Evolutie van de evolutietheorie

In de blog: Over de ethiek van de seculiere samenleving reacties: 0 pdf print

Ten onrechte wordt Darwin door christenen voorgesteld als de bedenker van het meedogenloze kapitalisme. Rond de tijd toen Darwin aan boord van de Beagle de Zuid-Amerikaanse kust bereikte en zijn evolutietheorie nog niet bedacht had, verkocht de Britisch East-India Company scheepsladingen opium aan Chinese drugdealers. Toen de keizer protesteerde tegen deze opzettelijk ingevoerde plaag, richtten de Engelse handelaars een bloedbad aan in Kanton en langs de Gele Rivier. Rond dezelfde tijd werden kinderen van tien of minder Engelse en Belgische koolmijnen in gedreven, en werden opstanden van hongerige arbeiders in heel europa met bloedig geweld neergeslagen. Oorlog om afzetgebieden en grondstoffen en uitbuiting van de bezitlozen, dateerde van lang voor Darwin. Ze dateerden zelfs van de tijd waarin het christendom almachtig was.

Vanaf de eerste editie (1859) lag Darwin's The Origin of Species by Means of Natural Selection onder vuur, zo sterk zelfs dat Darwin zich verplicht zag vanaf de vijfde editie de amorele "natuurlijke selectie" (de kern van zijn betoog) te herformuleren als een moralistisch "overleven van de geschikste" (survival of the fittest.) Een gewelddadiger metafoor waar zijn christelijk gehoor vreemd genoeg veel beter mee kon leven. Wie geld, geweren en kanonnen bezat was vanzelfsprekend de geschikste om te overleven. God had het zo gewild. Profeten als Herbert Spencer twijfelden er niet aan wie de "meest geschikte" was. Dezelfde redenering horen we vandaag nog wanneer een holding zegt voor het algemeen belang te werken bij een vijandige overname en/of het sluiten van vestigingen, of wanneer politici zeggen dat gezondheidszorg slecht is voor de economie. Ik heb het hier niet over zulke beslissingen op zich, maar over de aard van hun morele verdediging.

Gould (in The Structure of Evolutionary Theory) heeft erop gewezen dat er ook na Darwin nog allerhande minder controversiele evolutietheorieën bestonden. De theorie van Darwin bleef nog ver in de twintigste eeuw één tussen de velen. Darwin zelf dacht evenmin dat hij alle andere verklaringen van tafel geveegd had, en liet ruimte voor bijvoorbeeld het verwerven van eigenschappen door gebruik. Nog lang na Darwin noemden evolutiebiologen natuurlijke selectie naast andere theorieën, die volgens de heersende opvatting afzonderlijk of verweven werkzaam konden zijn. Tot in de jaren dertig van de twintigste waren dat vooral overerving van eigenschappen door gebruik (lamarckisme), het plots ontstaan van nieuwe soorten (saltationisme) en het volgen van een onzichtbaar plan (orthogenesis.)

Eerst toen, omstreeks de jaren 1930-1940, enkele biologen (Dobzhansky, Haldane, Mayr, Chetverikov, Simpson) het darwinisme in verband brachten met de erfelijkheidsleer van Mendel, ontstond de "Modern Synthesis" die bekend werd door het gelijknamig boek van Julian Huxley (1942). Volgens deze "Modern Synthesis" ontstond verandering door gewijzigde vermenging van genen (genetic drift) of door genen die in een populatie binnendrongen (gene flow.) Zo stapelen kleine verschillen zich op, tot gemeenschappelijke voortplanting niet meer mogelijk is. De ontdekking van de structuur van het DNA versterkte deze zienswijze. De Modern Synthesis bewerkstelligde dat het (neo-)darwinisme in alle wetenschappelijke middens als enige oorzaak van evolutie werd beschouwd.

Het gen was enige tijd de heilige graal, maar blijkt vandaag een ellenlange verkeerspaal met talrijke richtingbordjes naar onbekend gebied, of erger, naar andere verkeerspalen: multilevel selection, epigenetica, developmental constraints, facilitated variation... Evolutie is niet enkel meer geleidelijke aanpassing. Met vernieuwde inzichten bestuderen biologen ontwikkeling, biochemische netwerken, systemen en organismen.

Het merkwaardige effect doet zich nu voor, dat in de darwinistische popcultuur een eigen orthodoxie is ontstaan, die elke afwijking van de gene-centered darwinisme resoluut verkettert. Maar hun hoop dat de evolutietheorie vontooid is, is onwetenschappelijk, ook in praktische zin. Hoewel de wetenschappelijke feiten geen twijfel laten bestaan over natuurlijke selectie en evolutie, zijn er over de hele wereld duizenden evolutiebiologien op zoek naar antwoorden voor honderden onopgeloste raadsels. Ze bedrijven de echte, dynamische, zelfs hectische wetenschap, maar de communicatie naar de popcultuur van hun problemen komt niet van de grond. Het orthodox publiek wil geen twijfelaars, want de creationisten ademen in hun nek met hun zekerheden.

In Evolutie - de Uitgebreide Synthese meer over de huidige stand van de evolutietheorie.

Zie ook http://www.sigervanbrabant.be/blog/


Reacties (0)

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie