Een postmoderne aanzet tot linguïstische anarchie - Deel III

In de blog: filosofie en literatuur

Taalkunde en filosofie.

(Uit een Aulaboekje van 1973).

‘t Gaat over transformationele taalkunde. Voornamelijk geïnspireerd door Chomski.

9.0. Inleiding.

Om verschillende redenen stellen we in dit slothoofdstuk de relatie tussen taalkunde en filosofie aan de orde. In de eerste plaats blijkt dat taalkundigen vooral bij hun semantische analyses steeds op filosofische problemen stuiten. Dat blijkt bijvoorbeeld bij de introductie van de notie “mogelijke wereld” in de betekenisbeschrijving. Deze notie laat minstens twee filosofische interpretaties toe. In één interpretatie heeft “wereld” betrekking op een stand van zaken zoals die objectief (‘an sich’) gegeven is, de andere interpretatie identificeert “wereld” met “wereldbeeld”. In dit hoofdstuk zullen proberen met behulp van filosofische inzichten een precisering te geven van de in hoofdstuk 5 ontwikkelde gedachtegang, mede ter verduidelijking van de filosofische uitgangspunten van twee stromingen in de 20e-eeuwse filosofie die aan de analyse van taal een groot belang toekennen. Het zijn met name deze twee filosofische stromingen, bekend als “Ideal Language-filosofie” en “Ordinary Language-filosofie”, die aanleiding geven tot een bespreking van de verhouding tussen taalkunde en filosofie. Beider uitgangspunten was door taalanalyse de traditionele filosofische problemen op te lossen. De eerstgenoemde richting heeft zich vooral toegelegd op de constructie van symbolisch-logische systemen die als grondslag zouden moeten dienen voor betekenisanalyse, de andere richting heeft zich vooral geconcentreerd op de analyse van taalgebruik. Een aantal belangrijke inzichten zijn terecht gekomen in taalkundige analyses. We noemen de kwestie van de verwijzing van constituenten naar de buitentalige werkelijkheid (referentie), de relaties tussen de zinnen van een taal en hun vooronderstellingen (presupposities), alsmede logische relaties tussen zinnen, zoals implicaties. Verder zijn in de filosofie inzichten ontwikkeld betreffende het taalgebruik als handeling. Deze “performatief-analyse” heeft grote belangstelling getrokken in de transformationeel-generatieve taalkunde. Een laatste reden waarom we ingaan op de relatie tussen taalkunde en filosofie hangt samen met het feit dat met name Chomsky van mening is de taalkunde hulp kan bieden bij de oplossing van een zeer oud filosofisch geschil : de strijd tussen de empirische en de rationalistische opvatting ten aanzien van kennisverwerving. Chomsky stelt dat deze kwestie op van empirische gronden zal kunnen worden beslist door taalkundig onderzoek. Immers een goed gefundeerde taalkundige theorie is een theorie over het menselijk taalvermogen en inzicht in de competence leidt tot inzicht in de mentale processen die betrokken zijn bij de verwerving van kennis over de werkelijkheid. De structuur van dit hoofdstuk is als volgt.

Dat gaan ik hier niet altemaal zitten overtikken.

Wat er hier heel schoorvoetend wellicht wel gezegd kan worden is dat de pogingen van Chomsky - hij is nog steeds in beeld bij het openen van Fil.Be - meer navolging zouden mogen genieten. Of zou het misschien zo kunnen zijn, dat het TGG in staat mag worden geacht om de POMO-linguïstische anarchie gewoonweg in te lijven?

Tags
geen tags