Platonisme

In de blog: Wereldvreemd reacties: 26 pdf print

Veel mensen denken dat de wetenschap op zoek is naar het mechanisme van de werkelijkheid. De wetenschap probeert te achterhalen wat ervoor zorgt dat er gebeurt wat er gebeurt en onthult daarbij de regels waaraan de werkelijkheid voldoet. Maar wetenschap is een menselijke activiteit, en de werkelijkheid is niet door mensen gemaakt. En zelfs al zouden wij de werkelijkheid volledig in regels kunnen vangen, dan nog zijn we zelf niet in staat een werkelijkheid te scheppen die aan die regels voldoet.

Werkt de werkelijkheid wel volgens regels? En zo ja, hoe zijn die regels dan vastgelegd, en wat zorgt ervoor dat de werkelijkheid aan die regels voldoet? Is er een hogere macht, een sturende entiteit die de regels interpreteert, en bijstuurt als daarvan wordt afgeweken? Of zijn de regels die de wetenschap postuleert niet meer dan menselijke interpretaties, door mensen in mensentaal geformuleerde regelmatigheden, uitgaande van door mensen bedachte begrippen? Ligt er iets absoluuts ten grondslag aan de werkelijkheid of is alles wat wij mensen daarvover zeggen niet meer dan mensenverzinsels die er net zo goed totaal anders hadden kunnen uitzien?

Voor Plato was het duidelijk: naast de wereld die door onze zintuigen wordt geëxploreerd, is er nog een wereld. Een wereld van ideale objecten en onbetwistbare principes waaraan de zichtbare wereld haar tastbare en zichtbare objecten en gebeurtenissen ontleent. De ideeënwereld van Plato bevat de voorschriften voor de reële wereld. De leer van Plato, het platonisme, stipuleert een absolute geldigheid van principes.

Als platonisme waar zou zijn, dan is er maar één collectie voorschriften. Dan zou de gang van zaken bij de mens en de gang van zaken in de natuur op de zelfde principes moeten zijn gebaseerd. Dan zouden hooguit de principes die mensen hanteren een variant moeten zijn van die welke de natuur hanteert. Maar welke principes dat zouden moeten zijn is nergens vastgelegd. Er is nergens een handleiding voor hoe je de menselijke principes uit die van de natuur zou moeten afleiden.

De natuur gaat heel anders te werk dan de mens. Technische apparaten lijken niet op natuurlijke voorbeelden, en het menselijk materiaal- en energiegebruik is heel anders dan dat van de natuur. Het zou kunnen dat wij met onze creativiteit gewoon nog niet het stadium hebben bereikt waarin de natuur zich bevindt. Het zou kunnen zijn dat de natuur veel geavanceerder te werk gaat dan wij. Per slot van rekening is de evolutie al meer dan drie miljard jaar actief. Maar dan zou er een duidelijke parallel moeten zijn tussen de gang van zaken in de natuur in een vroeger stadium van ontwikkeling, en de gang van zaken in de techniek. Een parallel is dat de evolutie ook milieurampen heeft gekend, bij voorbeeld het ontstaan van zuurstof ten gevolge van fotosynthese. Maar het technische materiaalgebruik en de technische constructieprincipes kom je nergens tegen in de geschiedenis van de evolutie, voor zover wij die kennen.

Vanuit ons perspectief gezien hanteren de natuur en de techniek verschillende principes. Menselijke activiteiten zijn moeilijk onder te brengen in een platonisch keurslijf. Zou de ideeënwereld ook de ideale auto en de ideale computer moeten bevatten? Volgens het platonisme kent de werkelijkheid maar één manier van bestaan, absoluut en onafwendbaar. Dus als je constateert dat natuur en techniek principieel incompatibel zijn, als ze elk worden geregeerd door eigen principes, en dat de principes van de natuur die van de techniek niet verdragen en omgekeerd, is platonisme onhoudbaar.

Als je dan het platonisme afzweert, en je constateert dat de natuur andere principes hanteert dan de mens, kun je niet uitsluiten dat er nog andere principes denkbaar zijn waarop je een manier van omgaan met de werkelijkheid kunt baseren. Is het aantal mogelijkheden daartoe onbegrensd? Geldt daarbij "anything goes", ieder verhaal dat niet in strijd is met wat we waarnemen is toegestaan, of zijn er misschien metaprincipes die bepalen welke principes toelaatbaar zijn? Is er mogelijk een hogere orde ideeënwereld die de stand van zaken in Plato's ideeënwereld bepaalt, maar die ook andere modelwerelden toestaat? Of moeten we natuur en techniek uitsluiten van de ideeënwereld, en deze enkel bevolken met fysische principes, waaraan zowel de natuur als de techniek onderworpen zijn?

Maar zijn die fysische principes dan wel absoluut en exclusief?


Reacties (26)

   

Beste Kweetal.

Je schrijft:
"De ideeënwereld van Plato bevat de voorschriften voor de reële wereld. De leer van Plato, het platonisme, stipuleert een absolute geldigheid van principes."

Dat waren veeleer morele principes. De lagere wereld was voor Plato (en voor Parmenides en Socrates) per definitie een onvolmaakte, vergankelijke wereld.

   

Nou, de ideeënwereld was toch op de eerste plaats een metafysisch idee. Het gaat niet over menselijk handelen, maar over hoe de wereld in elkaar steekt. En ja, de wereld van alledag zou inderdaad een onvolmaakte afschaduwing zijn van die ideeënwereld. Maar wat heeft dat met morele principes te maken?

   

Het gewenste menselijk handelen (dat is ethiek) was voor Plato afhankelijk van hoe de wereld in mekaar stak. Het was net omdat er een perfecte wereld van ideeën bestond, en daarin het beeld van de volmaakte mens, dat de elite moest streven naar vervolmaking. Bijna het volledige werk van plato gaat over deze ethiek.

Ik kan geen enkele ernstige fysische theorie van de hand van Plato.

   

Het gaat niet om een fysica, maar om een metafysica. Zie: http://nl.wikipedia.org/wiki/Idee%C3%ABnleer
De ideeënleer is in zoverre ethisch als er ook ethische ideeën een plaats in hebben, zoals het idee van rechtvaardigheid. Maar hij is toch vooral ontologisch/metafysisch. En de elite is de elite juist omdat ze toegang hebben tot die ideeënleer, en niet omdat ze ethisch zo voorbeeldig zijn.
Veel van Plato's dialogen hebben niets met ethiek te maken. Denk aan de Laches (over moed) en de Meno (over wiskundige kennis).

   

Ik denk dat je te moderne categorieën gebruikt, maar ik zie hier geen eenvoudige mogelijkheid dat uit te klaren. Dus laat ik het maar zo.

Wiki kende ik al hoor.

   

Ik heb kritiek op jullie beide Plato-kennis of – interpretatie.

Siger lijkt Plato met Socrates te verwarren. Socrates stelde eigenlijk – afgaande op Plato’s weergave en Aristoteles’ commentaar – alleen de vraag naar (de definitie van) het goede en Plato bleef wel een leerling van Socrates in de zin dat ook voor Plato het uiteindelijk altijd wel ging om het goede leven, maar Plato was bovenal een metafysicus die, al dan niet ten behoeve van de ethische vraag, een invloedrijke metafysica heeft ontwikkeld. Zo is bv. heel Aristoteles’ werk op het gebied van de metafysica een reactie op de metafysica van Plato.

Maar Kweetals ‘twee-werelden-theorie’ is volgens mij ook een onjuiste interpretatie van Plato. Plato geloofde maar in één wereld, maar met verschillende gradaties van werkelijkheden: een bekend voorbeeld in dat opzicht is dat een ding meer werkelijk is dan zijn beeld of schaduw. In feite is er zo een hele reeks schakeringen denkbaar van meer naar minder werkelijk, maar het is niet zo dat elke schakering een aparte ‘wereld’ vormt. Het is veeleer wat latere platonisten emanatie noemen: de (ene) wereld wordt gevormd doordat (het beginsel van) het Ene zo vol is dat het overstroomt en naarmate haar licht of stroom zwakker wordt neemt het niveau van werkelijkheid af. Met de beroemde Lijn-metafoor in Politeia schetst Plato 2 x 2 gradaties van werkelijkheden met daarbij ook vier bijbehorende trappen van kennis. De hoogste of volste werkelijkheid (die in de metafoor ervoor met de Zon wordt vergeleken) is voor de mens eigenlijk niet bereikbaar (de Zon is wel de bron van alle dingen en alle kennis maar wij kunnen zelf niet in de Zon kijken). De hele verdere ontwikkeling van het platonisme, zoals bij Plotinus en anderen, omvat bovenal een verdere uitwerking van deze ontologische en epistemologische hierarchie (en Plotinus zou het hoogste, bovenrationele niveau door middel van mystieke eenwording met het Ene enkele malen hebben bereikt).

Wat betreft de tegenstelling tussen natuur en techniek: juist de oude Grieken waren zich zeer bewust van deze tegenstelling, terwijl pas het christendom en het mechanicisme die tegenstelling kon opheffen. Bij die opheffing speelde echter juist Plato en diens wiskundige benadering van de werkelijkheid een essentiele rol: ‘mechanica’ stond oorspronkelijk voor toegepaste wiskunde (dus voor menselijke kunst), maar werd als gevolg van de ‘mechanisering van het wereldbeeld’ sinds de Renaissance de grondslag voor de fysica dus voor ons begrip van de natuur hetgeen mogelijk was doordat men God ging voorstellen als een wiskundige met de ‘wereldmachine’ als zijn werk van toegepaste wiskunde (in de Bijbel staat trouwens ook dat God de wereld “naar getal, gewicht en maat” heeft geschapen). Terwijl wij bij Plato vooral aan metafysica en ethiek/politiek denken, kenden de meeste middeleeuwers Plato trouwens vooral ook als fysicus omdat in de middeleeuwen alleen Plato’s werk Timaeus bekend was en Plato in dat boek wel degelijk een soort van fysische theorie uiteenzet: in die theorie worden alle dingen opgebouwd gedacht uit meetkundige vormen.

Kortom, voor Plato was er inderdaad geen ‘wezenlijk’ verschil tussen natuur en techniek, maar is er slechts een verschil in gradatie: onze kunst is een inferieure imitatie (een ‘beeld’) van de werking van de natuur. Maar voor ons modernen geldt hetzelfde: vertel Leonardo da Vinci maar eens dat er een wezenlijk verschil bestaat tussen techniek, kunst en natuur! Als ‘moderne geest’ kan ik dan ook moeilijk vatten wat Kweetal bedoelt met verschillende principes voor techniek en natuur. Hij noemt alleen verschillende materialen, maar dat was nu juist voor Plato en Aristoteles een belangrijk bewijs om in ‘Vormen’ te geloven, contra de materialisten: juist omdat dingen met verschillende materialen kunnen worden gebouwd, wordt het wezen van een ding niet gegeven door zijn materie maar door zijn vorm. Daarom is het wezen van iets zijn vorm en niet zijn materie. Onze kennis en kunst is dan ook geen imitatie van de materie maar van de vorm van het object. Wel is het natuurlijk zo dat Plato niet geïnteresseerd was in techniek en dat door die algemene Griekse desinteresse in techniek zij geen geavanceerde technologie hebben ontwikkeld. Misschien zijn er hedendaagse technologische producten die radicaal breken met hoe de natuur normaliter werkt, maar ik kan eigenlijk niet zo snel een voorbeeld bedenken: in feite verbiedt ons (mechanistisch) begrip van de natuur een menselijk product dat in strijd met de natuurwetten is. Wel is onze houding radicaal gewijzigd: uit angst iets te produceren wat in strijd met de natuurwet is, was magie in de middeleeuwen verboden terwijl wij gefascineerd zijn door magie en daar onze empirische wetenschap op hebben gebaseerd in de zin van het experiment waarmee we de natuur naar onze hand zetten (en het verklaart de populariteit van de goochelkunst in de moderne tijd).

   

Beste Porphyrios,

Als jij vindt dat bij Plato er eigenlijk geen onderscheid is tussen de wereld van de fenomenen en de vormenwereld, hoe verklaar je dan het grotverhaal uit Politeia? Daarin is toch wel degelijk sprake van twee werelden, de wereld van de schaduwen en de wereld onder de zon.

En voor wat betreft het onderscheid tussen natuur en techniek: zie mijn stukje http://filosofieblog.nl/blog/kweetal/3496/intelligent-design/

   

Beste Porphyrios,

Er bestaat mi. geen betrouwbare getuigenis over een "metafysica" van Socrates die verschillend is van Plato. Het lijkt me dan ook ongefundeerd om te veronderstellen dat die verschillend was van die van Plato.

Socrates is mi. de platonische "action hero". Zijn (door Plato geschilderde) nadruk op wat te doen, sluit aan bij de platonische visie op hoe de wereld opgebouwd is.

   

Bij het overgrote merendeel van de "socratische" dialogen van Plato gaat het niet om wat te doen, maar om het verhelderen van begrippen. Zo'n dialoog begint meestal met "Wat is ...", dan geeft de gesprekspartner van Socrates een definitie, en dan geeft Socrates een tegenvoorbeeld, waarna zijn gesprekspartner weer een nieuwe definitie verzint, enzovoorts. Socrates beoefent volgens eigen zeggen "maieutiek", de kunde van de vroedvrouw, in het ter wereld brengen van concepten.

   

Beste Kweetal,

Welke dialoog begint met "Wat is...?" Kan je een voorbeeldje geven?

   

Een goed voorbeeld is de Laches, die na een inleiding toch vooral gaat over "Wat is moed?". De Theaetetus gaat over "Wat is kennis?" En de Politeia gaat toch op de eerste plaats over "Wat is de juiste staatsinrichting?"

   

Ik zie wat je bedoelt.
Aan Plato worden traditioneel de vragen toegeschreven over hoe de wereld is.
Aan Socrates worden dan de vragen overgelaten over ethische kwesties.
Je kan in beide kategorieën "wat is"-vragen stellen. Maar als die vragen ethisch zijn - maw. handelen over wat eigen is aan menselijk gedrag, zoals moed, kennis, staatsinrichting - wordt er onvermijdelijk mee bedoeld "wat is het juiste om te doen?"

Wat ben je met het antwoord op de vraag "wat is moed?" als moedig handelen je niet interesseert?
Wat ben je met het antwoord op de vraag "wat is kennis?" als je geen kennis wilt verwerven?
Wat ben je met het antwoord op de vraag "wat is de juiste staatsinrichting" als je je niet met staatsinrichting wilt bemoeien?

   

Vergeet de apologie niet. Daarin zegt Socrates dat het enige wat hij weet is dat hij niets weet. En daarom gaat hij zogenaamde deskundigen ondervragen. Met zijn techniek van tegenvoorbeelden komt hij er al gauw achter dat hun feitelijke kennis ook maar beperkt is. En dat werd hem, zoals bekend, niet in dank afgenomen.

   

Volgens Christopher Rowe kunnen we alles wat er met enige zekerheid gekend is over Socrates op een postkaartje kwijt.

Mij komt de Socrates van Plato over als een pedante betweter. Zijn vragen zijn niet echt onderzoekend, maar manipulerend en kleinerend. In het echt zou hij met die stijl niet veel gesprekpartners hebben overgehouden denk ik.

Niemand begrijpt ook zijn proces, maar om een jury van meer dan 500 Atheense burgers zo kwaad te krijgen lijkt me zelfs voor Socrates niet makkelijk. Hij was wel sympathisant van de anti-democratische machtsgreep die net mislukt was (net zoals Plato anti-democratisch was.)

   

Ja, we moeten het doen met maar drie bronnen die Socrates echt gekend hebben: Aristofanes, die hem niet welgezind was, Xenofon, die vaak meer schreef over legenden dan over de werkelijkheid, en Plato. Maar ik denk dat wat de laatste betreft de Apologie nog het beste beeld geeft van wie Socrates was. En het is in ieder geval boeiend leesvoer, in tegenstelling tot veel andere dialogen.

   

Theorie versus werkelijkheid of een ideeënwereld die zich voordoet als 'de waan van de dag' aangezien het morgen weer helemaal anders kan zijn? Is dat waar het hier om gaat?
Ik zou zeggen dat de wetenschap toch heel veel ontdekt heeft over de wereld dat als vaststaand mag worden aangenomen. Iets waar Plato slechts van kon dromen, aangezien hij het vooral met zijn (eigen) 'ideeën-wereld' moest doen, iets waarmee hij overigens ook heel ver is gekomen.

Maar 'iets voor waarheid aannemen' is en blijft: ergens in geloven. Nu kun je uiteraard niet 'een beetje zwanger' zijn, maar je kunt wel 'een beetje beginnen te geloven' dat je zwanger bent, afgaande op het feit dat je alweer zure bommen zit te eten o.i.d. Dus je vertrouwt op de wetenschap, koopt een zwangerschapstest setje voor thuis en neemt de proef op de som. Hoera voor de wetenschap! Je hebt nu immers zekerheid omtrent je (vermeende) zwangerschap.

Met God ligt het iets ingewikkelder, want hoewel hij dus 'helemaal wel' of 'helemaal niet' bestaat, hoef je er niet persé iets van te merken als hij wel bestaat. Maar als je er niets van merkt dat hij bestaat dan kan het dus ook net zo goed zijn dat hij niet bestaat. Moet je dan andere mensen gaan geloven die zeggen dat zij contact met (hun) God hebben gehad? Liever niet natuurlijk, want dat soort verhalen heb ik zelf ook nooit geloofd en voor je het weet leef je in een soort paranormale wereld en zit je berichten uit te wisselen met geesten van overledenen o.i.d.

Wat zou er echter mogelijk zijn met de aanwezigheid van God, mochten we nu echter eens met onze voeten op de grond kunnen blijven staan, dankzij de wetenschap bijvoorbeeld, die ons bepaalde zekerheden heeft verschaft? Zekerheden die men in de tijd van Plato dus niet had, waardoor het gevaar op de loer ligt dat men het leven als een ideeënwereld of een droom gaat beschouwen en er dus de meest wilde fantasieën over God de ronde zullen gaan doen. Enfin kijk zelf maar wat zijn minimale aanwezigheid op aarde al aan onzin bewerkstelligd heeft in de geest de mensheid, mocht hij er zelf de aanstichter van zijn.

   

antwoord vanuit de bijbel: romeinen
19 Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. 20 Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn
groetjes
Pauls

   

Pieter,

Ik zou niet te snel besluiten dat Plato cs. bedoelden dan de ideeënwereld "maar een idee" was. Het tegendeel is waar.

De redenering van Parmenides en vervolgens Plato was eerder als volgt:
- dingen die veranderen vervallen, en houden op te bestaan.
- dingen die kunnen ophouden te bestaan, zijn van een lagere orde dan dingen die eeuwig bestaan.
- ideeën bestaan eeuwig (dachten Plato cs.) Bijvoorbeeld elke tafel eindigt ooit bij het schroot, maar de idee "tafel" overleeft altijd.
- dus is de wereld van de ideeën is reëler (van een hogere orde) dan de vergankelijke materiele wereld.

Je ziet het verband met het monotheisme (dat niet geheel toevallig is uitgevonden in het nabije Perzië.)

Het platonisme werd om die reden opgepikt door de kerkvaders die Plato gedeeltelijk kenden en beheerste de middeleeuwse filosofie, zozeer zelfs dat daar "realisme" de leer was dat de ideeën echt waren, en de materiele dingen daar slechts van afgeleid waren.

Een vergissing die moderne mensen nog wel eens maken is te denken dat de pre-moderne filosofie (en religie) over twee werelden gaat. Tot Descartes was er geen dualisme, eerder hierarchie: welke soort dingen waren eerst, hoger etc....

Er was slechts één wereld met lagen, plaatsen etc... Van Orfeus tot Dante kon men naar de onderwereld reizen, en de hemel had (hierarchisch gerangschikte) verdiepingen, die men met een denkbeeldige ladder of toren zou kunnen bereiken: als dat niet kon kwam het door de afstand, niet omdat het een ander soort wereld was.

   

Je doelt wellicht op de toren van Babel en de afdaling in de Vesuvius als de denkbeeldige plekken waar God danwel de duivel gehuisvest zouden zijn, of namen de mensen hiermee beeldspraak misschien iets te serieus gewoon?
Geloven en zekerheid zijn nauw verweven, aangezien we iets pas echt willen of kunnen geloven als we absolute zekerheid hebben; zo zeker als de zwaartekracht zeg maar. Ook willen mensen graag in de toekomst (kunnen) kijken om als het ware hun zekerheden daarin uit te kunnen stippelen om er vertrouwen in te kunnen (blijven) hebben. Mede daarom lijdt de mens wellicht het meest onder het lijden dat hij vreest, maar er zijn uiteraard ook genoeg mensen die (mede daarom) liever bij de dag leven en doen alsof de toekomst niet bestaat; wie dan leeft wie dan zorgt zeg maar.

Over dingen in de toekomst kun je echter heel wat gemakkelijker speculeren dan over dingen van vandaag of uit het verleden, daar heden en verleden al (min of meer) bekend zijn maar de toekomst dus niet. Zo kun je over de toekomst dus 'een beetje geloven' dat het allemaal wel goed zal komen, of juist 'helemaal niet', maar het geloven op zich wordt i.i.g. een stuk vrijblijvender. Mensen die in het verleden fouten of blunders hebben gemaakt zullen je dan ook vooral willen wijzen op de toekomst uiteraard, waarin ze het allemaal veel beter zullen gaan doen. Uit het verleden weten we echter dat daar meestal weinig van terecht komt, aangezien ingesleten denkpatronen niet zomaar veranderen en dus de kans op terugval zeer reëel is.

   

-De hoogste idee voor Plato was die van het 'goede' .
-"Bonum est, id quod omnia appetunt." - of : 'goed is, dat wat alles en allen nastreven' .
-Is dit ook geen categorische imperatief waard ? -Valère De Brabandere-

   

Kleine correctie: Plato streefde naar een dictatuur door "de goede mens". Hij was immers van mening dat slechts een elite "het goede" nastreefde. Daartoe moest reizen, muziek en poëzie verboden worden. De wereld van Plato is niet zo verschillend van de Taliban.

De Laches bijvoorbeeld bestaat uit de verheerlijking van Socrates, daarna een oneerlijk definitiespel waarin Socrates iedereen doet geloven dat hun kennis onvoldoende is, en ze dus beslissingen moeten overlaten aan verheerlijkte wijzen.

   

Pieter,

De samenhang van je reactie is me niet zo duidelijk. Vanaf de tweede paragraaf zie ik geen relatie meer met het onderwerp of de post waarop je repliceerde.

Toch nog even. Je schrijft dat...
"...we iets pas echt willen of kunnen geloven als we absolute zekerheid hebben"

Ik denk niet dat het zo werkt. Als mensen (of andere dieren) zouden wachten op absolute zekerheid alvorens te handelen, waren we allang uitgestorven. We nemen daarentegen waarheden aan ("geloven") om praktische situaties het hoofd te bieden. Daarbij kiezen we dat wat op een of andere manier het beste lijkt.

   

In het geval van een noodsituatie zul je het moeten doen met de kennis die je op dat moment bezit over zulk één situatie en op basis daarvan moet je je keuze maken. Een keuze tussen vechten of vluchten bijvoorbeeld. Op grond van het verkregen resultaat van je actie zul je de volgende keer hetzelfde doen bij een positief resultaat en/of iets anders verzinnen bij een negatief resultaat.
Nemen we echter een punt als milieuvervuiling, waarvan de concequenties niet direct voelbaar zijn, dan zijn we geneigd te geloven dat het allemaal wel los zal lopen met de gevolgen van de schade blijkbaar, totdat het ons werkelijk gaat hinderen bij het (voort)leven waarschijnlijk.

Want waar goed bedoelde adviezen misschien mogen falen, is er niets dat ons zo stevig met beide benen op de grond terugzet als pijn en andersoortig lichamelijk en/of geestelijk ongemak. Zo is overleven in een bunker wellicht mogelijk, maar de ongemakken die dit met zich meebrengt zijn van dien aard dat je het niet lang volhoudt.
Daarnaast zijn er ook mensen die niet eerder zullen stoppen met praten en/of reclameren alvorens (het dreigen met) de gesel hen tot de orde roept, zo vol als zij zijn van zichzelf. Zie het maar als de stilte die uitbreekt aan het begin van een oorlog ofzo, waarbij iedereen onder de indruk is van 'het moment', of vergelijk het met een luchtiger situatie, waarbij iemand plotseling met de vuist op tafel slaat al roepend: "En nou is het genoeg!"

Wat je met praten niet of nauwelijks kan bereiken, dat gaat via het gebruik van geweld plotseling als vanzelf, daarom draaien dictaturen ook op en om geweld. aangezien je met praten geen dictatuur in stand houdt. Enkel met liegen.

   

Me begevend in een ideeënwereld gelijk Plato, stuit ik op een eerdere veronderstelling van mij uit mijn atheïstische periode (leven), waarbij het mij hoogst onwaarschijnlijk leek dat de kosmos of het heelal zou beginnen met zoiets ingewikkelds als een God, i.p.v. met zoiets kleins en iets dat zo simpel is als atomen. Nu ik agnostisch ben geworden, - aangezien ik ben gaan geloven in het bestaan van een hogere macht - vraag ik mij dus af of deze god, net als wij, ook van atomen / moleculen gemaakt is, of wellicht van 'iets anders'. Is God wel een wezen, of is het de aard van de materie zelf wat God maakt?
Intelligentie is wat mens en dier lijken na te streven vanaf hun geboorte, en ook God lijkt zich aan ons voor te doen als een super-intelligent wezen. Intelligentie op een centrale plek zeg maar, en tegelijkertijd is het heelal zo groot dat je je kan afvragen hoeveel Goden er zijn om alles goed in de gaten te kunnen houden. Zie je al waar dit op uitdraait? Op chaos in je hoofd denk ik, want we kunnen ons er gewoon geen voorstelling bij maken.

De 'oerknal' heeft dan ook vast ooit plaatsgevonden, maar wellicht was dit gewoon de zoveelste en ook nog lang niet de laatste. Leven is (ook voor ons) slechts mogelijk hier op aarde en ook daar zal ooit een einde aan komen zoals we weten. Maar tot die tijd is aangebroken hoeven we ons plezier er niet door te laten vergallen uiteraard, want het is nog heel ver weg.
Filosofen en wetenschappers dromen echter graag over een kolonie op Mars tegenwoordig, maar dat doet mij nog het meest denken aan films als '1984' http://www.youtube.com/watch?v=sDbWtbCHt7g of 'the Island' http://www.youtube.com/watch?v=ZtyC3jFh6eM
En een boek als dit vooral http://en.wikipedia.org/wiki/This_Perfect_Day

   

God bevindt Zich buiten de tijdslijn.
In de beginne schiep God hemel en aarde. Dus alles. Er zijn dus, volgens de Bijbel geen andere goden. Is het niet zo dat een veelgodendom aanleiding geeft aan hemelse ruzies? (Griekse mythologie?)
groetjes
Pauls

   

God bevindt zich buiten de tijdslijn.

Kunnen we dat niet zo houden?

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie