Wat is determinisme?

In de blog: Wereldvreemd reacties: 28 pdf print

Determinisme is een hypothese over hoe de wereld reilt en zeilt, opgesteld door Pierre-Simon Laplace in 1814. Hij definieerde het als volgt: "Een intelligentie, die, op een zeker moment, alle krachten die in de natuur werken, en de toestanden van alle elementen, waaruit deze is opgebouwd, zou kennen, zou, als ze overigens groot genoeg was om al deze gegevens te kunnen analyseren, in een enkele formule de beweging van de grootste lichamen in het heelal en die van het kleinste atoom beschrijven: niets zou hiervoor onzeker zijn, en de toekomst, net zoals het verleden, zou tegenwoordig zijn in haar ogen."

Die definitie betekent dat de hele geschiedenis van het heelal op het moment van het onstaan ervan al vast lag, en tussendoor niet meer gewijzigd kan worden. Als je ervan uitgaat dat bij de Big Bang al vastlag wat er verder zou gaan gebeuren, dan kun je geen toeval accepteren. Maar als je kijkt naar de wereld zoals die is, met de kennis van nu, dan struikel je over de onvoorspelbare verschijnselen. En niet alleen in de evolutie en het weer, maar gewoon in je dagelijkse omgeving. Probeer maar eens alles wat je in huis om je heen ziet, te verklaren vanuit fysische oorzaken. En dan bedoel ik niet "X zal wel door Y zijn veroorzaakt", maar precieze herleidingen. Beweren dat zulke verklaringen in de toekomst wel mogelijk zouden zijn, is pure speculatie.

De gang van zaken in de wereld is niet deterministisch. Aangezien de wereld op de kleinste schaal enkel uit elementaire deeltjes bestaat, en die elementaire deeltjes onderworpen zijn aan de wetten van de kwantummechanica, berust eigenlijk de hele werkelijkheid op toeval. Immers, de kwantummechanica kent geen precieze bepalingen, maar enkel kansverdelingen. En de causaliteit van kwantummechanische verschijnselen is niet een relatie tussen een welbepaalde oorzaak en een welbepaald gevolg, zoals bij de klassieke causaliteit, maar een relatie tussen een oorzaak en een KANS op een gevolg.

Zoals gezegd, dit speelt op het niveau van de elementaire deeltjes. Maar heeft wat daar speelt ook effect op de wereld op de schaal waarop wij die waarnemen met onze zintuigen? Ja, want we kennen bijvoorbeeld ruisverschijnselen, die zich onder andere vertonen op een analoge radio of TV, als die op zwakke zenders staan afgestemd. Die ruis komt voort uit verschijnselen op de schaal van de elementaire deeltjes. En die ruis kan verschijnselen op macroschaal beinvloeden. De kat van Schroedinger is ook een voorbeeld van een verschijnsel op macroschaal dat wordt beinvloed door een kwantumverschijnsel.

Verder kennen we ook chaotische verschijnselen. Dat zijn inherent onvoorspelbare verschijnselen, veroorzaakt door systemen die zo gevoelig zijn voor hun begincondities dat die op geen enkele manier met voldoende nauwkeurigheid zijn vast te stellen. Daarnaast wordt door veel kosmologen aangenomen dat de Big Bang in feite het gevolg is van een kwantumfluctuatie. Alle reden dus om ervan uit te gaan dat een fundamenteel toeval een niet te verwaarlozen rol speelt bij het bepalen van het wereldgebeuren. En dat betekent dat de wereld niet deterministisch is.

Wat is een fundamenteel toeval? Een fundamenteel toevallig verschijnsel is een verschijnsel dat in grootte, tijd en plaats principieel niet te voorspellen is. Kwantummechanische verschijnselen voldoen aan deze definitie, en chaotische verschijnselen doen dat ook. En het is niet uitgesloten dat veel van de verschijnselen die we nu nog niet kunnen verklaren, uiteindelijk ook op zo'n fundamenteel toeval zullen blijken te berusten. Dat hoeft geen ramp te zijn voor de wetenschap, want de kwantummechanica, die dus ook uitgaat van zo'n toeval, is de meest betrouwbare en precieze theorie waarover de natuurkunde beschikt.

Als je om je heen kijkt, zie je veel verschijnselen die je alleen maar aan het toeval kunt toeschrijven. Misschien omdat je niet over voldoende gegevens beschikt om ze deterministisch te verklaren, misschien ook niet. Dat weet je niet. Het is dus niet uitgesloten dat er nog andere bronnen van toeval zijn dan de kwantumverschijnselen en de chaotische verschijnselen. Dat laatste is net zo speculatief als de veronderstelling dat die kwantumverschijnselen op de een of andere manier toch nog op een deterministisch mechanisme berusten. Of eigenlijk minder speculatief, omdat chaotische verschijnselen laten zien dat toevalsverschijnselen ook in een deterministische wereld kunnen ontstaan.

Een goed voorbeeld van zo'n toevallig verschijnsel is kanker. Niemand kan voorspellen of iemand kanker krijgt. Er zijn rokers die op hun 95e overlijden met gezonde longen, en er zijn mensen die nooit hebben gerookt, die overlijden aan longkanker. Medici kunnen bij alle ziekten alleen maar uitgaan van kansen. Ze kunnen niets met zekerheid voorspellen. Ze kunnen alleen maar kansen voorspellen, net als kwantumfysici. En het is niet uitgesloten dat de genetische mutaties, waarop sommige kankersoorten berusten, het gevolg zijn van kwantumverschijnselen.

Het toeval uit de kwantummechanica is een fundamenteel toeval, maar niet ieder fundamenteel toeval is kwantumtoeval. Een fundamenteel toeval kan ook een rol spelen in andere theorieën. Een voordeel van zo'n theorie is dan dat het verklaren van nature ergens ophoudt, namelijk bij dat fundamentele toeval. Maak je de keuze voor het determinisme, dan blijf je zitten in een eindeloze reeks van verklaringen. Waarom gebeurt A? Vanwege B. Maar waardoor wordt B dan bepaald? Door C. En wat bepaalt dan C???? Een probabilistische theorie, dus een theorie die op een fundamenteel toeval berust, kan gewoon op de vraag waarom iets gebeurt antwoorden: door het toeval. En verder vragen is zinloos.

De grote vraag is dus waarom de wereld per se deterministisch zou moeten zijn. Dat is niet iets dat uit waarnemingen is af te leiden. Het is enkel een veronderstelling vooraf, die op geen enkele manier te bewijzen is. Sterker nog, er zijn goede aanwijzingen dat de wereld inherent probabilistisch is. Uitgaan van een deterministische wereld is dus niet meer dan een geloof tegen beter weten in, net zoiets als het geloof van creationisten, die niet kunnen accepteren dat de aarde ouder is dan vierduizend jaar.


Reacties (28)

   

Een interessant voorbeeld van een stochastische wereld die berust op toeval is dat er patronen kunnen ontstaan van samenhang of correlaties. Die samenhang hoeft niet causaal te zijn en is vaak niet causaal. Een verschijnsel dat onder andere Kahneman aanhaalt is, is regressie naar het gemiddelde. Mensen hebben de neiging daarvoor een verklaring te zoeken die er gewoon niet is en zuiver kan verklaard worden door toeval. Regressie naar het gemiddelde treedt altijd op wanneer de correlaties zich bevinden tussen nul en 1. Kahneman illustreert dat onder andere met de schijnbaar absurde uitspraak: 'zeer intelligente vrouwen trouwen over het algemeen met minder intelligente mannen'. De verklaring voor die vaststelling is niet zozeer een causaal verband, maar simpelweg het resultaat van neiging naar een gemiddelde of regressie. Een meer actueel voorbeeld is voetbal. Wanneer een ploeg het wint van een andere, dan sta je altijd verbaast welke redenen hiervoor worden gegeven en welke redenen worden gegeven wanneer de ploeg verliest. Maar men ziet nooit hoe die ploeg gemiddeld presteert en dat een extreme topprestatie steeds wordt gevolgd door een mindere of omgekeerd. Wanneer dan in een competitie een gemiddeld sterke ploeg toevallig verliest tegen een gemiddeld zwakkere ploeg, dan krijg je natuurlijk een heel ander toernooi te zien dan verwacht. Haast niemand had verwacht dat Nederland zou winnen tegen Spanje. Het toeval ligt anders. Maar de kans dat Nederland eens zou kunnen verliezen tegen een gemiddeld zwakkere ploeg dan Spanje, is helemaal niet ondenkbeeldig en zelfs waarschijnlijk. Het voetbal is een mooi voorbeeld van hoe een toernooi heel onverwacht kan eindigen, want een onverwacht verlies, kan als een zwarte zwaan ervoor zorgen dat de aanvankelijk vermeende winnaar toch niet de finale haalt.

   

Kweetal,
probabilistisch staat toch niet gelijk met niet-deterministisch? Het is alleen een superieure beschrijvingswijze, omdat je er meer en nauwkeuriger mee kunt voorspellen, zonder dat je echt weet wat er gebeurt. Het is wat contra-intuïtief omdat een deeltje qua kans op meerdere plekken tegelijk kan zijn, en zelfs op plaatsen waar al andere deeltjes zijn.
Als je echt een niet-deterministische wereld wilt aantonen moet je een ontstaan vanuit niets bewijzen. En dan moet je eerst niets aantonen, wat onmogelijk is. Niet-determinisme is dus onbewijsbaar in de praktijk.

   

Natuurlijk staat probabilistisch wel gelijk met niet-deterministisch, omdat je niet precies kunt voorspellen wat het resultaat van een experiment zal zijn. Je kunt alleen heel precies de kansen op een verschijnsel voorspellen, niet het waar en wanneer van dat verschijnsel zelf. En de probabilistische kwantummechanica kent ook een ontstaan vanuit niets, in de vorm van een versie van de Heisenberg-ongelijkheid, die toelaat dat er tijdelijk deeltjes ontstaan vanuit het niets.

   

Beste Kweetal,

Het ontstaan van deeltjes vereist aanwezigheid van tijd en ruimte.
Dit kan niet het eerste ontstaan zijn.

   

Eskon, wat "is" tijd of ruimte volgens jou?

   

-Het woord 'toeval' behoort niet tot de wetenschappelijke wereld ; want wat door 'toeval' ontstaat gebeurt buiten ons weten en onze kennis
-En alleen absolute logica is als enig 'zijn' de weg waarlangs alles loopt of 'passeert' ..; anders valt alle wetenschap en logica weg ...
-En als de mens meent vrij te zijn of te handelen, is dat wanneer hij niet extern (via de buitenwereld en de zintuigen) beperkt en bepaald wordt, maar wel nog gedetermineerd wordt door wat in zijn eigen 'brein' opgeslagen is .
-De natuur, de logica of de wetenschap kan niet met twee maten en gewichten werken...

   

-...vraag blijft : wat dan met de verantwoordelijkheid van de mens ?... wat met de ethiek en de moraal ?

-...of Determinisme en Ethiek .
-De 'gang van zaken' van het 'zijn' is de logica zelf; zodat alles gedetermineerd is .
-Ook wij als mensen zijn dus zeker extern door onze buiten-wereld via onze zintuigen bepaald, maar ook intern door de in ons brein opgeslagen processen ; en daar ligt onze mening 'vrij' te zijn .
-De mens is aldus net als alles in de natuur gedetermineerd .

Wat dan met verantwoordelijkheid, ethiek en moraal ?
-Ook hier denkt en handelt de mens ethisch volgens die absolute logica , die hem bepaalt .
-Hij weet, dat hij zal en moet gestraft worden of afgekeurd zijn, als hij iets 'mispeutert', daar het logisch is, dat zijn (slechte)daden niet passen in de maatschappij ; en het aldus normaal en logisch is, dat deze hem ter verantwoording roept, om de schade te recupereren of hem als misdadiger te verwijderen ( de straf ) ...
-En ook inwendig beseft de mens, wat logisch niet 'klopt'in zijn denken en doen ; en dit is dan zijn geweten ...
-ook hier is de logica de enige regel ; van zowel zijn gedetermineerd zijn als zijn ethisch denken en handelen ...
-
Heeft het leven dan 'zin' voor de mens ?
-Waarschijnlijk juist door het volgen van die logica, vervult hij die zin; waarvan hij echter de ware toedracht niet kan kennen ; daar ook hij slechts een schakel is in dat logisch, evolutioneel proces...

   

Een vraag waar ik zelf nog mee worstel: Een deterministische wereld verandert op een voorspelbare wijze. Dat houdt in dat informatie behouden blijft. Er zullen tijdens het bestaan van die wereld geen nieuwe feiten aan het licht komen die niet vooraf bekend hadden kunnen zijn. Maar in een probabilistische wereld is dat wel het geval. Er wordt dus gaandeweg nieuwe informatie gegenereerd. Dat betekent dat er geen behoud van informatie is, zoals er wel een behoud van energie is.
Fysici stellen dat verschijnselen op kwantumschaal volkomen reversibel zijn. Er vindt daar dus geen toename plaats van entropie. Maar er ontstaat wel nieuwe informatie. Heeft Shannon dan toch ongelijk, als hij stelt dat informatie en entropie gekoppeld zijn? En zullen we dan ooit in een zee van informatie verdrinken?

   

Kweetal, waarom verandert een deterministische wereld op voorspelbare wijze? Het kan toch gewoon zijn dat ondanks het determinisme het principeel niet te voorspellen is. Voorspelbaarheid is toch geen maat van gedetermineerdheid? Het zegt hooguit wat over ons onvermogen.
Als er deeltjes ontstaan uit het niets komt er informatie bij, als er elder dan deeltjes vedrwijnen naar het niets gaat er weer informatie verloren. Dat kan in evenwicht zijn zonder dat het echt te bepalen is, want informatie lijkt zich daarbij niet zoveel van chronologische tijd of ruimte aan te trekken.

   

Voor een uitvoerige behandeling van determinisme en zijn consequenties zie mijn blog:
http://filosofieblog.nl/blog/filosofische-overpeinzingen/3335/over-determinisme/

   

Bedankt, met belangstelling gelezen.

   

In de definitie die Laplace geeft, speelt voorspelbaarheid de centrale rol. De demon van Laplace moet in staat zijn om de volledige toekomst te voorspellen. Wat dat betreft zijn chaotische verschijnselen dus niet deterministisch, al is in het wetenschappelijke model ervan alles volledig bepaald. Maar kwantumverschijnselen zijn inherent onbepaald. De kwantummechanica is een probabilistische theorie, dus een theorie die werkt met kansen, niet met zekerheden.
Met het verdwijnen van een deeltje gaat geen informatie verloren. De kennis van het bestaan ervan blijft behouden, zeker als dat deeltje in interactie is getreden met andere deeltjes. Er komt zelfs kennis bij, namelijk die van het verdwijnen ervan. Er is een essentieel verschil tussen een deeltje dat kortdurend heeft bestaan en een deeltje dat niet heeft bestaan. Dat verschil is aan te tonen met behulp van het Casimireffect.

   

Als je een gesloten ruimte hebt die gesloten blijft is buiten de ruimte niet voorspelbaar wat de situatie in de gesloten ruimte op enig moment is, maar waarom moet dan in die gesloten ruimte het determinisme ongeldig zijn? Is het bevatten van geslotenheid een voldoende voorwaarde voor niet-determinisme?

Ik ben het eens dat het verdwijnen van een deeltje geen verdwijnen van informatie is.Mogelijk is er een andere manier waarop (tijdelijk) informatie verloren gaat, bijvoorbeeld bij een zwart gat. Hoewel dat dan mogelijk gecompenseerd wordt met de informatie van het verdwijnen van het deeltje.

   

In een gesloten ruimte gelden de zelfde natuurwetten als daar buiten. Als de wereld daar buiten niet voorspelbaar is, is die het daar binnen ook.

Een zwart gat toont informatie op zijn event horizon, dank zij ontsnappende deeltjes van paarvormingsprocessen. Daaruit concludeert men soms tot een holografisch universum (3D informatie op 2D afgebeeld).

   

Dat kan je dus niet weten dat van die natuurwetten in die gesloten ruimte, en natuurwetten zijn dan weer deterministisch.

   

Aanvulling: als iets voorspelbaar is, is het zeker gedetermineerd, maar als iets niet voorspelbaar is hoeft het niet niet-gedetermineerd te zijn, klassieke fout als je dat zou denken...

   

Ik had het over PRINCIPIEEL niet voorspelbaar.

   

Ha, wanneer is er sprake van principieel? Hoe zou je dat moeten aantonen? Elk vermogen kan een onvermogen zijn. De onzekerheidsrelatie wil niet zeggen dat impuls of plaats niet meetbaar zijn, ze zijn beide meetbaar alleen niet tegelijk. De plaats van een deeltje is probabilistisch, maar de voorspellingen zijn zeer nauwkeurig omdat de kansen blijkbaar toch wel vast liggen. Daarbij zal als je gaat meten de quantum collapse plaatsvinden en het deeltje op een vaste plek gevonden worden. Rekenen met kansen lijkt juist een voorspelbaarheid op te leveren.

Principieel niet voorspelbaar is gewoonweg niet te zeggen, want iets kan altijd nog voorspelbaar worden als de modellen beter worden, dat zie je met het weer, een chaotisch proces, maar redelijk goed voorspelbaar. Bedoel je met principieel niet voorspelbaar dan de lange termijn? Daarvan weten we toch wel dat de entropie gaat toenemen. Als het gaat om principiële onzekerheid dan gaat dat over elke zekerheid. En dat is dus ook niet aan te tonen, daar gaat het om.

Uiteindelijk zijn er verschillende uitgangspunten die allemaal hun eigen waarschijnlijkheidsgebied hebben. Ik wil me niet vastpinnen op welke dan ook. Met betrekking tot determinisme of niet vind ik belangrijk of dingen zinvol zijn of niet. Ik denk dat je vooral uit moet gaan van zinvol, of als je dat niet doet dat dit direct allerlei consequenties heeft, die consequenties liggen dan weer aardig vast.

   

Kwantumverschijnselen zijn PRINCIPIEEL onvoorspelbaar.

   

En wat heeft dat met oorzakelijkheid te maken?

   

Via toevallige correlaties kan je iets voorspellen, maar dit voorspellen is meestal tijdelijk en willekeurig omwille van de toevalligheid en niet causale relatie. Niet elke gevonden correlatie tussen twee toevalsvariabelen blijft behouden. Er is daarom in zo'n gevallen geen sprake van determinisme. Zo kan men via een toevallige positieve correlatie tussen de goudprijs en het aantal geboren ooievaars niet gaan beweren dat hier sprake is van enig determinisme. Ook al zou men een toevallige toekomstige trend kunnen voorspellen tussen die twee gebeurtenissen. http://www.nrc.nl/nieuws/2014/05/27/bizarre-statistieken-en-misleidende-correlaties-kraakhelder-in-beeld-gebracht/

   

Toeval (enkele voorbeelden)
1. Er wordt geen enkele samenhang gevonden of de gevonden samenhang is willekeurig, voortdurend veranderlijk, tijdelijk en niet causaal, de voorspelbaarheid is onmogelijk bij herhaling
2. Er kan geen beginsituatie gevonden worden en daarom ook geen eindsituatie en bijgevolg ook geen volledige determinerende factoren die leiden tot een voorspelbaar en voldoende zekere eindsituatie
3. Willekeurige kansverdelingen bij een zelfde onafhankelijke variabele afhankelijk van een willekeurig gekozen referentiekader  variërende onzekerheid zonder duidelijke redenen.
4. Willekeurige meting of waarneming door waarnemer leidt tot probabilistische uitkomsten zonder het kunnen aanwijzen van oorzaken of factoren. Het lijkt wel of het onderzochte deeltje volkomen vrij ‘beslist’ welk pad het kiest.
5. Zuivere toevallige samenloop van omstandigheden waarbij men geen enkele beginsituatie kan aanduiden van beide of meerdere causale ketens in de tijd die geleid hebben tot een toevallig treffen.
6. Willekeurige niet causale positieve of negatieve correlaties met een toevallige samenhang die zelfs kunnen leiden tot tijdelijke voorspellingen zo lang de toevallige samenhang duurt of vastgesteld wordt.

1. Zulke situatie ben ik al tegengekomen met het ontwerpen van een begrijpende leestest. Er werden telkens wisselende significante en niet significante correlaties gevonden die varieerden van negatief, nul tot positief in verschillende klassen en over verschillende jaren bij zelfde doelgroepjongeren. Ik kan nog steeds geen enkele oorzaak aanduiden die zorgt voor deze wisselende correlaties tussen de begrijpende leestest, de schrijftaaltest en de gemiddelde schoolresultaten Anderzijds vind ik elk schooljaar wel sterke significante positieve correlaties tussen enerzijds de schrijftaaltest en anderzijds de rekentest en de gemiddelde schoolresultaten. Elke vorm van samenhang is zoek bij de begrijpende leestest. Bijgevolg kan je ook niets voorspellen of concluderen uit deze begrijpende leestest en is ze volkomen waardeloos als test. Het grappige van deze leestest is, dat je zowel bij leesvaardige als niet leesvaardige leerlingen willekeurige scores vindt van laag tot hoog. Je kan zelfs op basis van de begrijpende leestest scores geen enkele toevalsdistributie verkrijgen die steek houdt. De plausibele aanvankelijke aangenomen hypothese dat deze test minstens positief had moeten correleren met andere taalgerelateerde testen of schoolresultaten is compleet afwezig. Met andere begrijpende leestesten is het al niet veel beter. Mijn doelgroepjongeren blijken ongevoelig en willekeurig te scoren op begrijpende leestesten en die ene test in het bijzonder. Reden: totaal onduidelijk. Er is zelfs geen enkele link te vinden met intelligentie. Dit is werkelijk een test die leidt tot toevallige scores!
Andere voorbeelden van vergelijkbaar toeval, tref ik aan bij sommige jongeren die volkomen willekeurig aanwezig, afwezig (zelfs willekeurig gewettigd of ongewettigd ) kunnen zijn. Er is geen enkel duidelijk patroon of reden te vinden. Hun ‘pad richting schoolpoort’ is voorspelbaar onvoorspelbaar. Ook de redenen bij afwezigheid zijn soms terecht, soms volkomen van de pot gerukt, maar ook hier geen patroon te vinden, zelfs niet als je hun aanwezigheden en afwezigheden van het schooljaar daarvoor onderzoekt en ze aan elkaar probeert te linken.
2. Zoiets komt voor bij chaos
3. (zie ook voorbeeld 1)
4. Zie kwantummechanica: 2 spletenexperiment.
5. Vele voorbeelden van historische toevallige samenloop van omstandigheden die in sommige gevallen, afhankelijk van de interpretatie van de historicus, wel of niet zouden kunnen geleid hebben tot een ander verloop. Bijvoorbeeld: de mislukte aanslag op Hitler. Voorbeelden van self defeating en self fulfilling prophecy zonder aanwijsbare redenen waarom. Een toevallige voorbijganger die de kogel opvangt bij een aanslag, waardoor ze mislukt. In dit laatste voorbeeld is het makkelijk om allerlei redenen te verzinnen waarom nu juist die persoon werd geraakt en wat er zou gebeurd zijn indien deze persoon er niet was op dat ogenblik. Het nadien verzinnen van zulke redenen is eerder een voorbeeld van een cognitieve illusie. Identieke voorbeelden kan je vinden bij het verzinnen van verklaringen waarom nu juist persoon X meer dan 100 jaar wordt ( en een verschrikkelijke ongezonde levensstijl op nahield en duidelijk geen langere telomeren had of genen om langer te leven), terwijl persoon Y die veel gezonder leefde en meer aantoonbare overlevingskansen had om oud te worden, die leeftijd niet bereikt. Nochtans kan men geen ongeval, voorval of andere vormen van pech aanduiden die er hebben voor gezorgd dat Y geen 100 jaar kon worden en, waarom X niet eerder stierf. De verhalen en raadgevingen die we vaak lezen om oud te worden, zijn dan ook vaak hilarisch tegenstrijdig. Daarentegen kunnen we wel voor een populatie voorspellen dat de levensverwachting toeneemt en kunnen epidemiologen voor een populatie oorzaken vinden die zorgen voor ernstige gezondheidsproblemen en het verkorten van het leven, maar wie nu echt oud wordt en wie niet, lijkt eerder bepaald door toeval dan andere redenen. (zoals de wet van de kleine aantallen die eerder opgaat voor individuen in tegenstelling voor populaties, want daar geldt de wet van de grote aantallen)
6. Klassiek voorbeeld: de samenhang tussen ooievaars en geboorten en andere misleidende correlaties. (spurious correlations)
Er kunnen voor al deze voorbeelden op geen afdoende wijze determinerende factoren gevonden worden.

   

Een stukkie van m'n vaste schijf, Kweetal.
Past 't? Of past 't niet? Of zou 't wellicht beter gepast zijn geweest als een reactie op een andere bijdrage van jou, zoals Het Absolute?

Kweenie.
Toch maar lukraak geprobeerd. Want nooit geschoten is ... .

Zo is het toevallig ook nog eens een keer.

Dat was een satirisch programma op de TV.
Ik moest vanwege een bizondere omstandigheid aan dit programma denken. Die bizondere omstandigheid had eveneens te maken met de TV. Het betrof een praatprogramma, waarvan er tegenwoordig heel veel zijn. Het praatprogramma waar ik nu op doel is één van de meest populaire. Bovendien staat het bij het weldenkend deel van onze natie te boek als een serieus programma. Wat was het onderwerp dat de aandacht trok en mij na een aantal overdenkingen bij “zo is het toevallig …” deed uitkomen?
Het betrof één van de vele wonderen van de informatie-industrie. Vele, ja! We worden er bijkans door bedolven Die bedelvingen geschieden trouwens ook infomatiegewijs. In onderhavig geval ging het niet zozeer om het wonder zelf, maar meer om de spin-off van zo’n wonder. Het wonder zelf heette twitter of tweet. De spin-off had te maken met de mogelijke implementatie van dit wonder door de RK-kerk.
Een communicatief ogende priester, die het gebruik van de communicatieve middelen binnen het Vaticaan mag bepleiten, was op bezoek bij het serieuze programma. Hij was enthousiast; prachtig om te zien.
Toen rispte mijn herinnering op.
Vijftig jaren geleden legde “zo is ’t toevallig ook …”een link tussen de TV en de aanbidding van God. Dat ging, zoals het een satirisch programma betaamt, op een spottende wijze. De spotters waren atheïsten, zoals Joop van Thijn, Jan Blokker en Mies Bouwman. De rituelen van de dienst, de liturgie, de sacristie, de heilige bezweringen, de magie hadden niet God tot object, maar de TV. De kerk, evenwel, houdt zichzelf en de kudde voor “Gij zult u geen gesneden beeld maken …”. Afgoderij is met andere woorden een doodzonde. Gelovig Nederland stond 50 jaren geleden op z’n achterste poten. Schande! Het werd een rel.
Nu, anno 2012, wordt er een soortgelijk verband gelegd. Maar de link kwam niet uit de koker van atheïstische, satanistische satire. Nee, uit de koker van de Kerk zelf, bij monde van een priester. Die het de onfeilbare vertegenwoordiger van God door z’n strot douwt.
Wie moet er anno 2012 nu op z’n achterste poten gaan staan? Wie moet er Schande! spreken?
Goeie vraag.
Ik zou zeggen, de satire. De satire, bij monde van wie dan ook, zou amok moeten willen maken. Ze wordt beroofd van haar middelen van bestaan. En wie is in dit geval de rover?
De Kerk.

   

bijzondere? i.p.v. bizondere

   

"Bizonder" - hoewel in deze toepassing met "rood" bestraft - is een geldig woord. Het staat gewoonweg in Van Dale. Goed, OK, je wordt door Van Dale dan wel doorverwezen naar "bijzonder". Maar niettegenstaande die doorverwijzing heeft "bizonder" een eigen (misschien wel "bijzonder"?) bestaansrecht.

Maar aan de andere kant, waarom zou de alledaagse spreektaal (waarmee de alledag zich onderling weet te verstaan) geen intrede mogen doen in het Woordenboek?
Elk jaar komen er wel nieuwe "woorden" bij. Die nieuwkomers halen zelfs de krant.
Het fenomeen deed zich voor 't eerst voor bij het WW "onthaasten". Dat WW kwam van PvdA-minister De Boer. We zouden meer moeten onthaasten, vond zij. Of dat allemaal is gelukt? Afijn. Maar het "woord" is het wel gelukt om in het woordenboek te komen.

Bijzonder is een bijwoord. Het is samengesteld uit twee voorzetsels. T.w. "bij" en "zonder".
Meestal is dat zo. Achter en Om maken "achterom". Voor en Bij maken "voorbij".
Maar er zijn uitzonderingen. Voor en Onder maken Vooronder; en Vooronder is een substantief.

Ja, en zo zou ik nog wel even door kunnen gaan met mijn hobby. Maar ik ben bang dat ik je dan ga vervelen. En dat wil ik niet op mijn geweten hebben, Beste Stefan.

   

Zolang de rol van het speelse niet teveel speling tussen het speelse en het correct gespelde oplevert, mag er best wel wat met de spelling gespeeld worden.
Als spelling zo belangrijk zou zijn, zou die niet om de haverklap aangepast moeten worden, maar streng gehandhaafd, zoals bij een programmeertaal. Gelukkig zijn mensen geen machines. Mensen lezen trouwens vaak tussen de regels door, of lezen wat ze willen lezen.
Ikzelf heb in beide ogen een blind vlekje, waarbij letters wegvallen, is nauwelijks een handicap omdat ik geen letters maar woorden lees, alleen bij getallen is dat wel eens lastig. Het is dus niets bijzonders dat ik bizonder als bijzonder lees.
Maar dit alles terzijde.

   

"Zolang de rol van het speelse niet teveel speling tussen het speelse en het correct gespelde oplevert, mag er best wel wat met de spelling gespeeld worden."

Maar een fout blijft een fout. Als jij in "niet teveel speling" te & veel aan elkaar schrijft, dan is dat fout. En ik neem ook aan dat je het niet "speels" bedoeld hebt.

Teveel is een ZNW. Net zoals tekort. Men spreekt over "een teveel" en over "een tekort".

   

Is teveel dan niet te veel? je spreekt hetzelf het zelfde uit, ik bedoel zelfs hetzelfde.

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie