De ketter en de hoveling (Spinoza en Leibniz)

In de blog: Over de ethiek van de seculiere samenleving reacties: 16 pdf print

Het boek The Courtier and the Heretic ("de hoveling en de ketter") van Matthew Stewart (2006) is de boeiende confrontatie van twee beroemde filosofen uit de zeventiende eeuw. Een van deze twee, Spinoza, is de grondlegger van het moderne denken. Als eerste in Europa heeft hij over het vrije denken en over de seculiere samenleving geschreven. Dat wij zulke gedachten nu kunnen koesteren, hebben we aan hem te danken. Ik zeg het maar even om het belang van dit boek te onderstrepen. Hier een korte samenvatting. In maart 2008 werd een Nederlandse vertaling gepubliceerd door Uitgeverij Meulenhoff

Matthew Stuart:

Wij hebben het geluk te leven in een tijd waarin filosofie beschouwd wordt als een ongevaarlijke bezigheid. Maar Baruch de Spinoza had ruimschoots reden om te vrezen voor zijn veiligheid. Een van zijn vrienden was kortgeleden terechtgesteld, en een ander was gestorven in de gevangenis. Zijn inspanningen om zijn definitieve werk, de Ethica, gepubliceerd te krijgen, waren gestopt onder dreiging met trafrechtelijke vervolging. Een leidinggevende Franse theoloog noemde hem "de meest goddeloze en meest misdadige man van de eeuw". Een machtig bischop hekelde hem als "een krankzinnig en kwaadaardig man, die verdient onder ketens bedolven en met de zweep afgeranseld te worden." Bij het grote publiek stond hij simpelweg bekend als "de Joodse atheist."

Tussen hen die ernaar verlangden om de goddeloze filosoof voor de rechter te brengen was een jonge hoveling en geleerde genaamd Gottfried Wilhelm Leibniz. In een persoonlijke brief aan diezelfde Franse theoloog beschreef Leibniz Spinoza's werk als "afschuwelijk" en "angstaanjagend." Tegenover een beroemd professor noemde hij het "onverdraaglijk schaamteloos." Aan een vriend verklaarde hij, "ik betreur het dat een beschaafd man zo laag gevallen is."

Maar in de beslotenheid van zijn eigen studeerkamer krabbelde Leibniz zijn aantekenboekjes vol met nauwgezette commentaren op Spinoza's werk. Hij wisselde brieven uit met zijn publieke tegentander, waarin hij hem aansprak als "gevierd doctor en diepzinnig filosoof." Hij trachtte langs gemeenschappelijke vrienden de gelegenheid te bekomen om een copie van de Ethica te bestuderen en, omstreeks 18 november 1676 reisde hij naar Den Haag om Spinoza persoonlijk te ontmoeten.

Op het ogenblik van hun ontmoeting was Leibniz slechts 30 jaar oud. Spinoza was 44 jaar, en had nog drie maanden te leven.

Leibniz is vooral bekend als een van de ontdekkers van de calculus, maar hij hield zich ook bezig met alchemie, chronometrie, aardrijkskunde, geschiedenis, rechtspraak, taalwetenschap, optica, filosofie, dichtkunst en politieke theorie. ZIjn hele leven werkte hij aan een soort symbolische rekenmachine, een houten kistje met hefboompjes en wieltjes dat nooit echt gewerkt heeft. Met de ganzenveer heeft hij zo'n 150.000 vellen volgeschreven. Deze bevinden zich nu, grotendeels ongelezen, in een archief in Hanover.

Leibniz was zijn hele leven verbonden aan de ene of de andere gezagsdrager, varierend van graaf tot koning. Ondanks zijn welstand, was hij ononderbroken bezig een steeds machtiger beschermheer te zoeken. In een sucsesvolle sollicitatiebrief aan Johann Friedrich, de graaf van Hanover, gaf hij een lijst van alle nieuwigheden waaraan hij aan het werken was. Zo was er een universele beeldtaal die de grondslag van alle wetenschappen zou worden; zijn wiskundig bewijs, het eerste ooit, dat vacuum bestaat; zijn revolutionaire rekenmachine; de uitvinding van twee nieuwe lenzen; de oplossing van het longitudeprobleem dat nog steeds de scheepvaart belemmerde; een onderzeeër; een machine om een druk van 1000 atmosfeer op te wekken; een nieuwe filosofie over recht en moraal; een nieuw godsbewijs; en tenslotte een nieuwe theorie ter ondersteuning van goddelijke mysteries. Geen van deze zaken heeft ook werkelijk ergens toe geleid.

Wanneer Leibniz in dienst stond van een katholiek heerser schreef hij metafysische verdedigingen van het catholicisme; was zijn heer een calvinist, dan was ook Leipzig calvinist. Dit alles werd aan elkaar geplakt met een filosofie over verzoening tussen de godsdiensten - tussen de christelijke godsdiensten wel te verstaan, want op een bepaald ogenblik werkte hij een plan uit om de samenhorigheid tussen de christelijke strekkingen te bewerken door een oorlog tegen Egypte te beginnnen - een plan dat in de zeventiende eeuw werd weggelachen als middeleeuws, maar dat later Napoleon zou inspireren. Zijn sollicitaties naar posten wisselden af met sollicitaties bij academies en brieven aan befaamde geleerden. Steeds uitgedost in vol ornaat was hij een boeiend spreker die de hoogste salons frequenteerde. De hertogin van Orléans apprecieerde hem omdat "intellectuelen die goed ruiken en grappen begrijpen tegenwoordig zo zeldzaam zijn."

Spinoza was het kleinkind van Portugese Joden die waren ontsnapt aan de inquisitie, en na omzwervingen in het veilige Nederland waren beland. Daar kwam de jonge Spinoza onder invloed van Frans Van den Enden, boekhandelaar, toneelschrijver, radikaal demokraat en advokaat van de vrije liefde. Er ging een nieuwe wereld open voor de jongen die in het Hebreeuws geschoold was en de hele bijbel uit het hoofd kende - maar weinig anders van de wereld wist. De dochter van Van den Enden wijdde Spinoza in in de Latijnse taal, nog altijd de taal van de nieuwe ideeën. In 1974 zou Frans Van den Enden naar Parijs trekken om er aan een republikeinse revolutie deel te nemen. Een spion verraadde het complot en hij werd opgehangen.

Spinoza bestudeerde nu de geschriften van Descartes (die misschien nog steeds in Amsterdam leefde) even intens als hij de bijbel had bestudeerd, en kwam tot het besluit dat geen van de twee deugde. De Synagoge beschuldigde hem er nu van te beweren dat de bijbel niet door Mozes geschreven was, dat de ziel sterft met het lichaam en dat God uit materie bestaat. En in zekere zin was dat allemaal waar. Aan zijn twee beste vrienden werd gevraagd hem hierover uit te horen, en Spinoza antwoordde dat als in de bijbel over zielen gesproken wordt, alle levende wezens bedoeld worden, en dat de psalmen zeggen dat god groot is, wat alleen met materie kan. Hij was op dat ogenblik amper 20 jaar. Het gefluister nam toe, en wat later trachtte iemand hem in de straat met een mes om het leven te brengen. De Synagoge, die represailles van de overheid vreesde, bood hem duizend dukaten om zijn ideeën af te zweren. Spinoza weigerde. Op 27 juli 1656, 24 jaar oud, werd hij geexcommuniceerd, verstoten en vervloekt door zijn gemeenschap:

...dat de genaamde Spinoza geexcommuniceerd wordt en verstoten van het volk van Israel... hij zij vervloekt bij dag en vervloekt bij nacht; vervloekt als hij zich neerlegt en vervloekt als hij opstaat. Hij weze vervloekt als hij buiten gaat en vervloekt als hij thuiskomt. De Heer zal hem niet sparen, maar zal hem uitroken met woede en razernij, en alle vervloekingen hier geschreven zullen op hem neerkomen, en de Heer zal zijn naam uitwissen onder de Hemel.

Met plezier, zei hij, betrad hij de weg die ze voor hem geopend hadden. Hij keek nooit meer om.

Matthew Stuart:

Toen hij de brug over de houtgracht voor de laatste maal overstak, leverde hij zichzelf over aan de genade van de nieuwe verdraagzame Nederlandse samenleving. Hij zag zichzelf niet langer als een Jood, maar als een burger in een vrije republiek. Zijn gerijpte filosofie werd een eerbetoon aan de geest van vrijheid van het vaderland dat zijn ouders hadden gekozen.

Maar spoedig zouden de rabbi's mild schijnen in vergelijking met het vitriool van de christelijke theologen. Zo was Spinoza twee keer banneling: voor de Joodse gemeenschap was hij een ketter; voor de theologen was hij ook nog eens een Jood. Maar net hierdoor ging Spinoza beter begrijpen dat de oude theocratieën hun eigen graf aan het delven waren, en dat de toekomst in een seculiere samenleving lag.

Hij huurde een kamer en gedurende de dag sleep hij lenzen voor microscopen en telescopen, maar wanneer het daglicht te zwak werd werkte hij bij kaarslicht verder aan zijn filosofisch werk. Het gebeurde een keer dat hij drie maanden lang niet uit zijn kamer kwam. Volgens een lijstje opgemaakt bij zijn dood bezat hij twee broeken, zeven hemden en vijf zakdoeken. Stewart schat dat Leibniz evenveel uitgaf aan levensonderhoud als elf Spinoza's.

Matthew Stuart:

Maar Spinoza was niet zo'n eenvoudige persoonlijkheid als zijn levenswijze zou doen vermoeden. Vrienden en bezoekers vonden hem dikwijls een raadsel, een mengsel van voorzichtigheid en stoutmoedigheid, van bescheidenheid en arrogantie, van ijzige logica en opstandige passie. Hij was een ketter met het karakter van de echte gelover, een heilige zonder godsdienst. Hij had het soort charisma dat kon inspireren tot levenslange toewijding, maar hij had ook een uitzonderlijk talent om vijanden te maken. Toen Leibniz hem opzocht waren zijn grote werken voltooid. In zijn Tractatus Theologo-Politicus _was hij een van de eerste grote denkers over de moderne seculiere staat, en een voorloper van de Amerikaanse Constitutie. Zijn _Ethica liepen eeuwen voor op de geschiedenis. Einstein was een van zijn bewonderaars.

De zeventiende eeuw was een schitterende eeuw van geestelijke bewustwording, maar ook een eeuw van godsdienstoorlogen en gruweldaden. En het was vooral de eeuw van overgang van de middeleeuwse theocratische samenleving naar de moderne seculiere maatschappij. Spinoza heeft de moderne wereld niet uitgevonden, hij heeft haar ontstaan bemerkt en getracht haar te begrijpen, in een Nederland waar vervolgden een schuilplaats vonden voor godsdiensthaat, maar waar hijzelf uit zijn Synagoge was verstoten en bedreigd werd door christelijke ambtsdragers. Hij was de eerste die de de oude filosofische vragen trachtte te zien in het licht van de moderne tijd. Hij heeft een god ontworpen die paste bij de nieuwe inzichten over het universum, en zocht een nieuwe plaats voor de mensheid die uit het centrum van dat universum verstoten was.

In 1665 was Spinoza betrokken in een volksopstand in Voorburg. Op dat ogenblik vatte hij het plan op een politiek manifest te schrijven over de vooroordelen van de theologen, over zijn vermeend atheisme en over de vrijheid van denken. Het volgend jaar echter werden twee van zijn vrienden en medestanders, de gebroeders Koerbagh, gearresteerd. Adriaen stierf van ontbering in de gevangenis. Daarop werd Johannes vrijgelaten, maar ook hij stierf spoedig, ziek en uitgeput door het gevangenisregime. In 1670 publiceerde Spinoza eindelijk zijn Tractatus, volgens het voorwoord "een aanklacht tegen godsdienst als een middel om mensen te misleiden en in het gareel te houden, zodat ze eerder zouden vechten voor hun onderwerping dan voor hun bevrijding." Een groot deel van de Tractatus is besteed aan bijbelkritiek met het doel de aanspraken op macht van de clerus te weerleggen. Verder bevat het werk een pleidooi voor individuele mensenrechten en voor een nieuw soort staat, die niet door een theocratie geleid zou worden, maar in dienst van de bevolking zou staan: "Het doel van de staat is vrijheid" klinkt het kort maar duidelijk.

De Tractatus veoorzaakte een storm in Europa zoals men er geen meer zou meemaken tot de tijd van Darwin. Er werd schande geschreeuwd, er werd gescholden, en er werd geroepen om zijn terechtstelling, ook door Nederlandse academici.

In die opschudding schreef Leibniz eerst een instemmende brief aan professor Graevius in Leiden, die Spinoza een pest genoemd had, en vervolgens een brief aan Spinoza, waarin hij hem prees voor zijn reputatie als... lenzenslijper.

Er waren uiteenlopende redenen waarom Leibniz Spinoza contacteerde. De eerste was dat hij zich als de grote verzoener en de grootste geleerde van de christelijke wereld zag, en zich zo bij nieuwe ideeën betrokken voelde. Vanuit die gedachte had hij ook bijvoorbeeld naar Hobbes geschreven. Maar het is ook mogelijk dat darnaast de kritiek van Spinoza op religie een gevoelige snaar had geraakt. Leibniz ijverde voor christelijke eenheid, maar was maar zeer matig in de bijbel of erediensten geinteresseerd. Het nieuwe eengemaakte christendom moest in zijn visie op de rede steunen.

Hier ligt een overeenkomst tussen beide filosofen. Spinoza had (voor ons) verrassend geschreven dat er nood was aan een godsdienst voor het gewone volk. Die "exoterische" godsdienst moest dan aan de massa's vertellen dat er een hoger wezen was dat gerechtigheid en liefdadigheid eiste. Dit moet Leibniz als muziek in de oren geklonken hebben: de man die een nieuwe christelijke godsdienst wilde ontwerpen zoals een rekenmachine of een onderzeeër, vond een klankbord in de man die zelf niet geloofde, maar wel nut zag in een ontworpen godsdienst.

Vervolgens was de wetenschapper Leibniz ook aangetrokken door het pantheisme van Spinoza. Leibniz ging niet zo ver als Spinoza, te zeggen dat God zodanig in de natuur is, dat er niets anders bestaat dan natuur die ook god is. Maar hij dacht wel aan een overal aanwezige God die alle natuurlijke processen stuurde, volgens de wetten van oorzaak en gevolg. Onnodig te zeggen dat Leibniz deze idee stilhield. Wanneer hij, kort na het lezen van de Tractatus, zijn nieuwe ideeën beschreef aan zijn vriend Wedderkopf, drukte hij die op het hart er met niemand over te spreken.

Toen Spinoza, in 1675, in Amsterdam verbleef om de publicatie van zijn Ethica voor te bereiden, bereikten hem geruchten dat theologen hem hadden aangeklaagd bij de prins en de magistraten. De cartesianen waren de theologen in de klachten gevolgd, en spionnen waren reeds op pad gezonden. De publicatie werd uitgesteld. De werken van Spinoza waren vanaf dan vooral beschikbaar in een klein circuit van vrienden, die op het hart gedrukt werden enkel copieën door te geven na uitdrukkelijke toestemming van Spinoza zelf. Een brief met het verzoek zijn geschriften te laten copieren door Leibniz, bereikte Spinoza omstreeks deze tijd. De brief introduceert Leibniz als een geleerd man met een open geest, die de Tractatus sterk gewaardeerde. De brief was geschreven door een merkwaardig man, Georg Hermann Schuller:

Matthew Stuart:

Er is weinig bekend over Schuller, en weinig daarvan is goed. Hij noemde zich arts, maar er is niets wat aantoont dat hij zijn studies afmaakte. Uit zijn correspondentie blijkt dat hij in alle talen aanrommelde maar er geen beheerste; en hij was vooral beslagen in het uitgeven van andermans geld, gewoonlijk aan onmogelijke alchemistische plannen. Schuller zal later in het verhaal nog voor verrassing zorgen.

Spinoza, achterdochtig na de recente terechtstelling van Van den Enden in dezelfde stad een jaar voordien, antwoordde dat hij niet begreep waarom Leibniz nog altijd in Parijs was, en dat het onvoorzichtig zou zijn hem zijn geschriften te bezorgen.

De pogingen van Leibniz, de Franse koning te overtuigen van een kruistocht tegen Egypte waren mislukt. Waarom hij nog in Parijs was, wist inderdaad niemand, maar misschien was hij gewoon verliefd geworden op de Lichtstad.

Leibniz besloot Spinoza zelf op te zoeken. Hij wist genoeg om zich zorgen te maken, maar onvoldoende om alles te begrijpen. Zijn god en natuur dezelfde substantie? Wat rest er van mensen als er niets meer te aanbidden is? Hoe zou of kon de wereld veranderen met het geloof in zo'n god? Was de god van Spinoza nog wel bovennatuurlijk? Tijdens zijn bootreis en in hotelkamers onderweg krabbelde Leibniz zijn vragen neer, schrapte ze en begon opnieuw. Het groeide uit tot een uiteenzetting van de ideeën van Spinoza, voorgesteld als ideeën van Plato en Parmenides (die in conservatieve kringen hoog aangeschreven stonden,) met als toevoeging dat het verstandiger was geen dingen te verkondigen die ingingen tegen de publieke opinie van de dag.

Hoe lang en hoe sterk Leibniz in het Spinozisme geloofde, blijft de vraag:

Matthew Stuart:

Het enige wat zeker is, is dat er feitelijk te veel ideeën waren in het hoofd van Leibniz om allemaal samen één wereldbeeld te kunnen vormen. Een deel geloofde in Spinoza's god van de rede; een ander deel geloofde in de orthodoxe voorzienigheid; en zonder twijfel was er een ander deel dat nog meer onverzoenbare stellingen aanhing. Zelfs terwijl zijn ontmoeting met de filosoof van Den Haag naderde, leek hij nog twijfels te koesteren die een echte eensgezindheid onmogelijk maakten. Leibniz arriveerde omstreeks 18 november 1676. Hij bleef drie dagen, of misschien een week in Den Haag. De twee filosofen waren nog het meest eengezind als ze de filosofie van Descartes afbraken, maar hoe de vrijgekomen ruimte opgevuld moest worden leidde tot eindeloze dovemansgesprekken.

Spinoza stierf slechts drie maanden later.

De dag vóór zijn dood had hij nog een pijp gerookt met Hendrik Van der Spyck, in diens woonkamer in het huis aan de Paviljoensgracht waar Spinoza zijn kamer huurde. Op de ochtend van de dag van zijn dood vertelde Spinoza dat hij het bezoek van een arts verwachtte. Toen de Van der Spycks terugkeerden van de ochtendmis, troffen ze hem met de arts in gesprek. Hendrik merkte daarbij op dat Spinoza in zijn gewone verstrooidheid een gouden dukaat, wat wisselgeld en een zilveren mes op de tafel had achtergelaten. Toen de Van der Spycks omstreeks vier uur van een namiddagkerkdienst thuiskwamen, hoorden ze onthutst dat Spinoza om drie uur gestorven was. Hendrik en de arts stelden samen nog snel een lijstje van Spinoza's bezittingen op, waarna de arts in grote haast vertrok, zonder zich verder om de dode te bekommeren. De dukaat, het geld en het mes waren samen met hem verdwenen.

Enkele weken na zijn dood werd de lessenaar van Spinoza zonder enig uitwendig teken of adres, aan zijn uitgever bezorgd, zoals hijzelf had gevraagd. Op de kaden van Amsterdam speurde de familie vruchteloos naar de vracht, omdat ze geloofden dat er een fortuin in moest zitten.

Hoewel zijn identiteit aanvankelijk verborgen werd gehouden, bleek later dat de arts niemand anders kan geweest zijn dan Schuller, de "klungelige, bedrieglijke, ongeloofwaardige alchemistische vriend van Leibniz." In een brief verklaart Schuller dat hij onmiddellijk na het overlijden al de manuscripten van Spinoza doorzocht, en alles verwijderde wat "rook naar geleerdheid (sic) of onregelmatigheid". Er is ook een brief gevonden van een huisgenoot van Schuller, die schreef onthutsende zaken te weten over de dood van Spinoza.

Slechts enkele dagen later schreef Schuller een brief aan Leibniz, waarin hij hem het manuscript van de Ethica, dat Leipzig had gezien bij Spinoza, aanbood voor 150 gulden. Wat er ook gebeurd is op de verschrikkelijke dag van de dood van Spinoza, Schuller was erbij betrokken, en Leibniz was op de hoogte.

Zie ook http://www.sigervanbrabant.be/blog/


Reacties (16)

   

tempus omnia revelat

   

Beste Siger,

Afgezien van wat (merkwaardige) spelfouten is de grootste ergernis die je tekst bij mij oproept de kwalificatie van Parijs als "lichtstad", wetende dat Parijs in de 17e eeuw 's avonds hartstikke donker was (met uitzondering wellicht van het koninklijk paleis, waar ze wel voldoende kaarsen gehad zullen hebben). Het begrip "lichtstad" zal op zijn vroegst eind 19e eeuw aan Parijs zijn toegedicht!

Groet,
AB

   

Beste Siger,

Ik vind je tekst interessant en wil blijven volgen. Verbeter even die vervelende foutjes (o.m. '1974', wat denkelijk 1674 moet zijn, en nog een paar 'typos'.

Groeten,

Bokkerijder

   

Beste Siger,

Interessant stuk. Wel proef ik een voorkeur voor Spinoza boven Leibniz uit je stuk of sterker: je schetst hier de relatie tussen Spinoza en Leibniz als de relatie tussen Mozart en Salieri, alsof Leibniz de talentloze oudere man was die werd verteerd door jaloezie over het genie van de jonge Spinoza welk genie Leibniz zo graag zelf had gewild maar in het geheel niet bezat. Ik acht dat geen geloofwaardige voorstelling van zaken: ikzelf heb grote bewondering voor beide denkers en uiteindelijk acht ik Leibniz zelfs net iets genialer dan Spinoza. Ik vraag me dan ook af of deze voorstelling van zaken c.q. de minachting voor Leibniz geheel van Stuart is (hetgeen ik geen aanbeveling voor zijn boek zou vinden) of dat jouw eigen voorkeur voor Spinoza jouw samenvatting wat heeft gekleurd.

In dat verband heb ik even op Amazon gekeken. De beschrijving die daar van van het boek wordt gegeven geeft wel een tamelijk evenwichtig beeld van de twee grote denkers: "Matthew Stewart "rescues both men from a dusty academic shelf, bringing them to life as enlightened humans" (Library Journal) (...) Ultimately, the two thinkers represent radically different approaches to the challenges of the modern era."
http://www.amazon.com/The-Courtier-Heretic-Leibniz-Spinoza/dp/0393058980

Maar de eerste twee recensies van kopers merken meteen op dat het boek toch wel heel erg op de hand van Spinoza en tegen Leibniz is: Spinoza wordt er afgeschilderd als de heilige en het genie, Leibniz als de talentloze schurk. De tweede recensent schrijft dan ook: "What "Amadeus" did for Salieri, Stewart's book does for Leibniz. If Spinoza and Leibniz were in the midst of a bitter divorce, this is precisely the sort of book Spinoza's attorney would come up with."

Al met al lijkt me het boek, zonder het zelf gelezen te hebben, Leibniz ernstig te kort te doen....

Groet,
Porphyrios

   

Beste Bokkenrijder,

Bedankt voor de verbetering. Op het ogenblik kan ik niets aanpassen, maar ik doe het zo spoedig mogelijk. Ik heb dit stuk geschreven aan de hand van het Engelstalige boek, toen er nog geen Nederlandse vertaling was (die ik ook niet verwachtte.) Een aantal typo's zijn er via het Engels ingeslopen ("Bisschop" en "katholicisme" horen niet echt tot mijn dagelijks woordgebruik.)

Beste Porphyrios,

Het is zonder meer waar dat Spinoza hier als de betere partij wordt neergezet: hij is dat ook. Ik zie geen reden om twee ongelijken evenwaardig te behandelen. Ik denk niet dat de wereld er anders zou uit zien hadden we geen Leibniz gehad. Spinoza daarentegen heeft (tot spijt van sommigen) voor een omwenteling gezorgd. Tenzij, natuurlijk, feitelijke fouten aan de basis van dat oordeel zouden liggen. Maar dat heeft tot nu toe niemand beweerd.


---
Bewerkt door Siger op Mrt 26 12 7:08
   

Beste Siger,

Met je reactie laat je helaas zien dat je je nooit hebt verdiept in Leibniz of zijn enorme invloed op de geschiedenis van het denken. Spinoza is een radicaal denker die vanwege zijn radicalisme altijd de aandacht heeft getrokken maar misschien nooit heel veel (directe) invloed heeft gehad. Leibniz was veel meer de onopvallende man van het compromis en het harmoniemodel maar heeft op de meest uiteenlopende terreinen belangrijke bijdragen geleverd, zeker ook op de filosofie. Leibniz' invloed was aanvankelijk miniem maar is sindsdien alleen maar steevast gegroeid en inmiddels geldt Leibniz onbetwist als een van de grootste denkers aller tijden en Leibniz is momenteel misschien wel de meest bestudeerde filosoof. Ik denk dat er brede consensus bestaat dat Kant de grootste filosoof van de moderne tijd is, maar Kant is ondenkbaar zonder Leibniz (via Wolff). Is Kant uiteindelijk weinig meer dan Leibniz in een nieuw jasje, de invloed van Leibniz op de idealisten zoals Hegel was zo mogelijk nog groter. Leibniz wijzigde ook het cartesiaans mechanicisme en statisme in een organicisme en dynamisme, kenmerkend voor de filosofie sinds de 18de eeuw. Spinoza is een intrigerende buitenstaander, maar met Leibniz heb je de kloppende slagader die door de hele moderne filosofie loopt te pakken.

Ik raad je echt aan je eens te verdiepen in Leibniz' filosofie: er zal zeker weten een ongehoord fascinerende wereld voor je open gaan. En als je dat niet (meer) wilt omdat Stewart je heeft wijs gemaakt dat Leibniz niet interessant of belangrijk is, dan moet met treurnis worden vastgesteld dat Stewarts boek - geheel contra Spinoza's intenties - een wangedrocht en belediging voor de open geest is dat de bevordering van de filosofische studie een zeer slechte dienst heeft bewezen.

Groet,
Porphyrios

   

Beste Siger,

Trouwens, jij schrijft wel dat Leibniz geen enkele invloed heeft gehad, maar daar is Stewart zelf het totaal niet mee eens, gelet op dit stukje uit een recensie op Amazon op het boek waarin ook Stewart zelf wordt geciteerd:

"Stewart finds that the dominant trend of modern philosophy has been an attempt to follow and strengthen Leibniz' approach and to answer Spinoza. He writes:

"Kant's attempt to prove the existence of a `noumenal' world of pure selves and things in themselves on the basis of a critique of pure reason, the nineteenth-century-spanning efforts to reconcile teleology with mechanism that began with Hegel; Bergson's claim to have discovered a world of life forces immune to the analytical embrace of modern science; Heidegger's call for the overthrow of western metaphysics in order to recover the truth about Being; and the whole `postmodern' project of deconstructing the phallocentric tradition of western thought- all of these diverse trends in modern thought have one thing in common: they are at bottom forms of the reaction to modernity first instantiated by Leibniz." (p. 311)"

Hiermee ben ik het helemaal eens: (nagenoeg) alle continentale filosofie sinds Leibniz is uiteindelijk gewoon een herhaling of voortzetting van Leibniz (en uiteindelijk die van Cusanus, trouwens: een nog oudere Duitse geniale denker). Stewart is het blijkbaar met me eens als ik zeg dat juist Leibniz het moderne denken als geen ander heeft gevormd.

Alleen lijkt Stewart die enorme invloed van Leibniz te betreuren en had hij liever gezien dat iedereen de 'unieke' en 'revolutionaire' Spinoza had gevolgd in plaats van de 'jattende' en 'behoudende' Leibniz te volgen. En ook op dit punt raakt Stewart wel een belangwekkende waarheid: Leibniz' project er een van verzoening en behoud. Net als Hegel na hem koos Leibniz niet voor de ene partij of het ene filosofisch standpunt maar bracht Leibniz ALLE relevante standpunten uit de hele wereldgeschiedenis, van Plato tot Spinoza en van christendom tot confucianisme, bijeen in een groot, allesomvattend en volstrekt samenhangend en logisch systeem. Leibniz koos niet voor de antieken, de middeleeuwers of de moderne radicalen, maar integreerde ze allemaal in zijn volslagen uniek systeem. Leibniz' originaliteit en denkkracht is erin gelegen dat hij dit voor elkaar kreeg. En zo is er beslist waarheid in Stewarts suggestie dat Leibniz ook Spinoza's ideeën in zijn systeem wilde integreren en dus ook deze wilde leren en absorberen.

Maar is Leibniz inferieur aan Spinoza omdat hij wilde verzoenen en integreren in plaats van omwentelen en afscheiden? Gelet op alle recensies op Amazon maakt Stewart werkelijk een belachelijke karikatuur van Leibniz en zijn werk. De vraag rijst hoe een erudiet man als Stewart zich tot zo'n gotspe kan verlagen. Ik ben bang dat het antwoord zit in de bekende ruzie tussen Newton en Leibniz over wie de ontdekker van de calculus was: deze strijd heeft de gemoederen in de hele intellectuele wereld zo opgestuwd dat sindsdien de Angelsaksische wereld een diep wantrouwen koestert tegen Leibniz en, omdat Leibniz zo enorm invloedrijk was in continentaal Europa, de hele continentale filosofie. Stewart lijkt slachtoffer van dit historische vooroordeel en minachting van de Engelsen tegen Duitse filosofie in het algemeen en tegen Leibniz in het bijzonder...

Groet,
Porphyrios

   

Misschien ook nog vermeldingswaardig om beter te kunnen begrijpen waarom het zo lang heeft kunnen duren voordat Leibniz de erkenning kreeg die hij verdient - en waarom sommige mensen in de Angelsaksische wereld, zoals Stewart, nog steeds Leibniz haten en van geen enkele erkenning willen weten, het volgende.

Enerzijds had Voltaire 'Candide' zeer veel lezers en invloed. Voltaire echter was geen neutrale toeschouwer maar een vurig aanhanger van Newton, die in de Newton-Leibniz-oorlog met 'Candide' succesvol Leibniz kapot heeft geschreven door Leibniz erin te karikaturiseren als een volslagen idioot.

Anderzijds had Leibniz ook een invloedrijke aanhanger: Wolff. Lang is gedacht dat Wolff de ogenschijnlijk wat onsamenhangende ideeen van Leibniz heeft gesystematiseerd tot een kolossaal metafysisch bouwwerk, zodat men in Duitsland lange tijd Wolff in plaats van Leibniz heeft bestudeerd. Maar inmiddels weten we dat de positie van Wolff een heel andere is: enerzijds was Wolff origineler dan slechts de systematisator van Leibniz' ideeen zodat veel van Wolff niet van Leibniz is en anderzijds was Wolff een veel zwakkere denker dan Leibniz, zodat men lange tijd de zwakte van Wolff voor de zwakte van Leibniz heeft gehouden,,.

   

Beste Porphyrios,

Ik doelde er op dat Leibniz nauwelijks wetenschappelijke of maatschappelijke invloed heeft gehad. Op dat punt valt de vergelijking volledig in het voordeel van Newton, dat zal toch ook iemand die niet van Engelsen houdt willen toegeven. Als atheist met een grote liefde voor individuele vrijheid heb ik er ook geen moeite mee om Spinoza boven Leibniz te stellen.

Het nut van kolossale metafysische bouwwerken zie ik niet zo.

   

Beste Siger,

Merkwaardig dat je over wetenschappelijke en maatschappelijke invloed begint: Leibniz en Spinoza zijn toch vooral bekend en invloedrijk als filosofen.

Maar als je toch die weg in wilt slaan: juist Leibniz was invloedrijk op het gebied van de wetenschap en heeft zeer vele belangrijke bijdragen geleverd op talrijke wetenschappelijke deelgebieden, terwijl Spinoza op dat gebied helemaal niets heeft gepresteerd.

Lees s.v.p. de Wikipedia-site over Leibniz (http://en.wikipedia.org/wiki/Leibniz), waar een ongelofelijk lange waslijst wordt gegeven van de wetenschappelijke vernieuwingen door Leibniz: behalve dat Leibniz met name op het gebied van filosofie, wiskunde en logica enorm veel briljante inzichten had en belangrijke vernieuwingen deed (inclusief symbolische logica en het concept van de computer), zijn ook zijn bijdragen op alle andere wetenschapsgebieden zo enorm groot dat in ieder geval Wikipedia een beeld schetst van Leibniz als verreweg de grootste wetenschapper aller tijden, en dat nog buiten zijn filosofisch, wiskundig en logisch werk om: Newton verbleekt erbij. Reeds op Newtons eigen terrein overtreft Leibniz Newton moeiteloos door onder meer Einsteins relativiteitstheorie, de quantumtheorie en de huidige kosmologie te anticiperen. Maar Leibniz is ook de grondlegger van de moderne psychologie, de grondlegger van de moderne sociologie, de grondlegger van de moderne paleontologie en de ‘vader van de toegepaste wetenschap’. Het kan zijn dat Wikipedia een beetje overdrijft en uiteraard had Newton in zijn tijd meer invloed dan Leibniz, maar dat heeft veel te maken met de lastercampagne tegen Leibniz (een lastercampagne die Stewart nog eens dunnetjes lijkt te willen over doen) en je zult toch moeten toegeven dat Leibniz een duizelingwekkend briljant denker en groot wetenschapper was.

En qua maatschappelijke invloed: sinds wanneer meten we de grootheid van een filosoof af aan zijn maatschappelijke invloed? In ieder geval had Leibniz grote directe maatschappelijke invloed omdat zijn filosofisch en wetenschappelijk werk slechts zijn ‘hobby’ was en hij overdag een invloedrijk diplomaat was. “With the possible exception of Marcus Aurelius, no philosopher has ever had as much experience with practical affairs of state as Leibniz. Leibniz's writings on law, ethics, and politics[62] were long overlooked by English-speaking scholars, but this has changed of late.” (Wikipedia).

Groet,
Porphyrios

NB. Ik ben zelf ook een atheïst met een grote liefde voor individuele vrijheid, maar ik geloof dat je filosofen moet beoordelen op de diepte van hun inzichten en de kracht van hun argumentatie en in dat opzicht geloof ik niet dat Leibniz op wat voor manier dan ook de mindere was van Spinoza.


---
Bewerkt door Porphyrios op Mrt 29 12 8:51
   

Beste Siger,

Ik wil me niet mengen in een discussie over de filosofische merites van Leibniz en Spinoza, maar dat Leibniz "nauwelijks wetenschappelijke invloed" heeft gehad, is wel heel erg van de pot gerukt. Het klopt misschien dat hij weinig invloed heeft gehad in Engeland, wellicht door het bittere dispuut met Newton. Maar dat heeft vooral de Engelse wiskunde benadeeld. Het merendeel van de grote wiskundigen in de achttiende en zelfs een groot deel van de negentiende eeuw leefde op het continent. Het is pas in de tweede helft van de negentiende eeuw dat Engeland de ketens van Newton heeft afgeschud en weer aansloot bij het wiskundige niveau van bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland. Die vergelijking valt helemaal niet "volledig" uit in het voordeel van Newton. Een ingenieur of een natuurkundige die vandaag de dag een probleem oplost en daarbij gebruik maakt van "infinitesimalen" (ik heb het vandaag nog gedaan) denkt in de trant van Leibniz, niet die van Newton. Ik ken een paar wis- en natuurkundigen, maar geen van hen heeft ooit een probleem opgelost in de trant van Newton.

Anderzijds schrijft Porpyrios: "Reeds op Newtons eigen terrein overtreft Leibniz Newton moeiteloos door onder meer Einsteins relativiteitstheorie, de quantumtheorie en de huidige kosmologie te anticiperen."

Ook dat lijkt me van de pot gerukt. De quantummechanica anticiperen? Zoals de Indische mystici de quantummechanica naar 't schijnt anticipeerden, veronderstel ik.

Mvg,

Aliaspg


---
Bewerkt door aliaspg op Mrt 29 12 9:03
   

Beste Aliaspg,

Ik verwijs daar uitdrukkelijk naar de informatie op Wikipedia en op Wikipedia wordt gesuggereerd dat Leibniz de quantummechanica heeft geanticipeerd:

“Until the discovery of subatomic particles and the quantum mechanics governing them, many of Leibniz's speculative ideas about aspects of nature not reducible to statics and dynamics made little sense. (…) The principle of sufficient reason has been invoked in recent cosmology, and his identity of indiscernibles in quantum mechanics, a field some even credit him with having anticipated in some sense.”

Ook ikzelf heb wat moeite met dit soort kwalificaties. Daarom sluit ik mijn Wikipedia-verwijzing ook af met mijn kritische opmerking: “Het kan zijn dat Wikipedia een beetje overdrijft…”. Maar waar het om gaat is dat ik siger duidelijk wil maken dat Leibniz beslist niet het wetenschappelijke lulletje rozewater en de onbelangrijke denker die in de middeleeuwen is blijven steken is, waar siger (in navolging van Stewart?) hem voor houdt, maar dat Leibniz een zeer vernieuwend en briljant denker en wetenschapper was.

Groet,
Porphyrios

   

We spelen ver boven mijn niveau, maar in Smolins The Life of the Cosmos (1997) heb ik er dit over gevonden.

Leibniz' monadologie (die ikzelf zonder enige kennis van zaken ook altijd "nutteloze metafysische constructies" zou genoemd hebben) biedt een wereldbeeld waarin elk onderdeel alleen maar betekenis heeft in relatie met alle andere - dit in tegenstelling met een Newtoniaanse fysica waarin een absolute ruimte ook leeg kan zijn, of één deeltje bevatten. Niet alleen staan ze "in relatie" tot elkaar, maar ze zijn zich "bewust" (ik denk niet dat hij dat in een "intelligente" zin bedoelt) van elkaar, en ze hebben een impact op elkaar.

Dat zou een betere filosofische basis van een kosmologie zijn, dan een Newtoniaans beeld waarin je je kan inbeelden dat het hele universum, pakweg, een meter naar links opschuift. Het beginsel van non-lokaliteit (EPR! Alain Aspect! Allemaal ver, ver boven mijn pet) zou er in uit te drukken zijn. Leibniz' beginsel van "identiteit van het niet-onderscheidbare" en "voldoende oorzaak" zou ook een bruikbare grondslag kunnen bieden voor het oplossen van hedendaagse fysicaproblemen.

Allemaal zoals ik het bij Smolin lees, hoor. Het stuk over Q-fysica heb ik echt niet begrepen.

   

Beste koenrobeys,

Het is natuurlijk niet waar - en dat weet Smolin ook, veronderstel ik - dat "elk onderdeel alleen maar betekenis heeft in relatie met alle andere". Mocht dat waar zijn, hou dan maar op met betekenis zoeken in om het even welk natuurkundige experiment. Ik kan je verzekeren dat een natuurkundig experiment in hoge mate draait om het doorknippen van relaties met "alle andere onderdelen". Je probeert net om een paar onderdelen te isoleren en de relaties daartussen te onderzoeken, en de rest zoveel mogelijk uit te sluiten.

Het is overigens maar zeer de vraag wat "de quantummechanica anticiperen" eigenlijk wil zeggen. Stel dat ik beweer: "De mens is slecht en houdt geen rekening met zijn medemens als z/hij een doel wil bereiken". Heb ik daarmee de volgende oorlog geanticipeerd?

Ik word altijd nerveus als ik hoor dat mensen lang van tevoren de quantummechanica anticipeerden. Ik vermoed dat je hard kunt maken dat zelfs Max Planck, de ontdekker van het quantum, niet doorhad wat hij aanrichtte. Hoe kan Leibniz dan de quantummechanica geanticipeerd hebben? Omdat er een vage verbale overeenkomst bestaat tussen Leibniz en vertalingen naar "mensentaal" van de QM?

Maar nu zijn we ver van Leibniz en Spinoza.

Mvg,

Aliaspg


---
Bewerkt door aliaspg op Mrt 30 12 10:43
   

Dag Aliaspg,

Ik hoopte duidelijk genoeg te maken dat het allemaal zonder enige pretentie was aangehaald uit een boek (waarin ik ook een idee zag over hoe de evolutietheorie deel van een groter concept kan worden, maar sinds ik de redactie vroeg of ik ook zelf iets kon opstarten heb ik nog geen antwoord gekregen), maar begrijp dat verkeerde indrukken snel ontstaan. Dus for the record, ik ben het helemaal met je eens, en die "vage verbale overeenkomst" is iets dat ik er zelf over had kunnen ("willen") schrijven.

Intussen schrijft Smolin toch maar over hoe de filosofie van Leibniz een betere grondslag voor hedendaagse natuurkunde zou kunnen vormen dan de absolute ruimte en tijd van Newton. Snel wat bladerend door het boek vind ik alvast jouw punt terug, dat elk experiment inderdaad zoveel mogelijk isoleert om de rest zoveel mogelijk uit te sluiten.

En dat is precies wat de QM bij uitstek doet. De grootste successen van de wetenschap! Nu, voor een onderwerp als kosmologie is dat een beetje moeilijk (zegt Smolin), want kosmologie gaat over het hele universum. En een aanpak die een waarnemer isoleert uit al de rest kan alleen maar "al de rest" observeren, en dus niet langer "heel het universum". Dit, zegt iemand als Smolin die héél veel meer weet over natuurkunde, èn over Leibniz, dan ikzelf, kan dienen als een kritiek op de Newtoniaanse aanpak, terwijl hij wel een bruikbare basis voor vooruitgang vindt in Leibniz.

Nu zou ik gezworen hebben dat er inderdaad verbanden tussen Leibniz en QM instonden, maar misschien had ik dat mis: het bovenstaande is eerder een voorbeeld hoe Leibniz de *kritiek* op de QM "anticipeerde" (ik ben het overigens 100% met je eens dat dit ook hier in feite een veel te groot woord is), tenminste, voor zover de filosofische basis van scheiding en isolering van waarnemer en waarneming moet dienen om kosmologie aan te pakken.

Elke onnauwkeurigheid van uitdrukken in het bovenstaande is integraal te wijten aan mijn eigen onwetendheid met de onderwerpen waarover ik één (1) bepaald boek aanhaal. Ik probeer alleen maar te zeggen dat er hedendaagse kosmologen bestaan die het er niet mee eens zouden zijn dat Leibniz' wetenschappelijke inzichten niet veel voorstelden. Sommigen denken dat Leibniz' wetenschappelijke inzichten zijn tijd drie revolutionair succesvolle eeuwen vooruit waren.

   

Beste koenrobeys,

Mijn excuses als mijn reactie wat hard leek. Ze was zeker niet zo bedoeld. En ik ben het voluit met je eens dat je moeilijk kunt zeggen dat Leibniz' wetenschappelijke inzichten niet veel voorstelden.

Mvg,

Aliaspg

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie