Kenmerken van bewustzijn en (vrije) wil bij kinderen

In de blog: Filosofische overpeinzingen reacties: 25 pdf print

Ik mis in allerlei artikelen over bewustzijn en (vrije) wil (bv. bij Dennett) een reflectie op het ontstaan van bewustzijn, b.v. kijkend naar de ontwikkeling van kinderen. Zoals meerdere malen is ontdekt en beschreven lijkt de ontwikkeling van eicel tot volwassen individu (de ontogenese) een verkorte afspiegeling te zijn van de evolutie (de fylogenese) van de actuele diersoort. Een kleine poging mijnerzijds om hier aanknopingspunten te vinden voor de discussie over (vrije) wil.

De ontwikkeling van het bewustzijn van mensen speelt zich hoofdzakelijk af ná de geboorte van het kind. De chaos aan zintuiglijke indrukken (die al in de baarmoeder begint) wordt geleidelijk aan gestructureerd tot een “wereldbeeld” op basis waarvan het kind handelt. Dat is de eerste vorm van elementair bewustzijn. Dat wereldbeeld verandert continu en breidt zich ook verder uit naarmate die wereld die ontdekt wordt groter wordt.

Parallel aan deze bewustzijnsontwikkeling ontwikkelt het kind ook een eigen “wil”. Dat gebeurt al meteen in het eerste levensjaar, nog vóórdat het kind kan praten. Die wil is bepaald niet vrij: hij wordt gestuurd door emoties en driften, zoals iedere volwassene die een kind heeft opgevoed weet. Als het kind gefrustreerd wordt in de uitvoering van wat hij wil, wordt hij boos en gaat huilen, maar is even daarna alweer afgeleid door andere interessante dingen in zijn omgeving die hij wil ontdekken.

Als het kind kan praten, dan kan hij zijn gedachten delen met anderen (opvoeders, kinderen, knuffels). Hier onderscheidt de mens zich van andere intelligente diersoorten, hoewel communicatie binnen andere sociale diergroepen (chimpansees, dolfijnen) interessante parallellen vertonen.

Op een gegeven moment gaat het kind “waarom”-vragen stellen (niet dan nadat hij herhaaldelijk door opvoeders is bestookt met waarom-vragen, meestal omdoet hij iets doet wat niet mag). Dit lijkt mij het moment waarop je kunt stellen dat zich een zelfbewustzijn heeft ontwikkeld, waardoor het kind in staat is gebeurtenissen in zijn omgeving in een breder kader (in ruimte en tijd) te beschouwen, los van zijn eigen positie daarin. Aangezien hij doordrongen is van zijn eigen wil, projecteert hij dat kenmerk op zijn omgeving, waar hij alles en iedereen (ook dus dode voorwerpen) een eigen wil toekent. De waaromvraag van het kind is dus gericht op het te weten komen van het motief, het doel en/of het nut van de handeling en/of gebeurtenis.

Pas veel later ontdekt het kind dat niet alle gebeurtenissen een doel hebben, maar ook toevallig of willekeurig kunnen zijn en een oorzaak hebben die je kunt onderzoeken. Mij dunkt dat dit signaal van zelfbewustzijn ook tevens aangeeft dat zich een “vrije” wil heeft ontwikkelt. De waaromvraag naar het motief, het doel suggereert immers dat er ook andere motieven mogelijk zijn, waar je uit kan kiezen. En dat is een elementaire voorwaarde voor vrije wil. Voorwaarde voor die keuze is wel dat je tijd hebt om over de verschillende mogelijkheden na te denken. Als je onder tijdsdruk toch moet handelen, dan is er geen sprake van vrije wil: je emoties op dat moment zullen grotendeels bepalend zijn voor wat je dan doet.

De overgangen tussen de verschillende stadia zijn geleidelijk en niet scherp onderscheidbaar, maar kenmerken zoals hierboven genoemd kunnen wel behulpzaam zijn.


Reacties (25)

   

Dag Aurora,

ik ben het zo goed als helemaal eens met je tekst, behalve dan de voorlaatste alinea waar je het bestaan van de 'vrije wil' besluit.
Het klopt dat kinderen (en ook volwassenen) kunnen doorhebben dat mensen verschillende motieven kunnen hebben en dat er in het leven meerdere keuzes mogelijk zijn. Maar, dat inzicht of besef hebben maakt nog niet dat de keuzes die we maken 'vrij' zijn, dat wat we willen een 'vrije wil' moet zijn.

Mag ik misschien eerst even weten welke definitie jij hanteert voor het begrip 'vrij'?

PS: wij mensen stellen vast dat mensen doelen stellen. De gebeurtenissen die voortvloeien vanuit de mens zijn meestal gepland en doelgericht. Dat kan een kind vaststellen. Van andere gebeurtenissen in de kosmos zien we echter geen doelen. Achter bvb de gebeurtenis 'regen' zoeken we geen doel. Wèl zoeken we de dichtstbijzijnde oorzaken voor dat soort gebeurtenissen (bvb afkoeling, luchtdruk, condensatiekernen enz...). Dat soort gebeurtenissen noem jij 'toevallig' of 'willekeurig'. Maar, uiteindelijk hebben alle gebeurtenissen, zowel deze waar een doel achter zit als de 'gewone' niet duidelijk doelgerichte natuurlijke gebeurtenissen hun oorzaken. Ook wat we als mensen kiezen en willen heeft oorzaken die in feite dwingen wat gekozen zal worden. In die zin heb ik het moeilijk met het kiezen als iets 'vrij' te beschouwen, met de wil een 'vrije wil' te noemen.

   

-Wat we meestal 'vrije wil' noemen is niets anders dan ons gedrag en onze daden, die door inwendige (interne, in ons brein, in ons gemoed...) oorzaken geconditioneerd en voortgebracht worden .
-Terwijl we, als we door externe oorzaken, die we ook kunnen waarnemen, worden beïnvloed, daar niet het label vrije wil op plakken .
-Maar alles 'wat is' - behalve het 'absolute 'zijn' zelf- wordt wel veroorzaakt, en heeft zelfs een finaliteit of doel-oorzaak .
-En dat absolute 'zijn' is of zijn de 'absolute ideeën', die volgens absolute logica en eeuwige wetmatigheden te-werk gaan ; en aldus geen enkele 'vrijheid' of vrij-zijn toelaten .

-Sorry, wijkt misschien te-ver af van het onderwerp?...

   

Soms denk ik wel eens ik wou dat ik ook een Dennett-adept was dan was ik overal vanaf.

De eerste wilsuiting van een kind betreft het wiebelen, waarmee volgens Freud de spontane infantiele seksualiteit op gang komt. Freud meent in zijn biologische theorie dat latere herinneringen producten van latere perioden zijn die worden teruggeprojecteerd tot in de vroegste kindertijd.
Nu weten we wel dat veel van de theorie van Freud heden ten dage in onbruik is geraakt of afgedaan als lariekoek, toch meen ik dat het wiebelen te maken heeft met infantiele seksualiteit als wilsuiting. Het is maar de vraag of deze wilsuiting geheel onbewust geschiedt, waarschijnlijk speelt zij zich af in het schaduwgebied van het jonge kind.
Van het wiebelen als wilsact wordt wel gezegd dat het vragen is om aandacht. In dat geval is de wilsact voorgekomen uit een onderliggende ervaring. Wil niet elk kind vragen om aandacht?
Sandor Ferenci spreekt hier van voorlopige seksuele doelen vooruitlopend op de 'waarom' vragen en de ontwikkeling van de ratio.

Ik zie echter niet in dat de 'waarom' vragen samenhangen met het zelfbewustzijn. Ze hangen eerder samen met de vorming van het intellect en zijn zodoende ook op te vatten als wilsact.

En dan nu de vrijheid van de infantiele wil, waarbij ik gezegd wil hebben dat de vrijheid van de infantiele wil altijd een pathologische uitvergroting waarbij ook de relativiteit een dominante rol speelt zoals bij alle wilsuitingen. Neurotische symptomen vertegenwoordigen de activiteiten van het kind maar staan beslist niet los. Er zal toch een coherente samenhang moeten zijn met een hele reeks processen die wilsgerelateerd zijn.

Veel interessanter echter, vind ik de beleving aan lust van psychische of fysieke pijn. Dat lust een wilsact is lijkt mij evident maar de samenhangende pijnervaring, hoe moeten we die dan interpreteren? Ferenci ziet dit infantiele sado masochisme eerder als een kwantitatieve dan als een kwalitatieve modificatie van de normaliteit en bevestigt daarmee mi deze bijzondere vorm van kinderlijke lust als wilsact.

Rest nog het infantiele driftleven die wilsuitingen kan verdringen. Het kind weet niet welke plaats het deze driften moet geven in relatie tot zichzelf en de ander. Belangrijk is dat deze driften vaak een pervers karakter hebben waardoor ze in het licht van de ontwikkeling van het kind vaak als onlustvol worden ervaren. Niet alleen voor de omgeving maar ook voor het kind zelf.

   

Ik zou eerder denken dat het 'wiebelen' voortkomt uit het 9 maanden lang schommelen in de buik van de moeder. Het wiegen van baby's werkt daarom rustgevend en troostend. Het kind voelt er zich terug geborgen door, net zo veilig als toen in de moederschoot. Dat lijkt me een veel aannemelijkere uitleg.

Het kunnen stellen van 'waarom-vragen' kunnen volgens mij wel degelijk het zelfbewustzijn versterken. Wie een waarom-vraag stelt, peilt eigenlijk naar een dieper zijn, is zich bewuster van wat gebeurt, treedt buiten het 'geleefd worden', buiten het automatisch leven. De waarom-vraag stellen heeft zeker verband met het zelfbewustzijn, maar natuurlijk ook met intellect, en intellect maakt het krijgen van zelfbewustzijn ook makkelijker mogelijk denk ik. Zonder intellect blijf je heel debiel en ik vraag me af of men dan een zelfbewustzijn heeft.

   

Livi nus, mij is niet helemaal duidelijk wat je respons met de infantiele vrije wil te maken heeft. Het lijkt mij hoogst onwaarschijnlijk dat er reeds bij een foetus sprake is van een vrije wil. Ik ben er in ieder geval in de literatuur nog nooit iets over tegen gekomen.

Wat het tweede deel van je antwoord betreft, je hebt mij niet horen zeggen dat er zijdelings geen sprake is van vorming van zelfbewustzijn bij de kinderlijke 'waarom' vragen. Ik geloof echter niet dat hier sprake is van causaliteit, terwijl het ontegenzeggelijk waar is dat ze direct verband houden met de vorming van het intellect. Een voorbeeld. Een kind zuigt maar als het kind zich eenmaal af gaat vragen waarom het zuigt dan zal er sprake zijn van een soort vooranalyse om tot de vraag te komen. Vragen komen nu eenmaal niet uit de lucht vallen. De infans ervaart bij de bevrediging van de behoefte aan drinken. In de latente fase zal de infans zich af gaan vragen of hier sprake is van een funktionele lust of een drift. De vraag krijgt zo vorm.

   

Oh, oh, oh
en ik zag nog veel meer bewegingen.

Popelende spartelingen, wervelende stuipen, schommelende stribbels, wiebelende baltsen, dribbelende slaloms en deinende stuntels ...

die maar liever niet geduid willen worden.

   

Beste Kader,

mijn respons was er dan ook een op jouw reactie en niet rechtstreeks op de blogtekst van Aurora....

Heb je mij horen zeggen dat een foetus een vrije wil heeft? Ik zou zelfs amper van een 'wil' willen spreken bij een foetus vermits ik denk dat die vooral nog heel instinctief en volgens primaire behoeften reageert. Een 'willen' in een volwassen betekenis is het zeker niet, laat staan een 'vrij' willen.

Kan een zuigeling een vraag stellen? Hij kent en begrijpt nog geen gesproken taal. Hoe zou hij dan de vraag "hé, waarom zit ik hier aan die borst te zuigen?" kunnen stellen? Maar goed, wellicht bedoelde je al wat oudere kinderen die wèl vragen kunnen stellen?
Ik herinner het me niet meer van mezelf, maar wellicht is er ooit het inzicht gekomen waarom ik eigenlijk drink. Op een bepaald moment weet je dat dat is omdat je 'dorst' hebt. Eerst begrijp je dat nog als 'mijn maag grommelt en als ik die wat vul, dan stopt dat gegrom', later begrijp je dat je lichaam vocht en voedsel nodig heeft om gezond te blijven en te overleven. De antwoorden op de waaroms worden altijd complexer en slimmer.
Je laatste drie regels tekst begreep ik niet goed.

   

Er is in mijn opvatting sprake van vrije wil als het individu (kind, volwassene) beseft, zich bewust is van het feit dat er iets te kiezen valt. Dat hij uiteindelijk toch kiest op basis van zijn gevoel ( kenmerkend voor een niet-vrije wil dus), doet hier niets aan af.
Als een kind spontaan een waarom vraag stelt, beseft hij kennelijk dat er meerdere opties mogelijk zijn. En dat is mijns inziens kenmerkend voor zelfbewustzijn (en uiteraard ook een kenmerkend stadium in zijn intellectuele ontwikkeling).

   

Dag Aurora,

de 'waarom-vragen' die in de typische vraagstaartperiode van kinderen voorkomen, peilen denk ik vooral naar een willen begrijpen van gebeurtenissen. Bvb "kom, we gaan uw laarsjes aandoen", "waarom?", "omdat je natte voetjes gaat krijgen!", "waarom?", "omdat het buiten regent!", "waarom?"..."euh...omdat er de kringloop van het water is en...laat maar... je zal dat later in school wel leren"...
Ik zie niet dat deze waarom-vragen erop wijzen dat het kind beseft dat er iets te kiezen valt. Aan welke waarom-vragen had jij gedacht die wèl met besef van kiezen te maken hebben?
Ik ben ook nog niet helemaal overtuigd dat de waarom-vraag kunnen stellen een kenmerkend teken is van het hebben van een zelfbewustzijn.

Vrijheid is volgens jouw definitie dus: het beseffen dat je kan kiezen. Je biedt een kind een bokaal met verschillende snoepjes erin aan en het kind mag er een uitnemen en begint te aarzelen omdat het begint te wikken en wegen, na te denken welke het zou pakken, welke kleur, welke vorm...omdat er zo veel keuzeaanbod is.
Maar mijn vraag, als ik het woord 'vrijheid' overdenk is: is het kiezen in wezen 'vrij'? Wordt de keuze niet bepaald door allerlei factoren waardoor we die keuze en dat willen van dat rode of dat blauwe snoepje niet als 'vrij' mogen benoemen.

Ik kan 'vrij' wel definiëren als 'het niet ervaren van belemmeringen'. In jouw context klopt die dan. Het kind komt voor een ruim keuzeaanbod te staan en beseft dat het moet of mag of kan kiezen uit dat aanbod, dat er geen belemmering is, dat er een 'vrije toestand' aanwezig is, 'vrij' in die zin dat 'er meerdere mogelijkheden bestaan' en dat inzien en beseffen. Al is de uiteindelijke keuze zelf op zich niet vrij.

   

-'Keuzes' of wat we menen keuzes te noemen, zijn inderdaad steeds bepaald of beïnvloed door omstandigheden zowel extern als intern .
-Als epiloog aan zijn werk 'Oorlog en Vrede' heeft Tolstoï het eveneens over de vrije wil.
-Hier zegt hij, dat alle oorzakelijkheid of zelfs de wetenschap op zich geen zin meer heeft, als men waar ook maar enige 'vrije wil' toelaat...
-Misschien spijtig voor de 'mens' of hier voor het kind... ; maar het best de logica van oorzaak, gevolg en doelstelling volgen geeft de beste indruk van 'vrij' te denken, te zijn en te handelen .

   

Alweer die vrije wil! Automatische onbewuste verwerking die vaak leidt tot snelle beslissingen is een goede zaak om te overleven. Maar onze hersenen beschikken ook over het vermogen bewust te worden van besluiten via reflectie. . Deze reflectie kan leiden tot nieuw leergedrag en gedragsaanpassingen. Het verhoogt de keuzevrijheid en het zelfbewust nemen van beslissingen die automatisch gedrag corrigeren. Het reflectieve zelfbewustzijn speelt onder andere een belangrijke rol bij het nemen van morele beslissingen maar ook bij het bewuste corrigeren van onaangepast aangeleerd gedrag. Peuters moeten eerst zichzelf leren ontdekken als autonoom wezen (denk maar aan de spiegelproef) . Peuters worden van zichzelf bewust rond de leeftijd van circa 1,5 jaar en beginnen dan ook actief hun omgeving te verkennen en willen vaak van alles uittesten en uitproberen. Men noemt soms die periode "the terrible two's" omdat ouders dan vaak problemen ondervinden met hun peuter. De peuter heeft immers nog niet echt geleerd sociaal te zijn en bekijkt de wereld vanuit een erg egocentrisch standpunt. De peuter leert op die manier omgaan met regels en grenzen en tegelijkertijd leert hij/zij beter de wereld om zich heen te manipuleren. Vrije keuzes leren maken is een leerproces dat al vroeg begint in de ontwikkeling en blijft duren tot in de volwassenheid. Naarmate kinderen groeien en hun breinen zich verder ontwikkelen, leren ze beter omgaan met hun directe leefomgeving: een proces dat blijft duren tot in de late volwassenheid zolang het brein normaal functioneert. Indien mensen niet zouden beschikken over een reflectief bewustzijn met daaraan gekoppeld een vrije wil, dan zouden we slechts automatisch reageren op onze omgeving en nooit bewust kunnen leren en bijsturen wat onze mogelijkheden beperkingen zijn. We zouden vaker opnieuw dezelfde fouten maken.

   

Beste Livinus e.a.
Jouw voorbeeld van het kiezen van een snoepje uit een verzameling vind ik een uitstekend voorbeeld van vrije wil in de zin van "keuzevrijheid". Het kind beseft dat hij iets heeft te kiezen. Dat hij zich bij zijn keuze uiteindelijk laat leiden door emotionele gevoelens ( zoals ook de meeste volwassenen doen als ze een bonbon moeten kiezen) is een bewijs dat die wilsuitvoering uiteindelijk niet "vrij" is. Maar je hebt wel de vrijheid om na te denken over de verschillende mogelijkheden, voor- en nadelen etc.
Het irritante dóórvragen van kinderen naar het waarom van allerlei zaken is volgens mij een aanwijzing dat het kind in de gaten heeft dat er verschillende/meerdere motieven/redenen een rol spelen en hij wil graag weten welke dat zijn. Het kunnen beschouwen/beoordelen van die motieven/redenen en hoe hij daar zelf in staat met zijn eigen voor- en nakeuren is volgens mij kenmerkend voor "zelfbewustzijn"

   

Dat laatste is volgens mij correct. Effectief (zelf)bewustzijn ontstaat en groeit door communicatie. Zie bijvoorbeeld over Helen Keller in een recente post van Tsunami:
http://filosofie.be/blog/de-zwarte-doos/3581/een-zelf-reflexief-bewustzijn/

   

beste Aurora,

'vrijheid' slaat dan dus niet op het individu dat handelt, dat kiest of iets wil, maar op de beleving van de situatie. De situatie met de vele diverse snoepjes noodzaakt ons om daaruit een keuze te maken. Dat geeft een gevoel van vrijheid. De uiteindelijke keuze van het welbepaalde snoepje is niet vrij, die wordt bepaald door factoren. Mijn definitie voor 'vrijheid' is: de toestand van het niet merken van bepaaldheid (het niet merken van de onvrijheden). Bij het mogen kiezen van een veelheid en diversiteit van snoepjes krijgen we het 'gevoel van vrijheid' terwijl we daardoor niet meer merken dat onze keuze van het bewuste snoepje in wezen onvrij is. Vrijheid zou je ook 'het ervaren van een toestand van onbelemmerdheid' kunnen noemen. Als ik het kind een bokaal met daarin 1 snoepje aanbiedt en zeg "kies een snoepje", dan voelt men de belemmering en de bepaaldheid, men voelt dat men maar 1 snoepje kan nemen en men voelt zich dan 'onvrij'. In alle situaties, met de bokaal vol diverse snoepjes of een bokaal met maar één soort dezelfde snoepjes of zelfs met maar 1 snoepje, is onze keuze in wezen onvrij. Bij de vele snoepjes hebben we slechts enkel het idee, het gevoel dat we vrij kiezen en een vrije wil hebben.

   

Aurora,

het doorvragen met "waarom?" kan dan beide redenen hebben, enerzijds wat jij zegt, namelijk dat er meerdere motieven/redenen kunnen bestaan maar anderzijds kan het ook gewoon wijzen op een willen begrijpen van de dingen.
Het zou kunnen dat dit wijst op een zelfbewustzijn.

Als iemand zijn eigen naam kan zeggen wanneer men hem ernaar vraagt, zou dat ook al niet een stuk een vorm van zelfbewustzijn aangeven? Een naam wijst toch wel erg sterk naar je 'ikje'? Als je kan zeggen "ik ben Jantje en ik ben een mens en ik ben een jongen", dan is dat een uiting die lijkt me op een zelfbewustzijn wijst.

Wat zou de minimumvoorwaarde of het belangrijkste, fundamenteelste kenmerk zijn om te spreken van zelfbewustzijn?

   

Ik weet niet of "ik" wel zo'n sterk signaal is voor zelfbewustzijn. Ook als het kind nog niet kan praten heeft hij al een sterk ego, tot uiting komend in zijn eigen wil in relatie tot de omgeving waarin hij verkeert. Ook het kunnen benoemen van de verschillende actoren ( waaronder hijzelf) in zijn omgeving zegt volgens mij ook niet zoveel.
Als hij zichzelf in een spiegel herkent is dat wel een sterke aanwijzing. Maar sommige dieren kunnen dat ook, dus......?
Belangrijk lijkt mij dat het kind spontaan en onafhankelijk van zijn omgeving dingen doet die je zonder zelfbewustzijn niet zou kunnen doen. Maar welke dat zijn????

   

'ik' uitspreken lijkt me juist wèl een duidelijke indicatie van het hebben van een zelfbewustzijn. Maar er zijn vele indicaties te vinden die wijzen op zelfbewustzijn.

Je eindigt in feite met dezelfde vraag als ik. Namelijk "Wat is zelfbewustzijn?".
Blijkbaar is er nog geen sluitende definitie voor het verschijnsel 'bewustzijn'.
We kennen verschillende kenmerken, gedragingen die volgens ons wijzen op het hebben van een zelfbewustzijn. Maar toch ontbreekt het ons aan een algemene goede definitie. Dan zijn onze aangebrachte kenmerken en voorbeelden van gedrag ook niet erg zeker.

   

Is er eigenlijk prenatale diagnostiek betreffende bewustzijn en wil bij kinderen. Misschien is er wel meer uit een vlokkentest te halen dan we tot nu toe voor mogelijk hielden . En zeker de vruchtwaterpunctie, daar moet toch veel meer informatie te halen zijn dan de aanleg voor 3 of 4 syndromen? Ik vraag me af of ze ook het vruchtwater zelf onderzoeken, waarom zou je alleen de cellen en de eiwitten die er in rondzwemmen onderzoeken. Het vruchtwater kan ons misschien vooruit helpen in de vraag naar aanleg van wil en bewustzijn. Het enige dat onderzocht wordt zijn de misvormingen van specifieke syndromen. Mij lijkt dit een gemiste kans. Wij weten allemaal dat het ene kind een veel stèrkere wil heeft dan het andere kind, misschien zou op dit gebied ook in het vruchtwater kunnen worden onderzocht of er misvormingen zijn op dit gebied en hoe het met de aanleg zit.
Het gebied van de voorspellende geneeskunde bevindt zich op glad ijs maar het zou een gemiste kans zijn het vruchtwater te verwaarlozen. Als er sprake is van polyhydramnion, kan dat dan leiden tot een verminderde aanleg van wil of misschien juist meer.
En wat gaat de burger van straks met deze nog te onderzoeken informatie doen?

   

Nu veronderstel je te snel dat al deze dingen al vast liggen in de foetus, terwijl het toch wel erg duidelijk dat naast chemische erfelijkheid er ook nog ontwikkeling is die afhangt van interactie met de omgeving (breed gemeten van baarmoeder tot cultuur, ecologische factoren etc...)

Bij een punctie kan men de chemische erfelijkheid testen en eventueel wat zou misgegaan zijn bij de ontwikkeling tot op het ogenblik van de punctie. Maar was is misgaan?

   

Kader,

om via fysisch-materiële weg een vaststelling te doen over een geestelijke eigenschap van het brein zoals 'de wil', zou je een vergelijkende studie moeten gaan maken tussen een groep mensen met een 'sterke wil' en een groep met een 'zwakke wil', voor zover je die scheiding in groepen al objectief zou kunnen maken. Vervolgens moet je het materiële lichaam van beide groepen gaan analyseren. Welke fysische verschillen zijn er tussen beide groepen? Zit bij de ene groep bvb meer adrenaline, endorfine of weet ik veel welke stof méér in het bloed dan bij de andere. Is er een gen te lokaliseren in het DNA dat zeer duidelijk en enkel aanwezig is bij de ene groep en niet bij de andere groep en waarvan men dan nog zeker weet dat dat gen verantwoordelijk is voor de 'wil' van een mens. Als men dat allemaal in kaart heeft gebracht, dan kan men van het vruchtwater van een ongeboren foetus een chemische analyse gaan maken en kijken of er eventueel materiële, chemische sporen van die typisch 'sterke wil mensen' in aanwezig is. Volgens mij is de kans haast nihil dat men voorspellingen gaat kunnen doen over de latere wilskenmerken van die foetus.
Ik zou me verder zeker nog geen zorgen maken over hoe men dan met die informatie om kan gaan.

   

Beste Kader,
Ik denk dat wat jij aangeeft als chemische basis voor allerlei psychische eigenschappen een beetje de omgekeerde weg is. De stoffen die je aantreft in vruchtwater etc. zijn eerder het resultaat van allerlei ontwikkelingsmechanismen dan dat zij een oorzaak daarvan vormen.
En al zou er ooit zo'n stof gevonden worden dan nog is dat maar één van de vele factoren (ook omgevingsfactoren) in het ontwikkelingsproces die kunnen leiden tot een sterke/zwakke wil op latere leeftijd.
Het zijn immers vaak juist de hersenen die stimuleren dat er allerlei stoffen in de bloedbaan komen (bv. Adrenaline, dopamine) die emoties verwekken die een bepaalde wilsuiting kunnen ondersteunen.

   

Je speculeer, Aurora, ik heb geen onderzoek kunnen vinden.
Bovendien heb ik het, ondanks het feit dat het aswoensdag is, niet over stoffen.

Grrr. Discussieren is echt irritant. Ik denk erover mijn discus aan de wilgen te hangen.
Nee, dat is niet zielig (iemand moet het toch zeggen)

   

Ben ik nou gek of willen jullie me gewoon niet begrijpen.
Ik heb het helemaal niet over de cellen in het vruchtwater, kan mij het schelen of er poep in het vruchtwater drijft. Ik had het alleen maar over het vruchtwater.
Soms krijg ik toch wel zo schoon genoeg van dat ingebakken materialisme.
Ik heb het over dat heldere grijs-witte vocht, over dat wat continu wordt aangemaakt tot de vliezen breken.

   

en hoe verwacht jij in dat grijze vocht (= H2O) dan iets over het bewustzijn of de (vrije) wil van de foetus te gaan afleiden?

   

Als het vruchtwater door de moeder aangemaakt wordt zal je er denk ik meer van over de moeder te weten kunnen komen dan over het kind dat er slechts in 'zwemt' (en OK, ook af en toe eens in plast en zo).
Verwacht je in het water een geest of een spook of een ziel aan te treffen of zo?

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie