Onderzoeksjournalistiek over godsdienstonderwijs in de publieke ruimte?

In de blog: De Neo-Cynicus

Een poging tot eerlijk onderzoek naar de wijze waarop het protest van de bloggende internetgeneratie (vaak suggestief getekend door een studentikoze taalzwakte en te impulsieve schrijfstijl) al dan niet wegwijs wordt in de publieke ruimte, zoals die vandaag wordt vorm gegeven door kerk en staat.

Ter verdediging en bewapening van de gepeste leerling in de klas: mijn verwondering over Pascal Lacroix’ verwondering over Patrick Loobuyck

Beste Pascal Lacroix,

Recent publiceerde Thomas, het online nieuwsmedium van het katholieke godsdienstonderwijs in Vlaanderen, jouw zeer kritische reactie op het stuk van Patrick Loobuyck dat verscheen in DS 2/3/17, getiteld:'Onderwijs dient niet om betere gelovigen te maken'.

Je schreef dit artikel, getiteld 'De verwondering over Patrick Loobuyck', mijn inziens vanuit een gezagspositie die, naast welgevormde argumenten en feitenmateriaal op basis van te vertrouwen bronnen, ook terugbuigt op je jarenlange ervaring als godsdienstleerkracht die in de praktijk staat van het dagelijkse klasgebeuren in het secundair onderwijs.

Hierbij zou ik toch een kritische evaluatie willen maken vanuit mijn eigen ervaring. Ik zal deze bemerkingen net zoals jij, zo beargumenteerd als mogelijk stofferen met feitenmateriaal. Daarnaast zal ik tevens, net zoals jij, vanuit mijn functie spreken (maar in mijn geval: als huidig student aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen) en bijgevolg terugbuigen op mijn ervaring als godsdienstleerling die in de praktijk staat van het dagelijkse klasgebeuren van het hoger onderwijs.

In jouw reactie, trek je hard van leer tegen “verborgen agenda’s” die Loobuyck zou hanteren in zijn, volgens jou, éénzijdige karakterisering van het godsdientsonderwijs. Loobuyck zou daarbij volgens jou “de stemmen van ervaren en betrokken leerkrachten negeren” “ter glorie van zijn eigen LEF project [A.L - ter verheldering aan de lezer: een project dat ijvert voor de implementatie van een neutraal vak ‘Levensbeschouwing, ethiek en filosofie’ in het secundair onderwijs], dat hij zelf niet meer met naam noemt”. “Levensbeschouwelijk onderwijs is al lang niet meer de karikatuur, die hij ervan maakt”, aldus jouw opinie over Loobuyck’s karakterisering van het katholieke godsdienstonderwijs.

Ter info: Patrick Loobuyck is een oud-student theologie aan de Faculteit Theologie van de KULeuven. Maar een speciale oud-student. Hij verloor er namelijk zijn geloof en trok naar de Ugent om zich te herbezinnen bij Etienne Vermeersch en doceert momenteel politieke filosofie in Antwerpen. Hij staat aan de wieg van het reeds vermelde LEF-project dat ijvert voor een neutraal vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie in het secundair onderwijs.

Nu ik jouw bijdrage heb geanalyseerd is het tijd om mezelf even voor te stellen. Mijn naam is Andreas Lauwers en ik schreef me recent in voor de huidige opleiding 'Certificaat voor het Godsdienstonderwijs' aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KULeuven. Mijn verwachting ten aanzien van deze opleiding was dat ik dankzij deze opleiding mijn eigen kennis en vooronderstellingen zou kunnen onderzoeken en verfijnen inzake hedendaagse en historische vraagstukken aangaande zoiets als onderwijs, wetenschap, religie, religieuze (in)tolerantie, fundamentalisme enzomeer. Drie weken later geef ik er echter de brui aan. Ik zie het niet meer zitten. Het is goed geweest. Te mooi om waar te zijn. Wat is er gebeurd?

Toegegeven, ik ben een versleten man in vergelijking met de frisse studenten (ik heb een bloeiende, maar zeer vermoeiende 10-jarige carriere in het bedrijfsleven achter de rug). De overvloed aan informatie die de studenten verwacht worden te verwerken op zulke korte tijd, toegepast in zo veel verschillende multimediale contexten en, als het nog even kan, kritisch getoetst aan de eigen ervaring, gaat eerlijk gezegd mijn petje te boven. Ik ben nog van de oude stempel, ik kniel nederig voor de technocratie die jongeren als evident ervaren. Ik vermoed dat jij dit ook aanvoelt in de praktijk als godsdienstleerkracht.

Anderzijds trek ik ook enkele lessen uit dit persoonlijk debacle, zodat ik er toch nog iets aan overhoud voor mezelf in plaats van een verlaagd zelfbeeld van iemand die zou gefaald zijn in een opleiding. Blij dat ik op mijn ervaring kan terugvallen. Maar anderzijds brengt dit me ook tot de discussie die (voor zij met wat voorkennis) in zekere zin begon met de column van Rik Torfs, in DS 27/2/17 ‘Leve de faculteit theologie', waarna heel wat Leuvense academici en alumni (waaronder jijzelf) zich blijkbaar geroepen voelen tot een gecoördineerde aanval op het LEF-project van Patrick Loobuyck.

Laat me eerst even jouw positie schetsen vanuit mijn eigen perspectief. Net als jij studeerde ik af als filosoof aan het Hoger Instituut der Wijsbegeerte aan de KULeuven. Net als jij begon ik een studie om godsdienstleerkracht te worden aan de Faculteit Religie en Godsdienstwetenschappen. Maar anders dan jou (en meer in de lijn met Patrick Loobuyck), verloor ik er enkele dagen geleden wél mijn geloof in de zinvolheid van een theologisch project (wat overigens niet betekent dat ik het onzin vindt). En zal ik wegens gewetensbezwaren (maar eerlijk gezegd: ook uit intellectuele luiheid) vroegtijdig mijn studie beëindigen, in de hoop (en de twijfel) dat er toch nog ruimte zal zijn op de arbeidsmarkt voor een geëngageerde, kritische filosoof in een (godsdienst)onderwijs dat een praktische dialoog wil proberen te realiseren van niet-gelovigen, gelovigen en onverschilligen.

Toch zit ik nog met enkele vragen die ik hier kwijt wil, zodat ik er niet van moet wakker liggen éénmaal ik de vrijheid probeer te overleven op de arbeidsmarkt en misschien ooit in de klaspraktijk terecht kom. Daarom, beste Pascal, mede-filosoof die bijgevolg wél de theologie kon smaken, confrater, richt ik me tot u: betekent deze kroniek van een aangekondigde dood (symbolisch!) nu dat ik een overloper zal zijn? Een nestvervuiler? Een filosoof afgestudeerd aan een katholieke universiteit die zich niet kan vinden in de al te theologische K van de KULeuven, maar die er wel profijt uit trekt door bijvoorbeeld ook in niet-confessionele onderwijskringen werk te zoeken? Dat vind ik niet. Ik heb veel gehad aan onze Alma Mater. Anderzijds heb ik er echter ook heel wat miserie (door en voor) meegemaakt.

Het lijkt me bovendien dat de koppige ontkenning van deze mogelijkheid tot miserie, zoals ik die in de loopbaan van Loobuyck vermoed te (h)erkennen, leidt tot een soort van moddergooien in de media aangaande ‘verloren zonen’, zogenaamde verwarde geesten afgedwaald van het rechte pad, die collaboreren met de vijand zelve (die duivelse Vermeersch). Deze beschuldiging van collaboratie met de vijand lijkt me dan ook de teneur te zijn van de schijnbaar gecoördineerde aanval op het LEF-project van Patrick Loobuyck, waar jij dus ook ondermeer aan hebt bijgedragen. Waaraan heeft deze arme man dit verdiend, vraag ik me dan af? Waarom wordt hij zo gepest door de andere leerlingen in de klas?

Vooreerst moet de lezer nu ook niet denken dat ik het LEF-project van Patrick Loobuyck zomaar onkritisch deel. Zijn karakterisering van de opleiding en de praktijk van het godsdienstonderwijs is inderdaad gedateerd. Dit heb ik op een aangename manier kunnen vaststellen bij het maken van het thematisch overzicht van mijn theologische studie (toen ik er nog in geloofde). Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe jongeren er de ruimte kregen om - na een impliciet praktijkvoorbeeld van het academisch personeel - een kritische attitude te imiteren en zelf verder te ontwikkelen ten aanzien van gevoelige thema’s zoals ondermeer de rol van kerkelijk leergezag, religieus fundamentalisme en geweld in de bijbel.

Wat deed me dan, net als Loobuyck, mijn geloof verliezen in de zinvolheid van deze opleiding (wat, opnieuw, niet betekent dat ik het onzin vindt). Wel, deze pedagogische ruimte voor de ontwikkeling van een kritische attitude ten aanzien van geloofsproposities komt mijn inziens altijd waarschijnlijk bij minstens één persoon (of zelfs bij sommige personen) op een bepaald moment ongewild over als opdringerig pestgedrag. Terwijl het net aan de leerkracht moet zijn om zulk pestgedrag in de klas tegen te gaan! Als er iets is waarvoor een leerkracht zich moet engageren en wapenen, dan toch in het verantwoord neutraliseren van pestgedrag, in de klas, de aula én in de samenleving! Godverdomme!

Excuseer, beste confrater, ik liet me even gaan. Maar u zou zich volgens mij even hard opwinden als u getuige was van het pestgedrag dat mijn inziens op een wetenschappelijk manier (maar verantwoord?) werd gehanteerd ter ontwikkeling van een binnenperspectief aan de faculteit Theologie. Want dat is wat er, aldus de vice-decaan Didier Polfeyt, gebeurt (zie: Ook nieuwe missionarissen hebben kritische theologie nodig: “Inderdaad, theologie onderzoekt religie vanuit een binnenperspectief, tot op de graat, stelt langs alle kanten vragen en gebruikt alle beschikbare wetenschappelijke methodes. Tot en met de mogelijkheid van het atheïsme als uitkomst en keuze. Maar niet per se. Het leidt evengoed tot een intellectueel volwassen katholicisme, protestantisme, en ja, tot een verlichte vorm van islam.”

Welnu, in mijn ervaring beste confrater en beste lezers, is het inschakelen van “alle beschikbare wetenschappelijke methodes” echter een brug te ver! Er zijn grenzen. Zeker als sommige wetenschappelijke methodes sterk beginnen te lijken op een opdringerige, hypnotiserende invasie van de persoonlijke levensfeer. Stel je bijvoorbeeld voor dat men op basis van je gedrag op sociale media je in de academische sfeer probeert te overtuigen van een te wantrouwen geloof! Typisch aan de strategie van een pester. Misschien delen ook andere leerlingen uit het secundair onderwijs, studenten uit het hoger onderwijs en lezers van opiniestukken deze visie. Pesten is altijd slecht. Op alle leeftijden en in alle culturen. Het is aan hen om zich eventueel te laten horen aangaande dit onrecht. Ik ga hier niet proberen hun ervaring te beschrijven. Dat is hun goed recht.

Maar ik wil hen wel tonen dat men zich kan verzetten tegen zulks geweld, waarbij bijvoorbeeld een afvallige Loobuyck buitengepest wordt door protagonisten van het katholiek godsdienstonderwijs omwille van hun zogenaamde inclusieve heilsboodschap! Hoe beter dan, ietwat theatraal en zeker symbolisch op te vatten, via een opoffering van mijn geloof, waarbij ik onrecht aankaart in het godsdienstonderwijs (evenwel dus zonder de wereld in brand te zetten). Er is immers nog leven na de universiteit, hoor!

Ik kom tot een besluit. Mijn korte ervaring met het Certificaat voor het Godsdienstonderwijs kan me alleen maar doen hopen op een ervaringsgerichte doelstelling in verband met pesten in de klas, een fenomeen dat zich zoals vermeld, toont in alle regionen van de maatschappij en in alle leeftijden en alle culturen, en waarvoor dus ook de religie kwetsbaar voor is. En waarvoor elke leerling, student en leerkracht zich moet leren verdedigen en wapenen opdat hij zelf geen pestkop wordt.

Maar daarbij, aldus rector Rik Torfs, zal altijd de kans bestaan dat sommigen dit ervaren als (cyber)pestgedrag, aldus zijn zeer recente blijde boodschap aangaande de lancering van een nieuw meldpunt van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag binnen de KULeuven. Zo zou er er mogelijk een gelaagd inzicht ontstaan in hoe een intergenerationeel en intercultureel vertrouwensnetwerk probeert om fenomenen als (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, een wederzijds conflict of vriendschappelijke plagerijen te overleven, offline en online. Zonder de wereld in brand te zetten.

Daarom, beste confrater Lacroix, j’accuse… ! Is de schijnbaar gecoördineerde aanval op het LEF-project van Patrick Loobuyck een kwestie van pestgedrag in de klas, geïnitieerd door de column van Torfs?

In elk geval bedankt voor je bijdrage,

Met vriendelijke groet,

Andreas Lauwers

Tags
geen tags