Realistisch, Empirisch en Correlatief Denken: vanuit Peirce

In de blog: De zwarte doos reacties: 3 pdf print

Deductie en inductie zijn bekende begrippen in ons denken; in het denken van Charles Sanders Peirce komt er nog een derde manier van redeneren voor: abductie. Abductie kan je ongeveer zien als een beredeneerde gok. Volgens Peirce start wetenschap eerst vanuit een beredeneerde gok, gaat dan voort op die gok en redeneert deductief wat eruit volgt, omdan ten slotte die gevolgen te gaan onderwerpen aan een test, wat tot inductie leidt. Het fijne aan Peirce is dat hij duidelijk het verschil in logische vorm tussen deze drie processen laat zien. Dat doet hij aan de hand van een voorbeeld (zie stanford encyclopedia). deductie

All balls in this urn are red; All balls in this particular random sample are taken from this urn; therefore, All balls in this particular random sample are red.

Dit is deductie, want je bouwt zekerheid van geheel naar deel. Als iets geldt voor heel de verzameling, dan geldt het ook voor een deel ervan. Peirce noemt de eerste zin de Regel, de tweede zin het Geval, en de derde zin het Resultaat. Om deductie te hebben, steun je dus op de geldigheid van de Regel (gaat de regel op voor het geheel van gevallen?) en op de geldigheid van het Geval (is het geval wel een deel van het geheel?). inductie

All balls in this particular random sample are red; All balls in this particular random sample are taken from this urn; therefore, All balls in this urn are red.

Hier bouw je zekerheid van deel naar geheel. Dat is strikt genomen niet zo, maar het is (volgens Peirce) wel hoe je wetenschap test. Stel bv. alle zware en lichte ballen die geen wrijving voelen vallen in dezelfde tijd van dezelfde kerktoren. Een wetenschapper toont dit aan door ballen die geen wrijving voelen van de kerktoren te gooien. Om inductie te hebben, steun je dan op de geldigheid van het Geval (deel van het geheel) en de geldigheid van het Resultaat (klopt mijn waarneming wel?). Laten we bv. zeggen dat de wetenschapper stelt dat ballen die volmaakt glad zijn geen wrijving voelen. Zijn geldigheid van het Geval is dan in het gedrang wanneer hij dit uitbreidt naar microscopisch kleine gladde ballen (die kunnen door windstoten afgeweken worden, laat staan goed gemeten!). Het probleem van de goede waarneming is effectief ook een groot probleem voor de wetenschap.. abductie

All balls in this urn are red; All balls in this particular random sample are red; therefore, All balls in this particular random sample are taken from this urn.

De abductie klinkt zelfs raar! Je neemt immers regel en resultaat, om over te gaan naar geval! Wat hier gebeurt is dus strikt gezien niet waar, je merkt enkel dat er ook gevallen zijn waar het wel waar is. In die zin is het niet anders dan een inductie... Wat je hier doet, is een verband veronderstellen tussen deel en geheel, al kun je dat in principe niet aantonen. Wat me brengt tot de reden van deze uiteenzetting: dit lijkt precies een vorm van correlatief denken. Westers denken? Oosters denken? Interessant is dan ook de volgorde die Peirce ziet voor de drie vormen van denken in wetenschap (en dan bedoelt hij natuurlijk westers denken). Eerst is er het correlatieve denken, dat hoogstens een goede gok is (een link tussen een geval en een reeks van gevallen die hetzelfde gedrag vertonen) ; de reikwijdte en consequenties van die gok worden dan helemaal uitgedacht in deductie (voor elk geval stel je dat ze tot de reeks behoren, en dus verschillende eigenschappen gemeen hebben, dit zijn de consequenties); vanuit die consequenties dan test je of je gok zin heeft (je kunt elk van de eigenschappen testen, om zo te zien in hoeverre de link tussen een geval en een reeks gevallen terecht is). Deductie lijkt in deze hoogstens een stap van boekhouden; terwijl abductie valt te koppelen aan correlatief denken, en inductie te koppelen aan empirisch denken. Dat lijkt me al een hoogst interessant model, de volgende stap is dan bekijken in hoeverre deductie essentieel is om tot realistisch denken te komen. (Ik zie geen spontane verbinding, dus misschien valt realistisch niet echt in dit kader in een vakje te plaatsen.) Wel lijkt het me zinvol te stellen dat correlatief denken zonder empirisch niet bijzonder ver kan komen... dat suggereert alvast iets over de vraag die ik, met Needham en Van Loocke, in mijn vorige tekst stelde.


Tags
logica, Peirce

Reacties (3)

   

Mijnheer Peirce maakt zelf een grove denkfout door eeen zekerheid te stellen die de wetenschapper niet stelt
All balls in this particular random sample are red; All balls in this particular random sample are taken from this urn; therefore, All balls in this urn are PROBABLY red.
Door herhaling van inductie wordt de betrouwbaarheid van de uitspraak groter.

Idem met de zogenaamde abductie:
All balls in this urn are red; All balls in this particular random sample are red; therefore, All balls in this particular random sample are PROBABLY taken from this urn. Ook hier geldt de regel dat de zekerheid van zo'n uitspraak slechts toeneemt na vele herhaalde vaststellingen binnen een bepaalde betrouwbaarheidsmarge. Bovendien zal de wetenschapper ook moeten aantonen of er niet alleen sprake is van een correlatief verband, maar ook van een causaal verband. D.w.z.
Proefondervindelijk zal men moeten aantonen of de rode ballen wel degelijk uit die urn werden genomen en niet uit een andere.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33
   

Zowel Peirce als mijn tekst hierboven geven je gelijk hoor. Daarom zei ik van inductie en abductie dat ze *strikt gezien* niet juist zien. Voor Peirce is waarschijnlijkheid net een heel belangrijk gegeven, er is naast Hume geen enkele filosoof die het zo centraal in zijn denkkader heeft gezet.

Ik ben het wat de abductie ook met je eens dat een causaal verband wordt aangetoond in wetenschap zoals wij die nu kennen. Volgens Peirce is de meest voor de hand liggende weg: abductie, dan deductie, dan inductie. Wat jij 'proefondervindelijk' noemt is voor Peirce een combinatie van de laatste 2 stappen, (en een keten van alledrie in zoverre hulphypothesen worden opgeroepen).

De bedenking die ik me aan het einde van de tekst maakte, is: zijn er andere manieren om voort te gaan na het correlatieve denken/de abductie? Kortom, kan men tot zinvolle informatie komen zonder dat men aantoont dat er een causaal verband is? Is het in die termen mogelijk om een verschil te maken tussen astrologie, astronomie, en magnetisme zoals opgevat in China in voormiddeleeuwse tijden?


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33
   

Het probleem is wel wat complexer. Eenvoudige causale wisselwerkingen kunnen al stochastische patronen veroorzaken die schijnbaar correlaties tot stand brengen zonder duidelijke causale wisselwerkingen. Maar je kan wel analysemethodes hanteren om aan te tonen dat er wel duidelijk sprake is van causale wisselwerkingen. Het gebrek van holistisch denken is dat ze al op voorhand aannemen dat je nooit complexe wisselwerkingen kan ontleden en er dus nooit sprake kan zijn van enige causaliteit en je blijft hangen op een niveau van tautologische uitspraken zoals het "geheel is meer dan de som der delen". Een lichaam is dat ook, een mierenkolonie, het klimaat, enz... Zonder reductionisme naar causale verbanden sta je nergens. En hoe complex wisselwerkingen ook kunnen zijn, er zal altijd een tijdspijl lopen doorheen het geheel. De tweede hoofdwet van de thermodynamica is nu eenmaal een statische waarheid als een koe waarbij de onzekerheid naar nul neigt. Je kan de tijd niet omkeren in een systeem, ten hoogste op superklein niveau en dan nog maar "tijdelijk". De kans dat men ooit een steen spontaan zal omhoog zien springen is zo klein dat je het zelfs in dit heelal niet een keer zal vaststellen.


---
Bewerkt door Administrator op Jan 08 12 1:33

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie