Onderzoeksjournalistiek over godsdienstonderwijs in de publieke ruimte?

In de blog: De Neo-Cynicus reacties: 11 pdf print

Een poging tot eerlijk onderzoek naar de wijze waarop het protest van de bloggende internetgeneratie (vaak suggestief getekend door een studentikoze taalzwakte en te impulsieve schrijfstijl) al dan niet wegwijs wordt in de publieke ruimte, zoals die vandaag wordt vorm gegeven door kerk en staat.

Ter verdediging en bewapening van de gepeste leerling in de klas: mijn verwondering over Pascal Lacroix’ verwondering over Patrick Loobuyck

Beste Pascal Lacroix,

Recent publiceerde Thomas, het online nieuwsmedium van het katholieke godsdienstonderwijs in Vlaanderen, jouw zeer kritische reactie op het stuk van Patrick Loobuyck dat verscheen in DS 2/3/17, getiteld:'Onderwijs dient niet om betere gelovigen te maken'.

Je schreef dit artikel, getiteld 'De verwondering over Patrick Loobuyck', mijn inziens vanuit een gezagspositie die, naast welgevormde argumenten en feitenmateriaal op basis van te vertrouwen bronnen, ook terugbuigt op je jarenlange ervaring als godsdienstleerkracht die in de praktijk staat van het dagelijkse klasgebeuren in het secundair onderwijs.

Hierbij zou ik toch een kritische evaluatie willen maken vanuit mijn eigen ervaring. Ik zal deze bemerkingen net zoals jij, zo beargumenteerd als mogelijk stofferen met feitenmateriaal. Daarnaast zal ik tevens, net zoals jij, vanuit mijn functie spreken (maar in mijn geval: als huidig student aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen) en bijgevolg terugbuigen op mijn ervaring als godsdienstleerling die in de praktijk staat van het dagelijkse klasgebeuren van het hoger onderwijs.

In jouw reactie, trek je hard van leer tegen “verborgen agenda’s” die Loobuyck zou hanteren in zijn, volgens jou, éénzijdige karakterisering van het godsdientsonderwijs. Loobuyck zou daarbij volgens jou “de stemmen van ervaren en betrokken leerkrachten negeren” “ter glorie van zijn eigen LEF project [A.L - ter verheldering aan de lezer: een project dat ijvert voor de implementatie van een neutraal vak ‘Levensbeschouwing, ethiek en filosofie’ in het secundair onderwijs], dat hij zelf niet meer met naam noemt”. “Levensbeschouwelijk onderwijs is al lang niet meer de karikatuur, die hij ervan maakt”, aldus jouw opinie over Loobuyck’s karakterisering van het katholieke godsdienstonderwijs.

Ter info: Patrick Loobuyck is een oud-student theologie aan de Faculteit Theologie van de KULeuven. Maar een speciale oud-student. Hij verloor er namelijk zijn geloof en trok naar de Ugent om zich te herbezinnen bij Etienne Vermeersch en doceert momenteel politieke filosofie in Antwerpen. Hij staat aan de wieg van het reeds vermelde LEF-project dat ijvert voor een neutraal vak Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie in het secundair onderwijs.

Nu ik jouw bijdrage heb geanalyseerd is het tijd om mezelf even voor te stellen. Mijn naam is Andreas Lauwers en ik schreef me recent in voor de huidige opleiding 'Certificaat voor het Godsdienstonderwijs' aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KULeuven. Mijn verwachting ten aanzien van deze opleiding was dat ik dankzij deze opleiding mijn eigen kennis en vooronderstellingen zou kunnen onderzoeken en verfijnen inzake hedendaagse en historische vraagstukken aangaande zoiets als onderwijs, wetenschap, religie, religieuze (in)tolerantie, fundamentalisme enzomeer. Drie weken later geef ik er echter de brui aan. Ik zie het niet meer zitten. Het is goed geweest. Te mooi om waar te zijn. Wat is er gebeurd?

Toegegeven, ik ben een versleten man in vergelijking met de frisse studenten (ik heb een bloeiende, maar zeer vermoeiende 10-jarige carriere in het bedrijfsleven achter de rug). De overvloed aan informatie die de studenten verwacht worden te verwerken op zulke korte tijd, toegepast in zo veel verschillende multimediale contexten en, als het nog even kan, kritisch getoetst aan de eigen ervaring, gaat eerlijk gezegd mijn petje te boven. Ik ben nog van de oude stempel, ik kniel nederig voor de technocratie die jongeren als evident ervaren. Ik vermoed dat jij dit ook aanvoelt in de praktijk als godsdienstleerkracht.

Anderzijds trek ik ook enkele lessen uit dit persoonlijk debacle, zodat ik er toch nog iets aan overhoud voor mezelf in plaats van een verlaagd zelfbeeld van iemand die zou gefaald zijn in een opleiding. Blij dat ik op mijn ervaring kan terugvallen. Maar anderzijds brengt dit me ook tot de discussie die (voor zij met wat voorkennis) in zekere zin begon met de column van Rik Torfs, in DS 27/2/17 ‘Leve de faculteit theologie', waarna heel wat Leuvense academici en alumni (waaronder jijzelf) zich blijkbaar geroepen voelen tot een gecoördineerde aanval op het LEF-project van Patrick Loobuyck.

Laat me eerst even jouw positie schetsen vanuit mijn eigen perspectief. Net als jij studeerde ik af als filosoof aan het Hoger Instituut der Wijsbegeerte aan de KULeuven. Net als jij begon ik een studie om godsdienstleerkracht te worden aan de Faculteit Religie en Godsdienstwetenschappen. Maar anders dan jou (en meer in de lijn met Patrick Loobuyck), verloor ik er enkele dagen geleden wél mijn geloof in de zinvolheid van een theologisch project (wat overigens niet betekent dat ik het onzin vindt). En zal ik wegens gewetensbezwaren (maar eerlijk gezegd: ook uit intellectuele luiheid) vroegtijdig mijn studie beëindigen, in de hoop (en de twijfel) dat er toch nog ruimte zal zijn op de arbeidsmarkt voor een geëngageerde, kritische filosoof in een (godsdienst)onderwijs dat een praktische dialoog wil proberen te realiseren van niet-gelovigen, gelovigen en onverschilligen.

Toch zit ik nog met enkele vragen die ik hier kwijt wil, zodat ik er niet van moet wakker liggen éénmaal ik de vrijheid probeer te overleven op de arbeidsmarkt en misschien ooit in de klaspraktijk terecht kom. Daarom, beste Pascal, mede-filosoof die bijgevolg wél de theologie kon smaken, confrater, richt ik me tot u: betekent deze kroniek van een aangekondigde dood (symbolisch!) nu dat ik een overloper zal zijn? Een nestvervuiler? Een filosoof afgestudeerd aan een katholieke universiteit die zich niet kan vinden in de al te theologische K van de KULeuven, maar die er wel profijt uit trekt door bijvoorbeeld ook in niet-confessionele onderwijskringen werk te zoeken? Dat vind ik niet. Ik heb veel gehad aan onze Alma Mater. Anderzijds heb ik er echter ook heel wat miserie (door en voor) meegemaakt.

Het lijkt me bovendien dat de koppige ontkenning van deze mogelijkheid tot miserie, zoals ik die in de loopbaan van Loobuyck vermoed te (h)erkennen, leidt tot een soort van moddergooien in de media aangaande ‘verloren zonen’, zogenaamde verwarde geesten afgedwaald van het rechte pad, die collaboreren met de vijand zelve (die duivelse Vermeersch). Deze beschuldiging van collaboratie met de vijand lijkt me dan ook de teneur te zijn van de schijnbaar gecoördineerde aanval op het LEF-project van Patrick Loobuyck, waar jij dus ook ondermeer aan hebt bijgedragen. Waaraan heeft deze arme man dit verdiend, vraag ik me dan af? Waarom wordt hij zo gepest door de andere leerlingen in de klas?

Vooreerst moet de lezer nu ook niet denken dat ik het LEF-project van Patrick Loobuyck zomaar onkritisch deel. Zijn karakterisering van de opleiding en de praktijk van het godsdienstonderwijs is inderdaad gedateerd. Dit heb ik op een aangename manier kunnen vaststellen bij het maken van het thematisch overzicht van mijn theologische studie (toen ik er nog in geloofde). Ik heb met mijn eigen ogen gezien hoe jongeren er de ruimte kregen om - na een impliciet praktijkvoorbeeld van het academisch personeel - een kritische attitude te imiteren en zelf verder te ontwikkelen ten aanzien van gevoelige thema’s zoals ondermeer de rol van kerkelijk leergezag, religieus fundamentalisme en geweld in de bijbel.

Wat deed me dan, net als Loobuyck, mijn geloof verliezen in de zinvolheid van deze opleiding (wat, opnieuw, niet betekent dat ik het onzin vindt). Wel, deze pedagogische ruimte voor de ontwikkeling van een kritische attitude ten aanzien van geloofsproposities komt mijn inziens altijd waarschijnlijk bij minstens één persoon (of zelfs bij sommige personen) op een bepaald moment ongewild over als opdringerig pestgedrag. Terwijl het net aan de leerkracht moet zijn om zulk pestgedrag in de klas tegen te gaan! Als er iets is waarvoor een leerkracht zich moet engageren en wapenen, dan toch in het verantwoord neutraliseren van pestgedrag, in de klas, de aula én in de samenleving! Godverdomme!

Excuseer, beste confrater, ik liet me even gaan. Maar u zou zich volgens mij even hard opwinden als u getuige was van het pestgedrag dat mijn inziens op een wetenschappelijk manier (maar verantwoord?) werd gehanteerd ter ontwikkeling van een binnenperspectief aan de faculteit Theologie. Want dat is wat er, aldus de vice-decaan Didier Polfeyt, gebeurt (zie: Ook nieuwe missionarissen hebben kritische theologie nodig: “Inderdaad, theologie onderzoekt religie vanuit een binnenperspectief, tot op de graat, stelt langs alle kanten vragen en gebruikt alle beschikbare wetenschappelijke methodes. Tot en met de mogelijkheid van het atheïsme als uitkomst en keuze. Maar niet per se. Het leidt evengoed tot een intellectueel volwassen katholicisme, protestantisme, en ja, tot een verlichte vorm van islam.”

Welnu, in mijn ervaring beste confrater en beste lezers, is het inschakelen van “alle beschikbare wetenschappelijke methodes” echter een brug te ver! Er zijn grenzen. Zeker als sommige wetenschappelijke methodes sterk beginnen te lijken op een opdringerige, hypnotiserende invasie van de persoonlijke levensfeer. Stel je bijvoorbeeld voor dat men op basis van je gedrag op sociale media je in de academische sfeer probeert te overtuigen van een te wantrouwen geloof! Typisch aan de strategie van een pester. Misschien delen ook andere leerlingen uit het secundair onderwijs, studenten uit het hoger onderwijs en lezers van opiniestukken deze visie. Pesten is altijd slecht. Op alle leeftijden en in alle culturen. Het is aan hen om zich eventueel te laten horen aangaande dit onrecht. Ik ga hier niet proberen hun ervaring te beschrijven. Dat is hun goed recht.

Maar ik wil hen wel tonen dat men zich kan verzetten tegen zulks geweld, waarbij bijvoorbeeld een afvallige Loobuyck buitengepest wordt door protagonisten van het katholiek godsdienstonderwijs omwille van hun zogenaamde inclusieve heilsboodschap! Hoe beter dan, ietwat theatraal en zeker symbolisch op te vatten, via een opoffering van mijn geloof, waarbij ik onrecht aankaart in het godsdienstonderwijs (evenwel dus zonder de wereld in brand te zetten). Er is immers nog leven na de universiteit, hoor!

Ik kom tot een besluit. Mijn korte ervaring met het Certificaat voor het Godsdienstonderwijs kan me alleen maar doen hopen op een ervaringsgerichte doelstelling in verband met pesten in de klas, een fenomeen dat zich zoals vermeld, toont in alle regionen van de maatschappij en in alle leeftijden en alle culturen, en waarvoor dus ook de religie kwetsbaar voor is. En waarvoor elke leerling, student en leerkracht zich moet leren verdedigen en wapenen opdat hij zelf geen pestkop wordt.

Maar daarbij, aldus rector Rik Torfs, zal altijd de kans bestaan dat sommigen dit ervaren als (cyber)pestgedrag, aldus zijn zeer recente blijde boodschap aangaande de lancering van een nieuw meldpunt van (seksueel) grensoverschrijdend gedrag binnen de KULeuven. Zo zou er er mogelijk een gelaagd inzicht ontstaan in hoe een intergenerationeel en intercultureel vertrouwensnetwerk probeert om fenomenen als (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, een wederzijds conflict of vriendschappelijke plagerijen te overleven, offline en online. Zonder de wereld in brand te zetten.

Daarom, beste confrater Lacroix, j’accuse… ! Is de schijnbaar gecoördineerde aanval op het LEF-project van Patrick Loobuyck een kwestie van pestgedrag in de klas, geïnitieerd door de column van Torfs?

In elk geval bedankt voor je bijdrage,

Met vriendelijke groet,

Andreas Lauwers


Tags
geen tags

Reacties (11)

   

Persoonlijk hecht ik geloof aan wat ik aan objectieve feiten waarneem en dat vind ik al voldoende. Ik besef dat het overige speculatie is. Het valt niet te ontkennen dat de stellingen in de oude geschriften die op het bestaan van een God wijzen niet tot de objectieve feiten gerekend kunnen worden. Geloof hechten aan niet-waargenomen fenomenen en niet-geverifieerde theorieën mag zonder meer en dat mag men ook uitspreken, zeker in een land met vrije meningsuiting. Echter, als zulk geloof niet als speculatie opgevat wordt heeft dat dus geen feiten nodig en dat vind ik een contradictie. Als je dat aanvaardt is er geen grens meer aan wat er allemaal beweerd kan worden. Bovendien kun je dat soort zaken niet aan de hand van voorbeelden aantonen en kun je een ander feitelijk uitsluitend door indoctrinatie overtuigen. Als dat lukt wordt het beoordelingsvermogen van die ander uitgeschakeld. Die ander beseft niet eens dat hij in die val gelopen is, dat vind ik het kwalijke ervan. Die ander is daarmee blijkbaar vatbaar voor ongesubstantieerde meningen en dit kan tot de meest extreme excessen leiden. Zo was tot de Renaissance martelen een geaccepteerde methode om doelen te bereiken en dat christelijke ideologieën dit nu afwijzen is geen verdienste van het christendom, maar van de verlichting die met de Renaissance gepaard ging. De islam kent deze verlichting niet en dat moslims zich in onze contreien aan onze wetten conformeren heeft te maken met die wetten en niet met de islam.
Kortom, traditioneel godsdienstonderwijs wat er op gericht is van kinderen goede gelovigen te maken is controversieel en is daarom ongewenst, zeker in het gesubsidieerde onderwijs.
Ik heb maar een zeer globale indruk van de doelstellingen van Patrick Loobuyck zolals die blijkbaar in het LEF zijn geformuleerd, maar mij dunkt dat als onderwijs zich met onbewezen stellingen bezighoudt er zeer nadrukkelijk op gewezen moet worden dàt het over onbewezen stellingen gaat, anders is er gewoon sprake van misleiding van onervaren leerlingen. Leerlingen moeten in de eerste plaats op de hoogte gebracht worden van objectief waargenomen feiten en zien dan zelf wel wat ze met die stellingen aan moeten. Zo niet, dan heeft het onderwijs tenminste zijn best gedaan.

   

Dag Bert,

Je schreef:

"Echter, als zulk geloof niet als speculatie opgevat wordt heeft dat dus geen feiten nodig en dat vind ik een contradictie. Als je dat aanvaardt is er geen grens meer aan wat er allemaal beweerd kan worden. Bovendien kun je dat soort zaken niet aan de hand van voorbeelden aantonen en kun je een ander feitelijk uitsluitend door indoctrinatie overtuigen. Als dat lukt wordt het beoordelingsvermogen van die ander uitgeschakeld. Die ander beseft niet eens dat hij in die val gelopen is, dat vind ik het kwalijke ervan. Die ander is daarmee blijkbaar vatbaar voor ongesubstantieerde meningen en dit kan tot de meest extreme excessen leiden."

Ik ben hier helemaal akkoord mee. Bedankt hiervoor. Dit was ook mijn ervaring tijdens die eerste drie weken, ik dacht dat ik er wat gek van werd, maar ik had er tijdens de lessen inderdaad heel de tijd het gevoel dat er een onderscheid werd gesuggereerd tussen zij 'die in de val zouden zijn gelopen' en zij die zogezegd 'mee waren met de eigenlijke boodschap', waarbij de eigenlijk boodschap aan de hand van één of ander onzichtbaar betekenisnetwerk beschreven, verklaard en/of voorspeld zou (!) kunnen worden (in zogezegd wetenschappelijke terminologie).

Om het net vermelde uitroepteken nog wat te duiden: het bewijs van de wetenschappelijkheid van dat onzichtbare betekenisnetwerk werd telkens opnieuw voorondersteld én vooropgesteld. En misschien waren de andere studenten wél vertrouwd met die vooronderstelling van de wetenschappelijkheid van dat onzichtbaar betekenisnetwerk. Maar in mijn optiek was het van in het begin een veronderstelling van het academisch personeel waar men vertrouwen in moest stellen. En ik wilde dat wel doen en heb het even gedaan. Maar weet dan ook wanneer je er mee moet stoppen. En noem dit dan geen wetenschap.

Het was én bleef in mijn opzicht een onbewezen hypothese waar rond gehuppeld werd met tal van dure woorden. En zo zie je inderdaad hoe er gemeenschapsvorming ontstaat rondom een mysterie. Allemaal mee akkoord, zeer inzichtelijk. Maar noem dat onzichtbaar betekenisnetwerk dan gewoon een soort sociaal weefsel, een mystiek lichaam, een soort vertrouwdheid met de gang der zaken, een culturele attitude, hoe je het ook wil noemen.

En bovenal, noem het dan gewoon een Sprachspiel, min of meer toegankelijk voor adultatieven met een T1-taal Plus. Indiceer het dan gewoon als de operationele illusie van een 'sheperd-game' van verveelde taaljunkies, hypertekstuelen die een soort 'extensible markup language' construeren om over en met 'the linguistically challenged' ("à l'étranger, nous sommes tous des enfants") te spreken in een particulier betekenisregister dat bol staat van immersie. Dit kan mea perspectiva inderdaad een therapeía kath'holon impliceren ten aanzien van de zeker au serieux te nemen hedendaagse societas inconfidentia, zowel qua erkenning van de ex cathedra-functie van 'native tongue' én (!!!) de maternale inclusie van sommige compatriotten en 'des immigrées' die samen een gelaagde taal moeten leren spreken met elkaar opdat ze de wereld niet in brand zetten, wie weet. Maar laat het niet uitschijnen als een waardenvrije wetenschappelijke discipline, noch als een taaltransparante republiek van gelijkgezinden, die ooit zou gerealiseerd worden in één of andere utopische tijd. Want dat is spelen met vuur.

Eerlijk gezegd vind ik in het in het algemeen 'awesome' hoe 'viraliteit' vandaag tot een begrip is gekomen. 'Awesome' dien je te begrijpen als ontzagwekkend. En dat is misschien nog wel de beste verwoording van
hoe het protest van de bloggende internetgeneratie verschilt van de wijze waarop gezag wordt begrepen in de klassieke termen van kerk en staat. De kerk wekt gezag op via geldingskracht die liefst als vertrouwen wordt beleefd en niet als wantrouwen, en dit in een narratieve taal. De staat wekt gezag op via objectiveerbare waarheden die gebaseerd zijn op representatieve feiten gesubsumeerd onder algemenere categorieën, en dit in een formele taal.

Maar de viraliteit van het internet is op een eigen manier ontzagwekkend omdat het multimediaal gedeeld wordt door en doorheen verschillende crossgenerationele gender- en cultuurinstanties die buiten het traditionele spectrum van kerk en staat vallen (vielen ?) en zo iets in beweging kan zetten.

Toegegeven, vandaag leven we in een tijd van spanning tussen, enerzijds, viraliteit als 'sharing is caring', en anderzijds, viraliteit als 'fake-news'. Het is hoegenaamd niet makkelijk om dat onderscheid helder voor ogen te houden en velen (waaronder ik) vervallen makkelijk tot een totale afwijzing van al die gemediatiseerde promo-campagnes omdat ze eigenlijk een soort gecommercialiseerde propaganda kunnen vormen voor hoegenaamd onheilige doeleinden (niet in het minst voor fundamentalisten van allerlei aard).

Anderzijds stel ik me ook eerlijk de vraag in welke mate het eigensoortig gezag van kerk en staat die spanning inzake de dubbelzinnige viraliteit (dus als 'sharing-is-caring' en als 'fake-news') kan verzwakken (pas op: ook kan versterken), zonder de eigen gezagsfunctie van het internet te recupereren en te claimen als een verloren zoon of een barbaar die inburgert. Het potentieel van de bloggende internetgeneratie mag mijn inziens niet onkritisch opgeslorpt worden door kerk of staat, alsof het om oud nieuws zou gaan, daar zal ik altijd voor strijden! Maar het kan hoogstwaarschijnlijk ook niet zonder hen de strijd aangaan inzake de onderscheiding tussen viraliteit als 'sharing is caring' en viraliteit als 'fake news'.

In elk geval bedankt voor je bijdrage,

Met vriendelijke groet,

Andreas Lauwers

   

Andreas Lauwers,

Bedankt voor je antwoord.
We mogen natuurlijk nooit vergeten dat wat wij op grond van wetenschappelijke feiten geloven ook niet anders dan een geloof is en dat logischerwijs alles mogelijk is.
Het is dus logisch mogelijk in een God te geloven, ook zonder dat daar enig bewijs voor is. Wetenschappelijk geloof berust echter zowel op een logische denkwijze als op de veronderstelling dat de wereld geordend is. Alles wat je daarbuiten gelooft is niet met wetenschap te verzoenen. Mensen die beweren dat zo een verzoening wèl mogelijk is zijn logisch inconsistent , òf hun beweringen hebben geen betrekking op de wereld waarin wij leven, dat kan natuurlijk ook.
Door de geschiedenis heen probeerden mensen zoals Anselmus het bestaan van God te 'bewijzen' uit een premisse die niet aantoonbaar was. Er was echter ook een middeleeuwse bisschop, Robert Grosseteste (1170-1253), die een echte theoretische oplossing zocht voor verschijnselen waar gewoonlijk God achter werd gezocht.
Grosseteste praatte niet zomaar een beetje Aristoteles na, wat veel middeleeuwse filosofen deden, nee, hij formuleerde zijn ideëen dermate precies dat men nu gedemonstreerd heeft dat die in computermodellen om te zetten zijn en dat daar werkelijk iets uitkomt wat min of meer met de waarnemingen overeenstemt. Bij mijn weten was dat uniek in de middeleeuwen. Hij was meer dan een filosoof, hij was misschien wel de eerste theoretische fysicus.
Zie The Ordered Universe Research Project Presents
Forming the Body of the Cosmos Robert Grosseteste’s ‘On Light’
Professor Tom McLeish, FRS, Durham University Dr Giles Gasper, Durham University Professor Richard Bower, Durham University
https://youtu.be/txK-ahisIwc
Tegenwoordig is men in staat vanuit een aantal elementaire aannames die in empirisch onderbouwde natuurkundige wetten zijn vastgelegd een beeld van de kosmos uit te rekenen wat tot in detail met de waarnemingen overeenkomt; daarvan is in de genoemde film een mooi voorbeeld te zien. Nogmaals, dat is geen bewijs van de waarheid van die natuurwetten, maar kan daar werkelijk iets substantieels tegenover gezet worden wat op een God wijst? Mij dunkt dat gelovigen hier met lege handen staan.

   

"Mij dunkt dat gelovigen hier met lege handen staan."

Ja, en dat is maar goed ook, als God in onze handen valt ie-ie nog niet jarig!

Ik heb voor het eerst weer eens met belangstelling zitten lezen,, jongens, en zou ook best een steentje willen bijdragen, want daar ben ik best eigenwijs genoeg voor.
Maar helaas beschik ik niet over de vereiste vocabulaire.
Want zo'n Sprachspiel als "En bovenal, noem het dan gewoon een Sprachspiel, min of meer toegankelijk voor adultatieven met een T1-taal Plus. Indiceer het dan gewoon als de operationele illusie van een 'sheperd-game' van verveelde taaljunkies, hypertekstuelen die een soort 'extensible markup language' construeren om over en met 'the linguistically challenged' ("à l'étranger, nous sommes tous des enfants") te spreken in een particulier betekenisregister dat bol staat van immersie. Dit kan mea perspectiva inderdaad een therapeía kath'holon impliceren ten aanzien van de zeker au serieux te nemen hedendaagse societas inconfidentia, zowel qua erkenning van de ex cathedra-functie van 'native tongue' én (!!!) de maternale inclusie van sommige compatriotten en 'des immigrées' die samen een gelaagde taal moeten leren spreken met elkaar opdat ze de wereld niet in brand zetten, wie weet. Maar laat het niet uitschijnen als een waardenvrije wetenschappelijke discipline, noch als een taaltransparante republiek van gelijkgezinden, die ooit zou gerealiseerd worden in één of andere utopische tijd. Want dat is spelen met vuur." gaat ver boven mijn kunnen.

Ik kom niet verder dan simpele zinnetjes, dat God blij mag zijn dat hij niet in onze handen kan vallen bijvoorbeeld, en als ik dat zo onder elkaar zie staan denk ik dat ik beter kan gaan breien. Het is wat je noemt 'géén gezicht'!
En in de lach schieten als je leest dat de deftige Katholieke Universiteit van Leuven in de wandeling KUL genoemd wordt komt ook niet te pas.
Dus hou ik me maar sjaakies. Maar wens jullie wel veel succes!

   

Sofia,

Wie wens je veel succes!? De theologische faculteit van de KUL of de geen-flauwe-kul geestverwanten van Robert Grosseteste? Die eerste kan niet zonder want die is de a priori vader van de gedachte. De anderen wensen dat ze in vrjheid hun weg kunnen zoeken en te zien waar ze komen. Daar zijn ze een heel eind mee gekomen.

   

Iedereen die probeert om onafhankelijk te denken, Bert. Mezelf incluis.

   

Neo-Cynicus,

Ik hoop dat je het mij niet kwalijk neemt om van God als de vermeende bron van alles over te springen naar kwantumfluctuaties als bron van alles.
Hieronder zomaar een overweging waar ik vaak mee bezig ben. Filosofie van de koude grond.
Biologische evolutie bedient zich van een vocabulaire van eiwitspecificaties (DNA), mutaties, waarvan de meeste neutraal zijn, sommige fataal en ook een enkele die een stap vooruit betekent.
Dat biologische evolutie werkt hoeft geen betoog, maar er zijn al genoeg experimenten gedaan die aantonen dat mechanische evolutie eveneens werkt. Ook daar is er geen programma wat bij iedere kunstmatige mutatie een beter of slechter resultaat oplevert, meestal is dat neutraal. Blijkbaar is biologisch DNA of het mechanische equivalent daarvan robuust, het laat zich gewoonlijk niet zomaar veranderen. Je kent ook het verhaal van Richard Dawkins over memes, ook een evolutiemechanisme maar dan met een vocabulaire van begrippen als equivalent van DNA. De vraag is of evolutie geen universeel proces is en dat leven, ja zelfs materie en het universum geen producten van evolutie zijn en of daarbij eveneens equivalenten van DNA kunnen worden aangewezen. Wat wij materie noemen blijkt uit vacuümfluctuaties te bestaan en er bestaat eigenlijk een hele vocabulaire van zulke fluctuaties, die ook nog spontaan gevormd kunnen worden (virtuele deeltjes). Vormt dat het kosmische DNA? Kosmische evolutie hoeft niet snel te gaan, er is immers aan tijd geen gebrek. Alles wat mogelijk is kan uiteindelijk realiteit worden. Wat daarvan beter, slechter of neutraal zijn is wéér een andere vraag. Is het idee dat die vraag rond mensen draait juist of is dat weer net zo'n idee als de aarde als middelpunt van het heelal? Je wéét het niet.
Is God de veroorzaker van die kwantumfluctuaties? Misschien, maar dan is hij verder nergens voor nodig.

   

Waar is iedereen gebleven?

   

Dag Bert,

ik vroeg het me ook af en dacht dat de site gestopt was.

Maar blijkbaar heeft niemand er nog zin in.

   

sevenclock en xiaozhengm hebben er nog wel zin in blijkbaar!

   

Bert ik heb als het goed is voor elkaar dat je hier mag gaan bloggen. kan je dat bevestigen?

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie