Cultuurfilosofen

In de blog: filosofie en literatuur

Cultuurfilosofen.

de cultuur zodanig inrichten dat de natuur optimaal aan z’n trekken komt (Hobbes)

als ik het woord cultuur hoor dan trek ik mijn pistool geen Goebbels, geen Mussolini; maar Hanns Johst in het nazitoneelstuk Schlageter); vergelijk ’t met Berthold Brecht & Kurt Weil met hun Dreigröschen-opern (Erst kommt das Fressen und dann die Moral))

Het is nog maar de vraag of … Het is nog maar de vraag hoe ... Het wordt hoog tijd de relatie tussen bwahh & bbwah opnieuw te overdenken. We moeten toe naar ... Dit vraagt om een openbaar debat tussen Jut & Juul, waarin geleerd kan worden wat wederzijds respect zou kunnen betekenen ...

Een overdaad aan hulpwerkwoorden Zullen, moeten, kunnen, mogen, hoeven, willen.

Pak er maar ’s eentje, zomaar willekeurig. Nietzio, bijvoorbeeld. Deze man is hoogleraar sociologie en internationale betrekkingen aan de George Washington Universiteit, Washington D.C. Hij schreef een stuk in een kwaliteitskrant van zaterdag 16 juni 2007 in het katern Opinie & Debat. Intussen weten we van dat katern dat de meeste bijdragen stammen van sociologen en cultuurfilosofen en omgedoopte bedrijfskundigen en politicologen en antropologen ewdmz (intussen “culturalisten”), en dat het maar verreweg het beste is om de inhouden van het geschrevene met een korrel zout te nemen. Wat blijft er, als we afzien van de inhoud, nog over? Dat is vanzelfsprekend de vorm. Wat dat betreft maakt de kwaliteitskrant het ons gemakkelijk. Want de vormelijke aspecten worden ons overduidelijk gepresenteerd in kop en gekaderde citaten. We kunnen er dus ons gemak van nemen, en de onzin van de inhoud terzijde laten. Hieronder een drietal uitspraken van Prof. Nietzio. - Stel je prioriteiten goed; - Voorkom dat terroristen radio-actief materiaal uit Rusland in handen krijgen; - Diskwalificeer autoritaire geestelijke leiders niet als partners voor meer veiligheid; Deze zinnen bevatten, zoals meestal met zinnen het geval is, een werkwoord. In alle gevallen is de wijs van dat werkwoord gebiedend. De heer Nietzio schrijft dus voor. Wie schrijft hij voor, wie gebiedt hij? Ons, de lezers van de kwaliteitskrant? Of de westerse regeringen? Of wordt de politiek in het algemeen geadresseerd? Je komt er niet achter.

Dit willekeurige voorbeeld, zomaar op de tast opgespoord, bracht ons naar een tweede prachtillustratie. Twee pagina’s verderop in hetzelfde katern van dezelfde kwaliteitskrant heeft een andere zwakzinnige hoogleraar in - wat anders dan - de sociologie een artikel geplaats weten te krijgen. Zij heet Godelieve Eggermont en zij doceert algemene sociologie aan de Erasmus Universiteit. De kop van haar verhaal toont op aangedikte wijze de gebiedende wijs. Luister.

Het woord moet niet langer aan de burger zijn, maar moet terug naar de politiek

Twee keer moeten. Het beste mens was, of is misschien nog steeds, voorzitster van een KNAW-commissie. KNAW betekent, zo lezen we in het artikel, Koninklijke Academie van Wetenschappen. (Waar is in de uitleg trouwens de “N” gebleven? En komt zo’n Academie niet in aanvaring met de WRR?) Die commissie heeft in mei van het jaar 2006 een rapport gebaard onder de prachttitel “Samenleven en samenwerken”. Waarschijnlijk om de regering te adviseren. Maar de professore trekt het toch wel een beetje binnen haar eigen parochie. Dat komt natuurlijk door de toenemende parochialisering. Zij zegt dat in dat rapport “een agenda voor de sociologie werd geformuleerd in het licht van de belangrijkste maatschappelijke ontwikkelingen”. Wat kan het, godverdergodverdomme, de wetenschap en de regering en zelfs het volk schelen hoe sociologen hun agenda trekken? Geen ene moer toch?

Het idee kwam op dat culturalisten nogal eens de neiging hebben om lakens uit te delen. Dat idee is een vermoeden, chiquer: een hypothese. En een hypothese dient getoetst te (kunnnen) worden. Dat toetsen heb ik in handen van Andries gelegd, omdat ik - zonder toetsing overigens - wist dat het bij hem in goeie handen lag. Andries is aan het werk getogen en heeft z’n bevindingen aan mij gemeld. De meest in het oog springende constatering was dat mijn hypothese werd bevestigd; of beter: dat de nulhypothese “er is geen verband tussen dwingelandij en culturalisten” met gemak kon worden verworpen. Mijn vermoeden werd dus bewaarheid - om het in gewoon Nederlands te stellen. De kans dat adviserend culturalisme niet samenhangt met de gebiedende wijs is nagenoeg te verwaarlozen. Die lag onder het niveau van 0.0001. Ver onder de 0.05, de grens die door de doorgaanse wetenschap aan het toeval wordt gegund. Andries heeft in de bijlagen van zijn bevindingen ook nog een paar toetjes meegeleverd. Eén daarvan bevat een ranglijst van culturalisten. Van laag naar hoog werden ze gescored. Op grond van een index die Andries had weten te bakken of te brouwen. Die index werd door Andries gedoopt met/onder de naam “bombastiek”. Ik weet eigenlijk niet of ik het daar mee eens moet zijn. Maar goed, mijn lankmoedige ziel vertelt me dat ik Andries ook iets moet gunnen. In een bijlage van de ranglijst-bijlage illustreert hij mijn vermoeden en zijn bevind-dingen met de uitlatingen v/d hoogstscorende culturalist. Dat was een zekere Mw. Neileve. Zij publiceerde in “Betoonde aantoning” van een kwaliteitskrant-2 van 13 september 2008 een artikel onder de titel “Bevrijd de vaklui uit de bureaucratie”. Het eerste woord is al in de gebiedende toon gezet. Maar daar blijft ’t niet bij. Het hele verhaal is vergeven van gebod. De inhoud v/h verhaal kan vooralsnog buiten schot blijven. ’t Gaat om de toon, om het gedram. In het korte artikel wordt er negen keer iets gemoeten. Moeten dit en moeten dat. Vaklui moeten bevrijd. Vaklui moeten verlost. Er moet worden beteugeld. De ziel moet terug. En er is niet alleen moeten, nee er ook iets nodig. Nodig zijn ..., nodig is een cultuur van .... En verder zijn er ook nog dingen vereist. De gebiedende wijs komt met een score van negentien aan haar trekken. Bevrijd! (die hadden we al) Stimuleer! Koester! Stimuleer! (nog een keer) Maak! Schaf af! Weg dus met! Geef! Organiseer! Betaal! Stel! Beperk! Versterk! Enzovoort, met die walgelijk fascistische toonzetting. En aan wie zijn al die imperatieven gericht? Daar kom je niet goed achter. ’t Zou de regering kunnen zijn, maar ook de overheid - voor zover er verschil tussen die beide is. Maar wellicht worden ook de gewone burgers in hun onderlinge burgerschap aangesproken, of instanties & organen van burgers. Hoe dan ook, hoe dan ook, Mw. Neileve maakt zich in de ogen van Andries en mij volstrekt belachelijk. Wat verbeeldt ze zich wel? Dacht ze nou echt dat er ook maar iemand is die naar haar luistert? En, mochten er een paar van die iemanden zijn, dat die dan haar bevelen opvolgen? Misschien moet Mw. Neileve een imperatief van ons ter harte nemen, n.l. t.w. “Val dood, mens!” Goed, dan toch iets over de inhoud. Mw. Neileve komt tot haar “aanbevelingen” nadat ze een soort diagnose heeft gesteld. Die diagnose komt uit de lucht vallen, nogal plompverloren. De benarde positie/situatie van professionals “wordt veroorzaakt door vier miskende, structurele problemen”. Zo, zo, zo. En wie heeft die vier problemen dan wel onderkend? Mw. Neileve zelf, natuurlijk. Wie anders. ‘k Ga ze trouwens ook niet eens noemen, die problemen. ’t Zijn tochtgaten van gapende open deuren, waar je hooguit van gaat geeuwen.

Maar, en daar was ’t Andries en mij om te doen, ze bieden wel een opening. Je kunt er iets van leren. Namelijk iets algemeens. Om met dat algemene het andere culturalistische gezwets, waarvan er zat is, te lijf te gaan.

Ach je ziet ’t vaak ook aan de namen en de begrippen. Sommige van die culturalisten zijn nog wel ’s zo fatsoenlijk om een personen- en/of zakenregister bij hun geschriften mee te leveren. Achterin kun je dan opzoeken bij wie of wat ze voor hun gedachtegoed zoal te rade zijn gegaan. Zodoende leer je je Pappenheimers en Kartoffelbintjes wel kennen. Andries is een tijdje geleden begonnen om ze (zowel de personen als de zaken) onder te brengen in een detabeesje. Aanvullen (of updaten) doet hij ook op gezette tijden. Dat detabeesje was er immers toch al. Ja, en als dat ding eenmaal redelijk gevuld is, wat let ons dan om er een keer een analyse op los te laten? Eerst eenvoudig natuurlijk; tellen of turven. Om gewoonweg maar ’s een idee te krijgen wie er binnen of onder de culturalisten de dienst uitmaken. Zijn er kernen of centra aan te wijzen?

Had er ooit iemand van b.v. Onfray gehoord? Wij niet. Maar hij wordt hier en daar nog wel ’s opgevoerd, zo bleek. Dus lezen wij, sportief als we zijn, Onfray. Zowel Andries als ik kwamen na enige bladzijde-consumptie met eenzelfde verzuchting op de proppen, t.w. “mijn hemel”. Da’s op zich natuurlijk geen argument, of een stelsel van argumenten zijnde een redenering; je moet ook onderbouwen waarom het hemeltergend is. Die man heeft het, in het kader van de geschiedsschrijving van de filosofie, over “context” en “in hokjes plaatsen”. Nu hadden wij dus nog nooit van Onfray gehoord. Maar van context en hokjes waren we redelijk op de hoogte. En ook van “etiketten plakken”. Wat heeft die Onfray ons daarover te melden? Iets nieuws? Nee! Hooguit zwakzinnig kleutergelul. Een maatschappelijk werker of een sociaal-pedagogisch hulpverlener zou zich er rot voor hebben geschaamd. Kijk, dat je zaken uit hun verband kan rukken, prima. Dat verschijnsel bestaat al heel erg lang. Je mag ook praten over kommazetting of interpunctie. En vaak heeft ’t te maken met de kwestie van oorzaak & gevolg (kip-ei of ei-kip). Bovendien zijn die context en die hokjes constructies van onze eigen tijd of tijdgeest. Omdat het komt doordat en dankzij dat mensen van onze eigen post-post-modernistische-tijd niet alles goed meer weten te rangschikken en te plaatsen. Ik, persoonlijk, vind vanuit maatschappelijke en sociaal-pedagogische overwegingen zulk een gunning van de tijdgeest heel welgeplaatst. In een discussie met deskundigen over een bijna eeuwig durende brandhaard ergens in het Midden-Oosten, wist de strenge bovenmeester Jeroen Zwartbol de “context” boven tafel te toveren. Ik denk, die deskundigen halen ‘m onder tafel met dat idiote begrip. Maar nee, dat gebeurde niet. Ze gingen er zelfs serieus op in. Inderdaad, inderdaad, vonden ze. Als je het conclict (de brandhaard, dus) wilt duiden, dan moet je de context begrijpen. Toen riposteerde de bovenmeester: “maar als je de context wilt begrijpen, dan moet je ‘m toch ook kennen?” Ziehier een herformulering in chiquere termen. Maar brengt zoiets de oplossing naderbij? Nee, integendeel. Je schuift ‘m vooruit. Met het opgeluchte gevoel van “zo, daar zijn we vooralsnog eerst eventjes van af”.

Je komt trouwens die publicerende en docerende culturalisten nooit tegen in een officiële ranglijst of zo. (Ja, bij Andries. Maar Andries is officieus. Bovendien pakte hij maar een enkel aspect aan, t.w. de bombastiek. Of die naam ... afijn laat maar.) Terwijl er vele ranglijsten bestaan. De rijkste mensen. Die vallen heel goed te rangordenen. Van 1 t/m 500 bijvoorbeeld. De economen. Wordt iets lastiger, maar het is toch goed te doen. Hoe vaak wordt je geciteerd door toonaangevende economen? In de index kijken. Dan komt natuurlijk de vraag, wat is een toonaangevende econoom. Nou, dat is een econoom die vaak wordt geciteerd. Daar zit natuurlijk cirkel in; dat kan iedereen op z’n klompen aan navoelen. Maar met een beetje techniek is daar recursief/iteratief en convergerend wel uit te komen. Dus de resulterende lijst kan als redelijk objectief te boek staan. De machtigste mensen? De lieden die financieel aan de touwtjes trekken? Wie herinnert zich niet de 200 van Mertens. De invloedrijkste mensen? Daar is ook een top-200 voor verzonnen. Kom je nou onder die 200 ook culturalisten tegen? Ik zie geen Maartje Drentel, geen Hein Bazel, geen Norbert Knast, geen Neileve, geen Mantel, Neuzepeut of Willekwast. Zouden die geen invloed hebben? Me dunkt. Maar wat blijkt, wat blijkt? Lieden die wel op die lijst staan, die - in een tijd dat invloed (gezag?) nog macht mocht heten - vanuit schaduw- of schemergebieden opereerden, laten zich nu ook wel ’s publiekelijk uit. Soms gaat de voorgrond hen niet al te goed af. Hetgeen je op de buis wel ’s kunt constateren; desalniettemin, ze doen het. Maar hoe plegen ze hun uitlatingen; dat is even de vraag. Dat doen ze in “culturele” termen. ’t Is niet te geloven, de schellen vallen van je ogen. ’t Opvallendste is dat velen uit die reeks van invloedrijken zo ontzettend vaak het woord “we” of “wij” laten vallen. Het lijkt constaterend, maar het blijkt b.n.i. godverdegodver gebiedelijk voorschrijvend. En ook op een vervelende manier compromitterend. “We stevenen nergens op af.” “We zijn een land zonder plan.” “We zijn een beetje bunzig.” “We zijn natuurlijk ook kooplieden.” “We zijn een instabiel land geworden.” “We hebben een leiderschapsprobleem.” “We moeten op zoek naar Nederlandse Obama’s.” “We leven nog altijd in een nieuwe Gouden Eeuw.” “Dan zijn We een halve eeuw verder.” “We moeten eerst nog door een lange worsteling heen.” “We hebben met een aantal fundamentele transities te maken, en dus zijn er nieuwe oriëntaties nodig, dat ziet iedereen.” “We moeten eerst door turbulentie heen voordat er nieuw evenwicht komt.” “We hebben vanwege sociale hoogtevrees nieuwe oriëntatiekaders nodig, en nieuw leiderschap.” “We zullen heel hard moeten werken om op hetzelfde niveau te blijven.” “Dit vereist een leider die mensen een positief beeld kan geven waar We heen moeten.”

“We” is een persoonlijk voornaamwoord. Eerste persoon meervoud. Er zijn meer persoonlijke voornaamwoorden. In enkelvoud: “ik”, “jij” en “hij”. In meervoud: “we/wij”, “jullie” en “zij”. Daar is ...”

Andries onderbrak me. Dat doet Andries niet zo gauw. Als hij ’t doet dan weet ik dat ’t om een serieuze onderbreking gaat. Om een onderbreking waar ik aandacht aan moet schenken. Bij deze. Ik zou dat met die persoonlijke voornaamwoorden al ’s eerder opgevoerd hebben. Dat was in verband met ene Buber. Teruglezen dus. En inderdaad, Andries had gelijk.

Dan kan ik in mijn redenering(en) net zo goed een paar stappen overslaan. Want die “invloedrijken” praten allemaal u.h.v. instanties, instituten, raden ... ewdmz. De raden, planbureaux, schappen ewdmz vertegenwoordigen allemaal al een soort “we” of “wij”. Ze zijn democratisch “ingesteld”, en daarmee spreken ze, vanuit - zeg - een maatschappelijke verantwoordelijkheid, alreeds namens “wij”. Als we het lijstje met citaten ’s op de keper beschouwen, valt er dan iets op? Convergeren de diagnoses en aanbevelingen naar een enkel punt? Is er, m.a.w., eensgezindheid? Ja, toch wel. Maar de banen naar dat ene punt zijn tochtgaten en open-deuren van nevelen; en dat ene punt is een wolk van nietszeggendheid. En van dat soort dingen word je “invloedrijk”? Geef mij dan maar liever “macht”.

“Je komt trouwens die publicerende en docerende culturalisten nooit tegen in een ranglijst of zo.” Dat beweerden we hierboven. Dat beweerde ik hierboven. Want Andries gaf mij lik op stuk. “Je bent de ranglijst van de 12 grootste denkers van ons land vergeten, Steven. Die lijst is opgesteld door een weekblad. En in die lijst kom je toch wel een stuk wat culturalisten tegen, die wij hier op de korrel proberen te nemen.”

Een jaar later is aan deze 12 grootheden gevraagd wat volgens hen de grootste denker van deze tijd was. De hele wereld mocht meedoen. ‘k Zal ’t nog ’s terugzoeken. ’t Moet ergens in m’n stapel liggen.

Terug naar Mw. Neileve, en haar dwing-dwang-dwong. We komen zo’n beetje tot het hypothetische vermoeden dat alle culturalisten met soortgelijk sop is overgoten. We - ja “we” - moeten het zo zien zoals zij het zien. We - ja “we” - dienen het te zien zoals zij het zien.

Een vermoedelijke hypothese dien je te onderbouwen. Da’s in wetenschappelijke zin, en ook empirisch gezien, het meest fair, eerlijk en sportief. Een deel is ingelost met die lijst van “we”-uitspraken. De dwingeland-uitspraken van hierboven. Maar je hoeft niet zo ver te zoeken om er meerdere te vinden. Da’s een koud kunstje. Abel Slibsluize - filosoof; cultureel filosoof vanzelfsprekend - komt ons tegemoet. Van harte welkom. Mw. Neileve had ’t over vaklui. Slibsluize zit in ongeveer hetzelfde vaarwater. Hij bemoeit zich met ’t onderwijs. En met of door het onderwijs moeten natuurlijk vaklieden worden afgeleverd. Dat zal en moet toch wel ongeveer de doelstelling en de pretentie van het onderwijs zijn. Slibsluize en Neileve vissen in dezelfde vijver. De aanbevelende hengels hebben dan ook nagenoeg dezelfde strekking. Dwong-dwing-dwang etc. Abel lukt het om in een artikel van “Krakeel & nogwat” van een zgn. kwaliteitskrant (06-02-10) de dwangratio van Mw. Neileve te overtreffen. Een prestatie van formaat. Inhoudelijk is z’n verhaal nauwelijks interessant te noemen. Die inhoudelijkheid is te vergelijken met de inhoud van het prutsverhaal van Neileve. ’t Heeft iets te maken met ooit ingestelde regels die - a.d.h.v. achteraf fout gebleken inzichten (die trouwens in de tijdgeest van de toentertijde tijd heel goed te verteren waren) - “instelling(en)” en dus ook “bureaucratie” teweeg hebben gebracht. Dat moet nu - a.d.h.v. de inzichten van onze huidige tijdgeest - overboord. Hoe ziet Slibsluize dat gebeuren? Wat zijn de aanbevelingen van Abel? Die gaan in termen van “moeten” en “dienen”. In luttele kolommen wordt er 24 keer van “moet” of “moeten” gerept; 14 keer van “dient” of “dienen”. ’t Is fraai, alleraardigst fraai. Op de voorpagina van dezelfde kwaliteitskrant staan de uitkomsten te lezen van een onderzoek, dat diezelfde krant heeft uitgevoerd onder maatschappelijke organisaties. U weet wel, organisaties die “onze” maatschappij of samenleving stutten en schragen. Ze vroegen die organisaties of ze enig gevoel of inzicht hadden in de denkbeelden en ideeën van een samenlevings-organisatie, t.w. een politieke beweging of partij, die enig opzien baart. Ze zouden er in ons maatschappelijk bestel mee te maken kunnen krijgen, nietwaar? Dus wilden ze wel ’s weten ... enzovoort. Wegenbond, iets met Corporaties, iets met “Eigen huis”. Nou, de genoemde voorbeelden wisten ’t niet. De enige die ’t wel wist was Slibsluize - de cultuurfilosoof, die zich over het Onderwijs buigt. Die zag genoemde partij graag in de regering. En te begrijpen valt dat heel erg goed. Want genoemde partij of beweging is er ook eentje met de fascistische toonzetting van “moeten” en “dienen”.

De aanbevelende hengels hebben dan ook nagenoeg dezelfde strekking. Dwong-dwing-dwang. ’t Is niet alleen “moeten” en “dienen”. ’t Kan ook met “laten”. Da’s net zo “dwong-dwing-dwang”. Want na het werkwoord “laten” wordt er steevast voorgeschreven “hoe het moet”.

Is datgene wat hier allemaal tegen de culturalisten wordt ingebracht gebaseerd op vooroordelen? Is het wellicht ingegeven door kwaadaardigeid? Nee beslist niet. Waardoor dan wel? Achteraf terugkijkend - terugkijken doet men trouwens altijd achteraf - is er min of meer gebruik gemaakt van de volgende procedure. “Procedure” is wat onhandig gekozen, omdat het doet vermoeden dat ik aan de hand van leiband te werk ben gegaan. En dat is niet zo. Pas toen ik terugkeek en mijn doen&laten expliciet kon maken, kwam ik erachter dat er impliciet een stappenplan in het geding was. Als volgt, ongeveer? Het begon allemaal met een vaag vermoeden. Dat vermoeden kreeg gaandeweg steeds meer contouren, steeds meer gestalte. Dan wordt het tijd om te proberen dat vermoeden in woorden te formuleren. En, wat nog belangrijker is, met argumenten te onderbouwen. Vervolgens is het zaak het met argumenten omkleedde vermoeden bevestigd te krijgen. En dat doe je niet a.d.h.v. de gevallen die de aanleiding vormden tot het vermoeden. Da’s onsportief (zo van “kijk, zie je wel”; Einstein: No problem can be solved from the same level of consciousness that created it.”). Nee dat doe je a.d.h.v. nieuwe, frisse gevallen. Je mag ’t ook wetenschappelijk zeggen. Dan zeg je: we proberen onze hypothese te toetsen.

Hebben we een nieuw en fris geval weten op te sporen? Jazeker, jazeker. Het gaat om een persoon met een naam waarvan zowel Andries als ik nog nooit hadden gehoord. Een zekere Clair Kantelaar.

Deze Kantelaar lukt het om in een artikel van “Krakeel & nogwat” van een zgn. kwaliteitskrant (05-03-10) voorbeeldig in het voetspoor van de dwangratio van Mw. Neileve en Dhr. Slibsluize te treden. Hij “analyseert” op een waarachtig erbarmelijke manier een kabinetscrisis. Inhoudelijk is z’n verhaal nauwelijks interessant te noemen. Die inhoudelijkheid is te vergelijken met de inhoud van de prutsverhalen van Neileve en Slibsluize. ’t Heeft iets te maken met de malaise waarin de parlementaire democratie zou verkeren. Hij praat over gelegenheidsmengsels, “zwartepieten”, baasjes in een Torentjesoverleg, modes die geslacht, kennis en ervaring als handicap zien. Hij meet zijn (opgeheven?) diagnostisch vingertje de allure aan zich op de zere plek van de malaise te hebben gelegd. Tja, gut ja, we hebben onze staatsinrichting ooit ingesteld met regelse regels, die in de tijdgeest van de toentertijdse tijd heel goed te legitimeren moeten zijn geweest. (Uit hoofde van tijdsbestendige continuïteit?) Maar die zijn nu, ja nu, verwikkeld in vastgelopen systemen met “hoofdrolspelers” in een cocon van democratische malaise. Er moet dus volgens Clair iets gebeuren. En de oplossing lijkt bij hem in pacht. Hoe denkt Kantelaar e.e.a. te pakken? Hij vergast “ons” (de lezers van die kwaliteitskrant) op een tiental tips of aanbevelingen - lees “bevelen” - van hoe het allemaal wel anders zou moeten. Die gaan in termen van “moeten” en “laten” en imperatieven. In hooguit anderhalve kolom wordt er 9 keer gemoeten en 5 keer gelaten. Er is een vijftal gebiedende wijzen. “Reageer”, “weiger”, “verlang”, “durf”, en “gewoon doen”. ’t Is fraai, angstaanjagend fraai.

Wie worden er eigenlijk aan- of toegesproken? Ja, de lezers van de kwal.krant. Maar dat is veel te ongespecificeerd. Want, in welke hoedanigheden moeten die lezers gezien worden? Nou, dat zijn er een hele hoop. Burger, kiezer, partijlid, overheidsfunctionaris, vertegenwoordiger van één of andere raad (waarvan er talloze zijn), kamerlid, statenlid, om maar wat te noemen. Verder wordt er ook gewezen naar anonieme zaaknamen, zoals De politiek en De regering. ’t Is alles ratjetoe. Culturalisten - ’t is al eerder gezegd - kunnen niet of nauwelijks redeneren. Bovendien kennen ze de eenvoudige regel “garbage in, garbage out” niet. Dat betekent dat als je een redenatiesysteem of een redenatieappaat of een redenatiemachine voedt met rotzooi - in casu een zwakzinnige duiding of een diagnose die de plank misslaat - het resultaat (ergo de conclusie) eveneens fladderatsj is. Wanneer zowel de input als de verwerking niet deugt, dan kan de output rechtstreeks naar de papierversnipperaar.

Vlak voor de besproken kabinetscrisis was er ook al een bijna-crisis. Deze werd eveneens door Kantelaar ter hand genomen en geduid.

Tags
geen tags