De paradox van het geluk
Terwijl sommigen zich uitputten in rationele godsbewijzen denk ik dat ‘geloof’ een puur praktische zaak is: het vervult een bepaald praktisch verlangen. Maar dat verlangen of religieuze geneigdheid is naar mijn idee niet iets waarmee de mens geboren wordt en dat in een hersenscan zou kunnen worden aangetoond, zoals bv. Philipse lijkt te geloven, maar is een reactie op een ‘existentieel’ probleem waar elk mens mee wordt geconfronteerd. In dit blog leg ik uit wat ik daarmee bedoel.
Het doel van het leven
Zodra behoeftig leven een zeker reflectievermogen heeft ontwikkeld, gaat zo’n organisme zich doelen stellen. Dan dringt zich bijna ook onvermijdelijk de vraag op wat het doel van het leven überhaupt is. Dat doel is er echter niet, zoals ook de wetenschap, bv. de evolutietheorie, leert. In feite wordt de mens elke dag opnieuw geconfronteerd met de doelloosheid of leegte van het bestaan. Dat kwelt het reflecterende wezen: het wordt er zelfs depressief van. De vraag naar de zin van het leven is echter een objectieve vraag: als zodanig is het een vraag waarop de wetenschap ons inderdaad kan bevestigen in ons vermoeden dat er geen zin is. Maar subjectief stellen wij ons evengoed alsmaar doelen in het leven en zoals Aristoteles al wist is het uiteindelijke doel van al die verschillende, directe doelen: geluk. Elk mens streeft naar geluk. Daar doen we het allemaal voor: daarvoor komen we uit ons bed en ondernemen we dingen in plaats van dat we geconfronteerd met de leegte en objectieve doelloosheid blijven liggen of zelfmoord plegen.
Het leven is een hel
Maar dat geluksstreven is ten diepste een paradoxaal ding. Normaliter berusten onze doelen op onze behoeften: we hebben bv. honger en gaan dan op zoek naar voedsel. Maar zolang ons handelen is gebaseerd op behoeften en ons doel dus behoeftebevrediging is, is het geluk dat ermee wordt bereikt slechts negatief en tijdelijk, dat wil zeggen de tijdelijke opheffing van pijn. Behoefte verwijst immers naar een gebrek (Engels: ‘need’), zodat het doel van voedsel ons slechts tijdelijk verlost van een pijn (de honger). Zolang we dus onze doelen afstemmen op onze behoeften, worden we in wezen slechts geconfronteerd met onze pijn en de tijdelijkheid van de verlossing ervan zodra we het doel hebben bereikt. Zoals Schopenhauer uitvoerig heeft geïllustreerd komt er ook nooit een einde aan deze ellende: niet alleen bereiken we vaak onze doelen niet zodat we in pijn blijven leven, maar ook als we onze doelen wel bereiken schieten we er in wezen nog niets mee op omdat er altijd weer nieuwe behoeften ontstaan en er nooit positief geluk wordt gevonden.
Ascese als ontsnapping
We bevinden ons aldus in diepe misère: we worden alsmaar voortgejaagd door onze pijn zonder ooit geluk te vinden en als we er objectief naar kijken dan zien we slechts leegte en doelloosheid. Het leven is objectief volstrekt zinloos, op zijn best een komedie die op onze lachspieren zou werken als we niet zelf de actoren zouden zijn (daarom is elk levensgetrouw toneelspel of een komedie of een tragedie of beide tegelijk), en subjectief niets minder dan een hel waaruit we niet kunnen ontsnappen. Of is er toch een ontsnappingsmogelijkheid? Schopenhauer geloofde in kunst maar vooral in ascese om uit de hel van het leven te ontsnappen: kunst maakt van ons belangeloze toeschouwers waardoor we even onze eigen pijn vergeten (vergelijk de werking van verdovende middelen) en de ascese als ‘versterving van de wil’ of ‘onthechting van het leven’ slaat de bijl aan de wortel van het probleem: ons willen. Negeer je behoeften, ontken het leven en zijn impulsen en driften: alleen dan stopt het eeuwige rad van Ixion. Ongetwijfeld hebben veel religies wortelen in dergelijke levens- en wilontkennende oefeningen om de pijn van het leven te ontwijken.
God to the rescue!
Maar er is nog een andere manier om jezelf en daarmee de levenspijn ‘kwijt te raken’: je kunt je verbeelden dat het leven in objectieve zin wel een doel heeft. Je kunt je een God voorstellen die de wereld geschapen heeft volgens een ontwerp en met een doel (hetgeen overigens iets contradictoirs heeft zoals de Grieken al wisten: waarom zou een volmaakt wezen nog iets willen?). Ook dit is in praktische zin een vorm van jezelf verliezen omdat religie slechts de ultieme vorm is van de menselijke praktijk waarin het individu paradoxalerwijs het persoonlijke geluk vindt door zichzelf op te offeren voor een hoger doel. Want de grote paradox van het geluk is dat het ons uiteindelijke doel is maar tegelijkertijd onbereikbaar is zolang we ernaar blijven streven. Misschien is dat ook de paradox van het liberalisme dat berust op het individu en zijn recht naar eigen geluk te streven maar zo het individu op zichzelf terugwerpt en daarmee berooft van zijn geluk (in dat verband is het ook interessant dat de vraag naar de zin van het bestaan bovenal een modern probleem is en bv. in het werk van Shakespeare telkens terug komt). Geluk vinden we slechts wanneer we niet meer om onszelf geven en niet meer naar ons persoonlijk geluk streven – welk egoïsme en streven zoals Schopenhauer heeft laten zien immers alleen maar ellende oplevert – maar onszelf verliezen hetgeen het makkelijkste lukt door onszelf ten dienste van iets ‘groters’ – een hoger willend subject en doel – te stellen: bv. van een bepaalde traditie of gezamenlijke missie (bv. de studie van de filosofie), van de familie, natie of mensheid (bv. nationalisme of naastenliefde) of van de wil van God (religie). Waar boeddhisten misschien een radicale zelfversterving voorstaan, resulterend in het ‘niets’ (Nirvana), zijn wij gewend onszelf te verlossen – en zo ons paradoxalerwijs te ‘bevrijden’ – door ons te onderwerpen aan een hogere macht of doel. God staat voor de ultieme hogere macht en doel: het is onze wijze van onszelf verlossen in extremis. Het is een wijze van verlossing die niet gepaard gaat met inactiviteit of stoïcisme, maar juist stimuleert tot productiviteit en passie (waarbij de passief ontvangen ‘passie’ juist leidt tot actie).
Kierkegaard
Ik denk dat bovenstaande enigszins in lijn is met bv. Kierkegaards opvattingen (interessant in dat opzicht is dat Kierkegaard diep geraakt was door Schopenhauers denken en zichzelf als de ‘inverse’ van Schopenhauer opvatte). De grondstemming van het bestaan is voor Kierkegaard altijd ‘angst’: de onbenoembare maar evengoed verontrustende ongenoegen en leegte van het bestaan. In de ‘esthetische’ fase streeft het individu naar genot, bedwelming en bevrediging van zijn behoeften, maar vroeg of laat ontdekt het individu dat hij hierdoor niet gelukkig wordt maar slechts tijdelijke verdoving van zijn levenspijn vindt en niet werkelijk existeert. Een tweede fase is het objectieve en rationele, maar juist dit verlies van het subject maakt alles zin- en betekenisloos. De subjectiviteit is de waarheid, maar dit moet geen terugkeer zijn naar de esthetische fase maar een radicale keuze voor God: alleen in de onderwerping van het individu aan het Subject pur sang vindt de mens zijn ware existentie en – in zekere zin – het geluk (al is het misschien beter te zeggen dat de gelovige voor Kierkegaard kiest voor het lijden en zo het lijden zich ‘eigen’ maakt in plaats van het hem te laten overkomen en ervoor te willen vluchten).



Reacties (9)
Beste Porphyrios,
In de laatste alinea van jouw bijdrage lezen we: "De subjectiviteit is de waarheid, maar dit moet geen terugkeer zijn naar de esthetische fase maar een radicale keuze voor God: alleen in de onderwerping van het individu aan het Subject pur sang vindt de mens zijn ware existentie en – in zekere zin – het geluk".
Het inderdaad correct om het geloof te zien als diep menselijk antwoord op het existentiële probleem van de menselijke conditie. Het waren vooral Sartre, Camus en andere Franse existentialisten die de absurde zinloze aard van een wereld zonder God treffend onder woorden hebben gebracht. De moderne kosmologie leert dat het universum zal blijven uitdijen zodat uiteindelijk alles wat bestaat zal verdwijnen in een grote donkere koude leegte. Zonder God is er dan ook niets dat in ultieme zin betekenis of zin heeft. Er zijn geen ultieme doelen of waarden. Als God niet bestaat dan is ons leven intrinsiek betekenisloos, zinloos en doelloos. In ons dagelijks leven vergeten wij dit weliswaar en gaan wij uit van het tegendeel, maar als God niet bestaat dan is dat niets meer of minder dan een illusoire schijnvertoning. We zouden onszelf bedriegen, elke dag weer. In dit licht is geloof in God een alleszins gerechtvaardigde existentiële keuze.
Dit alles sluit echter niet uit dat er daarnaast ook goede rationele argumenten zijn voor theïsme en bovendien tegenwerpingen zoals "Een perfecte God schept niet" rationeel kunnen worden weerlegd. En argumenten en weerleggingen van tegenwerpingen zijn inderdaad in ruime mate voorhanden. Sterker nog, het is nu juist de hechte combinatie van existentiële rechtvaardiging én rationele onderbouwing dat theïsme tot zo'n enorm courante wereldbeschouwing maakt.
Groet,
Emanuel
Beste Porphirios,
Ik stel mij de relatie tussen levensdoel en geluk altijd voor alsof ze in het woordenboek zo vermeld staan:
Geluk zie levensdoel
Levensdoel zie geluk
Leg maar eens aan een echte Boeddhist uit dat zijn leven zinloos is en geen betekenis heeft zonder God.
Beste Stefan,
Wat moet een boeddhist met God?
Beste Rutten; je stelt zelf dat: "Als God niet bestaat dan is ons leven intrinsiek betekenisloos, zinloos en doelloos. In ons dagelijks leven vergeten wij dit weliswaar en gaan wij uit van het tegendeel, maar als God niet bestaat dan is dat niets meer of minder dan een illusoire schijnvertoning. We zouden onszelf bedriegen, elke dag weer. In dit licht is geloof in God een alleszins gerechtvaardigde existentiële keuze."
Wel een boeddhist zal hiervoor simpelweg de schouders ophalen. Eigenlijk geef je zelf al het antwoord dat zingeving helemaal niet hoeft af te hangen van een god. Voor een boeddhist is geloof in god geen noodzaak, maar daarom is zijn leven nog niet doelloos, betekenisloos of zinloos.
Voor wie het leven zin wil geven:
De zin van het leven is de zin in het leven.
Als je zin hebt in het leven, is de vraag nar de zin van het leven geen zinnige vraag.
De 'zin in' is zin genoeg.
Waarom zou je geen zin hebben in het leven als het eindig is, of als niemand je voorschrijft, hoe te leven?
Koester je honger en je geniet dubbel van je maaltijd.
Er is al genoeg onontkoombaar leed.
Nergens voor nodig een drama te maken van de gewone menselijke staat.
Natuurlijk is er verlangen naar groter, duurzamer geluk.
Benut dat verlangen om tot groter en duurzamer geluk te komen ipv het op te blazen tot onontkoombaar tragische dimensies.
Jeroen
Beste Jeroen,
Ik weet niet of je het weet, maar er zijn een hoop mensen op de wereld die géén zin in het leven hebben. Moeten die er dan maar een eind aan maken? En als je die mensen zou willen helpen waarom dan? Als je ze weer zin in het leven wil geven, moet daar een reden voor zijn. Dan is er dus iets dat belangrijker is dan de zin in het leven zelf.
Een arts wil mensen gezond maken. Maar doet hij dat enkel vanwege die gezondheid, of vanwege het feit dat gezonde mensen meer uit het leven kunnen halen? Met andere woorden: is gezondheid (of zin in het leven) een doel op zich of moet je er ook iets mee doen?
Beste mensen,
De paradox van het geluk
Tekst: Elk mens streeft naar geluk.
Waar gaat het om, wat is geluk?
Volgens mij is de essentie van geluk LIEFDE. (je één weten)
Een jongen die heerlijk met een voetbal in de weer is, kan op dat moment totaal één zijn met de bal, met zijn spel. Ook wanneer men één is met zijn werk/hobby geeft het een geluksgevoel. In de natuur kan je je heel bijzonder opgenomen voelen in het geheel wat groeit en bloeit.
Eenwording, verwondering bij het zien van bv. een kunstwerk, een landschap, een bloem of een dier, bij de geboorte van een kind of als we bemerken dat iemand echt om je geeft. En andere prachtige momenten. Overstelpende gelukservaringen. We objectiveren niet meer. Bij éénwording / liefde, staat de ratio even buitenspel.
Op die momenten zijn we één, zijn we in relatie met hetgeen, wat zich aan ons openbaart. Die momenten zijn werkelijk en tijdloos. Je komt in een niets en een alles. De "ik - gij" houding, t.o. de objectiverende "ik - het" houding. [Martin Buber]
Wij zoeken dus LIEFDE.
………………………………………………………………..
Tekst: … maar ook als we onze doelen wel bereiken schieten we er in wezen nog niets mee op omdat er altijd weer nieuwe behoeften ontstaan .….
Hieruit concludeer ik dat we naar de volmaakte liefde verlangen. …. En elke stap in de goede richting geeft blijvend geluk.
………………………..
Tekst: …….. omdat religie slechts de ultieme vorm is van de menselijke praktijk waarin het individu paradoxalerwijs het persoonlijke geluk vindt door zichzelf op te offeren voor een hoger doel.
Wat is de essentie van religie: Je naaste beminnen als jezelf.
Voor een buitenstaander lijkt het, in moeilijke situaties, opofferen. Voor degene die liefheeft is het vanzelfsprekend de ander te mogen bijstaan. Men voelt zich één met die ander! Het bestaat, maar is niet te verklaren.
Als men het wil verklaren ontstaat de paradox.
…………………………………………
Tekst: De grondstemming van het bestaan is voor Kierkegaard altijd ‘angst’: de onbenoembare maar evengoed verontrustende ongenoegen en leegte van het bestaan.
Angst is de tegenhanger van Liefde. Het is de blokkade van het geluk.
Angst belemmert vrijheid,
Angst overwinnen is groeien in liefde.
Angst overwinnen is geluk,
Angst overwinnen is leven.
(n.b.: Ik geloof in God >>>>>> God is Liefde.)
Leo Raaphorst.
---
Bewerkt door l.raaphorst op Jun 04 12 10:54
Beste Porphyrios,
of het geluk een parodox, een tegenstrijdigheid in zich heeft hangt denk ik enkel van van de wijze waarop je het begrip 'geluk' definiëert. Wie geluk ziet als een ver te bereiken doel en iets dat een blijvende toestand zou moeten zijn, die gaat natuurlijk het geluk nooit vinden en voor deze is het dan wellicht iets paradoxaal.
Maar wie leeft in het moment en niet te veel streeft naar geluk, die zal in zijn gelukkige momenten gelukkig zijn en in de momenten waarin hij niet direct reden heeft om gelukkig te zijn toch nog niet zo ongelukkig zijn omdat hij niet met het "pijnlijk verlangend uitkijken naar weerom wat geluk" bezig is. Want het bewustzijn van en bezig zijn met de behoefte, met het verlangen maakt ongelukkig (zoals je zelf ook beaamt).
Toch kan in het verlangen een zeker geluk zitten. Het verlangend uitkijken naar iets dat je wil kopen waar je lang voor gespaard hebt kan in je wensdromen en gedachten al veel voldoening schenken. Soms bljkt zelfs als men dan eenmaal het verlangde bezit meteen ook het mooie geluksgevoel verdwijnt. De realiteit is vaak minder mooi dan de illusie....
En wat is geluk? Ik denk simpelweg een 'welgevoelen' hebben hier op aarde binnen haar beperktheden. Het zijn dan ook momentjes of pozen...maar HET geluk bestaat denk ik niet.
En aan Emanuel Rutten: ik zie toch zo veel lieve goede sociale jongeren vandaag die stralen van geluk en die nog nooit over God gehoord hebben en die het leven niet zin-loos vinden. (en die met die zin-vraag ook niet overdreven veel bezig zijn zoals veel filosofen en theologen). Dus niet panikeren mocht het geloof ooit helemaal uit de mensheid verdwijnen, er zullen altijd gelukkige mensen blijven of ze zullen het geluk wel ergens in vinden.
---
Bewerkt door livinus op Jun 09 12 9:33
Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen
Aanmelden of Registreer plaats een reactie