Natuurmonotheisme of natuuratheisme?
Mensen die het pottenbakken niet kennen, zullen zich geen Adam gemaakt uit klei voorstellen. Als je geen koningen hebt kan je niet weten wat een missionaris bedoelt met een opperwezen. Mensen die geen machtige, alles omvattende bureacratie kennen, kunnen zich geen allesziende en alles overheersende oppermacht indenken.
Eerste waarnemingen
Europa was er lange tijd van overtuigd dat primitieve samenlevingen geen goden hadden. Zo schreef Columbus aan de Spaanse koningen:
de mensen hier lijken erg intelligent en we zouden er goede dienaren en christenen van kunnen maken, want ze blijken geen godsdienst te hebben.
Nog in de negentiende eeuw schreef Darwin:
er is bewijs in overvloed, indien we niet naar haastige reizigers luisteren maar naar hen die lang tussen wilden verbleven, dat er vele rassen bestaan hebben en nog steeds bestaan, die geen enkel besef hebben van één of meer goden, en die geen woorden hebben in hun taal om zulk idee uit te drukken.
Bij landbouwende stammen trof men voorouderverering aan. In stadsculturen waren de machtigste van deze voorouders uitgegroeid tot goden: sociale rang en stand had zich op bijna natuurlijke wijze voortgeplant van de mensenwereld naar de wereld van geesten en demonen. 'Goddelijkheid' was echter nog steeds een kwestie van macht, niet van bovennatuur. Die specifieke eigenschappen van goden zijn naderhand uitgewerkt door de klerken van beschavingen.
Aan de andere kant kenden jagers-verzamelaars en vroege landbouwgemeenschappen enkel natuurlijke wezens. Om hun wereld te duiden vergeleken ze natuur-verschijnselen met de lotgevallen van de meest intrigerende dieren. Deze filosofie, het animisme, is ontstaan en gegroeid samen met homo sapiens. Onze voorouders hebben leren denken toen ze animisten werden. Gedurende lange tijd was dit het enige, maar alom aanwezige, wereldbeeld. Dankzij dit verleden kunnen we vandaag fysische krachten benoemen en berekenen.
Animistische scheppingsverhalen, bijvoorbeeld, laten de schepping over aan een haas (Algonkin), leguanen (Australië), een aap (Tibet) etc... Dikwijls hebben stadsculturen deze legendes gerecycleerd, en men ziet dan dat een voorouder of god even in een dier verandert om diens scheppingskracht te lenen: Vishnu wordt een everzwijn, Chinese prinsen maar ook Zeus worden slangen etc...
De christelijke theorie
Christelijke priesters en predikanten waren allesbehalve gelukkig met verhalen over een feitelijk 'natuuratheisme'. De bijbel zegt dat de eerste mens met god sprak, en dus moesten die wilden zich toch nog íets herinneren.
De Jezuiet Joseph Lafiteau zette als eerste een aanval in tegen de wetenschappelijke bevindingen, aan het begin van de achttiende eeuw. Lafiteau leidde een missie in Nouvelle-France die bijna één miljoen vruchtbare ares van de Indianen had gestolen, en flink geld verdiende met de bonthandel. Hij schreef geschokt te zijn hoe barbaren altijd weer als goddeloos werden voorgesteld. Een van de sterkste bewijzen voor de noodzaak van religie, schreef hij, is dat een Hoger Wezen door alle volkeren erkend wordt.
Lafiteau kreeg weerwoord van Thomas Jefferson, wiens ouders altijd in goede verstandhouding mat de Indianen hadden geleefd en regelmatig opperhoofden te gast hadden. Jefferson verweet Lafiteau gegevens te vervalsen zoals het hem uitkwam. Lafiteau, schreef Jefferson, was een man die veel klassieke literatuur heeft gelezen, maar ondanks het feit dat hij vijf jaar onder de Noordelijke Indianen heeft verbleven als missionaris, gebruikt hij gegevens van anderen liever dan zijn eigen observaties. Een andere tegenstander was de beroemde antropoloog Edward Tylor, die opmerkte dat Lafiteau de hele klasse van geesten en demonen, gekend bij de Cariben als cemi, bij de Algonkin als manitou, bij de Huron als oki, nu met hoofdletters schrijft en verandert in een Hoger Wezen.
De jacht op de hochgott bleef niet beperkt tot primitieve samenlevingen. In 1839 CE noemde Jacques Champollion-Figeac zonder enige gène de Egyptische godsdienst een 'puur monotheisme' dat zich uitte in symbolisch polytheisme. In 1860 CE beaamde Emmanuel de Rougé dat het geloof in één hogere, eeuwige, almachtige god en schepper het sublieme kenmerk van de Egyptische godsdienst was.
In 1912 publiceerde de katholieke antropoloog Pater Wilhelm Schmidt een twaalfdelig academisch werk waarin de ideeën van Lafiteau verdedigd en uitgewerkt werden. In het werk wordt 'wetenschappelijk' aangetoond hoe alle gedegenereerde wilden nog steeds een vaag begrip hebben van de 'hochgott' die hen geschapen heeft. Zijn leer is bekend geworden als 'Urmonotheismus'. In godsdienstige middens staat deze turf nog steeds in onverminderd aanzien. De ex-non Karen Armstrong verwijst naar hem in haar populaire boeken over het monotheisme.
Het bedrog
Vijftig jaar na Lafiteau bezocht Georg Steller de Siberische stam van de Itelmen. Hij vond hun mythologie scabreus en bestempelde hen als gedegradeerde geboren godslasteraars, maar twijfelt er toch niet aan dat ze een hochgott kennen. Ook Kaang van de Khoi-san, een schelm die aanhoudend vrouwen lastig valt in allerlei pikante verhalen, werd bij gebrek aan beter tot hochgott gepromoveerd.
Dikwijls werd, wanneer geen inheems woord voor 'god' gevonden werd, het woord voor 'hemel' zo vertaald. Daarna was het 'natuurmonotheisme' makkelijk aan te tonen. Zo werden bijvoorbeeld Kwoth van de Afrikaanse Nuer en Tupan van de Zuid-Amerikaanse Guarani een hochgott.
De Mende van Sierra Leone werden ondervraagd door katholieke missonarissen die trachtten aan te tonen dat Ngewowa hun hochgott was. De verveelde Mende vertelden hen zonder knipperen dat Ngewowa alomtegenwoordig was, en dat hij aanhoudend werd lastig gevallen door lastige blanke geesten met baarden die iedereen wilden commanderen. Uiteraard werd het antwoord met zorg opgetekend.
Ook Sir Peter Buck, zoon van een Maori moeder en één van de leidinggevende kenners van Polynesië, uitte zijn verontwaardiging over zulke vervalsingen. De ontdekking van een opperwezen genaamd Lo in Nieuw Zeeland, schrijft hij, was een verrassing voor zowel de Maori's als de Pakeha's. Dank zij zijn direkte kennis kon hij makkelijk aantonen dat de hochgott enkele jaren eerder door christelijke missionarissen was ingevoerd.
De Nederlander Paul Julien doorkruiste Centraal Afrika in het begin van de twintigste eeuw om schedels en neuzen van afgelegen stammen op te meten. Later schakelde hij over op het testen van bloedgroepen. Maar de hele tijd had hij nog een ander doel: zijn meest precieuze uren met de inboorlingen, schreef hij, zijn die waarin hij sporen van de hochgott ontwaarde. Na lange en vermoeiende ondervragingen rond het kampvuur van de Bakah Pygmeeën, schrijft hij, valt de schuchterheid van zijn vrienden weg en beginnen ze iets te lossen over hun opperwezen. Het was alsof iets van de onbegrensde grootheid van het heelal afstraalde op deze eenvoudige bruine zielen. Maar de Bakah waren reeds in contact geweest met missionarissen en hadden zelfs van de hel gehoord. Dikwijls werd er hevig gediscussieerd tussen de Bakah en de tolk alvorens de Franse vertaling werd gegeven. De tolk wist wat Julien wilde horen, en de Bakah bedelden constant om tabak, waarvan hij tweehonderd kilo meenam op elke tocht. Als regel kan men stellen dat de "eenvoudige ziel" diegene is, die zonder tabak achterblijft.



Reacties (7)
Beste siger,
Interessant verhaal, maar wat de christenen natuurlijk probeerden was wat Nietzsche een metafysische interpretatie van de geschiedenis noemt geven: men zoekt naar de eenheid van en continuïteit in de geschiedenis. Elk geschiedkundig ‘verhaal’ is metafysisch: zonder de aanname dat de geschiedenis één en continu is zijn er slechts losse gebeurtenissen en is er geen verhaal te vertellen. Het christendom is bij uitstek metafysische geschiedschrijving: God daalde af naar de Aarde dus naar de wereldse geschiedenis, Jezus gaf een nieuwe betekenis aan de historische verhalen van het Oude Testament. Alle gebeurtenissen hebben daarmee een bovenhistorische betekenis gekregen: niets gebeurt zomaar maar is een teken van de terugkeer van Christus. Net als in een roman moet men al vroeg in het verhaal tekenen kunnen herkennen die al aangeven hoe het gaat eindigen.
Overigens, je zegt dat mensen zonder koning geen benul van een opperwezen hebben. Maar volgens mij is het iets gecompliceerder c.q. is de relatie meer wederkerig. Ook de meest egalitaire, democratische oermensen zagen zich immers reeds geconfronteerd met een ontzagwekkende macht tegenover zich: de natuur. De mens was geheel afhankelijk van de natuur: de natuur gaf de mens alles – niet in de laatste plaats het leven zelf – maar kon ook alles weer verwoesten. Begrijpelijk dus dat de mensen de natuur en haar elementen, bv. de zon, vergoddelijkten en aanbaden. De koning kon daarna zijn gezag doen steunen op deze natuurreligie: de koning kan dan worden vergoddelijkt als een soort menselijke zon. Omgekeerd is de koning in wezen niets anders dan de pater familias – de Heer des huizes – van een uitgebreide familie (= volk). Zodra de eerste volkeren ontstonden, ontstond daarmee behalve de koning ook wellicht het idee van monotheïsme en een meer mensachtig opperwezen: de natuurgoden worden dan gaandeweg vervangen door één God die dan aangesproken wordt als Onze Vader en Onze Heer.
Groet,
Porphyrios
Beste Porphyrios,
Of je elk historisch verhaal metafysisch kan noemen, hangt af van welke definitie van metafysica je gebruikt. Ik vermoed dat de geschikte definitie meteen ook natuurwetten metafysisch kan duiden. Dat is niet onmogelijk, maar ik zie het nut ervan niet zo.
Vind je het moderne monotheistische verhaal meer metafysisch dan andere historische verhalen?
Beste Siger,
Interessant verhaal. Maar met een merkwaardig stilistisch kenmerk. Iedere keer als het om katholieken gaat, schrijf je dat er netjes bij - zeker als deze katholieken zich boosaardig of dom gedragen hebben. Het exacte geloof van de anderen blijft de lezer een raadsel.
Heel wat katholieken hebben zich inderdaad boosaardig en dom gedragen. Niet weinigen doen dat nog. Het is dus goed dat je dat expliciet vermeldt. Maar als Paul Julie en George Steller en Jacques Champollion-Figeac en Emmanuel de Rougé etc. een geloof aanhingen, dan verneem ik ook in dat geval graag welk.
En als Sir Peter Buck "zijn verontwaardiging over zulke vervalsingen" uitte, dan verneem ik graag welk geloof de zendelingen aanhingen die verantwoordelijk waren voor deze vervalsingen. Je hebt het over "christelijke" missionarissen, maar het christendom kent natuurlijk een zeer groot aantal sekten. Lutheranen, Calvinisten, Gereformeerden, Streng-Gereformeerden, Baptisten, Anabaptisten, Methodisten, Presbyterianen, Anglikanen ... ik verzin maar wat.
Nu lijkt het alsof van die sekten vooral de katholieken de gekolonialiseerde medemens gaarne een Uniek Opperwezen opdrongen. Dat kan natuurlijk, en dat zou ik een erg interessant weetje vinden. Maar dan moet ik wel weten of het juist is.
Mvg,
Aliaspg
Beste Aliaspg,
Ik heb niet meer bezwaar tegen katholieken dan tegen andere christenen (of andere religies.) Dit was een blog over een algemeen christelijke eigenaardigheid. Mijn reden om specifieker te zijn op bepaalde plaatsen was omdat ik een beknopte schets maakte van de omvangrijke theoretische literatuur, die toch wel typisch katholiek is. Ik heb niet vermeld dat Jacques Champollion-Figeac, Emmanual de Rougé en Paul Julien katholiek waren, hoewel ze dat alle drie waren, wat afdoende weerlegt dat ik het telkens netjes vermeld als het om katholieken gaat.
Voor de volledigheid, Georg Steller was Lutheraan en de zendelingen in Nieuw-Zeeland waren voornamelijk Anglicanen.
---
Bewerkt door siger op Mei 03 12 4:33
Beste Siger,
Dank je voor reactie. Ik vermoedde al dat het ging om een algemeen christelijke eigenaardigheid, maar dat viel niet met zekerheid op te maken uit je tekst.
Mvg,
Aliaspg
Beste Siger,
Ja, interessant verhaal, ben ik met aliaspg eens.
Ik val over twee dingen. Vergeef mij mijn betweterigheid.
1. "Onze voorouders hebben leren denken toen ze animisten werden", stel je. Maar ze dachten al toen ze nog gewone zoogdiertjes waren in de dino-tijd. Als een leeuwin niet kan denken (scenario's in haar brein afspelen om er het meest waarschijnlijke uit te kiezen, we hebben het dus over intelligentie) kan ze niet jagen. Da's één. Tweedes: "Toen ze animisten werden'? Jager/verzamelaars zijn totemisten (leven in een dierenwereld, zien zichzelf als dier, afkomstig van een bepaald dier en daarvan bescherming en steun verhopend). Tuinbouwers (voedseltelers die nog slechts een paar maanden 's jaars hun 'long-house' in de steek laten om nog even het vrije jager/verzamelaars-leven te genieten) zien alles in hun leefwereld als bezield, net als zichzelf, en zijn animisten.
2. Je hoort duidelijk tot het kamp van de Lafiteau/Schmidt/Julien-critici. Maar ik ben sympatisant. Natuurlijk probeerden die katholieken om met hun onderzoeken het bestaan van hun God (die dus niet bestaat) te ondersteunen. Maar daarmee zijn hun onderzoeken niet minder waardevol. Ik ga nu mijn standpunt uiteenzetten dus ga er bij zitten en pak een pintje.
Wij zijn als soort zo bijzonder in de dierenwereld doordat we afkomstig zijn van een populatie aapmensen waarin het 'cultuurtje' van NAMEN VOOR DINGEN was ontstaan (in mijn scenario als gevolg van een meidenspelletje). Steeds meer NAMEN voor steeds meer DINGEN, dat wordt een chaos in je kop als je die niet met elkaar laat samenhangen in een VERHAAL. Dat werd het Scheppingsverhaal van hun (stam)wereld, dat avond aan avond gedanst/gezongen werd rond het kampvuur. Zeker al wel een miljoen jaar lang, dus dat is als een religieuze neiging in ons overerfelijke gedrag gaan zitten, naast ettelijke andere atavismen.
De hoofdfiguur van al die scheppingsverhalen was de Grote Voorouder. Het Verhaal vertelde waar Die het stamgebied binnen kwam en van Zijn reis waarbij Hij/Zij/Het (het was een mythische Figuur, half mens half dier) overal de voor de mensen belangrijke dingen achterliet; op één plek ook de zielen die bij een passerende vrouw konden binnendringen en daar een nieuw leven beginnen, de plek ook waarheen de zielen na overlijden terugkeerden om daar een nieuwe kans af te wachten.
Bij de Australische Aboriginals zijn die Scheppingsverhalen nog het best bewaard. Het is de onderzoekers (oa Ad Borsboom "De clan van de Wilde Honing", Haarlem 1996) duidelijk dat de Grote Voorouder de samentrekking tot één Figuur is van het groepje eerste kolonisten (vrouwen, kinderen en mannen) die daar als eersten de DINGEN hun NAMEN hebben gegeven, dus menselijkerwijs 'in het bestaan geroepen' hebben.
Geen stam die het ooit zonder haar Scheppingsverhaal heeft kunnen of hoeven stellen. Toen vijfduizend jaar geleden steeds meer stammen met geweld werden onderworpen en ingelijfd in één rijk, kregen al die Grote Voorouderfiguren een plekje in het Grote Verhaal, het pantheon van het rijk, uiteraard ónder de Stormgod van de overwinnende krijgsheer. Hoe machtiger die Oppergod kon worden voorgesteld, des te minder kansen hadden de goden van de opstandelingen. Zarathustra was een der eerste monotheïsme-ideologen. Aan het Zoroastrianisme hebben de Judaïstische patriarchen heel veel ontleend om hun Ene Ware God mee aan te kleden. Helaas hebben ze er hun rabiate vrouwvijandigheid, vijandigheid tegen elk ander geloof én hun uitverkiezingswaan aan toegevoegd. Dit kwalijke recept is door het Christendom en nog later door de Islam overgenomen. De mensheid zit er nog steeds mee. Gelukkig kan de vrije markt economie er niks mee. De westerse mensen zijn er al grotendeels van bevrijd. Die economie is aan de winnende hand, dus er is goede hoop dat ook de moskeeën en de synagogen en de tempels leeg gaan lopen.
Evengoed blijven mensen religieuze neigingen koesteren. In tegenstelling tot andere aangeboren neigingen zoals de vreetneiging bij overvloed aan voedsel, en de vreemdelingenangst: schadelijke neigingen die we moeten onderdrukken, is de religieuze juist een te koesteren neiging, omdat die het saamhorigheidsgevoel bevordert. Maar dan moet er wel een nieuw, nu universeel en graag op zoveel mogelijk wetenschap gebaseerd Verhaal komen. Nou, dat valt te regelen.
Beste Couw,
Animisme is een verklaring van de wereld, en op die manier eerder voorloper van filosofie en wetenschap. Dat bedoelde ik met "leren denken". Ik ben het met je eens dat het denken langzaam geevolueerd is samen met het zenuwstelsel van dieren. Maar een bedacht systeem als het animisme lijkt me toch wel een doorbraak en niet terug te vinden bij andere diersoorten.
Totemisme is veeleer een sociaal systeem. Totemisme en animisme hebben het grootste deel van het menselijke verleden naast elkaar bestaan. Maar waar het me om ging is dat jagers-verzamelaars in egalitaire groepen leefden en geen onderwerpende hierarchie of goden nodig hadden.
Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen
Aanmelden of Registreer plaats een reactie