Weten wat je weet

In de blog: Wereldvreemd reacties: 11 pdf print

Ik weet dat ik dingen weet. De hele dag doe ik dingen waarbij ik me niet hoef af te vragen waarom ik ze doe of hoe ik ze zou moeten doen. Soms heb ik moeite om me te herinneren hoe ik op mijn werk ben gekomen, en of het onderweg druk was. Maar ik ben er, dus ik ben er gekomen, en dat kan alleen maar als ik de route ken. Er is ontzettend veel dat ik weet zonder het me te realiseren. Ik hoef me niet af te vragen hoe ik op mijn fiets overeind moet blijven, ik hoef me niet af te vragen hoe ik mijn lunch moet kauwen, ik hoef me niet af te vragen welke woorden ik moet kiezen bij een werkbespreking. Sommige van de dingen die ik weet kan ik niet eens expliciet maken. Hoe vertel je iemand die niet kan fietsen hoe hij op zo'n vehikel overeind moet blijven?

Ik weet dingen zonder dat ik weet dat ik ze weet. Ik zou nooit alles kunnen opsommen wat ik weet. Hoe ik ook mijn best zou doen, er zouden altijd dingen overblijven die ik niet noem, dingen waarvan ik me op dat moment niet kan herinneren dat ik ze weet, maar die opeens in mijn herinnering opduiken op het moment dat ik ze nodig heb. Of neem onbestemde angsten. Er zijn dingen die me bang maken, zonder dat ik weet waarom. Er zijn ook dingen die me blij maken zonder dat ik weet waarom. Kennelijk weet ik iets, maar is het mij niet gegeven er achter te komen wat het precies is. En dan heb ik het nog niet over de reflexen. Als mijn hand iets heets aanraakt, trekt die zich al terug voordat ik me überhaupt realiseer dat het heet is.

En dan zijn er nog dingen die ik weet, en waarvan ik weet dat ik ze weet, maar waar ik op een gegeven moment niet op kan komen. Het weten dat ik weet is op zo'n moment intact, maar het weten zelf niet. Soms komt dat wel weer terug, na een tijdje, maar soms moet ik het opnieuw leren, alleen om me te realiseren dat ik het feitelijk al wist. Ik zoek het op in wikipedia, en als ik zie wat daar staat, denk ik: o ja, dat was het. Ik wist wel dat ik het wist. Weten dat je iets weet, zonder het je te kunnen herinneren, kan heel frustrerend zijn.

Kennelijk zijn er twee niveaus van weten: eerste orde weten en tweede orde weten, dus iets weten, en weten dat je het weet. En die niveaus zijn tot op zekere hoogte onafhankelijk van elkaar. Je weet dat je iets weet, zonder je het voor de geest te kunnen halen, of je weet iets, zonder je te realiseren dat je het weet. Maar je kunt ook weten dat je iets niet weet. En dat kan dan aanleiding zijn om er actief naar op zoek te gaan. Volgens Plato lag al bij voorbaat vast wat er te weten valt. Sterker nog, je zou in feite alles weten wat er geweten kan worden, vaak echter zonder het je te realiseren. Als je denkt iets niet te weten, kun je het via een zoektocht door de vormenwereld te weten komen. Je hoeft je daarbij alleen maar dingen af te vragen, en je kunt daarbij gewoon blijven waar je bent. Een bezoek aan de bibliotheek of een speurtocht via Google is daarvoor niet nodig.

Maar was er volgens Plato in zijn vormenwereld dan ook een plekje voor de Big Bang? Ik denk het niet. Ik denk dat Plato niet de enorme groei van kennis kon voorzien. Zijn wereldbeeld was in essentie statisch. Zijn wereld was, in navolging van Parmenides, absoluut onveranderlijk. Plato had zich nooit een Google-achtige gegevensverzameling kunnen voorstellen, die jaar na jaar met 60 % toeneemt, een cijfer dat eerder groeit dan krimpt. Natuurlijk is niet alles wat er bij Google bijkomt volkomen nieuw. Veel van de dingen die op nieuwe webpagina's staan, zijn ook al bekend vanuit oudere pagina's. En als ze er niet expliciet in staan, zijn ze er wel uit af te leiden.

Veel van de dingen die we niet weten, kunnen we wel weten als we er even over nadenken. Om te weten dat het totale wateroppervlak van de aarde groter is dan het landoppervlak hoef je je maar even de wereldkaart voor de geest te halen. Dat is iets wat niemand je hoeft te vertellen. Wat dat betreft lijkt het wel op Plato's anamnese. We kunnen rekenen, we kunnen redeneren, en via die weg kunnen we dingen aan de weet komen. Maar er zijn ook onnoemelijk veel dingen die we niet weten, die we niet kunnen afleiden, en die we waarschijnlijk ook nooit aan de weet zullen komen. De omvang van onze onwetendheid zal wel voor altijd voor ons verborgen blijven. En dat niet alleen omdat veel van wat we ooit zouden kunnen weten, nu nog niet bekend is.

Je zou kunnen zeggen dat de tweede orde kennis slechts syntactische kennis is. Ze staat enkel in een formele relatie tot de eerste orde kennis, en heeft geen betrekking op de betekenis van die eerste orde kennis. Om tot een betekenis te komen, iets wat hanteerbaar is in een praktijkomgeving, moet je via die tweede orde kennis naar de eerste orde gaan. Je gaat eerst na of je er over kunt beschikken, en dan ga je het opzoeken. Maar in de eerste orde kennis kom je onwillekeurig termen tegen die verwijzen naar andere kennis. Je stuit op kennis die je nodig hebt om de onderhavige kennis te kunnen appreciëren, basisbegrippen, analogieën, toepassingen. En daarbij doet de tweede orde kennis soms een belletje rinkelen.

Nou kun je zeggen: dat belletje is niet meer dan een hinderlijk achtergrondgeluid, maar wil je van kennis tot nieuwe kennis komen, dan moet je verbanden leggen. Arthur Koestler heeft een heel dik boek geschreven* waarin hij betoogt dat wat wijzen, humoristen en kunstenaars doen, is verbanden leggen die tot dan toe door niemand zijn gelegd. Hun talent bestaat erin dat ze dingen kunnen koppelen waarvan niemand vermoedt dat ze iets met elkaar te maken hebben. Blijkbaar hebben deze mensen een goed gehoor voor het belletje dat rinkelt als hun tweede orde kennis hun iets wil vertellen. En natuurlijk moet die tweede orde kennis daar dan wel de grondstof voor hebben. Met andere woorden: om creatief te kunnen zijn moet je veel dingen kennen die niet met elkaar verbonden zijn, maar die je wel met elkaar in verband kunt brengen. Geen tweede orde kennis zonder eerste orde kennis. En geen creativiteit zonder tweede orde kennis.

De Google zoekmachine zal nooit op creatieve ideeën komen, omdat die niets begrijpt van de pagina's waarnaar die verwijst. Maar mensen doen dat wel, en daarom is het belangrijk dat ze niet teveel afhankelijk worden van zo'n zoekmachine. Je kunt je weten niet uitbesteden aan een machine. Want die machine doet er niets mee. Jij wel.

  • Arthur Koestler, "The Act of Creation", 1964.

Reacties (11)

   

Beste Kweetal,

Tweede-orde kennis, heel mooi. Toch komt hier een soort twilight-zone in zicht. Is tweedeorde kennis anders dan in termen van 'gewoonlijke' voorstellingen te denken? Of hebben we hier te maken met een zintuiglijkheid als zodanig, die dan des te zuiverder in het denken komt, voorzover ze juist niet met die 'gewoonlijke' voorstellingen in verband gebracht kan worden? Ook Emanuel kun je hier vaak vinden met berichten over sublimiteit van de ervaring en de daarmee verbonden filosofische huivering, die toch minstens een andere opvatting over wat de alledaagse menselijke praxis hieromtrent doet vermoeden, voorstaat.
Metafysica kenmerkt zich altijd door tweede-orde bespiegelingen, die zogezegd de garant van de eerste vormen, waarnaar deze laatste zich dan heeft te richten, om in het eigen moment te kunnen komen.

groet,

wildjan

   

Beste Wildjan,

Het is toch heel simpel: tweede orde kennis is kennis over kennis. Filosofen zouden zoiets metakennis noemen. In mijn verhaal heeft die vooral betrekking op de vraag of je iets weet of niet.

   

Beste Kweetal,

Plato zou jouw “Google-achtige gegevensverzameling” geen kennis noemen: voor Plato heeft het begrip ‘kennis’ een zeer bijzondere, beperkte betekenis, namelijk als die overtuiging die onveranderlijk is (hetgeen vereist dat ook het object van kennis onveranderlijk is: de Idee). Jij noemt Plato’s wereldbeeld statisch, maar Plato zou juist onder de indruk zijn geweest van Heraclites’ ultra-dynamisch wereldbeeld van louter beweging en verandering: Plato erkende dan ook volmondig de zintuiglijke wereld waarin niets stabiel en onveranderlijk is, en onze overtuigingen daaromtrent noemt Plato mening, maar Plato meende dat er toch ook iets stabiels moet zijn omdat we anders niets (zeker) kunnen weten. Die zintuiglijke wereld wordt overigens door Plato al beschreven als een oneindige wereld, hetgeen dus eindeloos veel meningen impliceert, waarmee Plato de hele miljarden-meningen-verzameling op internet en in de wetenschap in zekere zin al anticipeerde (en ook beschrijft Plato al een oerknal-achtige schepping van de kosmos).

Je lijkt het verbanden leggen, om zo creatief nieuwe kennis te vormen, als typisch menselijk te beschouwen (“Je kunt je weten niet uitbesteden aan een machine.”), maar de grote huidige revolutie op het gebied van kunst en wetenschap is waarschijnlijk precies de inzet van computers om maximaal creatief onze problemen op te lossen, omdat juist computers zeer makkelijk verbanden kunnen leggen die geen mens ooit gelegd heeft (omdat de computer miljoenen verbanden per seconde kan leggen en dan volgens bepaalde criteria er de interessante uit kan vissen).

Groet,
Porphyrios


---
Bewerkt door Porphyrios op Apr 04 12 9:25
   

Beste Porphyrios,

Ik weet niet waar je nou op reageert. Waar heb ik beweerd dat Plato een “Google-achtige gegevensverzameling” kennis zou noemen? En wat doet jou denken dat Plato's wereldbeeld niet statisch zou zijn? Je zegt zelf dat P. de veranderlijke zintuiglijke wereld mening (doxa) noemt. Denk je dat Plato vond dat zijn ideeënwereld van tijd tot tijd zou moeten worden aangevuld? Of zaten daar al zaken in als computernetwerken en kernonderzeeërs? Lees zijn dialoog 'Parmenides' en je ziet dat P.'s wereldbeeld, in navolging van Parmenides, wel degelijk statisch is. Dit in tegenstelling tot ons wereldbeeld, waarin we een duidelijke ontwikkeling erkennen. En dat wordt inderdaad weerspiegeld door de groei van onze “Google-achtige gegevensverzameling”.

Over creativiteit van computers: daarover wordt al nagedacht sinds 1950, toen Alan Turing zijn beroemde "Computing Machinery and Intelligence" schreef. Maar tot nu toe is het bij een belofte gebleven. Sinds die tijd wordt er regelmatig voorspeld dat de computer "binnen twintig jaar" de mens zal overtreffen, en dat doet hij ook, op zeer specifieke punten. Zoals de quiz "Jeopardy!". Maar de Turing test met succes afleggen, dat is nog steeds niet gebeurd, al voorspelde Turing dat voor rond de eeuwwisseling. Hoe kunnen we in godsnaam computers creatief maken, als we onze eigen creativiteit nog niet eens begrijpen?


---
Bewerkt door Kweetal op Apr 05 12 11:43
   

Beste Kweetal,

Volgens mij schrijf je:

“Maar was er volgens Plato in zijn vormenwereld dan ook een plekje voor de Big Bang? Ik denk het niet. Ik denk dat Plato niet de enorme groei van kennis kon voorzien. Zijn wereldbeeld was in essentie statisch. Zijn wereld was, in navolging van Parmenides, absoluut onveranderlijk. Plato had zich nooit een Google-achtige gegevensverzameling kunnen voorstellen, die jaar na jaar met 60 % toeneemt, een cijfer dat eerder groeit dan krimpt.”

Welnu, ik zie niet waarom “Plato niet de enorme groei van kennis kon voorzien” en Plato zich geen “Google-achtige gegevensverzameling” zou kunnen voorstellen “die jaar na jaar met 60 % toeneemt, een cijfer dat eerder groeit dan krimpt”. Volgens mij is het juist andersom: als Plato naar onze wetenschap en “Google-achtige gegevensverzameling” zou kunnen kijken, dan zou hij zich verbazen dat wij zo weinig kennis hebben. Want wat jij onder kennis verstaat is niet wat Plato onder kennis verstaat. Zo vraag jij je af of Plato “in zijn vormenwereld dan ook een plekje voor de Big Bang” heeft. Welnu, het antwoord is: nee. Maar niet omdat hij deze ‘kennis’ niet kon voorzien, maar omdat Plato deze ‘kennis’ van de oerknal geen kennis maar mening (doxa) acht. Zijn dialoog ‘Timaeus’ gaat over de schepping en ordening van de wereld (dus wetenschap in onze betekenis van het woord) en daar noemt Plato zijn verhaal ‘waar-schijnlijk’. Immers, omdat al onze ‘kennis’ van de wereld of natuur het veranderlijke betreft is er geen kennis van de wereld of natuur mogelijk: zoals de veranderlijke natuur een beeld is van de onveranderlijke Ideeën, zo is ook onze ‘kennis’ ervan slechts het beeld van de waarheid (dus mening).

Evengoed ontkent Plato niet de zintuiglijke wereld die hij veranderlijk en oneindig acht. Zelfs Parmenides ontkende deze wereld niet: het is zijn “Weg van de Mening”. Hun wereld is daarmee in zekere zin net zo dynamisch als jouw wereld, alleen geloven zij daarenboven nog in een transcendente, onveranderlijke werkelijkheid.

Je zegt “Hoe kunnen we in godsnaam computers creatief maken, als we onze eigen creativiteit nog niet eens begrijpen?”. Maar in je oorspronkelijke stukje verwijs je naar Koestler van wie je suggereert dat die wel weet wat creativiteit is, namelijk “verbanden leggen die tot dan toe door niemand zijn gelegd”. En juist computers zijn enorm goed in creatief denken in Koestlers zin. Daarom worden computers ook steeds meer gebruikt door kunstenaars en wetenschappers, want computers zijn inderdaad zeer bruikbaar voor het ontdekken van verbanden die tot dan toe door niemand waren gelegd.

Groet,
Porphyrios

   

Beste Porphyrios,

Als Plato alleen het zintuiglijke en onbestendige als kennis beschouwde, wat dacht hij dan te bereiken met zijn anamnese? Is dat wat hij Socrates in de Meno een slaaf laat ontdekken dan geen kennis? Is weten omtrent de eigenschappen van een cirkel dan geen kennis? Dat zijn toch zaken die uit de ideeënwereld voortkomen, waar zich ook alle bestaande voorwerpen in volmaakte vorm bevinden. De ideeënwereld is waar zich de natuurlijke soorten ophouden. En ik vroeg je of zich daar in Plato's tijd ook al het volmaakte computernetwerk en de volmaakte kernonderzeeër in ophielden. Wat denk je?

Over creativiteit: weten wat creativiteit is, betekent nog niet dat je het in alle details kunt reproduceren. Ik neem aan dat je weet wat liefde is. Maar kun je nou ook op commando verliefd worden?

   

Beste Kweetal,

Je zegt: “Als Plato alleen het zintuiglijke en onbestendige als kennis beschouwde…”, maar dat is dus niet zo. Integendeel, Plato beschouwde het onbestendige uitdrukkelijk niet als kennis.

Je zegt: “De ideeënwereld is waar zich de natuurlijke soorten ophouden. En ik vroeg je of zich daar in Plato's tijd ook al het volmaakte computernetwerk en de volmaakte kernonderzeeër in ophielden. Wat denk je?” Welnu, ik weet niet goed wat ik me moet voorstellen bij een volmaakte kernonderzeeër, maar als je bedoelt de idee van een kernonderzeeër dan weet ik niet of die in Plato’s Ideeënwereld zit. Het idee van Plato’s Ideeënleer is plausibel, maar de precieze uitwerking ervan is heel problematisch en paradoxaal: het eerste deel van de dialoog ‘Parmenides’ gaat daar over. Zo worden daar ook allerlei lastige vragen opgeworpen waar Plato geen antwoord op heeft: bestaat er een Idee van het vuile, bestaat er een Idee waarin de mens en de Idee van de mens in participeren, etc.

Het is zeker waar dat Plato’s begrip van de idee of soort, ongeacht of er een idee van de kernonderzeeër is, statisch is: de grootste slag tegen het platonisme werd dan ook door Darwin geleverd waarvan zijn bekendste boek niet voor niets “The origin of species” werd genoemd. Dat vind ik een beter voorbeeld van een serieus probleem voor Plato dan de voortschrijding van de techniek die er ook al in Plato’s tijd was en waarvoor men wel oplossingen in lijn met Plato’s Ideeënleer kan bedenken (bv. door naar de functie te kijken: de idee van een kernonderzeeër is dan misschien een volmaakte machine die zich door water kan voortbewegen).

Ik zie niet wat je argument wat betreft creativiteit inbrengt tegen mijn constatering dat computers tegenwoordig vaak een belangrijk hulpmiddel zijn voor kunstenaars en wetenschappers in hun creatief proces. Een romantische opvatting van kunst is dat in kunst subject en object, het bewuste en het onbewuste, samenvallen. Het bewuste is techniek, het onbewuste is inspiratie. In feite lijkt dit misschien wel wat op jouw combinatie van eerste (onbewuste) en tweede (bewuste) orde kennis. Maar waarom zou een computer dit proces wel moeten begrijpen om creatief te kunnen zijn, maar hoeft een menselijke kunstenaar het niet te begrijpen om creatief te kunnen zijn? In feite denk ik dat er veel waarheid zit in wat Koestler volgens jou erover zegt: creativiteit heeft te maken met het leggen van onvermoede verbanden en daarin zijn computers nu eenmaal erg goed.

Groet,
Porphyrios

   

Beste Porphyrios,

De vraag is of computers zelf creatief zouden kunnen zijn. Natuurlijk kunnen computers een antwoord geven op de vraag "geef me alle paren objecten met relatie x". Maar nieuwe verbanden ontdekken is toch een andere zaak. En natuurlijk kunnen computers helpen met het vervaardigen en bewerken van afbeeldingen. Maar dat kunnen verfkwasten ook. Toch noem je die niet creatief. Wat wil je nou zeggen met je opmerking over computers? Geloof je soms dat die onafhankelijk van de mens kunst zouden kunnen creëren?

   

Nadenkertje over de gevolgen van weten en niet weten
-----------------------------------------------------------
Beste Stefan,

Wat heeft twee pagina's geneuzel over het Monty Hall probleem te maken met mijn post?

Commentaar verwijderd.


---
Bewerkt door Kweetal op Apr 06 12 6:08
   

Beste Kweetal,

Ik stuur je enkel al een denkoefening op dat een illustratie is van wat je zelf aanbrengt:
"Arthur Koestler heeft een heel dik boek geschreven* waarin hij betoogt dat wat wijzen, humoristen en kunstenaars doen, is verbanden leggen die tot dan toe door niemand zijn gelegd. Hun talent bestaat erin dat ze dingen kunnen koppelen waarvan niemand vermoedt dat ze iets met elkaar te maken hebben. Blijkbaar hebben deze mensen een goed gehoor voor het belletje dat rinkelt als hun tweede orde kennis hun iets wil vertellen."

Vandaar de vraag: Kan het Montyhallprobleem iets verduidelijken over de wijze van verstrengelingsproblemen en onzekerheidsprincipe in de kwantummechanica of niet? De analogie is er wel. Kan je de meting van de positie of van de snelheid van een deeltje vergelijken met de ingreep van de quizmaster op het resultaat? En zo ja waarom proberen fysici dan nu juist de invloed van een meting op deeltjes te beperken?
Geneuzel eerst lezen, alvorens weg te vegen, want Plato zal hier zeker niet bij hebben kunnen stilstaan. Veel van wat we weten is immers voorwaardelijke weten en niet absoluut. Iets wat Plato totaal nooit kan gesnapt hebben, gezien zijn extreme geloof in een wereld die slechts bestaat uit volmaakte ideeën.
Wat kunnen we weten gegeven de voorwaarde dat.........................
Wat kunnen we (nog) niet weten gegeven de voorwaarde dat .......................
Wat weten we al wat de huidige computers en robots kunnen gegeven de huidige gekende voorwaarden dat..............
We kunnen helaas nog niet weten wat de toekomstige robots misschien wel kunnen of niet kunnen omdat de voorwaarden daarvoor nog niet aanwezig zijn of verwezenlijkbaar. We kunnen nog geen kunstmatige hersenen bouwen die de complexiteit van die van ons evenaren, laat staan van die van een kanarie. Maar we komen al zeker in de buurt van die van een kakkerlak.


---
Bewerkt door Stefan Noppen op Apr 06 12 7:38
   

Beste Stefan,

Mijn stukje heeft totaal niets te maken met waar jij het over hebt. Bovendien was jouw verhaal veel te lang voor een commentaar. Waarom publiceer je jouw stukjes niet in een eigen blog? Blogsites zat.

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie