Waarheidsmakers van historische waarheden

In de blog: Emanuel Rutten reacties: 42 pdf print

Wat zijn waarheidsmakers? En wat zijn de waarheidsmakers van historische waarheden? Daarover gaat onderstaande bijdrage.

De uitspraak 'Mijn auto is blauw' wordt waargemaakt door mijn blauwe auto. Mijn blauwe auto kan daarom de waarheidsmaker van genoemde uitspraak worden genoemd. Welnu, het lijkt niet onredelijk om te beweren dat meer in het algemeen uiteindelijk iedere ware uitspraak een waarheidsmaker moet hebben [1]. Zo'n waarheidsmaker moet dan natuurlijk wel bestaan. Iets dat niet bestaat kan immers niets, en dus ook niet iets waarmaken.

Neem nu historische uitspraken, zoals de uitspraak dat Nederland in 1974 de WK finale verloor. Deze uitspraak is ontegenzeggelijk waar. Daarvoor is immers meer dan voldoende bewijsmateriaal. Het zou volstrekt onzinnig zijn om, gegeven al dit bewijsmateriaal, te betwijfelen of Nederland in 1974 het WK verloor [2]. Maar, wat is dan haar waarheidsmaker? Welke bestaande stand van zaken maakt deze uitspraak op dit moment waar? Iemand die meent dat het verleden niet minder reëel is dan het heden, dat wil zeggen, niet minder bestaat dan het heden, zou kunnen beweren dat het verleden genoemde uitspraak nu rechtstreeks waarmaakt. Het ook nu nog werkelijk bestaande verleden is in dat geval op dit moment de waarheidsmaker van deze en van alle andere ware historische uitspraken. Kortom, wie zegt dat het verleden zelf ware historische uitspraken waarmaakt veronderstelt dat het verleden ook nu nog bestaat. Iets dat niet bestaat kan immers zoals gezegd helemaal niets waarmaken. Het lijkt echter nogal implausibel om te beweren dat het verleden ook nu nog bestaat. Immers, het verleden was ooit, maar is niet meer. Het 'nu' bestaat, maar het 'toen' bestaat niet meer. Het antwoord dat het verleden optreedt als waarheidsmaker is daarom niet echt overtuigend.

Zijn er andere antwoorden mogelijk? Welnu, een determinist zou kunnen beweren dat de huidige configuratie van alle elementaire deeltjes in het universum de waarheidsmaker betreft van alle ware historische uitspraken. We kunnen immers in beginsel vanuit de huidige configuratie terugrekenen naar iedere willekeurige gebeurtenis uit het verleden, aldus de determinist. Dit lijkt mij echter evenmin een houdbaar antwoord. Zo meen ik dat er vrije wilsacten bestaan. Het bestaan van dergelijke acten is echter in tegenspraak met het determinisme. Terugrekenen is gegeven het bestaan van vrije wilsacten onmogelijk, zelfs in principe.

Maar wat is dan datgene op grond waarvan alle ware historische uitspraken op dit moment waar zijn? Er moet toch iets zijn dat deze waarheid nu objectief waarborgt? Er moet iets zijn dat er nu in objectieve zin voor zorgt dat mijn uitspraak dat Nederland in 1974 het WK verloor inderdaad waar en niet onwaar is. Theïsten kunnen wellicht wijzen op God. God herinnert zich het verleden perfect, en kan bovendien niet anders dan zich het verleden perfect herinneren. Precies daarom zijn Gods herinneringen, aldus de theïst, op z'n minst in indirecte zin te begrijpen als de waarheidsmakers van historische uitspraken. Iemand die vandaag zegt dat Nederland in 1974 de WK finale verloren heeft spreekt de waarheid. En de enige objectieve grond voor het vandaag waar zijn van zijn of haar uitspraak is dat zijn of haar uitspraak in overeenstemming is met de herinneringen van God.

[1] Waarheidsmakers kunnen in plaats van standen van zaken ook gebeurtenissen zijn. Zo is de waarheidsmaker van de ware uitspraak 'Jij bent aan het lezen' de gebeurtenis dat jij aan het lezen bent.

[2] Het gaat hier dan ook niet om de epistemische vraag naar het rechtvaardigen van beweringen op grond van bewijsmateriaal. Het gaat daarentegen om een volstrekt andere vraag, namelijk de ontologische vraag naar dat wat er in objectieve zin voor zorgt dat een bewering überhaupt waar is, ofwel de vraag naar dat wat een bewering in de eerste plaats waarmaakt, geheel los van de vraag of wij al dan niet over afdoende bewijsmateriaal voor deze bewering beschikken.


Reacties (42)

   

Geachte heer Rutten,

Dus ons geheugen heeft ook al God als waarheidsmaker nodig? (Dat het geheugen onbetrouwbaar is, ok.) (Zelfs mijn hond heeft echt herinneringen.) Ik snap de denk-exercitie niet helemaal misschien. Ben geen filosoof die 'waarheid' in die diepere (zelfs maar) grond(verf) heeft bestudeerd, in de analytische filosofie.

En waarom weten we allang dat er geen heden is? Er is ook geen blauwe auto. Die is net via een Egyptische woestijn-storm helemaal okergeel geworden. Ga maar kijken buiten. Er is verleden en toekomst, geen nu! Dus hoe gaat je denkoefening als ik zeg dat morgen de zon waarschijnlijk (aha geen waarheidswaarde) weer opgaat. Hij gaat nog een tijdje op. Tja, ik weet het niet, zoek je het soms niet te ver? In de wereld voor ons? Waarom zou je in je denken aan 'bewijs' voorbij willen gaan?

*En de enige objectieve grond voor het vandaag waar zijn van zijn of haar uitspraak is dat zijn of haar uitspraak in overeenstemming is met de herinneringen van God.*

Idem of soortgelijke redeneringen voor de toekomst en het hiernamaals mogelijk?

P.S. Tijdelijk meer in de weer met het proefschrift van Jan Riemersma. Maar ook jou zou ik uiteindelijk wel willen snappen. Wat geeft je in, deze redenering nu op te zetten?


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

“Iets dat niet bestaat kan immers zoals gezegd helemaal niets waarmaken. Het lijkt echter nogal implausibel om te beweren dat het verleden ook nu nog bestaat. Immers, het verleden was ooit, maar is niet meer. Het 'nu' bestaat, maar het 'toen' bestaat niet meer. Het antwoord dat het verleden optreedt als waarheidsmaker is daarom niet echt overtuigend.”

Beste G.J.E. Rutten,

Het actuele punt van tijd, dat wij het heden noemen, is een voortglijdende schaal, die nimmer stil staat, zodat er ook niet gesproken kan worden van het nu, als een stilstaand gegeven. De vraag is dus niet of het verleden ook in het heden bestaat. Nee, de vraag van de waarheidsmakers zou moeten zijn, hoe we ‘waarheid’ vanuit het verleden zo objectief en coherent mogelijk kunnen waarmaken!?

“Het gaat hier dan ook NIET om de epistemische vraag naar het rechtvaardigen van beweringen op grond van bewijsmateriaal.”

Als er geen bewijsmateriaal hoeft te worden aangedragen, dan is er ook geen sprake van objectiviteit. Dus kan er ook niet gesproken worden, volgens de coherentietheorie, over een bewering die ‘waar’ is, laat staan überhaupt waar!

Tenslotte vraag ik me af, hoe ‘God’ zich verhoudt tot een waarheidsmaker, anders gezegd; wat is de waarheidsmaker van ‘God’? En in welke zin, kan een bron die niet bestaat, uitspraken doen over dingen die wel bestaan in tijd en ruimte?

Of gaat het met het wk voetbal net zoals met ‘God’. Als over 2000 jaar, in 4011, alle gegevens van het wk voetbal uit 1974 zijn uitgewist en vergeten, dan bestaat er geen (objectieve) waarheid meer omtrent die geweldige voetbalfinale in Duitsland. Dan heeft het wk gewoon niet plaatsgevonden.

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Theo,

Stel dat op enig moment geen mens zich de WK finale uit 1974 meer herinnert en dat bovendien al het bewijsmateriaal verdwenen is. Ook dan nog blijft de uitspraak dat Nederland in 1974 de WK finale verloor natuurlijk gewoon waar.

Het gaat in mijn stukje dan ook niet over de epistemische vraag of ik redelijkerwijs kan weten of Nederland de WK finale in 1974 verloren heeft. Mijn vraag is ontologisch van aard. Ik vraag immers naar dát wat in objectieve zin de uitspraak 'Nederland verloor in 1974 de WK finale' waarmaakt. Zie ook voetnoot [2].

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Natuurlijk is er wel sprake van objectiviteit indien er geen bewijsmateriaal wordt aangedragen. Zie de eerste alinea van mijn vorige reactie aan Theo.

En de waarheidsmaker van de uitspraak 'God bestaat' (indien waar) is natuurlijk God zelf. Vergelijk in dit verband het voorbeeld waarmee ik mijn stukje begon. De waarheidsmaker van de uitspraak 'Mijn auto is blauw' is mijn blauwe auto.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

“Welnu, het lijkt niet onredelijk om te beweren dat meer in het algemeen uiteindelijk iedere ware uitspraak een waarheidsmaker moet hebben [1]. Zo'n waarheidsmaker moet dan natuurlijk wel bestaan. Iets dat niet bestaat kan immers niets, en dus ook niet iets waarmaken.”

“Stel dat op enig moment geen mens zich de WK finale uit 1974 meer herinnert en dat bovendien al het bewijsmateriaal verdwenen is. Ook dan nog blijft de uitspraak dat Nederland in 1974 de WK finale verloor natuurlijk gewoon waar.”

Beste G.J.E. Rutten,

Hoe kan een uitspraak waar zijn, waarvan niemand weet dat het heeft plaatsgevonden? Komen we hiermee niet op het terrein van de oncontroleerbare ‘waarheid’ en van de levendige fantasie?

In een klein gedachtenexperiment wil ik een waarheidsmaker uit het jaar 33 na Christus graag met jou delen.
Christus heeft vlak voor zijn dood gezegd tegen de Romeinen, dat hij niet de zoon van ‘God’ is. “Ik heb jullie voorgelogen. God bestaat niet, en ik ben dus niet zijn zoon”: zei hij. Helaas is het document waarin dat is opgetekend, verloren gegaan.

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste GJE.

Dit stukje illustreert een geval van de mythologische omdraaiing van de reflexie, zoals vooral blijkend uit je zeer vermakelijke bemerking "en de waarheidsmaker van de uitspraak 'God bestaat' (indien waar) is natuurlijk God zelf."

De logische structuur van het mythologeem, van de omdraaiing van de reflexie, wordt ons merkwaardigerwijze in een met wiskunde doorspekt "kinderboek" aan de hand gedaan. We bedoelen hier Lewis Carrol's "Trough the Looking-Glass and what Alice found there." De sprookjesfiguren in dit boek zijn reflecties in de spiegel, die echter als reeële wereld op de "andere kant" van de spiegel geprojecteerd zijn. Hun aanspraak op realiteit wordt gegarandeerd doordat het kind Alice door de spiegel heenstapt en zich aan de "andere kant" onder haar eigen gedachten/reflecties mengt/begeeft. Op het eind van het boek komt zeer duidelijk naar voren, dat de realiteit van de "droom" van een omkeerverhouding van de eigen reflecties in het subjectieve subject en in het objectieve subject afhangt. "You see, Kitty", zegt het meisje Alice tegen haar kat "let's consider who it was that dreamed it all...it must have been either me or the Red King. He was part of my dream, of course - but then I was part of his dream too." Dit is de eenvoudigste schematische voorstelling van de relatie tussen hiernumaals en hiernamaals als omkeerverhouding in een reflexiesamenhang met zich tegenzijdig uitsluitende aanspraak op objectieve realiteit.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

De waarheid of onwaarheid van proposities is niet afhankelijk van bewijsmateriaal. Bewijsmateriaal voor een propositie is alleen van belang wanneer wij willen onderbouwen dat de propositie in kwestie waar is, maar dat betekent natuurlijk niet dat een propositie alleen waar zou kunnen zijn indien wij over bewijsmateriaal beschikken. Natuurlijk niet.

Neem de propositie dat Mark tien jaar geleden een rode auto heeft gekocht, en stel dat Mark inderdaad tien jaar geleden een rode auto heeft gekocht. In dat geval is de propositie 'Mark heeft tien jaar geleden een rode auto gekocht' eenvoudigweg waar, ook al zou niemand hiervoor bewijsmateriaal kunnen aandragen. Dit alles is echt nogal triviaal.

Inderdaad, stel je eens voor dat in de verre toekomst niemand zich nog kan herinneren dat de Holocaust heeft plaatsgevonden, en dat ook al het bewijsmateriaal voor deze intens gruwelijke gebeurtenissen vergaan is. Welnu, ook dan is de propositie 'De Holocaust heeft plaatsgevonden' nog altijd waar. Uiteraard is deze propositie ook dan nog waar. Het zou absurd zijn om te beweren dat de propositie dat de Holocaust heeft plaatsgevonden niet meer waar is zodra al het bewijsmateriaal ervoor verdwenen is.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Wildjan,

Je spreekt over een "zeer vermakelijke opmerking". Ik zie echter niet in wat er zeer vermakelijk is aan de claim dat mijn blauwe auto de waarheidsmaker is van de uitspraak 'Mijn blauwe auto bestaat'. En precies daarom is er evenmin iets zeer vermakelijk aan de structureel equivalente claim dat God (indien God bestaat) de waarheidsmaker is van de uitspraak 'God bestaat'. Meer in het algemeen geldt immers voor alle bestaande standen van zaken X dat X de waarheidsmaker is van de propositie 'X bestaat'. Dit is werkelijk elementair.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste G.J.E. Rutten,
Stel, het huidig universum is een werkelijke, ware gebeurtenis, wat heeft dan dat proces waar gemaakt, werkelijk gemaakt, wat is dan de waarheidsmaker ervan? Gegeven het onderzoek naar groei van complexiteit, zelforganisatie en emergentie, lijkt mij die vraag nog niet zo eenvoudig te beantwoorden. Want het is dan net of je steeds aankijkt tegen bepaalde standen van zaken, die mogelijk hebben gemaakt dat de kans groot was dat bepaalde fenomenen zouden gaan verschijnen, maar die moeilijk zijn aan te wijzen als een harde duidelijke onomstotelijke waarheidsmaker ervan. Neem bijvoorbeeld de toestand van de planeet Aarde vlak voor het verschijnen van leven. Stond het toen al vast dat leven ook daadwerkelijk zou verschijnen? De kans was groot, maar het had ook anders kunnen lopen. De wordingsgeschiedenis van het universum is vol van dit soort momenten, en we verkeren in de gelukkige omstandigheid, dat wij er nu zijn en in staat zijn er op terug te kijken en ons af kunnen vragen hoe een en ander zo gekomen is. En of het nu de uitkomst betreft van een lange reeks van meerdere malen een gelukkige keuze treffen of dat eigenlijk maar meerdere malen een winnend lot uit de loterij is getrokken, het is niet duidelijk waar je uiteindelijk bij uitkomt. Zodat de optie ‘God’ of ‘Vanzelf’ haast een kwestie wordt van smaak of persoonlijke voorkeur of ‘datgene waar je je wel of niet aangetrokken toe voelt’, en niet van maar een logische redenering. Ik bedoel maar te zeggen, als het gaat om het mogelijk iets extra denken bij dit universum, een extra in de trant van ‘God’, dan gaat het volgens mij meer om de vraag of dit universum wel plausibel is zonder dat ‘extra’ of dat alles uit het ‘vanzelf’ is te verklaren. Is dit rationalisme versus empirie? Logisch redenerend kan je ver komen, maar er is simpelweg dat ‘verhaal’ waar we tegenaan kijken, van Big Bang tot Nu, en waar we steeds meer over te weten komen. Ik vind het echt verbluffend te zien, je dat te beseffen, hoe relatief eenvoudige materie zich organiseert tot veel complexere materie, en dat ook met geheel nieuwe eigenschappen, die op geen enkele manier reeds te vermoeden zijn in die voorafgaande materie. Zozeer als überhaupt het bestaan van materie al een uitermate verbluffend fenomeen is.


---
Bewerkt door Benedict Broere op Jan 08 12 1:45
   

Beste Benedict,

Ja inderdaad, aansluitend op de laatste zin van jouw vorige reactie, het feit dat er iets is in plaats van niets, het feit dat er überhaupt zijnde is, dát is subliem, ontzagwekkend.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste GJE,

Je argument dat je niet terugredenerend het verleden zou kunnen reconstrueren is principieel onjuist. Wel of niet determinisme is daarbij helemaal niet aan de orde. Zoals je weet is de gang van zaken in de werkelijkheid probabilistisch, dank zij het gedrag van de elementaire deeltjes, die voldoen aan de wetten van de quantummechanica. Die zegt dat er principeel niet precies te <b>voorspellen</b> is waar je een deeltje aantreft, als je er naar zoekt. Maar als je het eenmaal aantreft, is er niets dat je verbiedt om met uiterste precisie de positie ervan te bepalen. Er is dus een assymmetrie tussen zich naar de toekomst toe bewegen en zich naar het verleden toe bewegen. De gebeurtenissen van het verleden hebben zich immers al voorgedaan, c.q. hebben al hun effect gehad. En niets belemmert je om vanuit dat effect terug te rekenen naar de oorzaak, met welke precisie dan ook.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Kweetal,

Dit is volgens mij niet het geval. Voor zover ik weet garandeert de kwantummechanica niet dat we vanuit het heden volledig het verleden kunnen afleiden. Vanaf een bepaald moment in het verleden zijn er volgens mij namelijk meerdere alternatieve paden verder naar het verleden te trekken, zonder dat eenduidig bepaald kan worden welke van deze paden de juiste is. Kun jij daarom een verwijzing naar een wetenschappelijk artikel geven waarin betoogd wordt dat in beginsel het verleden vanuit het heden gereconstrueerd kan worden?

Groet.
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste GJE,

Bij nader inzien denk ik dat je gelijk hebt. Er is weliswaar een asymmetrie tussen de twee richtingen, die naar de toekomst en die naar het verleden, maar daarmee is nog niet gezegd dat dat verleden ook volledig te bepalen is.

Wat niet wegneemt dat daarmee God niet het enige alternatief is. Theïsme blijft een zaak van geloof, net zoals een ontologische opvatting van waarheid een zaak van geloof is, en in ieder geval vanuit een kantiaanse visie het zinloos is om het daarover te hebben, omdat die waarheid strikt onkenbaar is. En als je het hebt over waarheid-voor-ons is dat geloof daarbij al ingebouwd.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Kweetal,

Mijn stukje vertrekt inderdaad vanuit de premisse van het ontologisch realisme, namelijk de premisse dat de wereld objectief gegeven is en dat ware uitspraken over de wereld in objectieve zin waarheidsmakers hebben. Welnu, velen hangen een dergelijk realisme aan. Ook in mijn eigen kenleer ga ik uit van dit schema, al kwalificeer ik het dan als een wereld-voor-ons schema en niet als iets dat geldig zou zijn voor de-wereld-in-zichzelf (want daarover weten we niets).

En gegeven de premisse van het ontologisch realisme valt het alternatief van determinisme af omdat we het verleden niet volledig vanuit het heden kunnen reconstrueren. Ook de gedachte dat het verleden ook nu nog bestaat en daarom nu optreedt als waarheidsmaker lijkt mij op z'n zachts gezegd, zoals betoogd, niet plausibel. Blijft over theïsme, waarbij Gods perfecte herinneringen optreden als objectieve grond voor de waarheid van historische waarheden.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Emanuel,

Het is me duidelijk, dat de wereld een objectief gegeven is en dat daarmee het determinisme afvalt.
Zover kan ik met je meegaan. Maar dan houdt het wel zo’n beetje op.
In tegenstelling tot jouw propositie, denk ik dat de gedachte dat het verleden ook nu nog bestaat en daarom nu optreedt als waarheidsmaker in de wereld-voor-ons de enige wijze is om tot ‘waarheid’ te komen en daardoor juist het meest plausibel is.
Het is ook de enige waarheidsmaker die de coherentietheorie volledig ondersteunt.

Het verleden, waar wij iets over kunnen zeggen, bestaat zolang het is vastgelegd. Zolang dus als de mens het kan aantonen, in wat voor vorm dan ook. Is deze vorm van WETEN verdwenen, dan bestaat het ‘gekende’ verleden voor ons niet meer. Is bijvoorbeeld theïsme over 15.000 jaar in z’n geheel uitgewist uit het weten in de wereld-voor-ons, dan is het over en uit met het existeren van ‘onze God’. Misschien is Hem nog een bestaan gegund in de wereld-in-zichzelf, maar daar kunnen we (helaas) geen uitspraken over doen!

“Het zou absurd zijn om te beweren dat de propositie dat de Holocaust heeft plaatsgevonden niet meer waar is zodra al het bewijsmateriaal ervoor verdwenen is.”

Natuurlijk heeft de Holocaust plaatsgevonden, maar als al het bewijsmateriaal is verdwenen, dan weten we het niet (meer)! Hoe kun je nou weten zonder weten?
Als je aan WETENschap doet, dan word je gedwongen om dit weten te onderbouwen, het liefst met bewijzen, feiten en andere aantoonbaarheden.
Het lijkt erop Emanuel, dat jij je in dit geval niet meer met wetenschap bezighoudt, maar met iets totaal anders.

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Protago4u op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Jouw reactie maakt duidelijk dat het verschil tussen 'bewijsmateriaal' en 'waarheidsmaker' je ontgaat. Bewijsmateriaal voor een ware beweerzin is iets anders dan de waarheidsmaker van een ware beweerzin. Het is immers niet zo dat bewijsmateraal een ware zin waar maakt. Nee, natuurlijk niet. Bewijsmateriaal is alleen aan de orde zodra wij trachten vast te stellen of een bepaalde beweerzin al dan niet waar is. Zo kan er voor een bepaalde beweerzin uitstekend bewijsmateriaal bestaan, terwijl deze beweerzin toch onwaar is. In dat geval is er dus helemaal geen waarheidsmaker voor deze beweerzin. Bovendien zal inderdaad op enig moment in de toekomst al het bewijsmateriaal voor de waarheid van een bepaalde ware beweerzin vergaan zijn, maar dat betekent niet dat de ware beweerzin in kwestie dan zelf ophoudt waar te zijn. En daarom zal er ook dan nog steeds een waarheidsmaker voor deze beweerzin moeten zijn.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

En waarom, Emanuel? Heb ik weer die spagaat. Ik denk dat ik Prot geheel kan volgen, in zijn reactie in die wereld-voor-ons. En dan jij weer. Die breidt jij ook uit tot deze zeer abstracte denkoefening, die daar duidelijk ook nog bij hoort, bij die wereld voor ons.

Maar waarom zou er hoe dan ook een waarheidsmaker moeten zijn van uitspraken zonder een werkelijk nu? Misschien bestaat er ook gewoon geen enkele waarheidsmaker (zeker niet in de beperkte hersens van ons) die zich over beweerzinnen * zeker van ons druktemakers*, net uit de bush, druk maakt. Dat is dan toch een soort cognitieve oefening met de 'fantasie'? Weliswaar geen speld tussen te krijgen waarschijnlijk volgens allerlei formele logica, maar in een wereld-voor-ons? Dan leiden alle wegen weer naar Rome, met een omweg via de VU, en via Nijmegen het pad naar de Romeinen terug? Waarom al die afvalligheid bij 'zuivere' redenering? Wat is een/ de waarheidsmaker?

Op een meta-niveau snap ik het wel Emanuel: alleen God weet ook dat de mens ooit bestond, maar wat deed ie dan intussen met zijn evenbeeld, door hem op aarde gezet? Of met Mohammed? Hem deze moeilijke beweerzinnen en de moeilijke opgave ter oplossing opgeven? Hem logisch schaakmat zetten? Rare, ondoorgrondelijke, met een raar soort geheugen! Maar goed dat we de wereld in zichzelf niet (kunnen) kennen dan.

Waarom heb ik je nooit over Martin Buber gehoord trouwens? De Ander? Waarom het sublieme als luikje? Een vat vol raadsels, die analytisch filosofen. die zichzelf niet prijsgeven. Herhaal: Wat gaf je in, deze redenering nu op te zetten? Is dat een indiscrete vraag? Sorry dan, maar dan wel graag een expliciet antwoord: negeren van de vraag is een zekere diskwalificatie van de vragensteller. Gewoon niet relevant cq geen zin in is al meer to-the-point in de wereld voor ons, toch?


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Theo,

Wat ligt er nu meer voor de hand dan de gedachte dat de ware bewering "Mijn auto is blauw" waargemaakt wordt door mijn blauwe auto? Indien mijn blauwe auto er namelijk niet zou zijn (bijvoorbeeld omdat ik geen auto heb, of omdat mijn auto rood is), dan zou de bewering "Mijn auto is blauw" niet waar zijn. Dit lijkt mij nogal evident. Mijn argumentatie doet in feite niets meer dan deze evidentie generaliseren naar ware beweringen over het verleden. En met het al dan niet aanwezig zijn van voldoende bewijsmateriaal heeft dit alles niets te maken.

(Voor hen die op de hoogte zijn van mijn wereld-voor-ons kennisleer wil ik nog opmerken dat voorgaande inderdaad uitstekend past binnen de context van de-wereld-voor-ons.)

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

“Het lijkt echter nogal implausibel om te beweren dat het verleden ook nu nog bestaat. Immers, het verleden was ooit, maar is niet meer. Het 'nu' bestaat, maar het 'toen' bestaat niet meer. Het antwoord dat het verleden optreedt als waarheidsmaker is daarom niet echt overtuigend.”

Beste G.J.E.,

Ook jouw argumentatie is niet echt overtuigend! Je zou het wat verder moeten uitwerken, want ik vind, zoals ik eerder heb geschreven, het nu niet bepaald een toonbeeld van ‘waarheid maken’.
Hoe kan het ‘nu’ vaststaan? Probeer de tijd eens stil te zetten. Wat jij in twee honderdste van een seconde net dacht, is al voltooid verleden tijd en kan volgens jou niet meer bestaan. Toch komt er tekst op het blog, die een redelijke samenhang vertoont en tevens gerelateerd is aan de gedachten van kort daarvoor. Volgens jouw redenatie zouden die eerdere gedachtes onbestaanbaar moeten zijn.
Als dat zo is, waar komt dan die samenhang vandaan?

Geldt het verleden (d.m.v. bewustzijn en geheugen) dan toch als waarheidsmaker?

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Protago4u op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Mijn argumentatie is uiteraard geen toonbeeld van waarheid maken. Wat zou mijn argumentatie immers waar moeten maken? Mijn argumentatie is bedoeld om de waarheid van bepaalde proposities te onderbouwen, maar dat betekent natuurlijk niet dat mijn argumentatie deze proposities waar maakt. Nee, het is veeleer zo dat mijn argumentatie wil laten zien dat die proposities waar zijn. En als die proposities inderdaad waar zijn, dan zijn ze dat natuurlijk ook zonder mijn argumentatie. Het verschil tussen bewijsmateriaal en waarheidsmaker is je blijkbaar nog steeds niet voldoende duidelijk.

Verder is het natuurlijk helemaal geen probleem om de idee dat het verleden niet bestaat te combineren met samenhang. Stel dat object A op tijdstip t een persistent object B veroorzaakt en vervolgens vergaat. In dat geval bestaan object A, object B en de gebeurtenis van het veroorzaken van B door A allemaal op tijdstip t. Op tijdstip t+1 daarentegen bestaat van deze drie alleen nog object B. Dit alles is volstrekt onproblematisch. Mocht je problemen hebben met tijdstippen dan kunnen we ook tijdsquanta (i.e., bepaalde minimale tijdsintervallen) nemen.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

“Verder is het natuurlijk helemaal geen probleem om de idee dat het verleden niet bestaat te combineren met samenhang.”

Beste Emanuel,

Naar mijn weten is er wel degelijk een probleem, daar object A op tijdstip t nooit een persistent object B kan veroorzaken. Er zal namelijk geen sprake zijn van één vast moment, dus tijdstip t zal niet bestaan! Ook minimale tijdsintervallen zullen niet dat éne moment kunnen vastpinnen. Altijd zal er - voor menselijk handelen zeker - een verleden zijn, hoe klein je de tijdsintervallen ook neemt.

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Protago4u op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Je hebt dus een probleem met tijdstippen? Nu, dan nemen we tijdsquanta, zeg intervallen van 1 microseconde. Tijdsintervallen kiezen we om van theoretische bezwaren omtrent tijdspunten af te komen. Het is dus niet nodig dat tijdsintervallen "dat éne moment vastpinnen" zoals jij suggereert. In jouw laatste zin herhaal je eenvoudigweg jouw mening dat het verleden bestaat, een claim die overigens niets te maken heeft met "hoe klein je de tijdsintervallen ook neemt".

Zoals gezegd stel ik nu juist dat het verleden weliswaar ooit bestond (als toenmalig heden), maar nu niet meer bestaat. Inderdaad, op wat voor wijze zou het verleden, bijvoorbeeld de slag bij Nieuwpoort, nu nog daadwerkelijk kunnen bestaan? Als concreet object? Nee, dat zou absurd zijn. Als Platoons abstract object? Dit is ook volstrekt implausibel. Hoe zou een op enig moment actueel heden immers getransformeerd kunnen worden in een Platoons abstract object om zo te kunnen blijven (voort)bestaan? Als verzameling historische bronnen over de slag bij Nieuwpoort? Nee, natuurlijk niet. Dergelijke bronnen dienen natuurlijk niet verward te worden met de slag bij Nieuwpoort zelf. Kortom, er lijkt helemaal geen goede reden te zijn om te denken dat het verleden ook nu nog bestaat.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

"Mijn argumentatie is bedoeld om de waarheid van bepaalde proposities te onderbouwen, maar dat betekent natuurlijk niet dat mijn argumentatie deze proposities waar maakt."

Ik bewonder de inventiviteit van een woord als "onderbouwen". Het bouwsel staat er al, je gaat het alleen "onderbouwen". Het bouwsel is geen echt bouwsel, het is een "potentieel bouwsel". Het bouwsel is "potentieel waar".
"Argument", "propositie", "premisse", het zijn allemaal synoniemen van "het kan waar zijn", synoniemen van "potentieel waar".
Het uitgangspunt is "potentieel waar".
En wat is het resultaat na al het onderbouwen?
Het resultaat is "potentieel waar".
In het beste geval is het "potentieel waar in het kwadraat".
Maar wat is één in het kwadraat?


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste GJE,

Je schreef: "Meer in het algemeen geldt..voor alle bestaande standen van zaken X dat X de waarheidsmaker is van de propositie 'X bestaat'." De pest met definitoire claims is, dat ze weliswaar waar zijn, maar volledig oninteressant. 'Bij definitie bestaat God, dus God bestaat.' De positiviteit impliceert altijd slechts en alleen zichzelf. Zie de reactie van J. Bosmans.

Maar, natuurlijk staan de theoretische waarden 'waar' en 'onwaar' voorop (in het van het zijn gedistantieerde ik) wanneer we de aristotelische logica op de voorwerpelijke wereld toepassen. Dan heeft bijv. een steen inderdaad geen andere dingmatigheid dan, bijv, de gehypostaseerde dingmatigheid van de ziel, of van God.
Dit wordt anders wanneer we de formele tweewaardigheid van de aristotelische logica als afbeelding van het reflexieprozes bezien, als formeel schema van de subjectiviteit. Dan worden de waarden 'positief' en 'negatief' genoemd, en wordt de laatste bevoordeeld, omdat de negativiteit behalve zichzelf ook de positiviteit impliceert.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Wildjan,

Per definitie bestaat God, en dus bestaat God? Hoe kom je daarbij? Dit is echt een volstrekt inadequate redenering. Meen je werkelijk dat ik hierboven zoiets onzinnigs heb betoogd? Natuurlijk niet. Lees mijn reacties hierboven nog maar eens goed na.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Emanuel,

De slag bij Nieuwpoort bestaat nu (inderdaad) niet meer, maar heeft die ooit anders bestaan dan als een naam uit een geschiedenisboek. Het is volgens mij nooit een concreet object geweest. Eerder is ‘t een subjectieve beschrijving van een serie handelingen, waar later een label op werd geplakt. Op het moment van de oorlogshandelingen zelf bestond de waarheidsmaker nog niet. De slag heeft de naam pas achteraf gekregen. Ja er werd ergens in de duinen gevochten, maar de beroemde slag bij Nieuwpoort was als naam nog niet gekoppeld aan de handelingen.

De verhandeling van het hele gebeuren bestaat nu nog wel: in de geschiedenisboeken.
Nota bene met de naam van de slag erboven. Zou het zo zijn, dat handelingen, gebeurtenissen, niet op zichzelf in concreto bestaan, maar later hun definitieve vorm krijgen in een verhaal, in taal? Het verhaal zelf is namelijk een verwoording van de gebeurtenis met daarop de noemer, het etiket. Zoals alles wat we benoemen een etiket krijgt.

Aan al onze handelingen koppelen we taal. Taal is het overkoepelende begrijpen.
We plakken een naam of een begrip, op de handelingen, of het ding, om het te kunnen benoemen. We zien handeling of ding in samenhang met het taallabel als waarheidsmaker! Zonder taal(label) kunnen we niet eens spreken van een waarheidsmaker.

Logischerwijs blijft een deel (zelfs na het verdwijnen van object, handeling of gebeurtenis) van de waarheidsmaker dus bestaan, dat is immers inherent aan ons huidige menszijn.
Bewustzijn, geheugen en schrift maakt dat mogelijk.
Daarmee komt het verleden weldegelijk in aanmerking als waarheidsmaker.
Wat kunnen we waarmaken zonder de taal?

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Protago4u op Jan 08 12 1:45
   

Wie zwijgt stemt toe.

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Er ontstaat hier geen probleem voor het in mijn blogbijdrage voorgestelde theïstische antwoord op de vraag naar de waarheidsmakers van ware historische uitspraken.

We kunnen de slag bij Nieuwpoort namelijk definiëren als de reeks van een aantal in de tijd opeenvolgende elementaire (ondeelbare, zo je wilt) gebeurtenissen. Stel dat we dit doen en dat de slag bij Nieuwpoort per definitie samenvalt met de reeks elementaire gebeurtenissen G(n), ..., G(n+m). De (indirecte) waarheidsmaker voor de waarheid van de uitspraak 'De slag bij Nieuwpoort vond plaats' is dan de vereniging van God's perfecte herinneringen aan de elementaire gebeurtenissen G(n), ..., G(n+m).

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Emanuel,

Mijn argumentatie betreft het volgende: Een waarheidsmaker is voor ons altijd gevat in taal. We ontkomen er niet aan om ding, gebeurtenis, of claim te benoemen. De waarheidsmaker bestaat dus altijd voor een zeer essentieel deel uit taal. Taal is iets dat we mee kunnen nemen in de tijd, door gebruik te maken van bewustzijn, geheugen en schrift.

Met dit gegeven kunnen we stellen, dat waarheidsmakers niet volledig zijn verdwenen bij het ophouden van het bestaan ervan. Integendeel! Je zou daarmee immers de historie ontkennen.
En de geschiedenis ontkennen, is zoiets als de huidige cultuur negeren en beweren dat er niets is. Cumulatie van kennis danken we juist aan de taal in combinatie met waarheidsmakers. Voor een goed begrijpen van ons zijn, kan, en mag, je deze twee niet van elkaar scheiden.

Met kerstgroet, Prot.


---
Bewerkt door Protago4u op Jan 08 12 1:45
   

Beste Emanuel,

Van tijd tot tijd lees ik dit blog en juist over deze kwestie met betrekking tot de zogenaamde historische waarheden wil ik toch iets kwijt. Ik mis namelijk het aspect van interpretatie door de historicus in deze discussie. Wel moet gezegd worden dat Protago4u daar op zinspeelt in enkele van zijn reacties.

Wanneer je stelt dat je de slag bij Nieuwpoort op een bepaalde wijze kunt definiëren waarop we vervolgens de waarheidsmaker bij kunnen plaatsen ga je m.i. voorbij aan het feit dat nu eerst de interpretatie vooraf gaat aan de definitie.
Het volgende voorbeeld dat ik ontleen aan het boek 'De constructie van het verleden' van Chris Lorenz problematiseert jouw standpunt.

Stel op 21 januari 1793 schrijft iemand het volgende op in een ooggetuigenverslag:
'Koning Lodewijk is vandaag door het gepeupel vermoord'.
Een andere ooggetuige schrijft op die dag echter:
'Burger Capet is vandaag door de beul terechtgesteld'.
Beide personen interpreteren het verschillend met als gevolg dat er twee betekenisvolle uitspraken mogelijk zijn. Beiden kunnen we immers beschouwen als waar. Maar wat is nu de waarheidsmaker van beide uitspraken?

Zelf vind ik het moeilijk om te veronderstellen dat er een waarheidsmaker aan de interpretatie vooraf gaat. Het zal eerder zo zijn dat de waarheid hier gemaakt wordt. En het is denk ik ook niet teveel gezegd dat dit voor veel historische begrippen (denk vooral aan termen als de Franse Revolutie en de Verlichting) afzonderlijk geldt en meer in het algemeen ook voor het historische verhaal. Een verhaal kent niet zonder meer een eigen, unieke waarheidsmaker maar wordt geschraagd door duiding, het leggen van verbanden en het hanteren, gedegen bronnenonderzoek van de juiste stijl. Zo bezien is geschiedenis meer dan enkel het zoeken naar waarheidsmakers.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Woef,

Natuurlijk is geschiedenis veel meer dan enkel het zoeken naar waarheidsmakers. En uiteraard spelen interpretatie en duiding een cruciale rol. Dit alles is volstrekt evident en wordt door mij niet betwist. Het is dan ook van belang om je te realiseren dat mijn bijdrage in een specifieke context moet worden geplaatst. Mijn bijdrage richt zich niet op het eveneens wijsgerig zeer interessante probleem van de interpretatieverschillen, maar stelt een heel andere vraag, namelijk de vraag naar waarheidsmakers van ware proposities (gegeven een bepaalde interpretatie).

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Ik gebruik de term 'waarheidsmaker' in de gangbare betekenis. Een stand van zaken S is de waarheidsmaker van propositie of beweerzin P indien propositie of beweerzin P waar is vanwege S. Uitgaande van deze interpretatie van de term 'waarheidsmaker' is een waarheidsmaker dus nu juist géén (deel van een) propositie of beweerzin.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Emanuel,

Jouw antwoord vind ik uiteindelijk toch niet geheel bevredigend.
Wanneer we inderdaad vasthouden aan de gangbare betekenis van de term 'waarheidsmaker' zoals je dat hierboven beschrijft, blijft het voorbeeld dat ik geef van Lodewijk XVI problematisch. Want welke stand van zaken correspondeert nu met de uitspraken 'Koning Lodewijk is vandaag door het gepeupel vermoord' en 'Burger Capet is vandaag door de beul terechtgesteld'?
In beide uitspraken gaat het immers om één en dezelfde historische gebeurtenis en bovendien zijn beiden geldig.
Hoe dit op te lossen binnen jouw schema?


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Mijn waarde Emanuel,

Het woord, de beschrijving van de stand van zaken S kan alleen bewezen worden als die volledig overeenkomt met het woord, of de beschrijving van de propositie of beweerzin P. Voor beide, stand van zaken als beweerzin, hebben we taal nodig. Komt de taal niet overeen, of zoals je eigenlijk suggereert: er helemaal geen sprake van taal is bij een waarheidsmaker, dan bestaat de ‘waarheidsmaker’ niet, want we kunnen hem op deze wijze niet benoemen. Zonder talige uitspraken zijn er geen geldigheidsaanspraken mogelijk op welk niveau dan ook.

Groet, Prot.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Het spijt me, maar je lijkt nog steeds niet te begrijpen wat met het concept waarheidsmaker (truthmaker) wordt bedoeld. Zie voor een uitgebreide toelichting bijvoorbeeld http://plato.stanford.edu/entries/truth-correspondence/#8.5

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Woef,

Ik zie het probleem niet. Laat S1 op 21 januari 1793 de stand van zaken zijn dat Lodewijk XVI koning van Frankrijk is. Laat S2 op 21 januari 1793 de stand van zaken zijn dat Lodewijk XVI de naam 'Citoyen Louis Capet' heeft. Laat S3 op 21 januari 1793 de stand van zaken zijn dat Lodewijk XVI wordt terechtgesteld door de beul. Laat S4 op 21 januari 1793 de stand van zaken zijn dat het volk de naam 'gepeupel' heeft. Laat tenslotte S5 op 21 januari 1793 de stand van zaken zijn dat het volk causaal verantwoordelijk is voor de doodstraf van Lodewijk.

De waarheidsmaker op 21 januari 1793 van "Koning Lodewijk is vandaag door het gepeupel vermoord" is in dat geval de conjunctie van S1, S3, S4 en S5. En de waarheidsmaker op 21 januari 1793 van "Burger Capet is vandaag door de beul terechtgesteld" is dan de conjunctie van S1, S2 en S3 (of eventueel S2 en S3).

Let op, ik ga er hier uiteraard vanuit dat de door jou aangereikte interpretaties in een bepaalde zin correct zijn. Het probleem van de interpretatieverschillen staat immers, zoals gezegd, loodrecht op het probleem van de waarheidsmakers. We kunnen immers altijd gegeven interpretaties ter discussie stellen, maar dan begeven we ons in een andere wijsgerige context met een andere bijbehorende vraagstelling dan wanneer we ons bezig houden met de ontologische problematiek van de waarheidsmakers.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Emanuel,

Het punt dat ik nu juist wil maken is dat S1 en S2 elkaar wederzijds uitsluiten.
Hetzelfde geldt voor S3 en de nog niet vermelde stand van zaken S6 ('de moord op koning Lodewijk'). De koning is nu eenmaal geen burger en een terechtstelling in het onderhavige geval is geen moord. De twee uitspraken sluiten elkaar op een aantal punten uit. Je zou om die reden wellicht eerder moeten stellen dat de waarheidsmakers van de twee uitspraken toekenningen zijn dmv. taal en niet zozeer dat waarheid van de twee uitspraken een oorsprong vindt in een bepaalde stand van zaken in de werkelijkheid van 21 januari 1793.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Woef,

De inconsistenties waar jij op wijst zijn slechts verbaal. Er is geen sprake van een werkelijke tegenspraak. Neem bijvoorbeeld de volgende interpretatie.

Een man die toen koning van Frankrijk was kreeg op enig moment een bepaalde naam van een deel van het volk en werd daarna terechtgesteld, hetgeen volgens velen onder het volk in feite neerkwam op moord.

Welnu, deze interpretatie kan probleemloos worden gerepresenteerd door een reeks standen van zaken {S_n}. Staat deze interpretatie je niet aan? Prima! Kies dan gerust een andere intepretatie van het verleden.

Immers, nogmaals, het filosofische vraagstuk van de waarheidsmakers staat orthogonaal op het filosofische vraagstuk van de interpretatieverschillen. De ontologische theorie van de waarheidsmakers geldt dan ook *gegeven* een bepaalde interpretatie. We zeggen ook wel dat zij geldt *modulo* interpretatieverschillen.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste G.J.E. Rutten,

Het hoeft je niet te spijten. Het spijtig vinden ligt namelijk geheel aan mijn kant. Iedereen die van de (achterhaalde) correspondentietheorie uitgaat, zal ik niet goed begrijpen (en ik zie mij daarin gesteund door het gros van de moderne wetenschappers!)
Nogmaals: waarheid ligt mijns inziens niet vast. Aan de hand van de coherentietheorie wordt bepaald wat ‘waar’ is. Veel verder dan dat, zal mijn/ons weten in veel opzichten niet komen.

Rest mij, jou een heel mooi, intellectueel, en gezond jaar toe te schrijven, met als klap op de vuurpijl natuurlijk een zeer spraakmakende dissertatie.

De beste wensen,

Prot.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Protago4u,

Waarheid ligt niet vast zeg je. Dit hangt ervan af wat je onder waarheid verstaat. Indien waarheid wordt gedefinieerd als datgene wat wij epistemisch aanvaarden op grond van onze huidige alledaagse en wetenschappelijke inzichten, dan ligt waarheid inderdaad niet vast. Dit betekent echter niet dat er geen sprake zou zijn van een objectieve werkelijkheid buiten ons, en dat onze uitspraken niet adequaat naar deze werkelijkheid kunnen verwijzen. We kunnen daarom, ook wanneer we uitgaan van een epistemisch 'web of beliefs', nog altijd waarheid definieren als de situatie waarin een bepaalde uitspraak overeenstemt met de werkelijkheid zelf. En deze tweede notie van waarheid is wel degelijk volledig dominant, niet alleen in ons dagelijkse leven, maar ook in alle moderne wetenschappen. Jouw opmerking dat dit (laatste) niet zo zou zijn ten spijt.

De beste wensen,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45
   

Beste Emanuel,

Ik kom toch nog even op terug op wat je in je laatste antwoord stelt.
Allereerst begrijp ik volkomen dat een ware zin het bestaan veronderstelt van zoiets als een waarheidsmaker, althans voor zover je een correspondentietheorie van de waarheid wenst aan te hangen. Gemakshalve ga ik voor de discussie hierin mee.

Waar ik nu toch weer tegenaan loop is de gedachte dat de waarheidsmaker van een uitspraak die verwijst naar het verleden een perfecte herinnering van God zou moeten zijn. In jouw voorstel om tot een nieuwe interpretatie van het gebeuren rond Lodewijk XVI te komen wordt zowel relevante informatie weggelaten als toegevoegd. De betekenis van jouw interpretatie heeft een andere inhoud dan de twee afzonderlijke beschrijvingen van de stand van zaken op 21 januari 1793. Zo bezien zou je tevens geen recht doen aan de twee ooggetuigen en hun waarnemingen.

Bovendien ga je voorbij aan de gedachte dat ook talige conventies en overtuigingen als waarheidsmakers kunnen fungeren. Dat de ontkenning van het Ptolemeïsche wereldbeeld bestraft diende te worden in de tijd van Copernicus is een dergelijke overtuiging die niet terug te vinden is in een bepaalde stand van zaken in werkelijkheid maar wel als waarheidsmaker zou kunnen dienen voor uitspraken over het verleden. Naast standen van zaken en gebeurtenissen zou je mogelijk ook talige conventies, regels en overtuigingen kunnen toevoegen als potentiële waarheidsmakers.

Van meer belang nog is het volgende:
Het narrativisme als theorie over hoe wij over het verleden kunnen spreken stelt onder meer dat er bepaalde historische begrippen zijn die als zodanig niet in het verleden zelf aanwezig zijn. Hierbij kun je denken aan begrippen als 'Renaissance', 'Verlichting' en 'Koude oorlog'. Historische studies waarin deze begrippen een gestalte krijgen vinden hun oorsprong in het aanbrengen van een samenhang in de historische data (bronnen) door de historicus. Waarheid is voor dergelijke begrippen daarmee geen criterium. Het volgende artikel laat zien dat waarheid binnen de geschiedenis op z'n zachtst gezegd nogal problematisch is.
http://www.geschiedenis.nl/index.php?go=home.showBericht&bericht_id=189

En hoe kan het ook anders?
Wanneer God het verleden zich perfect kan herinneren en wanneer dat het waarheidscriterium zou zijn voor de historicus dan zou de laatste (mits hij of zij voldoende toegang zou hebben tot deze 'herinnering') al snel klaar zijn met zijn of haar studie van het verleden. En het is nu juist die historische werkelijkheid die laat zien dat 'de geschiedenis een discussie zonder eind is' (Geyl) waar waarheid zelden het laatste woord heeft.

Woef!


---
Bewerkt door Woef! op Jan 08 12 1:45
   

Beste Woef,

Ik heb er geen enkel probleem mee om mentale objecten als waarheidsmakers toe te laten. Stel dat A toen van mening was dat de ontkenning van het Ptolemeïsche wereldbeeld bestraft moet worden. In dat geval is deze mening een mentaal object M dat zich in de geest van A bevindt. En M maakte toen de uitspraak waar dat A van mening is dat de ontkenning van het Ptolemeïsche wereldbeeld bestraft moet worden. We kunnen ook collecties van mentale objecten nemen als waarheidsmaker voor de bewering dat een bepaalde groep een bepaalde mening heeft. Indien we aannemen dat God toegang heeft tot de gedachten van ieder mens, dan kunnen Gods herinneringen *nu* nog steeds gelden als de waarheidsmaker *nu* van de bewering dat A toen van mening was dat de ontkenning van het Ptolemeïsche wereldbeeld bestraft moet worden.

Verder zie ik niet in hoe de latere introductie van nieuwe concepten, zoals 'Koude oorlog', een probleem zou moeten vormen voor de theïst. God kent deze concepten op enig moment immers ook, en kan deze derhalve operationeel aanwenden voor het structureren ofwel ordenen van zijn reeds bestaande herinneringen.

Groet,
Emanuel


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:45

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie