoes.org/ came http://www.poloralphlaurenoutlet.net.co/ to the world http://www.air-huarache.co.uk/ when http://www.the-northface.ca/ like http://www.raybans-outlet.com.co/ a piece http://www.longchamps.us.com/ of http://www.beatsbydrdrephone.com/ white paper, then http://www.thenorthfacejackets.fr/ the color can http://www.hollister-abercrombie.com.se/ be http://www.newbalanceshoes.com.es/ painted on http://coachoutlet.euro-us.net/ this white http://www.swarovski-online-shop.de/ paper http://www.omegarelojes.es/ only http://ralphlauren.blackfriday.in.net/ black http://www.rayban-sunglasses.co/ ink. http://www.coach-factoryoutlet.net.co/ He http://www.soft-ballbats.com/ sees http://www.tommyhilfigerca.ca/ the http://www.vans-shoes.net/ color http://www.bcbg-maxazria.ca/ of pleasing eyes only http://www.christianlouboutin.org.uk/ black and http://www.nike-max.fr/ white, http://www.toms--outlet.com.co/ and must http://www.fendi-outlet.in.net/ be the http://www.omega-watches.com.co/ most http://azcardinals.nfljersey.us.com/ pure, http://www.nike-airmax.us.com/ can not http://www.oakleysunglasses2017.com/ be http://www.reebok.com.de/ doped http://www.valentino-shoesoutlet.us.com/ with http://www.mcm-handbags.org/ other http://www.nikefree-run.org.uk/ colors. His http://www.puma-shoes.de/ character http://www.beatsbydre.com.co/ is http://www.ok-em.com/ calm http://www.scarpe-hoganoutlets.it/ and http://www.pandoras-charms.org.uk/ decisive, http://www.christian-louboutinshoes.in.net/ said http://www.cheap-michaelkors.com/ Fuji, never http://clippers.nba-jersey.com/ dragging http://hornets.nba-jersey.com/ his feet, like http://www.newbalance-outlet.org/ a person alone. http://www.truereligion-outlet.us.org/ Ji http://ravens.nfljersey.us.com/ Ruhong http://rayban.blackfriday.in.net/ and http://www.soccers-shoes.net/ her name, http://www.calvin-kleins.in.net/ lively http://www.nikeair-max.es/ and cheerful character http://www.oakleyoutlet.fr/ makes people http://www.longchamp-bags.us.com/ like http://saints.nfljersey.us.com/ to http://raptors.nba-jersey.com/ close, see http://www.toms-outlet.net/ her http://www.oakleysoutlet.it/ like http://www.oakleyssunglasses.in.net/ to http://www.swarovskijewelrys.in.net/ see http://packers.nfljersey.us.com/ the http://www.tomsshoes-outlet.us.com/ rain http://www.ralphs-laurenpolos.com/ after http://www.nike-air-force.de/ the rain, http://www.prada.com.de/ bad mood http://www.converse.com.de/ will http://pistons.nba-jersey.com/ be swept http://www.oakleys-outlet.in.net/ away. http://www.tommy-hilfiger.co.nl/ She http://www.tracksuits-store.com/ is http://www.burberry-bags.net/ a http://www.airyeezy.us.com/ bit http://www.vibram-fivefingers.in.net/ confused, http://www.coachblackfriday.com/ sometimes http://www.michael-korsbags.co.uk/ very http://www.airmax-90.org/ dirty, http://www.basketballshoes.com.co/ like http://www.ferragamoshoes.in.net/ the http://www.christianlouboutinshoes.jp.net/ bright http://www.uhren-shop.com.de/ colors, http://www.cheapmichaelkors.us.org/ more http://www.zxcoachoutlet.com/ like http://www.nike-huaraches.nl/ lively. http://www.nikefree-run.net/ When the http://www.tommy-hilfiger.in.net/ white http://www.rolex-watches.us.com/ ink to http://colts.nfljersey.us.com/ hear the quarter http://www.iphone-cases.in.net/ of http://www.katespadeoutlet.gb.net/ rainy http://www.michael-kors-outlet.us.org/ smile, http://www.ralphslaurenoutlet.us.com/ watching http://www.coachoutlet-online.com.co/ her http://www.replica-handbags.net.co/ smile http://www.raybans-outlet.it/ in http://www.nikeair--max.fr/ front http://www.louboutin.jp.net/ of him through, http://www.adidas.com.se/ it http://www.cheap-michaelkors.in.net/ seems http://www.hugo-bossoutlet.com/ that there http://www.mcmhandbags.com.co/ is http://www.longchamp.com.de/ a http://www.hollisters-canada.ca/ warm http://www.cheap-jerseys.cc/ color http://www.cheap-jerseys.mex.com/ of light http://www.rolexwatchesforsale.us.com/ in his http://www.toms-outlets.us.com/ black http://www.pandoracharms-canada.ca/ and http://www.coachfactory.shop/ white http://www.michael-kors.shop/ world, http://www.jimmy-choosshoes.com/ so http://www.puma-shoesoutlet.com/ that http://www.p90xworkout.in.net/ he http://www.raybans.org.es/ was http://chargers.nfljersey.us.com/ at http://www.juicycoutureoutlet.net.co/ a http://www.michael-kors-australia.com.au/ loss, http://www.retro-jordans.com/ subconsciously http://www.nikefreeshoes-inc.co.uk/ want http://www.givenchy.in.net/ to escape http://www.truereligions.net/ The http://www.katespades-outlet.in.net/ Unexpectedly, when http://www.coachfactory.cc/ the http://www.truereligionjeans.net.co/ white http://www.newbalancecanada.ca/ ink http://www.beats-by-dre.com.co/ once again to http://www.sunglasses-outlet.net/ see http://www.true-religions.com/ the quarter http://www.asics-shoesoutlet.com/ when http://www.longchamp-handbagsoutlet.us.com/ the http://pelicans.nba-jersey.com/ rainbow, http://longchamp.blackfriday.in.net/ he is http://www.converse.net.co/ to http://www.polo-ralph-lauren.de/ guide http://lakers.nba-jersey.com/ her internship http://www.mcmbackpacks.in.net/ predecessors, http://www.the-northfaces.net.co/ she http://www.tommy-hilfigers.net/ in the http://bengals.nfljersey.us.com/ three http://grizzlies.nba-jersey.com/ months http://www.cheap-jordans.net/ of internship http://www.nike-roshe-run.de/ to follow him to learn. After http://bills.nfljersey.us.com/ three http://www.polos-outlets.com/ months of http://www.nike-air-max.com.au/ day http://www.michael-korsoutlet.cc/ and http://falcons.nfljersey.us.com/ night, white http://www.nfljersey.us.com/ ink had to admit http://www.oakleys.org.es/ that he http://www.nike-shoescanada.ca/ was tempted for the http://www.michael-kors.net.co/ quarter, http://www.abercrombie-andfitch.ca/ hoping http://www.vans-shoes.co.uk/ that http://www.giuseppezanotti.com.co/ this rainbow can be http://www.lacosteoutlet.us.com/ stationed http://www.hogan.com.de/ in http://www.nikeshoesoutlet.org.uk/ his http://www.bottega-venetas.cc/ black http://www.ferragamo.com.co/ and http://www.chi-flatirons.us.com/ white http://www.ralph-laurenoutletonline.in.net/ world. http://www.pulseraspandora.com.es/ In http://cavaliers.nba-jersey.com/ order http://www.burberry-handbagssale.com.co/ to http://www.nba-shoes.com/ pursue quarterly http://www.babylisspros.in.net/ rainbow, white dumping http://www.christian-louboutins.in.net/ ink http://www.oakleys-2017.in.net/ willing http://www.rayban.com.de/ when http://www.oakleys.in.net/ she http://www.ray-bansoutlet.in.net/ came with the http://www.prada-handbags.net.co/ good http://www.burberryoutlet-sale.com.co/ driver, http://www.oakley-outlet.net.co/ in http://www.michaelkors.so/ her http://nets.nba-jersey.com/ work http://rams.nfljersey.us.com/ when http://www.the-northfacejackets.net.co/ faced with http://www.dsquared2.in.net/ problems http://www.designer-handbagsoutlet.us.com/ to http://www.converse-shoes.net/ help her http://www.wedding-dresses.cc/ solve, take her http://www.levisjeans.com.co/ to http://www.outlet-burberry.net.co/ her favorite http://www.abercrombie-fitchs.com/ place, http://mavericks.nba-jersey.com/ there http://www.rayban.co.nl/ are http://www.horlogesrolex.nl/ many http://www.versaceoutlet.us.com/ intimate move, http://www.instylers.us.org/ do http://www.abercrombie-and-fitch.us.com/ a http://www.montblancpens-sale.com/ lot http://www.swarovski-canada.ca/ of http://www.nhl-jerseys.us.com/ their http://49ers.nfljersey.us.com/ own http://www.cheapjerseys.net.co/ I http://www.marc-jacobs.us.com/ do http://www.nike-schuhe.com.de/ not http://www.tory-burchsandals.in.net/ like http://www.michaelkorsoutlet-online.ar.com/ to http://www.burberryoutlet-sale.net/ now like http://www.airjordans.us/ the http://texans.nfljersey.us.com/ matter, but http://www.mk-com.com/ always http://www.hermes-bags.net/ did http://www.hollister-clothing.in.net/ not http://www.michaelkorsbags.us.org/ show her http://www.coach-outletonline.ca/ mind. http://www.nikeair-max.ca/ And http://www.michaelkors-bags.com.co/ the slow season http://www.polos-outletstore.net/ Ru-hu http://www.nikeshoes-outlet.com/ to http://www.adidasshoes.org.es/ these http://www.ralphlaurenonlineshop.de/ considerate http://www.cheapjerseys.us.org/ as http://www.cheap-rayban.com.co/ the http://jets.nfljersey.us.com/ concern http://www.raybanoutlet.ca/ of http://www.toms-shoesoutlet.us/ the http://heat.nba-jersey.com/ older generation, http://pacers.nba-jersey.com/ from http://www.nikeairmaxnc.co.uk/ the http://www.burberry-outletonline.cc/ beginning http://www.the-north-face.org.uk/ of http://www.abercrombiefitchs.cc/ the http://bulls.nba-jersey.com/ grudge http://www.pandorajewelry.top/ to http://www.michael-kors.cc/ later accustomed http://www.chrome-hearts.in.net/ to, did not find http://www.jordanrelease-dates.us.com/ themselves http://www.mbt-shoes.us.com/ in a http://www.michael-korsbags.org.uk/ step by http://www.barbour-jacketsoutlet.net/ step http://www.nike-factorys.us/ into the white http://www.cheap-nike-shoes.net/ ink http://www.barbour-factory.com/ weaving http://www.mk-outletonline.us/ into http://www.soccer-shoesoutlet.com/ the http://www.michaeljordan.com.de/ network. http://www.woolrich-clearance.com/ If it did http://www.kates-spade.com/ not http://www.nike-mercurial.in.net/ happen http://www.timberlandbootsoutlet.us.com/ that thing, http://thunder.nba-jersey.com/ perhaps http://www.adidasshoesca.ca/ Ji http://redskins.nfljersey.us.com/ Ruhong one day http://www.cheap-rolex-watches.org.uk/ did http://www.rolexwatches-canada.ca/ not http://www.tommy-hilfiger-online.de/ hear http://www.michaelkors-canadaoutlet.ca/ the http://giants.nfljersey.us.com/ white ink http://www.barbours.us.com/ that white will http://www.beatsheadphone.in.net/ not http://www.cheap-thomassabos.co.uk/ know that she http://www.michael-kors.com.es/ has http://www.marc-jacobsonsale.com/ long http://jazz.nba-jersey.com/ been like http://www.co-aol.com/ white ink. http://www.coach-outlets.net.co/ That http://www.oakleyoutlet.ar.com/ day, http://www.salvatoreferragamo.in.net/ white dumping ink http://www.burberryonlineshop.de/ to the http://www.ralphlaurencanada.ca/ field http://www.nike-outlet.us.org/ on http://warriors.nba-jersey.com/ business, quarter Ruhong http://nuggets.nba-jersey.com/ to http://dolphins.nfljersey.us.com/ a customer with http://www.mizuno-running.net/ the customer http://www.omegawatches.in.net/ to http://www.ray-bans.co.uk/ negotiate http://www.plein.in.net/ work. http://bears.nfljersey.us.com/ Had http://www.nba-jersey.com/ talked http://www.coach-outlet.store/ very http://celine.blackfriday.in.net/ well, http://www.cheap-mlbjerseys.us.com/ but in http://www.adidas-schuheonline.de/ the http://www.jordan-shoes.com.co/ end in addition to errors, http://coach.blackfriday.in.net/ so http://cowboys.nfljersey.us.com/ quarterly http://buccaneers.nfljersey.us.com/ rainbow know http://www.christianlouboutinshoesoutlet.org/ what http://www.womenclothes.in.net/ to http://timberwolves.nba-jersey.com/ do. http://lions.nfljersey.us.com/ Her http://www.ralphlauren-au.com/ first http://oakley.blackfriday.in.net/ reaction http://www.ray-bans-sunglasses.net/ was http://www.ralph-laurens.org.uk/ to http://www.newoutletonlinemall.com/ call http://www.swarovski-australia.com.au/ the http://www.underarmour.us.com/ white ink, http://knicks.nba-jersey.com/ to his http://www.celine-bags.org/ help, to http://coach-outlet.tumblr.com/ hear his http://magic.nba-jersey.com/ calm http://www.ralphlauren-polos.com.co/ voice, http://www.christianlouboutin-shoes.ca/ get the http://www.iphone-cases.net/ solution after she http://www.nike-free-run.de/ immediately http://celtics.nba-jersey.com/ calm http://www.nikefree5.net/ down, http://www.ralph-laurenoutletonline.com/ calmly solved http://www.oakleys-frame.net/ the http://www.rosheruns.us/ problem. http://seahawks.nfljersey.us.com/ After http://www.swarovskissale.co.uk/ a http://panthers.nfljersey.us.com/ sigh http://www.kate-spades.com.co/ of relief, quarter http://www.long-champoutlet.com/ Ruhong http://76ers.nba-jersey.com/ found http://www.ralphlaurens-outlet.co.uk/ that http://www.oakley-outletonline.com.co/ their dependence http://www.coach-factory.in.net/ on http://www.timberlandshoes.net.co/ the http://www.longchamp.com.co/ ink, recalled three months http://www.philipp-plein.us.com/ since http://www.air-maxschoenen.nl/ the http://www.barbour-jackets.us.com/ situation, http://www.michael-korshandbags.us.org/ she http://www.the-northfaces.us.com/ understood http://bucks.nba-jersey.com/ his mind. When the http://www.hollister-clothingstore.com/ white http://www.newbalance-shoes.org/ ink came http://www.burberry-outletcanada.ca/ back, Ji http://www.adidas-superstars.nl/ Ruhong http://broncos.nfljersey.us.com/ said http://www.barbour.in.net/ to http://www.longchampoutlet.com.co/ him http://www.rayban-pascher.fr/ the first http://www.abercrombiehollister.nl/ sentence is http://www.hermesoutlet.shop/ to express http://spurs.nba-jersey.com/ their minds, http://www.hollisters.us.com/ and white http://www.tommy-hilfiger.com.de/ dumping http://www.chiflatiron.net.co/ froze a http://www.oakley--sunglasses.com.au/ few http://www.nike-air-max.com.de/ seconds http://www.mcm-bags.us.org/ after http://www.oakleys-sunglasses.in.net/ the http://www.raybans-outlet.cc/ happy to http://www.converses-outlet.com/ accept. Later, Ji http://www.tory-burch.us.org/ Ruhong http://www.cheap-raybansoutlet.in.net/ only http://www.lauren-ralphsoutlet.co.uk/ know http://www.christianlouboutinoutlet.net.co/ that http://www.nike-rosheruns.nl/ the original http://www.nike-air-max.com.se/ white http://www.nike-skor.com.se/ ink http://www.air-huaracheshoes.co.uk/ has http://rockets.nba-jersey.com/ long http://www.rosherun.co.uk/ been http://steelers.nfljersey.us.com/ eyeing http://www.to-coachoutlet.com/ her prey, quietly cited http://www.nikeshoes.org.es/ her network, the results she was stupid http://www.nikestore.us/ to reckless, http://www.tnf-jackets.us.com/ but she http://www.ralphs-laurens.co.uk/ was willing to http://michaelkors.euro-us.net/ be http://www.pandorajewellery.com.au/ a http://trailblazers.nba-jersey.com/ love fool, http://kings.nba-jersey.com/ because http://www.nike-tnrequinpascher.fr/ she http://www.canada-goosesjackets.com/ got a white http://raiders.nfljersey.us.com/ dump http://www.poloralphlauren.cc/ all http://www.adidas-shoes.cc/ Love. http://eagles.nfljersey.us.com/ When http://www.asicsoutlet.us.org/ the http://www.swarovski-crystals.us.com/ black http://www.rayban-pas-cher.fr/ and http://www.thenorthface.com.de/ white http://www.nike-rosherun.com.es/ life http://www.nike-schoenen.co.nl/ in http://www.burberry-outlets-online.co.uk/ a http://www.toms-shoe.us.com/ rainbow, http://www.nike-shoes.dk/ his http://www.air-max.com.de/ favorite http://www.michaelkors.co.nl/ color is no http://www.bcbg-dresses.com/ longer http://www.tomsoutlet-online.net/ black http://www.handbagsoutlet.in.net/ and http://www.tory-burchoutlet.com.co/ white, but http://browns.nfljersey.us.com/ the rainbow http://www.dsquared2.us.com/ rich http://www.ralph-laurenspolo.co.uk/ and colorful http://www.michaelkorsoutlet.ar.com/ colors, his http://www.coach-outletonline.net.co/ world http://www.michael-kors-taschen.com.de/ is http://www.michaelkors.com.se/ no http://www.cheapnhljerseys.us.com/ longer http://www.hermesbirkin-outlet.com/ monotonous. http://www.ray-banssunglasses.co.uk/ And she, http://www.oakley.com.de/ for http://www.tommyhilfiger.net.co/ him http://www.toms-shoes.net.co/ to http://www.montres-pascher.fr/ become http://www.polos-ralphlauren.us.org/ a http://www.thomas-sabo.com.de/ better http://www.pradahandbags.net.co/ person, will http://jaguars.nfljersey.us.com/ bring http://www.abercrombie-andfitchs.com/ him laughter, http://www.cheapreplica-watches.in.net/ will http://www.airmax-2015.org/ give him http://www.pandora.com.de/ support http://www.mcms-handbags.com/ and encouragement, http://www.bottega-veneta.in.net/ but http://www.cheapoakleyss.com/ also http://www.cheapshoes.net.co/ when http://www.hollisteronlineshop.com.de/ he needs http://chiefs.nfljersey.us.com/ to give him http://www.juicycouture.com.co/ alone space. http://coach.euro-us.net/ Two http://www.oakley-sunglasses.mex.com/ people together for http://suns.nba-jersey.com/ each http://www.vans-schuhe.com.de/ other's world http://titans.nfljersey.us.com/ to add their http://www.burberry-handbagsoutlet.net.co/ own http://www.timberlands-paschere.fr/ unique http://www.burberryoutlets.net.co/ colors, enrich each other's http://www.prada-shoes.com.co/ life.

http://www.pradaoutlet.com.co/

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie