Quine's web van geloof

In de blog: De zwarte doos reacties: 3 pdf print

Voordat ik effectief start met het onderzoek, wil ik nog een belangrijke gedachte in stelling brengen. Uit het voorgaande zou men kunnen vermoeden dat ik ga proberen af te leiden waarom Chinese wetenschap het niet zo ver gebracht heeft als de vroegmoderne Europese, en daarvoor een verklaring ga zoeken in een verschil van toepassing van de drie vormen van denken. Needham, die ik aangehaald heb, heeft iets dergelijks gedaan en dat is hem niet in dank afgenomen door o.m. Chinese geschiedkundigen. Ik moet toch ook even opmerken dat Needham het ook had over de 'Dark Ages', een tijdperk in de vroege middeleeuwen waarin Europa niets opschoot met wetenschap, iets waar verandering in kwam een kleine tijd voor de renaissance e.d. van start gaat. Enkel de wikipedia-pagina over die tijd toont aan dat dit onzin is; volgens de bronnen die ik goedkeur tenminste, er zijn zeker nog wetenschappers die erin geloven (in Azië is er bv. een omkering aanwezig: ze onderzoeken net de 'Dark Ages' van Europa en vergelijken dat met een periode waarin Aziatische ontwikkelingen sterker stonden, om zo een herwaardering te krijgen voor hun cultuur en hun eigen 'Dark Ages' te relativeren). Dat soort vragen lijkt te suggereren dat er een bepaalde manier van denken is die beter 'hoort' bij kennisverzameling, specifieker bij wetenschap. De voornaamste reden dat dit niet klopt is door het feit dat theorie onderbepaald zijn. Breder gezien is dat te begrijpen door het even te hebben over Quine's ideeën, bekend van zijn metafoor 'the web of belief'. Onderbepaaldheid van theorieën? Laten we even teruggaan naar de uitleg van inductie. Een inductieve uitspraak zegt duidelijk meer dan ze strikt gezien kan: dus de uitspraak (zeg maar de theorie) geeft meer informatie dan te halen is uit de feiten. Een gevolg hiervan is dat je ook een andere theorie kunt halen uit dezelfde feiten : dezelfde verzameling feiten kunnen dus verklaard worden door verschillende theorieën. Dat is wat men bedoelt met onderbepaaldheid. (Voor de duidelijkheid: het zijn de theorieën, niet de feiten, die onderbepaald zijn. Ga uit van een wereld van alle mogelijke theorieën. Sommige, en vaak de meeste, theorieën kunnen worden afgewezen omdat ze niet beantwoorden aan de feiten die ze moeten verklaren. Onderbepaaldheid wil zeggen dat er altijd nog meer dan 1 mogelijke theorie die aan alle bekende feiten beantwoord.) Twee invalshoeken op hetzelfde punt geven inzicht in dit gedrag. Omdat een onderbepaalde theorie informatie toevoegt aan de feiten, kun je zeggen dat ze een interpretatie is van de feiten, die het moet afleggen tegen andere interpretaties. De feiten zelf helpen niet om te beslissen tussen de theorieën. En dat leidt tot het tweede punt : er zijn andere criteria nodig om te kunnen kiezen tussen verschillende theorieën. Dat kunnen heel sobere criteria zijn, zoals: een eenvoudige theorie is te verkiezen boven een complexe theorie. Je haalt dat niet uit de feiten: er is geen enkele reden waarom de wereld eenvoudig moet zijn, eerder dan complex. Web van geloof Quine's verdienste is dat hij deze onderbepaaldheid als een centraal probleem op de kaart zette. Het probleem zelf was immers al reeds onderkend door andere filosofen, maar onderschat. Karl Popper bijvoorbeeld was zich ervan bewust dat een wetenschap (of 1 theorie uit de wetenschap) steeds moest steunen op een reeks hulpstellingen; al is het maar een bepaalde vorm van waarnemen, of een resem theorieën die klinken als gezond verstand. Volgens Popper was élk van deze hulpstellingen fundamenteel onbetrouwbaar en was het nuttig om deze op een ander moment (met andere vooronderstellingen en hulpstellingen) te testen; maar op het moment dat je erop steunt om iets anders aan te tonen, vergeet je even dat probleem. Dat lijkt een beetje op een kaartenhuis, waarbij je af en toe enkele stutten gebruikt om verder te bouwen, en die je daarna kunt wegnemen. Zolang je het geheel zorgvuldig onderhoudt, kun je toch aan wetenschap blijven doen. Je zou kunnen zeggen dat Popper en anderen hiermee vooral de tweede invalshoek van onderbepaaldheid beantwoordden. Dat je andere criteria, ofwel hulpstellingen, nodig hebt is geen probleem zolang je ook die hulpstellingen op een andere moment aan een onderzoek onderwerpt. Het lijkt me interessant om Quine te bekijken als iemand die aandacht had voor de eerste invalshoek. Als een theorie een interpretatie is van de feiten, en als een andere theorie een andere interpretatie is van dezelfde feiten, dan wil je ook kunnen kiezen tussen die theorieën. In de visie van Popper is dat slechts een kwestie van het beoordelen van de hulpstellingen: door die testen en te kijken wat het meeste standhoudt geraak je er wel weer uit. Hier zit echter een oneindige cyclus in. Elk van de hulpstellingen heeft immers zijn eigen hulpstellingen nodig, en: het is heel waarschijnlijk dat het eerste paar van theorieën waar discussie over was, gebruikt wordt om die hulpstellingen te onderbouwen. In beelden uitgedrukt: twee kaarthuizen kunnen even stevig staan, met verschillende fundamenten. Er is geen manier om te vergelijken wat het beste bouwsel is, want er is geen weg van het eerste kaarthuis naar het andere. Quine spreekt daarom van een web van geloof: een theorie past binnen een kader van hulpstellingen die een mens aanvaardt, en waar zeker af en toe een nieuwe hulpstelling bijkomt of wordt verwijderd. Echter, als je kijkt naar twee compleet verschillende interpretaties, gesteund door een compleet verschillend web van geloof, dan is er geen zinvolle manier om te kiezen tussen die twee systemen. Waarschijnlijker is dat je zaken bekijkt vanuit je eigen web van geloof, en zaken uit een ander web van geloof gewoon afwijst. Een minder belangrijk punt dat ik toch wil maken, omdat het een veel voorkomend misverstand is. Quine's idee is hier zeker niet dat alle geloofssystemen even goed zijn. Hij gelooft dat een systeem dat feiten verklaard door het optreden van goden, minder krachtig is dan een systeem als het modern wetenschappelijke, dat bv. kan spreken van elementaire deeltjes en krachtwerkingen. Zijn doel is dus niet zo zeer relativisme van ideeën voor te stellen, maar eerder absolutisme van theorieën te verwerpen. Een web van geloof afkeuren is meer een pragmatische keuze: het ene werkt beter dan het andere, voor de doelen die je stelt. Chinees/Europees web van geloof? Een vertaling dan van het probleem dat ik in het begin gesteld heb, zou bv. zijn dat er een Chinese manier van denken en een Europese manier van denken is, die ervoor zorgt dat correlatieve ideeën beter passen in het Chinese web, en 'substantiële' ideeën beter passen in het Europese web. Ik ben nog niet zover dat ik die gedachte helemaal wil afwijzen. Wel lijkt het me onjuist om te zeggen dat dit de opkomst van Europese wetenschap verklaart versus een relatieve afwezigheid van Chinese wetenschap. Op zijn minst zijn hier vooral sociale, economische factoren mee gemoeid, al is er misschien enige invloed toe te schrijven aan maatschappelijke visies en wereldbeeld. Bovendien zijn er ook 'correlatieve ideeën' in Europese geschiedenis te vinden, en substantiële ideeën in Chinese geschiedenis. Het 'web van geloof' kan wel een manier zijn om te tonen waarom bv sterk correlatieve ideeën in Europese middeleeuwen op veel weerstand botsten (het lijkt me dat dit ook effectief zo is geweest). Openheid en stabiliteit van een web Men zou zich dan eenvoudig kunnen afvragen: is het omdat Europees denken mettertijd meer 'vreemde' ideeën zoals golven en onzichtbare krachtvelden kon inbegrijpen in zijn web dat het meer succes kende? Ik denk echter dat men dit soort vragen op een historische manier moet stellen. Er zijn immers evengoed momenten geweest in de geschiedenis waarop de wetenschap bepaalde vormen van ideeën heeft geweerd uit de praktijken, en dat dit een erg productieve invloed had op de wetenschap; er zijn zelfs gevallen waarin zo'n 'succesvolle weerstand' tegen ideeën later werd opgegeven, en dan om de omgekeerde reden veel resultaten opleverde. Een historische manier is dus nodig, omdat het me zeker zo lijkt dat het gezond is bepaalde aannames te maken die niet op zekerheid gestoeld zijn, omdat het zo mogelijk is om vorderingen te maken die je anders niet durft of kunt maken. Onder meer door die vorderingen wordt het nadien terug mogelijk om de gemaakte aannames opnieuw te evalueren. Wat dat betekent is dat Popper's invalshoek zeker zijn merites heeft. Er is iets voor te zeggen om een 'leap of faith' te nemen en je hulpstellingen voorlopig als zeker te beschouwen, zolang je in gedachten houdt dat alles heroverweging waard is. Maar die invalshoek moet absoluut aangevuld worden met die van Quine: deze techniek van heroverwegen kan nooit betekenen dat je tot het 'enige, juiste' web van geloof komt. Er zijn altijd meerdere manieren, met hun eigen sterktes en zwaktes, en je geraakt daar nooit niet volledig van los. Gelukkig (zoals Davidson later zal beweren) zijn er echter ook veel ideeën die de meerderheid van mensen en culturen gemeen hebben: een complete onvertaalbaarheid tussen culturen lijkt dus niet iets om ons zorgen over te maken.


Reacties (3)

   

Dit is heel interessant. Waarom werk je het niet uit aan de hand van een concreet voorbeeld uit de wetenschap?


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33
   

Das zeker ook de bedoeling, ik denk voorlopig aan de theorieën rond het magnetisme. Het is echter, zoals je in een vorige reactie al aangaf, niet zo simpel :).


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33
   

Misschien is Dijksterhuis' "De mechanisering van het wereldbeeld" een interessant startpunt. Niet meer zo jong, maar een fenomenaal en uitert erudiet boek wat mij betreft. Hij heeft een uitgebreid hoofdstuk over magnetisme, en over de rol van het christendom.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie