Een postmoderne aanzet tot linguïstische anarchie - Deel I

In de blog: Tijd en zijn reacties: 60 pdf print

De prelude is een zeer abstracte aanzet tot een aantal praktisch uitgewerkte voorbeelden. Inhoudelijk wil ik duidelijk maken dat het zijn pas open bloeit wanneer de werkelijkheid de door ons opgelegde ordening doorbreekt. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het ontdekken van een fout tegen de taalregels in een tekst. Die confrontatie, hier beschreven als een opschrikken, laat de lezer het geschrevene ervaren als een zo-heid die voor een kortstondig moment bestaat buiten alle ordening om. Men kan zelfs van een epifanie spreken, een tel van verlichting. De aard van ons menszijn noopt ons vervolgens tot de invraagstelling van het zojuist waargenomene: de rationele queeste naar het zijn neemt een aanvang.

In de deficiënte modi van zijn werpt de zijnsvraag zich op. In een manuscript komt dat tot uiting waar de verwachte terhandheid van een constituent afwijkt van wat als taalkundig correct wordt aangenomen. Dat wil niet meteen zeggen dat het constituent verglijdt in louter voorhandenheid. Hoewel de betekenis volkomen duidelijk blijft, stelt de oplettende lezer een deficiëntie vast, een inbreuk op de taalregels. De vaststelling schudt wakker en roept een invraagstelling op. De vraag betreft het zijn van het constituent en geëxtrapoleerd, van de tekst, het boek,... de wereld. In de confrontatie met de deficiënte modus treedt een storing op in de omzichtige omgang waarbij de beduidendheid van de betrekkingssamenhang van het vertrouwde terhanden tuig (constituent) –dat past binnen een tuiggeheel (woordgroep, zin, tekst,…), en er zijn beloop heeft–, in het gedrang komt.

De lezer zit niet langer in het verhaal maar wordt op een al dan niet intentionele Brechtiaanse wijze even gedwongen de tekst als louter tekst te beschouwen, wat de aanzet vormt tot het in de onverborgenheid laten treden van het zijn, waarbij correctheid slechts als een van vele mogelijke zijnsmodi kan worden gezien. Het zijn kan uiteraard nooit concreet worden aangetroffen in de zin van het hier-en-nu-aanschouwen-van-het-loutere-zijn. Het loutere zijn kan met andere woorden niet los aangetroffen worden van het tuig (wat op analoge wijze tevens geldt voor de deficiënte modus van het niet-zijn), hoewel het op zich een thema zijn kan. Toch komt het Dasein in de ont-verrende beweging die het maakt in de confrontatie met het ‘falende’ constituent korter bij het besef van het eigen verstaan van het zijn, dat in de vertrouwde alledaagsheid zonder meer over het hoofd wordt gezien.

De grondgesteldheid van het Dasein is het in-de-wereld-zijn. De vraag naar het zijn stelt zich dus in het in-zijn, en kan niet worden geformuleerd vanuit een hypothetische van-zijn-vrijgemaakte instantie. Het Dasein kan niet buiten zijn om, om te komen tot de vraag naar zijn. Daarom kan zijn niet gevat worden in een definitie (zijn is zelfreferentieel). De vraag naar het zijn is belangrijker dan het antwoord. Het belang speelt zich af in het be-vragen, in hoe het zijn uit de verborgenheid oprijst en in welke zin het klaarheid schenkt aan het zijnsverstaan. In de deficiënte modi van terhandheid werpt zich dus de vraag op. Zij wordt pas dan gesteld wanneer de vertrouwde alledaagsheid van het in-de-wereld-zijn verstoord wordt. De schoonheid zit niet in de taalkundige correctheid maar in het opwerpen van wat doorgaans als incorrect wordt beschouwd. Die stellingname ligt aan de basis van de uit een ‘incorrecties’ bevattend werk sprekende esthetica.

Het ‘falende’ constituent behoeft geen correctie, en belichaamt tevens een zijnsmodus op zich. Daarom moet het als dusdanig opgenomen worden in de omzichtige omgang, en geduid binnen een ruimer tuiggeheel dat de vraag naar het zijn niet in de schaduw van de alledaagsheid dwingt: zich begeven in de hermeneutische cirkel vraagt een voortdurende herinterpretatie Het esthetische motief zit niet in het corrigeren dan wel in het confronteren en het uitnodigen tot de vraag. Het verschil in ervaring van de constituenten ‘ik word’ en ‘ik wordt’ is een voorbeeld van correctheid en incorrectheid. Een kritische lezer die wordt geconfronteerd met ‘ik wordt’ ziet een fout. Nog voor hij die bedenking maakt echter, is hij door het constituent attent gemaakt op de aanwezigheid van het constituent; hij is opgeschrokken van de tekst. De deficiëntie in de terhandheid plaatst het tuig –in dit geval de woordgroep– in evidentie, en heel even wordt het ervaren als een louter voorhanden iets. De ware deficiëntie is te herleiden tot een storing in de betrekkingssamenhang van het tuiggeheel.

‘ik’ heeft, afgezien van de inhoudelijke betekenis, een louter grammaticale verwijzingsfunctie in het tuiggeheel ‘ik + werkwoord’. Het verwijst als teken namelijk naar de vorm van het werkwoord in de constructie, in dit geval: ik + stam. De onverwachte aanwezigheid van de eind-t zorgt voor een relationeel conflict. Gezien ‘ik’ de richting van de relatie bepaalt, doch faalt binnen een vooraf bepaalde grammatica, is het juist de terhandheid van ‘ik’ die in het gedrang komt, en niet zozeer die van ‘wordt’. In de alledaagse omgang echter wordt ‘wordt’ als het deficiënte element opgevat, hoewel het echter enkel formeel fout is in relatie tot ‘ik’. Het eigenlijke corrigeren betreft dus niet het herstellen van de terhandheid van ‘wordt’, maar van de relatie tussen ‘ik’ en de werkwoordsvorm. De voorhandenheid van ‘wordt’ werpt zich heel even op in de onmiddellijke confrontatie met het constituent, maar verdwijnt snel weer naar de achtergrond omwille van de vertrouwde omgang met de onthandheid, met name het corrigeren. In die vertrouwde omgang is het allereerst tegemoet tredende de ervaring van een storing, het opschrikken, en vervolgens de detectie van een fout. Daarbij ligt de focus louter op het storende element ‘wordt’ en niet op de onderliggende deficiëntie van de betrekkingssamenhang, wegens de alledaagsheid van het ‘falende’ constituent. Zo treedt verwarring op tussen de werkelijke deficiëntie en de waarneembare storing die, als het ware be-smet, zelf de rol van het deficiënte element krijgt toebedeeld.

De confrontatie met ‘wordt’ op zich echter leidt niet tot het corrigeren, gezien het een grammaticaal en in de alledaagse vertrouwdheid correcte vorm van het werkwoord ‘worden’ is. Bij het alledaagse corrigeren is het de aanwezigheid van ‘ik’ die niettemin van belang is, echter niet in relatie tot dan wel in combinatie met. Enkel wanneer de vraag naar het waarom van de correctie expliciet wordt gesteld, komt de relatie aan het licht. De combinatie van ‘ik’ en ‘wordt’ hoeft evenwel bij het lezen van een tekst niet als dusdanig in het oog te springen. De lezer schrikt op bij het zien van ‘wordt’ omdat ‘ik’ er aan voorafgaat, maar dat wil niet meteen zeggen dat de combinatie op de voorgrond treedt, hoewel ze de aanleiding tot het detecteren van de fout vormt. Zo kan omwille van de vertrouwde omzichtige omgang (met het corrigeren) zelfs volledig voorbij worden gegaan aan de combinatie, en komt de focus geheel en al op ‘wordt’ te liggen. Daarbij wordt ‘wordt’ geïsoleerd en, beschouwd als een deficiënt tuig op zich, weer terhand gemaakt. Zowel de combinatie als de relatie blijven dan verborgen bij het corrigeren, wegens de alledaagsheid van de fout en haar correctie. En slechts even treedt ‘wordt’ als constituent uit de terhandheid in de voorhandenheid.


Tags
geen tags

Reacties (60)

   

Wanneer de vertrouwde alledaagsheid van het in-de-wereld-zijn zodanig verstoord wordt dat de verankerde coördinaten verschuiven vraagt de situatie een duidelijke beslissing. Ja zeggen, en verschuivende coördinaten affirmeren belichaamt een ‘trouw’ subject als zijn modus.

Maar het ‘falende’ constituent kan zodanig zaken uit verband halen dat een dwingende behoefte opkomt aan correctie en restauratief herstel, het belichaamt dan een reactionaire zijnsmodus.
Een uitnodigende affirmatieve houding tot ‘de vraag’, waarvandaan komt wie, wat belichaamt die en waarom?

Je voorbeeld met ‘ik wordt’ is louter aanschouwelijkheid, niet? Want de kracht om coördinaten te verschuiven ontbeert het.

Ben benieuwd naar het vervolg.

   

Misschien is het traumatisch reeele het gebrek aan tolerant begrip, zodat men niet het uitgangspunt kan kiezen dat men weet wat er bedoeld wordt, om hiermee verder te gaan.

   

Het traumatische reële (dit is niet ‘de werkelijkheid’) is juist datgene wat ons verhindert tot het innemen van een neutraal-objectief gezichtspunt op de werkelijkheid, een vlek waardoor onze heldere blik op de werkelijkheid vervaagt.

Voorkeur of gebrek aan tolerant begrip, beiden verschillen maar beiden zijn ze het gevolg van het reële. Het traumatische zit in het verschuivende.

“zodat men niet het uitgangspunt kan kiezen dat men weet wat er bedoeld wordt”
Het reële of het zijn ‘bedoelt’ niets om mee verder te gaan. Men kan nooit weten wat bedoeld is. De bedoeling kan ontstaan is de verhouding die het subject aangaat: keuze voor of tegen tolerant begrip bvb.

   

Wat een zwaktebod, Armeniër. Dat kan toch vele malen beter? Ben je blijven zitten op de kleuterschool?
Aan de andere kant? (Er is altijd een andere kant.) Het triggert ons wel. Wat dat betreft heeft jouw prutsbijdrage toch wel weer een positief bij-effect of neven-effect.

Waar gaat ’t in jouw geval over? Of - bescheidener uitgedrukt - welk “onderwerp” snijdt je hier aan.
Dat is de Taal. En “in” of “met” die taal kun je allerlei fratsen uithalen. We weten niet of die fratserij onder de noemer van het POMO moeten plaatsen. Maar dat mag niets uitmaken.
De invalshoek is o.i. verreweg het duidelijkst geformuleerd met de titel “In Taal en Over taal”.

De regels van de Nederlandse Taal zijn neergelegd in een dik boek. Daar zou je bij te rade kunnen gaan. Het zijn regels voor de welgevormdheid. Als je je daar niet houdt, dan heb je een taalfout gepleegd.
Maar - en daar gaat ’t hier om - die regels dienen zelf ook in Taal te worden uitgesproken of te worden opgeschreven. Daar zit dus iets paradoxaals in. En zoiets valt uit te buiten. Want alle paradoxen zijn op één of andere manier te cultiveren.

Neem het begrip “welgevormd”, dat we van stal haalden. Ja, dat is een “woord”. En mag uit dien hoofde (rechtens?) deel uitmaken van een Zin. En dat is ook precies wat er gebeurt.

Met deze wending heb je een schat aan materiaal. Waarmee je naar hartelust kunt experimenteren. Hetgeen ook gebeurt. Je exploiteert een goudmijn. Maar - NB, Let Wel - hier zijn esthetische regels in het geding. Het ene Taalspel is mooier gespeeld dan het andere - laten we het daar vooreerst op houden.

We hebben dit forum ’s een keer kennis laten maken met Ilja Leonard Pfeijffer.

Even een kleine reminder.


… en nevernevernooit ge – al dorren plagen te velde in verstandige winterbete zatte raten dronken van zat voortijdig zat dan dag voor avondinval uitgelikt en wetens vreet je aan ben je je eigen alle zeven plagen – noeg zilverspinnende pop …
Ilja onderbreekt hier met zijn gedachten maar liefst een woord; het woord “genoeg”. De eerste lettergreep komt voor het eerste gedachtestreepje, de tweede lettergreep volgt na het tweede gedachtestreepje. Merakelskunstig.

Wat te denken van:

windhoosaardbrandhutbeefverzen
vloedgolfwolkbreekwoorden
modelspoorbaanhuisjes
penseelprachtzaam
kiezelstrandturend
zusammenvernibelungter
regelloopfuckingbaansodeverzekerkuttingzooi

Spatieloosdrijvendedichtjuwelen, zou ik denken en zeggen en opschrijven. Bij deze!
Denkzegschrijf; in feite kotst Ilja het woordenboek uit.

denkiljazegpfeifferschrijfleonardlexicografischkotsendwoordenboek

Moet deze uitleg betekenen dat ik in het werk van Ilja ook een aanval zie op de spaties?

Kapstokstaketsels van gewrichten & gesternten

Hoe dan ook, een goudmijn.
Maar, waarde Armenicus, je zult toch nog heel veel, heel veel voorwerk moeten verrichten om je het jargon van de Taalkunde meester te maken. De redekundige ontleding, de taalkundige ontleding, en ook het TGG van Noam Chomsky. Je rept daar toch wel heel erg minimaal van met je “constituenten”. Da’s bij lange na niet voldoende.

En dat het onvoldoende is blijkt ook wel uit het voorbeeld dat je uitwerkt. Wat een zielig zwaktebod. Ga je diep schamen!

En het schaamrood zou boven je hasses in de fik moeten vliegen als je je eigen interpretatie nog even herleest.

Wat is the eyeopener van De Armenicus.
Het vervangen van het welgevormde “ik vind” door “ik vindt”. Prachtig! En wat zijn de conclusies van zo’n operatie?
Bijvoorbeeld?

“De lezer schrikt op bij het zien van ‘wordt’ omdat ‘ik’ er aan voorafgaat.”

En Ursula blaast ook een deuntje mee.

“Het traumatische reële (dit is niet ‘de werkelijkheid’) is juist datgene wat ons verhindert tot het innemen van een neutraal-objectief gezichtspunt op de werkelijkheid, een vlek waardoor onze heldere blik op de werkelijkheid vervaagt.”

Jij, Armenicus, zou ’s kunnen proberen om zelf ’s zo’n post-post-modern gedicht of verhaal op te voeren. En dan proberen verder te reiken dan zo’n onnozele fout in de vervoeging. Durf je dat?

“Ik ben overgankelijk.
op mij rust de plicht
om een voorwerp te dragen
dat zich lijdend weet te noemen
liever zag ik mezelf geholpen met
een meewerkend zinsdeel
maar die vervloekte voorzetsels werken tegen

Nou ja, afijn.

   

Steven,
Ha ha, je blijft volharden, mooi.

Alleen, het blog gaat niet over taal!

Er wordt wel, aan de hand van iets talig uitgelegd hoe
“In de deficiënte modi van ‘zijn’ zich een zijnsvraag kan opwerpen.”
En over dit laatste gaat het hele blog!

Maar ja, dat zie jij niet dus start je voorspelbaar je bekende riedel. Heel je betoog is naast de kwestie, ha ha.

“De redekundige ontleding, de taalkundige ontleding, en ook het TGG van Noam Chomsky” brengt aan “de deficiënte modi’ geen aarde aan de dijk. Heb je dat niet door?

Wat een zwakteaanbod Steven, alweer.

   

Ter lering en vermaak…

[Het is volstrekte armoede wat je hier schrijft. Ben je in al je lange jaren Filosofie niet verder gekomen?
Goed, OK, je staat niet alleen. Misschien kun je daar troost uit putten. Er zijn nogal wat wijsgeren die eveneens met die Metafysica goochelen. Lieden, trouwens, die hun gedachten in boekvorm wisten te verzilveren. Ze werden en worden breed gelezen. Hun reikwijdte draagt verder dan een Blog, zeg maar.
Het is voor ons niet zo moeilijk om hier een exemplaar ten toon te stellen. Dan kunnen we b.v. te rade gaan bij Het Postmodernisme. Andries in ik hebben niet zoveel op met dat Postmodernisme. We vinden het je reinste Koeterwaals. Alleen goed genoeg om wartaal te illustreren.
Nou wil dit niet zeggen dat wij geen cultuurfilosofie consumeren. Dat doen wij wel degelijk. In de eerste plaats om te kunnen constateren dat binnen dit segment de één de ander niet is - er kwaliteitsverschil. En de tweede plaats om ons vermaken. 't Is niet altijd schuddebuiken, maar 't komt wel 's voor.]
(Dit komt uit een ander blog op filo.be.)

Schuddebuikend vermaak…, nog steeds zonder lering!

Steven, misschien moeten nog mensen je arrogant aanmanen niet meer tussenbeide te komen met je riedeltjes: “Je ziet toch dat ik met XXX in gesprek ben.” Of “merk je niet dat ik midden in het betoog met YYY zit.”
Passende zinsneden van gelijke strekking kunnen dan gebruikt worden.

‘Bende van de Ommekeer’, ik ga ervan uit dat jullie de ironische ondertoon van dit schrijven kunnen smaken!!

(Want nu ik zie dat Magere Hein toch niet het licht heeft uitgedaan van ‘Het Orakel van Portugal’ en de andere S graag op vinkenslag ligt om uit te halen met zo iets als ‘Hoe durf je Urs, anderen de mond te snoeren!’ moet ik op mijn hoede zijn. Steven, lieflijke groeten uit filoland.)

   

Als eenvoudig geschoold arbeider heb ik niet de pretentie dat ik begrijp wat Steven van De Ommekeer precies bedoelt, maar men gaat hier tot nu toe vrij licht over de objecties die zijn reactie misschien wel oproept.

Ik zal het op mijn manier zeggen.
De bijdrage van de Areniers is een cirkeltje. Maar een perfide cirkeltje.

Ik verklaar me nader. Zoals Steven opmerkt gaat dit over taal, maar is het zelf ook taal. En dan zie ik een woord staan zoals "be-vragen". Niet bevragen, maar be-vragen.
Zip!
Mijn interne computer springt meteen naar de tweede alinea.

"In de deficiënte modi van zijn werpt de zijnsvraag zich op. In een manuscript komt dat tot uiting waar de verwachte terhandheid van een constituent afwijkt van wat als taalkundig correct wordt aangenomen."

Hier heb je dus zulke afwijking van wat als taalkundig correct wordt aangenomen. Be-vragen. De zijnsvraag werpt zich op. Daarover wil ik wel meer weten - alleen, als ik daarover meer wil weten, en weer begin te lezen in het begin, kom ik ineens dat woord "be-vragen" weer tegen. Er dringt zich een nieuwe - of is het dezelfde? - zijnsvraag op. Daarover wil ik wel meer weten, maar nog eens beginnen en dat woord weer tegenkomen, nee dat ga ik niet doen. Ik lees dus verder, en zie kort daarna "Het ‘falende’ constituent" staan, en nog wat verder "be-smet".
Zijnsvragen!
De aanhalingstekens rond falend betekenen normaal dat hier iets geciteerd wordt. Maar wordt hier iets geciteerd? Ik denk het niet, dus - taalfout. Over be-smet ga ik het niet hebben.
Zijnsvragen, zijnsvragen!
Maar helaas, bij het vertellen over deze zijnsvragen roept de tekst nieuwe zijnsvragen op.
't In taal over taal. 't Is een cirkeltje.

En dan heb ik het tot nu toe alleen maar gehad over woorden, niet over zinnen.

"Hoewel de betekenis volkomen duidelijk blijft, stelt de oplettende lezer een deficiëntie vast, een inbreuk op de taalregels. De vaststelling schudt wakker en roept een invraagstelling op. De vraag betreft het zijn van het constituent en geëxtrapoleerd, van de tekst, het boek,... de wereld. In de confrontatie met de deficiënte modus treedt een storing op in de omzichtige omgang waarbij de beduidendheid van de betrekkingssamenhang van het vertrouwde terhanden tuig (constituent) –dat past binnen een tuiggeheel (woordgroep, zin, tekst,…), en er zijn beloop heeft–, in het gedrang komt."

Zoals al opgemerkt: dit is ook taal. Meer bepaald zijn dit zinnen met een structuur die normaal gebruikt wordt om feiten te beschrijven of vast te stellen.

"De vaststelling schudt wakker en roept een invraagstelling op"
"De vraag betreft het zijn van het constituent en geëxtrapoleerd, van de tekst, het boek,... de wereld."

Maar zijn dit feiten? Wat is de relatie met de wereld extern aan deze tekst?

Heeft de auteur iets geobserveerd, aan honderden proefpersonen "ik wordt" voorgelegd en gecheckt of een invraagstelling werd opgeroepen bij de oplettenden onder hen? Heeft de auteur met een solide methodologie vastgesteld dat deze vraagstelling het zijn van het constituent betreft?

Of is het eerder van "het zou kunnen gebeuren dat een invraagstelling wordt opgeroepen bij een oplettende lezer?"
Of vindt de auteur dat de oplettende lezer deze invraagstelling eigenlijk wel zou moeten oproepen, en extrapoleren naar de wereld?
Of beweert de auteur maar wat, en wordt er helemaal geen invraagstelling opgeroepen, tenzij men al plannen had om invraagstellingen op te roepen?
Of heeft de auteur vijfhonderd proefpersonen in het labo gehad, waarbij er eentje een soort vraagstelling had, waarna de auteur dacht: "Ah, een oplettende lezer, want hij had een vraagstelling. Zie je wel dat in oplettende lezers vraagstellingen opgeroepen worden!"

De structuur van de zin suggereert de eerste optie, maar je hebt er al lezer het raden naar. Het is allemaal erg onduidelijk. Het roept, vermoed ik, een zijnsvraag op.

De tekst heeft het over zijnsvragen, maar roept zoveel zijnsvragen op dat hij eigenlijk over zichzelf gaat. Je schrijft over taal in de taal, jaja. Maar ik meen dat Steven al schuinsweg gewezen heeft op de banaliteit van die vaststelling. Deze tekst slaagt er m.i. niet in om aan die banaliteit te ontsnappen - hij illustreert ze in zekere zin.
Ja, het had beter gekund, met wat meer ambitie.

Het had ook wat minder perfide gekund. De zinnen proberen de indruk te wekken dat ze wel degelijk gaan over iets wat extern is aan zichzelf en de rest van deze tekst - maar dat is niet het geval. Ze geven de indruk feiten vast te stellen - maar ze doen dat niet.

Misschien kun je nu wel denken dat er alleen taal is en niks anders, en dat de taal ons dwingt om over zichzelf te praten alsof ze over iets extern aan zichzelf spreekt. Maar als je die overtuiging koestert, dan moet je Nederlandse spraakkunst toch maar eens lezen waarnaar Steven verwijst. Dat is tenminste een boek met ambitie, en heel wat minder perfide.

   

“In de deficiënte modi van zijn werpt de zijnsvraag zich op. In een manuscript komt dat tot uiting waar de verwachte terhandheid van een constituent afwijkt van wat als taalkundig correct wordt aangenomen."

In een tekortkoming van concrete dingen die wij rondom ons zien kan zich, door die onverwachte afwijking, een zijnsvraag oproepen. We zitten volop in een Heiderggeriaanse toonsetting en woorden als terhandheid, tuig, Dasein, tuiggeheel, voorhandenzijn… tonen dit nadrukkelijk. Dat maakt dat we die zinnen best in die geest lezen want dat is het kader waarin deze zinnen hun betekenissen krijgen.
De verwijzing naar ‘ik wordt’ is op zich niet de essentie, maar slechts een model. Daarom vroeg ik op 30 nov 21:19: “Je voorbeeld met ‘ik wordt’ is louter aanschouwelijkheid, niet? Want de kracht om coördinaten te verschuiven ontbeert het.”

Een krachtige afwijking in een vertrouwd patroon kan een fundamentele zijnsvraag oproepen, jazeker! (Zie bijvoorbeeld Kierkegaards denken over de angst.)
En vermits we op een filoblog zitten is die deficiëntie niet een fietsband die plots leegloopt en ons vertrouwde ritje dooreen schudt.

Je beschouwing met “Be-vragen” dat een zijnsvraag opwerpt en waarover je meer wil weten - alleen, als je daarover meer wil weten en weer opnieuw begint te lezen waarbij je ineens dat woord "be-vragen" weer tegenkomt en er zich een nieuwe - of is het dezelfde? - zijnsvraag opdringt... is daarom wel grappig maar zo banaal dat je de opening van je tekst eer aandoet.

Weet je wat perfide is, op een filo-site zitten en niet willen meedenken!

   

Over meedenken gesproken.

Er is in de buurt een veldje naast een spoorlijn waarop steevast een hele troep konijnen op grassprietjes zit te knabbelen. Boeiend hoe de diertjes helemaal niet verschrikt worden door de treinen die soms op enkele decimeters afstand langs denderden - terwijl ze, mysterie, verschrikt opsprongen en vluchtten wanneer er niets zichtbaars gebeurde. Na onderzoek van het spoorboekje en andere klassiekers bleek dat zulks voorviel op tijdstippen waarop een trein had moeten passeren, maar niet was komen opdagen. De aan Belgen welbekende niet-epifanie van een trein. Een zware deficiëntie.

Tot zover het Zijn van het Konijn.

En het Danichtsein van de Trein.

   

Dit is een mooi voorbeeld van wat in filosofie ‘gebeurtenis’ heet.

Hoezeer je voorbeeld verwijst naar iets banaals – en, denk ik, in het verlengde daarmee eerder grappig minachtend bedoeld is - is de toonsetting juist. (Ik kan me vergissen over het minachtende.)

De konijntjes (ach hoe schattig) schrikken niet van het gewone, maar wanneer het gewone doorbroken wordt. En wat je daarmee zo mooi aangeeft Siger, én aanbrengt dat je Heideggers Zijnsvergetelheid doorvoelt, is dat het plaatsvindt “wanneer er niets zichtbaars gebeurde.”

“Wanneer er niets zichtbaars gebeurde” is juist de oorzaak dat er ‘iets’ verschijnt!!

Laat me het vergelijken met het flessenrek van Marcel Duchamp. Duchamp kocht in een warenhuis een rek dat gebruikt wordt om uitgewassen flessen omgekeerd te drogen. Hij plaatst het vervolgens in een galerieruimte en presenteert het zonder enige aanpassing of ingreep.
Het ding “waar niets zichtbaars mee gebeurt”, is, in de verschuivende context niet meer hetzelfde ‘ding’! Prachtig. Wat Duchamp doet, en Siger mooi verduidelijkt, is veertig jaar vóór Heideggers opstel ‘Identiteit en differentie’ dit aanschouwelijk te tonen.

(Even tussen door. Ongeacht wat iemand zelf vindt, Siger, Ik, Steven, Alisaspg… van dit kunstwerk, het is juist door deze uitgebeelde ‘geste’ uitgeroepen tot het meest interessante werk van vorige eeuw. Niet te snel tegenpruttelen, gewoon even meedenken.)

“…terwijl ze, mysterie, verschrikt opsprongen en vluchtten…” Mooie zin.

Vooral het mysterie, dat toch geen mysterie is voor wie de ‘Zijnsvergetelheid’ - waarmee de Griekse Filosofie een aanvang nam - in het oog houdt. De oude Grieken trachten het verschil – of Areniers differentie – te ‘bedenken’. Daar startte het bedenkelijke. (Bedenkelijk niet in negatieve zin, als iets dat bedenkelijks is. Maar in positieve zin, het te be-denken.)

In zijn kleine opstel “Het ding” omschrijft Heidegger hoe het ding dingt en daarmee zijn dingheid toont in zijn aanwezigheid. Of nee, dit is fout geformuleerd. Het is juist het verschil tussen ‘aanwezigheid’ en ‘nabijheid’ dat dingt in het ding. In het wezen van de “nabijheid” dingend het “het Gevier” dat vanuit zichzelf eendrachtig is.

Siger, je bent meer Heideggeriaan dan je van jezelf weet. Weliswaar via de konijntjes!

“Het Danichtsein van de Trein” lees ik als een prachtige hommage aan Paul Delvaux! Bedankt.

   


"Dit is een mooi voorbeeld van wat in filosofie ‘gebeurtenis’ heet."

Ja, deze zinsnede is ook “een mooi voorbeeld”.
Waarom?
Omdat het prachtig de zelfingenomenheid van sommige wijsgeren weet te illustreren. Er is een aparte filo-wereld. Daar is alles anders dan in de “gewone” wereld. Soms bij het Zotte af.

Je kunt er kwaad of woest over maken
maar ook in nooddeugd geraken
en in een schaduw-bestand
de hilariteit verzamelen.
om het later uit te baten?

“Gebeurtenis” is een Gewoon Nederland woord. En het kan ook “gewoon” gebruikt worden

Je kunt contrasten schilderen en uitbeelden. Zonder het Woord “contrast” te bezigen. Bijvoorbeeld door twee wereldbeelden (of liever: twee werelden) aan het woord te laten.

Bijvoorbeeld. Der Mauw - filosoof en dichter.

Ik ben de Brahman
maar we zitten zonder meid.

Zo’n zin is prachtig. Kijk hoe dat voegwoord “maar” daar staat. In alle eenzaamheid?

Is het volgende ook iets?

Mijn Lief heeft mij verlaten
en ik pis weer in de wasbak

O, er bestaan wereldbeelden. Jazeker, zeerzeker. En de wijsbegeerte spreekt daar een hartig woordje mee. De drie-werelden theorie van Popper (toch niet de eerste de beste). De vele-werelden-theorie? Parallelle universa?
Welja!

Moeten ze tot uitdrukking worden (met contrasten b.v.) binnen de “aparte”filo-wereld?
Of gewoonweg in de wereld van de (gebeurlijke?) Taal.

Ahum, is het volgende “iets”?

Hoe leest men een boek?

Ik neem thee, jij toch ook?
zouden ze smaakjes hebben?
als ze smaakjes hebben dan,
dan wil ik four-seasons, ja?
dus twee four-seasons?

Hoe leest men een boek?
veel komt aan op de voorbereiding,
aan de voorbereiding herkent men
de uitgelezen lezer…

zullen we er iets bij nemen?
ja toe, we nemen er iets bij,
geef ’s dat ding, daar,
daar naast je, ja geef ‘s
dan zal ik eens kijken

… de lezer met smaak, de fijnproever,
’t liefst zijn de bladzijden ingebonden
met aan een wervel bevestigd,
als leeswijzer, een lint

nee, geen soep, geen soep,
bovendien, soep van de dag?
wat voor sandwiches?
kip, ham-kaas en gezond,
hou ik even in beraad

duim en wijsvinger meten
met snelle bewegingen
alle acht hoeken, maken
het speelveld bekend, daarna …

weet je, je kent Suze -
Suze van Job - die vraagt
gewoon aan de ober de kaart
en doet dan enkel voorgerecht,
carpaccio, om maar iets te noemen

… stevig strijken over de rug
betasten en aaien van
voor- en achterkant,
even open en ritsel laten fluisteren

met van die flinterdunne …
en als lunch voldoende
zal ik ook eens vragen?
nee, toch maar niet, we
zouden ons moeten verplaatsen

en dan heel even, heel terloops
stiekem als het ware
de geur opsnuiven, ruiken
’t liefst ergens middenin

waarom trouwens iets hartigs
we gaan straks toch ook uit eten?
laten we bij die thee, iets zoetigs
appelgebak met slagroom
even kijken in die vitrine

de wikkel-achterflap
het gezicht een tikkeltje scheef
op ietsje ongelovig
op ietsje geamuseerd, en dan …

het zag er prima uit en
ik heb ook alvast besteld
de bediening zei het komt er aan
twee four-seasons thee
twee appelgebak met slagroom

… de hoofdstukindeling
het voorwoord - eventueel
de verantwoording - mits aanwezig
en nog heel eventjes, die neus

vanavond neem ik vis
dat weet ik nu al, vis
en vooraf ook zoiets
garnaaltjes of tonijn
hmmm, ik krijg nu al zin


om de sfeer te proeven
op drie of vier plekken
een paar flarden nemen
een preview, zogezegd

en jij, jij neemt dat toch ook?
geen lappen, bah
die tijd hebben we gehad
nee vis, ik ken een goed restaurant
het zal je bevallen

dan met een diepe zucht
het voorwerk afronden
en overgaan naar
het echte werk

zo, dat is snel en
het ziet er goed uit
wel erg veel slagroom
ja dank u wel … zeg, hoor eens
we gaan nu toch niet lezen?

   

“Gebeurtenis” is een Gewoon Nederlands woord. En het kan ook “gewoon” gebruikt worden.

Natuurlijk is gebeurtenis een gewoon Nederlands woord, maar de gebeurtenis zelve is geen gewone gebeurtenis. Toch niet de gebeurtenis zoals ze zich voordoet vanuit filosofisch oogpunt. (Siger gaf het ongeveer aan met zijn konijntjes.)

Je kijkt en…. Iets is niet veranderd en toch totaal anders, dat is de gebeurtenis die fundamenteel ingrijpt in de coördinaten van jouw zijn. Plots is het vertrouwde niet meer vertrouwd en daardoor verlies je je houvast. Over deze gebeurtenis hebben die filosofen het die praten over L’evenement, The Event, De Gebeurtenis. Bijvoorbeeld Kierkegaard, toch een klassiek filosoof.

Gebeurtenis is een gewoon woord, waw… Steven! Goed opgemerkt.

Mijn Lief heeft mij verlaten
en ik pis weer in de wasbak … waw

Maar ook voor jou, als je echt niet weet waar “Gebeurtenis” betrekking op heeft, geen probleem. Groeten.

   

Haar valstrik uit niets vervaardigt…

Je maakt de onmiddellijkheid niet zozeer angstig door de meest griezelige beschrijving van het allermeest schrikbarende, als wel door een arglistig half woord over iets onbepaalds, dat je, haast achteloos, maar toch met het trefzeker berekende doelwit van de reflectie, laat vallen. Ja, je maakt de onmiddellijkheid het meest van al angstig door haar op een listige manier aan te praten dat ze zelf wel weet waar je over spreekt. Want beslist weet de onmiddellijkheid dat niet. Nooit, echter, vangt de reflectie zo gegarandeerd haar prooi als wanneer ze haar valstrik uit niets vervaardigt. En nooit is de reflectie zo zichzelf als wanneer ze – niets is.

Mooi hoe Soren Kierkegaard de gebeurtenis beschrijft, niet?

   

Nou, Ursula , zo positief had ik het niet verwacht. Laat me maar onmiddellijk gebruik maken van de marge zolang ze er is.

In de VS (vooral daar) bestaat een stroming onder neurologen, kosmologen en biologen dat de filosofie beter opgedoekt wordt, omdat ze feitelijk nergens toe dient en nergens toe bijdraagt. Bekende proponenten van deze stelling zijn bijvoorbeeld Stephen Hawkins, Lawrence Krauss en Jerry Coyne - geen onderdeurtjes dus. Ze lullen niet zomaar wat, ze hebben een reden om dit standpunt in te nemen. Hu gevoel is, denk ik, dat hun onderzoeksterrein hen als vanzelfsprekend naar filosofische vragen leidt, en dat ze niet afgeblokt willen worden door beroepsmetafysici die alleenrecht op hun gewonnen terrein (of op hun uitdagingen!) opeisen.

Wanneer het op postmodernisme aan komt, kan ik daar enkel mee instemmen. Bijvoorbeeld, de minutieuze analyse van het "zijn" zoals hier in het blog en de reacties staat, vol nieuw bedachte en veeleer verduisterende woorden, leiden tot niets. Als het wel ergens toe leidt (en dat in conventionele taal uitgedrukt kan worden) hoor ik het graag, en bied ik desgevallend mijn excuses aan.

Ik zeg niet dat de blog van areniers, of de reacties daarop, niet intelligent en samenhangend is, maar kan je er ergens mee terecht? Helpt het het menselijk (inzicht in haar) bestaan vooruit? Nee, dat is geen platte vereiste: ik bedoel 'vooruitgang' zoals steeds in de breedst mogelijke zin: verrijking, doorzicht, bewustzijn.... in het uiterste geval als een uylenspieghel-moment, zoals http://newsmonkey.be/article/73640. Maar daarvan zeggen de initiatiefnemens tenminste onomwonden dat ze de mensheid (het Amerikaanse deel dan) een spiegel voorhouden die hen laat nadenken over de vraag, of wat ze doen ergens toe leidt. Dat is niet het geval bij postmoderne schrijfsels, die zichzelf ernstig nemen - ernstiger dan de hele mensheid - en het daarbij houden door dik en dun.

Wat nu met de filosofie? Ik stel (vrijblijvend) voor het postmoderne discours in alle stilte te begraven en die takken van de filosofie ernstig te nemen, die ons echt vooruit kunnen helpen; ethiek, politiek, geschiedenis, esthetiek, logica, en misschien nog iets wat ik vergeten ben.

   

“Nou, Ursula , zo positief had ik het niet verwacht. Laat me maar onmiddellijk gebruik maken van de marge zolang ze er is.”
Tja, de Heilige Sint is ter land en ter zee, dus hoop ik dat hij filo.nl niet leest en denkt dat ik toch een leuk cadeau verdien.

Stephen Hawkins, Lawrence Krauss en Jerry Coyne – zijn inderdaad geen onderdeurtjes binnen hun vakgebeid. Doch wanneer ze over filo praten “lullen ze blijkbaar wel zomaar wat”, en hebben ze verkeerde redenen om hun standpunten in te nemen. Hun prachtig onderzoeksterrein leidt hen als vanzelfsprekend naar boeiende vragen, vast en zeker.
En dat ze zich afgeblokt voelen door filosofen die ‘alleenrecht’ vragen op filosofisch terrein kan ik me inbeelden. De vraag naar ‘het Zijn en haar belang in de omgang met de zijnde’ is een andere vraag dan bvb de fysici zich stellen.

“Wanneer het op postmodernisme aankomt, kan ik daar enkel mee instemmen.”
Nou, ik hou niet van die term postmodernisme die alles op één hoopje gooit en vooral via architectuur en zeker de kunsten er een potje van gemaakt heeft. Er is geen enkele Franse filosoof die zichzelf postmodern noemt en zeker niet het vrijblijvende van de kunsten als serieus neemt. Structuralisme en poststructuralisme zijn daarentegen wel bruikbare namen die een scheiding en scherpstelling van de fenomenologie bewerkstelligen. Praten over ‘het postmoderne’ is slordig denken en dat stoort mij ook in de titel van dit blog. Maar ik zie wel wat Areniers nog in zijn mouw heeft zitten!
De eerste ‘postmodernist’ zou je kunnen zeggen is Plato, die via Parmenides zegt: “Zijn en denken zijn één.”

“Bvb, de minutieuze analyse van het "zijn" zoals in het blog (…) en bied ik desgevallend mijn excuses aan.”
Excuses hoeven niet want het huis van de filo kent vele kamers. Dat erkennen zou al mooi zijn, en bvb zien hoe de Angelsaksische Taalfilosofie vastgelopen is en idd niets meer te zeggen heeft waardoor Stephen Hawkins tot zijn uitspraak ‘dat filosofie dood is’ kan komen.
Menig filosoof die onder druk van de ‘echte’ wetenschappen meende zich te moeten moeien met kwantumdit en kwantumdat bracht niet veel sterks! En zeker niet in verhouding tot de fysici zelf. Daar heb je gelijk in, dat hebben Bric&Sok wel aangetoond. Maar Bric&Soc dachten tegelijk Parmenides onderuit te halen en dat werd op hun beurt lachen geblazen bij de filosofen, en terecht!
Mijn houding is meer, schoenmaker blijf bij je leest.

“kan je er ergens mee terecht? Helpt het het menselijk (inzicht in haar) bestaan vooruit?”
Zeker!! Zizek (en anderen) bewijzen het in hun linkse politieke denken. Stevig gefundeerd in het Duits Idealisme en Hegel gelezen met een Lacaniaanse bril brengt Zizek een gefundeerd verrijkt mensbeeld dat zijn politiek doorzicht ondersteunt. Helpt het het menselijk bestaan voorruit? Geen idee, maar het menselijk denken wel!
Dit is zeker het geval bij Zizeks schrijfsels, die zichzelf ernstig neemt – wel niet ernstiger dan de hele mensheid - en het daarbij houdt door dik en dun, zeker. Ergens voor gaan is zijn filo-houding.

“Wat nu met de filosofie? Ik stel (vrijblijvend) voor het postmoderne discours in alle stilte te begraven en die takken van de filosofie ernstig te nemen, die ons echt vooruit kunnen helpen; ethiek, politiek, geschiedenis, esthetiek, logica, en misschien nog iets wat ik vergeten ben.”
Als ik ervan uitga dat filosoferen ‘denkt over denken’ dan blijft stevig denkwerk nodig om ethiek uit handen te houden van, zeg maar… economen. Om het politieke als inrichting van de polis uit handen te houden van ‘de Wildersen’. Om het esthetische uit handen te houden van die ‘slappe postmodernen in de kunsten’. Om de logica te verschuiven van propositieleer naar de ‘logica van de gebeurtenis’. Veel ‘takken’ van de filosofie zijn alleen ‘kennisinhouden met geschiedenis’ geworden waaruit het dynamische van de filosofische denk-act verdwenen is!
Er is nog veel werk aan de winkel! Laten we stevig denken zonder etiketten.

En zeg nu zelf, we gaan op een filoblog toch niet pleiten om op te houden met filosoferen?!
‘Koken.nl’ gaat toch ook eugh… over koken dacht ik, niet?

Siger, “The actuality of communism” van Bruno Bosteels heb ik in boekvorm – dan kan je lekker tekstgedeelten onderlijnen. Maar het staat als PDF op het net. Het geeft een overzicht van ‘mijn’ denkers, en in die 300 blz moeten toch boeiende stukken zitten voor jou. Doe eens de moeite hoewel het taalgebruik en de formuleringen stroef kunnen lijken. (Maar ik vrees dat het je niet bevalt, het zij zo.)

Groeten. (Oei, ik moet toch echt uitkijken met mijn vriendelijkheid – stomme Sint!)

   

Ursula,

Ik val van de ene verbazing in de andere. In mijn (zeer gebrekkig) geheugen heb jij steevast weerwerk geboden aan de linkse standpunten die ik hier verdedigd heb. Ik zie ook niet helder hoe je stevige linkse maatschappijkritiek kan verzoenen met je steven naar "meedenken", waarbij je eerder defaitisme of conservatisme in de kaart speelt dan sociale vooruitgang. Maar laten we geen oude disputen oprakelen. Ik ga zeker het boek van Bosteels lezen, bedankt voor de tip.

Wat het woord "postmodernisme" betreft: hier is toch geen verwarring met een stroming in de architectuur, lijkt me. Het woord komt van de Fransman Lyotard, en er zijn in de loop van vorige eeuw heel wat Franse filosofen bij het postmodernistische filosofie ingedeeld, met of zonder hun toestemming (Foucault bijvoorbeeld). Zinnige kritieken op de postmoderne filosofen komen van twee grote linkse hedendaagse denkers: de Amerikaan Noam Chomsky en onze eigen Belg Jean Bricmont, toevallig allebei linkse anarchisten.

Dus nee, ik heb niet gepleit voor het ophouden met filosoferen, wel tegen een bepaalde filosofische stroming. Mijn bezwaar daartegen is niet zozeer een verschil van mening, als wel de onmogelijkheid te begrijpen waar ze juist voor staan.

Misschien ben ik ook wel een links anarchist: ik geloof niet dat vooruitgang met geweld of machtsmiddelen bewerkstelligd kan worden - het tegengestelde is eerder waar. Het zijn altijd de armen die bloeden, zei Confucius al.

   

Ja, het woord is gesmeed door Lyotard. Zijn werken zijn snel vertaald in het Nederlands en bvb 'Het postmoderne weten' uitgegeven door Kok Agora staat sinds 1987 in mijn boekenrek. Verdorie, bijna dertig jaar geleden! Toen waren we jong!

"Onmogelijk te begrijpen", tja, ik ben erin gegroeid.

   

Ursula,

Je schrijft:
"De eerste ‘postmodernist’ zou je kunnen zeggen is Plato, die via Parmenides zegt: “Zijn en denken zijn één”."
Je schrijft ook dat Bricmont en Sokal dachten Parmenides onderuit te halen.

Kan je een verwijzing geven? Ik denk namelijk dat jij of je bron zich vergist. Plato, die een eeuw na Parmenides leefde, steunde op Parmenides en had rechtse dictatoriale bedoelingen, en zijn mensbeeld klopte daar volledig mee. Parmenides en Plato leven tot vandaag voort in het christendom en de islam. De leer van Parmenides is echter reeds onderuit gehaald in de klassieke tijd door de atomisten. (of bedoelde je de dialoog Parmenides?)

   

Het ging mij om die ene zin "Zijn en denken zijn één" omdat het direct aansluit bij de blogtekst van Areniers, Plato verwijst ernaar in die dialoog. Of ideeën materieel (Parmenides) of ideëel (Plato) zijn is o.a. hun dispuut. Het ging me niet over de levens van beiden.

Dat “Zijn en denken één zijn” of dat werkelijkheid en schijn niet te onderscheiden is, is een mogelijk postmodern uitgangspunt wat Bric&Sok natuurlijk alleen onfilosofisch als onzin kunnen lezen.
Het gaat hem ook niet om ‘de oplossing’ hiervan, maar wat het overdenken hiervan teweeg brengt. En ja, sinds de Grieken herhalen filosofen die overdenkingen opnieuw en opnieuw.

Dat Plato voortleeft in het Christendom is voor zijn denken over de verhouding tussen zijn en zijnde niet belangrijk. Om Plato nog inzetbaar te maken lezen Badiou en zeker Zizek hem tegendraads en zien het ‘idee’ als materie.

Maar, het is om de Goede Sint dat ik antwoord want na 6 december hebben wij geen lange uitwisselingen meer. Groeten.

   

Ursula,

"Weet je wat perfide is, op een filo-site zitten en niet willen meedenken!"

Weet je, er is nog iets aan taal, en dat lijk je over het hoofd te zien. Ze is niet van mij, niet van jou en niet van degene die deze taal neerpent of uitspreekt.

Een tekst is een papieren bootje dat je loslaat op de stroom maar waarvan je niet weet waar het terecht zal komen. Misschien vouwt het water het papier wel weer open, en ziet een passant alleen een nat blad voorbijdrijven?

Mijn reactie denkt daar - impliciet, maar in hoge mate - over na.
Het valt me van je tegen, dat je daarover niet wil meedenken - en dat op een filosofie-blog!

   

“Weet je, er is nog iets aan taal, en dat lijk je over het hoofd te zien. Ze is niet van mij, niet van jou en niet van degene die deze taal neerpent of uitspreekt.”

Inderdaad, als er iets is wat poststructuralisten benadrukken is dat we ons talig invoegen in het appel dat de taal ons aanbied. Niet de woorden die een mens tegen ons zegt, maar het geheel van de symbolische orde waarbinnen we ons talig verplaatsen en waarmee we ons verhouden.

Ik heb die aanzet niet in je tekst gelezen en zinnen als “Het is allemaal erg onduidelijk. Het roept, vermoed ik, een zijnsvraag op.” zag ik als kritiek. Ook “Deze tekst slaagt er m.i. niet in om aan die banaliteit te ontsnappen.” verbond ik niet met wat je nu zegt.

Of “Het had ook wat minder perfide gekund. De zinnen proberen de indruk te wekken dat ze wel degelijk gaan over iets wat extern is aan zichzelf en de rest van deze tekst - maar dat is niet het geval. Ze geven de indruk feiten vast te stellen - maar ze doen dat niet.”
Ik las dit laatste van jou ook niet als een positieve omschrijving. Is dat vreemd?

Maar “Taal is niet van mij, niet van jou en niet van degene die deze taal neerpent of uitspreekt.” is zo Lacaniaans dat ik daar zeker kan over meedenken.

Schrijf er eens over!

   

Bij gebrek aan een quote ga ik de Parmenides nog eens lezen, want ik herinner me geen post-moderne thema's erin, zeker niet de stelling dat "zijn en denken één zijn" (wat dat ook moge betekenen). Maar ik kan me vergissen.

   

Hieronder een grove schets en niks nieuws maar misschien handig.

Filosofie begint bij de Pre-Socraten wanneer zij de verhouding ‘Zijn en zijnde’ aankaarten.
Thales vraag “Wat is de ware drager van deze wereld?” vult hij in met “Water!”
Parmenides en de Atomisten dragen sterk bij aan Thales vraag maar gaan andere wegen uit.
Parmenides benadrukt “Het is.” De “Het” is realiteit en alles wat bestaat. De “is” verwijst naar het eeuwige bestaan – het “is”. Thales “Water” wordt abstracter bij Parmenides in “Zijn en logos is één”. Er is geen “worden” en elke verandering is een illusie veroorzaakt door de zintuigen. Zijn is het enige dat “is”. Hoewel Parmenides vaak als een Idealist bestempeld wordt is hij zeker ook een materialist in de zin dat Zijn het materiaal van elk zijnde is.
Democritus, legt liever de nadruk op “het Vele” in plaats van “het Ene”. De oneindige hoeveelheid éénheden of atomen is zijn uitgangspunt. De atomisten gaan uit van de “Leegte” of het niet-zijn vooraleer realiteit “is”. Zij geloofden ook niet in één drijvende kracht in alles, bvb God.
Parmenides en de Atomisten vinden elkaar in de stelling dat elk atoom er altijd is geweest maar verschillen met elkaar over realiteit zelve.

Beide strekkingen zijn verdedigd, aangevallen, bevraagd, omgekeerd, terzijde geschoven…
Nog steeds, en dit verdedigen, aanvallen, bevragen is filosofie.

   

Parmenides geloofde niet in atomen. Het bestaan van atomen is in strijd met zijn (en Plato's) ontologie van een ondeelbare werkelijkheid.

"Beide strekkingen zijn verdedigd, aangevallen, bevraagd, omgekeerd, terzijde geschoven… Nog steeds, en dit verdedigen, aanvallen, bevragen is filosofie."
Call me old fashioned, maar voor mij is filosofie geen loze bezigheid.

   

Over materialisme spreken lijkt me hier een anachronisme.

   

[dat "zijn en denken één zijn" (wat dat ook moge betekenen).]

Met ‘wat dat mag betekenen’ jok je een beetje Siger, want dat is de kerngedachte van Spinoza’s leer!
In zijn ‘derde weten’ of de ‘intuïtieve ratio’ vallen wereld en begrip samen en ontstaat de vrije mens.
Het begrip = de wereld! (Zo verbinden zich Parmenides, Spinoza en Franse spinozisten als Deleuze. Dat is ook de reden van die Spinoza revival in het Franse denken! En de tientallen doctoraten de afgelopen jaren.)

Gut, ik hoor net dat de Goede Sint bij de buren is langs geweest. Ik geef hem nog tijd tot dinsdag ochtend!

   

"geen loze bezigheid."
Als dit alles een loze bezigheid is dan zou ik aanraden je er niet verder in te verdiepen, geen probleem.
Het "dat aan een ding kunnen denken "bewijst" dat dat ding bestaat." is NIET waarover het gaat. Dat is een denkfout die die grote filo's niet maken.

   

Ursula, ik hoef van jou echt niet te vernemen wat de grote filosofen denken en of ik me erin moet verdiepen (dan ben je trouwens een halve eeuw te laat).

Ik heb je al dikwijls gezegd dat we denkers in hun tijd moeten begrijpen. Als je dat niet kan, en denkt dat Parmenides, Spinoza en Deleuze over hetzelfde spreken, hebben we niet zoveel gemeen. Of niets, feitelijk.

   

Dat Parmenides, Spinoza, Kant, Hegel, Heidegger, Zizek, Lacan en Deleuze telkens (ongeveer met andere accenten) over hetzelfde spreken is niet mijn idee maar het idee van vele academische filosofen die daar nu mee bezig zijn. Trouwens, er verschijnen talrijke interessante boeken en website’s over.

Jij hebt dus niets gemeen met die laatste academische filo's, inderdaad.

   

Ursula,

het is een automatisme geworden en daardoor merk je het niet meer op, maar elke reactie die ik ooit van je heb gekregen alhier (honderden te veel) volgen hetzelfde patroon. Je verandert mijn zin zoals die je het best uitkomt en reageert dan dáár op - nooit op wat ik zeg.

Hier weer:
Ik schrijf: "[Ursula] wij hebben niets gemeen"
Ja antwoordt: "jij hebt niet gemeen met academische filosofen, inderdaad".

Zie je hem? Lees maar eens terug.

Ergo, jouw reacties aan mij zijn niet zomaar kindertaalpomofilo, ze zijn voor mij ook volstrekt irrelevant.

   

Ja ja, ik begreep het. Wij hebben niets gemeen.
Jij jouw versie van 50 jaar geleden, ik mijn versie met de denkers in de laatste 50 jaar. Ik begreep je goed. Alleen zeg ik dat jij dus al jaren niet meer mee bent en daardoor mij (en die academische filosofen) niet begrijpt.
Dat de filo van die laatste 50 jaar jou irrelevant is zien we aan je oppervlakkige lezing.

Van Zijn recht naar autoritaire maatschappij, je moet maar kunnen.

"Zie je hem?" Loud and clear!

   

Ik stoot al op een merkwaardige verschuiving: Parmenides bedoelt met "zijn" het zijn van de dingen. Heidegger, denk ik, heeft het over het "zijn" van zelf.

Als Parmenides zou zeggen "denken en zijn zijn één" dan zou hij bedoelen dat aan een ding kunnen denken "bewijst" dat dat ding bestaat. Nogal een denkfout die nog weinig volgers heeft. Maar alle begin is moeilijk... Plato ging er wel verder mee: hij beaamde dat wat we bedenken (onze ideeën) bestaat, maar dan wel in een andere ruimte, waar alle vormen liggen te wachten. Herinnert aan de fravashi's van de Perzen. De Grieken leefden immers niet in een vacuüm.

   

Ooh, die lieverd van mijn man!

Hij zag mijn ontgoocheling over de goede sint (zonder hoofdletters nu!) en heeft een boek dat reeds in huis lag maar nog niet gelezen even ingepakt en naast mijn high heel pumps gelegd!

“Zizek’s Ontology – A Transcendental Materialist Theory of Subjectivity” van Adrian Johnston.
Mooi, want dat is ‘Maar alle begin is moeilijk...’ reeds lang voorbij.

En zo eindigt mijn vriendelijke lange gedachtewisseling. Een laatste groet…

   

Jij bent de meedenker als je iets ziet wat je kan recupereren voor je postmoderne spinsels. Als het echt ergens over dreigt te gaan ben je wel weer snel weg. Goed zo.

   

;-)

   

Parmenides schreef:

Wat gedacht kan worden kan zijn,
Wat niets is kan niet zijn,
dus alles wat kan zijn is.
Dus wat denkbaar is is.

De kern van zijn gedachten is dat de werkelijke wereld een en onveranderbaar is. Verandering, zegt Parmenides, is een illusie. Zeno formuleerde zijn paradoxen om dit te bewijzen. Plato volgde Parmenides: "wie denkt wat niet is, denkt niet". Wie dat kan lijmen aan Heidegger verdient een pluim.

De atomisten verklaarden verandering net door te stellen dat er tussen de stofdeeltjes "niets" is, en bovendien dat dit niets belangrijk was als bewegingsruimte. Zij noemden de veranderingen, en niet een hogere onveranderlijke wereld, werkelijk.

De metafoor van een autoritaire onveranderbare samenleving in tegenstelling tot de levende en beweeglijke burgerlijke kosmos is duidelijk genoeg.

   

Het Zijn is één en onveranderbaar (Bijvoorbeeld Spinoza’s Substantie)

Kijk hoe dit merkwaardig verschuift, want plots wordt dit in de tekst hierboven:

De werkelijke wereld is één en onveranderbaar.
(Wie niet oplet denkt dat dit over de wereld als zijnde gaat, met andere woorden over jou, mij, een stoel, de hond die blaft, een lekke fietsband… maar dit is niet waar Parmenides naar verwijst.)

Vervolgens wordt het Zijn (de werkelijke wereld van vorige zin) een autoritaire onveranderbare samenleving! Een mooi staaltje van nog verdere verdraaiing. Slordig denken of moedwil?

Want via ‘Verandering in het Zijn is een illusie’ wordt gesuggereerd dat Parmenides stelt dat er geen veranderingen zijn in de wereld voor jou, mij, aan een stoel, de blaffende hond en die fietsband.

Zeno, die dacht Parmenides een dienst te bewijzen met zijn paradoxen, laat, zonder dat hij het doorhad, juist zien dat beweging in ‘de wereld van de fiets’ weldegelijk bestaat. Zeno vergiste zich serieus door ook de wereld van de vliegende pijl en de wereld van het Zijn te mixen.

(Heidegger stak die pluim op zijn hoed in de colleges die hij over Parmenides gaf.)

Uit dit alles een “autoritaire onveranderbare samenleving in tegenstelling tot de levende en beweeglijke burgerlijke kosmos” destilleren is duidelijk genoeg een moedwillig verkeerde metafoor. Let op het plots verschijnen van een burgerlijke kosmos uit Democritus atomen!
Je moet maar durven. Nog even en we gaan van Plato naar NATO!

   

Parmenides, ja. Hadden wij van De Ommekeer ons daar ooit niet eens mee ingelaten?
Ja!

http://filosofie.be/blog/filosofie-en-literatuur/3663/de-bewegingsleer-van-de-tijd/

Wat waaiert de discussie hier uit. Is dat erg? Nou, nee. Zou Areniers trouwens beseft hebben wat hij zichzelf allemaal op de hals haalde?

We citeren en stukje uit het nieuwe boek van Swaab. “Ons creatieve brein”.
U weer dat de wetenschapper Swaab zich nog wel ’s een schertsende opmerking - heel mild trouwens - in de richting van de filosofen weet te maken. Achter een tafel met Herman Philipse maakte hij een opmerking naar de zaal, waar m.i. voornamelijk filosofisch angehauchte lieden zaten. Hij zei: “als ik later een grote jongen ben kan ik altijd nog filosofie gaan studeren.”
Intussen heeft hij genoemd boekwerk geschreven. Voor zover te overzien is het meer dan genoeg het lezen waard. Zeer lezenswaardig, dus.

Een citaat.
“Er blijven principiële verschillen tussen wetenschap en kunst. Het probleem van de wetenschapper moet na de intuïtie en het uitwerken gevalideerd worden, en het moet zo beschreven worden dat het te herhalen is. Pas dan is er waardering voor. Het product van de kunstenaar moet een uniek moment in zich hebben. Wordt het herhaald dan wordt het kunstnijverheid óf plagiaat. Maar dat is niet altijd zo geweest. In het verleden werden schilderijen nogal eens door andere schilders opnieuw gemaakt om te kunnen laten zien dat zij het beter konden.”

Is filosofie Kunst? Of specifieker: “Is POMO kunst?”
Denk daar ’s over na? Wilt u?

Even nog zijn wetenschappelijk “herhaalbaarheid”. Het mutatis mutandis van “onder gelijkblijvende omstandigheden”.
Is dat altijd gegarandeerd? Nee, want de “herhaling” vindt plaats op een ander tijdstip. En “in die tijd” kan er iets … Vul maar in.
Of moet je dat minieme “verwaarlozen”?

   

“Het product van de kunstenaar moet een uniek moment in zich hebben. Wordt het herhaald dan wordt het kunstnijverheid óf plagiaat.”

A - Het idee van de filosoof moet een uniek moment in zich hebben.
B - Wordt het herhaald dan wordt het theorie of navertellen.

A is hetgeen ik aanduid met de filosofische act, dit is die aparte wereld van het filosofisch denken. Waarom apart? Omdat het geen brug slaat tussen subject en materieel object in de wereld maar een brug tussen idee en het materiaal van de idee als idee. (Zijn en logos zijn één.)
B is de leer der verschillende filosofische scholen.

Is filosofie kunst?
Laten we het over de ‘vrije kunsten’ hebben en niet over toegepaste kunsten zoals bvb architectuur.
Meestal is een kunstwerk vervaardigd uit materiaal: verf op doek, stenen of bronzen sculptuur, theater verbindt bvb materiaal met stem en beweging, muziek en zang brengen klanken. Dans is dan weer lijfelijk ‘opzichzelf’.
Filosofie blijft binnen de idee.

Maar beiden, kunst en de filosofische act, verdichten de ruimte van het Zijn en de zijnde.

Filosofen voelen daarom vaak een verbondenheid met de dichtkunst omdat dichtkunst – goede dichtkunst – geen representatie van iets beoogt maar de presentie zelf initieert. Daarin kunnen gedichten aanleunen bij filo.

Is pomo kunst?
Vermits dat woord pomo geen inhoud heeft heb ik geen idee waar zo’n vraag naar kan vragen.
Bedoel je de architectuur die onder die naam gebracht wordt in Amerika?
Of zijn er schilders waarvan jij denkt dat zij onder die naam opereren en wat rechtvaardigt die naam?
Of heeft kunstkritiek dat begrip in de kunsten gebracht en is er pomo-dans? Wat ik wel weet is dat Deleuze onder dansers gelezen wordt voor de materialiteit van de beweging.

   

Zeg, even terzijde. Of min-of-meer terzijde.

De Armeniër startte dit Blog. Onder de titel "Een postmoderne aanzet tot linguïstische anarchie".
Hij heeft zich er verder niet mee bemoeid. Maar hij heeft "toch" wel z'n zin gekregen.
Toch?
Dan zou hij een sluwerik moeten zijn. Onder het motto "laat ik eens een knuppel in het POMO-hoenderhok gooien. Het werpt altijd wel vruchten af. Vruchten die mijn "aanzet" anarchistisch ten goede kunnen komen."

Maar sportief moet je wel blijven. Op jou rust de plicht om de redekavel van tot dusver anarchisch in een "postmodern linguïstisch" te rijgen.
We zijn bizonder benieuwd.

   

Sorry. Daar waar stond "postmodern linguïstisch", daar moet staan "postmodern linguïstisch jasje". Voor alle postmoderne duidelijkheid.

   

Steven,

Ook ik schreef op 30 nov in de eerste bijdrage: “Ben benieuwd wat nog volgt.”

Heb je Areniers zijn blog eens bekeken? Het staat vol zaken die jou zeker interesseren – poëzie, literatuur, filmbeschouwing, zijn thesis over ‘communicatie en pomo’…

   

“Heb je Areniers zijn blog eens bekeken? Het staat vol zaken die jou zeker interesseren – poëzie, literatuur, filmbeschouwing, zijn thesis over ‘communicatie en pomo’…”

Bedankt voor de suggestie. Maar - ondanks jouw lieftalligheid - wou ik er maar van afzien.
Ik wou gewoonweg maar even verder spitten in Swaab. Zegt hij iets over POMO?
In de index zou ’t tussen “positron emissie tomografie (PET)” en “postsynaptisch membraam” moeten staan”. Het onderwerp is echter niet te vinden, en dus afwezig.
Maar ik zat ook verkeerd. Want het nazoeken deed ik in z’n eerste boekwerk “WIJ ZIJN ONS BREIN”.
We moeten dus ook het tweede boekwerk raadplegen. “ONS CREATIEVE BREIN (hoe mens en wereld elkaar maken)”. Maar tussen “pontine tegementum” en “posttraumatisch stresssymdroom (PTTS)” is geen ruimte vrijgelaten voor POSTmodernisme.
Dus Swaab rept niet over de “creativiteit” van het POMO. Terwijl ik zou denken (sic) dat het toch wel een kwabje gegund mocht worden.

Maar geen nood, Ursula, geen nood.
Er zijn andere boekwerken - hier ook wel ’s genoemd - die genoeg soelaas bieden. We hebben de Bijbel. Maar we hebben ook Cervantes en de BARON VAN MUNCHHAUSEN en de “Beelden uit het persoonlijke en openbare leven van de dieren”.

Je had vroeger wel ’s iemand op een fil-forum die heel raak met een vraag kwam. Die luidde “hoe groot is de kans dat als je een aap achter een tikmachine zet dat er dan een werk uitkomt van het kaliber van Shakespeare?”
Die vraag kunnen we nieuw leven in blazen. Shakespeare gewoonweg vervangen door POMO.

   

Mooi, Shakespomo! (Vluchtig bekeken staat er shakesporno!)

'Ons creatieve brein' heb ik ook omdat er veel kleurfoto's met kunst in staan. Maar eigenlijk is het nogal oppervlakkig met korte stukjes. Vind je zelf ook?

   

"Oppervlakkig"?
Dat kan ik nog niet zeggen na een preview van anderhalve dag.

Je weet, Swaab is wetenschapper.
En hij wist - en wij ook - dat er "iets" aan Vincent mankeerde. Zoiets is eveneens te constateren bij andere kunstenaars. Ook schrijvers.
Het "gebruik" van middelen komt bij Swaab eveneens aan de orde. Je zou bijna denken ... lamaar.

   

Oef, bijna 6 december!

   

Tja, oef? Misschien heeft de Sint nog een uitgebreide dagtaak en was het vannacht te koud om over de daken te klauteren met zijn roetmoppen, maar mijn schoentje bleef leeg!

Nu begrijp ik dat andere en bravere kindjes voorrang krijgen dus ik verwacht hem ergens in de namiddag, kan hij een warme kom soep krijgen.

(Roetmoppen zijn echte negerslaven die hem helpen aan een hongerloon. En zo heurt het, komen ze ook eens in vreemde landen!)

   

Steven,

“Op Areniers rust de plicht om de redekavel, tot dusver anarchistisch, in een "postmodern linguïstisch jasje" te rijgen.
We zijn bijzonder benieuwd.”

In de tussentijd stel jij wel de specifieke vraag: “Is POMO kunst?”

Een beetje deconstructivistische poststructuralist – en net daarom geen postmodernist - vindt zo’n vraag te vaag om op in te gaan. Kan je voor mij die vraag een beetje verduidelijken?

Nog een vraagje, verwacht je van Areniers een antwoord in een “postmodern linguïstisch jasje’ – bvb een gedicht ?

   

Ursula,

Ach, deze tekst is toch minnetjes, hoe je het ook bekijkt?
Als poging om iets interessants filosofisch te vertellen valt hij nogal plat.
Neemt men mensen bij de neus? Dan toch alleen mensen die zichzelf gaarne bij de neus laten nemen, mensen voor wie het woord "bevragen" automatisch een onvermoede diepgang krijgt als je het "be-vragen" spelt. Ah, de wonderen der typografie!
Is het een parodie? Dan toch eentje van de uitverkoop bij Lidl. In café De Flinke Filosoof parodiëren ze zulke teksten elke dag.

Hoe het bootje van deze tekst er ook wilde uitzien, ik zag alleen een blad voorbij drijven.

En het idee dat taal niet iemands eigendom is ... Als je dat al Lacaniaans noemt ... Ik ga er van uit dat holbewoners zich al gefrustreerd afvroegen waarom iemand anders verdomd altijd begreep wat ze gezegd hadden, maar niet wat ze bedoelden.

   

“Ach, deze tekst is toch minnetjes, hoe je het ook bekijkt?”
Daarom dat in mijn eerste bijdrage staat: “Ik ben benieuwd wat nog komt.”

Het woord "be-vragen" heeft niet automatisch een onvermoede diepgang, daar heb je gelijk in. En de wonderen der typografie kunnen we even laten liggen, maar wat houd je tegen om dieper te gaan?
De diepere filosofische contouren die het kan aanraken zijn toch gekend, niet. En de diepere vragen die dat poststructuralisme – ik hou niet van dat verwaterde woord postmodern – oproept o.a. via Nietzsche zijn toch ook gekend, niet.
Wat houd je tegen om doorheen de tekst van Areniers inhoudelijk dieper te gaan?

Hopelijk hebben ze in café De Flinke Filosoof bij het parodiëren van zulke teksten een lekker Affligemse.

Inderdaad, je zag wat je zag, alleen een blad voorbij drijven. Ik zag Parmenides, Nietzsche, Heidegger… toch meegenomen op een filoblog.

En het idee dat taal niet iemands eigendom is ... is niet alleen Lacaniaans, zeker niet. Maar hij heeft wel in het spoor van anderen die daar ook mee bezig geweest zijn - wel niet vanaf de holbewoners - een stevige filosofische onderbouwing voor zijn mensbeeld van gemaakt. De dubbelheid van taal is zijn enige uitganspunt!

Op 3 december vroeg ik al, schrijf er eens over.
Wat houd je tegen om het Lancaniaanse verschil tussen het ‘subject van de énonciation’ en het ‘subject van de énonce’ op een iets hoger niveau dan in De Flinke Filosoof te bespreken?

We moeten niet bij de tekst van Areniers blijven, we kunnen erlangs!

   

“Is POMO kunst?”

Kweenie. Misschien kun je er kunstfratsen mee uithalen?

Is

http://filosofie.be/blog/filosofie-en-literatuur/3786/postmodernisme/

een voorbeeld?

Zeg 't maar.

   

Zeg 't maar.

“Als ik ooit gedacht mocht hebben ooit iets van Nietzsche, Kant, Heidegger, Freud, Hegel, Wittgenstein enz. enz. te hebben kunnen opsteken, dan kom ik bij/via X toch wel bedrogen uit. Anders gezegd: X wrijft mij mijn zelfingenomen ijdeltuiterij ongenadig onder de neus. In de vergelijkingen die X tussen en onder al deze vogels opvoert - natuurlijk, zeker, zeer zeker: in het licht van zijn postmoderne insteken - herken ik nauwelijks iets. Of eerlijk gezegd: niets.”

Aha, daar ging het om, je herkende nauwelijks iets!
Het eten smaakt niet zoals thuis, dus… dus is het eten niet te vreten, zoiets?

Steven, als jij Nietzsche, Kant, Heidegger, Freud, Hegel, Wittgenstein stevig achter de kiezen hebt kan het inderdaad zijn dat X er een potje van maakt, dat je zijn zoutloze bereiding niet apprecieert. Of kende je N, K, H, F, H en W onvoldoende?
Zeg zelf, alleen N volledig lezen duurt, eugh, tien jaar? Alles van hem en nog wat over hem, niet? Over N via H is nog eens, eugh, twee jaar? En F!? Twintig jaar?
En dan al die filo’s die je niet vernoemt maar wel gesmaakt hebt? Naast een voltijdse dagtaak op kantoor?
Steven, ben jij 120 jaar oud en nog steeds monter?

“Want de bintenis die Epicrus en Duns Scotus aangaan, laten een nieuw licht schijnen op de door Heidegger onderkende tegenstelling tussen Plato en Kant, die door de latere Wittgenstein, zij het in andere bewoordingen, ook al eens gesignaleerd werd tussen Thomas van Aquino en Augustinus, benevens - in nog weer andere bewoordingen - tussen JongHegelianen en OudHegelianen.”
Je ontwaart ‘t, denken kent geen grenzen.

“Die X moet toch wel een razend knappe man zijn geweest om al dat soort verbanden aan het licht te hebben weten brengen!”
Maar Steven, impliceert dat dan dat jij nog veel knapper bent om al die verbanden als verkeerd aan te wijzen!

Het mooiste zit als laatste in je tekst (van 4273 woorden of 9 bladzijden in corps 11):
“‘Men’ dacht te kunnen aantonen dat ...
De filosofische theorie die ons van
van schijn naar werkelijkheid leidt.”

“Tja, gut, gutgut, guttegut, sakkerlotissimo, sapperdeflappissimo, tjakka ma non troppo.
In mijn pre-postmodernistische naïviteit had ik altijd gedacht dat de metafysica de werkelijkheid naar schijn poogde te brengen.”

Oeps, verkeerd gedacht! De aparte filowereld, of de wereld van het denken, is geen schijnwereld maar even hard als het toetsenbord waarop ik type.

Steven, ben je vergeten ‘Hoe de Ware Wereld tenslotte een fabel ging worden’ van N te lezen?

Groeten

   

‘Hoe de Ware Wereld tenslotte een fabel ging worden’

Ja, daar gaan we soms graag een keer in mee. Merk je dat niet? De Ommekeer spint wel eens garen (probeert wel eens garen te spinnen?) bij al die fabuleuze Wendingen En jaagt de POMO-bolderkar met een vleet aan coördinaten en zoutkorrels wel 's zonder kompas het oerwoud van het "filoland" in.

Bij thuiskomst is het altijd zo dat we het met gemak weer over een andere boeg kunnen gooien. En aldus merken we hoe de zegeningen van de dialectiek kunnen werken.

   

“Bij thuiskomst”

Knusjes veilig en gezellig aan het warme haardvuur gooi je het weer over een ander boeg?!
Dat betekent dat je ‘het fabel worden van de wereld’ niet echt aanvaardt, je doet opnieuw je pantoffels aan! En je zegt tegen je vrouw - één kom snertsoep en nog één kom snertsoep geeft gelukkig twee, oef.
Maar de zegeningen van de dialectiek had je kunnen leren hoe het er in filoland aan toe gaat.

(Steven, die klote sint is niet langs geweest!)

   

"(Steven, die klote sint is niet langs geweest!)"

Ach toch. Dan moet je het opsparen tot de Kerst. Want met de Kerst worden onder de boom ook wel 's surprises uitgedeeld. Het consumentisme verzint heel veel.

Ik wou jou dan trakteren op een boek. Een boek dat ikzelf heb geschreven. Het heet - heel burgerlijk - "Van Sloten".

Geef even officiële naam en adres en postcode. Ik zal het geschenk wikkelen in kerstpapier.

   

Ach, hoe lief. Maar de post weet filoland niet liggen!
Toch mooi van je aanbod.

   

Aliaspg,
een aanvullinkje.

Francois Lyotard schreef in 1982 in zijn opstelletje “Wat is postmodern” dat hij in een Frans weekblad gelezen had “dat er ontevredenheid bestaat over Mille plateaux omdat de lezer zich graag, vooral bij het lezen van een filosofisch boek, met een beetje betekenis begunstigd zou willen zien.”

Nu bijna vijfendertig jaar later herhaalt zich diezelfde vraag naar betekenis: “Ik stel (vrijblijvend) voor het postmoderne discours in alle stilte te begraven en die takken van de filosofie ernstig te nemen die ons echt vooruit kunnen helpen; ethiek, politiek, geschiedenis, esthetiek, logica…”

Let op het bekende demagogische trucje – het echte! Iets dat ons écht vooruit helpt.

Dus geen… eugh… filo op filo.nl.
Jawel, jawel wordt gezegd, maar dan liever hapklare ethiek? Wat dat dan zou zijn? Regelgeving?
Liever hapklare politiek van lekkere verontwaardiging? Politiek zonder ontologische bevraging?
Liever esthetiek van het behaaglijke mooie? Niet Hegel over esthetica?

Ach, vijfendertig jaar verder en nog steeds dat reactionaire! Reactionair in de oproep tot ‘het simpele’.

Kijk, daartegen verzet zich ‘Het Postmoderne’!

   

Ursula,

Iemand - ik ben vergeten wie - heeft ooit over een filosoof gezegd - ik ben vergeten wie - "hij geeft je de woorden, maar de betekenis moet je zelf leveren."

Je kunt dat een banale observatie vinden, je kunt dat net heel erg diepzinnig vinden.

Maar hoe je het ook bekijkt, deze tekst is een banale illustratie bij die quote. Of je hem nu ziet als filosofie, misleiding of parodie.
Mijn verbeelding wordt er niet door geprikkeld.

   

"hij geeft je de woorden..."

inderdaad, filosofie geeft je coördinaten - (woorden).
En de invullende betekenis moet jezelf leveren, en als het kan binnen de gegeven coördinaten. Kan je dat omdat het je prikkelt, okee.
Prikkelt het niet, voel je de coördinaten niet, dan is het ook okee.

Alleen vindt degene die wel mee is dat laatste soms spijtig, want zaken delen is fijner.

   

“Bekende proponenten van deze stelling zijn bijvoorbeeld Stephen Hawkins, Lawrence Krauss en Jerry Coyne - geen onderdeurtjes dus.”

Lawrence Krauss kom ik tegen bij Markus Gabriël “Waarom we vrij zijn als we denken” op blz 80/86.

Voor wie het interesseert.

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie