Heerszucht

In de blog: zero

De Rijnsburgse Collegianten, waar Spinoza contact mee had, hadden op politiek vlak, volgens Wiep van Bunge, vooral aversie tegen heerszucht.

Heerszucht is een wat ouderwets aandoend begrip, maar geeft nog steeds heel goed weer waar de zwakte ligt van religieus of anders denken als dit in de praktijk wordt gebracht.

Enige introspectie van de mens op het gebied van de eigen neigingen tot heerszucht zijn vereist om te kunnen komen tot een adequaat weten. Met adequaat weten doel ik dan op de noodzaken weten voor wat er gebeurt en aldus verlicht zijn.

De onverschrokkenheid, als doel uit de Stoa, kan dus ontmaskerd worden als poging tot heerszucht over zichzelf, ook bijvoorbeeld marxisme als poging tot heersen over de geschiedenis, of feitelijk elke vorm van filosofie, met als raar fenomeen dat men probeert uit te komen onder de heerszucht met postmodernisme, een dappere poging, maar logisch onbegrepen.

Als er namelijk iets is dat mensen begrijpen, en herkennen, en aannemen van iemands intenties, dan is het de heerszucht. En wederzijds begrip of tolerantie in de praktijk, zal eerder neerkomen elkaar in heerszucht respecteren, dan wat anders. De waarde waarin men de ander zou laten, is in het heersend zijn op lokaal niveau.

Toen tienduizend jaar geleden de eerste vormen van agrarische revolutie plaatsvonden, werd de heerszucht geïnstitutionaliseerd. Heersen over het vee, en over de oogst, heersen over een plek, en huis, heersen over een leger en gemeenschap. Het is moeilijk te zeggen waarmee de mens haar nomadenbestaan van jager/verzamelaar opgaf.

Volgens Van Rossem in zijn college over Big History was in ieder geval altijd de existentiële vraag naar bezinning (waartoe wij leven) aan de orde, en je zou de heerszucht als natuurlijk antwoord kunnen beschouwen op bezinningsvragen, dat evolueerde in de gemeenschappen.

Iets banaals als moeilijk afstand kunnen doen van potjes en pannetjes, en dat het moeite kost om potjes en pannetjes mee te slepen als nomade, waardoor de prikkel is je te vestigen en agrarisch te gaan leven, is mogelijk de aanzet geweest tot ver doorontwikkelde heerszucht.

De mensen die agrarisch gingen leven hadden als nadeel dat ze met de klok moesten gaan leven. Het vee moest op tijd eten/gemolken worden, er moest gezaaid en geoogst worden. De dictatuur van de klok is daar begonnen. En je zou kunnen zeggen dat onze heerszucht in toom gehouden kon worden door de klok.

Het is daarbij typisch dat dictators als Hitler, Stalin en Mao notoire doorbrekers waren van het leven in een klokritme. Hitler sliep een gat in de dag, Stalin en Mao wilden dag en nacht doorgaan en vonden dat men paraat moest zijn voor hun grillen. Heerszucht in ultieme vorm is grilligheid. Maar dat is dan juist weer omdat wij beheerst worden door de klok.

Vrijheid in ultieme vorm is dan onafhankelijk van de klok leven, en heerszucht is andere mensen naar jouw ritme te laten leven.

Met de industriële revolutie is de mens de energieconsumptie op gaan voeren. Van de agrarische gemeenschap kon je zeggen dat slechts enkele heersers profiteerden, en met de industriële revolutie is het aantal profiteurs omhoog gegaan doordat we gecomprimeerde energie van fossiele brandstoffen konden gaan gebruiken. Nu zouden we die mate van energieconsumptie en profiteren redelijk in stand kunnen houden als er duurzame bronnen voor energie komen en ontwikkeld blijven worden, maar als je denkt in het kader van evoluerende heerszucht, kan ook de zuivere democratie de naar individuele heerszucht strevende mens niet bevredigen.

Het wordt tenslotte moeilijker met zoveel profiterende mensen om iets met de heerszucht te kunnen, en logische compromissen in een democratie zijn dan niet bevredigend.

We zouden kunnen zeggen dat het natuurlijk antwoord op de bezinningsvraag, de heerszucht, haar langste tijd gehad heeft, en pas nu ze dat gehad heeft is mogelijk de heerszucht als zodanig te onderkennen.

Dat de heerszucht haar banale oorsprong heeft in bezitsdrang ( de potjes en pannetjes, het huis, de auto) geeft volgens mij aan dat de afstand nemen van heerszucht een transformatie van de bezitterigheid van mensen mee zal moeten brengen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat het bezit van verhalen, ervaringen of kennis, belangrijker is dan materieel goed. Als het dat feitelijk altijd al niet was.

Ik denk dat de behoeften van mensen eerder immaterieel zijn dan materieel, maar dat men aan het einde van de heerszucht moet zijn, om dat te kunnen zien.

Tags
geen tags