Ecologisch verval in het Nabije Oosten

In de blog: De zwarte doos reacties: 5 pdf print

In deze blog geef ik een korte bespreking van het essay Middle East Irrigation: Legacies and Lessons van Peter Christensen. Christensen bespreekt het grote contrast tussen het verleden van Mesopotamie (de Vruchtbare Sikkel, het eerste grote landbouwgebied van de wereld) en de hedendaagse toestand als dor gebied. Hij gaat in op de menselijke en ecologische factoren die deze verandering tot stand heeft gebracht, en vermeldt ook andere gebieden waar hetzelfde is voorgevallen. Tot slot sluit hij af met een kritische noot over het huidige technologische optimisme, dat deze gebieden terug gezond wil maken met westerse technieken en technologie.

Het kantelpunt voor Mesopotamie

De Vruchtbare Sikkel, en meer bepaald Mesopotamië dat zich situeerde in de buurt van de rivieren Tigris en Eufraat, kende zijn ecologisch kantelpunt tussen de 5de en 9de eeuw na Christus. Voor die tijd was Mesopotamië ecologisch een succesverhaal. De goede landbouwoogsten in de regio waren een hoeksteen voor de verschillende beschavingen die er geweest zijn, zoals de Perzen, de Sumeriërs, de Babyloniërs. Heel anders waren de verhalen van Venetiaanse handelaars in de 15de eeuw: de Perzische stad Isfahan vertoonde verwoestijning en economische recessie, net zoals geheel Mesopotamië.

Een verklaring voor dit groot contrast vindt Christensen in het irrigatiebeleid van de Sassaniden, de Perzische dynastie die Mesopotamië onder handen nam, meer bepaald tussen 226 en 651 na Christus. Het ging hier om grootse werken, bijvoorbeeld werd voor het eerst een afwateringskanaal van de Tigris verbonden met de Eufraat, werden veel meer en complexere aftakkingen gegraven dan vroeger, en dit alles om de inkomsten uit voedselbelastingen sterk te verhogen. Christensen stelt (mijn vertaling):

Tegen het einde van de Sassanidische periode (6de eeuw na Chr.), toen het rijk gecentreerd rond Mesopotamië werkelijk een grootmacht was, voorzag de landbouw van het irrigatiegebied in meer dan de helft van de rijksinkomsten van de grondenbelasting (die bij uitstek de meest belangrijke bron van inkomsten was).

De complexiteit van dit irrigatienetwerk vergde veel onderhoud, in een nog steeds vrij 'gevoelig' ecologisch systeem. Kanalen die niet werden onderhouden dreigden te verstoppen door verzilting, wat ongewenste overstromingen in het systeem kon veroorzaken die tot verdere patronen van verzilting of waterverspilling konden leiden. Dit leverde volgens Christensen de doodsteek. Hydrologische veranderingen en terugkerende overstromingen teisterden het gebied in de 6de en 7de eeuw. Het hielp ook niet dat er veel epidemieën waren in de periode tussen 542 tot ver in de 8ste eeuw, zodat Christensen (conservatief!) schat dat de bevolking tot 40-50% van zijn aantal verloor. Onderhoud werd hierdoor helemaal onmogelijk.

Christensen maakt duidelijk dat hij zich niet wil opstellen als ecologische determinist, die de problemen verklaart met ziektes en milieufactoren - zo vermeldt hij een belangrijk deel van de waterwerken dat faalde toen geen epidemie heerste - maar de centrale menselijke fout is wel dat een irrigatienetwerk werd opgezet dat enkel door nauwlettende en voortdurende menselijke controle kon behoed worden voor menselijke rampen:

De impact [van epidemieën en politieke onrust] kan enkel begrepen worden in een context van ecologische instabiliteit: de uitbreiding van Perzische heerschappij had een irrigatiesysteem geschapen dat, indien niet zelfdestructief, dan toch op z'n minst extreem kwetsbaar was voor zelfs kleine verstoringen.

Technologisch determinisme

Na vergelijkbare situaties elders te bespreken focust Christensen op de Europese pogingen om Mesopotamië vruchtbaar te maken in het koloniale tijdperk. Europese ingenieurs beschouwen het troosteloze klimaat als een gevolg van een onvoldoende slimme aanpak. Met Europese technieken zou dit alles veranderen, beroemd uitgedrukt door de Britse William Wilcocks als hij plannen maakt voor Egypte:

Modern science will touch this region with her magic wand, and the waste places shall again become inhabited, and the desert shall blossom as a rose.

Christensen toont dat de "technological fix" niet samen met de koloniale machten vertrokken. Instellingen zoals FAO en UNESCO organiseerden conferenties in de jaren '50 en '60 waar vergelijkbare zuiver 'technologische' oplossingen voorkwamen. De ecologische context bespreken, gezien de grote invloed van verzilting op heel het gebied, lijkt aangewezen:

Maar de meeste experten hielden vast aan hun geloof dat alle gevolgen van een doorgevoerde irrigatie konden worden opgelost door verbeterde technologie waaronder meststoffen, mechanisatie, invoeren van nieuwe gewassen of meerslagstelsels ("crop rotation"), dat wil zeggen, door invoeren van geavanceerde westerse technologie.

Wanneer Christensen aan het einde van zijn tekst de balans van vandaag opmaakt, moet hij vaststellen dat dit optimisme weinig resultaten heeft geboekt. De Vruchtbare Sikkel is nog steeds een droge regio waar landbouw moeilijk ligt. Bovendien doet de rest van de wereld het niet veel beter wat grootschalige irrigatieprojecten betreft: sterk innovatieve irrigatie-regio's in de VS, Australië en Israel kampen zelf met een verslechtering van het milieu (landuitputting). Te grootschalige irrigatie werkt blijkbaar niet, en -door historische redenen- kleinschalige irrigatie is onvoldoende voor regio's zoals bv. Egypte. De conclusie waarmee Christensen eindigt is dan ook pessimistisch:

Het blijft zo dat de samenlevingen die leven in droge gebieden omwille van historische redenen afhankelijk zijn van grootschalige irrigatiesystemen, en dat deze een bepalende factor zijn in het proces van landuitputting. Op dit moment is er geen technologie beschikbaar die deze vaststelling kan weerleggen en daarom hebben grootschalige irrigatiesystemen een beperkte levensverwachting. Bijgevolg lijkt het perspectief om verdere landbouwgroei te behalen zonder zeer ernstige verslechtering van het milieu zo zwak, dat het als onmogelijk moet worden beschouwd.

Deze conclusie is keihard, en indien ze klopt is dit een oproep om de eindigheid van het (huidige!) menselijk kunnen in te zien. Dit soort detailstudies zeggen beter wat het rapport "The Limits to Growth" van de Club van Rome eigenlijk hadden moeten zeggen: dat er praktische redenen zijn waarom een economische groei (van een bepaald economisch ecosysteem X) niet houdbaar is, en zorgt voor een onzinnige uitputting van de economische basis van eender welk economische ecosysteem. Wat me aantrekt in de filosofie van Rudolf Boehm (om de rode draad van het jaar 2012 te behouden) is dat hij deze principiële eindigheid heeft eigen gemaakt en op verschillende manieren toepast (niet alleen dus op deze meer ecologische eindigheid).


Reacties (5)

   

Korte reactie
Israel is uitzondering;v
Voorreerst ken ik persoonlijk een belg (Jood) die de Joodse nationaliteit heeft aangenomen omdat ie weet dat in Israël de nodige kennis en wil is om door te groeien.
Het beheersen van landbouwgebieden ,gewonnen op de'woestijn' mag men stellen als voorbeeld voor veel andere landen .
uw zinsnede
'Op dit moment is er geen technologie beschikbaar die deze vaststelling kan weerleggen en daarom hebben irrigatiesystemen een beperkte evensverwachting.'
Dit is nu maar mijn eigen interpretatie maar die technologie is wel beschikbaar en bewezen in Israël.
Groetjes
Pauls

   

Pauls,

ik heb het citaat dat je vermeldt aangepast, het zijn de grootschalige irrigatiesystemen die onhoudbaar zijn want te uitputtend voor de aarde. Er is dus op zich niks tegen het gebruik van technologie om water te ontginnen.

Dat gezegd zijnde vermeldt Christensen Israel (naast het Amerikaanse Westen en Australië) als een gebied waar het land wordt uitgeput door overdreven waterwerken. Men moet hierbij niet naar successen op korte termijn kijken; ook de Sassadische waterwerken waren een groot succes, totdat veranderde omstandigheden zorgden voor een onomkeerbare terugval.

   

Bedankt

Belangrijke informatie.

En inderdaad, het gaat er om gevolgen op lange termijn correct mee te wegen in je afwegingen en daar gaat het zeer vaak mis. En dat roept de vraag op, of je met onze neiging verkeerd te wegen niet rekening moet houden bij het organiseren/inrichten van de maatschappij.

Jeroen

   

Dag allemaal
Juist gevonden: ik citeer:
'Maar ook de meest geavanceerde culturen gingen wel eens in de fout. Libanon was ooit één weelderig cederbos, maar Olson is van mening dat irrigatie de oorzaak is geweest van het grotendeels verdwijnen van de bossen. De bouwers van weleer wisten niet welke gevolgen irrigatie zou hebben voor de grondwaterspiegel. Nu zijn er nog maar een paar kleine cederbossen over.'
groetjes
Pauls

   

Dag allemaal:
volgende gevonden:
n zijn nieuwe boek gaat de historicus Richard G. Olson dieper in op de kennis achter de meest indrukwekkende technologische en bouwkundige werken uit de oudheid.
Olson beargumenteert waarom de bouwers van de reusachtige piramides in Egypte een grondige kennis van wiskunde en geometrie moeten hebben gehad.

Maar ook de meest geavanceerde culturen gingen wel eens in de fout. Libanon was ooit één weelderig cederbos, maar Olson is van mening dat irrigatie de oorzaak is geweest van het grotendeels verdwijnen van de bossen. De bouwers van weleer wisten niet welke gevolgen irrigatie zou hebben voor de grondwaterspiegel. Nu zijn er nog maar een paar kleine cederbossen over.
groetjes
pauls

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie