Een aanzet over magnetisme

In de blog: De zwarte doos reacties: 4 pdf print

Inleiding: wat zeker niet het geval is In de geschiedenis van de wetenschap neemt het magnetisme een bijzondere plaats in. Effecten van magnetisme zijn al vroeg bekend, en dat is ook normaal: natuurlijke magneten kun je zo in de natuur vinden, en hun effecten zijn bijzonder fascinerend. Als magische objecten zijn ze dus de moeite, en net zoals kristallen en edelstenen worden ze door mensen van oudher gekoesterd en onderzocht. Het is dus niet verwonderlijk dat zowel in het Westen bij de Grieken, als in het Oosten bij Chinezen, veel eigenschappen van magneten reeds lang bekend waren. Interessant maar ook niet verwonderlijk is dat de aantrekkingskracht van de magneet ook in een bezielende context werd geplaatst, waarbij de magneet ook onzichtbare invloeden had op wat wij mentale aspecten zouden noemen (en ook op een zielskracht waarvoor een moderne mens niet steeds een vergelijkbaar concept heeft). Dit zie je bij teksten van Thales, maar uit zich bv. ook in een oude Chinese term voor de natuurlijke magneet, de 'liefhebbende steen'. Ook al gaan beschrijvingen van de magnetische eigenschappen ook over magische aspecten, het is in deze tijd (zeg maar tussen 3de eeuw voor Christus en 6de eeuw na Christus) zeker niet zo dat er een opvatting heerst dat alles kan, en dat alles over magneten kan gezegd worden. Zoals ook blijkt uit dit citaat uit de 1ste eeuw voor Christus, (de 'lodestone' hier is een natuurlijke magneet)

if you think that because the lodestone can attract iron you can also make it attract pieces of pottery, you will find yourself mistaken... The lodestone can attract iron but has no effect on copper. Such is the motion of the Dao.

Deze beschrijving is belangrijk om aan te geven wat zeker niet het geval is. We zien hier geen primitief denken, in de zin dat er geen duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen dingen: dat is in deze tekst duidelijk wel het geval. In die zin is het dus ook mogelijk om te stellen dat oordelen waar of vals zijn: in deze tekst is iets vals als het tegen de Dao indruist (Dao kan je ongeveer vertalen als 'de Weg', maar omdat het de bijklank heeft van de enige, juiste weg vertaalt men het soms als 'de Waarheid'). Voordat we verder gaan, wou ik deze observatie kort maken: zowel in het Westen als in het Oosten heerst er een manier van denken die ideeën toetst aan de waarnemingen. Het is misschien niet de enige vorm van denken, maar het is ook niet zo dat er enkel 'in de lucht wordt geredeneerd', zoals wel eens gezegd wordt van louter filosofische of theologische speculaties. In wat volgt, wil ik ingaan op zowat het enige gebruik van magneten dat van belang is tot aan de moderne tijd: het geven van richting. Dit culmineert in de ontwikkeling van het magnetisch kompas, dat de schakel vormt tussen dit eerste gebruik van magneten en de uiteindelijke magnetische metingen die leiden tot de theorie van elektromagnetisme. Opvallend hierbij is dat dit eerste gebruik bijna volledig in China te vinden is, terwijl de verdere ontwikkelingen quasi volledig gedragen worden door Europese wetenschap.

Een vroeg gebruik van richting Een gevoel van richting is nodig als we een reis willen maken. Dat is een universele gedachte, en zeker zien we ook in Oost en West dat men daar mee bezig is. Alleen: een magneet, laat staan een kompas, lijkt daar niet echt voor nodig. Orientering wordt vooral gedaan aan de hand van zon, maan en sterren, en dit zowel voor gewone orientering over land als in de zeevaart. Een volledige studie over de wetenschap van richtingen bepalen kan dus niet zonder een studie van astrologie en astronomie,- en die zal hier niet gebeuren. Onthoud echter: een magneet heb je daar niet voor nodig. Het is dan ook interessant dat het eerste gebruik van magneetrichting in een magische context vervat zit: de Chinese geomantie of feng shui. Net zoals u ken ik niets van de echte feng shui, maar in het licht van de recente rage in onze tijd kan ik me er wel iets bij voorstellen: in feng shui gaat men gebouwen oplijnen in harmonie met de ordening van de wereld. Traditioneel gezien kijkt men dan naar de harmonie van omringende bergen, rivieren,- wat overigens een mooie invloed heeft gehad op de architecturale setting van Chinese gebouwen. Men kan echter markeren (doch ik weet niet in hoeverre dit van belang is) dat in de maritieme provincie Fukian [Fujian] er ook sprake is van een magnetische invloed op de harmonie van de dingen. Een magnetische invloed wijst immers altijd naar het zuiden. Het richten gebeurde met een lepelvormig, gemagnetiseerd ijzer. Het voorbeeld hieronder is overgenomen van het Smith College Museum: Je gooit zo'n ding op de grond, en dan richtte het zich naar het zuiden, en soms naar het noorden (daar was onduidelijkheid over). Een tekst die een legende over de qu-yi, een 'aanwijzende' plant, afzet tegenover het echte effect van de zuid-richtende lepel, toont een mooi zicht op het soort verantwoording er bestaat in de Chinese cultuur:

As for the qu-yi (the 'indicator-plant' which was supposed to point accusingly at traitors to the Zhou emperors) it is probable that there never was any such thing, and that it is just a fable. Or even if there was such a herb, it was probably only a fable that it had the faculty of pointing (at people). Or even if it could point, it was probably the nature of that herb to move when it felt the presence of men. Ancient people being rather simple- minded, probably thought that it was pointing when they really only saw it moving. (...) But when the south-pointing spoon is thrown upon the ground, it comes to rest pointing at the south. So also certain maggots which arise form fish or meat, placed on the ground, move northward. This is the nature (dao) of these maggots. If indeed the 'indicator-plant' moved or pointed, that also was its nature given to it by Heaven.

De natuur (Ware Weg) geeft hier het natuurlijk gedrag van dingen aan, en dit is een aanhef die in China zeker werd aanvaard: op deze manier kunnen dus ware beschrijvingen van valse beschrijvingen worden onderscheiden. Het richting geven via een metalen werktuig (en dus via een magneet), is hier dus duidelijk aanwezig (de bron heb ik nog niet kunnen dateren). Dat Chinezen zich bewust waren van het zuidelijke richten heeft misschien ook verband met de astronomische waarnemingen van de Chinezen, die absoluut veel gedetailleerder zijn dan die van de Europeanen rond dezelfde tijd (wie daarover meer wil, moet eens zoeken naar waarnemingen van supernova's, die het vroegst door Chinezen zijn gedaan). Een bron uit de 8ste eeuw (de 'geomantische trainer van Meester Kuan') beschrijft het gebruik van een richting met een naald, en maakt zo de sterke link met hemel-fenomenen duidelijk:

The lodestone follows a maternal principle. The needle is struck out from the iron (originally a stone) and the nature of mother and son is that each influences the other, and they communicate together. The nature of the needle is to return to its original completeness. As its body is very light and straight, it must indicate straight lines. It responds to the qi [kracht] by orientation, being central to the earth and deviating in various directions. To the south it points to the Hsuan-Yuan constellation [=de Leeuw], hence to the hsiu Hsing and therefore to the hsiu Hsu in the north, along the axis Ting-Kuei [=andere astronomische waarnemingen]. The yearly differences follow the elliptic, and all such phenomena can be understood.

Mooi hier is het begrip van een wederzijdse aantrekking tussen deel en geheel: "the natuur of mother and son is that each influences the other". We kunnen hier goed zien hoe het idee dat een kleinere magneet van een grotere magneet kan gebroken worden. Op deze tekst kom ik later nog terug, al vrees ik dat de plaats in deze blogtekst reeds wat beperkt wordt. Het lijkt bijna voor de hand liggend dat uit al deze gedachten een kompas ontwikkeld wordt, en dat gebeurt ook. Toch valt duidelijk te zien dat in het China dat veel handel via zijn rivieren doet en geen centrale plaats heeft voor zeevaart (lees: lange afstanden zonder richtpunten), het kompas niet zo belangrijk is. Een tekst van Chu Yu, opgesteld tussen 1111 en 1117, geeft kort het nut van het zeemanskompas aan:

at night they steer by the stars, and in the daytime by the sun. In dark weather they look at the south-pointing needle.

Het kompas, de magneet en het westen De bronnen uit de Westerse geschiedenis zijn bijna altijd dezelfde: Alexander Neckam vermeldt de werking van het kompas (maar zegt er verder niet veel nuttigs over), wat later komt Petrus Peregrinus (of Pierre de Maricourt) met een studie van de magneet in een brief die eigenlijk niet als een tractaat bestemd is. Dan gebeurt er (lijkt me) relatief weinig, wanneer de scholastische tijd van de middeleeuwen begint en er minder experimenten worden gedaan en meer theologie en filosofie aan bod komt. Tenslotte is er het 'grote begin' voor het magnetisme met de studie van William Gilbert. Zelf slaag ik graag Neckam over, en vermeld in plaats daarvan Roger Bacon, een tijdgenoot van Peregrinus, die wellicht zelfs contact met hem heeft gehad. Over Gilbert gaat het hier niet, al kan dat mogelijk wel gebeuren in een latere tekst. Zowel in het werk van Peregrinus als in dat van Gilbert worden nieuwe dingen gezegd, en dat lijkt effectief gekoppeld te zijn aan het verschil in aanpak. Peregrinus beschrijft o.m. het concept van magnetische polen en alle gevolgen die daaraan vast hangen: gelijke polen stoten elkaar af, ongelijke polen trekken elkaar aan. Hij heeft het over de experimenten met ijzervijlsel die velen vast nog kennen van hun schooljaren: leg ijzervijlsel op een blad en leg een magneet onder het blad; het ijzervijlsel gaat zich dan oplijnen naargelang de sterkte van het magnetisch veld dat wordt opgewekt. Met een soortgelijke truc slaagt Peregrinus er dus in om het begrip van magnetische polen te duiden. Hij heeft ook een begrip van het splitsen van magneten, en ziet dus dat ook daar weer een magneet met polen uitkomt. Het verschil in aanpak lijkt me hier dat de magneet als ding echt extreem bestudeerd wordt. Een en ander kan afgeleid worden uit teksten van Roger Bacon. Een aantal citaten op een rij kunnen een westerse visie op de kwestie tevoorschijn halen:

And thus, there are innumerable things that have strange virtues, whose powers we are ignorant of only because of our neglect of the need to experiment.

For this reason, Avicenna [...] reveals in the tenth book of the Metaphyiscae that the astrologer is not able to verify in all matters nor should he do so because of the instability of the generable and corruptible matter, which does not in all things obey the powers of the heavens, as Massahalla states, giving the example of the Magnet, because it does not have power over iron unless it will be adjusted in the required distance and under the conditions demanded for attraction.

although he[the astronomer] hints at the possibility of judging about many things with reasonable certitude, yet he unqualifiedly states that such great difficulty is inherent in the art, that it is easily apparent that he himself places the definite limit, that the astronomer ought not to boast of sufficient certitude in particular judgments.

Voor Bacon dragen de dingen eigenschappen van henzelf, dat is alvast anders dan het moeder-zoon begrip dat in de Chinese tekst was gevonden. Verder is er het idee dat materie onvolmaakt is, en dat men dus moet opletten om te sterk te steunen op de eenduidigheid van de wereld. De twee laatste citaten betreffen dan ook Bacon's betoog om niet té veel belang te hechten aan de invloed van hemellichamen op het leven op aarde, maar ook weer niet te weinig. Volgens Bacon is een astroloog slecht bezig als hij een horoscoop schrijft en dus de invloed van hemellichamen ziet inwerken op een persoonlijk leven, maar is het wel mogelijk dat zo'n invloed een effect kan hebben vanwege wijzigingen in het klimaat, de algemene atmosfeer. Dat de magneet enkel werkt onder bepaalde voorwaarden is daar een aanwijzing voor: men kan dus niet zomaar veralgemenen van een werking onder voorwaarden naar een werking overal. Bacons werk geeft een sleutel om de westerse aanpak met de oosterse aanpak te vergelijken. Deze insteek moet wel wat gerelativeerd worden. Het experimentalisme van Roger Bacon wordt in het middeleeuwen tegengewerkt door de scholastiek die meer in grote ideeën denkt; toch zal Bacons visie een invloed hebben op Francis Bacon, enkele eeuwen later, en ook op wetenschappers zoals Galileo en William Gilbert. De nadruk die ik bij Bacon vind is die van het isoleren van een experiment in een beheerste omgeving, zoals zo duidelijk de methode is geworden in Galileo en anderen. Bij Bacon wordt immers een voorname reden gegeven waarom dat zo moet: de materie is immers onvolmaakt, en kan dus niet zomaar beredeneerd worden door grote principes alleen. Correlatief en realistisch(?) denken Voordien kwam ik op de vraag of we kunnen spreken van (1) een Chinees correlatief denken, en (2) een Westers realistisch denken. Als we gebruik maken van de begrippen van abductie en inductie komen we al heel wat verder. Bedenk uit het voorgaande dat bij abductie gezocht wordt naar de juiste verzameling om een begrip in onder te brengen. Ons voorbeeld was zo: (a) je vindt een rode bal, (b) je vindt een zak met rode ballen, dus (c) je gaat ervanuit dat de rode bal bij de zak hoort. Correlatief denken zie ik dan als een denken waarbij de schakel naar ervaringen toe vooral gebeurt in het kader van abductie. In de grootste zin gebeurt dat door de aanhef van de Dao: een magneet-steen gedraagt zich op een bepaalde manier, want dat is zijn natuurlijk gedrag in de ordening van dingen. Bij inductie wordt er gezocht naar een veralgemening van deel naar geheel. Dus (a) je neemt een bal uit een zak, (b) de bal is rood, dus (c) de andere ballen uit de zaak zijn rood. Hier is het opvallend dat specifiek dit aspect in heel de westerse wetenschapsgeschiedenis het meest wordt geproblematiseerd. De aandacht voor abductie-aspecten is niet afwezig, maar lijkt ook niet het aandachtspunt. Verder kunnen we ook kijken naar Roger Bacon, die duidelijk de eerste vereiste maakt voor je een inductief probleem kunt oplossen: je moet een verschil maken tussen deel en geheel, je kunt niet zomaar van 1 bal naar willekeur welke bal redeneren. Anders gezegd: Bacon maakt in mijn ogen het verschil tussen inductie en deductie duidelijk; en terwijl de focus van scholastici veel meer op deductie ligt, ligt dat bij Bacon op inductie. In een voorgaande tekst is gesteld dat een 'normaal verloop' van wetenschapsvorming gebeurt door de drie processen te doorlopen: abductie eerst om de hypothese te stellen, deductie om te weten wat uit de hypothese volgt, en inductie om de reikwijdte die door de hypothese is opgesteld (reikwijdte is hier overeenkomstig met de gestelde verzameling) te testen. Ik wil zeker niet zeggen dat dit 'normaal verloop' bij een van de besproken groepen niet voorkomt. Maar bv. van de Chinese wetenschap valt volgens mij te stellen dat de focus ligt op de abductie. Het gevolg daarvan is, inderdaad, zoals ook valt te zien, een holistisch kennisbeeld. Het risico bij een te sterke focus op abductie is dat er een warwinkel komt van verzamelingen en groeperingen, maar dat alle kennis over die warwinkel op een complexe manier naar elkaar verwijst. Het gevaar dat dan kan bestaan is dat de kennis samen met een generatie sterft; het lijkt me immers de minst praktische structuur om aan een volgende generatie aan te leren. Een vergelijkbaar risico voor een sterke focus op inductie is dat er te snel vooruit wordt gedacht. Op basis van maar 1 patroon, wordt er via inductie een resem van tests en gevolgen geproduceerd (dat is ongeveer het tegenovergestelde van het probleem van de abductiefocus). De metafoor die hier beter bij past is een keten- of schakelstructuur. Te snel vooruit denken betekent dan dat de opgebouwde kennis opeens niet blijkt te kloppen, en dat je dan stappen terug moet zetten om toch te kunnen voortgaan. Dit zou kunnen verklaren waarom er inderdaad crisisfases zijn waargenomen in de ontwikkeling van westerse wetenschap. Het grote voordeel is het gebrek van het nadeel van een abductiefocus: wanneer een generatie sterft, is dat geen probleem, integendeel. Ik herinner me dat Max Planck iets dergelijks heeft gezegd: zijn ideeën waren te radicaal voor de oudere generaties wetenschappers, en werden zo niet aanvaard. Maar toen die generatie als het ware uitstierf, bleek opeens dat de nieuwe generatie Plancks ideeën vanzelfsprekend vond. Een zware kanttekening bij dit alles Als slot wil ik een paar opmerkingen te maken, om te laten zien dat ik eigenlijk nog niet zoveel heb gezegd in deze tekst. Eerst al: de analyse van hierboven spreekt vooral over kennisopbouw. Ik geloof dat dit in de praktijk niet moet worden overschat, uiteindelijk zal er af en toe wel een Max Planck zijn die zinnige dingen zegt, en vaak (doch niet altijd) zal een ontwikkelde cultuur wel manieren vinden om die zinnige dingen in haar denken te integreren. Een Europees voorbeeld, dat meer aandacht verdient dat ik er hier aan geef, zijn de uitvindingen van Leonardo da Vinci. De wetenschapshistoricus Duhem heeft beschreven hoe da Vinci in staat was complexe en werkende uitvindingen te maken, gebaseerd op een wetenschappelijke theorie doorspekt met animistische en magische begrippen. Zijn gebrek aan goede theorie in vergelijking met anderen hield hem dus absoluut niet tegen. Verder wil ik toch nog eens benadrukken dat een abductie-focus, als ik gelijk heb, niet wil zeggen dat er geen focus is op de waarneming. In dat opzicht nog een laatste citaat, dat meteen ook een rijkdom van informatie bevat over de magneettheorie die er bestond in de 11de eeuw, nog voor de eerste vermelding van een kompas in Europa (het citaat is van Shen Kua):

Magicians rub the point of a needle with the lodestone, then it is able to point to the south. But it always inclines slightly to the east, and does not point directly to the south. [It may be made to] float on the surface of water, but then it is rather unsteady. It may be balanced on the finger-nail, or on the rim of a cup, where it can be made to turn more easily, but these supports being hard and smooth, it is liable to fall off. It is best to suspend it by a single cocoon fibre or new silk attached to the center of the needle by a piece of wax the size of a mustard-seed, -then, hanging in a windless place, it will always point to the south. Among such needles there are some which, after being rubbed, point to the north. I have needles of both kinds by me.

Aan observaties en waarnemingen is hier geen gebrek. Toch valt ook hier nog te zeggen dat er weinig duidelijkheid of interesse lijkt te zijn in het verschil tussen de magnetische polen. Zoals gezegd is dat in Europa beter onderzocht;- als ik ertoe kom de verdere geschiedenis van magnetisme (magnetostatica en elektromagnetisme) te onderzoeken, zal ik ook dat terug moeten bespreken. Mijn verontschuldigingen voor de nogal warrige structuur in deze tekst, het gaat hier dan ook meer om een aanzet dan over een uitgewerkt betoog. Wanneer mijn ideeën over dit alles rond zijn, hoop ik in een betere vorm opnieuw uit te schrijven.


Reacties (4)

   

Beste, een heel interessante tekst. Er zit heel wat in om te reageren, maar ik zal me beperken tot enkele dingen die me opvielen. Het volgende kan muggeziften & kommaneuken lijken - en is dat waarschijnlijk ook - maar vergeef me dat.

Je schrijft:

"Het verschil in aanpak lijkt me hier dat de magneet als ding echt extreem bestudeerd wordt."

Die "als ding" valt me op. Voor zover ik me Dijkserhuis herinner - de enige tekst waarop ik me baseer - bestaat er in de Westerse middeleeuwen een zeer complexe relatie tussen een fenomeen "als ding" en de bredere filosofische (vooral Aristoteles in die periode) en theologische context. Peregrinus schrijft een tekst waarin hij op bewonderenswaardige wijze de magneet als ding beschouwt, maar dat betekent m.i. niet dat de de magneet in de bredere culturele context "als ding" bekeken werd.

In de middeleeuwen heb je ook op een heel merkwaardige wijze dat verschillende filosofisch-fysische theorieën naast elkaar bestaan. Dat schijnt met de de scholastiek te maken te hebben. Deze had een heel specifieke benadering van problemen. Niet alleen de "juiste" oplossing van het probleem werd naar voor geschoven, maar ook alle "foute" oplossingen werden besproken (en natuurlijk weerlegd). Dat had als merkwaardige gevolg dat ook de "foute" oplossingen, die ons nu soms voorkomen als dichter bij de waarheid, doorgegeven werden. Daar mag je volgens Dijksterhuis nog aan toevoegen dat in de scholastiek denkers vaak enige vrijheid hadden. Ze mochten ongeveer om het even wat poneren, zelfs dat Thomas van Aquino het helemaal verkeerd had, als ze er maar aan toevoegden dat dit enkel een denkoefening was, en dat de bijbel natuurlijk het laatste woord had.

Voor mij maakt het dat ontzettend moeilijk om na te gaan wat West-Europese denker in de middeleeuwen nu eigenlijk dachten.

Ook je nadruk op Roger Bacon viel me op. Zijn naam valt in dergelijke discussies dikwijls, wellicht omdat bepaalde elementen in zijn teksten ons verrassend modern voorkomen. We zijn dus geneigd om hem als een voorloper te zien van moderne benaderingen van fysische verschijnselen. Maar ik vraag me af of de invloed van Roger Bacon, en zijn werkelijke visie, daarmee recht wordt gedaan. Nog steeds met Dijksterhuis in het achterhoofd heb ik de indruk dat de echte Bacon (Roger, tenminste toch) niet de Bacon uit de doorsnee wetenschapsgeschiedenis is.

Tenslotte stel ik als amateur onbeschroomd een domme vraag. Is de periode die je beschouwt niet erg vroeg? Er zijn natuurlijk allerlei verschillen tussen Europa en China in die tijd. Maar uit wat ik meen te weten over Europa en wat ik over China in je tekst lees, gaat het in beide gevallen over wetenschappelijk-culturele denkramen die ik "with the benefit of 20/20 hindsight" zou klasseren als pre-wetenschappelijk, of zo je wil, als pre-modern-wetenschappelijk.

Treedt het grote verschil, de fundamentele bifurcatie in wetenschapsbeoefening tussen China en Europa niet later op de voorgrond? Je kunt natuurlijk stellen dat dat grote verschil er alleen kon komen op basis van vroegere perioden, en dat deze vroegere perioden dus markant zijn. Maar doe je dan geen onrecht aan de grote en beslissende kloof die is geslagen door latere Europese denkers als Galilei? Een kloof waarvan de breedte en de diepte, ik geef het volmondig toe, alleen later with the benefit of hindsight kon gemeten worden.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33
   

Over je opmerking van de scholastiek kan ik kort zijn: ik ken veel te weinig van de scholastiek.

Over Peregrinus en het 'als ding'-effect ben ik dan weer te kort geweest. Je hebt vast in de vorige teksten al gemerkt dat ik hier ook wat verveeld mee zit (net zoals met 'realistisch denken'). Ik wou er vooral het contrast met de Chinese versie mee tonen: daar ligt de focus duidelijk op de relatie tussen deel en geheel. Ik vind het (als westerling wellicht) verrassend dat er zo weinig sprake is van experimenten met 2 of meerdere magneten, en net dat is iets wat je bij Peregrinus wel ziet opkomen.

De bifurcatie tussen de culturen begint voor mij vanaf het moment dat culturen los van elkaar verder werken aan dezelfde wetenschap. Momenteel is het meest waarschijnlijke dat het magnetisch kompas van China naar Europa is gekomen, en is de tekst van Peregrinus de eerste duidelijke behandeling van magnetische wetenschap.

Mijn idee is ook om de verdere geschiedenis door te sporen, maar daar lijkt het contact met Chinese ideeën me eerder beperkt. De rol van de Chinezen, zou je kunnen zeggen, wordt dan wel overgenomen door subversieve actoren zoals Paracelsus.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33
   

Misschien nog kort. In de analyse van Kuhn zou dit alles inderdaad pre-wetenschappelijk zijn, maar dat wil voor mij niet zeggen dat daar de kous mee af is. Wel is Kuhns tekst belangrijk om in het achterhoofd te houden, omdat mijn nogal logische benadering inderdaad te beperkt kan zijn om goed te omvatten welke strijd (tussen welke standpunten of motivering voor kennis) er gevoerd wordt.

Wat ik hier doe is dan ook alleen maar een oefening, ik pas op een essayistische manier enkele logische opdelingen toe en kijk hoe ver ik daar mee kom. Je zult merken in wat er nog komt dat die benadering redelijk overspannen wordt (dat is wat ik verwacht). Maar ik lijk er wel meer aan te hebben dan alles pre-wetenschappelijk te noemen.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33
   

Misschien interessant om weten: ik ben net op het spoor gekomen van Chunglin Kwa's 'De ontdekking van het weten'. Het is een geschiedenisboek dat met veel instemming ontleent uit Dijksterhuis' werk. Ik ben nu beiden met aandacht aan het lezen.

Ik begin te begrijpen wat je bedoelt met Bacon, maar ik blijf wel mijn standpunt aanhouden. Dat Bacon zelf niet echt experimenteerde, akkoord, en dat hij niet veel navolging kreeg, even goed akkoord. Maar *het feit alleen* dat er iemand als Peregrinus bestond in hetzelfde tijdsvak toont dat uitgebreide experimentatie alvast gedaan werd. Voor mijn doelen is het voldoende dat (1) experimentatie als studie van fenomenen beoefend wordt, en (2) dat er ook een theorie is die deze vorm van studie ondersteunt. Bedenk immers het volgende: (1) zal bijna altijd in mindere mate gebeuren, maar als het in doorgedreven mate gebeurt (zoals bij Peregrinus) mag je er zeker van zijn dat het een culturele verworvenheid is; (2) voegt toe dat denken over deze vorm deel uitmaakt van de publieke sfeer van 'kennis', en dus niet zuiver als praktische werkvorm hoeft te worden beschouwd door iedereen. Als de geschiedenis leert dat die werkvorm terzijde geschoven wordt, heeft dan meer te maken met de sociologie van de kennis, en met wat aanvaard wordt als 'mainstream kennis'.

Uit Kwa krijg je het volgende als gedachten van Grosseteste, die op een lijn gezet wordt met Bacon: rede en ervaring, en waarneming (experimentum) geven geen zekerheid (of sufficient certainty voor Bacon), maar kunnen wel helpen een foute theorie te weerleggen (en is in die mate reasonable certainty by Bacon).


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie