De Griekse sofisten

In de blog: Over de ethiek van de seculiere samenleving reacties: 5 pdf print

Tot de zevende eeuw voj. bleef Griekenland bescheiden in de schaduw van de hoogontwikkelde beschavingen van Perzië en Egypte.

Tijdens de Perzische Oorlogen werden nieuwe denkbeelden naar Griekenland gebracht door geleerde vluchtelingen. Deze Perzische denkbeelden waren zelf al beinvloed door oudere Aziatische en Afrikaanse begrippen.

Terzelfdertijd verrijkte Athene zich in het oorlogsbedrijf, en werd zo een magneet voor deze nieuwe ideeën.

De eerste Griekse filosofen leefden in Azië onder Perzisch bewind. Heracleitus leefde in Efese onder de Perzen, net zoals meestentijds Thales, Anaximander en Anaximenes in het naburige Milete. Dat Heracleitus en Anaximenes de wereld zagen als een eeuwig vuur is een beeld van Perzische (zoroastrische) oorsprong. Het thema van eeuwig heilig vuur komt trouwens ook in de bijbel voor (vb. 2Macc 1:19-36).

Nadat Teos in opstand kwam, werd het door de Perzische heersers in 540 voj vernietigd. Haar Griekse bevolking vluchtte en stichtte Abdera, waar later Protagoras and Democritus zouden leven. Rond dezelfde tijd ontvluchtten Pythagoras en Xenophanes Azië naar Zuid-Italië. In 494 voj. werd Miletus, na een opstand tegen het Perzische bewind, geplunderd, en werd de bevolking gedeporteerd.

De nieuwe intelligentsia in Griekenland splitsten zich grofweg in twee hoofdgroepen, gericht op twee bevolkingsgroepen.

De eerste groep vond gehoor in paleizen en bij rijke machthebbers. Hun mening was dat wijsheid bedoeld was voor een kleine groep "natuurlijke" leiders en absoluut was. Ze waren anti-democratisch. Zij stichtten besloten groepen van welgestelde leergierigen, met eigen riten en rituelen, gebaseerd op een geheime leer zoals het orfisme (steunend op Orfeusmythes) of het Pythagoreanisme. Plato stichtte zijn academie in Athene. Pythagoras stichtte zijn sekte in Croton, en Xenophanes vertrok naar Elea, een stad die in 535 voj gesticht was door andere vluchtelingen. In Elea beinvloedde Xenophanes Parmenides, tot dan een volgeling van Pythagoras.

Dan zijn er nog de filosofen die sinds Plato minachtend "sofisten" genoemd worden. Deze filosofen richtten zich op de opkomende burgerij en zwierven van stad tot stad. Net als professoren vandaag, waarvan velen hen vandaag verguizen, lieten ze zich betalen voor hun lessen. Ze staan het meest bekend omdat ze lesgaven in debatteren, een erg nuttige bekwaamheid voor democraten, maar geminacht door anderen die vonden dat discussiëren enkel tot de opstandigheid van onbekwamen leidde. Verder waren de "sofisten" sceptisch tegenover zowat alles wat als vanzelfsprekend beschouwd werd, van slavernij tot tirannie tot geloof in goden. Dat betekent echter niet dat de sofisten enkel twijfel en verwarring voortbrachten. Ze verdedigden een democratische samenleving. Hun kennis van de wiskunde werd ook door tegenstanders erkend, en herhaaldelijk werden hen gevraagd wetten te schrijven voor nieuwe kolonieën. Dat laatste is interessant. Volgens Plato en anderen die geloofden in absolute wetten die slechts door een kleine groep Gouden Mensen begrepen werden, begrepen de sofisten, zonder het overdreven relativisme aan te hangen dat hen toegedicht werd, dat wetgevingen een menselijke aangelegenheid zijn.

In A History of Western Philosophy van Ralph McInerny worden enkele gekende sofisten besproken:

Protagoras van Abdera

Over Protagoras bestaat een legende dat hij werd ingewijd door Perzische Magi (zoroastrische priesters), maar ook dat hij een leerling was van de beroemde atomist Democritus, de grondlegger van de Westerse wetenschap wiens boeken Plato liefst verbrand had. Bekende uitspraken van Protagoras zijn:

Van de goden kan ik niet weten of ze bestaan en ook niet of ze niet bestaan en evenmin hoe ze er uitzien; want er zijn veel dingen die in de weg staan om dat te weten, namelijk de onduidelijkheid hierover en het feit dat een mensenleven zo kort is.

Van alle dingen is de mens de maat, van de dingen die zijn dat ze zijn en van de dingen die niet zijn, dat ze niet zijn.

Gorgias van Leontini

Gorgias was een leerling van Empedocles, maar vertrok van Zuid-Italië naar Athene waar hij een beroemd debater en redenaar werd. Dat hij echter niet om het even wat vertelde en alles wat krom was rechtpraatte, blijkt hieruit dat de Atheners hem vroegen een grafrede te houden voor hun in de oorlog gestorven stadsgenoten, een eer die zelden een niet-Athener te beurt viel.

Prodicus van Ceos

Over Prodicus wordt gezegd dat hij geloofde dat mensen die dingen die ze nuttig vinden tot goden maken, en dat zo de goden ontstaan zijn.

Volgens Plato vertelde Socrates spottend dat hij naar Prodicus heeft geluisterd toen die Athene bezocht, voor één drachme, omdat hij niet meer kon betalen - of omdat hij Prodicus maar één drachme waard vond.

Zie ook http://www.sigervanbrabant.be/blog/


Reacties (5)

   

Een blog naar mijn hart, Siger.

   

Ook mijn waardering voor deze correctie van overgeleverde vooroordelen. Het schijnt dat ook de scholastici wat onrechtvaardig worden bejegend.
Groetjes,
Eddie

   

Eindelijk rehabilitatie!

De knuppel moet maar in het hoenderhok en daarmee ga ik met mijn eerbetoon aan de sofisten een stap verder dan Siger. Doel is het initiëren van een filosofische (her)waardering en de daarbij behorende erkenning van oorspronkelijkheid die hen naar mijn mening al millennia lang toekomt.

Centraal staat voor mij de idee dat zij de ware grondleggers zijn van onze huidige moderne, democratische samenleving. Verder staan ze aan de basis van het existentialisme en kunnen ze gezien worden als de eerste humanisten. Dus ver voor het religieus humanisme van Petrarca en Erasmus stelden zij de mens al centraal in de wereld. De homo mensura these van Protagoras is daarvan het grote voorbeeld. Op de keper beschouwd waren ze misschien ook wel de eerste pedagogen.

Als eersten zeiden zij dat kennis relatief is. Zodoende kunnen de sofisten beschouwd worden als de verre voorouders van ons huidig wetenschappelijk model dat gebaseerd is op de coherentietheorie.

“Maar juist in de door hen gevonden ‘waarheid’, dat er geen bindende, objectieve waarheid bestaat, ligt het grote filosofische inzicht van de sofisten. Dat betekent namelijk dat er aan de kenmogelijkheden van de mensen grenzen gesteld zijn. Met de twijfel aan betrouwbare kennis worden ook alle tot dan toe geldige waardevoorstellingen van goed en kwaad op losse schroeven gezet. De kritiek op geldende normen leidt bijgevolg ook tot kritiek op de grondslagen van de staat.” (Aufenanger blz.25)

De sofisten waren allen voorstanders van de democratie, dit in tegenstelling tot de ‘grote’ drie – Socrates, Plato en Aristoteles - die het volk wantrouwden en zeker geen gepeupel aan de macht wilden hebben. Een stukje uit “Politeia” van dr. A.Vloemans, waarin deze positieve waardering voor de democratie, maar ook die voor de opvoedkunde, goed tot uiting komt en wordt verwoord.

“Men zou kunnen stellen, dat de sofisten het Verlichtingstijdperk in de Griekse cultuurgeschiedenis hebben ingeleid. Alleen wanneer wet en recht heersen, kan de mens een menswaardig bestaan leiden. Dit is een natuurrecht en de eerbied voor het natuurrecht moet daarom zorgvuldig worden aangekweekt. Dat behoort tot de belangrijkste taak van de opvoeding, want alleen op de grondslag van het aangeboren natuurrecht kunnen de instellingen van de staat het karakter van bestendigheid verkrijgen. Maar ondanks de algemene geldigheid van dit natuurrecht blijft in de opvatting van de sofisten het individu autonoom: de mens heeft ook recht op zijn persoonlijke eigenaardigheden.
Op grond daarvan is Protagoras overtuigd democraat. Volgens hem is de democratie de enige staatsvorm, die de wetten zowel aan de heerser als aan de beheersten met dezelfde dwingende macht oplegt. Protagoras waagt het optimist te zijn, want als opvoeder stelt hij voorop, dat de deugdzaamheid, die bij de democratie hoort, onderwijsbaar is. In deze zin ....

   

….nam hij in 433 v Chr. deel aan de wetgeving voor Thurioi. Voor de sofisten zijn mensen van nature gelijk, en op een dusdanig wijze dat er ook voor hen van nature gelijke rechten moeten gelden.”

We kunnen dus spreken van een antropologische periode. Voor het eerst richtte men zich op authentiek-menselijke problemen. Voor het eerst besteedde men veel aandacht aan de kunst van de retoriek. Het ging om grammatica, retorica en dialectica. Grammatica om de taal goed te beheersen, retorica voor de welsprekendheid en dialectica om de ware dingen van de onware dingen te scheiden. Naast het leren disputeren, was er ook veel aandacht voor encyclopedisch onderricht.
Deze accentuering op taal, met name de dialectica, heeft later zijn invloed gehad op de formele logica en wetenschapsleer van Aristoteles (en die van Zeno), en weer later werd het de basis voor de Angelsaksische taalfilosofen.

Reinout Bakker zet voor ons de belangrijkste thema’s van de sofisten in “de mens de maat van alle dingen” nog een keer overzichtelijk op een rijtje:

1. de soevereiniteit en autonomie van de mens, die uitgangspunt en doel van het denken, kennen en handelen vormt tegenover de normativiteit van de traditie.
2. de verwerping van de verouderde religie en de weerslag daarvan op het politieke en sociale leven.
3. de antithese tussen menselijke inzettingen en de menselijke natuur. de tegenstelling tussen 'thesis' (inzetting) en physis; beheerst de sofistische levensbeschouwing.
4. het utiliteitsprincipe als motor van het succes en het geluk.
5. het scepticisme tegenover de absoluutheid van het kennen en handelen.
6. beklemtoning van politieke en maatschappelijke gelijkheid waarin geen essentieel onderscheid gemaakt werd tussen hoog en laag, Grieken en barbaren en de verschillende rassen onderling. Dit legde de basis voor een kosmopolitisme, dat het humanitaire beginsel in zijn vaan schreef, volgens de principes van het natuurrecht.
7. kritiek op rassendiscriminatie impliceerde kritiek op het systeem der slavernij als een onnatuurlijke orde. Dit systeem werd in deze tijd aan een diepgaand onderzoek onderworpen. Bovengenoemde thema's profileren de grote actualiteit van deze sector in de geschiedenis van de Griekse filosofie.

De bakermat van onze huidige moderne samenleving is twee en een half duizend jaar geleden gelegd in de Polis, maar dat gebeurde niet (alleen) door Socrates of Plato. De nieuwe ideeën kwamen van de sofisten en zij hebben daarmee onze geschiedenis een moderne wending gegeven. Als je de ‘Protagoras’ leest in dialogen van Plato, ervaar je telkens weer de actualiteit van Protagoras’ gedachten en is het alsof er in die 2500 jaar denken niets is veranderd. Sofisten waren dus geen schijngeleerden of drogredenaars zoals de geschiedenis ons wil doen geloven, maar ze waren hun tijd ver, zeer ver vooruit.

Groet, Prot.

   

Beste Prot,

Hard bedankt voor je bijdrage die de blog aanzienlijk uitbreidt en verrijkt. Ik had het heldere lijstje van Reinout Bakker ergens in mijn hoofd maar kon niet terugvinden waar ik het gezien had.

Mooi!

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie