De dans van de Doos

In de blog: Tijd en zijn reacties: 35 pdf print

De eerste van twee teksten die stammen uit 1991-1992, geschreven toen ik een jaar of zestien was. Reden van plaatsing: vermoedelijk is dit zo ongeveer de enige webstek waar ik iets dergelijks kan delen. Naïef denkwerk in een oeverloos pretentieuze stijl. Opmerkingen zijn, zoals steeds, welkom. Wie weet zit er wel genoeg stof in om een discussie op gang te brengen.

De dans van de Doos

Abstract

Het is me er in dit werk vooral om te doen enkele begrippen, zo niet, individuele opvattingen over verscheidene begrippen, inbegrepen God als opperwezen, de natuur als logisch proces en de daaruit voortvloeiende consequenties, in hun filosofisch perspectief nader toe te lichten.

Het zij wel gezegd dat de volgende, soms niet helemaal te doorgronden en veelal abstracte onderwerpen, het product zijn van een eigen opvatting, dewelke, zo hoop ik, eventuele subjectieve meningen over desbetreffende zaken niet zal dwarsbomen. Het zou evenwel een waar genoegen zijn, mocht mijn schrijven een hulp wezen voor de verdere uitbouw of wederherziening van persoonlijk denkwerk.

1.De Doos

Het feit dat het Universum leeft, behoeft geen commentaar. Van het moment dat ergens in het heelal een denkend organisme valt te bespeuren, verklaren we het als zijnde levend. Met het dode heelal wordt een heelal zonder intelligent bewustzijn bedoeld, meer bepaald een heelal dat niet existeert volgens de bovenstaande redenering. Het feit dat de Doos –het Universum– er dus altijd is geweest en er ook altijd zijn zal, reikt dus heel wat verder dan de tastbare realiteit en wat we in staat zijn te observeren.

Indien er ooit absoluut niets was, dan bepaalde dat niets het toenmalige Universum, waarbij het niets wordt beschouwd als existerend in absolute zin. Samengevat: als er ooit niets was dan was er iets, namelijk niets en behoeft het Universum aldus geen halt te kennen. Integendeel, in plaats van een discontinuïteit met enkele hiaten, is het Universum een volstrekte continuïteit. Zo komen we uit bij een nog groter holistisch geheel dan datgene wat de huidige wetenschap beslaat. Om de Doos in al haar facetten te vatten, dient ze niet enkel strikt wetenschappelijk te worden benaderd, maar tevens op een hoger filosofisch, metafysisch en zelfs esoterisch vlak.

Als het Universum moet worden opgevat als een Doos, dan rijst meteen de vraag in wat zich die Doos bevindt. Uiteraard is een afdoend antwoord daarop zeer moeilijk. We kunnen enkel stellen dat de Doos zich in niets bevindt, maar als we echter weten dat ook het niets wordt opgevat als behorende tot het Universum zitten we in de aap gelogeerd. Op die manier komen we in een straat zonder einde terecht. Door te veronderstellen dat de Doos zich in het niets bevindt, breiden we het begrip Doos steeds verder uit. Zo zouden we kunnen stellen dat zelfs de Doos zich nooit ergens zal bevinden, maar er wel steeds zijn zal. Eveneens leiden we hieruit af dat de Doos bij voorbaat een onafgewerkt proces is, daar ze zichzelf steeds opnieuw herneemt.

2.De dans

Het Universum adapteert zich aan zijn innerlijke toestand. Die innerlijke toestand is de natuur, een logisch proces. De natuur of het geweten van het Universum volgt strikt logische patronen die als in een deterministisch heelal reeds van bij het begin zijn vastgelegd; indien men überhaupt over een begin kan spreken, gezien de eeuwigheid van het Universum. Het feit dat de natuur steeds evolueert, zorgt ervoor dat het Universum in zijn geheel wordt aangepast; Het adaptatieproces van de Doos nomen we de dans. De dans is echter zeer ingewikkeld en zelfs zodanig complex dat we hem nog niet volledig kunnen grijpen. Dat leidt tot een wereldbeeld van totaal indeterminisme: er gebeuren nu eenmaal teveel zaken waarvoor geen oorzaak kan worden gevonden, vooral in de elementaire deeltjesfysica.

De opvatting van een natuurlijk indeterminisme is sterk gegroeid met de opkomst van de kwantumtheorie. Voorheen, in de klassieke Newtoniaanse mechanica, stelden geleerden als Newton dat de natuur volledig deterministisch was en aldus aan zeer strenge wetten gebonden is. Die wetten zouden bijgevolg een uitleg kunnen verstrekken voor elk verschijnsel dat zich mogelijks in de natuur kan voordoen. Dankzij verschillende van die wetten kon men inderdaad voorspellingen maken bij macrosystemen, meestal met een gunstige afloop. Dat ging echter helemaal niet meer op voor microsystemen. Daar snelde de kwantummechanica ter hulp en werd het indeterminisme geïntroduceerd.

3.Noodzakelijke manipulatie

Het logische proces van het heelal ontsnapt ons tot nu toe echter nog steeds. Het indeterminisme zou dus een welbepaald gevolg van de logische natuur kunnen zijn. We worden namelijk zelf gemanipuleerd door de natuur, ook wel de eeuwige of noodzakelijke manipulatie genoemd.

Het is die noodzakelijke manipulatie die tevens verantwoordelijk is voor het ontstaan van het godsbegrip, althans in de vorm van een bewust rationeel wezen. Rationaliteit wordt immers opgewekt in het intelligente menselijke wezen onder invloed van de natuur –het Universum, de Doos–, door de manipulatie van het logische proces. Simultaan met die rationaliteit ontluikt tevens het begrip God als de personificatie van een menselijke gedachtestroom en dus niet als de intelligente verpersoonlijking van het globale holistische systeem. De manipulatie zorgt voor een virtuele godheid opgewekt in een stream of consciousness als een gevolg van de psychische menselijke nood aan een eeuwig houvast, waarop men steeds kan terugvallen en die alle problemen, zowel morele als wetenschappelijke, oplost met de imminente tegenwoordigheid van een verlossende Deus ex machina.

4.De tijd

Tijd is intrinsiek aan de Doos. Zodra de Doos bestaat, bestaat tijd. Aangezien het Universum geen begin noch een einde kent, is ook de tijd steeds een constante geweest. Tijd is een maat voor continue verandering. Het gaat echter veeleer om een abstract begrip dan om een tastbare realiteit. Het feit dat de dingen veranderen en de Doos bijgevolg danst, is het werk van de tijd. Meer nog, de verandering zelf is tijd.

Hoewel de tijd zelf aan de natuur is onderworpen, neemt hij een uiterst belangrijke plaats in als een van de principiële factoren die aan de basis liggen van de dans van de Doos. Daarop wordt bovendien teruggekomen in "Theorie der relativeringsruimten en de metafysische aspecten van het niets en de oneindigheid", een werk dat tracht de wetenschappelijke methode te volgen. We vinden er enkele wetten in terug waaraan de natuur, het Universum, dient te gehoorzamen. Alles vindt plaats in zogenaamde relativeringsruimten (een ruimte of een klein stukje afgesplitst Universum dat dienst doet als observatiegebied, waarbinnen men de relativiteit van zindeeltjes onderzoekt; met een zindeeltje wordt elk mogelijk existent deeltje bedoeld, inclusief gedachtegolven, emoties en andere non-materiële begrippen. Een zindeeltje hoeft dus niet noodzakelijk elementair te zijn; de complexheid wordt bepaald in het gewenste observatiecriterium). Een van de wetten zegt het volgende:

"Elk existent zindeeltje, dus geen irreële of imaginaire zindeeltjes, is uniek."

Op de wet volgt de onderstaande noot:

"Er bestaat geen identiek zindeeltje; zelfs “hetzelfde” deeltje is, op verschillende tijdstippen, niet identiek aan zichzelf, op een vroeger tijdstip, door de continue verandering als gevolg van de tijd."

Irreële of imaginaire zindeeltjes vallen onder de non-materiële begrippen. De toestand van de Doos wordt in hoge mate bepaald door de tijd. Een volgende wet zegt:

"Elke toestand in de totale ruimte (inclusief de totale ruimte) kan worden verkregen door de sommatie van een eindig of oneindig aantal partiële toestandstermen, al naargelang de gezochte toestand."

De totale toestand, of het Universum, kan enkel worden verkregen door de sommatie van een oneindig aantal partiële toestandstermen als gevolg van de continue temporele verandering.

5.Holisme en vrije wil

Hoewel "Theorie" zich bijwijlen lijkt te beroepen op het existentialisme, moeten we de tekst eerder situeren in de uiterst abstracte metafysica. Niet, zoals in het existentialisme, wordt de tastbare realiteit op zich aangepakt, maar wordt het pad geëffend naar dat wat de realiteit omsluit: een globaal holisme, vóór alles een krachtiger instrument dan het reductionisme. Zo is de vrije wil niet reductionistisch en eenduidig bepaald voor ieder op zichzelf staand individu, maar wel door het overheersende, collectieve holisme en ligt hij op een vreemdsoortig gedetermineerde wijze vastgeketend in het door de natuur geïndoctrineerde menselijke bewustzijn.

Met andere woorden, er bestaat geen vrije wil in de letterlijke door de taalsemantiek opgelegde betekenis, maar er heerst een soort psychologisch surrogaatbewustzijn dat louter de uiterst misleidende en hoogst manipulerende indruk wekt een vrije wil te bezitten. Die wil benadert tot op een bepaalde hoogte inderdaad de theoretische en utopische wil en kan daarom, als in een mathematische limietfunctie, worden aangenomen vrij te zijn omdat we hem eenvoudigweg als zijnde een deterministisch opgelegde en uiterst geloofwaardige indruk kennen. Kortweg wordt die foutieve indruk getransformeerd in een virtueel besef dat wij ervaren als dé realiteit.

6.Het punt

Wanneer iets gebeurt, dan stond het vast dat dit moest gebeuren, want indien het niet gebeurd was, stond het vast dat het niet zou gebeuren. Een voorval is altijd het logische gevolg van een voorafgaande stap en ligt bijgevolg reeds vast zodra de eerste stap wordt gezet. Die eerste stap kan echter een samenspel zijn van zeer uiteenlopende factoren, maar steeds ligt iets vast vóór het effectief gebeurt.

Het aantal oorzaken voor bepaalde specifieke gevallen die zich nú voordoen is uitermate complex, maar zij kunnen hypothetisch worden teruggevoerd op een initieel punt: het theoretische veroorzakingspunt dat zich in de oneindigheid situeert als gevolg van de continuïteit van het Universum. Het punt is niet fictief, doch kan nooit worden bepaald. Het is het onbewogen bewegende aan de basis van de Doos. De term onbewogen beweger werd reeds gebruikt door Aristoteles in de betekenis van God. God als een rationeel denkend wezen is echter uitgesloten omdat intelligentie bij voorbaat een samenspel van oorzaken vereist wegens de complexiteit van het denken. De enige, weliswaar abstracte metafysische betekenis die het veroorzakingspunt kan worden toegeschreven, is de volgende: het veroorzakingspunt dat zich situeert in het oneindige, is het punt dat –niet bestaand– is en dat wat bestaat veroorzaakt.


Tags
geen tags

Reacties (35)

   

Oei, Areniers...ik weet niet of je filosofie.be al lang kent...verwacht je hier met deze tekst/inhouden maar aan een tsunami... ;-)

   

Ach Livinus, je moet Areniers niet bang maken.

De tekst is geschreven toen hij zestien jaar was en een vijfdejaars havo die “Het Universum adapteert zich…” schrijft, mooi toch.
Hij schrijft dat het “… een eigen opvatting (is), dewelke, zo hoop ik, eventuele subjectieve meningen over desbetreffende zaken niet zal dwarsbomen.” Eigen subjectieve opvattingen van zestienjarigen zijn vaak onvolwassen en overdreven. Zie een zin als: “Om de Doos in al haar facetten te vatten, dient ze niet enkel strikt wetenschappelijk te worden benaderd, maar tevens op een hoger filosofisch, metafysisch en zelfs esoterisch vlak.” Zelfs op esoterisch vlak!?

Areniers, de blogteksten die je aanbrengt sinds 2014 zijn wel steviger, waarom plaats je nu een jeugdtekst?
In ‘De mogelijkheid - Preambule’ (sept 2014) zeg je bijvoorbeeld:
“Laten we de consequentie niet verloochenen en daarom het laatste stadium van onze kennis betreden, opgaan in het enige ware: de Opperste Symmetrie, het Punt.”
In je jeugdtekst eindig je ook met deze oproep: zoek “de onbewogen bewegende”!

Er zit dus wel een constante in je teksten, een zoektocht naar het Zijn.

“Op geen enkele wijze is de realiteit-als-zijnde door de bestaansentiteit te verifiëren of te falsifiëren; zij is slechts onderwerp van geloof of ongeloof. De niet-noodzakelijkheid geeft echter de doorslag in het voordeel van het ongeloof.” (De Mogelijkheid - De einddagen)
Heeft Badiou’s wiskunde je iets bijgebracht “Om het onderscheid tussen zijnde en bestaande duidelijk te maken” zoals je vraagt in je tekst ‘De Mogelijkheid - Metafysica en tijdlijkheid’.
Want je schrijft in ‘De Mogelijkheid - God en transcendentie’:
“Vervolgens is het onderscheid tussen ‘zijnde’ en ‘bestaande’ aan de orde, de zogenaamde nd-en (spreek uit: enden). De nd-en ontstaan uit de Mogelijkheid. Elk element van de onaftelbare oneindigheid aan mogelijkheden (te representeren door de verzameling der reële getallen), behoort tot de zijnden.”
Badiou werkt uit waarom sommigen ‘in de ban’ van een zijnde kunnen geraken, en er zelfs vervolgens hun hele leven voor wagen. Of, in jouw woorden, die “De dans” aanvatten ondanks dat de beslissing “echter zeer ingewikkeld is en zelfs zodanig complex dat we hem nog niet volledig kunnen grijpen.” Wat evenwel niet leidt “tot een wereldbeeld van totaal indeterminisme.”

“Hoewel "Theorie" zich bijwijlen lijkt te beroepen op het existentialisme, moeten we de tekst eerder situeren in de uiterst abstracte metafysica. Niet, zoals in het existentialisme, wordt de tastbare realiteit op zich aangepakt, maar wordt het pad geëffend naar dat wat de realiteit omsluit: een globaal holisme, vóór alles een krachtiger instrument dan het reductionisme.”

Dit laatste is misschien een goede inzet om verder mee-te-denken. Waarom sluiten existentie en filosofie, in jouw voorstelling, niet aan elkaar zonder hol metafysisch te worden?

Het “veroorzakingspunt” dat zich situeert in het oneindige, is het punt dat –niet bestaand– is en dat wat bestaat veroorzaakt.
Dat veroorzakingspunt moet niet in het verleden of de toekomst gezocht worden maar in het ‘denken’ nu. Er zijn filosofen die juist hierover hun hele leven nadenken en schrijven, nu nog!

(Het herlezen van je teksten deed me afvragen, hou zou het met Valère Brabke zijn?)

   

Re: livinus

Als ik kan zeggen dat ik een tsunami heb veroorzaakt (in goede zin dan), dan lijkt me dat mooi meegenomen! :-)

Je moet de tekst inderdaad wel nemen voor wat hij is, zie de inleiding.

   

Re: Ursula

Iemand die bang is voor reacties (van welke aard dan ook), post zijn werk maar beter niet op een filosofieforum. Nee, het maakt me niet uit welke reacties er volgen. Alleen houd ik uiteraard het meest van geargumenteerde replieken en reacties waaruit blijkt dat men op zijn minst moeite heeft gedaan om de tekst te begrijpen en in dit geval te plaatsen in zijn context.

Ik vind het alvast leuk om te lezen hoe je meteen het verband met De Mogelijkheid legt. Ik heb zelf het vermoeden dat filosofen en denkers allerhande in hun teksten telkens weer op zoek zijn naar dat ene ding (wat het ook is) dat hen sinds een welbepaald kantelmoment in hun leven bezighoudt. Dat is misschien de reden waarom deze oude, onbeholpen tekst hier staat. Omdat je het vervolg niet ten volle kan plaatsen zonder de oorsprong te kennen, het volledige verhaal als het ware.

In mijn zoektocht, die nu zo'n 25 jaar aanhoudt, is dat wellicht één van de meest verrassende ontdekkingen geweest... dat alles, en zo goed als werkelijk alles, reeds van bij het begin aanwezig was. Het komt er maar op neer hoe je het leest en interpreteert. Alles wat volgt is een HERinterpreteren en met wat geluk verrijken van dat ene inzicht/vraagstuk van lang geleden. Hoe dan ook, het was die ontdekking die me vervolgens deed inzien dat ik me verder moest concentreren op de act van de (her)interpretatie zelf.

En ja, het denken houdt pas op met de dood.

Bedankt voor je reactie.

Alvin

   

“Eén van de meest verrassende ontdekkingen geweest... dat alles, en zo goed als werkelijk alles, reeds van bij het begin aanwezig was.”
Dit is een mooi punt om vanuit te gaan. Ongeacht of dit nu ‘echt waar’ is kan je dit idd stellen. Een wijsneus zal snel inbrengen dat toch niet álles reeds van het begin aanwezig was, maar ach… die oprisping negeren we even.

“Het komt er maar op neer hoe je het leest en interpreteert.”
Inderdaad, dingen zijn nooit ‘zoals ze zijn’ maar worden pas in hun invoering ‘zoals ze zijn’. Ik sluit me aan bij ‘de act van de (her)interpretatie zelf’, je zal wel zien dat ik dat ook doe met ‘oude filosofen’.

“… het veroorzakingspunt dat zich situeert in het oneindige, is het punt dat – niet bestaand– is en dat wat bestaat veroorzaakt.”
Hoe zie jij, buiten een neurobiologische verklaring als ‘wij zijn onze hersenen’, een veroorzakingspunt in het denken dat wat gedacht wordt veroorzaakt. En dan niet ‘ik wil een appel’ maar een filosofische gedachte in verhouding met dat veroorzakingspunt. Ik zie een filouitspraak niet als ‘zomaar’ iets zeggen, of als een mening. Meningen zijn er zat, zet je tv maar aan!

Ik zie een filo-uitspraak als een act of ‘een dans’ die volgt en gedragen wordt door onze betrekking tot het zijnde dat wij niet zijn, en het zijnde dat wij zelf zijn, of, een stem die klinkt vanuit een ‘gestemd zijn’. Maar voor mij is dat niets spiritueels of holistisch!

Wat denk je?

   

de filosofie had je vroeg te pakken. Ben je er ook wat mee gaan doen?

   

Re: LeonH

Ja, ik was al snel gebeten door de filosofiemicrobe en ook door de fysicamicrobe. En in de loop der jaren heb ik heel wat bij elkaar geschreven in de hoop alfa en beta te verzoenen (niet altijd een dankbare taak). Uiteindelijk heb ik noch een filososfie-, noch een natuurkundediploma op zak, maar de 'drive' om de zaken uit te schrijven is nooit uitgedoofd.

Iets wat ik ondertussen ook geleerd heb, is dat de academische wereld in het geheel niet zit te wachten op een 'indringer' van buitenaf. Toch nog toe zijn al mijn pogingen tot toenadering mislukt (en dan ligt het niet noodzakelijk aan de inhoud, want zelfs tot het doornemen van een document, laat staan het lezen van een synopsis, komt het niet bij die mensen). Werkelijk niet te penetreren, dat wereldje.

Nu ja, so be it. Ik doe gewoon verder met m'n ding.

   

“‘De academische wereld in het geheel’ zit niet zit te wachten op een 'indringer' van buitenaf.”

Bedoel je de filosofisch academische en wat versta je daaronder? Je hebt concreet teksten aangeboden aan een vakgroep of personen? Of aan een gespecialiseerd tijdschrift?
“Want zelfs tot het doornemen van een document, laat staan het lezen van een synopsis, komt het niet bij die mensen”. Of is ‘dat wereldje’ de fysicawereld?

En waarover ging je schrijven? Hetzelfde als hieronder?
"Theorie der relativeringsruimten en de metafysische aspecten van het niets en de oneindigheid." een scriptie met mogelijke ondertitel:
“Een werk dat wetenschappelijke methodes volgt.”

Denk jij metaforisch aan CERN als je schrijft:
“Alles vindt plaats in zogenaamde relativeringsruimten (…) het observatiegebied waarbinnen men de relativiteit van zindeeltjes onderzoekt; een zindeeltje is elk mogelijk existent deeltje, inclusief gedachtegolven, emoties en andere non-materiële begrippen. Zindeeltjes hoeven niet noodzakelijk elementair te zijn.”
Areniers, moet dit laatste klinken als ‘elementaire deeltjes’?

En in je scriptie aangeboden aan de ‘academische wereld’ staan zinnen als;
"Er bestaat geen identiek zindeeltje; zelfs “hetzelfde” deeltje is, op verschillende tijdstippen, niet identiek aan zichzelf, op een vroeger tijdstip, door de continue verandering als gevolg van de tijd."
"Elke toestand in de totale ruimte (inclusief de totale ruimte) kan worden verkregen door de sommatie van een eindig of oneindig aantal partiële toestandstermen, al naargelang de gezochte toestand."

Of formuleer je de zaken vijfentwintig jaar later iets anders?

   

Ursula,

In dat aangehaalde stukje wordt inderdaad verwezen naar elementaire deeltjes.

En ja, wees gerust, ik formuleer de zaken 25 jaar later net iets anders. Zie daarvoor mijn eerdere blog entry "Room to wiggle". Dat geeft een beter idee. Ook daar weer, omzeggens geen reacties.

Waar ligt het aan? Niet interesaant genoeg, te ver van m'n bed, niet relevant, te moeilijk? Ik zelf heb geen idee, want ik krijg zero feedback.

Ik kom nog terug op de vraag uit je vorige repliek. Zoals het een goede denker betaamt, ben je sterk in het formuleren van vragen. De antwoorden zijn echter niet altijd even evident, noch kant en klaar.

   

Areniers, ik heb je blog overlopen en je hebt veel geschreven – over film!, poëzie, audio, getekend en veel meer. Er staat zelfs een interview, mooi. Je thesis ‘Chaostheorie als een postmoderne analogie voor public relations’ ga ik eens rustig lezen.
Over film, heb je Zizek ‘Schuins bekeken’ gelezen? Lacan verklaard met Hitchcock en omgekeerd! (Hij staat tweedehands bij ‘de Slegte’.)

   

De nieuwe post "Of/Of" is in wezen een antwoord op je vraag uit je commentaar.

   

Areniers,

Dat ik hier niet gereageerd heb, komt doordat ik het al heel snel niet eens ben met je visie. Je lijkt het universum in te denken als een container, en dat is nu juist wat het niet is. Een container heeft bijvoorbeeld een buitenkant, het universum niet. Om de metafoor door te trekken; een doos kan je van buiten bekijken, wegbergen, inventariseren. Al deze dingen kunnen niet met het universum. Het universum beschouwen als een van de objecten is hetzelfde als de som van alle mogelijke getallen een waarde toekennen. Het universum behoort niet tot de categorie van objecten.

Het misverstand is niet nieuw: in oude mythes, tot het Mesopotamisch scheppingsverhaal dat we in Genesis terugvinden en talrijke big-bangconcepten, is het universum een manipuleerbaar object, en we zouden moeite moeten doen om met die traditie te breken.

   

Siger,

Nogmaals, je moet deze tekst vooreerst in zijn context zien zoals ik in de inleiding probeer duidelijk te maken.

Verder, de Doos is helemáál geen containerbegrip (en ik snap heel goed dat de term 'doos' wellicht het tegenovergestelde laat vermoeden); in latere teksten -en hier wellicht veel te mank uitgedrukt- wordt duidelijk dat de Doos eerder iets vóór-werkelijks is dat modaliteitsgewijs gestalte geeft aan dat wat we met het begrip "zijn" zouden kunnen aanduiden. Hoe het voorwerkelijke dan weer wordt verwerkelijkt is stof voor nog andere teksten.

Dit werkje is natuurlijk wat het is, een naïeve start.

Toch bedankt voor de reactie.

   

Rondom de eeuwwisseling mochten wij een discussie voeren op Usenet met een persoon die het zogenoemde psychisch monisme van een zekere Heymans was toegedaan. Heymans was psycholoog en/of filosoof. Als pscholoog heeft hij enige bekendheid gekregen met een kubus. In die kubus wist hij alle smaken van de Persoonlijkheid op te bergen. Systematisch dus; en heel niet slecht.
Als filosoof was hij de pleitbezorger van het zogenaamde “psychisch monisme”. De retoriek die hij hierbij van stal haalde - iets met scheikundige proefjes - zag er in den beginne “onderbouwd” uit. Maar de conclusies konden we niet delen. Kijk, dan zetten Wij van De Ommekeer er de tanden in. Met de redenering “als een conclusie zo flagrant in strijd is met de werkelijkheid, dan moet de onderbouwing een lek laten zien”.
Het werd een “leuk” spelletje. Waarbij wij dat psychisch monisme als een variant van het “solipsisme” wensten op te vatten. En daar is meer dan genoeg tegen in te brengen en af te dingen.
Nou kunnen we die hele discussie wel proberen hier op te voeren. Maar dat wordt allemaal te langdradig.
Eén incident willen we dit forum niet onthouden. Dat zit ‘m in het feit dat twee gesprekspartners elkaar “vonden” in dat psychisch monisme. Wij bestreden beider argumenten. Maar dat mocht niet baten. Ze werden arrogant. We mochten niet tussenbeide komen. “Je ziet toch dat ik met XXX in gesprek ben.” Of “merk je niet dat ik midden in het betoog met YYY zit.” Of zinsneden van gelijke strekking.

Ja, dit schoot ons te binnen, toen we dat verhaal over de “doos” lazen. Het solipsisme in een nieuw jasje?

   

Steven,

Het valt te begrijpen waarom je een vermoeden koestert dat dit "doos"-verhaal een solipsistische insteek heeft. Een eerste lezing laat die interpretatie zeker toe, maar naderhand (niet noodzakelijk in deze tekst) zal blijken dat alle zelf-referentialiteit hoogst betrekkelijk en in wezen contextueel is, waardoor het solipsisme eerder wordt uitgekleed dan wel een nieuwe jasje aangemeten krijgt.

   

Je zet me op scherp.
Laaiend zelfs.

Maar het is ook "spot"-dichtwaardig.
Probeer ook 's een beetje "logisch" te denken. Desnoods met zelfspot.

Het is voor ons volstrekt onbegrijpelijk dat iemand zonder schaamrood op de kaken de begrippen "interpretatie", (zelf-)referentialiteit, betrekkelijk, "in wezen" probeert uit te melken.
En dan reppen we nog niet eens van "context". Maar daar hebben we eerder al eens ons gal op gespuwd. Het zou je sieren als je het nazocht.

   

Een kopij van de memo over het inperken van de toegelaten terminologie is altijd welkom.

Waarom zou om het even wie op dit forum zich overigens moeten inlaten met zelfspot? Laten we het maar houden op argumenten en tegenargumenten om tot een vergelijk te komen.

Tot slot, laat het duidelijk wezen dat om het even welke repliek allerminst is opgesteld met het voornemen iemand op de kast te jagen.

   

Nou Siger heeft wel gelijk dat je weinig kunt zeggen over de buitenkant van het universum. Ik denk dat als je zou betogen dat er een eindigheid aan het universum zit, eindige grenzen, waar oneindig tegen aan gebotst kan worden, dat je dan wel weer een logisch vermoeden hebt. Iets kan toch niet oneindig zijn zonder constante weerkaatsing?

   

Dag Blogschrijver
Als we de bijbel erbij halen dan bestaan er drie hemelen, twee die we als mens meteen snappen: de hemel van de vogels, die van het heelal. De derde is die van ons opperwezen : God.
Ook gebruikt u te term 'universum' dit wil zegen met één zin, of één vers. Inderdaad: in het beginne schiep god hemel en aarde. Dus tijd ruimte en materie. Dit impliceert dat 'God' buiten de tijd staat; inderdaad de derde hemel.
Dus uw begrip doos is alles omvattend met uitzondering van de derde hemel, waar tijd niet bestaat...
Groetjes Pauls

   

Nog even een aanvulling op de "de dans van de doos". 't Is een beetje mosterd na de maaltijd. Maar desalniettemin. We hebben "iets" kunnen terugvinden op onze vaste schijf. We zouden zeggen: lees het en probeer te beoordelen of het iets te maken heeft met jouw bijdrage.

Hier komt ie.

De Parafrase.

In verband met het Solipsisme.
Het spectrum van de “ervaringen” net iets anders benoemen dan te doen gebruikelijk is. De ankerpunten (de discretiseringen) een stapje opschuiven. Zodat ze niet meer samenvallen met die van anderen..
Maar let wel; het spectrum, het scala, de range blijft dezelfde reikwijdte behouden. Als zodanig: niets nieuws onder de zon. Behalve dan het “tot elkaar komen”.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Parafrase

Omdat er over is gerept en omdat het ook impliciet is aangesproken.

Iets over Solipsisme.

Dat begrip rolt hier i.v.m. onderhavige discussies wel ’s over de vloer. Hoog tijd om er een paar wijze woorden aan te wijden. Want laten we wel wezen, als we met dat solipsisme hebben afgedaan dan geeft dat het Denken weer ruim baan. Het Solipsisme staat - impliciet of expliciet - aan de wieg van heel veel drog. Het is de bakermat van de uitwijk.
Het werd o.i. in het geding gebracht door de Grote Roerganger alhier
“Het hele universum bestaat slechts in de geest van de waarnemer.” Dus extreem autisme?

Een gedachte-experiment. Doe het met z’n tweeën. (A en B.)
Elk krijgt een lat van gelijke afmetingen. De latten zijn ook gelijk geschaald - zeg van één tot en met tien. Laat A en B die dingen ergens op de vloer neergooien.
Stel nu dat die vloer niet de vloer in een woonhuis is, maar het heelal. Stel he?
Dat heelal kent geen vaste ijkpunten. Het kent geen “boven” en “beneden”, geen “links” en “rechts”, geen “achter” en geen “voor”.
(Binnen het heelal kunnen mensen natuurlijk altijd vaste referentiepunten kiezen. Hetgeen ze ook altijd wel gedaan hebben. De aardse dingen. De aarde zelf. De zon. Andere hemellichamen. Het verschil in positie is dan altijd een verschil t.o.v. dat (vaak impliciet) gekozen referentiepunt.)
Maar goed. Onze vloer is het standpuntloze heelal. Dat hadden we afgesproken. Het verschil in positie tussen beide latten kent daarmee geen punt meer waaraan ze hun verschil kunnen relateren. Er is dus geen verschil. De latten mogen op elkaar worden gelegd.
Voer deze actie uit.
Schakeer op de latten de ervaringsmodi, zoals daar zijn: verbeelding, droom, fantasie, mijmeren, herinneren, schouwen, opgaan in, of (nog intenser) in het heetst van de strijd verkeren. Nu zouden we een hele boom kunnen opzetten over de manier waarop die nuanceringen precies tot uitdrukking moeten worden gebracht op die schaal. Zou er nog zoiets als rangorde van toepassing moeten zijn? Een bepaalde graad van intensiviteit qua werkelijkheidservaring? Interessant wellicht, maar in het kader van dat solipsisme niet erg relevant. Voor het gemak nemen we gewoonweg twee punten, zeg 1 en 2: realiteit en droom.
Tussen A en B ontspint zich nu een dialoog. We proberen er zo getrouw mogelijk verslag van te doen.
A: “Eigenlijk is de hele wereld een droom. Datgene wat ik denk werkelijk mee te maken, datgene wat ik denk te ervaren leeft alleen maar in mijn verbeelding. Het is niet werkelijk. Als ik een glas voor me zie dan is dat geen werkelijk glas, het is alleen een glas in mijn verbeelding, in mijn hoofd. Mocht ik dat glas vastpakken, dan ervaren mijn tastzintuigen iets van weerstand. Maar dat geeft mij nog niet het recht om het glas “werkelijk” te noemen. Drink ik de wijn er uit, dan proef ik iets. Maar buiten dat proeven is er niets.”
B: “En datzelfde zou voor mij moeten gelden?”
A: “Precies.
B: “Maar, A, maar. Als die realiteit waar jij het over hebt dan zo hoognodig droom moet heten, waar moet ik dan met mijn dromen heen? Want het staat voor mij als een paal boven water dat ik droom en werkelijkheid van elkaar kan onderscheiden.”
A: “Is dat zo? Volgens mij vloeien ze in elkaar over.”
B: “Welnee. Het komt echt maar heel erg weinig voor dat, als ik wakker word uit een droom, ik die droom voor iets aanzie dat werkelijk is gebeurd. Meestal weet ik gedroomd te hebben. Soms schrijf ik ze ook op, die dromen. En heel soms noteer ik er ook een duiding bij.
(Die haal ik doorgaans weg bij Freud - zijn Traumdeutung, bedoel ik. Als ik van speldenkussens hebt gedroomd dan had ik stiekem vrouwenborsten op het oog gehad. Om van die tunnels maar niet te spreken.)
En van dat opschrijven en dat duiden weet ik ook glashelder dat ik dat werkelijk doe.”

A sputtert nog wat tegen, maar geeft uiteindelijk toe dat ook hij duidelijk een grens tussen realiteit en droom weet te trekken.

Een zelfde redenering is voor de andere modi uit te voeren. Dat gaan we niet allemaal nog een keer overdoen. Algemeen en formeel gesproken komt het er dus op neer, dat als 1 eigenlijk 2 is, dat dan 2 niet meer 2 kan zijn. Dus 2 schuift op naar 3. 3 naar 4. Enzovoort. 10 valt buitenboord, tuimelt het heelal in, maar weet zich nog bijtijds vast te klampen aan het begin van de lat. Daar is gelukkig nog een plaatsje vrij.
Het enige wat we met dat solipsisme zijn opgeschoten, dat is een soort definitie-verschuiving. Maar, omdat we in het heelal verkeerden zonder vast referentiepunt, laat deze hele exercitie het scala aan ervaringsmodi onverlet. Het solipsisme is dus gewoonweg een schijnprobleem. Om de wijsgeren van de straat te houden, of zo?

Verder bestond er ook nog een wet. En die noemt zich “The law of requisite variety”. Die wet speelt hier op de achtergrond een belangrijke rol.

https://en.wikipedia.org/wiki/Variety_(cybernetics)

Heeft “eenheid in verscheidenheid” hier nog iets mee te maken?

https://nl.wikipedia.org/wiki/In_varietate_concordia

Verder is er nog een associatie met het “out of the box denken”.

http://searchcio.techtarget.com/definition/out-of-the-box

   

Dag Steven,

Een lange bijdrage van je, fijn. Hier enkele vrije gedachten.

[“Het hele universum bestaat slechts in de geest van de waarnemer.” Dus extreem autisme?]
Als deze uitspraak ontkent dat er een ‘harde wereld is daarbuiten’ - bijvoorbeeld de boom waarin je kan klimmen en desnoods uitvallen – is het extreem autisme, inderdaad.
Als deze uitspraak benadrukt de we de ‘harde wereld daarbuiten’ steeds bemiddeld zien is het geen extreem autisme maar het ‘autisme’ van onze bemiddeling.

[Een bepaalde graad van intensiviteit qua werkelijkheidservaring? Interessant wellicht, maar in het kader van dat solipsisme niet erg relevant.]
Deze opmerking geldt alleen voor het extreem autisme. In de bemiddeling is er zeker intensiviteit.

[Eigenlijk is de hele wereld een droom. Datgene wat ik denk werkelijk mee te maken, datgene wat ik denk te ervaren leeft alleen maar in mijn verbeelding.]
Maar het is vast en zeker 100% werkelijk in ons bemiddeld autisme! Ons ‘objectief-subjectieve’!
Niet te begrijpen als paradox of oxymoron dat we snel even logisch oplossen en de denkfout aanduiden! Dan verwarren we, zoals jij Steven – vermoed ik toch, ‘extreem autisme’ met ‘bemiddeld autisme’.

Je verhaal met A en B is dan ook naast de kwestie! Mooi gevonden, dat wel, maar niet terzake in het beschouwen van solipsisme. A vergist zich, hij vergeet de scheiding ‘extreem/bemiddeld’ en B heeft er zelfs geen weet van!
Die wil – zoals velen -naar ‘de enige echte harde niet te betwijfelen wereld’ De stumperd!

Het toont dat “out of the box denken” stevig vastzit “in de box’.
Groeten.

   

Over het solipsisme.

Voor het niet-dialectische materialisme is de subjectieve waarneming een vervormde ‘pathologische’ bevooroordeelde ‘reflexie’ van de ‘objectieve’ werkelijkheid die, ontologisch volledig geconstrueerd, buiten het subject bestaat, ‘onafhankelijk’ van het subject.

Voor het transcendentale idealisme wordt de ‘objectieve’ werkelijkheid zelf geconstrueerd door de subjectieve daad van de transcendentale synthese. Het ware standpunt van het idealisme is niet het solipsistische (‘er bestaat geen objectieve werkelijkheid, alleen onze subjectieve representaties ervan’); het idealisme beweert integendeel dat het op-zichzelf van de ‘objectieve werkelijkheid’ zeker moet worden onderscheiden van de louter subjectieve representaties – haar idee is alleen maar dat het de synthetische daad van het transcendentale subject zelf is, die de veelvoud aan representaties tot ‘de objectieve werkelijkheid’ transformeert.

Kortom, het standpunt van het idealisme is niet dat er geen op-zich-zelf zou bestaan, maar dat het ‘objectieve’ op-zichzelf door het subject in oppositie met de subjectieve representaties wordt geponeerd.
Het dialectisch materialisme aanvaardt de fundamentele ontologische premisse van het idealisme (de transcendentale subjectieve constitutie van de ‘objectieve werkelijkheid’) en VOEGT daaraan de premisse toe dat dit ontologisch poneren van een ‘objectieve werkelijkheid’ altijd al ‘bevlekt’ is, ‘besmet’ is, met een eigenaardig object dat aan het ‘universele’ gezichtspunt van de werkelijkheid een merkwaardige ‘pathologische’ draai geeft.
Dit eigenaardige object is dus de paradox van een ‘pathologisch apriori’, van een eigenaardig object dat, precies omdat het radicaal ‘subjectief’ is, dat de constructieve transcendentale universaliteit schraagt.
Met andere woorden, dit vreemde object, is niet alleen ‘de objectieve factor van de subjectivering’ maar ook precies het tegenovergestelde, ‘de subjectieve factor van de objectivering’.

Het traumatische reële (dit is niet ‘de werkelijkheid’) is dus juist datgene wat ons verhindert tot het innemen van een neutraal-objectief gezichtspunt op de werkelijkheid, een vlek waardoor onze heldere blik op de werkelijkheid vervaagt.

Wij zijn door onze subjectpositie van waaruit wij spreken altijd al betrokken, altijd al geëngageerd.

Er bestaat geen meta-taal die ons in staat stelt om de samenleving te begrijpen als een gegeven ‘objectieve’ totaliteit, aangezien wij altijd al ‘partij kiezen’. Het feit dat er geen ‘neutraal’, ‘objectief’ concept van iets bestaat, is dus de cruciale ontstaansgeschiedenis van dat ‘iets’, van deze notie.

   

Dit alles is schatplichtig aan ‘De Baard van Slovenië’.

   

Ursula, deze tekst is voor ons zeer bruikbaar. In één van onze "verhalen" valt het heel goed in te lassen. Die verhalen ressorteren onder een bepaalde "noemer". Dat vindt zijn oorzaak in het feit dat wij nog wel 's systematisch proberen te denken. Die noemer is op onze vaste schijf een aparte map gegund met de naam "fantastische filosofie".
Natuurlijk, natuurlijk, je zult jezelf in die verhalen niet expliciet herkennen als persoon. Maar aan de andere kant zou het je ook niet vreemd moeten voorkomen.

Kijk, wij van De Ommekeer zijn enigszins geniepig. We "stelen" wel 's. Maar ons "geniep" gaat niet zover dat we het niet zouden willen erkennen. Eigenlijk zijn we dus bloedeerlijk.

Is er niet 's keer geciteerd "daar kun je niet terecht; dat is een forum voor onwetenden, trollen en gevaarlijke gekken"?

Ja! En hoe vaak het ook als zodanig benoemd mag zijn geweest, de ziekte blijft woekeren. Van welke kant je het ook bestrijdt, altijd is er onnavolgbaar weerwoord. En omdat het onnavolgbaar is schijnt het "juist" filosofie te zijn. Wij, Ursula, begrijpen niet wat je bedoelt met een aparte "filo-wereld", waar je talloze keren van weet te reppen. Filosofie is geen Vak. En dan ook nog 's een Vak wat overal bovenuit weet te stijgen? Wat een pretenties. Eerst dien je een "gewoon" vak voor je rekening te nemen. En als er dan nog "vragen" resten zou je 's kunnen buurten bij Centrale Interfaculteit. Maar als die vragen "er" nog niet zijn? Blijf dan weg bij de wijsbegeerte. Je schiet - hoe brutaal en eigenzinnig ook - bokken.
Connie Palmen is zo iemand die zich verbeeldde dadelijk maar "hoog" te moeten beginnen. De Wetten (haar eerst Roman) hebben we gelezen. En toen dadelijk gedacht: wat een pretenties. Maar de gewichtige Connie staat niet op zichzelf. 't Is een breder verschijnsel.

De Armeniër die, om welke redenen dan ook z'n kans schoon ziet om hier allerlei teksten, vol met wijsgerig idioom, neer te pleuren is o.i. een volstrekte idioot. O, hij kent een aantal begrippen, hij kent namen. Maar wat hij er idiosyncratisch van breit? Totale nonsens. En als jij - Ursula - daar serieus op ingaat dan voelt die idioot zich op één op andere manier ondersteund. En drijft de idioterie nog een wikkel hoger.

Nu kan het zijn, Ursula, dat je het met opzet doet. Om te weten hoe onzin zichzelf kan opfokken. Vooral ook als je associaties met prutser Spinoza en koeterwaalse postmodernisten in stelling meent te kunnen inbrengen.
Wellicht speel je een Sokaletje?
Dat is dan goed gelukt. En het proza van die Armeniër is goed te exploiteren in een (kluchtige?) roman.

   

“Wij, Ursula, begrijpen niet wat je bedoelt met een aparte "filo-wereld", waar je talloze keren van weet te reppen.”

Dat had ik al door, vandaar jouw denigrerende opmerkingen als “een forum voor onwetenden, trollen en gevaarlijke gekken" of “totale nonsens”.

“Filosofie is geen Vak.”
Dat is net wat ik uitentreuren herhaal en herhaal!

Filosofie is geen kennis, geen parate kennis. Het is een ‘act’, of, een manier van denken die telkens opnieuw aanvangt. Dat maakt het bijzonder en behorend tot een aparte wereld – “filo-wereld” inderdaad.
Een filosoof vangt wel aan mét, of reageert óp iets uit de wereld, maar niet met zijn parate vaste kennis. Hij wil ook niet dat ‘iets’ concreet vatten als overeenkomst tussen ‘idee’ en dat ‘iets uit de werkelijkheid’. Hij zoekt geen extrinsieke coherentie tussen beide! Dat doet de wetenschap, de psycholoog, de antropoloog…

Spinoza kwam iets anders op het spoor! Onnodig te herhalen wat want dat heb ik uitvoerig verspreid over verschillende blogs keer op keer uitgelegd. En, met die manier van denken beschouwde hij bvb wel politiek en ethiek, zeker. Daarover deed hij dan weer ‘gewone uitspraken’.

Maar, met Spinoza vangt een denken aan van het filosofisch subject en dat is niet de mens van vlees en bloed! Dat filosofisch subject is de cesuur!
Denken zonder subject is… eugh… gewoon denken in de gewone psychologische, politieke, economische… wisselende imaginaire wereld. (Dat woord imaginair is op filosofie.be ook nooit begrepen, spijtig.)
Denken met, door en vanuit het subject is een ‘act’ en wordt dan pas de naam filosofie waardig. De denkende verhouding ‘subject’ en ‘iets in de wereld’ gaat een intrinsieke coherentie vormen ‘IN de Idee’, los van iets concreet in de wereld.

Herlees 11:08 zou ik zeggen maar het gaat niets helpen.

Toch bedankt om uitvoerig te antwoorden en duidelijk te zeggen dat je (of de majestueuze WE) er niets van begrijpt (begrijpen). Maar dat had ik al lang door.

Steven, ik meen, samen met mijn denkcompanen elke letter die ik schrijf.

   

op zich niets nieuws voor de fenomenologie, die wel nog een beslissing moet nemen voor de eenheden waarin fenomenen bekeken worden. Is dat het tastbare, het voelbare, het vertelbare?

   

Niks nieuws met de fenomenologie?
Dit is de breuk met de haar! Het traumatische reële (dit is niet ‘de werkelijkheid’) is de fenomenologie onbekend.

   

Fenomenologie dacht de werkelijkheid zelve te 'laten spreken'.

   

Kan je dat traumatisch reeele nog wat toelichten dan? is dat ook van Zizek, die zegt dat de Natuur gek is bijvoorbeeld?

   

Zizek neemt dit over van Lacan.

   

Ik ben meer Bergsoniaan. Dat de wereld/de fenomenen een kwestie zijn van gebrek aan verwerkingsvermogen.

   

Kijk, dat wijzen Zizek en Lacan in het spoor van Kant en Hegel juist af.

Er is geen wereld/fenomeen rijkelijk en chaotisch buiten het 'verwerkingsvermogen'. Zie 11:08, want dat betekent niet dat er geen bomen, rivieren, vrouwen, mannen, dieren... zijn.
Het is geen solipsistisch denken.

Ook het Oosterse denken meent dat we gescheiden zijn door de taal van een meer 'vollere, rijkere, echtere, diepere... wereld' die we niet kunnen kennen.

Hegel zal je uitleggen waarom ze zich vergissen.

   

De jonge Nietzsche ging ook uit van een scheiding tussen taal en werkelijkheid tot hij het later anders zag, bvb in 'Hoe de ware wereld een fabel werd'. Toch is Nietzsche nooit losgekomen van zijn eerste benadering en zwalpte hij tussen beide denkwijzen.

   

Ik denk dat als ik de keuze moet maken tussen "het Ene" of "het Vele" dat ik dus eerder ga voor "het Ene" waar de gebeurtenissen met oneindige snelheid plaatsvinden, en een gebrek aan verwerkingsvermogen een consistente en niet specifiek solipsitische wereld oproept, dat gebeurt dus ook naast je, en ingrijpen is meedoen aan de gebeurtenissen.
Maar ik kan me wel voorstellen dat "het Vele" als beeld adequater lijkt, omdat het zondermeer als realiteit kan gelden, zonder verklaringen, zonder vragen.
Het is mijn gebrek dat ik een verklaring nodig heb.
Hegel's verklaring vind ik dan weer zo ongeloofwaardig systematisch.

   

“Kijk, wij van De Ommekeer zijn enigszins geniepig.”
“Nu kan het zijn, Ursula, dat je het met opzet doet. Om te weten hoe onzin zichzelf kan opfokken. Wellicht speel je een Sokaletje?”

Kijk hoe geniepig me een vriendelijk ogende uitweg aangeboden wordt: “Wellicht speel je een Sokaletje?”! Een uitweg aan wat?

Aan ‘het verdikt’ dat toch al vaststaat, dat wel even via deze omweg wordt uitgesteld, en afhankelijk van mijn keuze beslecht. Maar mijn keuze doet niets terzake, het besluit is al genomen: “Idiote Onzin!!’

Stevens ‘keuze-aanbod’ is daardoor geen echt aanbod, geen ‘offer from a gentleman’ waarbij mij lieflijk een ‘gezichtsverlies’ voorkomen wordt. Dat gezichtsverlies is er al! De geste is een leeg gebaar.

Nog geniepiger is dat mijn ‘gezichtsverlies’ alleen voorkomen kan worden door ‘echt’ mijn gezicht te verliezen. Ik zou de rol moet opnemen van het (in mijn ogen achterlijke) duo ‘Bric&Sokal’!
Wat een manoeuvre wordt hier boosaardig ineengeknutseld! En dat alles onder het mom van een ‘aanbod’.

De kans is groot Steven dat je vreemd opkijkt, omdat jijzelf jouw lege gebaar niet doorhebt.
(Kijk, nu geef ik hem de kans op een uitweg, grappig toch.)

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie