Heerszucht

In de blog: zero reacties: 378 pdf print

De Rijnsburgse Collegianten, waar Spinoza contact mee had, hadden op politiek vlak, volgens Wiep van Bunge, vooral aversie tegen heerszucht.

Heerszucht is een wat ouderwets aandoend begrip, maar geeft nog steeds heel goed weer waar de zwakte ligt van religieus of anders denken als dit in de praktijk wordt gebracht.

Enige introspectie van de mens op het gebied van de eigen neigingen tot heerszucht zijn vereist om te kunnen komen tot een adequaat weten. Met adequaat weten doel ik dan op de noodzaken weten voor wat er gebeurt en aldus verlicht zijn.

De onverschrokkenheid, als doel uit de Stoa, kan dus ontmaskerd worden als poging tot heerszucht over zichzelf, ook bijvoorbeeld marxisme als poging tot heersen over de geschiedenis, of feitelijk elke vorm van filosofie, met als raar fenomeen dat men probeert uit te komen onder de heerszucht met postmodernisme, een dappere poging, maar logisch onbegrepen.

Als er namelijk iets is dat mensen begrijpen, en herkennen, en aannemen van iemands intenties, dan is het de heerszucht. En wederzijds begrip of tolerantie in de praktijk, zal eerder neerkomen elkaar in heerszucht respecteren, dan wat anders. De waarde waarin men de ander zou laten, is in het heersend zijn op lokaal niveau.

Toen tienduizend jaar geleden de eerste vormen van agrarische revolutie plaatsvonden, werd de heerszucht geïnstitutionaliseerd. Heersen over het vee, en over de oogst, heersen over een plek, en huis, heersen over een leger en gemeenschap. Het is moeilijk te zeggen waarmee de mens haar nomadenbestaan van jager/verzamelaar opgaf.

Volgens Van Rossem in zijn college over Big History was in ieder geval altijd de existentiële vraag naar bezinning (waartoe wij leven) aan de orde, en je zou de heerszucht als natuurlijk antwoord kunnen beschouwen op bezinningsvragen, dat evolueerde in de gemeenschappen.

Iets banaals als moeilijk afstand kunnen doen van potjes en pannetjes, en dat het moeite kost om potjes en pannetjes mee te slepen als nomade, waardoor de prikkel is je te vestigen en agrarisch te gaan leven, is mogelijk de aanzet geweest tot ver doorontwikkelde heerszucht.

De mensen die agrarisch gingen leven hadden als nadeel dat ze met de klok moesten gaan leven. Het vee moest op tijd eten/gemolken worden, er moest gezaaid en geoogst worden. De dictatuur van de klok is daar begonnen. En je zou kunnen zeggen dat onze heerszucht in toom gehouden kon worden door de klok.

Het is daarbij typisch dat dictators als Hitler, Stalin en Mao notoire doorbrekers waren van het leven in een klokritme. Hitler sliep een gat in de dag, Stalin en Mao wilden dag en nacht doorgaan en vonden dat men paraat moest zijn voor hun grillen. Heerszucht in ultieme vorm is grilligheid. Maar dat is dan juist weer omdat wij beheerst worden door de klok.

Vrijheid in ultieme vorm is dan onafhankelijk van de klok leven, en heerszucht is andere mensen naar jouw ritme te laten leven.

Met de industriële revolutie is de mens de energieconsumptie op gaan voeren. Van de agrarische gemeenschap kon je zeggen dat slechts enkele heersers profiteerden, en met de industriële revolutie is het aantal profiteurs omhoog gegaan doordat we gecomprimeerde energie van fossiele brandstoffen konden gaan gebruiken. Nu zouden we die mate van energieconsumptie en profiteren redelijk in stand kunnen houden als er duurzame bronnen voor energie komen en ontwikkeld blijven worden, maar als je denkt in het kader van evoluerende heerszucht, kan ook de zuivere democratie de naar individuele heerszucht strevende mens niet bevredigen.

Het wordt tenslotte moeilijker met zoveel profiterende mensen om iets met de heerszucht te kunnen, en logische compromissen in een democratie zijn dan niet bevredigend.

We zouden kunnen zeggen dat het natuurlijk antwoord op de bezinningsvraag, de heerszucht, haar langste tijd gehad heeft, en pas nu ze dat gehad heeft is mogelijk de heerszucht als zodanig te onderkennen.

Dat de heerszucht haar banale oorsprong heeft in bezitsdrang ( de potjes en pannetjes, het huis, de auto) geeft volgens mij aan dat de afstand nemen van heerszucht een transformatie van de bezitterigheid van mensen mee zal moeten brengen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat het bezit van verhalen, ervaringen of kennis, belangrijker is dan materieel goed. Als het dat feitelijk altijd al niet was.

Ik denk dat de behoeften van mensen eerder immaterieel zijn dan materieel, maar dat men aan het einde van de heerszucht moet zijn, om dat te kunnen zien.


Tags
geen tags

Reacties (378)

   

Dag Leon,

Heerszucht, boeiend!

“Ik denk dat de behoeften van mensen eerder immaterieel zijn dan materieel”
De drift die primair fysisch is en een materiële biologische vervulling wil, wordt door taal (zie ook het blog van Areniers) omgezet naar verlangens.
En verlangens onderscheiden zich immaterieel van driften door hun imaginaire vervulling.
(Dit is bvb niet denkbeeldig mijn honger stillen, maar hoe ik daadwerkelijk etend, naast mijn maag, eigenlijk mijn imaginaire ruimte vul.)

Zo is het ‘menselijk in het leven staan’ de vervlechting van immaterieel én materieel. Of, ‘materie en idee’ zijn één. Met “aan het einde van de heerszucht zijn, om dat te kunnen zien” heeft dat lijkt me weinig te maken.

“En wederzijds begrip of tolerantie in de praktijk, zal eerder neerkomen elkaar in heerszucht respecteren.”
Nou, heerszucht is een levensbelangrijke deugd, de amoebe heeft er al mee te maken! De strijd sterkt!

“De waarde waarin men de ander zou laten, is in het heersend zijn op lokaal niveau.”
Is dit niet “van je eigen superieure standpunt uitgaan”, dat wordt namelijk niet door iedereen geaccepteerd. Hier krijg je een koekje van eigen deeg!

   

[“De waarde waarin men de ander zou laten, is in het heersend zijn op lokaal niveau.”
Is dit niet “van je eigen superieure standpunt uitgaan”, dat wordt namelijk niet door iedereen geaccepteerd. Hier krijg je een koekje van eigen deeg!]

ik denk dan aan zoiets als autorijden...de heerser achter het stuur

als je die lijn (potten-pannen/huis/auto) doortrekt naar vakantie-ervaringen/games en verder kom je toch wel bij de virtualiteit uit.

ik vind wel interessant dat je heerszucht een deugd noemt....op zich is dit dan een primaire deugd, want het gaat bij deugden om heersen over jouw geest/lichaam

   

[ik vind wel interessant dat je heerszucht een deugd noemt....op zich is dit dan een primaire deugd, want het gaat bij deugden om heersen over jouw geest/lichaam]

naar binnen gericht in plaats van naar buiten gericht, dat wel...

   

Leon,
Enkele kleine bedenkingen.

De zuivere democratie kan en moet niet elke naar individuele heerszucht strevende mens bevredigen. Zij – de democratie – zal bepalen wat wel en niet kan en mag. Of dat met ‘kiesmannen’ of % gaat is een afspraak binnen die gemeenschap. In democratie wint de heerszucht van de groep het over de heerszucht van sommige individuen.

Dat waarden moeilijk te vergelijken zijn houdt toch niet in dat we geen waarden gaan hanteren? Democratie is het georganiseerde meningsverschil waarbij we veranderingen binnen die context organiseren. Waarom zou daarbij geen heerszucht van standpunten kunnen volgen die we met alle macht democratisch verdedigen - heerszucht als dynamiek! Logische compromissen in een democratie zijn dan juist wel bevredigend.

Kwame Anthony Appiah, winnaar van de Spinozalens 2016, pleit voor eergevoel als leidraad in het sturen van handelen. Eerzucht kan dan samengaan met (h)eerszucht.

http://www.trouw.nl/tr/nl/5091/Religie/article/detail/4427405/2016/12/04/De-revolutionaire-kracht-van-eergevoel.dhtml

   

Ja Appiah's uitgangspunt is interessant.

De heerszucht bepaalt dat we allemaal bijvoorbeeld een auto willen kunnen besturen, en dan staan we in de file. Neem nou eens de file als uitgangspunt: dat is democratie! iedereen bepaalt zelf waar die op een bepaald moment heen wil en het loopt vast, want niemand wil zomaar de auto opgeven.
Rekeningrijden is impopulair want het tast de heerszucht aan, belastingen ook.
Hoe moet een democratie werken als er geen belastingen binnen komen?

maar het is dus juist goed dat de heerszucht haar logische grens bereikt (de file). Dan kan pas een alternatief gevonden worden. Terug naar overheerst worden is geen optie, maar wat dan? Je lijkt te heersen in virtualiteit, kan daar zelfs God-gelijk zijn, maar ook dan is er de file op de servers.

De heerszucht inleveren?

   

“De heerszucht bepaalt dat we allemaal bijvoorbeeld een auto willen kunnen besturen, en dan staan we in de file.”

Nou, is het niet wat complexer?
Vervoer organiseren naar werk, school en opvang vraagt vaak een eigen voertuig, misschien meer dan één. Niet iedereen woont kort bij werk en school, en inwonende kinderen met afgelegen werk hebben vaak zelf een auto.

Of, denk eens aan volgende vreemde situatie. Dure opslagplaatsen zijn reeds lang vervangen door rijdende volumes, de vrachtwagens die ver vóór, op en achter de autosnelwegparkings staan zijn daar het gevolg van. Kilometers lage rijdende opslagplaatsen op de snelwegen!

“Democratie is iedereen laten bepalen waar die op een bepaald moment heen wil en het loopt vast, want niemand wil zomaar de auto opgeven” klinkt vooral cynisch grappig maar houdt de economische dwang die vooral files veroorzaakt niet tegen. Of is iedereen onderweg naar oma?

De schuld bij het gezin of het individu leggen die bvb eerst de kinderen ‘s morgens aan school afzet, vervolgens naar werk rijdt en ’s avonds even langs Albert Hein winkelt waarna op de terugweg nog een kind opgehaald wordt van sport! Als die zijn auto stalt komt vrouwlief met de kleinste op de fiets ook thuis. Dan klinkt “de heerszucht bepaalt dat we allemaal een auto willen besturen” vooral wrang.

“Het is dus juist goed dat de heerszucht haar logische grens bereikt (de file)” is vooral de grens van economische heerszucht en minder de individuele!

   

Het is niet perse bedoeld als cynisme dat het machtige gevoel achter het stuur volkomen in de dictatuur van de economische klok plaatsvindt.
Je kunt het ook omdraaien, de dwingende economische klok maximaliseert het aantal mensen met heers-ervaringen achter het stuur.

Ik denk dat we het systeem hebben dat de behoeften faciliteert, en niet een systeem dat ons gevangen houdt.

Natuurlijk ben je slaaf van de bank als huizenbezitter of autobezitter, maar het bezitten is existentieel een voldoende bevrediging.

   

Al 's aan de orde geweest.
En op een subtielere wijze dan wat jij hier ten toon spreidt.

Heerser

Hij schreed
en ruimte was hem soepel kleed
aan 't koele lijf.

de gladde luchten spatten uit elkander
en rode sterren walmden àl hun wonder
in wankelenden nacht.

hij schreed
en ruimte brak aan zijn metalen tred
en lucht verkromp voor zijn doorzengden zucht.

leven was enkle vlokken violette geur.

hij at
en aarde trok haar gillende spiralen
door schrompelenden nacht:
hij had geproefd.

hij stond
atoom en kosmos beide,
en heersend was in ertsen greep
over den werveldans der elementen
d'ivoren glimlach van den stille knaap.

   

ik waardeer het gedicht, voor de rest weet ik niet of subtiliteiten nu echt van belang zijn, meer een kwestie van smaak.

   

Zeer zeker een kwestie van smaak. In jouw verhaal proef ik niets.

   

"De Rijnsburgse Collegianten, waar Spinoza contact mee had, hadden op politiek vlak, volgens Wiep van Bunge, vooral aversie tegen heerszucht.

Heerszucht is een wat ouderwets aandoend begrip, maar geeft nog steeds heel goed weer waar de zwakte ligt van religieus of anders denken als dit in de praktijk wordt gebracht.

Enige introspectie...."

Die "heerszucht" (feitelijk heb je het over dogmatisme) was het kenmerk van een klasse. Je herdefinieert ze echter snel naar een algemeen menselijk psychologisch gebrek, een soort erfzonde. Dat houdt geen steek.

   

waarom houdt dat geen steek?

   

Omdat het niet om een algemeen menselijk gebrek gaat, maar om het gedrag van sommige mensen onder zekere omstandigheden. Je begint zelf over de eerste landbouw (inderdaad de eerste bron van ongelijkheid) maar dan verlaat je het dialectische pad en begint te preken, net zoals die zgn. "heerszuchtigen".

Je noemt het een "ouderwets aandoend begrip", dat we kunnen kennen door introspectie. Wat als iemand niets van die aard aantreft bij introspectie?

   

"Wat als iemand niets van die aard aantreft bij introspectie?"

Een racist kan best bij introspectie geen racisme aantreffen! Onschuldig Your Honourable!

   

Je bent het dus met me eens dat introspectie geen goed verificatiemiddel is.

   

"Een racist kan best bij introspectie geen racisme aantreffen!"
Zou dat als een excuus voor het nazisme van Martin Heidegger kunnen gelden? Ik meen alvast van niet.

   

Introspectie kan een verificatiemiddel zijn, dat werkt niet bij iedereen. Alleen bij mensen die kunnen veranderen. Het is dom van mij om er van uit te gaan dat iedereen kan veranderen. Noem het politieke domheid. Net zo dom als er van uitgaan dat iedereen kan emanciperen.

   

Nounou, dom....

Ik kan niet weten of iedereen kan emanciperen, maar ik handel en spreek wel alsof iedereen dat kan. Hoe denk je dat het beter is?

   

Goede vraag. Ik wou dat ik het wist.
Erkenning van onmogelijkheden lijkt me een begin, maar misschien is zelfbedrog wel essentieel om gemotiveerd te blijven in het leven.

   

Erkenning van welke onmogelijkheden? Hoe vastgesteld?

De enige onmogelijkheid die ik zie is de onmogelijkheid grenzen te stellen aan onontgonnen terrein.

Velen vonden het een eeuw geleden nog onmogelijk dat vrouwen zouden kunnen stemmen, dat homo's zouden kunnen trouwen, dat de hele bevolking zou kunnen schrijven en dat de kerken zouden leeglopen.

   

De erkenning van de onmogelijkheden per individu om van mening te veranderen. Neem nu bijvoorbeeld het beeld dat je van mij hebt...en dan de mogelijkheid (via introspectie bijvoorbeeld) om te gaan zeggen wat ik toch voor leuke denkbeelden heb.
Dan geldt vast dat er een beeld bestaat van wat de Waarheid is, en ja de Waarheid ligt nu eenmaal vast.

   

Siger, omdat jij zegt dat het niet om een algemeen menselijk gebrek gaat, moet dat gelden als argument? De vraag is waarom dat dan niet zo is. Ik zie/ervaar namelijk wel dat het om een algemeen menselijk gebrek gaat. Als was het maar door de dynamiek van deze filosofie.be groep te bestuderen. In het "discours" gaat het voornamelijk om de heersende mening. Misschien dat ik teveel het discours als uitgangspunt neem.

   

Leon,

"Siger, omdat jij zegt dat het niet om een algemeen menselijk gebrek gaat, moet dat gelden als argument?"

Ik kan je niet meer aanbieden dan mijn waarneming. Ik vrees dat als onze waarnemingen verschillen, argumenten niet zullen helpen.

Neem nu inderdaad dit forum. Het zou toch wel gek zijn als de spelers gedreven werden door een zucht naar heerschappij, want net hier is geen enkele manier om heerschappij te vestigen.

Nu weet ik wel dat je altijd kan zeggen dat je "heerszucht" niet te beperkt moet zien etc... maar dat lijkt me toch niet logisch als je dat woord speciaal uitgekozen hebt.

Bijvoorbeeld: "geldingsdrang" is heel wat anders dan "heerszucht", en natuurlijk hebben we hier allemaal een zekere mate van geldingsdrang. Maar dat is zoiets als een plaats of een erkenning verwachten , en is dus geen heersen (gezag over anderen uitoefenen) op zich.

Ik zoek niet zomaar spijkers op laag water hoor. Er is de idealistische analyse van een samenleving, die zich toelegt op karakter, moraal en eer. En er is de materialistische analyse, die gaat over mensen in materiële omstandigheden. Die zijn tegengesteld aan elkaar.

   

“Neem nu inderdaad dit forum. Het zou toch wel gek zijn als de spelers gedreven werden door een zucht naar heerschappij, want net hier is geen enkele manier om heerschappij te vestigen.”
Inderdaad, introspectie helpt duidelijk niet bij iedereen. Hoe luidt het weer – balken en splinters in eigen en andermans ogen?

“Een zekere mate van geldingsdrang.”
Hoe hilarisch… een zekere mate…

“Ik zoek niet zomaar spijkers op laag water hoor.”
Het wordt nog hilarischer… ha ha.

“Er is de materialistische analyse, die gaat over mensen in materiële omstandigheden.”
Die hebben geen “karakter, moraal en eer”? Kan het nog grotesker?!

   

Het ging niet over jou hoor. Hoe verwaand te denken dat ik je zoveel aandacht geef.

   

Ik betrok het niet op mij! Weer verkeerd gelezen Siger en die sneer van verwaandheid past dus op jouw hoed.
Ik nam wel je groteske gedachtesprongen op de korrel.

   

Ik vond het ook wel grappig. Waarin verschilt nu heerszucht van geldingsdrang, wanneer wordt geldingsdrang extern? Ik neem aan dat geldingsdrang voor jezelf houden onmogelijk is, en dus van enige dwingelandij naar anderen altijd wel sprake is. Maar dan kan je het "heersen" institutionaliseren of niet.
Kijk ik heb misschien de neiging tot "preken", maar het is verder vrijblijvend wat je met mijn gedachtegoed doet. Dat ik juist heerszucht in autobezit zie, en het zie vastlopen in files, dat betekent voor mij een mogelijkheid tot bezinning, meer niet, geen pasklare oplossing.

   

Je vond het ook wel grappig, maar had een zetje nodig om dat te bekennen?

   

Ik wil daar niet mee verder.

   

Het verschil tussen een voertuig beheersen (heerszucht over een machine zoals de auto) en geldingsdrang (overal naar toe gaan op de wereld met de auto). Ik denk dat het laatste gewoonweg zelfbedrog is, je bent in economisch opzicht helemaal niet vrij in hoe je je mag laten gelden. Je kunt wel "beheersen".

   

De stoicijnen die zelfbeheersing zochten, dat is als het ware de heerszucht erkennen en dan aanwenden voor iets wat echt van belang is. Maar modern is misschien dat je er achter komt dat je wel bijvoorbeeld heersend bent (over het stuur) maar dat hier geen zingeving meer in zit. Dat je dus eigenlijk die auto niet nodig zou moeten hebben, waarbij de auto een metafoor is voor bevrediging van materiele behoeften in het algemeen. Materiele behoefte/bezitsdrang en heerszucht hangen samen. Dat is het idee nu even...

   

Als het idee verder duidelijk is, kunnen we misschien weer wat andere ideeen van Siger of Steven bekijken. Waarom ook niet een gastblog voor Bert of Ursula?

   

Je blog gaat over "heerszucht", en dat is heel wat anders dan "zelfbeheersing" of "je auto beheersen".

Maar goed.

   

wat mij betreft is hameren op toetsjes ook een onderdeel van heerszucht in de praktijk.

   

Zo komt mijn verwachting toch weer uit: alles is heerszucht geworden, en de theorie is gered.

   

takke-takke-takke...
de "theorie" ging nog wat verder, dat "het einde van de geschiedenis" het einde van de heerszucht is, als zingevend, dat er wat anders kan komen.
Ik begrijp dat het moeilijk is:
1) heerszucht in de mens erkennen
2) erkennen dat heerszucht in de praktijk als zingevend werkt
3) erkennen dat de praktijk wel zo'n beetje aan haar einde is van nog als zingevend beschouwd kunnen worden
Ik heb geprobeerd voor dit idee een kader te schetsen. Het is niet meer dan een schets en geen uitgewerkte tekening. Zo'n uitgewerkte tekening zou imposant kunnen zijn, ik heb echter geen geduld om tekeningen uit te werken, vandaar slechts die "kladjes".

   

Leon,

Laat je niet tergen!
Siger’s ‘verwachting komt toch altijd weer uit’! (Dat weten we ondertussen wel, niet?)

   

Leon,

De denkbeweging nodig om je blogs te volgen zijn interessant, niet direct je voorbeeld. Ik volg je ook niet altijd en soms heb ik er niets aan maar dan laat ik het zo. Kant en klare beschouwingen plaatsen is louter kennis geven en minder interessant.
Vooral omdat kennis te verdelen en te delen is.

2 + 2 = 4 (om een banaal voorbeeld te nemen) begrijpt iedereen die kan rekenen en is uit te leggen aan wie het niet begrijpt.
Filosofische voorstellingen zijn wel te verdelen, maar niet te delen.
Dat leidt tot problemen voor de centrale vraag van filosofie, namelijk de vraag naar wie wij eigenlijk zijn?
Schopenhauer “De wereld als wil en voorstelling” kan gelezen en eventueel op cursus aangeleerd waarbij die kennis gedeeld wordt, maar niet de voorstellingen die uitgevouwd worden.

Daarin verschilt filo van wetenschappen.
Zo is bvb ‘de filosofie van de geest’ niet te herleiden tot de materiële kennis van onze hersenen.

   

Mijn denbewegingen (meervoud) zijn golvend, wat in een wereld van veelal mensen met rechtlijnige denkbewegingen nogal een uitdaging is. Ik denk dat een afwijking van de rechte lijnen omhoog nog wel geaccepteerd kan worden, maar omlaag dat wordt gezien alsof je iemand wil vernietigen. Ondertussen zijn er misschien mensen die dat idee voor mij hebben helaas.

   

Leon,

Ik heb zeker niet het gevoel dat je me wil vernietigen, en andersom evenmin. Alleen waar mensen het niet met elkaar eens zijn kunnen ze elkaar verrijken. Zo werkt het nu eenmaal. Als ik het niet met iemand eens ben zal die het ook altijd weten, met uitleg. Heb ik geen gelijk, dan weet men tenminste wat ik denk.

   

Ik krijg vaak het idee dat "wetenschap" als project heeft "de ander niet meer nodig hebben". Je zou dit kunnen zien als poging tot volwassenheid. Ik beschouw echter volwassenheid als: "de ander nodig willen hebben", waarbij je dan ineens minder moeite krijgt met zogenaamd zinloos metafysisch taalgebruik, of zelfs dat gezeik dat er allemaal bij komt kijken als je elkaar niet kunt begrijpen.
De "Waarheid" zoeken, is een excuus voor de wil om niemand meer nodig te hebben, en feitelijk een probleem met gezag. Mijn experimenten met mijzelf met het laatste woord, zijn gefaald, totdat het woord wat ik zeg alleen nog maar ongelezen of zeker onbegrepen op een of andere obscure site aan de rand van de samenleving staat. het wordt tijd dat "samenwerking" de heerszucht als zingevend gaat vervangen.

   

Ik begrijp niet hoe je nu opeens bij wetenschap uitkomt. En de rest begrijp ik ook niet, om heel eerlijk te zijn. Niet dat ik de zinnen niet begrijp, maar ik heb geen idee wat je ermee wil zeggen.

Wetenschap poging tot volwassenheid? Wie? Wat? Waar? Hoe?

   

Mooi..vragen...

   

Ben benieuwd...

   

De wtenschappelijke methode als volwassen methode, maar verder vooral de vraag of methoden (om te heersen) wel nodig zijn bij alle mogelijke menselijke interactie. Er zijn dus alternatieve mogelijkheden, waarbij vooral de mogelijkheden waar dingen onbepaald blijven, een herwaardering nodig hebben. Ik wil bijvoorbeeld helemaal geen quantumcomputer die de onbepaaldheid er uit haalt.
Maar genoeg nu, ik ga weer lezen.

   

LeonH,

"Nu, ik ga weer lezen."

Hoe ver sta je met 'Eis het onmogelijke'?
Dat is een interview-boek, dus vrij algemeen van onderwerpen en zeker van invulling. Je kan niet zien hoe en waarom Zizek bij zijn ideeën komt. Zoek 'Het subject en zijn onbehagen" eens op, dit is stevig filosofischer en dan zie je zijn onderbouwing.
Het gaat wel niet over entropie, spiegelsituaties en parallelle universums, dus misschien is het niet jouw smaak.

   

Had het boekje laten liggen ergens, en is juist pas weer terug, maar wel veel weer tussendoor. Nu ook nog bij Stanford Husserl aan het studeren.
Maar ik vond het op zich wel interessant. Bij sommige uitgangspunten wijk ik af. Ik zal zeker verder gaan met Zizek, en dank je voor de tip.
Het gaat inderdaad om een aantal politieke uitdagingen, waar ik gek genoeg Zizek niet hoor over religieus communisme, terwijl dat nu volgens mij juist kans maakt.

   

Ik zal mijn gedachten hierover hier plaatsen.

   

Religieus communisme

Het probleem van het communistische denken, waardoor het gefaald heeft, is dat het zich niet verbonden heeft met de religie, en dan met name het religieuze dromen.

Religieus dromen, is hoop en vertrouwen hebben om geloofsredenen. Het moge duidelijk zijn dat de hoop en het vertrouwen voor het communisme van groot belang zijn wil het slagen, want het kan niet in een keer.

Nu echter communisme gefaald heeft en de wereld in kapitalistische greep zit, wordt wel duidelijk dat juist op het gebied van religieuze dromen het verzet blijft. Een wereld die recht moet doen aan religieuze dromen, en vanuit het kapitalisme denken komt, kan alleen communistisch worden.

Ik denk hierbij aan gezamelijkheden binnen het kapitalisme die hun religieuze dromen cultiveren en dan juist gaat lijken op het communistische ideaal. Puur dus vanuit kapitalistische controle over groepen die een gezamenlijkheid hebben in de consumptiemaatschappij.

Nu zou het kapitalisme het “gevaar” kunnen inschatten en derhalve de controle achterwege laten, maar dat is paradoxaal genoeg “onverkoopbaar”.

[ik wilde dit eerst geheim houden]

   

Uitdagende titel: ‘Religieus communisme’.

Bedoel je dat het communisme begin vorige eeuw zich beter verbonden had met een goddelijk geloof, bvb de Grieks-orthodoxe kerk? Want hun uitgangspunt is initieel atheïstisch, dus er was geen interesse voor godsdiensten. Godsdienst is opium voor het volk!

Maar de communistische gedachte was zelf een hoopvol ‘ideaal streven’ naar een beter samenleven. Het was op zich een ‘religieuze’ stroming daar het proletariërs aller landen wou verbinden. Religie als verbindend.

Staatscommunisme duurde van 1917 tot 1989 en was een mislukt avontuur. Cuba hield het wat langer vol en Noord Korea kunnen we toch geen communisme meer noemen.

Zizek verlangt zeker niet naar die tijd, laat daar geen misverstand over bestaan Hij heeft het gekend in voormalig Joegoslavië.
Communisme als slagzin bij Zizek en Badiou staat voor de idee van commune of gezamenlijkheid. Het is geen verlangen naar een verleden.

“The actuality of communism” van Bruno Bosteels staat als pdf op internet. Zoek het eens op.

   

Ik denk dat gebleken is dat zelotische denkers het volk niet aan zich konden binden. Het miste overtuigingskracht zoals religie dat wel heeft. Met religieus communisme ga je uit van de kracht van de gezamelijkheid, van de gemeenschap, waarbij je wel die gemeenschap een rechtvaardiging moet geven in een geloof. Dat is niet zomaar een zoethoudend geloof, of een wettisch geloof. Het is een geloof in de gemeenschap zelf. De gemeenschap moet de kracht is zichzelf, in het communitaire vinden, overtuigd geloof vinden in de probleemoplossende werking van gemeenschappelijke samenwerking.
Helaas kan dat denk ik pas als de uitdagingen zeer complex worden.
Ik heb verder geen behoefte tot verder prediken van een dergelijk geloof. Of het gaat vanzelf dat de gemeenschap die kracht vindt, of het gaat niet, en het laatste dat de gemeenschap nodig heeft is vertegenwoordigers die de macht naar zich toetrekken.

Zizek geeft wel aan een overtuiging te hebben met betrekking tot communistische denkbeelden. Uiteindelijk is samenwerking altijd voordeliger dat ieder voor zich, alleen er moet wel een geloof zijn en blijven in samenwerking. Ik twijfel eigenlijk of mensen wel goede mieren kunnen zijn. De Chinezen zijn meer als spinnen, de Noord-Amerikanen meer als rupsjes (met af en toe een mooie vlinder) De Europeanen meer als mieren, maar uiteindelijk is het misschien toch meer een dwang tot samenwerking dan een geloof in samenwerking hier.

   

En denken veel mensen dat het rupsachtige superieur is.

   

Maar goed Bosteels heeft het over "the need for an onthology", ik denk dat het vrij eenvoudig gegeven is in de "probleemoplossende vermogen" waarin het traditionele onderscheid tussen links en rechts kan verdwijnen. Dat "to be in need of an onthology" is exemplarisch voor "problemen hebben" en het antwoord kan gezocht worden in de verhouding tot problemen. Mogelijk los je een traditioneel onderscheid op, maar ik verwacht wel dat je er een terug krijgt: Mensen willen sommige problemen niet erkennen, of zelfs problemen behouden (vertrouwd). Maar dan nog kan het probleemoplossend vermogen van de groep als antwoord gelden op welke problemen erkend worden en welke niet.

   

Zijspoor: dus "ik denk dus ik ben" kan worden vertaald met: "ik heb een probleem dus ik ben"

   

Zeker, het ‘out of joint’ zijn van de mens is zijn fundamenteel ‘zijnsprobleem’.
Daarom het: ‘ik denk’.

(Het dier leeft intuïtief en is niet ‘out of joint’.)

   

ik denk via Levinas aan de Ander: ik ben een probleem dus ik ben, en dan lijkt me verschil tussen leftie ontology en rightie ontology duidelijk.

ik heb een probleem dus ik ben <-> ik ben een probleem dus ik ben

   

ik heb de Ander <-> de Ander heeft mij

   

out of joint- zoals Sloterdijk het trauma van Met-gevoel kwijtraken noemt in Sferen.

het eerste probleem is het zijnsprobleem, wat dus duidt op de omstandigheden na de geboorte<-> bevalling

   

Ik heb Levinas niet gelezen en door Sloterdijks 'Sferen' ben ik nooit doorgeraakt. Te breedvoerig en heb het boek weggegeven.
Ik hou het simpel: Lacan - Zizek - Badiou. Omdat een beetje bij te houden kost al tijd genoeg.

   

Sloterdijk is beducht op "het einde van de filosofie" en kiest daarom niet voor "problemen oplossen" maar "problemen beschrijven", van allerlei kanten. Hoewel dat natuurlijk net zo goed meehelpt oplossen. Maar ik kan me voorstellen dat je denkt: kom nou eens to the point.
Levinas heb ik weinig van gelezen, en net als bij Kant heb ik een soort aangesproken intuitie bij het begrip van de Ander, zoals bij Kant voor de Noumenale wereld, het Ding an sich. Ik heb gemerkt bij filosofen als Reichenbach of Feyerabend, dat als je echt hun werk minutieus gaat lezen dat de magie er eigenlijk vanaf gaat, niet gelijk, maar toch.
Je kunt wel zeggen dat je het werk echt moet lezen, maar de magie is ook van belang, dat is je eigen zingevingsveld.

   

Zoals ik het begrepen heb is dat “Ding-an-sich” bij Kant nog een metafysisch uitgangspunt zoals het ook graag door de negatieve theologie gehanteerd wordt: ‘we kunnen God niet kennen, God is het onbenoembare…’ en dergelijke shit. Het “Ding” is dan het ‘Hogere’ met hoofdletter voor ding en hogere.
Hegel heeft kritiek op Kants metafysica – vandaar dat bvb Markus Gabriel Hegel reeds aanduidt als meta-metafysicus.

Mijn filo-companen lezen vervolgens Hegels dialectiek tegendraads als die beweging die het “Ding-an-sich” zelf voortbrengt, in het denken zelf dus. Niks metafysisch maar immanent in en door de idee. Zij geven de ‘Ander’ geen metafysische vlucht en houden daarom niet van Levinas.
Zo wordt ook Spinoza gelezen in de ‘Franse receptie’. Hoewel Sp op bijna elke blz God vernoemt is zijn denkbeweging immanent zonder eender welke god of metafysische noodzaak. Immanent aards in de ‘materie van de idee’ zonder herleidbaar te zijn tot de materie van de fysici.

(En nee, dit is geen verkeerd gebruik van het woord materie maar ‘state of the art’ in filosofie.)

   

Heb je Martha Nussbaum gezien zondag op NPO1?

Zij had het over “heerszucht”, of in haar woorden over “Woede en vergeving – wrok, ruimhartigheid en gerechtigheid.”

(Woede en wrok, ooit door de grootste filo op filosofie.be omschreven als ‘niet meer dan een ingegroeide teennagel in het gedrag van mensen.’ Wie zich daarmee bezig hield was toch wel een onderdeurtje!
Nussbaum zal het graag lezen!)

   
   

Ik heb geen TV, zou eventueel uitzending gemist kunnen proberen. Meestal ervaar ik beelden als storend. Mijn denken gaat dan hele andere gedachten denken dan waar de tekst over gaat.

'Materie van de idee'...ik heb een associatie met logica, logica als materie.

   

En vooral in de zuiver filosofische zin: ‘denken over denken’.

Geen extrinsieke relatie tussen idee en materieel ding ‘in de wereld’ – dit doet wetenschap!
Maar intrinsieke relatie tussen idee en ‘materieel ding in de idee’.

Dit is waar Sp in de zeventiende eeuw al op hamerde!
Zijn eerste ‘kensoort’ is het imaginaire van het gewone dagdagelijkse denken zoals het ‘zich aanwaait’ uit de ratio uit die wereld. Hedendaags doxa genoemd, wat ‘men’ denkt’ – een mening.
Zijn tweede ‘kensoort’ is de inzet van de ratio in de constructie van de idee ‘als idee’ – intrinsiek.
Zijn derde ‘kensoort’ is de intuïtie die zich voltrekt in het begrijpen. Door Sp mooi uitgedrukt als ‘weten dat je weet’. Zo vaak en onbegrepen als een lachertje afgedaan!

   

doet me ook denken aan de "excentrische positionaliteit" van Plessner, hier wijst de Mul vaak naar.

   

“De mens valt niet samen met zijn lichaam, maar kijkt als het ware over zijn eigen schouder mee naar wat hij doet. Mensen zijn en hebben een lichaam, door Plessner aangeduid met het onderscheid tussen Leib sein en Körper haben. Deze tweespalt maakt dat de mens een vreemdeling is van zichzelf.”

Deze tweespalt is het belangrijkste in de psychoanalyse. Datgene ‘wat over zijn eigen schouder meekijkt’ is natuurlijk het onbewuste, of, het Subject van de Franse denkers. Het is datgene wat in elk spreken meeklinkt, vandaar de ‘praatkuur’ van Sigmund. Het onbewuste laat zich ‘luisteren’.
Het meest scherp en zonder toegevingen is dat uitgewerkt door Lacan.

Ook doorheen de literatuur van Shakespeare klinkt ‘het over de schouder meekijken’.

   

Ja, "positionaliteit" duidt volgens mij ook precies de soort materiële omstandigheid aan waar we het over kunnen hebben, relationeel, logisch.

   

Taal ‘sticht’ deze tweespalt zodat de mens een vreemdeling is van zichzelf.
Niet in de doxa, in het ‘men’, daar voelt de mens zich best thuis! Hij tatert en tatert en is zeker van zichzelf. Helaas pindakaas!

   

Ik ben zelf bevooroordeeld in denken aan het "hebben van een positie" en in niet een "in positie zijn". Waarschijnlijk is beide waar?

   

We stoppen op kantoor en gaan een hapje eten in de stad. Doei.

   

een praktisch probleem:

Preventieve behandeling van ziekten en kwalen, ongeluk of ongelukkigheid, gelden niet direct als verbeteringen van de menselijke soort, maar hebben wel een duidelijk richtinggevende functie in de ontwikkeling van de menselijke soort. Zelfs als men zodanig ethisch zou zijn om elk soort “enhancement” van de mens als onnatuurlijk tegen te houden, dan zal men met preventie nog richting maakbare mens gaan.

Er is daarbij zelfs al sprake van dat het niet accepteren van preventieve behandeling financiële consequenties kan hebben voor bijvoorbeeld verzekeringen.
Zoals in de science-fiction serie Startrek door de Borg aangegeven wordt: resistance is futile.
Vroeger of later worden wij die volkomen gefabriceerde wezens die nu nog ons schrikbeeld kunnen zijn.

Nu zou je ook preventief kunnen streven naar niet-gefabriceerde wezens, door bijvoorbeeld medische preventieve middelen, zoals inentingen, te weigeren. We zien aan berichten in de media dat zulk denken als gevaarlijk achterlijk wordt weggezet.

In uiterste consequentie kan je denken aan de uitvinding van een supervirus, dat in samenwerking met het immuunsysteem iemand onsterfelijk kan maken, maar tegelijkertijd zal 99% van de mensen het virus niet overleven. Gaan we “preventief” dit supervirus toedienen aan de mensen, als we weten dat 100% van de overlevenden onsterfelijk en volmaakt zal zijn?

Het lijkt me duidelijk dat de intuïtieve garantie die we hier zouden kunnen eisen, dat preventie niemand zal schaden, in werkelijkheid nooit zo volkomen is. Het is geen 100% garantie dat preventie niet juist nadelig is voor sommigen. Het lijkt me principieel juist dat elke vorm van preventie zowel winnaars heeft als verliezers.

Enig voorbehoud voor preventieve behandelingen is dus niet “gevaarlijk achterlijk”.
Maar zo is ook preventief streven naar niet-gefabriceerde wezens een preventie, waar precies hetzelfde voor geldt.

Ik denk wel dat gradueel een supervirus dat 99% van de mensen doodt, moreel onoverkomelijk is, maar al gauw een meerderheid te vinden zal zijn voor toch nog een redelijk hoog percentage mensen dat moet afvallen.

We zien bij loterijen de mensen gretig loten kopen voor de uitzonderlijk kleine kans op een uitzonderlijk groot vermogen. De kans op een uitzonderlijke gesteldheid zal vergelijkbaar veel mensen overhalen om veel verliezers te accepteren. Terwijl er mij geen loterijen bekend zijn die relatief veel winnaars geven van bescheiden maar levensveranderende bedragen als 100.000 Euro.

Nog afgezien van de totale blindheid van mensen om een groot financieel vermogen als absolute diefstal te zien, waarop de mogelijkheid van een dergelijk vermogen gebaseerd is.

Vanuit de psychologische motivatie van gokkers is te concluderen dat qua ethische motivatie over welk soort preventie toelaatbaar is, eerder een groot maar risicovol voordeel gekozen wordt, dan een klein maar minder risicovol voordeel, laat staan geen voordeel.

Mijn hart gaat echter uit naar die mensen die zodanig hun gokkersmentaliteit onder controle hebben dat ze voor “geen voordeel” gaan of zelfs “een zeker nadeel”. Ik geloof namelijk dat die mensen de kroon op de schepping waren, en niet wat eventueel nog daarna kan komen.

   

een praktisch probleem:

“Preventieve behandeling van ziekten en kwalen…”
Denken in functie “van de menselijke soort” zou ik al vermijden. Waar wil je naartoe en wie bepaalt dat?

“Verbeteringen en ontwikkeling van de menselijke soort…” Eugh…
Verzekeringen zijn commerciële instellingen die winst willen maken, daarom dat zij ‘preventieve oplichters’ worden. Niet uit liefde voor de mens.

“In uiterste consequentie kan je denken aan de uitvinding van een supervirus, dat in samenwerking met het immuunsysteem iemand onsterfelijk kan maken, maar tegelijkertijd zal 99% van de mensen het virus niet overleven. Gaan we “preventief” dit supervirus toedienen aan de mensen, als we weten dat 100% van de overlevenden onsterfelijk en volmaakt zal zijn?”
Iemand die deze ideeën serieus neemt en zo’n zinnen schrijft moet preventief opgesloten worden!! LeonH, wat is je adres? Ha ha…

“… gokkers is te concluderen dat qua ethische motivatie over welk soort preventie toelaatbaar is, eerder een groot maar risicovol voordeel gekozen wordt, dan een klein maar minder risicovol voordeel, laat staan geen voordeel.”
Want alleen die mensen ‘de kroon op de schepping’ noemen die hetzelfde denken als jijzelf… Eugh, die mensen moeten preventief geëlimineerd worden! Dat adres, en vlug!

“Denken in functie “van de menselijke soort” zou ik al vermijden. Waar wil je naartoe en wie bepaalt dat?”
Aha, nu zie ik het. De groep die zich ‘De Schepping Op De Kroon” noemt! Fusilleren die groep!

LeonH, had jij het over “echte” problemen?

   

Preventief ruimen...het wordt als "normaal" gezien. Je kunt er wel "leuk" over doen, maar ik acht de kans groot dat leefbaar straks alleen nog maar is als je keihard bent en superscherp,, niet mijn smaak.

   

Je hebt trouwens m'n achternaam, facebook en dan het telefoonboek, en voila, de te ruimen persoon in kwestie...

   

ha ha ;-)

   

ik vraag me af of dat Duitse realisme, wat een soort erkenning van onmogelijkheden zou zijn ( toch?) en geen ontkenning van de factualiteit, of dat nu een weten is of niet. Die erkenning wordt gezien als zinvol, maar hoeft dat niet te zijn. Het weten zelf is de onmogelijkheid.

   

Ben toch maar even begonnen in Why the world does not exist als ebook, helaas alleen mogelijk op dat hopeloze Adobe Digital Editions. Maar New realism is dus volgens markus uitgaan van de wereld van feiten met:
de vesusius, mijn beeld van de vesuvius, jouw beeld van de vesuvius en een ander beeld van de vesuvius.
Die lijst waar hij het over heeft.
Het is onmogelijk een totale lijst te maken, en "de wereld" is een aanduiding voor de totale lijst.
"Wereld" is een container die altijd te klein is, dat kan je toch ook zeggen?

   

""Wereld" is een container die altijd te klein is, dat kan je toch ook zeggen?"
Nee, want dat zou betekenen dat er nog iets is wat niet binnen die wereld valt. En dat kan nu net niet.

   

Ja dat is dus wat Markus Gabriel zegt en wat ik dan dus zo vertaal. "wereld" is een containerbegrip, maar heeft dan last van de bestaansparadox.
Altijd te klein, maar kan niet klein zijn, dus logisch /per definitie onmogelijk zoals een vierkante cirkel.
So far so good. Maar dan (zie mijn andere bericht) haalt de wetenschapper die feiten als representaties ziet de schouders op en gaat gewoon verder met objectbeheersing doorontwikkelen.

   

“So far so good. Maar dan (zie mijn andere bericht) haalt de wetenschapper die feiten als representaties ziet de schouders op en gaat gewoon verder met objectbeheersing doorontwikkelen.”

Dat is toch geen probleem. Dat is eigen aan zijn zinveld.

   

Ha nu komt de aap uit de mouw, je kunt op deze manier de wetenschapper met objectbeheersing als geen probleem zien, want die is "maar bezig in zijn eigen zinsveld".
Maar met wegdefinieren van een probleem blijft wat mij betreft het probleem intact, want je neemt jouw verantwoordelijkheid niet.

   

(niets persoonlijks)

   

Verantwoordelijkheid nemen is precies in een zingevingsveld zijn. Er zijn verschillende vormen voor. Ik denk niet dat mijn manier beter is dan die van jou. Hoogstens hebben we wat verschillende levens daardoor.
Als ik niet het gewenste leven heb, dan doe ik iets fout.

Ik ben nu wat verder in het boek, en kom helaas voor mijzelf tot een rechtvaardiging van het materialistische wereldbeeld. Politiek gezien acht ik dat niet gepast om te delen, nog afgezien van de onmogelijkheid die bestaat om mijn denken in hogere achting te krijgen dan dat van Gabriel. Bedankt voor de tips en reacties, en ik heb Zizek weer naast me liggen. Kan je nog aangeven waarom dat andere boek met psychoanalytische essays van Zizek de moeite waard is? Het is nogal duur en niet als ebook verkrijgbaar...(Het subject en zijn onbehagen). Ik heb al zovele aanschaffen na een paar bladzijden kamervulling laten worden....

   

Terwijl ik dit wil plaatsen zie ik jouw nieuwe bijdrage. Dit plaats ik dus zonder die gelezen te hebben.

“De wetenschapper gaat gewoon verder met objectbeheersing doorontwikkelen.”
Laten we even kijken of we het over hetzelfde hebben?
Als die wetenschapper kankeronderzoek door ontwikkelt en in zijn objectbeheersing tot een grandioze doorbraak komt lijkt me dat geen probleem. Wel? Wetenschap en haar specifieke kijk is op dat vlak toch probleemoplossend.

“Maar met het weg definiëren van een probleem blijft wat mij betreft het probleem intact…”
Probleem is inderdaad dat wetenschap haar methodologie dominant oplegt aan alle denken! Zie de opdracht van sommigen hier dat, als je ruimte en tijd niet in wiskundige formules kan plaatsen je beter “buitengewoon, ongelofelijk, onovertroffen bescheiden” moet zijn. Wat alleen een arrogantie is vanuit een domme visie, net zoals Hawking.
Dus hierin geef ik je gelijk als je met ‘probleem’ dit bedoelt. En de economische verwevenheid van wetenschap en industrie.

Daar wees Heidegger reeds op in ‘De tijd van het wereldbeeld’. Zie je, ‘wereldbeeld’, Gabriel kent zijn klassiekers! Dus eigenlijk is het onvoldoende even ‘Waarom de wereld niet bestaat’ snel te lezen want zijn denken hoort in een denktraditie.
Ik denk trouwens dat de titel van het boek onnodige problemen heeft gebracht. Iedereen bleef in de media maar zeuren ‘Dat de wereld toch wel écht bestond!’ en had de idee van de zinvelden niet door. Het boek brengt geen theorie maar zet aan tot een houding. In mijn woorden, tot een filohouding!

“want je neemt jouw verantwoordelijkheid niet.”
Bedoel je ik, Ursula of de wetenschapper? Mijn verantwoordelijkheid is dat ik scherp analyseer en denk. Welke verantwoordelijkheid moet ik nemen met wetenschap?

   

“en kom helaas voor mijzelf tot een rechtvaardiging van het materialistische wereldbeeld.”
Ook hier begrijp ik niet wat jij verstaat onder ‘materialistisch wereldbeeld’?

“Waarom dat andere boek van Zizek de moeite waard is? Het is nogal duur en niet als ebook verkrijgbaar...(Het subject en zijn onbehagen).”
Tja, ik hoopte dat je het tweede hands kon vinden. Waarom het in elk geval mij aanspreekt?
Omdat het Lacan, het Duits Idealisme en Descartes als onderbouwing van zijn denken toont. Hij zet bvb het subjectieve bij Dennett, dat Dennett bij Descartes haalt en omschrijft als ‘heterofenomenologie’, weg als een te oppervlakkige lezing van Descartes. Als het te duur is zou ik het niet kopen als ik jou was. Maar ik ben fan van Zizek en heb dus ongeveer alles.

Misschien staat het volgende boek als PDF op internet: “Zizek’s Ontology – A Transcendental Materialist Theory of Subjectivity” van Adrian Johnston. Een aanrader uit 2008. Zie je, alweer ‘Ontology’!

(Ik lees hooguit een artikel op mijn laptop, geen lange teksten en heb alles in boekvorm. Als je de uitgevers en drukkerijen niet steunt verdwijnt het boek misschien!!)

   

Ik bedoelde je, de wetenschapper, met als zngevend voor mijzelf om andermans zingeving te beinvloeden. "Het" probleem, is dat de wetenschap kanker als probleem ziet (en wil oplossen), maar dan niet kijkt waar kanker voor staat. Ik denk dat je namelijk het werkelijke probleem alleen maar verplaatst als je kanker oplost.
Het gaat om evolutionair nog niet geschikte levensvormen voor onsterfelijkheid. Maar zouden we via een shortcut tot onsterfelijkheid komen, dan zijn we er helemaal niet klaar voor. Maar goed dat is een ander onderwerp. Misschien is duidelijk als ik zeg dat je ook mensen kunt redden van de dood, die eigenlijk toe zijn aan de dood, en dat is eigenlijk geen redden.

Ik denk dat op basis van dergelijke argumenten/denkwijzen eerder iets van de zingeving aangepast kan worden bij materialisten dan op je eigen eiland gaan zitten.

Op baldzijde 30 van 180 van het boek geeft Gabriel argumenten tegen materialisme, en met name een argument waarom Niets niet kan bestaan (omdat het een feit is dat dan waar is dat er geen objecten zijn), waar volgens mij direct aan gekoppeld is dat Alles (lees de wereld) als negatie ook niet kan bestaan. Ik heb daar filosofisch moeite mee.

   

“Verantwoordelijkheid nemen is precies in een zingevingsveld zijn.”

Nou, jouw formulering vraagt toch nuance! Dit is niet het uitgangspunt van Gabriel.

De ‘zin’ is de manier waarop een object verschijnt (blz 70), niet zozeer een ‘gebied waarin jij je al bevindt’ en vervolgens het ‘object plaatst’. Een zingevingsveld is niet ‘jouw levensordening’ waarin je alles verwerkt.

Het object verschijnt in een zingevinsveld! Het verschijnt. Of, anders gezegd, het zingevinsveld ontstaat pas door het samengaan met een object.

“Zinvelden” zijn gebieden waarin iets, bepaalde objecten, op een bepaalde manier verschijnt.” (blz 70)
Jij hebt dat gebied niet onder controle! “Op een bepaalde manier verschijnt” is de aanvang waarin jij je invoegt.

“Bovendien kunnen twee zinvelden betrekking hebben op dezelfde objecten, die in de beide zinvelden alleen verschillend verschijnen.” Object en zinveld openen zich. Het is niet dat jij iets ‘in jouw zinveld’ opneemt als reeds vooraf uitgedokterde zingeving. Dat is de houding die ‘de wereld’ daarbuiten stelt en die vervolgens opneemt als representatie in je eigen ‘zinveld’.

Dit bedoel ik met dat de titel van het boek meer schade dan goed gedaan heeft voor Gabriel. Men bleef herhalen ‘dat de wereld toch wel bestond, wat zegt die gekke Duitser nu?!’ en ‘men’ vergat; “Zinvelden zijn gebieden waarin iets, bepaalde objecten, op een bepaalde manier verschijnt.”
Verantwoordelijkheid nemen is ‘object en zinveld’ passend nemen zoals het komt en er dan je relatie mee aangaan.

“De dingen en objecten verschijnen niet alleen omdat ze aan ons verschijnen, ze bestaan niet alleen omdat ons dat is opgevallen.” (blz 71)
Nee, Gabriels ideeën zijn stevig ingebed in een filosofische traditie! In ‘Mythology Madness and Laughter’ gaat hij in op Schelling en Hegel. (Dit boek is een samenwerking met Zizek.)

   

"verschijnen", ik dacht niet dat Gabriel een hoge pet op had van fenomenologie? Ik ben nog niet op bladzijde 70.

   

Maar verdomme dat is geen fenomenologie! Die gaat uit van de 'intentie' van de kijker en idd, daarom is wat Gabriel brengt geen neo-fenomenologie.

Verdomme, verdomme, verdomme...

   

Sorry, moet het nog lezen...kan het niet al gelijk vatten toch? Ik heb recht op vergissingen:-)

   

;-)

   

even een komische noot dan:

Feiten bestaan niet

Als het een feit is dat feiten niet bestaan, dan bestaat dat feit niet, en bestaan feiten dus.

Als het een feit is dat de negatie van een feit moet bestaan samen met een feit, omdat anders bestaan niet mogelijk is (schending van het Niets is absoluut niet toegestaan), dan kan je dus niet zeggen dat feiten niet bestaan zonder het feit dat feiten wel bestaan.

Maar beiden kunnen niet samen waar zijn, dus bestaan feiten niet.

   

Ha ha, daarom bestaat er ook paraconsistente logica.

   

Is dat wat Gabriel geeft? Hij gaat uit dat feiten moeten bestaan, daaruit volgt verder alles wat hij zegt/schrijft.

   

Gabriel geeft dat niet. Wel: feit = iets dat over iets waar is.

(Badiou werkt met paraconsistente logica.)

   

Domme vraag dan misschien, maar wat is dat iets dat over iets waar is? dat is dan toch stiekem een metafysisch gegeven?

Dat iets bestaat toch niet?

   

Of je krijgt "the wolrd worlds, een feit feitst...

   

Eugh, een informatieve mededeling kan waar zijn. Bvb dat het regent in Londen.

   

Feiten bestaan niet buiten een zinveld.

   

I buy that. Nu toch nog even lezen waarom een zinveld niet gewoon een "facon de parler", een "manner of speaking" een "taalkundige uitdrukking" is, maar eventueel meer dan dat...

   

Machiavelli beschreef in zijn Heerser niet zozeer wat een heerser is maar meer aan de hand van de geschiedenis en gebeurtenissen van zijn tijd hoe men vorstendommen verwerft, behoudt en weer verliest. Ik ben even de draad kwijt maar hierboven las ik ergens dat het om een dogma zou gaan maar dat is zeker niet het geval. In een stabiele periode zijn dogma's nog wel vol te houden maar wee je gebeente als de zaak gaat rommelen.

Denkend aan onze vorst in verband met Machiavelli's Heerser is een komische aangelegenheid. We kennen het gevaar van een heerser niet meer, in ons land heerst zowel democratie als populisme, beide volksaangelegenheden. Maar de heerser waar we het meest last van hebben zijn er velen, de heersers in ons, de emoties. Ze vergallen ons leven, althans de emoties die we liever niet hebben.

De stoa is aan de meesten niet meer besteed, we zoeken het blijkbaar massaal in mindfulness om de nare emoties die over ons heersen de kop in te drukken. Mindfulness heeft veel met het lichaam te maken naar ik begrijp, de negatieve gevoelens moeten eruit door ze te plaatsen in het lichamelijke waardoor ze als gedachten verdwijnen uit je hoofd. De heerser wordt zo naar onder gedrukt en vertrekt door de achterdeur, als je erin gelooft. Bodard, die zijn nieuwe boek aan het promoten is, wordt er allergisch van maar ziet het ook als een gunstige beweging want op deze manier zitten we in een pre-christelijke tijd. We keren in ons egoïstische individu, stranden daar onvermijdelijk en vinden zo weer de weg naar de enige Heerser God.

   

Ah ja, het emotionele wezen als heersend. Met heerszucht doelde ik meer op ambitie en pretentie, die heb je volgens mij bij emotie dan juist weer niet...

   

Of voorafgaand aan de emotie...

   

“Gabriel geeft argumenten tegen materialisme, en met name een argument waarom Niets niet kan bestaan (omdat het een feit is dat dan waar is dat er geen objecten zijn)”

‘Niets’ wordt in haar denkvoorstelling ‘iets’. In de materialiteit van het denken bestaat het niets als iets. Dit is geen flauwe woordspeling maar de houding van filosofie omdat haar inhoud het denken zelf is. Het ‘iets én het niets’ bestaan in het zinveld filosofie.

“… omdat het een feit is dat dan waar is dat er geen objecten zijn.” Je verwart zinvelden en daarom schrijf je “dat dan waar is dat er geen objecten zijn.” Er zijn weldegelijk objecten in hun zinvelden.

“Ik heb daar filosofisch moeite mee.” Hoezo? Dit is filosofie! Daar kan je geen probleem mee hebben als je in filo meedenkt.

“waar volgens mij direct aan gekoppeld is dat “Alles (lees de wereld) als negatie ook niet kan bestaan.”
Het bestaat als negatie, natuurlijk, in haar zinveld. Ook 'feit feitst' bestaat!

   

[Not even nothingness can reign without the fact that nothing exists] p.33/180
[Nothing and no one escapes the facts]
dubbele lezing mogelijk:-)

ik geef "feiten" en hun negatie (negatief feit) een status los van een zinveld, ze constitueren namelijk in mijn ogen dat zinveld

de vraag is hoe dat mogelijk is (geen zingevingsvraag)

De schending van het Niets (eerste oorzaak, eerste beweger) is zo'n kollosaal iets dat het principieel/absoluut onmogelijk is. Zo zie ik dat. Mar we zien toch zeker "Iets"? Ja, de enige manier van bestaan zonder schending van het niets in tijd-ruimte is als een feit en negatie altijd samen in verstrengeling aanwezig zijn (nulsom). De natuur kan het niet echt schelen als de negatie vroeger of later komt, als maar gegarandeerd is dat die komt. Op die manier is er "Iets" zonder dat kolossale van de schending van het Niets.
De wereld is het ongeschapen geschapene.
Dat mag dan metafysisch zijn, maar voldoet volgens mij.

   

taalvouten...

   

[Not even nothingness can reign without the fact that nothing exists] p.33/180
[Nothing and no one escapes the facts]
Ik vind het niet terug in mijn Nederlandstalig boek, dat telt 206 blz. Onder welke tussentitel staat het?

“Nothingness” verschijnt reeds in een zinveld doordat het óf in een gedicht voorkomt, óf in een dialoog op toneel, óf in een filosofieboek, óf in een smartlap…
Dat object “Nothingness” is reeds begeleid door een zinveld dat ik niet moet constitueren, maar waar ik wel of niet aan deelneem.

“de vraag is hoe dat mogelijk is…”
Bedoel je de verschijning, de deelname, het niet deelnemen?

Het lijkt me een voorbeeld om te laten zien dat niets, zelfs het ‘Niets’ of het ‘Nietszige’ niet ontsnapt aan ‘een feit’ te zijn.

Je hoeft er niet direct mee aan de slag - hun negatie (negatief feit) - omdat je de context niet kent.

   

Hoofdstuk I, deel: The world is everything that is the case, na "a FACT is..." wat je al aangaf

Feiten kunnen blijkbaar nergens op gebaseerd zijn...

   

Feiten kunnen blijkbaar gebaseerd zijn op 'het nergens', natuurlijk. Het nergens is het feit.
Dat is iets heel anders dan jij schrijft.

   

Ik lees de stellingname dat een ontologie zich vooral moet richten op "zoals het lijkt". Het lijkt mij, in mijn field of sense, dat je geen feiten kunt hebben gebaseerd op niets. Maar ik was aan het worstelen met paraconsistente logica waarin de voorwaarde is dat extremen verboden zijn (alles, niets/wel bestaan/niet bestaan) in principe is dat namelijk hier aan de orde: Niets bestaat niet, de wereld bestaat niet, extreme toestanden.
Je bent logisch inconsequent als niet bestaan het bestaan van een feit impliceert, maar paraconsistent is het wel.

   

Niet te snel concluderen zou ik zeggen: "Ik lees de stellingname dat een ontologie zich vooral moet richten op "zoals het lijkt." Jij leest dat, maar schrijft Gabriel dat ook?
Je haalt teveel door elkaar lijkt me, gewoon verder lezen en het denken van Gabriel trachten te doorgronden. Niet jouw denken.

"Zoals het lijkt", wat is dat nu weer? Het 'niets' is een feit!

   

sorry maar in hoofdstuk 2 heeft hij het in het begin over false ontology wat dus die ontologieen zijn die afwijken van de wereld zoals deze verschijnt/lijkt

   

Ja, ik zie het. Uit de context van zijn betoog klonk het vreemd. Het 'zoals het lijkt' is de verschijning als feit nemen. Getallen of een gedachte, zelfs een illusie is een feit.

   

Ach, hier een oud tekstje van mij naar versage ni.

‘Verschijningen in een zinsveld’ is het gebied van filo, ‘verschijningen in de wereld’ is het gebied van wetenschap.

Wanneer de initiërende breuk - die een verschijning kenmerkt - de ‘verschijning in een zinsveld’ toont, ontstaan zoekende gedachten en is filo nog filo. Als deze gedachten gestold omgezet worden naar consistentie wordt filo een kennis die gewoon te leren valt. Bijvoorbeeld de ‘filosofie van de geest’, en die neemt standpunten in naast andere filosofieën.

Maar wie ‘de breuk’ of ‘verschijning’ niet ervaren heeft leest louter theorie. Vandaar dat Engelse taalfilosofen Heidegger niet begrijpen en andersom. Analytische en continentale filo zijn moeilijk te harmoniëren, zij overzien verschillende zinsvelden. Maar zij blijven binnen de bewegingen van de filosofie. Je mag best speculatief zijn maar geen onzin vertellen, denk aan Ockham. De ‘je’ is algemeen, niet gericht aan jou versage.

O ja, nog iets. Wetenschap gaat uit van het materialistische ‘er zijn lichamen en taal’. Filo gaat uit van dialectisch materialisme ‘er zijn lichamen en taal en zinvelden.

   

Materialisme

Er zijn inderdaad filosofische problemen met het materialistisch wereldbeeld, maar het is daarbij niet zo dat het materialistisch wereldbeeld niet waar kan zijn. Wat dus voor voldoende mensen reden genoeg is om materialist te blijven.

Er is echter niet direct rechtvaardiging om a of b te geloven.

Ik denk dat er ook filosofische problemen zijn met “feiten behoren tot de wereld” , maar het is daarbij een voordeel van de twijfel dat het waar kan zijn. Het voorbeeld dat Markus Gabriel gebruikt is dat van Niets, waarvan dat toch in ieder geval het feit bestaat dat er geen objecten zijn in het niets, dit feit is waar. Conclusie: Niets kan niet bestaan, fijn voor Heidegger met zijn vraag, waarom is er iets en niet veeleer niets. Maar in principe is er dus een logische paradox, een tegenspraak in feiten aannemen als behorende bij de wereld, omdat je dan geen lege wereld meer kunt hebben. Als “wereld” een container is, moet deze leeg kunnen zijn, net zo goed als gevuld. In principe is door de tegenspraak nu juist bewezen dat feiten niet tot de wereld behoren, omdat lege verzamelingen, die zelfs geen verzameling zijn, gewoon voor te stellen zijn. Niets moet gewoon kunnen bestaan, of niet?

Binnen zingevingsvelden heb je feiten en negaties van feiten. Als je “alles” als feit zou hebben zou je ook de negatie van alles moeten kunnen hebben, niets. Als niets niet bestaat, bestaat alles ook niet. Maar nemen we een lokale hoeveelheid “alles” dan geldt hier natuurlijk hetzelfde voor, en dan bestaat, doordat niet niet kan bestaan, dus niets.

Ik hoop dat zo duidelijk is dat juist de onmogelijkheid van schending van het Niets een absoluut gegeven is. Waarbij er dus wel “iets” kan zijn, als dit als feit ook ergens in de tijd een negatie heeft. Sorry het blijft symmetrisch.

Een feit kan tot de wereld gerekend worden (Er zijn geen objecten = waar) als de negatie ook waar is (Er zijn wel objecten = waar), waarbij je momenteel toch bij het materialisme uitkomt.

   

“feiten behoren tot de wereld”
Schrijft Gabriel dat zo? Want hij gebruikt ‘de wereld’ liever niet. Feiten behoren tot een zinveld, zal zijn formulering zijn, niet?

“waarvan dat toch in ieder geval het feit bestaat dat er geen objecten zijn in het niets, dit feit is waar”
Klopt dit? Is dit jouw formulering of die van Gabriel? Want het ‘niets’ IS het object!

“Binnen zingevingsvelden heb je feiten en negaties van feiten. Als je “alles” als feit zou hebben zou je ook de negatie van alles moeten kunnen hebben, niets. Als niets niet bestaat, bestaat alles ook niet.”
Dit klopt volgens mij niet. Ook de negatie van een feit geeft een object en opnieuw een feit.

   

Op blz 38 vind ik iets soortgelijks:

“Laten we ons eens voorstellen dat er helemaal niets was: geen ruimtetijd, geen aardmannetjes, geen kousen, geen planeten, geen zon, helemaal niets. In die uitgesproken saaie en troosteloze situatie is het zo dat er helemaal niets is, en dat de gedachte dat er in dat geval niets is, waar lijkt te zijn.
Daaruit volgt echter dat er ook in het lege niets IN ELK GEVAL een feit is, namelijk het feit dat we met een leeg niets te maken hebben. TOCH is dat feit ALLESBEHALVE niets. Integendeel zelfs, want het is het beslissende feit, de waarheid over de absolute leegte.”

“Daarom is er ook in het lege niets nog iets, namelijk datgene wat over het lege niets waar is.”

   

Ik hoopte dat je me kon overtuigen, maar ik kan niet zeggen dat het gelukt is. Op zich ga ik mee met voor een ontologie het zinveld van belang achten. En 'niets" en "alles" zijn dan slechts begrippen waar je van alles over kunt beweren om welke reden dan ook.
Ik zit nog wat te vast in mijn eigen begrippen en zinveld om het anders te kunnen zien. Weet ook niet wat het voordeel is van het anders zien.
Een zinveld relativeert in ieder geval elke pretentie op waarheidsclaims.
Je kunt geen absolute leegte hebben en de waarheid daarover als dit feit ergens op gebaseerd moet zijn, dat is zuiver logisch. Ik beschouw een andere stellingname als niet zuiver logisch. Maar dat ben ik he:)

   

Tot ziens, seffens een avondje stappen!

   

a; "Over niets kan je niets weten".
b: " Over mijn niets kan dat wel"

Tsja...veel plezier!

   

"Tsja...veel plezier!" (Gisteren)

Suffe kop vandaag!

   

Nog iets over zinvelden.

De jongste zus van mijn moeder werd stapelverliefd op een Engelse soldaat die ons in het jaar 1945 was komen bevrijden in een tank. Een algemene vlaag van waanzin had de meisjes van ons stadje in haar greep had gekregen: het enthousiasme waarmee ze hun familie voor schut zetten, hun kinderen en ouderen achterlieten en mangaten indoken is uit de geschiedenisboekjes gewist, en er was heel wat discipline nodig om onze normen en waarden te herstellen.

Bij mijn tante zat het dieper. Terwijl de Britse soldaten naar huis werden verscheept bleef haar hartstocht doorbranden. Meer nog omdat de eerder kleine, tanige soldaat zijn arm had geklemd tussen een rupsband en er afzichtelijke littekens aan overhield.

Hij had beloofd terug te komen zo vlug hij afzwaaide, tot vreugde van mijn tante en tot woede van haar moeder, die tot de mindere fractie van de kleinburgerij hoorde, en voor elk van haar dochters een partij wilde die, indien niet welstellend, tenminste de schijn kon ophouden. en Jerry had niets te bieden dan een soldateske smile en een enorm litteken.

En daar zie ik dus die zinsvelden. Elke ochtend zetten mijn tante en haar moeder hun hoed op en trokken zij aan zij naar de kerk waar de Duitsers de toren hadden af geschoten. Naast elkaar bad de éne met heel haar hart dat Jerry zou terugkeren, en bad de ander met alle kracht dat hij voorgoed zou verdwijnen. Meer dan honderd keer zij aan zij, tweehonderd vurige smeekbeden, en toen stond Jerry voor de deur.

Jerry en mijn jongste tante en hun kinderen waren leuke mensen, een familiefeestje zonder hen was niet even leuk, de Hokey Pokey werd een vast nummer, en er was altijd wel een moment waarop oom Jerry , om ons bang te maken, zijn littekens toonde en zijn gebit uithaalde. Beide beschouwden wij dreumessen als oorlogsschade en tekenen van heldenmoed.

Tante werd ziek en ging dood, en Jerry ging de familie langs om afscheid te nemen, eerst in België en daarna in Engeland, en stapte uit het leven. Zo kreeg grootmoeder toch nog haar zin(veld).

   

Engelse soldaten, tantes en moeders.

Voor een fenomenoloog is realiteit in laatste instantie bewustzijn.
Maar bewustzijn is misschien een afgeleid effect van feiten assemblages in hun zinvelden waar tante geen onderdeel van is, maar zij ‘is samengesteld’ door de waarheid van de feiten. Net zoals op hun beurt de soldaat en de moeder ‘samenstellingen’ van feiten in zinvelden zijn. (Niet in het verhaal van Siger maar in het echte leven.)

“Bestaan is verschijnen in een zinveld en er zijn geen objecten of feiten buiten de zinvelden.” (Gabriel)

Deze laatste zin invoegen in een fenomenologische of analytische filosofie is het onderwerpen aan retorica of logica. Dialectisch materialisme (ja ja, alweer!) ondermijnt deze schema’s en vervangt het met de aandacht voor de ontologie van de zinvelden.

“Een feit is iets, dat over iets waar is.” (Gabriel)

Dan wordt ‘waar’ het maximaal verschijnen in een zinveld. Bijvoorbeeld Jerry’s verschijning voor tante is maximaal tegenover de minimale verschijning van de bataljonmaten van Jerry. Voor tante is het een ‘gebeurtenis’ en haar trouw aan de gebeurtenis bepaalt mede hoe haar oorlog eindigt.

En hoe een leven herbegint.

   

Ik zie de toegevoegde waarde van deze omschrijving(en) niet, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het echt verschil makend werk van filosoof Mark Johnson.

Maar ik neem aan dat we daar vrij in zijn.

   

Vrij in alles.
Het waren dan ook maar een tiental regeltjes. Maar wel in de setting van de filosofie van de gebeurtenis.

   

Brein (mind), lichaam en omgeving creëren betekenis. Je tante heeft een lichaams-logica door in een zinveld te zijn opgenomen met o.a. Jerrry. De lichaam-mind-logica verbindt motivatie en acties.
(Zo zou Marc Johnson het ongeveer formuleren.)

Bewustzijn is een afgeleid effect van feiten assemblages in hun zinvelden waar tante geen onderdeel van is, maar zij ‘is samengesteld’ door de waarheid van de feiten.

Dit zijn toch ongeveer twee dezelfde zinnen, niet?

   

Ik denk niet dat Johnson het zo zou formuleren hoor. De gedachte erachter is trouwens niet zo vernieuwend, hoogstens wat exotisch geformuleerd. Ik betrap mezelf er trouwens op uit conformisme speciaal een filosoof te vernoemen, terwijl het vooral linguïsten en neurologen zijn die de cognitieve kar trekken: Gilles Fauconnier, George Lakoff, Antonio Damasio, Benjamin Bergen, Mark Turner. Of zij nu officiële filosofen zijn of niet, het terrein waarop ze werken is harde filosofie, en spreekt mij meer aan dan post- en meta-bespiegelingen die voor zover ik zie nergens toe leiden. Ik vraag me zelfs nooit af of iets wat ik baanbrekend inzicht ervaar wel "echt" filosofie is. De grens is vaag en niet zo belangrijk, voor mij althans. Belangrijker vind ik de doorbraak, de nieuwe inzichten. Wie iets gezegd heeft beschouw ik niet als een argument.

   

Geen probleem, sla toch gewoon over als je mijn naam ziet.

Je benoemt het juist: 'voor zover ik zie...'

Wie iets heeft gezegd kadert het in een groter geheel en dat geeft duidelijkheid.

   

Waarvoor staat jouw naam dan?

   

Net zoals jouw naam hier staat boven

19 december 2016 toevoegen 00:29

   

Even tussendoor over het boek van Markus Gabriel.

(Hier enkele reacties toen Siger het boek besprak “Wereldbeschouwingen werken niet (Markus Gabriel)”: Misschien merk je aan de herkenbare taal wie wat schreef in de commentaren, ha ha.)

[En, laten we wel wezen: inhoudelijk raakt het hele verhaal kant noch wal. 't Is prut. (Dit is een makkelijk te herkennen!)

Onze wereld of universum voorstelling zal er een van idealistische strekking moeten zijn.

Alles zien als een 'uiting' van een absolute logische wil, die alles transcendeert..., zonder daarom in het religieuze te vervallen ...
(Hoe zou het zijn met deze inbrenger?)

Zo heb ik het althans begrepen van zijn college op de G8 filosofie. Maar ik moet zijn boek nog lezen.

Mij dunkt dat wij bij uitstek uitspraken kunnen doen over het geheel waarbinnen wij ons bevinden, juist omdat wij ons erin bevinden. Iedereen weet dat hij een boek eerst moet openslaan voor hij kennis kan nemen wat erin staat. Het spreken over binnen en buiten is een onnodige dichotomie.

De wetenschap beschouwt haar objecten altijd van buiten af. Er wordt altijd een dichotomie gecreëerd tussen subject en object. Het zijn gescheiden zaken.

Als je iets van het standaardmodel wil begrijpen, moet je beginnen met te aanvaarden dat hierin de wereld één enkel gesloten systeem is, waar zowel subject en alle mogelijke objecten deel van zijn.
(Deze is ook makkelijk te herkennen.)

Hoe kan je een wereldbeschouwing hebben zonder enige informatie via je zintuigen en selectieve verwerking via je hersenen?]

LeonH - en anderen - zie je hoe niemand het over de zinvelden heeft!

(In de video komt het begrip ‘field of sense’ pas voor naar het einde, misschien was iedereen het toen al beu. En weinigen hebben blijkbaar de moeite gedaan het boek een keer open te slaan.)

Gabriels verklaring dat ‘de wereld’ niet bestaat gaat via verzamelingenleer en het noteren in een lijst van alles wat bestaat. Maar mooier is dat hij iets belangrijks zegt in de video dat ik dan weer niet in zijn boek aantrof! Een mogelijk antwoord waarom we graag geloven in ‘de wereld’?

LeonH, ergens schreef je: “Politiek gezien is het uitbreiden van het werelddomein met representaties (feiten) een je kop in het zand steken.”
Bedoel jij wat Gabriel bedoelt? Dat denken met begrippen als ‘de wereld’ juist het hoofd in het zand steken is? (Ik denk niet dat jij dat bedoelt, of wel?)

Markus Gabriel eindigt de video met een prachtige oproep!

   

Foutje, niet het boek werd besproken maar de video.

   

vandaag heb ik visite, kom niet aan reageren toe.

   

Los van wat je schrijft, ik kom niet toe aan zorgvuldig lezen, kan ik zeggen dat ik de keuze van Gabriel in: Monisme, Dualisme of Pluriformiteit niet volg. Volgen mij is de keuze niet: 1,2 of veel> het is geen 1, het is geen 2 dus is het veel?

   

Toch nog een momentje gevonden:

Ik bedacht "ontologische volgorde": Field of sense staat op nr.1, helemaal mee eens. Waarna elke andere ontologische verklaring logischerwijs in dat zinsveld moet staan.Maar nu de meta-metafysische vraag hoe een dergelijke volgorde tot stand komt.
Ik bedacht "positie innemen (coordinaten)" of anders "de wereld toe-eigenen" waarbij ik uitkwam op "het nemen van geworpenheid",

   

Ik bedacht "ontologische volgorde":
Eerst ‘Field of sense’, of, bestaan is verschijnen in een zinveld.
Waarna elke andere ontologische verklaring logischerwijs in dat zinsveld moet staan.

Maar nu de meta-metafysische vraag hoe: “hoe komt een dergelijke volgorde tot stand.”
Ik begrijp niet goed wat je bedoelt met ‘volgorde’. Bedoel je de ervaringen van de verschijning formuleren en schikken? Laten we eraan denken dat verschijningen objecten, dromen, getallen e.d. kunnen zijn. Objectgebieden zijn telbaar, zinvelden zijn vager of veelzijdiger.

Ik bedacht "positie innemen (coördinaten)" of anders "de wereld toe-eigenen" waarbij ik uitkwam op "het nemen van geworpenheid".
Dit moet je me toch eens verduidelijken.

   

Op een andere manier onder woorden gebracht:

Toe-eigening

Een zinsveld, het veld waarin men rationeel en verantwoordelijk is, zag ik als ontologisch primair, en we konden vragen stellen hoe die volgorde kon bestaan.

Nu bedenk ik me dat niet zozeer “de positie innemen” of de “coördinaat hebben” een zinveld schept, maar de daad van het toe-eigenen. Het “zijn” begint met toe-eigening.
Om iets te hebben moet je het krijgen of nemen. Ik denk dus dat het “zijn” begint met nemen.

Misschien vergis ik me. Je krijgt het leven van jouw ouders, dat is evident, maar in eindeloze regressie krijgen kan niet, want hoe heeft de eerste gever zijn gevingskracht gekregen?

Op zich is op die vraag wel een mogelijk antwoord: je kunt dat achteraf krijgen.

Misschien is “nemen” ook wel een “achteraf krijgen”.

Zodat de eerste gever zijn positie nam en achteraf kreeg, wat alleen taalkundig een verschil is, maar fysisch misschien niet.

Hoe kan ik nu een geboorte of bevallen worden, geworpenheid, als toe-eigening van het zijn zien?

Men neemt de geworpenheid.

   

Ik zie het verschijnen van bestaan en zinveld niet direct als rationeel en verantwoordelijk. Het gebeurt. En veelal gebeurt er niets speciaals en leven we gewoon ons leven. We doen en laten wat we reeds lang doen en laten, uit gewoonte - het 'leven van je ouders'.

Of, en dit is belangrijker, door gevolgen vroegere gebeurtenissen.

Van verschijnen in een zinveld naar structurering in een logica conform het ontologisch gebeuren gebeurt via een constatief dat retroactief het zinveld vorm geeft. Deze verwoording is de bevestiging van die verschijning in een zinveld.

Bestaan als verschijnen in een zinveld is een ‘traumatische’ gebeurtenis wanneer, opletten nu – wanneer bij wijze van spreken de t ontbreekt aan de d !!
Of wanneer tante, die ‘van slag’ raakt , zich opnieuw kadert door een performatief die de verschijning als trouw aan de liefde uitbreidt.
Een positie innemen gebeurt door trouw of ontrouw te zijn aan het verschijnen in een zinveld.

   

Een aanvulling.

Zo moeten we ook Hegels these begrijpen die stelt dat zaken in het verloop van de dialectische ontwikkeling ‘worden wat ze zijn’: het is niet zo dat een plaatsing in de tijd enkel een verwerkelijking is van een pre-existente, atemporele conceptuele structuur

De atemporeel-conceptuele structuur van ‘het verschijnen in een zinveld’ is zelf het resultaat van die retroactieve ‘contingente’ performatieve beslissingen.

   

Potsmodern...

Zizek over educatie: je moet fundamentele vragen stellen en geen technische oplossingen geven.

Ontologie = technische oplossing, of niet?

   

Potsmodern, dat is mooi! Laten we dat houden.

Technische oplossingen zijn idd geen filosofische. Waarom zou ontologie een 'technische oplossing' zijn? Het is de beweging die ingang gezet wordt die belangrijk is.

   

“Thinking is not solving problems”
But, to ask these sorts of questions: “Is this really a problem?” “Is this the right way to formulate the problem?” “How did we arrive at this?”

En vooraleer weer een snuggere meent te moeten opmerken dat we dat toch allemaal doen – nee, nee. Deze vragen zijn vragen die binnen filo blijven. Wat betekent dat? Gabriel geeft aan: “Denken over begrippen.”

   

Ontologie is formeel, en formeel is technisch, zo dacht ik eigenlijk...

   

"Ontologie laat ons zien dat de werkelijkheid kan bestaan uit zinvelden die uiteindelijk van elkaar onderscheiden zijn, die overal volstrekt ongelijk zijn.
Maar de vraag welke zinvelden er bestaan, het opstellen van een lijst met concrete zinvelden, dat is geen taak voor de ontologie, maar voor de empirische wetenschappen." (blz 89)

Wie dit enkel als triviaal wil lezen, ga je gang. Wie dit filosofisch kan lezen, zo veel beter. Want die scheiding zien tussen zinvelden nog tot daar, dat begrijpen wel meer mensen. Maar vervolgens niet over zinvelden heen lullen, dat is wat anders. Zorgvuldig binnen filo denken bvb!
Bewaak je zinveld(en) is de opdracht!

Als je het als 'formeel' ziet zoals je uitlegt, okee. Filodenken is formeel begrippen denken. Wiskunde zou dan de filo-taal kunnen zijn, en sommige filo's onderbouwen hun ontologie wiskundig met verzamelingenleer.

   

De ontologische volgorde van wiskunde (met coördinaten) ligt na die van zinsvelden. Dat maakt het wel lastig.

maar een ontologie (hebben/uitdragen/bediscussiëren) is volgens mij een technische oplossing voor een probleem dat je eerdere als sociaal zou kunnen beschouwen.

Natuurlijk is de sociale orde ook pas iets in een zinsveld, maar als een ontologie slechts een "zijn" bespreekt en geen "samen-zijn"

Al was het maar het probleem van schepper van de wereld zijn. Toch vervelend dat je dan niet steeds hebt wat je wilt. M.a.w. het antwoord op het probleem is niet een ontologie, maar het bevragen van die situatie van schepper-zijn.

   

Los van het sociale gebeurt er nog iets belangrijk.

Wat is het filosofische subject? Bestaan is het verschijnen in een zinveld en deze verschijning kan, hoeft niet, maar kan het filosofische subject doen uitkomen. Hoe?
Het mogelijk opduiken van een ‘trauma’ als verschijning in een zinveld (de t die verschijnt met of zonder d…) creëert een reële dat niet tot de ‘werkelijkheid behoort’. Of, het situeert zich niet in het zinveld van de materiële tastbare wereld. (Onnodig dus om over Chomsky te beginnen met zijn aangeboren (!) syntactische velden in onze hersenen!)
Het is evenwel de X die iedere neutrale (wetenschappelijke) representatie van de externe werkelijkheid onmogelijk maakt. Het reële qua traumatisch antagonisme is als het ware de objectieve factor van de subjectivering, (Spinoza’s ‘gezamelijke begrippen’, Kierkegaards sprong in het ‘absurde’…) het is het object (ja ja, een object in het denken!) dat de oorzaak is van het mislukken van iedere neutrale objectieve representatie. Het filosofische subject is het object dat de blik of de benadering van het psychologische subject ‘pathologiseert’, het bevooroordeeld maakt, het scheef trekt. (Zizek spreekt over de parallax view.)
Op het niveau van de blik is het reële niet zozeer het zichtbare ‘voorbij’, dat ontglipt aan onze ogen, het is eerder de vlek of de smet die onze onmiddellijke waarneming verstoort of verduistert.

Daarin schuilt de onoverkomelijke kloof die altijd het dialectisch materialisme (denken met filosubject) zal scheiden van het discursief idealisme (denken met het psychosociaal talig subject) of het niet-dialectische (vulgaire) materialisme.

(Niet verraden tegen S. Hoewel, die zal hier geen letter van begrijpen! Houden zo.)

   

“Al was het maar het probleem van schepper van de wereld zijn.Toch vervelend dat je dan niet steeds hebt wat je wilt. M.a.w. het antwoord op het probleem is niet een ontologie, maar het bevragen van die situatie van schepper-zijn.”

Het bevragen van wie de ‘schepper’ is in een zinveld moet rekening houden met het filosofisch subject zoals hierboven uitgelegd. Hieruit rolt de mens van vlees en bloed die bvb een krentenbol bestelt. Of andere dingen doet.

   

Ik snap niet echt dat je dan Sofia's "zelfonderzoek" dan niet als elementair ziet. Zinsvelden van anderen zijn uit jouw zinsveld, dus heb je alleen jezelf om te onderzoeken.
Eventueel is het Ware Probleem te proberen iemand te vinden met wie je samen zelfonderzoek kunt doen.
Als een soort van "kunstvorm".

   

Omdat Sofs "zelfonderzoek" geen zelfonderzoek is! Het is het vullen van je imaginaire ruimte zonder kennis van de parallax view die belangrijk is in een zelfonderzoek.

Het ratelt en herratelt wat er om haar heen klinkt, het papagaait.

   

Waar schrijft Zizek over parallax view? Toevallig in het toch bestelde boek?

   

Ik zie het al...
Ik zal het moeten lezen, want mijn intuitie geeft alleen maar het idee van beweging zien door zelf te bewegen.

   

“Eventueel is het Ware Probleem te proberen iemand te vinden met wie je samen zelfonderzoek kunt doen.”

Dit is de prachtige verbinding van Spinoza’s ‘gezamelijke begrippen’ die ook kunnen ontstaan in de liefde, in het trouw zijn aan een politiek project….
Het hoeft niet ‘iemand’ te zijn, het kan bvb de wiskunde zijn. Zwoegen op een moeilijke stelling met ingewikkelde berekeningen en vervolgens een oplossing hebben!
Zoals jij mooi aangeeft, is ook elk zinveld een zelfonderzoek! Filosofie is de vraag ‘Wie zijn we?’.

Nogmaals een verschil met wetenschap! Maar een wetenschapper zelf kan wel zoals de wiskundige in zijn zinveld een bevestigende ervaring hebben. Zeker.

   

Heb je 'Het subject en zijn onbehagen' toch besteld? Mooi.
Maar, maar... langzaam lezen Leon! Nietzsche schrijft ergens dat gedachten als een koe moeten opgenomen worden, kauwend en kauwen en kauwend...

Nee, de Parallax View is de titel van een boek. Maar, kijk eens op Abebooks daar vind je veel goedkoop. Zizek past in 'Schuins bezien' wel deze 'techniek' toe door Hitchcock en Lacan 'samen' te lezen zonder ze te mengen. Ook in 'Geweld' kijkt hij 'parallax' naar de dingen.
Parallax kijken is ook langzaam kijken en parallax schijven is nog langzamer schrijven en vraagt dus nog langzamer lezen...

   

Ik vraag me af of die "ervaring van diepte" niet uiteindelijk zelfbedrog is, en vraag me af of je zelfbedrog als probleem moet zien of niet. Het zal toch ook niet prettig zijn om er achter te komen dat men een oppervlakkig wezen is.

Maar goed: half iets doen, is het toch wel doen.

   

[Maar goed: half iets doen, is het toch wel doen] zelfonderzoek dus....

   

Leon, je schrijft:
"Ik vraag me af of die "ervaring van diepte" niet uiteindelijk zelfbedrog is, en vraag me af of je zelfbedrog als probleem moet zien of niet. Het zal toch ook niet prettig zijn om er achter te komen dat men een oppervlakkig wezen is."

Volgens mij raak je hier een interessante kwestie. Mensen die van zichzelf vinden dat ze "diepere gedachten" vertolken, "uit hun innerlijk" hebben zelden wat interessants te vertellen. Dat komt doordat al onze wijsheid en inzicht per se gedeelde wijsheid is: ze realiseert zich net waar mensen communiceren met andere mensen, en dat gebeurt in de eerste met onze zintuigen, uitwendigheden dus, of noem het oppervlakkig in de goede betekenis van het woord - een niet zo courante betekenis.

Hoeveel gesprekken we ook voeren en hoeveel boeken en kunst we ook opnemen, we doen dat altijd langs de buitenkant.

Ons zinveld is als de camionette van een pakjesdienst. Pakjes komen van ergens en gaan ergens heen. Zonder dat verkeer is "het diepste zelf" van de camionette een blikken doos.

   

De woorden hierboven zijn niet op een persoon gericht en kunnen niet gerecupereerd worden voor zelfbeklag.

   

Hulde aan Xenophanes!

   

Siger,

[Dat komt doordat al onze wijsheid en inzicht per se gedeelde wijsheid is: ze realiseert zich net waar mensen communiceren met andere mensen]

Dus als veel mensen het begrip 'God" hanteren (een meerderheid) is dat relevant, en als een minderheid of enkeling dat doet niet?

Ik begrijp dat je gewicht geeft aan een kwestie doordat het gedeeld wordt, maar dan is dat toch de consequentie?

Je bent dan alleen maar seculier omdat de anderen in meerderheid seculier zijn, zonder overtuiging...

   

Nee, het is niet zo dat je denkt wat de meerderheid communiceert, het is wel zo dat je enkel kan denken dank zij communicatie.

We denken over heel wat van onze ideeën dat we ze zelf gemaakt hebben, en dat is niet zo. Vraag je maar even af of je de concepten "God", "seculier" enzovoort zou kennen zonder anderen.

Maar we kiezen wel zelf uit het aanbod.

   

LeonH,

'In den beginne was het Woord' moeten we letterlijk nemen. En vervolgens hoe het woord jou bereikt, in en door jouw omgeving met al de geheime of minder opvallende verbindingen. Dat is natuurlijk niks nieuw, deze opmerking over taal.
Maar je kan wel zeggen dat de 'sfeer' (Sloterdijk) de koepel aandraagt van je denken.

   

LeonH,

Over het diepere, LeonH luister dit eens. Vanaf 7:50 gaat het over zinvolle diepere vragen.
Vermits het een radio interview is, is het wel te volgen.

https://www.youtube.com/watch?v=6hRRCLUdaYg

   

Wir mussen (niet sollen) sie verbinden (het oppervlakkige en diepe). Mooi.

Maar wat verbind je? Hoe verbind je? Waarom verbind je?

Welke van die vragen vind ik interessant. Nou alle drie in verband.

Wat-vraag = metafysisch
Hoe-vraag = materialistisch
Waarom-vraag = zinsveld

Ik denk niet dat het zinvol is, om bij 1 vraag te blijven.

   

Om even naar Zizek te gaan:

Zizek is een realistische revolutionair. Hij zegt dat over alles opnieuw moet worden nagedacht. Dat kenmerkt de ware revolutie, hoe die situatie dan ook precies is ontstaan wanneer over alles opnieuw wordt nagedacht.

Revolutie is dan het zelfbelang van de denker.

Toch zal het niet helpen denkers onder permanente controle te plaatsen, want dat is precies de situatie dat over alles opnieuw moet worden nagedacht.

Welk besef mist vooral, totaal vergeten? Dat om iets te willen er een gemis moet zijn. En dat je een gemis niet moet willen.

Of ben je als je precies dat gemis wilt dat over alles opnieuw wordt nagedacht, niet eigenlijk ter kwader trouw? Dan zou je toch juist moeten willen dat over niets hoeft te worden nagedacht? En is het dan niet zo dat de enige mogelijkheid van dat er over alles wordt nagedacht is dat er daarna nergens meer over hoeft te worden nagedacht?

Kan je dan niet beter willen dat er een beetje wordt nagedacht?

   

Dat er over alles opnieuw telkens moet nagedacht is een belangrijk uitgangspunt, toch? Het is eerder het ‘zelfbelang van de gedachte’ in plaats van het zelfbelang van de denker.

Kijk hieronder naar ideeën en uitspraken gesprokkeld op filo.be. De gedachte van Markus Gabriel dat ‘de wereld’ niet bestaat en dat er beter in zinvelden gedacht wordt heeft nog een lange weg van ‘herdenken’ te gaan.

“Maar het woord "realiteit" of "werkelijkheid" is toch wat anders dan de persoonlijke"belevingswereld" of "ervaringswereld".

De opvatting dat er meerdere realiteiten zijn die niet noodzakelijk deel van één allesomvattende realiteit zijn neem ik als kennisgeving aan, zonder mij daar verder in te begeven. Die opvatting is strijdig met de opvatting van één allesomvattende realiteit terwijl er geen enkele mogelijkheid is om verschil waar te nemen tussen die opvattingen. Het concept van meerdere realiteiten maakt de realiteit minder eenvoudig zonder er iets meer voor terug te krijgen dan een conflict. Mij niet gezien.
Er zijn al genoeg onnodige conflicten.

Het fysicalistische monisme dat ik hier verdedig wordt door een groot aantal (misschien wel de meeste niet-confessionele en zowat alle atheïstische) hedendaagse filosofen gezegd. (…) Je hoeft het natuurlijk niet met hen eens te zijn, maar dat wil nog niet zeggen dat hun standpunten niet gehoord mogen worden op een filosofieblog.

Het woord "werkelijkheid" in allerlei overdrachtelijke betekenissen opwerpen is slechte filosofie. Zou niet mogen op een filosite, zouden sommigen zeggen.”

Kan je dan niet beter willen dat er een beetje wordt nagedacht? Inderdaad.

   

Leon,

Je analyseert het mi. opnieuw te individualistisch. We leven niet alleen in een netwerk van informatie, maar ook in een netwerk van materiële goederen. Net daarom is iemand met een links gedachtegoed bezig met het gemis of eigenbelang van anderen. Het inzicht dat we een materiële wereld delen is primordiaal. Ernaar streven dat mensen niet aan anderen ten offer vallen is waardevolle materialistische filosofie.

   


http://www.npo.nl/2doc/13-12-2016/VPWON_1260282 (met hola! als je in België bent)

   

"Wit is ook een kleur" ook gezien? Het probleem is waarschijnlijk dieper dan het toevallige geloof, of wat de dominante groep als opvattingen heeft.
Met zelfonderzoek komt ik toch zeker eenkennigheid tegen, en je kunt niet hopen dat iedereen moeite doet om zelfkritisch te zijn.

   

Leonh,

Wat-vraag = metafysisch
Hoe-vraag = materialistisch
Waarom-vraag = zinsveld

Zie jij op die manier een scheiding? Zonder te vitten over het verschil tussen wat-hoe-waarom, leidt niet elke vraag naar een zinveld? Ook de wat-vraag die essentialistisch naar een kern als laatste begronding blijft doorvragen opent een zinveld – het metafysische. De wetenschappelijke hoe-vraag opent op haar beurt verschillende zinvelden. En, als de waarom vraag wat meer filosofische is opent het weer andere zinvelden.

Ik kan je schema volgen. De ‘wat-vraag’ gaat er vanuit of stelt haar vraag binnen de coördinaten dat een ‘dat-antwoord’ naar een laatste essentie kan verwijzen. De ‘hoe-waarom-vraag’ past samen met de ‘wat-vraag’ ook bij wetenschap maar beoogt of verlangt welomschreven structuren voor haar antwoord – herhaalbaarheid, falsificatie e.d..

Vind je niet dat je indeling te scherp is? Maar als didactisch voorbeeld kan het.
Bestaan is verschijnen in een zinveld betekent ook dat bestaan verschijnt in een begrijpen. (Naast ervaren) Er is al eens aangegeven dat kennis kan gedeeld worden en deelbaar is. Maar wat ontvouwd wordt in kennis is daarom niet direct deelbaar als begrijpbaar. Zie het onnozel gesteggel over Pomo, Zizek en andere containerbegrippen. Het zijn lege termen die ingevuld worden naar believen en vervolgens dom ingezet. Je kan je afvragen welke zinvelden zich openen zich als het woord Zizek tot bestaan komt. Nog mooier is dat niemand vanuit zijn zinveld als scheidsrechter kan optreden!

Maar een zinveld zien als gemeenschappelijk begrijpen deed good old Spinoza reeds. We kunnen de dingen niet adequaat kennen maar wel 'ons gemeenschappelijk begrijpen'.

   

Aanvulling.
‘Gemeenschappelijk begrijpen’ bij Spinoza is niet dat jij en ik elkaar begrijpen. Wij zouden ook samen kunnen begrijpen hoe astrologie ons leven regelt, maar daar gaat het niet om.
Bij een ‘bestaan of een object in het verschijnen’ ontstaat een ‘gemeenschappelijk zijn/zinveld’ tussen bestaan/object/ en verschijnen/begrijpen. Dat een zinveld zich filosofisch relevant opent is een ander dan het astrologische. Ockhams scheermes zorgt voor die scheiding, niet mijn of jouw smaak.

   

Ik vind determinatie en zingeving altijd wat moeilijk rijmen. Als er zinsvelden zijn, dan moet er een element van keuze zijn (al heet het alleen maar zo), en dat zit volgens mij in het aannemen van wat gemeenschappelijk is.

   

Determinatie is niet interessant zoals het gewoonlijk wordt voorgesteld, alsof alles vastligt. (Hoewel er veel vastligt vanaf je geboorte!)

Het is de affirmatieve denkhouding die een zinveld retroactief zijn coördinaten geeft. Determinatie is samenhang geven aan ‘het verleden’ dat nu pas, in het ‘nu’, terugblikkend zijn samenhang krijgt. Als tante een afspraak bij de tandarts mist en op die manier in de stad Jerry ontmoette krijgt het missen van de afspraak pas zijn context. Hoeveel films gaan niet over dat soort zaken?

Wie blijft opmerken ‘dat determinatie niet kan’ heeft gewoon een verkeerd zicht op wat er zich determineert. Ha ha.

   

Ursula, een scherp onderscheid, maar om aan te geven dat hoewel alles in een zinsveld zit, je toch wel een aparte status hebt voor wat en hoe vragen, denk ik.
Ik stel me voor als je gaat proberen alleen nog maar "waarom-vragen" te stellen dat je dan ook niet "verder" komt, in die kunstvorm van "gemeenschappelijkheid"

Of anders kan je de voorkeur voor wat/hoe afdoen als smaak, maar ik denk dat het fundamentele posities zijn binnen dat zinsveld.

   

LeonH, nog even over filo en het gemeenschappelijke.

In het ‘gemeenschappelijk begrijpen’ zit een andere beweging dan in ‘de dingen willen begrijpen’. Waarom noem je het een kunstvorm?

Filosofie is niet denken of diep denken, ook niet het verkondigen van allerlei wijsheden over de dingen, maar een denken over een voorafgaande manier van denken. Denken wordt filosofie als het een denken is over dat denken dat aan die eerdere manier van denken vooraf gaat.

Het denkwerk bijvoorbeeld van Heraclitus is maar voor een gering deel denken over de dingen. In de fragmenten van Heraclitus speelt het denken over het denken, de logos, een even grote rol als het denken over de kosmologie, over het ontstaan van alles. Het is al niet meer een denken over de dingen die zich aandienen maar een denken over de dingen via de omweg van een denken over het voorafgaande denken.

Gemeenschappelijke begrippen vormen dat begrijpen. Beetje banaal geformuleerd maar wel belangrijk in een filosofisch denken. En alweer een duidelijk verschil met wetenschap.

   

Ik noem het een kunstvorm, omdat er een element van keuze lijkt te zitten in wat je als gemeenschappelijkheid aanneemt. Verder onderstreep ik wat je zegt.

   

denken over denken moet geen blazen over blazen worden.

In ieder geval is 'denken' nog niet specifiek genoeg.

   

wat versta jij onder denken? Vragen?

in ieder geval heb je: evalueren en oordelen

   

“Ik noem het een kunstvorm, omdat er een element van keuze lijkt te zitten in wat je als gemeenschappelijkheid aanneemt.”

Ja inderdaad, de keuze die jou overvalt in ‘het verschijnen’ en die vervolgens je keuze-zinveld wordt in het denken. Meer nog, als je Kierkegaard leest zal je zien dat de keuze zelfs niet te verantwoorden is, het is een sprong in het absurde. Dit laatste – het absurde - moet je wel vatten binnen wat Kierkegaard hiermee aangeeft. Zo wordt bij hem, en ook bij Badiou, de keuze een objectieve-subjectiviteit in het subjectworden.
Bestaan is dan het verschijnen van ‘iets’ buiten je keuze – Jerry bij de tante – waarbij die aangewaaide keuze geaffirmeerd toe-geëigend wordt. (Of niet.)
Het is deze affirmatieve denkbeweging die het psychologisch/sociaal verliefd worden van tante mogelijk maakt. Dit onderscheidt het filosofisch subject van ‘de mens van vlees en bloed’.

   

“denken over denken moet geen blazen over blazen worden.”

Inderdaad, filo heeft daarvoor haar eigen methodiek.

   

"Jezelf verbinden" is zoiets wat Augustinus ook moeilijk deed. Misschien is de weigerachtigheid (nalaten of gebrek aan enthousiasme) ook wel van belang, meer nog dan de uiteindelijke keuze of verbintenis. Zoals een vrouw die bij een huwelijksaanzoek krijgt zou zeggen: nou misschien..., ja eventueel..., mogelijk als...dat die man dan ook denkt "laat maar"
Als je iemand moeizaam over kunt halen tot denken, zal het dan wel goed denken zijn? Eindeloos afwegen en heroverwegen zal als methode zorgvuldig kunnen lijken, maar is een pathalogisch gebrek aan entousiasme.

   

Natuurlijk, enthousiasme zit in Spinoza's 'Blijdschap'. Affirmeren is een enthousiasme initiëren! Verhoeven heeft een ander klein boekje 'Een filosofie van het enthousiasme'.

Verhoeven moet je wel wat tegendraads lezen. Hij neigt naar een 'gelovig' zijn, maar als je zijn teksten over Plato tegendraads leest heb je er wel iets aan.

Twijfel siert een mens, maar geen eeuwige twijfel. Knopen moeten doorgehakt worden zonder dat men volledig kennis heeft van de consequenties. Kierkegaards absurde!
Ook Kierkegaard moet je behoorlijk tegendraads lezen want die is wel echt op zoek zijn christelijk geloof te funderen. Het is zijn denkbeweging die interessant is op de manier zoals ook Markus Gabriel 'geloof' opvat.

   

Ik bedacht nog een vraag: Hoe staat het nu met het project: "redden van de wereld" als de wereld niet bestaat?

   

De wereld bestaat (zij het niet als object), en ik ben niet op de hoogte van een project om de wereld te redden. Jij wel?

   

Ik dacht pluriform: werelden bestaan, verschillende kun je kiezen om te redden, maar als geheel is er geen redden aan.

Of je redt de een en vernietigt daarmee de ander.

   

Ieder heeft een unieke subjectieve kijk op de wereld en vormt zo een eigen wereldbeeld, maar doordat we wezens zijn met breinen, bewustzijn en communicatie weten we dat we ons in dezelfde wereld bevinden. In tegenstelling tot planten.

   

LeonH, over de wereld redden.

Grappig. Als een fietser in het kanaal valt en jij haalt die eruit - brrr ijskoud!! - dan heb je een stukje wereld gered. Met een aandenken of lintje van de burgemeester. En vangt jouw stad 300 vluchtelingen op dan is dat stukje wereld gered. En dat stukje wereld zijn dan die vrouwen, mannen en kinderen. Als Wilders roept ‘minder Marokkanen’ dan verziekt hij doelbewust de wereld. Zo verziekt trouwens elke cynische uitspraak de wereld. Enthousiasme redt de wereld.

   

Wat me dwars zit, is dat enthousiasme geen remmen is.

   

Dat moet je alleen en alleen dwarszitten als en alleen als dat enthousiasme concreet geen remmen heeft. Niet op voorhand!

Ken je de opmerking: 'Nee, dat kunnen we niet toestaan want als iedereen dat komt vragen...' Kijk dat is ook zo'n slap excuses, want dat kan je pas in stelling brengen als en alleen als iedereen...

De juffen werden horendol van mij, maar die discussie won de klas toch!

(Voor de sufferds, ja ja, vooruit kijken is ook belangrijk! Fck!)

   

ik kan een wereld redden, niet de wereld, het verschil tussen ' een' en ' de' .

Ondertussen is er lichamelijk allerlei gerommel, dus moet ik even afzien.

   

Siger, zou ik me nu werkelijk in jouw wereld bevinden?
Ik zag een jonge vrouw, naakt, met kerstversiering over haar lichaam, in diverse kleurtjes licht. Wiens wereld is dat? Is dat mijn wereld? Is dat jouw wereld? De banale wereld van grappen, grollen, seks en vreten, van manipulatie richting vrijwillig misbruikt worden. Die wereld die je niet de rug toe kunt keren?

   

Om "jezelf" (lees de wereld) te bevrijden, zo schrijft Zizek hfdst 18. van Eis het onmogelijke, moet je vrij zijn (qua omstandigheden).
In het klimaat van manipulatie richting vrijwillig misbruik, heb je gebruikers die helemaal tevreden zijn, zelfs de misbruikten kunnen helemaal tevreden zijn, al zijn ze tot die overtuiging gemanipuleerd. En dan willen van die "denkers" het "systeem" via revolutie omgooien. Welke rechtvaardiging is er behalve de eigen onvrede en frustratie? Mislukte gebruikers en onmanipuleerbare misbruikten. Wat willen die nu precies met "de wereld"?

   

Teerhartigheid waardoor gebruikers mislukken, en beschadiging waardoor misbruikten onmanipuleerbaar worden, zijn de uitdagingen van de wereld.
Alleen geaccepteerd gebruik en geaccepteerde manipulatie zijn het overdenken waard. Het is nieuw realisme.

   

Leon,

Latijn voor mij. Ik laat het dus maar.

   

Ik wil een onderscheid maken tussen persoonlijke aandoeningen en slachtoffers van maatschappelijke problemen. Dat onderscheid ligt niet altijd voor de hand.

Persoonlijke aandoeningen moeten aangepakt worden door professionelen uit de zorgsector. Ik heb daar verder niets over te zeggen.

Maatschappelijke problemen moeten aangepakt worden in het democratische proces. Neem als voorbeeld het voorzien in een goede zorgsector.

   

Om het nog eens over Spinoza te hebben. Zijn indeling in drie ‘kensoorten’ met als eerste ‘het imaginaire’ dat het gewone dagdagelijkse denken behelst naargelang ‘de dingen zich laten aanwaaien’ – wat ‘men’ denkt.
De ‘tweede kensoort’ is denken als invoering van het denken over dat eerste weten op rationele wijze – denken over denken. Het rationele zit in de intrinsieke opbouw bewaren van de idee. Vandaar dat Spinoza dit de ‘idee van de idee’ noemt.
Zijn ‘derde kensoort’ is het intuïtieve waarbij het gemeenschappelijk vertolkt wordt.
Het hoogste weten van de vrije mens is voor Sp de tweede en derde kensoort samengevloeid.
Iets grappig tussendoor. Ik lees in ‘Toch twee werelden’, een tekst van Hermans Berger aan Cornelis Verhoeven in het hommageboek “Op het tweede oog – Over het denken van Cornelis Verhoeven” iets over jou.
“Socrates weigerde tijdens de tirannie van ‘de dertig’ mee te werken aan een politieke moord op een zekere Leon.” (blz 128)

Heb jij geluk gehad!

Mooie titel van het boek: ‘Op het tweede oog’.
De tweede blik van het denken over het denken, of, de idee van de idee.

   

Met welk soort vraag hangen de kensoorten van Spinoza samen?

Wat-vraag ?-> imaginair

Maar denken over denken? Waarom?
Het intuïtieve? is dat Hoe? (hoe het aanvoelt...)

Hoe dan ook...

Ook ik heb best wat te danken aan Socrates.

   

“Wat versta jij onder denken? Vragen?”

“Wat heet denken” is een klein opstel van Heidegger. Misschien een instap. Filosofie stelt meer het vragen scherper dan het antwoorden. Evalueren en beoordelen is reeds teveel vanuit een vast standpunt schouwen, filo lijkt me daaraan vooraf te gaan.

‘Denken en zijn’ is een boeiende maar complexe tekst van Kierkegaard. Het voordeel is dat je het over de jaren kan herlezen en herlezen en er steeds nieuwe gedachten verschijnen. ‘Denken en zijn’ zou ook een instap kunnen zijn in de andere blogs over linguïstische anarchie, zeker het laatste van Steven.

“Met welk soort vraag hangen de kensoorten van Spinoza samen?” Dat moet ik eens overdenken. Ik denk niet dat er specifieke vragen zijn per kensoort, alleen is de eerste imaginaire een kennis van de externe dingen. Of een poging daartoe met alle mogelijke vragen.
De tweede kensoort is een kennis van de intrinsieke relatie van de idee zelf – de idee en haar onderwerp of object in de idee. Daarmee stap je al in een ander zinveld, mogelijk met dezelfde vragen.
Het intuïtieve zit meer in de spontane uitvoering van dit tweede denken dan in een 'aanvoelen van de wereld'. Dit laatste hoort meer in het eerste imaginaire weten.

“Ook ik heb best wat te danken aan Socrates.” Socrates bevraagt ook steeds verder en verder een idee als vorm van blijven denken over de gehanteerde begrippen. Zodat er een verschuiving kan ontstaan door en in jezelf, en niet in het louter navolgen van boekenkennis.

   

Met name Symposion heeft een verhaal van evolutie van kennis. Aristophanes's verhaal wordt nog het beste onthouden...want daarin blijft de zingeving dicht bij de beleving.
Hoewel dan wel weer het idee van vroedvrouw zijn voor de bevallingen van gedachten als rolmodel gegrond is.
Waarbij het dan gaat over het denken en niet om het denken.

   

Leon,

Jij detecteert toch het vreemde in ‘het subjectieve’ als kijk op de wereld dat dan ingezet wordt tegenover het objectieve.

Als we trachten Gabriel te begrijpen zeggen we juist niet dat we in dezelfde wereld zijn. In plaats daarvan concluderen we dat er oneindig veel werelden bestaan die elkaar deels overlappen, deels in elk opzicht onafhankelijk van elkaar zijn. Laten we nog een tijdje Gabriel volgen zou ik zeggen, het scherpt het denken.

Object gebieden zijn bvb kunstgeschiedenis, natuurkunde, woonkamer enzovoort. Het bevat objecten die bij elkaar horen en door regels die deze verbinden.
Kunstwerken verschijnen aan ons op verschillende manieren, nucleonen niet. Die laatste kunnen we niet verschillend interpreteren en die begrijpen we alleen als we het objectgebied beheersen waarin ze voorkomen. Objectgebieden bestaan uit meet- en telbaar duidelijk van elkaar onderscheiden objecten. Objectgebieden zijn kenbaar, mededeelbaar en hun inhouden die ontvouwen worden deelbaar. Hierin kunnen we na bepaling spreken van bvb een objectieve hoeveelheid van iets. Kunstgeschiedenis is ook een objectgebied. De wereld objectief bekijken kan dus wel in de objectgebieden, of, in het gebied van het beslisbare.
Esthetica is ook een zinveld. Zinvelden zijn vaag, veelzijdig en relatief onbestemd, kortom het gebied van het onbeslisbare. Hoezeer we wezens zijn met breinen, bewustzijn en communicatie, toch zijn er zinvelden die in elk opzicht van elkaar gescheiden zijn en waar we nooit kunnen spreken van subjectief en objectief.
Zinvelden zijn kenbaar, mededeelbaar maar hun inhouden die zich ontvouwen zijn ondeelbaar. Zo is het eigen dat kunstwerken esthetisch op verschillende manieren aan ons verschijnen.

Dat ieder een unieke subjectieve kijk op de wereld heeft geldt alleen in zinvelden. Die kunnen inderdaad vage, ambivalente verschijningen bevatten.

   

Wat ik interessant vind, is dat er hele sterke voorkeuren zijn onder rmensen voor bepaalde type zinsvelden, alsof deze bijzonder superieur zouden zijn, of rechtens de voorkeur zouden moeten hebben. Je zou aan de mogelijkheid van beheersing en controle bijvoorbeeld een dergelijk denkbeeld kunnen ontlenen, nog afgezien van de eventuele methode die er gehanteerd wordt.

   

Bestaan is verschijnen in een zinveld.

Met “Wat ik interessant vind” geef je zelf aan welke zinvelden jou raken ,of hoe ‘bestaan’ voor jou verschijnt. Bestaan verschijnt dan o.a. voor jou in “de belangrijke ervaring dat er hele sterke voorkeuren zijn onder mensen”. (Daar ben je zelf toch bij ingesloten, niet?)

En dan vooral verschijnt een interesse voor sterke voorkeuren die zichzelf bijzonder superieur vinden. Niet inferieur maar superieur verschijnt vooral in je zinveld. En vervolgens valt je op dat ‘de mensen’ uit die superioriteit hun rechten van belang naar voor schuiven.
Okee.

Verder openen zich belangrijke zinvelden voor jou in “de mogelijkheid dat vooral beheersing en controle dergelijke superieure denkbeelden opwerpen of vragen”. Beheersing en controle, nog afgezien van de eventuele methode die er gehanteerd wordt.
De idee ‘Beheersing en controle zijn zinvelden voor vele mensen’ is dan een zinveld dat voor jou verschijnt. Misschien verschijnt het ook ter beheersing en controle van jouzelf? Ha ha.

   

Dat is de reden waarom elk zinveld zijn subject creëert. En in deze subjectpositie beheerst en controleert elk zichzelf en ‘de wereld’. Vat krijgen op ‘de wereld’ is een noodzaak voor elkeen. Gecombineerd met ieders genetisch geërfd ‘karakter’ geeft een zinveld jouw bestaan. Of, zinvelden creëren jouw zijn.

   

Ik dacht dat beheersing en controle mogelijk objectieve criteria waren, maar dan wel binnen een zinsveld begrepen.

   

“Socrates weigerde tijdens de tirannie van ‘de dertig’ mee te werken aan een politieke moord op een zekere Leon.”

Voor de volledigheid, Socrates (althans de Socrates van Plato, waarover het hier gaat) was een fervent aanhanger van de Tirannie van de Dertig, en een tegenstander van de daaropvolgende democratie. Wanneer hij op zijn proces beweert dat hij niet heeft meegewerkt aan de aanhouding van Leon door de tirannen, doet hij dat om sympathie te winnen bij zijn politieke tegenstanders.

   

Mogelijk koos hij zo makkelijk voor zijn oordeel omdat hij zichzelf nog schuldig achtte. Mogelijk heeft filosofie juist een schuldbesef mogelijk, ontstaat het puur als compensatie. So what?

   

Teerhartigheid, en beschadiging, dat zijn de uitdagingen voor een maatschappij.

   

herstel: Mogelijk heeft filosofie juist een schuldbesef *nodig*

   

Heb je dit boek gelezen?
https://libcom.org/files/__Debt__The_First_5_000_Years.pdf
Het beschouwt schuld als een anomalie, waarbij wordt aangetoond dat de eerste economische schuld zich ontwikkeld heeft tot het religieuze schuldbesef.

Misschien moeten we gewoon doen wat het beste lijkt, zonder schuldgevoel.

   

ken het boek niet, hoe je ook tegen schuld aankijkt, de realiteit kent schuldgevoelens en allerlei omgangsvormen

   

Lees net in de (Belgische) pers dat er een wet komt die het mogelijk zal maken voor ondernemingen in stilte failliet te gaan en herstarten. Dit is feitelijk een vorm van schuldkwijtschelding.

Ik gun het eerlijke ondernemers in moeilijkheden van harte, maar ik vraag me af waarom welstellende ondernemers schuldkwijtschelding kunnen bekomen terwijl dat niet gegund wordt aan eerlijke burgers in armoede.

Dat ondernemers niet failliet gaan maar ondernemingen wel is toch een zwak excuus.

   

"the greater good" kan op allerlei manieren worden ingevuld.

   

Bestaan is verschijnen in een zinveld, of in zinvelden.

De singulariteit als brandpunt van dit bestaan (als gevolg van de affirmatie) en iedere verder beslissing is in laatste beslissing een bijzondere beslissing. Iedereen is genoodzaakt om uit eigen naam te beslissen en te spreken als antwoord aan wat de verschijning als zinveld opent. Als daar teerhartigheid en beschadiging mede drager van zijn, okee dan.

Vervolgens zal de omzetting naar een politiek waar deze beslissing een vast punt vereist, een gemeenschappelijke idee die de oorspronkelijke beslissing ondersteunt en veralgemeent. Iedereen moet uit eigen naam, maar open voor anderen en voor de wijze waarop zij delen in hetgeen hij uitspreekt, kunnen zeggen dat dit waar is en dat onwaar. Of dat dit goed is en dat slecht.
Deze beslissingen zijn de uitdagingen voor een maatschappij.

Filosofie moet er toe komen om aan dat vaste punt of aan het voorwaardelijke waarop ze zich moet baseren een rationele figuur toe te wijzen en te laten zien dat men, alleen maar omdat vroegere rationele configuraties verstek lieten gaan, niet meteen de kracht van de rationele consistentie van het denken moet prijsgeven. Kan filosofie, na de analytische, hermeneutische en deconstructivistische periode het vermogen vinden een hernieuwde figuur te vinden.

Filosofie heeft een visie nodig.

   

Over de ‘wat-is’ vraag, metafysica en zinvelden.

Een filosofische visie of project is nog geen metafysica. Een filosofie die stelt dat het door de singulariteit van het subject gelegen is dat het door de gebeurtenis van de verschijning in een waarheid wordt gevormd, daarvan kunnen we zeggen dat de metafysica in zekere zin ten gronde is gericht. Het bestaan door het verschijnen in een zinveld bepaalt de waarheid, geen metafysica.
Waarbij de categorieën van de metafysica – de ‘wat’ vraag - geenszins allemaal obsoleet zijn geworden.

   

Gabriel heeft het wel over construeren van waarheid, en dat kan volgens mij deste beter met antwoorden op wat-vragen.
Ik begrijp dat construeren nog niet helemaal.

   

Zelf lees ik Gabriel in verhouding met het dialectisch-materialisme dus dat construeren is vooral via een niet metafysische Hegel lezing. Zo bewaar je tevens de paradox en kan Kierkegaard aansluiten. (Of, wat ik laatst schreef, een paraconsistente logica.)
Zizek en Badiou blijven de basis, Gabriel wordt daarin ingevoegd.

   

Wat kan je van Badiou aanbevelen?
Op zich ben ik dus nu vanuit het lezen van Zizek en een blootstelling aan de politieke realiteit eerder geneigd een nieuw realisme te zien in geinstitutioneerd misbruik en manipulatie van vrijwillig misbruikt worden, als "gezonde basis" (omdat het niet anders kan) en vandaaruit probeer ik dan revolutionaire ideeen te beoordelen, in hoeverre ze echt een alternatief kunnen zijn, of alleen maar de nodig commotie geven die juist de praktijk verborgen houdt.
Laat het dan maar zichtbaar zijn.

   

Leon,

[geinstitutioneerd misbruik en manipulatie van vrijwillig misbruikt worden]

Je hebt het regelmatig over "misbruik". Dat betekent gewoonlijk "te veel" of "verkeerd" gebruik van iets of iemand. Bedoel jij dat ook?
Aan welk misbruik denk je dan bijvoorbeeld?

   

Voorbeelden van geweld?

Een economisch systeem opzetten dat georganiseerd grote groepen mensen uitsluit. Bvb werklozen zijn structureel ingecalculeerd in het systeem en zelfs broodnodig om het productieproces aan de laagste lonen te kunnen laten verlopen. Georganiseerde concurrentie onder de loonslaven!

Een ander voorbeeld is een zondebok naar voor schuiven om het systeem vlotjes op dreef te houden. Bvb ‘Minder Marokkanen’ als slagzin. Niet alleen om het systeem vlotje te laten draaien maar om verdeeldheid bij mensen onderling te zaaien. Zodat de ‘echte’ problemen verborgen worden en mensen tegen elkaar opgezet worden en in onmin en onrust leven.
Met het laatste voorbeeld verbloem ik niet dat er geen problemen zijn met migratie en veranderde leefomstandigheden, die zijn er zeker. Maar die worden niet opgelost met stigmatiserend te polariseren. Zoals schoolmeisjes misprijzen omdat ze een hoofddoek dragen!

Andere voorbeelden?

   

De vraag naar voorbeelden is de gebruikelijke truc om in de particulariteit van het voorbeeld de onderliggende structuren te verdoezelen.

Een voorbeeld dat iedereen best begrijpt. Als een racist opwerpt dat er toch duidelijk met cijfers aan te tonen is dat er meer ‘buitenlanders’ in de gevangenissen zitten dan Nederlanders is het zaak niet mee te gaan met zijn opzet – praten over getallen.
Want, de cijfers zijn correct! Vast en zeker, maar, de vraag moet zijn ‘waarom heb jij dit voorbeeld nodig voor jouw wereldbeeld?’ Welke imaginaire ruimte moet bij die persoon gevuld worden?

Het is als het ware liegen door de waarheid te zeggen!
De cijfers zijn correct, zeker, maar de impliciete onderliggende meeklank dat ‘vreemden’ behept zijn met crimineel gedrag dat ontbreekt bij ‘ons’ is de echte drager van dit gezegde. Het verhindert juist te kijken wat er wel misloopt en het verdoezelt de complexiteit van maatschappelijk problemen!

Uiteindelijk leidt het tot de misdadige verknoping 'Minder Marokkanen!'

   

Het voorbeeld van concurrentie is heel duidelijk, maar ik denk ook aan hoe jonge meiden "klaargestoomd" worden om "het mooie poppetje" te zijn, ten dienste van deze of gene. Of op subtielere wijze in het boek "Onderwerping" van Houellebecq beschreven, de "jonge studentes" ten dienste van de hoogleraar.

   

Ik denk niet helemaal begrepen te worden, want de behoefte aan "gewillig vlees" blijft bestaan en vraagt een maatschappelijke indeling die dat hoe dan ook ondersteunt. Het is daarbij dus voor de teerhartigen (die bezwaar maken tegen gewillig gemaakt) en de beschadigden (die geen rationalisatie hebben voor hun misbruik) lastig. Maar in plaats van hen als slachtoffer te zien, wil ik hen zien als probleem (waar iets aan gedaan moet worden). Wat er dan precies aan gedaan moet worden, moeten we onder ogen nemen.

   

Leon,

Ik wil je graag begrijpen. Verwijs je nu (specifiek of als voorbeeld?) naar sexuele uitbuiting van meisjes, en slaat "vrijwillig misbruik" op hun bereidheid zich sexueel te uiten?

   

er is momenteel wat commotie over veelvuldig misbruik in de sportwereld. Ik kies een radicaal ander statement waarin ik de misbruikende trainers als voor een maatschappij "gezonde" figuren poneer, terwijl hun slachtoffers onvoldoende gemanipuleerd zijn gebleven om voor zichzelf te rationaliseren dat het vrijwillig of leuk was of spannend.
Kijk maar wat je ermee doet.
Er is weinig alternatief, naast alle chaos in de cultuur, om die "gezonde" trainers een leefbaar leven te bieden.
Ik bedoel castreren kan natuurlijk ook, maar wat dan?

   

het gaat er om de uiterste consequentie van een situatie te bekijken. De mens, met name veel mannen, hebben een seksuele uitlaatklep nodig, hebben een sex-drive die biologisch natuurlijk is. Maar cultureel filosofisch blijken we geen geaccepteerde vormen te hebben. In dit geval is vooral het "probleem" dat manipulaties/rationalisaties niet effectief zijn om de slachtoffers er vrede mee te laten hebben, of zijn potentiele misbruikers weer te teerhartig om de geboden kansen te gebruiken.
Ik begrijp dat deze invalshoek mogelijk onoverkomelijk moeilijk is, maar probeer het zou ik zeggen.
Het is dezelfde macht waarmee "goed" gedaan kan worden, waarmee problemen met seksuele uitingen onder tafel gehouden kunnen worden. Ergens kunnen die "kansen" voor seksuele handelingen als beloning voor "goed" zijn worden beschouwd. Volkomen corrupt, maar onrealistisch om te denken dat het anders kan.
Waarbij zelfs een extra kick/bevrediging ontstaat als het slachtoffer echt beschadigd raakt, helemaal geen rationalisatie kan vinden voor wat hem/haar is overkomen. Dat is pas echt machtsuitoefening, niet hoeven te manipuleren, dat aan anderen overlaten.

   

Ik begrijp niet hoe je aan je conclusies komt.
"Veel mannen hebben een sexuele uitlaatklep nodig". Wat is veel? Het is een vergissing te denken dat dit anders is voor mannen dan voor vrouwen, en dat er geen verhelpen aan is. Ik zie dagelijks tientallen mannen en vrouwen die geen sexuele uitlaatklep benutten en waar het goed mee gaat. In zo verre zelfs, dat die zeldzame individuen wiens sexdrive tot problemen leidt best medisch behandeld worden zonder dat we misbruilk moeten institutionaliseren. Ik zie niet hoe deze uitzonderingen (ik bedoel met uitzondering niet mensen met een sexuele drift, want dat zijn we allemaal, maar mensen met een oncontroleerbare drift) dit een collectief/sociaal probleem kan zijn.

   

Siger, je ziet niet hoe het een probleem kan zijn, maar het is een probleem. Ik denk dat jij graag de andere kant opkijkt, maar dat lost natuurlijk niets op.

   

LeonH,

Mooi geschreven op 09:19!

Politieke realiteit zien als ideologische constructie, waarbij je aandacht geeft aan geinstitutioneerd misbruik en manipulatie van vrijwillig ‘misbruikt worden’ als "gezonde basis"…
Wat je zegt is zeer een belangrijk uitgangspunt. Laat je niet vangen door het oppervlakkige geneuzel dat het slechts "te veel" of "verkeerd" gebruik van iets of iemand is . Het is structureel geweld, duidelijk gepland en georganiseerd! Het is een systemisch geweld!

Heb je een goede bibliotheek in de buurt? Zizek schrijft er uitgebreid over in zijn boek ‘Geweld’. Dat is vertaald in het Nederlands en toont scherp de vormen van geweld die jij aantoont. Neem tegelijk zijn ‘Event – filosofie van de Gebeurtenis’ mee. Dat gaat meer over Gabriels verschijnen in een zinveld. Event = gebeurtenis = verschijnen.

“vandaaruit probeer ik dan revolutionaire ideeën te beoordelen, in hoeverre ze echt een alternatief kunnen zijn, of alleen maar de nodige commotie geven die juist de praktijk verborgen houdt.”
Commotie die verbergt is de structurele tactiek van het systeem zelf! Het systeem laat in de marge protest toe, bvb pseudo linkse blogs met oppervlakkig geneuzel in de trant van ‘hoe erg het wel in X is’ maar dat houdt de onderliggende bewegingen verborgen en, meer, het houdt ze in beweging.
‘It’s the ideology stupid!’

“Laat het dan maar zichtbaar zijn.” Inderdaad, leg bloot die ideologie.
(Moeilijk te volgen voor wie over zichzelf zegt geen ideologie te zien in humanisme!)

Laat Badiou nog wat liggen zou ik zeggen. Wat je wel kan doen is, als ‘Het subject en zijn onbehagen’ gelezen is er een blog voor aanmaken. Kunnen we hoofdstuk per hoofdstuk met verwijzing naar pagina’s er dieper op ingaan.

   

Ik zal tzt een blog openen over Zizek's subject en zijn (mannelijk?) onbehagen.

   

Geen persoonlijke zaken aub. Doe dat maar ergens anders.

Mao schreef: Er heerst enorme chaos onder de hemel, de omstandigheden zijn uitstekend.
Dit is ongelofelijk cynisme, maar onwillekeurig gaan we mee in dat cynisme door aan die chaos toe te voegen.

   

Leon,

Mooi dat je persoonlijke zaken verwijdert. Maar wil je met de verdediging dan ook de aanval verwijderen:

Ursula 23 december 2016 toevoegen 10:39
Ursula 23 december 2016 toevoegen 11:14

Dank.

   

ik kan deze niet weghalen zonder dat al het volgende verdwijnt. Ik heb dit als beledigend gelezen, maar jouw bezwaar staat genoteerd

   

“Het gaat erom de uiterste consequentie van een situatie te bekijken.”
Daar kan ik inkomen, wat niet wil betekenen de uiterste consequentie goedkeuren.

Mannen die hun 'natuurlijke' (?) driften niet kunnen beheersen?!
Maar mijnheer de rechter, ze had een kort rokje aan!! Dan vraag je erom!!
Okee, vrijspraak, je kan gaan!

(Nou, als iemand een neuzelaar noemen reeds een beledigende aanval is? Dan heb ik al andere beledigingen op filo.be over me heen gekregen.)

   

Inderdaad niet goedkeuren, maar in een soort van omgedraaide logica is er eerder oorlog en geweld omdat er dan verkracht kan worden, dan dat er verkrachting is omdat er oorlog en geweld is. We moeten toch echt een keer onder ogen zien dat die sex-drive bepalend is, en er realistische mogelijkheden voor bekijken, die dan ook acceptabel zijn.
Je kunt ook wel zeggen dat het leven nooit acceptabel kan zijn, maar dan ben je zelf het probleem.

   

"...maar in een soort van omgedraaide logica is er eerder oorlog en geweld omdat er dan verkracht kan worden, dan dat er verkrachting is omdat er oorlog en geweld is."

Het is mi. voldoende aangetoond dat verkrachting onderdeel is van oorlog, zowel als vernietigingsstrategie en als oorlogsbuit. Er is geen enkele reden ons daar bij neer te leggen. De geschiedenis toont aan dat mensen veranderbaar zijn. De meeste mensen leven geweldloos, dus ook zonder te verkrachten of verkracht te worden. Defaitisme is deel van het probleem.

   

ja normaal zijn problemen ook niet, dat is zo'n dooddoener...

   

“… in een omgedraaide logica is er eerder oorlog en geweld omdat er dan verkracht kan worden, dan dat er verkrachting is omdat er oorlog en geweld is. We moeten toch echt een keer onder ogen zien dat die sex-drive bepalend is, en er realistische mogelijkheden voor bekijken, die dan ook acceptabel zijn.”

Verkrachting = geweld, net als oorlog. Beiden zetten hun krachten in via geweld. (Ook handelsoorlog is een vorm van geweld.)

Maar verkrachting is geen door seks gedreven daad! Dat is een groot misverstand.

Een man die een vrouw verkracht pleegt in de eerste plaats machtsgeweld, het middel is ongewilde penetratie of het schenden van intimiteit. Geweld, machtsvertoning, toe-eigening en vernedering zijn de motieven, niet de seksuele bevrediging opzich. Die bevrediging culmineert wel in dat seksueel geweld, maar dit is geen ‘bevrediging van een sex-drive’.

Realistische mogelijkheden? Acceptabel voor wie? Welke verbinding heeft dit met verkrachting?

   

“wat commotie over veelvuldig misbruik in de sportwereld”
Wat commotie, wat… Als in een beetje commotie?

Kindermisbruik is een geweldpleging door mannen die niet in staat zijn een seksuele relatie uit te bouwen met een volwassen vrouw. Het gaat om de ‘evenredigheid of wederkerigheid’ in de volwassen relatie dat de man stoort en hem verhindert een gezonde seksuele verhouding te hebben. Hij is niet in staat empathisch die wederkerigheid psychisch te plaatsen en dat verlamt hem. Een pedofiel kan gehuwd zijn en kinderen hebben maar hij heeft geen seksuele relatie met zijn vrouw. Geen seksuele relatie!
Hij kan seks hebben met haar, maar zijn imaginaire ruimte is ‘anders’ gevuld. De in zijn ‘wederkerigheid gestoorde’ man heeft het liefst een thuisrelatie met een jongere kleine kinderachtige (Aziatische?) vrouw met kleine borstjes. Dat vervangt imaginair het ‘kinderlijke’. Of hij vraagt zijn vrouw zich te ontharen zodat haar geslacht ‘kinderlijk’ aandoet. Alleen ondersteund door dit visuele veld kan hij ‘seksuele omgang’ hebben maar ‘zijn relatie’ is niet met zijn eigen volwassen vrouw.

Misbruikende trainers zijn geen voor een maatschappij "gezonde" figuren.
Dit heeft met maatschappij weinig te maken maar meer met iemands psychische onvermogen een volwassen seksuele relatie te hebben. Gecombineerd met weinig empathie is de overstap naar kindermisbruik makkelijk.

“terwijl hun slachtoffers onvoldoende gemanipuleerd zijn gebleven om voor zichzelf te rationaliseren dat het vrijwillig of leuk was of spannend.”
Het vreemde is dat sommige avontuurlijke kinderen bij geweldloze affectie met een volwassene ‘het gebeuren’ spannend en leuk kunnen vinden. Dit geldt niet voor penetratie of het kind moet reeds ouder zijn en seksueel contact expliciet uitdagend vinden. Het kan voor een kind een spannend avontuur zijn en daarom kan misbruik langer in tijd duren zonder dat het kind duidelijk aangeeft ermee te willen ophouden. Ook de machtsverhouding verhindert dat het een ‘eerlijke’ verhouding is, zelfs als spelletje. Kinderen onder elkaar doen seksuele spelletjes, dat wel.

Maar de volwassene moet beter weten. Een niet pedofiel aangelegde volwassene gaat niet zomaar in de zomer na een zwempartij naakt onder de douche met een buurkind. Die weet dat dat niet past hoezeer het kind misschien in haar onschuld er niets mis in ziet. Op een gegeven ogenblik houdt samen douchen ook voor ouders en kinderen op omdat het niet meer lekker voelt.

LeonH, ik begrijp echt niet je “Kijk maar wat je ermee doet.” Of je “Er is weinig alternatief, naast alle chaos in de cultuur, om die "gezonde" trainers een leefbaar leven te bieden.”???

   

Ursula, inderdaad niet specifiek de sex-drive, maar de machtsdrive die mogelijk wel seksueel van aard is. De "kick" is op zich denk ik iets seksueels, maar ik kan me vergissen.

Ik wil met realisme tegen de situatie aankijken. Nog afgezien wat een laat-kapitalisme doet met het uitbuiten van behoeften en frustratiemanagement. De doorsnee man is volgens mij altijd behept met machts-drive, en zoekt constant naar een excuus, een kans voor die ongebreidelde machtsuitoefening. Daarmee ontstaat als vanzelf alle commotie, van links en rechts, als om het spreekwoord van Mao kracht bij te zetten. De omstandigheden worden zodanig gevormd door de machts-drive dat als vanzelf conflicten uit de hand lopen, en er chaotische situaties kunnen ontstaan waar het misbruik mogelijk wordt. We moeten er realistisch van uit gaan, dat dit bewust of onbewust gewild wordt. Dat een realistische invulling voor een maatschappelijk orde deze machtsdrive serieus moet nemen, haar een plaats moet geven. Want als jet het geen plaats geeft neemt het een plaats, en dat is altijd met verstoring van de orde, of je moet een ander soort orde veronderstellen waarin die verstoorde orde normaal is.

   

Zijn we weer terug bij heerszucht.

   

Leon,

Je wil met realisme tegen de situatie aankijken, maar het beeld dat je hebt is heel onrealistisch.

"De doorsneeman is behept met machtsdrive." Nee, niet de doorsnee, en niet de MAN (het aantal vrouwen op machtsposities neemt overhand toe, en wordt spoedig evenwaardig aan het aantal mannen. Maar doorsneemannen en -vrouwen zijn slechts occasioneel met macht, sex of geweld bezig. Je hoeft alleen maar even rond je te kijken om dat te zien. En conflicten lopen niet "als vanzelf" uit de hand. Ze zijn te voorspellen en het gevolg van foute oordelen die niet gemaakt hoeven te worden. Bijvoorbeeld het oordeel dat we onze maatschappij moeten aanpassen om misbruik "een plaats te geven".
Heb je je al eens afgevraagd of je discours zelf geen obsessie is?

   

Ik denk dat de "normale man" die een "gewone seksuele relatie" met zijn partner heeft een idealisering is en totaal geen realistische categorie. Het wordt met psychisch geweld afgedwongen, waarbij dan sublimatie in de vorm van bijvoorbeeld een BMW of Audi gezocht kan worden. Ik denk dat er wel een hekel is bij mensen om een meer waarheidsgetrouw beeld van de aard van het beestje in ogenschouw te nemen. Alsof het een keuze is van visie, waarbij als je een andere visie hebt dat dan ook waar is.
Zelfbedrog.
Helaas is ook het wijzen op zelfbedrog een geperverteerde vorm van machtsuitoefening.

   

Je gebruikt terecht veel Freudiaanse begrippen. Dit alles is niet nieuw voor de psychoanalyse. Vandaar de interesse van ernstige denkers voor Lacan, de laatste grote freudiaan.

   

Ik las in het voorwoord van Zizek's "Het subject en zijn onbehagen", dat filosofische grondslagen van de psychoanalyse niet het uitgangspunt moeten zijn, evenmin als het psychoanalyseren van filosofen.
Taalkundig zijn begrippen als "sublimatie" echter goed toepasbaar, als begrip op zich, als je tenminste enige kennis hebt waar een dergelijk begrip vandaan komt.
Het kan misschien ook te beladen zijn, zoals het "onderbewuste".
Als maar duidelijk is waar Titanic's aan verloren kunnen gaan.

   

“het psychoanalyseren van filosofen”

Inderdaad, je moet vooral kijken naar wat inhoudelijk gezegd wordt.

Minder naar wie het zegt, en zeker niet de uitspraak analyseren naar de particuliere omstandigheden van de spreker.
Uitspraken van bvb Nietzsche afdoen omdat zijn vader vroeg gestorven is en hij opgroeit in een huis met alleen vrouwen is naast de kwestie. Voor Nietzsche zelf zal dat invloed hebben, zeker. Maar de lezer moet nooit zijn lezing laten afhangen van de biografische achtergrond van de schrijver. Dat heeft de deconstructie ons grondig geleerd!
Zo is Heideggers “Zijn en tijd” filosofisch zonder enige racistische of fascistische ondertoon. Zijn hoofdgedachten over metafysica hebben niets te maken met zijn lidmaatschap van NSDAP. Natuurlijk heeft hij zich vergist in Hitler, laat daar geen misverstand over bestaan. Het is eigenlijk ironisch dat een scherp filosoof zich zo vergist op maatschappelijk vlak.
Maar blijven neuzelen en Heidegger als fascist wegzetten – vaak zonder zich grondig verdiept te hebben in zijn denken – getuigt van grove vooringenomenheid.

Dus “Het subject en zijn onbehagen” zat in je brievenbus. Lees het zorgvuldig en laat maar weten.

   

Een lid van de NSDAP "wegzetten" als fascist is vooringenomenheid?
Geldt dat voor alle NSDAP-ers, of enkel voor de filosofen onder hen?

   

Een lid van de NSDAP "wegzetten" als fascist is vooringenomenheid?

Zelfs van elk lid van de NSDAP kan je niet exact weten waarom hij lid was.

Als ik voor elk lid dat niet fascist was maar uit opportunistische redenen veiligheidshalve een lidkaart had één euro zou krijgen hoef ik niet meer te werken.

Nee, de grove fout zit erin dat de filosofische gedachte van een lid van de NSDAP automatisch en alleen gezien wordt als fascistisch.

Zoals Chomsky met zijn vurige verdediging van het regime van de Rode Kmer in Cambodja. Stel, dat we dit elke keer in een gesprek even laten weten als de taaltheorie van Chomsky ter sprake komt. Hem bvb de Borat van Philadelphia Pennsylvania noemen zou wel ronduit debiel en achterlijk zijn, zeker als ik geen letter van Chomsky begrepen heb.

“Geldt dat voor alle NSDAP-ers, of enkel voor de filosofen onder hen?”
Als jezelf even nadacht hoefde je zo’n domme vraag niet te stellen.

   

Leon,

Wil je bovenstaande tekst met een persoonlijke aanval verwijderen?

   

Dan hoed ik er niet met een persoonlijke aanval op te reageren.

   

Siger, ik zie dat je dom wordt genoemd, maar daar zijn redenen voor gegeven. Ik bepaal zelf wanneer het te ver gaat, en dit is voor mij binnen het toelaatbare

   

Een grappige correctie.

“Een lid van de NSDAP "wegzetten" als fascist is vooringenomenheid?
Geldt dat voor alle NSDAP-ers, of enkel voor de filosofen onder hen?”

Ik noemde de vraag dom – “… hoefde je zo’n domme vraag niet te stellen.”

Maar, ik ging er wel vanuit dat de vraagsteller zelf best in staat is na te denken – “Als jezelf even nadacht…” Ik noem de vraagsteller nergens dom, dus zich persoonlijk aangevallen voelen hoeft niet bij zorgvuldige lezing.

Op de eerste vraag - “Een lid van de NSDAP "wegzetten" als fascist is vooringenomenheid?” - kan je ja op antwoorden, dat is inderdaad vooringenomenheid. Je weet principieel nooit waarom iemand lid was! Natuurlijk zal de meerderheid van de NSDAP leden wel sympathie voor het bewind hebben, anders ben je geen lid. Maar dat geldt niet voor elk lid.

Als elke verdediger van Pol Pot en zijn Cambodjaanse genocide bewind een crypto gewelddadig maoïst is, dan is Chomsky een …

En op de tweede vraag kan je antwoorden dat dat dus niet alleen voor sommige filosofen onder hen geldt maar voor meerdere mensen.

Maar bijvoorbeeld Joseph Goebbels, die letteren en filosofie studeerde aan verschillende Duitse universiteiten, is dus wel NSDAP-er, filosoof en fascist

   

Denk je nu echt dat sex alleen is weggelegd voor mensen met een BMW?? Dat is zelfbedrog in het kwadraat.

   

:-p

   

Ik bezin me even over hoe het in het dagelijks leven gaat me heerszucht en zo, en een van de armste regio's van België.

Een buurman komt zeggen dat een boomtak van me over zijn land groeit. Ik ben verplicht die af te zagen, maar hij stelt me gerust; als ik het goed vind zal hij er zelf er de kettingzaag aan zetten. Een boom in kruipen met een draaiende ketting is een heikele onderneming, en misschien herinnert hij zich dat ik enkele maanden geleden zo af een ladder viel.

Mijn onmisbare auto (geen BMW) moet een dag naar de garage, en de echtgenote van de garagist biedt aan me gratis naar huis te brengen en terug op te halen als het werk gedaan is.

Mijn centrale verwarming is in panne, de loodgieter werkt er twee dagen aan, maar kan niet vinden wat er mis is. Hij weigert een rekening te maken.

Natuurlijk zijn er ook andere gevallen - soms betaal ik wél, en soms word ik opgelicht. Maar de algemene sfeer is er een van wederzijdse hulp. Dat is geen vorm van verkapt egoïsme, van uitgestelde heerszucht. Gelukkig hebben de buren het hart op de tong, ze zeggen zelf waarom ze zo laks zijn met schuld en macht. Als we mekaar allemaal wat helpen wanneer de gelegenheid zich voordoet, is het gewoon plezieriger leven voor iedereen. Is dat uitgesteld egoïsme? Nee, dat is zuiver altruisme, want het ik, het ego, eist niets op, niet nu en niet later.

Samenlevingen van sociale dieren zoals wij steunen op wederkerigheid. Behoudens catastrofes (al dan niet vermijdbare) spelen heerszucht, sex, schuld en geweld een marginale rol. Als we een betere samenleving willen moeten we catastrofale toestanden vermijden, beter dan aberraties te normaliseren.

   

Particulariteiten veralgemenen is slordig denken in een uitgebreide maatschappelijke analyse. Toevallig heb je leuke buren, goed voor jou.

Anderen hangen hun maatschappijanalyse even slordig op aan hun onvriendelijk enge buren.

   

Ik ben ook wel verder van huis geweest hoor.

   

Ursula, ijsbergen zijn voor mij realiteit, maar inderdaad doordat je gedwongen wordt te kijken. Ik ben verder geen liefhebber van het horror- genre.

   

Ik doe, na wat denkwerk, afstand van de dimensie van zelfbedrog. Net als dat de ervaringen in een virtualiteit echt zijn, en het dus niet uitmaakt of het leven virtueel is, zijn goede intenties goed ook al is er misschien sprake van zelfbedrog.

   

Misschien moet je geen afstand doen van zelfbedrog maar dit laatste zien als de fundamentele imaginaire ruimte die nodig is als samenhangconstructie van ieders subjectpositie. Je hebt geen weet dat het bedrog is!

   

Met die constatering heb je dus al onder ogen moeten zien dat zelfbedrog uiteindelijk onhoudbaar zal worden. Of iedereen dat zo netjes filosofisch duidt, is nog een tweede.

   

"Met die constatering heb je dus al onder ogen moeten zien dat zelfbedrog uiteindelijk onhoudbaar zal worden. Of iedereen dat zo netjes filosofisch duidt, is nog een tweede."

De constatering van zelfbedrog wordt getoond in de mythe vertellers, bij Oedipus, tal van romanschrijvers, Shakespeare, Freud, en Lacan’s uitwerking hiervan in het imaginaire. Of zij onhoudbaar is is nog iets anders.

Hoofdstuk 3 in “Het subject en zijn onbehagen” met de titel ‘Door de fantasie heengaan’ gaat daarover.

Het 'zelfbedrog' als imaginaire houdt ons op de been, geeft ons de coördinaten voor ons zijn. Nu kan het zelfbedrog of ons zelfbeeld zo’n ondermijnende en ziekelijke aard aannemen dat het ons stoort in ons. Alleen merken we het niet altijd. De anorexia zit vol van haar imaginaire met een lege maag aan het rijke kerstmaal en waant zich tevreden. Neurotische, hysterische en fetisjistische houdingen als structuurcoördinatie voor iemands zijn geven houvast!
Door de fantasie of de onderliggende structuur doorbreken, bvb in therapie, vraagt moed want je houvast wordt verbrokkeld.

Of iedereen dat zo netjes filosofisch duidt? Ook al lezen we Lacan, Freud en Zizek, onze imaginaire constructie is ook voor onszelf onbekend! Met welke heerszucht zitten we op filo.be? De normale slappe ontkenning zegt boekdelen.

   

onhoudbaar, omdat de reflectie haar al doorbreekt, en er dan geen weg meer terug is, en reflecties toch in allerlei vormen hun weg vinden.

   

maar wel is duidelijk dat de wereld an sich zonder zelfbedrog onkenbaar blijft, dus dan is het een soort keuze wat je voor waar/ zingevend aanneemt.

   

Markus Gabriel gaf wel een plausibele verklaring voor Heideggers politieke denken. Dit was volgens hem te wijten aan de provinciaalse inslag, die verder los staat van het genie van die man.

   

Na de laatste onthullingen over Heidegger (zie Trouw) heeft Markus gezegd dat nog enkel "Zijn en Tijd" gelezen kunnen worden. Wat een serjeuze vergissing is, want net "Zijn en Tijd" is doortrokken van nazineuzel. Het boek bevond zich in de rugzak van honderdduizenden Duitse soldaten, die het Dasein van het Duitse Volk met de Tijd gingen waarmaken. Zoals de bijbel had niemand het gelezen, en zwoer iedereen erop.

   

Het is ook zeer de vraag of je terzelfder tijd filosoof en provincialist kan zijn. Als wetenschapper is dat nog te aanvaarden, die heeft toespitsing op zijn vak en dus tunnelvisie als opdracht. Iemand die de wereld metafysisch uit de doeken wil doen kan zich langs geen enkele weg beroepen op provincialisme.

(voor men Kant opvoert als provincialist, die wist tenminste wat Napoleon deed).

   

Heb je wel eens wat van Heidegger gelezen Siger?
Het is zeer imponerend denken, en inspirerend en besmettelijk. Het genie raakt je echt aan. Maar voor de rest kan je natuurlijk iemand direct in een hokje stoppen en daar proberen te houden.
Zizek schrijft dat het ernstig is dat de mensen die nog echt passie in de politiek brengen vooral de rechtse populisten zijn. Blijkbaar hebben mensen wel sentimenten voor vreemdelingenangst, protectief nationalisme etc. en niet meer voor solidariteit en een veranderende samenleving. Het zal vooral zijn omdat reageren op angst en provinciale kortzchtigheid veel makkelijker is dan met gevoelsmatige overtuiging het vreemde en de veranderingen omarmen. Dat is een valkuil voor iedereen, en dus ook voor diepe denkers als Heidegger.

   

Toen ik aangaf minder waardering te hebben voor Einstein, omdat hij zijn huwelijken niet op orde had en affaires had, sprak jij daar de schande van. Ik geloof dat iemand natuurlijk weinig geluk kan hebben in de liefde, maar alsnog beoordeelt kan worden op of hij het huwelijk op orde heeft. Vergelijkbaar kan je natuurlijk schande spreken over het feit dat iemand zijn politieke gevoelens niet op orde had.
Uiteindelijk is het meten met twee maten.
Misschien heeft Einstein gelijk dat een mens (iig de man) niet gemaakt is voor monogamie. Maar dan kan je ook gewoon politieke gevoelens hebben die los staan van de kracht van jouw intellect. Ik bedoel Wilders is ook een heel slimme persoon, zoals hij de media manipuleert. Als Wilders filosofisch zou schrijven over het Zijnde kan je dat alsnog beoordelen op abstract niveau. Dat hoeft gelukkig niet, want ik zou het wel heel moeilijk vinden.

   

"Heb je wel eens wat van Heidegger gelezen Siger?"
Ongeveer evenveel als iedereen. Ik wil Zijn en Tijd nu wel herlezen, nu ik eindelijk weet waar het over gaat.

"Het is zeer imponerend denken, en inspirerend en besmettelijk. Het genie raakt je echt aan."
Mij dan weer niet. Hetzelfde voor Zizek.

Wie stopt wie direct in een hokje? Ik onderbouw meer dan wie ook wat ik denk.

"Het zal vooral zijn omdat reageren op angst en provinciale kortzchtigheid veel makkelijker is dan met gevoelsmatige overtuiging het vreemde en de veranderingen omarmen. Dat is een valkuil voor iedereen, en dus ook voor diepe denkers als Heidegger."

En dat is nu net waar het linkse denken tegen moet vechten. Het wordt vandaag duidelijk voor wie kritisch kan denken dat de werken van Heidegger een (of de) "intellectualistische" of "filosofische" rechtvaardiging van het nazisme was.

Na wat we vandaag weten kan je niet meer spreken van een genie met kleine foutjes. Bijvoorbeeld: "dasein" is meer dan "zijn": het is fysiek, heersend zijn. Het "dasein" van het Duitse Volk was wat Hitler deed en Heidegger bewonderde en parafraseerde.

"Toen ik aangaf minder waardering te hebben voor Einstein, omdat hij zijn huwelijken niet op orde had en affaires had, sprak jij daar de schande van."
Dat herinner ik me niet, maar dat is nu inderdaad iets wat Einsteins privéleven aangaat, en waar wij niets mee te maken hebben. Vind jij dat vergelijkbaar met het nazisme, de jodenvervolging en de Tweede Wereldoorlog???

Dat is niet meten met twee maten: het liefdesleven van Einstein of gelijk wie is privé en GEEN oorlogsmisdaad.

"Als Wilders filosofisch zou schrijven over het Zijnde kan je dat alsnog beoordelen op abstract niveau."
Ik beoordeel de deportatie, vervolging en uitroeiing van medemensen niet op absract niveau. Zo laag ben ik nog net gevallen.

Merk op dat we eerst vandaag zeker weten wat Heidegger met "Zijnde" bedoelde: heerszucht.

   

Voor Heidegger zullen zijn begrippen bezield zijn geweest met politieke realiteit. Je kunt die begrippen gewoon beoordelen volgens je eigen normen, om te kijken of er zinvolle associaties voor jezelf zijn.
Ik denk trouwens niet dat Heidegger een gaskraan heeft geopend of iemand heeft neergeschoten, zo doe jij het wel overkomen.
Het gaat er om dat de gevoelsmatige kant van een mens los gezien kan worden van de verdiensten van een mens op ander vlak. Zowel bij Einstein als bij Heidegger.
Ik heb ook nog wel eens de verantwoordelijkheid voor de atoombom doorgetrokken zien worden naar Einstein.
Het klinkt misschien wat vreemd, maar iedereen is even schuldig, en onschuldig.
Maar goed, neem nu Mein Kampf, waarin Hitler's belangrijkste gedachte die van "Lebensraum" is. Een gedachte die toendertijd als erg belangrijk werd gezien, maar feitelijk nogal onzinnig was. Toch kunnen mensen zich gevangen hebben gevoeld in hun situatie, alsof ze precies behoefte hadden aan "Lebensraum" en dan lijkt een dergelijke gedachte precies goed. Op vergelijkbare wijze wordt angst om je werk te verliezen, je dochter verkracht te zien worden, beroofd te worden, je zoon aan de drugs te zien gaan gevoed met een denkbeeld dat Marokkanen de Lebensraum inpikken.
Op persoonlijk, gevoelsmatig vlak is dat heel erg overtuigend, en als er niet overtuigend duidelijk gemaakt wordt dat we hier helemaal niet "overgenomen" gaan worden, maar gewoon anders (geemancipeerder) gaan samenleven, dan winnen de populisten en krijgen we despotisme.
Realisme, ten aanzien van die heerszucht, is dat mensen weinig voelen voor de boodschap van een nieuwe samenleving, maar juist veel voelen voor de conflictrijke samenleving met allerlei opportunistische kansen op het gebied van exceptionele voordelen en behoeftebevrediging.
Die zijn er in een ordelijke, goede samenleving niet, en het is gewoonweg niet waar dat er breed draagvalk is (onderbewust) voor de goede lieve orde.

   

“Heidegger – His Life & His Philosophy”

Alain Badiou en Barbara Cassin
Translated by Susan Spitzer

   

Nogal pretentieuze titel voor een boekje dat de brieven (1915-1970) van Heidegger aan zijn ega Elfride wil bespreken in amper 60 bladzijden. Brieven die door Elfride uitgeselecteerd zijn, en waaruit zou moeten blijken dat hij misschien toch niet zo heel antisemitisch was. Hij sliep immers ook met veel van zijn joodse studentes.

Geschreven lang voor de "Schwarze Hefte" (zijn dagboeken, in 2014) en brieven aan zijn broer in 2016 publiek werden. Waaruit bleek dat hij in hart en nieren Nazi, antisemiet en Hitler-aanhanger was.

De tekst van het boekje was bedoeld als voorwoord voor een ander boek, dat geweigerd werd en vervolgens gepubliceerd in 2005 als zelfstandig boekje, dat op geen enkele wijze de titel waarmaakt. Vermoedelijk in het Engels uitgebracht in 2016 om te profiteren van de laatste onthullingen?

Maar waarom verschijnt die titel hier plots? Simply google right or wrong?

   

Ursula, je gaf aan dat je het boekje hebt omdat je geinteresseerd ben in Badiou, en ik begrijp dat Siger tergend is, maar het gescheld haal ik weg.
Ik voel met je mee, maar je voedt nu juist zijn functioneren in tegenreacties. In principe kan je de tegenreacties voorkomen als je jezelf kan inhouden. "De wereld" heeft logische tegenreacties, omdat er niet 1 goede richting is. En wij in principe forcerend zijn in 1 richting.

   

Ik heb me trouwens voorgenomen me niet in het wespennest van sentimenten te wagen, en bij nieuwe reacties met gescheld een muntstuk te laten beslissen voor weghalen, rationaliteit is namelijk toch nooit helemaal goed, hoewel iemand dan natuurlijk de kwantiteit van scheldberichtjes kan verhogen.

   

Okee

:´´- (

   

Mijn mensbeeld is ongewoon, denk ik, ik ga er vanuit dat er een omgekeerde-tijd beleving kan zijn, omdat de omgekeerde-tijd net zo logisch is als de gewone-tijd en op de een of andere manier de natuur een manier moet gevonden hebben om de overduidelijke asymmetrie van de tijd op te lossen. Ieder mens is dubbel, in die zin dat hij/zij een kind is van gewone-tijd en omgekeerde-tijd, en voorkeuren kan vinden in processen binnen die tijd of omgekeerde tijd, waarbij dan logischerwijs mensen met gewone-tijd voorkeursprocessen lijnrecht tegenover mensen met omgekeerde-tijd voorkeursprocessen staan. In principe leef je het leven tweemaal, in twee richtingen, en zal het optimaliseren van geluk in de ene richting juist een nadelig lot geven in de andere richting. Ik hoop dat je me kunt volgen.
Er zijn dus ook mensen die optimaliseren hun ongeluk. Dat valt gewoonlijk niet te begrijpen. Behalve als je hun leven ziet als leven met asymmetrisch bewustzijn in afwijkende zin van wat je mogelijk zelf hebt.
Het leven in zijn totaal, heen en weer gaand in de tijd, is compleet en volmaakt, maar in 1 richting kan het behoorlijk incompleet en onvolmaakt lijken. Ik werk met kwadranten waarvan je moet zorgen dat de extremen niet te ver van het centrum komen, maar goed mijn bewustzijn van deze mogelijkheid betekent dus een achterlijkheid in de andere tijdsrichting. Ik ben dus helaas juist wel die extreme persoon die ik niet wil zijn. De enige mogelijkheid tot wederzijds begrip, in confrontatie met anderen, zit in deze kennis.

   

Wie is de heerser in de kerstboom.

   

Nee, niet de wandelende tak.

   

Euh...haha...Coca Cola?

   

Cuba libre....
zou kunnen...

Fidel is dood, leve Fidel !

   

Toen de charmante Martha Nussbaum ons land aandeed heeft ze her en der lezingen
gehouden over 'woede' en haar nadelige gevolgen. Ik zie nu ineens dat woede ook een vorm van heerszucht is. Er is altijd sprake van een kleineren van anderen. Er is en drang naar wraakneming en daarvoor moet de ander in een nederige positie komen. Als de woede voortkomt uit onmacht moeten
er toch slachtoffers gevonden worden om de woede over uit te kunnen storten en dat kan enkel als het je lukt de ander 'lager' te krijgen., naar beneden te duwen. En dat is wat een heerser doet. Wat de heerser dan onvermijdelijk een boze witte man maakt.

Want wil de heerser enkel heersen om het heersen, om de macht, dan kan hij dat niet zelf bewerkstelligen.
Een heerser is pas een heerser als er onderdanen zijn die hem heerser maken. Zonder onderdanen stelt een heerser niets voor, hij zal dan eerst woedend moeten worden om de stugge danen tot onderdanen te pijnigen, te wreken. En is hij eenmaal heerser dan zal hij woedend moeten blijven om zijn volk onder de plak te houden anders zullen ze snel terug veren.

Neem nou paus Franciscus, dat is toch geen heerser meer te noemen, hij wast liefdevol de voeten van de in hem gelovigen. Zijn enige heerschappij hangt nog aan het zijden draadje van vice heerser te zijn.

   

"Want wil de heerser enkel heersen om het heersen, om de macht, dan kan hij dat niet zelf bewerkstelligen.
Een heerser is pas een heerser als er onderdanen zijn die hem heerser maken."
Zeer juist.

   

“maar wel is duidelijk dat de wereld an sich zonder zelfbedrog onkenbaar blijft, dus dan is het een soort keuze wat je voor waar/ zingevend aanneemt.”

Er is een verschil tussen een gewone banalere keuze, de kleurkeuze van een rok ’s morgens of de keuze tussen appelgebak of een rijsttaartje in een brasserie en een fundamentele zingevende keuze. Een filosofische keuze ontstaat op het snijpunt van wat Gabriel een verschijnen van een zinveld noemt. Gabriel indachtig, deze keuze steunt niet alleen op parate kennis. Zij wordt mede bepaald door de verschijning van een zinveld. Meer nog, keuze en zinveld samen vormen het ontstaan van het bestaan - bestaan is verschijnen in een zinsveld.

Zinveld en keuze zijn wel singulier, maar niet willekeurig. Het is het affirmeren van wat verschijnt. De affirmatie kiest de keuze - Heideggeriaans gezegd 'de keuze kiest', ha ha.
Samen met de verschijning opent zich het denken, maar dit is geen simpel uitrollen van parate kennis.
De keuze is het moment van vrijheid, of beter, de verschijning laat een keuze verschijnen. Het verschijnen is zelf de keuze. (Misschien lees ik Gabriel nu teveel door een Kierkegaardiaanse bril.)

   

Ik vraag mij af wat de mogelijkheden zijn van wederzijds begrip, voor zover de ander al als bestaand verschijnt, en in de zekerheid dat er diametraal andere keuzes gemaakt worden. In die zin denk ik dat je anders toch op apartheid uitkomt, politiek gezien.

   

“Ik vraag mij af wat de mogelijkheden zijn van wederzijds begrip, voor zover de ander al als bestaand verschijnt”

Waarom is wederzijds begrip zo belangrijk als norm? Ik begrijp best hoe de ander tot zijn visie komt en de subjectpositie die hij daarmee verdedigt begrijp ik. Alleen zijn niet alle visies evenwaardig.

“en in de zekerheid dat er diametraal andere keuzes gemaakt worden.”
Natuurlijk, er zullen zeker tegenstrijdige keuzes gemaakt worden! De zinvelden van IS zijn niet mijn zinvelden. Meer nog, zij zullen door elkeen stevig verdedigd worden en in het gebied van ‘het onbeslisbare’ zal het een vreedzaam pact worden, of geweld. Maar geweld is ook een legitieme keuze hoor! Trouwens, conflict is de draaischijf van dynamiek, niks mis mee. Het streven naar makkelijk conflictloos en tevreden in de wereld staan is vaak een laffe houding, en vanuit die laatste subjectpositie wordt het makkelijke wederzijds begrip te hebben.
Tot een lawaaierige hangjongere met zijn opgefokte scooter elke avond het speelpleintje onveilig maakt, dan verdwijnt gelukkig het begrip! En grijp je zelf niet in dan ben je blij dat enkele buurjongens op kickbox zitten – gezicht vertimmerd en brommer onklaar. Klaar.

“In die zin denk ik dat je anders toch op apartheid uitkomt, politiek gezien.”
Apartheid is reeds de norm tussen ‘haves en ‘have nots’, tussen werkende en werklozen, tussen ‘binnelanders’ en buitenlanders, tussen…

   

Ja daar zeg je zoiets...iemand kan toch niet volhouden de wereld te willen verbeteren en niet op wederzijds begrip uit zijn?
Ik snap best dat je tot de conclusies komt: "de wereld is niet te verbeteren", maar "een wereld" is wel te verbeteren.
Waar komt de overtuiging vandaan "de wereld is niet te verbeteren"? Ja natuurlijk uit de stelling dat "de wereld" niet bestaat.
En als je last van de spiegelneuronen hebt voor mensen in andere situaties, dan zijn er toch ook pilletjes, of drugs, of porno? Bijna voor niets verstrekt om het revolutionair potentieel te onderdrukken.
Moeilijk voor mij, als sensitief neurotisch persoon.
Ik dacht juist dat de gouden fuik voor populisten de politieke arena is, terwijl dat voor links georiënteerde mensen eerder zoiets als dit forum is.
Hoewel ik anti-revolutionair ben, denk ik dat elke fuik een belediging is waar tegen men in opstand moet komen, waarbij het dan niet perse om eer of waardigheid gaat maar om welk soort fuik nu bij welk soort persoon toegepast wordt.

   

“Ik dacht juist dat de gouden fuik voor populisten de politieke arena is,
terwijl de gouden fuik voor links georiënteerde mensen eerder zoiets als dit forum is.
Ik denk dat elke fuik een belediging is waartegen men in opstand moet komen,
waarbij het gaat om welk soort fuik nu bij welk soort persoon toegepast wordt."

LeonH, denk jij nu zelf geen fuik uit te zetten?

   

Ik weet het, iemand met jouw belezenheid en analytisch vermogen en geheugen, hoort toch eigenlijk ook niet hier vast te zitten. Voor mezelf zou het kunnen zijn dat ik die belediging verdient heb. Het gaat er om dat er ook voor mij een duidelijke opdracht was: bemoei je niet met politiek, hypnotisch of wat dan ook. Het zou kunnen dat ik nu wat rijper ben, maar alsnog denk ik dat mijn type te problematisch is voor het openbaar discours of de politieke arena. Maar jij daarentegen. Niet dat ik jou weg wil hebben...ik beschouw je als waardevolle bron.
Dat fuiken-denken komt uit de verwerking van Zizeks denken over sloppenwijken. Je zou de sloppenwijk als laatste "fuik" voor overtuigingsloze mensen kunnen zien. Als je van meer overtuigingen getuigt loopt je ergens anders vast.

   

Over Zizek en ‘Politicization of Favelas’ (hdst 26)

Vergeet niet dat dit hoofdstuk volgt op ‘Messianism, Multitude, and Wishful Thinking’, waar het gaat over de politieke kracht van de multitude zoals geformuleerd door Negri en Hardt.

De sloppenwijk als laatste "fuik" van overtuigingsloze mensen waar bvb zinloos geweld uiting is van louter ‘aanwezig zijn’ zonder subjectpositie. Bestaan als puur Descartes cogito, de mens beroofd van zijn substantiële inhoud en bloot staande in een leeg zinveld. ‘Ik denk’ zonder ‘ik ben’. De Homo Sacer. Op de vraag aan de geweldpleger ‘wat wil je?’ komt geen antwoord omdat elke structuur van zinveld ontbreekt – vandaar zinloos geweld. (Hoewel ‘zinloos’ niet klopt, het geeft louter zin aan het zinloze.)

Politiseer en disciplineer ‘the destructed masses’ om favelas te voorkomen is Zizeks voorstel. Alleen zal dit moeten gebeuren uit een veelvoud of een combinatie van ‘social agents’. Een social agent als intermediair, bijvoorbeeld ‘de mensen’, ‘de natie’, ‘organisatie’, ‘ideologie’…
De intermediair als structuurgever of zinveld zodat het ‘ik denk’ aansluit bij een ‘mogelijk tot zijn’. Zizek is voor representatie via een begeesterend doorgeefluik van de ‘destructed masses’ die we allen zijn.

De symbolische structuur heeft haar kracht verloren, denk aan ‘de wereld bestaat niet’! Gabriels boodschap is vooral dat er geen meta-taal bestaat, geen een neutraal overkoepelend waardevrij standpunt - les non-dupes errent.

Beter is het te zeggen dat de symbolische structuur haar emancipatoire kracht verloren heeft. Het dominante discours dat structuur geeft is het rechts liberale ‘social agent’ van de ‘eigen schuld dikke bult’ houding. Ik zag in een tv uitzending hoe sociale helpers en bemiddelaars geleerd wordt niet meer in de ‘wij-vorm’ te praten met hun ‘cliënten’. De afstandelijkere houding moet zijn ‘wat ga jij doen’ aan jouw werkloos zijn, jouw gehandicapt zijn, jouw geboren zijnde in de vierde wereld… JIJ, niet wij! Wij als in ‘ons samen’, wat gaan we samen doen is geen optie meer. Alle last komt op de schouders van de hulpzoekende ‘cliënt’.
Ook op de werkvloer is iedereen uitsluitend zelf verantwoordelijk voor zijn ‘mislukken’. ‘Lukken’ daarentegen komt dan wel fier op conto van het prachtige individu, zonder verbondenheid – als je wil kan je! De ‘mislukker’ wil niet! In een samenleving die iedereen duwt om ondernemer te zijn van zichzelf heerst de economie van de overleving. Hier hoopt Zizek via de favelas te komen tot een tegenbeweging.

Ontstaan er nieuwe vormen van solidariteit in de smeltkroes van sloppenwijken of tentenkampen? Kunnen zij drager zijn voor een nieuwe ethiek?
Maar vooral is het belangrijk zodanige structuur te geven dat favelas niet ontstaan.

“Als je van meer overtuigingen getuigt loopt je ergens anders vast.”
Ergens anders? Omdat er geen meta-taal is lopen we vast, zeker. Maar alleen en alleen als je al je hoop op een meta-taal gezet hebt.
Gelukkig zijn er zinvelden.

   

Ursula, als er afstand gedaan wordt van het "wij", wordt er afstand gedaan van de waardigheid, die slechts in een wij-veld betekenis kan hebben. Nu zal het streven naar eervol leven best nadelen hebben, maar ik denk iedere keer te zien dat er schepen achter men verbrand worden, waarvan ik me afvraag wat verbrande schepen nu precies voor zin leveren.

   

LeonH,

Even iets uit het einde van je blogtekst en Markus Gabriel.

“Dat heerszucht haar banale oorsprong heeft in bezitsdrang ( de potjes en pannetjes, het huis, de auto) geeft volgens mij aan dat afstand nemen van heerszucht een transformatie van de bezitterigheid van mensen mee zal moeten brengen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk dat het bezit van verhalen, ervaringen of kennis, belangrijker is dan materieel goed. Als het dat feitelijk altijd al niet was.”

“een transformatie van de bezitterigheid”
Je bedoelt dat de bezitterigheid blijft, niet verdwijnt, maar dat het verlangde bezit meer een geestelijk bezit wordt.

Is het ‘hebben’ van materieel bezit niet steeds gekaderd in een ‘geestelijk’ veld. Zijn “de potjes en pannetjes, het huis, de auto” niet reeds ingebed in een ‘vergeestelijkte structuur’ waarbij het louter materiële verdwijnt.
Een potje, een pannetje, een huis en een auto zijn nooit alleen potje, pannetje, huis of auto. Elk ding vult de noodzakelijke imaginaire ruimte die het subject zijn houvast geeft.

Ook de bezitter van een oudere niet opvallende wagen die opgeeft zijn voertuig niet als statusobject te zien, voert als zijn status, het niet ‘als status zien van auto’s’ op. Hij ziet niet dat hij net als de fiere BMW rijder zelf een status vertolkt – het status van anti-status.

Elk ding is reeds een verhaal, of anders gezegd, bestaan is verschijnen in een zinveld.

   

het verschil is alleen wat je op 1 plek houdt of niet. ten aanzien van de historie van nomaden naar boeren, kan nu van boer naar kosmopoliet. Hoewel ik toerisme verwens als het niet educatief maar hedonistisch is.

   

Ah, het moet op één plaats blijven, dat had ik uit het oog verloren. Het ging hem dus niet om de heerszucht zelve, die kan en mag er zijn als die maar lokaal is.

(Grappig over het educatieve want dat is ook best hedonistisch. Eigenlijk verschilt de belezen kerk- en museumbezoeker inhoudelijk niets van de strand- en discobezoeker. Beiden doen wat ze 'graag doen'. Alleen zal de ene vermoedelijk een hoge zelf dunk van zijn ‘verheven cultureel imago’ hebben en minachting voor de ander. En vermoedelijk geldt dat wederzijds. Er zijn er die van strand en museum houden, dat geeft wel zonnecrème vlekken in Spinoza!)

   

Ja zinsvelden voor museumbezoekers en party-gangers. Wat mij betreft geen feestjes in het museum.

   

ik wil mijn zinsveld niet uitbreiden (dus wil ik vasthouden aan 1 soort beloningssysteem) omdat ik het idee van waardigheid niet wil opgeven.

   

Waardigheid?! Maar er is geen verschil tussen beiden in waardigheid.

De visuele pollutie aan de ingang van een museum met lange rijen oudjes, die nauwelijks uitgerust met kennis maar wel met kortingskaart in groep met de ‘Culturele Club van het Dorp’ op uitstap zijn in een vervuilende diesel autobus verzieken de musea. Het enige wat ze kunnen uitbrengen voor een schilderij is een adorerend ‘leuk - leuk die kleurencombinatie!’ Zegt zo’n oude tante: ‘Ik zit ook op schilderen, hoor!’ Waarop de andere Mien vraagt: ‘Heb jij ook die leuke docent?’ Pollutie is het die horden museumbezoekers!
En de musea zijn blij, 100.000 bezoekers roepen ze fier. Op naar de volgende spektakeltentoonstelling.
LeonH, heb je het misbaksel Munch – Van Gogh gezien? De musea passen zich aan aan de onkennis van de groepen bezoekers! Een geel huis van Van Gogh naast een geel huis van Munch. Een groen landschap van de ene naast een soortgelijk landschap naast de ander. Geen enkele esthetische of kunstzinnige rechtvaardiging van de presentatie. Had de ene ergens een boom op doek, dan werd gezocht naar iets soortgelijk bij de ander. Hapklaar voor de ‘Culturele Club van het Dorp’!

Waardigheid?! Het idee ja, meer niet.

   

De logische invulling van musea/museumprogrammering, zegt vooral dat een kunstenaar voorbij de beloning van in een museum hangen moet denken, en de kunstwaarnemer ook buiten de musea moet zoeken. Ik bedoel het GEM Den Haag is grotendeels opgesnoept door fotomuseum, omdat de oudjes daar niet wilden komen. En dan is het niet rendabel.

De kunstwaarnemer heeft een ander beloningssysteem dan de ziekenhuis-sfeer van een museum.

Met die "waardigheid" kies ik voor smerige popup ruimtes, waar echt troep en geniaal door elkaar hangt.

   

Zizek neemt graag de ‘revolutionaire’ kunstenaars op de korrel die menen daadwerkelijk verzet te moeten bieden tegen ‘Het Heersende’.

De galerietekst heeft het dan over ‘de kunstenaar onderzoekt…’, ‘de kunstenaar ondervraagt de ….’, de ‘kunstenaar zet disruptieve strategieën in…’, ‘de kunstenaar verzet zich…’ en als je dan het hoopje geniale troep ziet dan denk je ach…
Verzetten is het nieuwe burgerlijke denk ik dan.

LeonH, heb jij nog een goede tekst over hedendaagse kunst gelezen? Misschien is ‘kunst’ uitverteld, zeker als je kijkt wat er rond 1900 allemaal spannends gebeurde. Toen scheurde kunst de streng tussen zijn en zijnde door en bracht verschuivingen teweeg die telden. Nu maalt, houwt en boetseert men en het beeld is boring! Therapie voor de maker en voor de kijker, valium! Sloten verdoving!
Herhaling van herhaling zonder verschil!

   

ik ben aardig thuis in moderne kunst, heb hier liggen en reeds begonnen:

"Denk als een kunstenaar" Will Gompertz
"Hoe kunst en filosofie werken" Sybrandt van Keulen (redactie)

   

LeonH,

Zag je laatst de Volkskrant? Hersenonderzoeker en hoogleraar Victor Lamme stelt dat angst en hebzucht ons drijft. Je zit op bovenop met je blog, bingo!

(Ik ga me van commentaar onthouden want dan moet je een munt opgooien!)

   

Was het ook niet dat hij vond dat de "voltooid leven" discussie bij hem de haren overeind deed gaan, omdat de kwestie is dat men gewoon geen aandacht meer heeft voor ouderen.

   

LeonH,

"Hoe kunst en filosofie werken" Sybrandt van Keulen (redactie) heb ik ook.
Meer nog, ik heb er een tekst over geschreven en naar Murat Aydemir gestuurd. In die tekst staan wel allerlei illustraties die ik hier moet weglaten dus misschien leest het niet zo goed. Kijk wat je ermee aankunt. Jij hebt de tekst, dus ik denk dat je kan volgen.

George Dyer, Francis Bacon, Jacques Lacan en Murat Aydemir
Hoofdstuk negen in ‘Hoe kunst en filosofie werken’.
(Of hoe het mij toch aan het werk heeft gezet.)

Het portret van George Dyer

Als inleiding brengt u de vreemde enscenering van het schilderij voor ogen en overloopt verschillende vragen die zich opwerpen rond de titel, de figuur en dat vreemde ding dat omschreven wordt als spiegel. ‘Het smeltende gezicht in de spiegel kan niet het gezicht zijn van de zittende man.’ De lezer weet nog niet dat deze zin de draaischijf gaat zijn voor een heel avontuur. Vallen representatie en identiteit samen of niet, vraagt u zich af. Aan de hand van Dyer, Bacon en een verrassende Lacan wordt hierop scherpgesteld.

Lacan en Bacon

‘Kan het subject zichzelf zien?’
Vijf woorden en een vraagteken openen een mijnenveld en straks wordt via Bacon een poging tot antwoord gegeven. Kan is een vraag naar de mogelijkheid, wat maakt het mogelijk dat iets kan of iets gebeurt. Welk subject wordt hier verondersteld? Dit woord is geen simpele landmijn uit WO2 maar een splinterbom. Dit woord heeft de naoorlogse Franse filosofie verdeeld en er zijn loopgraven gemarkeerd tussen verschillende denkers. Vaak is in een filosofische beschouwing het woord subject gewoon een andere uitdrukking voor de mens. Jacques Lacan ziet dit helemaal anders en zal doorheen zijn Ecrits steeds op dezelfde nagel van dat subject hameren. Op de keper beschouwd heeft hij, een beetje oneerbiedig gezegd, alleen maar hierover blijven doorbomen. Vandaar dat ik hierboven een verrassende Lacan schrijf want hem kom je niet vaak meer tegen. Men heeft het wel gehad met die obscure ietwat hautaine man van onder de Eiffeltoren. En dan die samenzetting van zich en zelf, dat zichzelf. Alsof het dat subject nog wat zout in de wonde strooit door daar zo onschuldig te staan in die zin, letterlijk achter het subject. We zijn nog maar vier woorden ver en het duizelt ons al voor de ogen. Zien. Zien, zichzelf, subject, het kan!
Omgekeerd geschikt in een retroactieve aansluiting wordt het dan Yes, We Can!
‘Het schilderij zien als een vorm van onderzoek’ noemt u uw essay. Een beloftevolle start.

Ik, hij/zij, dat en De verhouding tussen het symbolische en imaginaire.

‘Het individu is verdeeld in twee onverenigbare dimensies: de imaginaire en symbolische aspecten van het ‘ik’. Het C’est moi, dat ben ik. De symbolische dimensie is het je suis… Ik ben.’

Zoals u aangeeft is diachrone en synchrone verstrengeling reden om zeer alert te zijn bij het lezen van Lacan. De imaginaire en symbolische aspecten vullen elkaar best wel aan op het niveau van het 'ik/subject van het ego’, anders hadden we geen zelfbeeld en zelfbewustzijn. Alleen speelt dit alles zich af onder de koepel van het Imaginaire. Dit is het moi tegengesteld met het 'je' van het ‘ik/subject van de spreekact’. Dit moi als ideaal-ik zoekt zich wel een verhouding met het symbolische Ik-ideaal. Moi en 'je' moeten strikt gescheiden blijven, dat is de 'uitvinding' van het subject van Lacan in het spoor van Freud. Lacan gaat uit van het subject van het onbewuste als het subjectum, de dragende constructie voor ‘mijn’ zijn. Deze tussen haakjes wordt verder besproken.

De symbolische dimensie, het 'je' is daarom geen 'je suis'. Het ik ben, als bewustzijn of identiteit behoort tot de zinsbegoocheling van het Imaginaire. Lacan heeft Descartes ‘Ik denk dus ik ben’ doorheen zijn teksten steeds opnieuw gekaderd. Het 'je' op het niveau van de Enunciation is het onbewust versprekende ik, het ‘ik/subject van de spreekact’. Het ik waarvan Freud zei dat het geen baas in eigen huis is, is het moi. Dit is de ik/identiteit die iemand denkt te hebben, niet het 'je'.
Bij Lacan moet je de 'ikken' en de ‘subjecten’ goed uit elkaar houden anders ontstaat er grondige verwarring. Een beetje zoals in uw tekst in het uiteen houden van dat 'spontane vrolijke imaginaire' en dat 'lege contingente symbolische'. Beide kunnen best wel samen vallen onder het ik van het ego, die individualiteit, en op het niveau van de onbewuste subjectpositie zoals in de neurose. Dat volgens Lacan er geen ontwikkeling mogelijk is die de imaginaire en symbolische kanten van een individu 'harmonisch' verenigt slaat dan ook op de mislukking van dat harmonische, niet op het samengaan.

Het bureaucratisch formulier met de aanduiding ‘vader’ aangevinkt is dan de symbolische situering die imaginair wordt ingevuld omdat het gespleten subject er nooit mee samenvalt. Symbolisch is onder andere de maatschappelijke context, het mandaat van ‘het vader zijn’. Imaginair narcistisch bijvoorbeeld als de vader zichzelf ziet als de toffe vriend van zijn kinderen. Imaginair depressief bijvoorbeeld als de vader lijdt onder het gevoel te mislukken in zijn relatie, en zich een loser vindt.

Vandaar dat Lacan de symbolische ‘naam van de vader’ invoegt, als aanduiding tegenover de man die ’s morgens luidruchtig zijn koffie slurpt en in het naar buiten gaan met de deur slaat. Of de vader die verstrooid alweer zijn jas vergeet.

‘De tegenstelling is duidelijk. Kijk in de spiegel en daar vind je de overtuigende bevestiging van je eigen bestaan als individu. Vul een formulier in en je individualiteit wordt uitgehold en gereduceerd tot een paar vinkjes.’
Murat, ik val in herhaling maar nog even een laatste scherpstelling om goed te kunnen kijken naar Bacon. Het individu situeert zich in de Enoncé onderaan het schema, de mens van vlees en bloed in het subject van de uitspraak. En het Lacaniaans subject van het onbewuste ontstaat plotseling en onverwachts op het niveau van de Enonciation, tussen twee betekenaars. Dit is het subject dat zich onvoorzien laat horen in de bizarre verspreking die toch niet zo bizar was.
Het woord subject in het subject, het subject van de uitspraak, het subject van het onbewuste, het subject van de spreekact, het subject van het ego en zo verder hebben we nu zorgvuldig gekaderd om Bacon in uw volgende hoofdstuk te kunnen volgen. Zoals u aangeeft, de aandacht moet uitgaan naar de scheiding tussen het gespleten subject en S. ‘Kan het subject zichzelf zien?’ Bacon zal dit voor ons oplossen.

Onthechting
Nu wordt het vreemd en lopen onze meningen uiteen. In Bacons Portrait doet de spiegel, Lacaniaans bekeken, wel wat hij moet doen! Het gezicht, dat normaal netjes gespiegeld wordt, is door Bacon vervangen door de blik die het verlangend subject geretourneerd aankijkt in zijn visuele veld.

De herkenning in de spiegel is volgens Lacan een miskenning, het vervormt. De gesubjectiveerde positie* van George Dyer verdraait zijn kijken in een verlangend betrokken zien. Kijken doet hij als het ware met zijn ogen, zien doet het subject.
Hij kijkt wel naar zijn afspiegeling maar ziet alleen zijn herkenning. Daarom ziet Dyer in de spiegel niet zijn weerspiegeling van vlees en bloed maar de gesubjectiveerde blik die terugkijkt. Dat is ook de reden waarom de jas van kleur kan veranderen!
Mooi gezien van Bacon!

‘Het spiegelbeeld … misvormt. Het resultaat is een mislukt spiegelstadium: geen imaginair houvast, geen heelheid en uiterlijkheid, geen prototypische mal voor individualiteit.’
Juist wel! De misvorming is zijn (mis?)herkenning als Imaginair houvast van zijn identiteit. Dit is zijn prototypische mal, zeker voor het moi. We zien ons nooit ‘zoals we zijn’ in een geretourneerd verlangend kijken in een spiegelbeeld. Meer zelfs, het beeld in de spiegel is geen spiegelbeeld van reflecterende lichtstralen! Een beetje overdreven gezegd is er nooit een ‘echt’ zichzelf te zien.
Het zichzelf uit Lacan en Bacon ontplooit zich mooi voor ons op het scherm van Dyers spiegel.
Vallen representatie en identiteit samen of niet was uw vraag bij aanvang. Bacon geeft antwoord.

‘De naam geeft sekse, … het pak specificeert … Maar zonder individualiserend … worden deze hol en betekenisloos.’
Nee, ze worden juist vol betekenis in het fantasma. Het object a verschijnt en gaat nooit meer weg! Slavoj Zizek zou zeggen dat het object a ons ‘schuins doet kijken’ zoals in Bacons spiegel.

‘Nu wil … fotografie … in tegenstelling met de imaginaire spiegel … de symbolische blik …’
Inderdaad, de blik is de gesubjectiveerde symbolische positie, analoog aan het versprekende subject in het schema hierboven, dat mij, in mijn kijken, aankijkt. Zoals het versprekende subject ontstaat tussen twee woorden en mij, buiten mijn wil, aanspreekt, zo valt mijn blik tussen twee beelden en kijkt mij, buiten mijn wil, aan. Dit is wat Lacan omschrijft in ‘I am photo-graphed’. Dit zijn helemaal niet ‘de visuele sjablonen die een cultuur voor ons beschikbaar maakt’. Ik schrijf nu wel ‘mijn’ blik maar die is niet mijn op het niveau van het ego. De blik is van mij op het niveau van mijn onbewuste dat ook alweer niet echt van mij is maar van mijn subjectpositie keuze .
Laten we er goed de aandacht bijhouden.
De blik geeft jouissance in ons zien. Deze jouissance doet via het object a de rechte lijn van ons kijken ombuigen. De blik maakt dat je dingen ziet die een ander niet ziet, niet kan zien omdat hij niet dezelfde subjectpositie heeft. De blik situeert zich niet aan de kant van de kijker maar aan de kant van het subject. Daarom zegt Lacan dat ‘het schilderij naar mij kijkt’ als ik een doek zie dat mij zodanig diep raakt zonder dat ik het waarom kan uitleggen. Is dit Deleuzes onpersoonlijk affect?

Murat, ik vind het spijtig dat u de vervorming bij Bacon niet las zoals in ‘Het spiegelbeeld vormt dus niet, maar misvormt’. Het was een mooie gelegenheid om met Bacon het iets moeilijker denken van Lacan ernstig te nemen en een kans te geven. ‘De spontane zelfherkenning’ is nooit een ‘één-op-één’ gebeuren en het kijkende kind wordt daarom vaak door een Ander met woorden gewezen op zijn spiegelbeeld. Het kennen in herkenning moet via de taal volgens Lacan. En het her is een retroactieve aansluiting van een woordklank met het herinneringspoor van Freud. Een niet gemedieerd spontaan imaginaire is moeilijk denkbaar, de ‘bemiddeling’ gebeurt door het herinneringspoor.

‘Wat toont Bacons ‘spiegel’ eigenlijk, als het geen spiegelbeeld is? In een Lacaniaans kader is de vraag van belang.’ Inderdaad, de ‘symbolische distincties’ zitten al in de spiegel van Dyer.
U besluit terecht ‘Identificeren we in ons spiegelbeeld geen oorspronkelijk beeld van onszelf maar een gerecycled portret? Bacon zegt met zoveel woorden dat zelfs het spiegelstadium al een gebroken zelfbeeld genereert, ongeacht het medium van representatie.’ Recycleren als terugwinnen, mooi geschreven. We identificeren inderdaad geen oorspronkelijk beeld van onszelf en de imaginaire mal is niet verdwenen. Zij is te zien in de spiegel bij Dyer en Bacon. De gedachte dat er ‘geen onderscheid tussen spiegelbeeld en portret is’ komt in de ‘dimensies van Lacans werk’ niet voor! Bacon toont inderdaad niet met woorden maar met verf wat Lacan zelf zegt. Dat ‘zelfs het spiegelstadium al een gebroken zelfbeeld genereert’ kan dus niet Lacan verweten worden, Jacques doet niets anders dan dit uitentreuren te herhalen. Francis heeft dit goed gezien, u bedoelde het toch niet als verwijt?

Slijmspoor
Als u verder ingaat op het lichamelijke verdwijnt ook direct het Lacaniaans Subject. ‘Het spiegelbeeld voorziet het individu, zo meent Lacan, van een ‘mentale permanentie’ waaraan het subject, ontregeld door lichamelijke gewaarwordingen en driften, anders zou ontbreken.’ De vraag is alweer welk subject wordt hier bedoeld? Het subject van het onbewuste waar het Lacan om te doen is wordt niet ontregeld door lichamelijke gewaarwordingen en driften! Het subject van Lacan ontstaat pas wanneer drift verschuift naar verlangen. De drift is het subject onbekend maar met het verlangen doet het u naar zijn pijpen dansen. En het imaginaire beeld is niet tweedimensionaal! Het menselijk lichaam verandert niet van een dynamische substantie (cursief in uw tekst) in een uiterlijk, stabiel omlijnd iets. Het is imaginair, denkbeeldig fantasievol en zwevend in de ruimte. En het verandert! Daarom is de zin ‘De spiegel in het schilderij reduceert het lichaam tot de oppervlakte van het gezicht’ niet wat belangrijk is voor het subject van het zien. Het ziet zelfs geen gereduceerd gezicht in de spiegel, het ziet het object a. Of beter, een sjibbolet zou Zizek zeggen. Eén van de belangrijkste ideeën van Lacan is juist het onderscheid tussen moi en het je als subject van de betekenaar.
Het 'je' voegt in het betekenis geven iets toe aan mijn ‘vlees en bloed’ en brengt daardoor effecten in het reële teweeg. Eindelijk verschijnt ook het reële dat ik nergens in uw tekst lees. Hoe een Lacaniaanse lezing geven van een werk zonder het reële te betrekken? Toch doet u het ongewild!

Misschien zijn de witte vlekken die u aanwijst, juist omdat ze zich niet laten incorporeren in een samenhangend ‘ik’, de sporen van het Lacaniaans Reële dat ook geen uitstaan heeft met dat samenhangend ‘ik’. Zoals het dat Reële betaamt sluipt het in uw tekst binnen en dringt aan om gehoord of, zoals bij Bacon gezien te worden. Murat, het Reële van dit schilderij neemt de pen van u over! Of misschien beter, de vingers over uw toetsenbord. We herkennen de witte sporen niet en we identificeren er ons als zodanig niet mee. Dat kennen we! Als we ons verspreken blozen we even, zeggen snel wat zeg ik nu weer en gaan vlug over tot de orde van de dag. Weg met dat onbewuste! Zo is het ook met die witte vlekken. ‘En toch is het onvermijdelijk wat we zijn: een eindig spoor van huidcellen, haar, adem, slijm, verf, inkt.’ Lacan zou zich nogal verslikken in zijn koffie met zo’n zin als einde van een tekst waarin hij nog eens mag meedoen! ‘Waar is mijn subject?!’ hoor ik hem roepen.

‘Bacon als illustratie van het gelijk van Lacan, als exemplarisch voor de theorie – dat is een overbodige academische oefening.’
Dat is juist maar een iets anders kijken had kunnen tonen wat in de ‘dimensies van Lacans werk’ te lezen staat. Hoewel, u doet nog de moeite, meestal is de ‘obscure hautaine Franse denker’ niet meer dan een sneer waard.

Vriendelijke groet,
Ursula

*Dit slaat niet op de frontale of laterale zittende houding van Dyer in het schilderij. Toch omschrijf ik de uitleg naast de foto van het schilderij nog wat verwarrend. Opnieuw.
Dyer kijkt in een verlangend zien. Dit zien wordt onbewust gestuurd door het object a dat hem jouissance verschaft. Deze sturing verandert kijken naar zien en in dat zien ontstaat pas het subject. Daardoor ziet hij als subject, wat hem de mogelijkheid geeft in de spiegel geen lichtstralen gereflecteerd te zien maar zijn imaginair imago.
Niet verlangend kijken zonder object a is het gewone onverschillig rondkijken, zoals we ook zomaar wat kunnen kletsen. Maar als iets ons raakt of mijn S1 ten tonele verschijnt spitst mijn subject de oren. Dit laatste is natuurlijk beeldspraak.

Murat, wat denkt u, zou er een visuele S1 meesterbetekenaar bestaan die de andere beelden als S2 context geeft om zo tot beeldbetekenissen of beeldgevoelens te komen?
Een woord kan gekaapt worden door ons herinneringspoor via een beginletter of klankgelijkenis en in een verspreking belangrijk genoeg zijn voor het subject om als S1 orde te brengen in alle andere betekenaren die zich aanreiken (S2) door die zo te ordenen dat het veld van de wereld genotvol samenhang krijgt voor dat subject. De S1 hiernaast in het schema geeft de onderliggende woorden S2 de rangschikking die de betekenissen doen ontstaan. Welke woorden schikt iemand rond S1 ‘babyboomer’? Schikken potverteerder, buitensporig profiteren van de uitkering en wereldreizen maken de samenhang die moet leiden naar een negatieve appreciatie? En waarom heeft iemand die schikking nodig om zichzelf goed te voelen in zijn bestaan?

Maar we hebben daarnet gekeken naar Bacon. Murat, kan er in ons kijken een kaping van een gestalt, kleur of structuur gebeuren door een herinneringspoor dat het hele schilderij in ons kijken omzet in een onbewust genotvol zien? Dit is toch waar Deleuze op aanstuurt met zijn affecten en percepten? Van Alphen citeert dat
‘… tekens ons geweld aandoen. Ze mobiliseren herinneringen, ze zetten de ziel in beweging; en de ziel zet op zijn beurt het denken aan, draagt op het denken de zintuiglijke gevoeligheid over, dwingt ons in te leven in de essentie, als het enige waarin we ons moeten inleven.’ Grappig om via Freud en Lacan nu Deleuze begrijpelijk te maken! De ziel bij Deleuze is dan het subject bij Lacan. Ik kijk ernaar uit als uitgeverij Octavo de vertaling van ‘Logica van de gewaarwording’ binnenkort in de winkel heeft.

Kunnen we naast het subject van de spreekact en het subject van de uitspraak voor ons spreken, het hebben over het subject van het kijken en het subject van het zien? Lacan doet dat wel voor de stem.

   

Dank je voor het delen. Ik was nog niet zover in het boek (2e kerstdag gekregen)

Ik vraag me af of je Bacon intellectualistisch moet benaderen. Volgens mij was de man geen intellectueel, maar ik kan het mis hebben. Het verhaal dat zijn vriend en minnaar zelfmoord pleegde toen Bacon met een grote tentoonstelling doorbrak, dat soort existentie is er rondom Bacon. Zijn atelier een enorme puinhoop werd na zijn dood minutieus ontleed op archeologische wijze. Ik weet niet wat ik er van moet vinden, die mythevorming van kunstenaars. Ik begin liever met Zizeks subject en onbehagen, daar heb ik de eerste voorzichtige regels voor een lukken van de harmonie naar de toekomst toe.

   

Ik vraag me af of je Bacon intellectualistisch moet benaderen.

Nou, intellectualistisch? Elk schilderij zal in haar visualiteit reeds een onbewust affect of affecten instaleren in je lichaam. Het is de eerste geraaktheid. Deleuze schrijft er uitvoerig over in “Francis Bacon – Logica van de gewaarwording”.

De deconstructie heeft ons geleerd in de esthetische aanschouwing van bvb een schilderij de maker uit te sluiten. Anekdotische kennis over de schilder - minnaar zelfmoord toen Bacon met een grote tentoonstelling doorbrak, een atelier als enorme puinhoop – het is allemaal niet relevant om een werk te waarderen. De relatie maker – kunstwerk verdwijnt als het werk in een galerie zich toont. Het werk toont zich, niet de maker. Men zoekt reeds lang niet meer ‘wat de kunstenaar bedoelt’ met zijn werk.

Zizeks subject en onbehagen, en de eerste voorzichtige regels voor een lukken van de harmonie naar de toekomst. Mooi, neem rustig je tijd. Kijk vooral niet al lezend of hij hetzelfde zegt als jij maar kijk wat hij juist anders ziet. Ik vind hem ongelooflijk scherp en steeds verrassend.

   

Juist die anekdotische kennis heeft invloed op hoe het kunstwerk gaat verschijnen of kan verschijnen. Of dat nu anekdotische kennis is over de kunstenaar of niet. Men zit er vol mee, loopt er van over.
Bij mij verschijnt dus heel eenvoudig hoe Bacon Dyer door zichzelf ziet. Hoe Dyer Bacon is als die geschilderd wordt. Dyer is het object, Bacon is het subject. Ik denk een enorm invoelen te zien, kwaadaardig en agressief, naast consumerend en gijzelend. De diepte van liefde, lust en walging.

   

Het zijn een soort esthetische slagerijbeelden bij Bacon.

   

“Juist die anekdotische kennis heeft invloed op hoe het kunstwerk gaat verschijnen of kan verschijnen. Of dat nu anekdotische kennis is over de kunstenaar of niet. Men zit er vol mee, loopt er van over.”

Daarom, verwijderen die anekdotiek of geen rekening mee houden. Of, in elk geval, je esthetische ervaring niet laten vernauwen tot toevallige anekdotische kennis van de maker.

“Bij mij verschijnt dus heel eenvoudig hoe Bacon Dyer door zichzelf ziet.”
Dat is natuurlijk een onmogelijkheid, jij, en bij uitbreiding niemand kan (n)ooit weten hoe Bacon Dyer ‘door zichzelf’ ziet! Let op de valstrik van het ‘dus heel eenvoudig’! Onder dit ‘eenvoudig’ zit een complexiteit van veronderstellingen die nooit simpel zijn maar wel jouw kijk ideologisch reeds onderbouwen.

Neem het werk als werk. Kijk welke taal het werk spreekt in de kunsttaal waarin het zich invoegt. Kennis van ‘kunsttalen’ is belangrijk, niet kennis van het drankgebruik en cokegebruik van Bacon. Wat ‘zegt’ het werk moet de vraag zijn. Niet, wat denk ik imaginair wat Bacon zegt/vertelt – dit kan je nooit weten. Wie zo naar kunst kijkt vertelt meer over zichzelf dan over het werk. Er is een verschil tussen (hoofdzakelijk indirect) over jezelf praten en over het werk praten, hoewel beiden zich verstrengelen tot een singulier spreken. Ga uit van de materialiteit die zich te zien geeft.

“Ik denk een enorm invoelen te zien, kwaadaardig en agressief, naast consumerend en gijzelend. De diepte van liefde, lust en walging.”
Dat denk je, inderdaad. Maar besluit je dat vanuit het werk of vanuit de anekdotiek?

Spijtig dat Frank Vande Veire zich er zo makkelijk van af maakt in ‘Wat zij piept, is geen piepen’. Wat een fluttekst. Terwijl Vande Veire gewoonlijk een zeer boeiend en onderlegd denker en schrijver is. Zoek zijn teksten eens op het internet, net zoals de tijdschriften ‘De witte raaf’ en ‘Recto/verso’. Het laatste bevat een flutinterview met een halfdronken en banaal opschepperige filosoof Byung-Chul Han die wel enkele dunne interessante boekjes heeft.

   

Nu ja, hoe moet je in een zinsveld anekdotiek onderscheiden van onbemiddelde ervaring?

van van de Veire heb ik 'Als in een donkere spiegel" gelezen, heeft weinig indruk gemaakt. Er is maar weinig werkelijk interessant/filosofische kunstbeschouwing, of het moeten academische teksten zijn over stromingen als post-modernisme of zo. En die blijven al gauw duister vanuit het jargon.

   

“hoe moet je in een zinsveld anekdotiek onderscheiden van onbemiddelde ervaring?”

Door er steeds op te letten bij het werk zelf te blijven. Lees niet over de maker alvorens je een tentoonstelling bezoekt, lees geen tekstbordjes bij een werk. Dat vraagt ‘training’! Natuurlijk moet je kennis van de kunsten hebben en daarin het werk dat je bekijkt telkens mee op innemen. Elke gedachte en zin die je uit over een schilderij moet aansluiten bij een veeg verf, bij een compositie, bij een schikking, bij een ritme… Kijk wat zich beeldend opdringt en waarom, verschuif het naar achter en kijk of het zijn belangrijkheid beeldend kan waar maken en niet vanuit anekdotische kennis van het leven van de maker.
Ook Murat Aydemir begint pas op het einde van zijn artikel (blz 159) over de witte vlekken op de doeken van Bacon. Kijk, deze vreemde vlekken zijn een veel boeiender instap in het werk. Zoek anekdotiek in het werk, niet achter het werk.

'Als in een donkere spiegel’ is een meer historisch overzicht en dan ontbreekt inderdaad de avontuurlijkheid van het kijken.
De kunst is te belangrijk om aan prutsers over te laten!

   

[De kunst is te belangrijk om aan prutsers over te laten!]

Ach het publiek gaat alleen voor "vaardigheid", mij interesseert nog meer de mogelijkheid tot zelfonderzoek.

   

"Zigeunerkind met traan", dat vreselijk vinden of niet, dat kan ook zelfonderzoek zijn.

   

“Zigeunerkind met traan, dat vreselijk vinden of toch niet, dat is ook zelfonderzoek.”

Van dat werk houden en thuis aan de muur hebben omdat je er emotioneel door geraakt bent is een eerlijke houding.
Alleen doet degene die dat boven het aanrecht heeft hangen niet aan kunstbeschouwing maar vermengt het schilderij direct met zijn eigen anekdotiek. Niks mis mee, maar het ‘Zigeunerkind met traan’* blijft natuurlijk een flutwerk! Kindertekeningen ontroeren veel ouders maar zijn nooit kunstwerken. Iets vreselijk vinden zegt iets over de kijker, niet over het werk.

   

Waar gaat het dan om? Die verbinding tussen imaginair (ingebeeld, met anekdotiek opgebouwd zelfbeeld, zo ben ik ook, zo ben ik niet) en symbolisch (uitgebeeld, zoals de maatschappij je ziet, wat blijkt)?
Volgens het artikel van Aydemir denkt Lacan dat het toch nooit lukt, of misschien geeft het wel valse zekerheid dat "verbonden zijn met jezelf".
Op zich kan je de kunstervaring als beloning beschouwen (toegevoegde ervaring) en ben je dus symbolisch verbonden.

   

Waar gaat het dan om? De valse zekerheid van het "verbonden zijn met jezelf" doorprikken! Zeker, en door de fantasie heengaan (hfdst 3 ‘Subject en zijn onbehagen) en je verlangen niet verzaken, maar op je nemen.

Kunstervaring als beloning en je symbolisch verbinden doorheen het object a. Of, het object van verlangen. Of nog, je verhouding van ‘Ik-ideaal’ en ‘Ideaal-Ik’ in het vizier krijgen en daarmee aan de slag gaan.

   

Wat is er meer ideaal dan een beloning krijgen en de waarden waarvoor beloning is ondersteunen/onderschrijven?

De kans is dus wel heel erg groot dat men fantaseert over eigenwaarden naargelang men beloning van die waarden ervaart.

   

denk aan het Stockholmsyndroom

   

“Wat is er meer ideaal dan een beloning krijgen en de waarden waarvoor beloning is ondersteunen/onderschrijven?”

Het kan een ideaal zijn of een valstrik, soms moeilijk te onderscheiden maar o zo noodzakelijk. Het is de filosofische psychoanalyse die dat scherp fileert! Doe er je voordeel mee zou ik zeggen.

Maar je kan je niet losmaken van je lichamelijke ‘zijn’, je ‘facticiteit’ of het ‘zijn-in-zichzelf’. Gabriel gaat op blz 128 in de Nederlandse ‘Waarom de wereld niet bestaat’ er even op in. Voor Kierkegaard is facticiteit je subjectiviteit als begronding. Dat is iets anders dan het gewone begrip van subjectief tegenover objectief natuurlijk. Jan Keij gaat in ‘Kierkegaard anders gezien’ in op het dialectisch verhouden van je facticiteit en de keuzes die je noodzakelijk maakt. Ik zie dat Quentin Meillassoux in ‘Na de eindigheid’ het ook behandelt. (Mijn kerstgeschenk.)
Ik moet nog zien hoe het een zich met het ander verhoudt.

Wat me wel opvalt bij herlezing van Gabriel is dat hij denkt vanuit enkele denkers die hij wel niet met naam vernoemt. Prachtig hoe zinveld en Badiou’s verschijning hetzelfde kunnen gelezen worden.
Denk aan Spinoza’s motto – in alles het goede zien zonder Stockholmsyndroom.

   

LeonH,

is er een regel in het artikel van Murat Aydemir die je aanspreekt, verbaast, verheugt of verbijstert?

Schrijf hem hier even en kader wat je ervan vindt.
Spijtig voor anderen die de tekst niet kennen maar denk je dat er überhaupt nog iemand meeleest? Denk het niet.

   

Bladzijde 157: "het resultaat is ene onthechte vorm van identiteit die volledig is overgeleverd aan het symbolisch"

Ik kan me wel vinden in deze analyse, waarbij vooropgesteld kan worden, dat een dergelijke analyse ook gevoelsmatig had mogen blijven, zonder woorden, omdat nu de dimensie van het misverstaan toegevoegd wordt.

   

Het afsluitende deel (Slijmspoor) vind ik mooi omdat daarin een idee gevonden werd van het in 'tussenfase zijn" waarbij dit een "aangeraakt" zijn kan betekenen. Zoals de impasto het beeld raakt en toch zelf ook beeld is.

   

"Spijtig voor anderen die de tekst niet kennen maar denk je dat er überhaupt nog iemand meeleest? Denk het niet."

Jawel hoor.
Maar ik wou eerst Swaab's "ONS CREATIEVE BREIN" uitlezen, benevens een aantal essay's. Ook zie ik één van deze dagen mijn vriend en kunstenaar Ariën Winkel - hier wel 's opgevoerd. Dan zal ik hem belasten met de vraag "wat vindt jij nou van al die hermeneutiek".

En laten we wel wezen, zolang jij op dit forum verkeert zal het onderwerp - min of meer hoogdravend - wel 's vaker oprispen. Wat in 't vat zit verzuurt niet.

   

Dag Steven,

Lees jij 'Ons creatieve brein' van pagina 1 (de voordehandse titel) netjes tot 560 (Steun hersenonderzoek). Zelf heb ik stukken gelezen, vooral over de kunsten. Verder zoek ik wel eens iets op als zich dat aandient.

Hopelijk is Ariën Winkel een fijn besnaard man want voor hetzelfde geld bromt die iets van 'Nou nou, ach... ja, hermeneutiek, gatverderrie!! Hou toch op met dat geleuter Steven en schenk de borrel nog eens bij!'

   

LeonH,

"het resultaat is ene onthechte vorm van identiteit die volledig is overgeleverd aan het symbolische"
Die zin volgt op ”Symbolische distincties verschijnen als uitgehold, ontdaan van betekenis: een kale naam, een leeg pak.” Deze kale naam, dit leeg pak zal Zizek het ‘filosofisch subject’ noemen. Midden blz 9 van ‘Het subject en zijn onbehagen’ schrijft Zizek ‘Op ongekende wijze beweert ….’

“Het afsluitende deel (Slijmspoor) vind ik mooi”
Ja, spijtig dat Aydemir het zo kort houdt!

   

Ik werd zelf getriggered door het begrip aan het einde van die alinea in subject en onbehagen: "realiteitsprincipe". Dat is nogal een begrip.

   

Op blz. 10 staat dat het moderne subject ontstaat waar de orde van de dingen verlaten wordt. Ik voel me aangesproken.

   

Vergeet niet dat er bij Markus Gabriel ook mooie gedachten staan over kunst. Het boek is rijker van inhoud dan ik eerst dacht.

   

LeonH, hieronder een samenvatting van zin, zinveld, zinveldontologie en objectgebieden uit ‘Waarom de wereld niet bestaat’.

Doe er je voordeel mee in 2017!!

Van een zinvolle definitie van de wereld is daarom alleen sprake wanneer ze alomvattend is en het gebied aller gebieden beschrijft. Maar juist deze allesomvattendheid, de wereld, bestaat niet en kan ook niet bestaan.
Er bestaat een groot aantal kleine werelden, maar niet één wereld waartoe ze allemaal behoren.

Een objectgebied is een gebeid dat een bepaald type objecten bevat en waarin vaststaat volgens welke regels die objecten met elkaar verbonden zijn. Zo is er bijvoorbeeld het objectgebied van de politiek. (27) Alle objecten behoren tot objectgebieden, en er bestaan veel verschillende objectgebieden. Bijvoorbeeld de gedachten aan sneeuw en sneeuw zelf behoren tot twee verschillende objectgebieden.
Alle objecten waarmee we te maken hebben, bezitten bepaalde kwalitatieve eigenschappen. Daarmee onderscheiden ze zich van andere objecten in hun fysieke, emotionele of logische omgeving. Het object is niet ook nog iets op zich, afgezien van zijn eigenschappen, temeer daar dit anders ook weer een eigenschap van het object zou zijn. Ik ben al mijn eigenschappen.

Er zijn oneindig veel werelden die elkaar deels overlappen, deels in elk opzicht onafhankelijk van elkaar zijn.

Een feit is iets dat waar is over iets. Het is waar over de appel dat die zich op de fruitschaal bevindt. Feiten zijn voor de wereld minstens zo belangrijk als dingen of objecten. (38)
Het terrein van de feiten kent structuren, is onderverdeeld in regio’s, in ontologische provincies.

Zinvelden zijn ontologische basiseenheden – het zijn de plaatsen waarop dingen ook werkelijk verschijnen. (53) Bestaan is niet enkel het algemeen voorkomen in de wereld, maar het voorkomen in een van de gebieden van die wereld.

Anders dan in andere wetenschappen bestaat het materiaal van de ontologie daarbij uit begrippen die we analyseren. Of die analyse vervolgens slaagt, hangt af van een groot aantal factoren. Zo is het met name van belang dat de ontologie het contact bewaart met de werkelijkheid van onze ervaring.

De zinveldontologie stelt dat er alleen dan iets en niet niets is, als er een zinveld is waarin het verschijnt. Bestaan is verschijning in een zinveld. Verschijning/bestaan is niet identiek aan waarheid.
Zinvelden kunnen vaag, veelzijdig en relatief onbestemd zijn, maar objectgebieden daarentegen bestaan uit een telbare hoeveelheid duidelijk van elkaar onderscheiden objecten.

Zinvelden zijn het gebied van het ‘onbeslisbare’, objectgebieden die van het ‘beslisbare’. De ‘zin’ is de manier waarop een object verschijnt. Er zijn geen objecten of feiten buiten de zinvelden. ‘Bestaan’ betekent dat iets in een zinveld verschijnt.

Dingen en objecten verschijnen niet alleen omdat ze aan ons verschijnen, ze bestaan niet alleen omdat óns dat is opgevallen. (Badiou’s multipliciteiten.)

Een zinveld is een affect met haar waarheid en sluit een neutrale metataal uit, elk standpunt wordt genomen vanuit een positie.

Hoe iets tot een zinveld behoort, is gelijk aan hoe het verschijnt. (75)

Dit maakt de wereld tot het zinveld aller zinvelden, of de wereld is het zinveld waarin alle andere zinvelden verschijnen.

Zinvelden worden bepaald door de objecten die erin verschijnen. De zinvelden en hun objecten horen bij elkaar. De objecten zijn nauw verbonden met de zin van de zinvelden.

Als we ontkennen dat iets bestaat, ontkennen we altijd dat het in een bepaald zinveld verschijnt. De vraag is steeds om welk zinveld het gaat, en daarin vergissen we ons nogal eens.

De wereld waarin we leven manifesteert zich als één enkele onafgebroken overgang van zinveld naar zinveld, als versmelting en droste-effect van zinvelden. Het gaat daarbij niet om een in zijn geheel koude geboortegrond, omdat zoiets als ‘in zijn geheel’ niet bestaat.

Filosofie wil weten wie we zijn, ze is het gevolg van het verlangen naar zelfkennis en niet van het verlangen om ons uit de wereldformule te kunnen wegstrepen. (98)

Uit de zinveldontologie volgt namelijk dat er geen fundamentele laag van de werkelijkheid – de wereld op zich – kan bestaan die zich altijd slechts vertekend aan onze registers presenteert.

Via Gottlob Frege kunnen we ‘zin’ beschouwen als een uitdrukking van de ‘soort van gegeven-zijn’. De soort van gegeven-zijn is daarbij beslist objectief. Hoe een object wordt gegeven, is niet alleen afhankelijk van hoe het aan ons verschijnt. Dat de Vesuvius er vanuit Sorrento anders uitziet dan vanuit Napels, is immers niet afhankelijk van de waarnemer, het is een feit. Zin heeft om te beginnen niets te maken met onze associaties of voorstellingen die we met een uitdrukking zouden willen verbinden.

Filosofen denken vaak over hoe zijzelf en anderen over iets nadenken, een houding die reflectie, het nadenken over nadenken, wordt genoemd. Bij die houding zijn niet meer alleen de objecten die aan ons verschijnen, maar ook de manier waarop ze verschijnen.

De zinveldontologie begrijpt de menselijke perspectieven als ontologische feiten. Omdat de wereld niet bestaat, bestaan er oneindig veel zinvelden waarin we geworpen zijn en waartussen wij overgangen aanbrengen. Wij leven samen in oneindig veel zinvelden, die we steeds weer op nieuwe manieren proberen te begrijpen Wat willen we nog meer.

(Eigenlijk is dit in een ‘nieuwe notendop’ wat de vermaledijde Francois Lyotard reeds in ‘Le differend’ verwoordde in 1983. Grappig.)

   

Ursula, dank voor de samenvatting. Ik was zelf geinspireerd bij hoofdstuk 3, dat zowaar overtuigend is, met die afbeeldingen van verzamelingen. Maar ik schreef daarna wel dit:

Bestaansprincipe

Het existeren kan je zien als verschijning in een zinsveld. Op die manier voorkom je allemaal problemen met wat er bestaat of hoe het bestaat. Het geeft antwoord op waarom het bestaat.

Toch zullen er mensen zijn die willen (speculeren) over wat er bestaat en hoe het bestaat. Hoewel het bestaansprincipe dan duidelijk is; verschijnen in een zinsveld, wil men dit principe uitbreiden.

De voorwaarden van een bestaansprincipe is de heen-en-weer communicatie. De verschijning wordt opgemerkt, en de opmerking is met terugwerkende kracht de oorzaak. Het verschijnende veroorzaakt de waarneming, en de kans niet nul op waarneming “veroorzaakt” de verschijning.

Er is dus sending-receiving, met het zendende van uit de verschijning, en het ontvangende bij de waarnemer, maar de waarnemer is tevens het verschijnende, waarbij het waargenomene het ontvangende is. De dubbelrollen zijn voorwaarde voor het bestaan.

Wat er bestaat, is dus een dubbelrol. Het bestaansprincipe, is het hebben van een dubbelrol.

Hoe nu die dubbelrol bestaat is niet uitputtend onderzocht, maar op zich is 1 voorbeeld al genoeg.

Aangetoond kan worden hoe iets zowel zendend al ontvangend is.

   

Bestaansprincipe

“Existeren kan je zien als verschijning in een zinsveld, en het geeft antwoord op waarom het bestaat.” Waarom het juist jou verschijnt en niet een ander is idd belangrijk.
Gabriel schrijft: ‘Bestaan is een manier om ons tot onszelf te verhouden.’ (161)
Het bestaansprincipe is duidelijk; verschijnen in een zinsveld betekent dat men er een verhouding mee aangaat. ‘Zijn’ of bestaan is die verhouding.

“De voorwaarden van een bestaansprincipe is de heen-en-weer communicatie. De verschijning wordt opgemerkt, en de opmerking is met terugwerkende kracht de oorzaak.”
Zo is het.

“Het verschijnende veroorzaakt de waarneming, en de kans niet nul op waarneming ‘veroorzaakt’ de verschijning.”
Verschijnende en waarneming zijn één als het ware. Als je ‘het’ niet waarneemt of ziet is er geen verschijning. Bijvoorbeeld wat jij ziet in een geliefde ziet niet een ander. Nu kan een ander best je geliefde ook begeren, maar dat verschijnen gebeurt in een ander zinveld dan het jouwe.

“Er is dus sending-receiving, met het zendende van uit de verschijning, en het ontvangende bij de waarnemer maar de waarnemer is tevens het verschijnende”
Zo is het.

“waarbij het waargenomene het ontvangende is. De dubbelrollen zijn voorwaarde voor het bestaan.”
Ja, wat jij omschrijft als dubbelrol is eigenlijk initieel één gebeuren.

“Wat er bestaat, is dus een dubbelrol. Het bestaansprincipe, is het hebben van een dubbelrol.”
De dubbelrol groeit of ontstaat als je trouw blijft aan en in je zinveld. Je handelingen en denken die gedragen worden door het zinveld zijn een uitbreiding en als zodanig verdubbelt zich het initiële verschijnen in jouw handelen en denken.

“Hoe nu die dubbelrol bestaat is niet uitputtend onderzocht, maar op zich is 1 voorbeeld al genoeg.”
Badiou werkt het gegeven van die dubbelrol uit in zijn filosofie.

“Aangetoond kan worden hoe iets zowel zendend als ontvangend is.”
Ja zeker, en vanuit een materialistisch immanente - het dialectisch materialisme.
Trouwens een boek van Zizek waarin hij dat uitwerkt is ‘Absolute Recoil – Towards a new foundation of dialectical materialism’.
Maar hfdst 2 ‘De onbewuste wet van het subject’ in ‘Het subject en zijn onbehagen’ handelt daar ook over. Zie bvb bladzijde 49 over het niet en wel dialectische materialisme.

   

De "uitwerking" lijkt bijzonder strikt voorbehouden aan enkele specifieke filosofen, in plaats van een in brede kringen gedragen consensus, waarmee toch expliciet de waardeloosheid voor eindeloos veel zinsvelden voor dit denken voor het verleden blijkt.
In die zin is het verhaal van Jezus Christus qua gijzelkracht voor het verleden belangrijker, waarin in principe dezelfde filosofische uitgangspunten zitten verwerkt. Hoe een lijden een verlossing kan zijn.
Waarbij "lijden" ontvangen is, en "verlossing" geven is.
En beide aan elkaar gelijk.
Maar voor de toekomst is het wel uitgewerkt denk ik, dat verhaal van Jezus (in de betekenis van klaar er mee), en is juist de keuze voor het eenzijdige steeds overtuigender.
Ik dacht zoiets, naar de toekomst toe, ook bij Zizek te zien. Je politiek profileren en is kiezen voor de eenzijdige uitgangspunten "trouw aan het zinsveld".
Ik heb nog een ouderwets zinsveld blijkbaar.

   

“de waardeloosheid voor eindeloos veel zinsvelden…”
Verschijnen/bestaan is niet identiek aan waarheid. ( Gabriel blz 68) Ik weet niet of je van ‘waardeloosheid’ kan spreken i.v.m. je zinveld want je zinveld is je zijn of je bestaan. Je bestaan in een zinveld geeft je bestaanswaarde, het is je waarde.

“Je politiek profileren is kiezen voor de eenzijdige uitgangspunten ‘trouw aan het zinsveld’”.
‘Trouw zijn aan je zinveld’ geeft je de mogelijkheid de coördinaten van je zijn te doorzien. Met andere woorden, je fantasmatische ondersteuning doorgronden. Deze fantasie, of je imaginaire, zit impliciet onderhuids in al je handelen en denken. Door je ‘fantasie heen gaan’ is via over-identificatie de onderliggende coördinaten hiervan blootleggen en wordt zo de aanzet fundamenteel andere keuzes te kunnen maken. Je ondermijnt op die manier de greep waarin je fantasie je klemt door tegelijkertijd, binnen je zinveld, het veelvoud aan inconsistente fantasmatische elementen te omarmen.
Als een zinveld de these is, en de over-identificatie de anti these volgt daaruit een synthese die een verhouding installeert tussen beiden. Tevens vormt de synthese en ‘het zelf’ opnieuw een verhouding tot die verhouding. (Zo begrijp ik het einde op blz 112 van ‘Het subject en …’.)

“de keuze voor het eenzijdige steeds overtuigender”
Dit lijkt me alleen ‘eenzijdig’, of eenzijdig blijvend, als je vastzit in een zinveld en het opnieuw verheft hebt tot ‘de wereld’.

Ben wel blij dat Gabriel Kierkegaard vermeldt in hoofdstuk 5 ‘De zin van religie’. Via de Deen zegt Gabriel ‘bestaan is een manier om ons tot onszelf te verhouden, maar daarvan zijn we ons niet altijd bewust.’

   

Het besef van delen in tegengestelde zinsvelden, door puur een reflectie op een reflectie als bestaan aan te nemen, komt bij mij uit in nihilisme.
Maar goed, ik begin redelijk depressief aan dit jaar.
Morgen zien we wel weer.

   

Redelijk depressief?

Hopelijk valt dat mee want ‘redelijk’ is anders dan ‘emotioneel’.

‘Redelijk depressief’ is dan door en met de rede een depressieve - of een teneergeslagen – gedachte hebben. Jijzelf kan dan best vrolijk zijn maar de uitkomst van je gedachte neerslachtig.

‘Emotioneel depressief’ is meer ambigu lichamelijk en doet je gedachten onbestemd – zonder rede – naar alle kanten uitwaaieren. Dan ben jezelf niet vrolijk en je gedachten gaan zwalpend nergens heen.

Toch een verschil, niet?

   

Ja ach,

Ik ben nu bij Markus Gabriel dat hij de externe wereld afwijst. Ik denk niet dat dit kan. Het is alleen niet relevant, want elke ervaring (waar dan ook vandaan) is echt, en alleen dat telt.

Dat hij de Muppet Show (Pigs in Space) er bij haalt vind ik wonderlijk. Ik denk niet dat external-world-believers zich door een dergelijke beschouwing laten overtuigen, en ik krijg het idee dat Markus ook feitelijk de moeite niet wil doen om hen te overtuigen, dus hij maakt zich er spelenderwijs van af.

   

“Ik ben nu bij Markus Gabriel dat hij de externe wereld afwijst. Ik denk niet dat dit kan. Het is alleen niet relevant, want elke ervaring (waar dan ook vandaan) is echt, en alleen dat telt.”

Natuurlijk is elke ervaring echt in haar zinveld, maar dat sluit toch niet uit dat ‘de wereld’ niet bestaat. ‘De wereld’ is niet hetzelfde als de ‘externe wereld’. Gabriel wijst ‘de externe wereld’ niet af als je daaronder verstaat de zeeën en de bergen, jouw fiets en mijn breinaalden…
Gabriel erkent juist objectgebieden, bvb de wereld van de natuurkunde.

Ik schreef al eens dat de titel van zijn boek meer kwaad dan goed gedaan heeft. Iedereen zei steeds: ‘Maar de wereld bestaat toch! Ik besta en jij bestaat, ik kan je zien en aanraken.’ Men verwart objectgebieden met zinvelden.

   

Ergens vooraan in het boek onder de tussentitel ‘Het nieuwe realisme’ schrijft hij over de Vesuvius als externe wereld. Die staat daar, met die grootte en dat oppervlak en …

(‘Het nieuwe realisme’ is ook zo’n domme titel die alleen verwarring schept.)

   

Ik weet niet of het dom is, of horende bij de apartheidspolitiek waarmee je bepaalde zinsvelden een beetje gescheiden kan houden van andere zinsvelden.
Tenslotte wil je naïef realisme op een gegeven moment niet telkens weer moeten beantwoorden/ van repliek dienen. Dan begin je maar over de Muppets, en dat het mens-zijn toch wel meer betekent dan zwevende atomen in een onverschillig universum.

En als men dit dan belachelijk vindt, dan moet dat maar.

Op zich vind ik dat wel een nieuw soort filosofisch realisme, weten dat je op een gegeven moment steeds minder mensen kunt overtuigen.

   

In vergelijk met religieus realisme, steeds meer mensen "iets" laten geloven.

   

LeonH,

bedankt voor de lange gedachtewisselingen. Wij zijn, denk ik, uitgepraat over Gabriel, niet?
Zijn zinvelden komen overeen met Spinoza's modi. Lees zijn uitleg in de Ethica:
“Onder bestaanswijzen versta ik de openbaringen van een substantie, ofwel datgene wat in iets anders bestaat, door bemiddeling waarvan het ook wordt begrepen.”

Onder bestaanswijzen = bestaan is
de openbaringen = verschijnen
wat in iets anders bestaat = in een zinveld
zodat het begrepen kan worden.

Wil je nog ingaan op ‘Het subject en zijn onbehagen’ dan lees ik het hier wel.

   

Ursula,

in verband met Gabriel denk ik te begrijpen dat zijn verdediging van nieuw realisme zoiets is als: "het werkt, dus zal het wel waar zijn". Of is dat teveel mijn interpretatie? In ieder geval geldt voor veel: "het werkt niet, dus zal het wel niet waar zijn". Maar goed wanneer werkt iets (een gedachte`) nu wel of niet. Gabriel lijkt meer te zijn van: "alles heeft een soort werking".

Het eerste hoofdstuk van subject en onbehagen lijkt via Dennett ook te refereren aan zinsvelden, zonder dat Zizek dat begrip heeft, grappig.

Ik vorder langzaam, omdat het bij tijden hallucinerend werkt, maar het werkt...

   

Inderdaad, Gabriel lijkt meer te zijn van: "alles heeft een soort werking". Of, alles krijgt zijn zin of betekenis in een verwerking. En de soort of het genre ver-werking laat pas iets verschijnen. Bij "het werkt, dus zal het wel waar zijn". heeft ‘waar’ de betekenis dat heksen waar zijn in sprookjes, op die manier wel. Maar verschijnen/bestaan is niet identiek aan waarheid (blz 68).

Zizek en zinvelden zijn zeker te relateren. Ik meen gelezen te hebben dat Zizek van Deleuze maar één boek interessant vindt: ‘Logique du sens’.

“Hallucinerend werkt, maar het werkt...” Mooi.

Als er je iets opvalt in “Hoe kunst en filosofie werken”, laat maar weten.

   

“Zizek refereert aan zinsvelden, grappig.”

Idd, het heet bij hem vaak betekenisveld. Zoals in: ‘De komst van een nieuwe ‘meester-betekenaar’, een betekenaar die een heel betekenisveld structureert.’ Uit de inleiding van ‘Filosofie van de gebeurtenis’.
(A signifier which structures an entire field of meaning.)

   

[Als er je iets opvalt in “Hoe kunst en filosofie werken”, laat maar weten.]

Ik vond de beschouwing mbt Deleuze en Bacon, ivm affecten, treffend, maar was even in verstrooiing. Het heeft dan niet zoveel zin om filosofie te lezen.

Anything goes, zoals Feyerabend zou zeggen, en dus ook Startrek Deepspace 9 seizoen 3. met betrekking tot "civil defence" een per ongeluk geraakte systeemroutine die opstand moet onderdrukken, van een machthebber die al lang weg is. Vermakelijk.

   

Een aanrader.
In de bundel "Wittgenstein" behandelt Willem Frederik Hermans Feyerabend onder de titel "De pet van Paul Feyerabend". Een prachtig vloekschrift.
Het is verplichte stof voor je. Als je het niet leest zijn we uitgepraat.

   

Dank je voor de tip.

   

Bol.com: Bedankt voor je bestelling. We gaan direct voor je aan de slag.

Ik ben fan van WF Hermans. Vooral zijn "Onder professoren"

   

Ik ben trouwens via Feyerabend op Reichenbach gekomen. ken je die?

   

Ja die ken ik.
En er zit ook nog een annekedote aan vast.
Op mijn werk had ik een stagiair aangenomen met de naam "Reichenbach". En vlak daarna was ik op fietsvakantie in Duitsland. Mijn fietsvrienden en ik kwamen door een dorp of stadje - dat weet ik niet meer - met de plaatsaanduiding "Reichenbach". Tijdens de lunch - waar de stagiair ook meeat - is daar melding van gemaakt.

Zo, en nu ga ik uitzoeken wat ik zoal over Reichenbach heb uitgekraamd.

   

Ursula: Hoe kunst en filosofie werken.
Bladzijde 33 Deleuze en sensatie of affect.
Die term "sensatie", weet jij meer van hoe Deleuze dat uitwerkt?
Ik heb dus vrij veel van die sensaties, die tot construeren leiden, waar ik merk dat het deconstrueren, parallel of voorafgaand, buiten mij plaatsvindt, mij uitsluit.

   

De vraag is nu waar het initiatief ligt: bij de deconstructie of bij de constructie. Ik geef al aan dat ik onderhevig ben aan sensaties, die tot denken aanzetten, wat een ander soort denken is dan herhalen van al eerder gedachte logische gedachten.
Deconstructie en constructie zijn als vossen en konijnen.
Wat maakt nu precies die sensaties los? De kunst en literatuur? Waarom werkt het wel bij mij, en niet bij iemand anders? Of geeft het zigeunerkind nu juist sensaties bij een anders, op een andere weg...
Of de voetbalwedstrijd? Slechts gradueel anders bij mij, maar synchroon. De diepte zo diep als de hoogte zo hoog.

   

LeonH,
Over de sensatie.

Deleuze heeft een wat extreem uitgangspunt in kunstbeschouwing. De ‘ontmoeting of de gebeurtenis’ die in het kijken een zinveld doet ontstaan is onbewust. Deze affecten creëren ‘ons zijn’ en vanuit deze begronding volgen mogelijke verwoordingen, handelingen, verhoudingen…

Hieronder kopieer ik tekstjes die op het blog ‘Kunst en emotie’ van Aurora reeds stonden, ik maak het me even gemakkelijk.

Lees wat de overleden Belgische schilder Philippe Vandenberg ooit zei:
"De schilder heeft geen keuze. Hij moet tot een akkoord komen met de tijd. Er is geen enkele keuze mogelijk. Een schilder kiest niet zijn doek, het doek kiest zijn schilder. De icoon, hem onbekend, komt naar hem. 'Hoe herken ik haar?' is de angstaanjagende vraag die hij zich dan stelt, terwijl hij op zijn nagels en penselen bijt. Wachten. Hier moet de schilder tot een akkoord komen met de tijd. Een dringend probleem. Urgentie dwingt. Het doek heeft lak aan de tijd en de tijd wreekt zich daarom op de schilder. Eén enkel icoon kost al gauw een schildersleven."

“Het doek kiest zijn schilder” is een prachtige zin. Wij, en vele schilders zelf!, denken dat de man of vrouw met het penseel en de verftube het schilderij maakt. Wat een vergissing.

Ook de kijker die in een galerie emotievol geraakt wordt door een werk is in die zin uitgekozen door het werk. Misschien vindt een meewandelende vriendin hetzelfde werk maar niets, zij kan er geen zinrelatie mee aangaan.
Kijken doen we met de ogen, zien en zingeven doet ons onbewust subject zonder dat wij er weet van hebben. Ook voor muziek geldt hetzelfde, horen doen we met de oren – luisteren en zingeven doet het subject voor ‘ons’.
Deleuze wijst op het belang van de zin-ontmoeting van ‘toe’schouwer en schilderij (bvb Bacon) omdat pas daar emoties ontstaan tussen subject en doek. Het is een wezenlijk verschil van uitgangspunt tussen het Cartesiaans subject dat al ten volle aanwezig is met zichzelf, en zo het schilderij aanschouwt als een object los van hem of haar – en die afstand in het kijken blijft behouden. Voor Deleuze ontstaat pas in het schouwend ervaren het zinveld subject/kunstwerk als affect waar de schuine streep (/) niet bestaat. Subject =kunstwerk.

Over herkennen en kijken. Kijkend naar ‘Composition with Large Red’ (her)kennen we vooral Mondriaan als icoon, we kennen de verschillen met een Theo van Doesburg, en wijzelf, liefdevolle kunstbeschouwers, duikelen in de valkuil van de herkenning.
Maar, dat is alleen als we te gehaast kijken, als we te snel door een tentoonstelling wandelen. Een kunstliefhebber zal trachten een Kairos-moment te ensceneren wanneer hij of zij een ontmoeting met een kunstwerk aanvaart.
‘Trachten, Kairos, ensceneren, ontmoeten, aanvaarden…’ zijn de minimale omkaderingen om te kunnen kijken, te zien, te horen, te voelen… Ja, omgaan met kunst vraagt hard werk van de toeschouwer maar op zo’n manier dat de ‘arbeid’ verdwijnt in het kijken. Wie te zeer wil verprutst het voor zichzelf!

Over oordelen. Het grote woord en de meest verraderlijke houding in onze ontmoetingen met ruimtes van visuele krachten, met uitgebreidheid van klankkrachten, met ruimtes van energieën die opgezet, uitgestald in galeries of musea ons uitnodigen tot een ontmoeting.
Oordelen?!? Ach, laten we ervaren en meer nog, laten we de ervaring ervaren voordat we ook maar enig oordeel inbrengen zou Deleuze zeggen! Geaffecteerd worden, niet oordelen.

Over koppelingen. Het is de rijkdom van onbewuste koppelingen die men kan maken met wat zintuiglijk binnenkomt.
Klanken doorheen verschillende muziekvormen (Bach en smartlappen) zijn krachtvelden die in het luisteren pas luisteraar en klank doen ontstaan. Er is geen kant en klare kijker en luisteraar - hoog of laag sensitief - die zich tegenover het kant en klare hoorbare en zichtbare opstelt. Of, dat lijkt mij een minder interessant uitgangspunt. Dit is dat Descartiaans/Kantiaans subject dat zich bewust en gewapend met zijn faculteiten tegenover het object van ervaring plaatst. Die kijker is er natuurlijk wel, de mens van vlees en bloed die misschien iets geleerd heeft over ‘de Kunsten’. En deze ‘geleerde’ mens ziet en hoort meer in galeries en concertzalen, alleen hoop ik dat hij of zij de ontmoeting niet te zeer telkens vooraf kadert en zo de ontmoeting uitsluit. Dan blijft hij veilig binnen het ‘studium’, binnen wat Deleuze de herkenning noemt. Deze herkenning laat alleen toe wat al gekend is, en daarom loopt hij daar niet hoog mee op.

Met ontmoeting bedoelt Deleuze de telkens nieuwe mogelijkheden die zintuiglijke indrukken ‘je’ kunnen affecteren. Hoog of laag sensitief maakt niet uit want hier ontstaat pas het zinveld subject - object.
Bestaan is verschijnen in een zinveld en deze ervaring creëert beiden in een fundamentele begronding en rede. Ook Gabriel besteedt daarom een hoofdstuk aan ‘de Kunsten’.
Damasio indachtig – ‘onze’ emoties zijn ons onbekend, ze zijn wel lichamelijk bewust. Neuronaal zinderen synapsspanningen die resulteren in affecten die met ons herinneringspoor ons subjectum worden, onze dragers van wat ‘we’ doen en denken maar waar we helaas weinig kijk op hebben. Deleuze ziet, zoals Damasio, emotie als ongekende en onbewuste affectkrachten die jouw denken en handelen achter je rug om sturen en waarbij jij in die esthetische ervaring, even, plots, onverwacht, zeer tijdelijk contact mee krijgt. Wat je zegt over een kunstwerk steunt zich op dit consistentieveld.

Om het wat cryptisch te verduidelijken: het is de objectieve subjectivering als subjectworden.
(Zie vijfde laatste regel blz 49 in ‘Het subject en zijn onbehagen’. Toch makkelijk hetzelfde boek lezen.)

   

De vraag is nu waar het initiatief ligt: bij de deconstructie of bij de constructie.
Bij het werk zelf! Bij het kunstwerk, bij het gedicht, bij het filosofisch boek zelf! Daar ligt het initiatief reeds. In de materialiteit van het werk, de vormen en kleuren in een schilderij, de klanken in een muziekstuk, de tekstregels in een gedicht – dit alles geeft zich.
Maar nu komt het. In het delen van het zintuiglijk waarneembare en het intelligibele ontstaat het ‘niet-al’ van ‘dit alles’. De differentie, het uitstel en het ‘niet-al’. Deze verschuiving en ontoereikendheid zit reeds in het werk zelf, de deconstructie begint bij het werk en niet bij de ‘kijker’.
‘Delen’ betekent hier zowel verdelen en samendelen, of datgene wat men de-constructie noemt. De ‘de’ in ‘de-con’ staat voor verdelen, de ‘con’ voor samendelen of verbinden.

Als er iets postmodern is, dan is het dit uitgangspunt. De Derridiaanse strategie van differentie mogen we niet vergeten! (Dit hadden onderdeurtjes als Bric&Sok niet door, ha ha. Net zoals de meeste lapzwanzen die hier over pomo schrijven.)

   

Ursula,
ik volg je in jouw antwoorden.
"Bij het werk zelf" is een mooi uitgangspunt, hoewel ik het bewaken van rechtsorde op die manier onmogelijk zie worden.
Ik begrijp dat de sensatie bij een werk dwingend en oncontroleerbaar is, misschien is er voor wat betreft associaties wel een en ander controleerbaar, voor de regel- en heerszucht te bereiken. Wat de sensatie een proto-associatie maakt, en dan ben ik wat minder enthousiast. over.
De rol van de toe-schouwer, om als het ware bijval te geven, heeft misschien verschillende kanalen, waarbij de geleerdheid een kanaal geeft naar eenzaam begrip, en een andere weg die van gedeeld onbegrip is. Een kunstwerk is soms meer beroemd (bij meer mensen) in het aspect van onbegrepenheid dan dat het werkelijk die sensatie geeft en leidt tot begrip.
Ik denk zelfs dat de kern van een kunstwerk eerder in verwarring zit (blijvend) dan in verwarring (niet blijvend).

   

Inderdaad, het 'niet-al' in elk kunstwerk of gedicht is het blijvend verwarrende. En gelukkig, het is het nooit oplos- of beslisbare.

Daarin verschilt kunst van kitch. Het huilend zigeunerkindje vult alles direct en duidelijk in, er is geen wrijving in het delen. Meer nog, het beoogt maar één deling!

   

Ja ok, dat niet-al komt dat uit een van de boeken?

Ik ben zelf wel aardig in verwarring rondom de medemens die genoegen neemt met een huilend zigeunerkind qua voeding van het gevoelsleven. Ik stel me een kunstwerk voor van een biddende Trump bij een schilderij van een huilend zigeunerkind.

   

“dat niet-al komt dat uit een van de boeken”

Zizek thematiseert dat non-all doorheen veel van zijn teksten.

Het niet-alles is dan datgene wat ons verhindert tot het innemen van een neutraal-objectief gezichtspunt op de werkelijkheid. (midden blz 50 ’S en zijn O’.)
Of, het niet-alles is het obstakel, de vlek die het reële voor altijd scheidt van zijn symboliseringsvormen (midden blz 51).

Maar ook bij Gabriel is ‘de wereld komt in de wereld niet voor’ een voorbeeld van non-all. Niet alleen een voorbeeld, hieruit komen de consequenties van de zinvelden. Vandaar dat, zoals jij reeds zei, Zizek gelijklopende gedachten vertolkt. “Het eerste hoofdstuk van subject en onbehagen lijkt via Dennett ook te refereren aan zinvelden, zonder dat Zizek dat begrip heeft, grappig.” Zizek hanteert dat begrip onder andere namen.

Het non-all ($<>a). Ingevuld door het imaginaire! (blz 37)

(Waarom zou je in verwarring moeten zijn ‘ronddom de medemens’? Dan ben je van ’s morgens tot ’s avonds in verwarring. Als je de ‘medemens’ kan begrijpen of plaatsen blijft die even bizar, zeker, maar buiten je directe invloedsfeer.)

   

(Hermans over Feyerabend)
De suggestie is dat F. zou willen dat astrologie zou moeten worden onderwezen naast alles. Dat klopt niet.
F. doorbreekt het pretentievolle van zoeken naar 1 Methode. Uiteindelijk is niet de methode van belang geweest, maar het feit dat waarheid herkend wordt als eenmaal gevonden. En die waarheid komt soms uit onverwachte hoek.
Wat H. al zegt, de universiteit is nergens garantie voor, alleen aanzien en dan vaak nog onterecht.
In de toekomst vindt men mogelijk bepaalde methoden om de waarheid zich te laten openbaren, maar vooralsnog is het een onnavolgbaar proces. Dat is alles wat F. wil aangeven.

   

Hermans spreekt <hautain> heel aardig </hautain> over Witzengstein trouwens.

   

Ursula, non-all is dan ook ideologisch. Niet slechts een dwingende onmogelijkheid, maar een noodzakelijk referentiepunt. Voor wie?

   

De 'non-all' is theoretisch onderbouwd, net zoals ‘De wereld bestaat niet’.
Als je ‘Ideo logisch’ in de betekenis neemt dat de ‘idee’ een ‘logos’ of logica heeft, dan is het uitgangspunt logisch onderbouwd. De onderbouwing zet coördinaten uit waarbinnen ‘wat gezegd wordt’ zijn samenhang krijgt.

“Een noodzakelijk referentiepunt.” Binnen het betoog, ja zeker. Maar wel gebouwd op de aanname van een dwingende onmogelijkheid als axioma.

“Voor wie?” Voor wie wil meedenken.

   

De meedenk-ideologie...

Ik denk dat we serieus rekening moeten houden met een tegendenk-ideologie, die wel eens veel prominenter aanwezig zal kunnen zijn, politiek, dan een meedenk-ideologie.

Ik stel me voor dat enkele intellecten lekker met elkaar aan het meedenken zijn, op onnavolgbare wijze, terwijl de achterblijvers in resentiment liever oorlog willen dan vrede.

Het is een blijvende indruk geworden dat het "filosofisch project" de "splendid isolation" is, waarbij Nero op zijn harp spelend Rome ziet branden.

   

LeonH,

Ik ging al even in op jouw “Ik ben zelf wel aardig in verwarring rondom de medemens die genoegen neemt met een huilend zigeunerkind qua voeding van het gevoelsleven. Ik stel me een kunstwerk voor van een biddende Trump bij een schilderij van een huilend zigeunerkind.”

Jij hebt dat vaak dat je uitgaat van wat jij denkt dat ‘de mensen denken’, niet? Of, beter, van jouw veronderstelling wat ‘de mensen denken’.

Waarom zou je in verwarring moeten zijn ‘ronddom de denkende medemens’? Dan ben je van ’s morgens tot ’s avonds in verwarring. Als je de ‘medemens’ kan begrijpen of plaatsen blijft die even bizar, zeker, maar buiten een onnodige invloedsfeer.
Ook nu weer maak je van meedenken een ‘meedenk-ideologie’ die direct verbinding krijgt met “Ik stel me voor dat enkele intellecten lekker met elkaar aan het meedenken zijn, op onnavolgbare wijze, terwijl de achterblijvers in ressentiment liever oorlog willen dan vrede.” Dat denk jij, inderdaad.
Die ‘achterblijvers’ bestaan zeker, en de berichtgeving van oorlog en geweld vult de krantenpagina’s. En dan? Waartoe moet de imaginaire constructie die jij daar voor jezelf over maakt, jou aanzetten? Angst? Berusting? Cynisme? Er zijn tal van andere keuzes mogelijk.
Waarom zie jij vooral die intellectuelen in dat pejoratieve ‘lekker met elkaar’ zitten? Ze zitten zelfs op ‘onnavolgbare wijze’ in jouw fantasie! Het is jouw ‘blijvende indruk’ die… tja, die wat? Nero met de harp ziet spelen terwijl Rome brand.

Eigenlijk, maar dat weet je, zegt dat alleen iets over jou.

   

Ursula, de kwestie van betrokkenheid is een kwestie die mij zeker bezighoudt, idd als zelfonderzoek. Al te veel wordt er nagelaten, is mijn analyse van het probleem dat leven heet. Als er ueberhaupt de mogelijkheid is om een verschil te maken, dat wil ik dat weten. Het banale feit is dat niemand mij goed genoeg is om het leven waard te zijn, en ik maak derhalve geen verschil ten opzichte van al die andere oordelende mensen die er eventueel zijn.
Oordelen, zo bedacht ik me laatst, is compensatie voor gebrek aan waarnemingsvermogen. Zo heb je mensen die nauwelijks meer dan 2D waarnemen, en heel erg 2D denken, en die kunnen zich alleen redden in de 3D/4D/xD-wereld door de oordeelsdimensie toe te voegen. Ik val door de mand doordat ik mij ook alleen kan redden in de filo-wereld door een oordeelsdimensie.
Maar goed, je kunt niet alles hebben.

   

Zizek over betrokkenheid in ‘Absolute recoil”:

[In onze keuzes, in het waagstuk van een ‘salto mortale’ verliest de keuze tussen autonomy and geworpenheid haar onderscheid: het is in het subject haar geworpenheid dat de conditie van haar autonomy schuilt. We can refer to Lacan’s logic of the “non-All’: the position of true autonomy is not “I’m responsible for everything,” but “there is nothing for which I am not responsible,” the counterpart of which is “I’m not responsible for All”: precisely because I cannot have a grasp of All, there is nothing for which I can exempt myself from my responsibility.”]

   

Ik vat het niet helemaal.

Ik ben niet verantwoordelijk voor alles <-> ik ben wel verantwoordelijk voor niets.

misschien moet "ben" gespiegeld worden met "heb".

ik ben niet verantwoordelijk voor alles <-> ik heb verantwoordelijkheid voor niets

Nu vind ik alles-niets een valse tegenstelling, want er is alleen alles, en delen daarvan

als je delen van alles contrasteert met alles krijg je:

ik ben niet verantwoordelijk voor alles <-> ik heb verantwoordelijkheid voor delen van alles

   

De niet existerende wereld, het non-all, het is wel een ding he?

   

“De niet existerende wereld, het non-all, het is wel een ding he?”

Misschien heb ik je op een dwaalspoor gebracht want het gaat niet over “de wel of niet existerende wereld” maar over de keuzes die je maakt en de verantwoording.

Eender wat je keuze initieert, bvb “de achterblijvers in ressentiment die liever oorlog willen dan vrede”, there is nothing for which I can exempt myself from my responsibility.

De keuze tussen autonomy and geworpenheid verliest haar onderscheid:
the position of true autonomy is not “I’m responsible for everything”,
but
“there is nothing for which I am not responsible”,

the counterpart of which is
“I’m not responsible for All”:
precisely because I cannot have a grasp of All,

there is nothing for which I can exempt myself from MY responsibility.

Als ik wel “had a grasp of All”, dan kon ik mijn keuze definitief en sluitend funderen.

Het “non-all” lijkt mij bij Gabriel een zinveld, het “all” een objectgebied.

   

Is dit dan wat zo mooi verwoord wordt in een recent artikel in de Morgen "epistemologische reserve"? Het lijkt weer in stelligheden verpakt.

Hoe weet je nu of je iets kunt funderen als je iets hebt, als je niet weet wat het is dat je niet hebt?

De gereserveerde houding lijkt me vooralsnog zowel niet aannemen van onmogelijkheden, maar ook niet aannemen van zekere mogelijkheden.

   

Ik wil het later wel hebben over reserves tegenover de gereserveerde houding.

   

Ursula, ik begreep van Hermans dat de logisch positivisten (Wiener Kreis) vooral bezwaar hadden tegen onverbindbare begrippen in taaluitingen. Dat kan zijn in het voorbeeld "Caesar is een priemgetal", maar ook "het niet doordringt het al".
Ik twijfel nu over dat "Niet-al", dat lijkt op zich wel verbindbaar, maar is verder zo algemeen dat het betekenisloos dreigt te worden.
Alsof alle dingen een extra eigenschap "niet-al" hebben die verder niets toevoegt, behalve dan in de ene gedachte dat "Al" niet existeert, maar "Niet-al" wel. Het lijkt dan op een schijnprobleem, een valse tegenstelling. Wat kunnen we verbinden aan de niet-al eigenschap van dingen?

   

Zingeving?

   

Ik las: Het filosoferen werd teruggebracht tot controleapparaat op de rechtmatigheid van uitspraken. (p. 107 W.F.Hermans "Wittgenstein")
Oei ja, is dat dan de levensvervulling voor een filosoof?

   

“Het lijkt dan op een schijnprobleem, een valse tegenstelling.”

Het is een schijnprobleem voor wie nog gelooft ‘dat de wereld bestaat’. Meer nog, het is alleen een valse tegenstelling voor de wereld gelovers omdat dit rechtstreeks volgt uit dat geloof!

Het filosoferen teruggebracht tot controleapparaat op de rechtmatigheid van uitspraken was het steriele en dode (Hawking!) uitgangspunt van die slappe Angelsaksische filo’s. Ook zij blijven volledig binnen het idee dat ‘het enige dat bestaat de wereld is’.

Dat de wereld niet bestaat is gewoon een andere formulering van het ‘non-all’. Een gedachte die andere filo’s al jaren onder andere namen uitwerken. Bijvoorbeeld dialectisch-materialisme.

   

Het "bestaan van de wereld" met daarin representaties, is denk ik (met epistemologische reserve) geen foute opvatting maar hoogstens een ouderwetse opvatting. Het zou best cyclisch in gewijzigde vorm terug kunnen komen als "nieuwe opvatting" als bijvoorbeeld blijkt dat die wereld op een server kan draaien.

   

Misschien geen foute opvatting maar wel een metafysische. Zelfs als een 'server die kan draaien' blijft het alleen metafysica en geen 'nieuwe opvatting'. Niet?

   

Ik stel me zo voor dat het een tussenwaarheid kan zijn. Dus waar maar niet de laatste waarheid. Laat ik een ander begrippenpaar geven; "lokaal geldig"

   

Waarom zouden we perse de "laatste waarheid" willen weten? Logisch is dat dit in de laatste dagen zal zijn...of niet?

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie