Een viertal mystieke milieureflecties over het Zum-(her)aussterben-sein

In de blog: De Neo-Cynicus reacties: 1 pdf print

Van een beetje mystiek is nog niemand gestorven ;-) Vandaar dan ook dit viertal mystieke milieureflecties, voorafgegaan door een klaar en onderscheiden duiding binnen het actuele kader. Lezen maar! Of kan/moet je er ook iets aan doen? Gelatenheid of activisme?

De kracht van verandering

De klimaatverandering heeft een impact op onze drinkwatervoorraad. De mens drinkt alleen zoet water en dat komt voor een groot gedeelte van smeltende gletsjers.

Amper 2,75 procent van al het water op aarde is zoet. Daarvan zit iets meer dan twee procent in gletsjers. Een ijskap werkt als een soort spiegel voor de zon: negentig procent van de stralen wordt gereflecteerd en dus niet omgezet in warmte.

De zee absorbeert daarentegen wel veel warmte. De gevolgen liggen voor de hand, hoe minder ijs er is, hoe sneller de watertemperatuur stijgt en hoe sneller het ijs verdwijnt. De gletsjers smelten dan ook in een razendsnel tempo weg en daarmee ook ons zoet water. Onze watervoorraden blijven dus slinken.

De uitdroging van waterbronnen is in de voorbije vijftig jaar verdriedubbeld. Vandaag leeft tachtig procent van de wereldbevolking in een gebied waar het risico op watertekort groot is. Het wordt steeds moeilijker om elke plaats in de wereld van drinkwater te voorzien. In 2050 zullen meer dan zeshonderd miljoen mensen geen toegang meer hebben tot zuiver water.

Vooral in het Midden-Oosten en in Australië kan het watertekort nijpend worden. Met als gevolg: de opwekking van een stroom aan klimaatvluchtelingen op zoek naar het Beloofde Land in een wereld die lijdt aan zijnsvergetelheid aangaande de Europese rol van Isis (niet IS) in de vruchtbaarheid van regelmatige overstromingen.

De aarde bekeken vanuit de hemel

Planeten verschillen van andere hemellichamen, ondermeer inzake hun vorm: planeten hebben veeleer een bolvormig karakter.

Planeten verschillen van andere planeten, ondermeer inzake hun inhoud: sommige planeten bestaan bijvoorbeeld uit vloeibare gassen, anderen uit verhard materiaal.

Daarnaast kan men nog een derde criterium hanteren om over planeten te spreken. Men neemt dan de gelaagdheid van de bol in beschouwing.

Meest bekend is de zogenaamde ‘opper-vlakte’ van de bol, de uiterste laag van de bol. Onder die oppervlakkige laag, liggen andere lagen van de bol. Deze vormen de, minder bekende, ‘onder-vlakte’ van de bol.

De ondervlakte van een planeet bestaat uit verschillende lagen. De ontdekte lagen bedekten telkens andere lagen en bijgevolg leidt de ontdekking van de ene laag tot de ontdekbaarheid van de volgende. Uiteindelijk zou men tot een ultieme laag komen: de kernfusie van de bol, waarin de omtrek van de cirkel samenvalt in zijn oorsprong.

Aan de oppervlakte van de bol zouden zich tekenen voordoen aangaande de bewegingen in de ondervlakte van de bol. De oppervlakte zou lijden onder plotse bevingen die de oppervlakte van de bol doen barsten doordat lagen uit de ondervlakte zich onder en boven elkaar herschikken. Ook zou de oppervlakte lijden onder plotse uitbarstingen die de oppervlakte bedekken met een nieuwe bovenlaag, één die stamt uit de laagste onderlaag en die de ultieme laag uit de kernfusie van de bol zou laten ontdekken.

Zodoende zouden de bewegingen van de inhoud van een planeet de vorm van de planeet bedreigen: met elke beving en uitbarsting wordt zijn oppervlakte door de ondervlakte herschikt en wordt de perfecte omtrek van de cirkel ten aanzien van zijn middelpunt verstoord.

Binnen deze redenering zou de bolvorm van de planeet verklaard moeten worden vanuit een inhoudelijke vormgeving die de perfecte omtrek van de cirkel ten aanzien van zijn oorsprong momentaan verstoort, maar daarna ook herstelt op basis van een herbronning.

Het is echter de vraag of die herbronning geen nieuwe blokkering instelt van andere kanalen waarin de aarde stoom kan/kon aflaten om de druk in de ondervlakte leefbaar te houden.

De hemel bekeken van op de aarde

De differentia specifica van de planeet Aarde ten opzichte van andere planeten is het fenomeen van grote hoeveelheden vloeibaar water aan het aardoppervlak. Het is bijgevolg eigen aan de aard van de Aarde dat zij relatief regelmatig verschijnt en verdwijnt daar waar het water relatief regelmatig verdwijnt en verschijnt.

Men kan de Aarde niet los denken van de waterstromen die haar verdelen en indelen in verschillende landmassa’s. Die structuur van de relaties tussen de delen van het geheel loopt vaak grotendeels overeen met de erfenis van de tektonische platentektoniek en astrofysische gebeurtenissen eigen aan een planeet in een zonnestelsel.

Maar toch zijn er ook verschillen. Er is namelijk een dynamiek werkzaam in het oceaanwater dat de gaten opvult die ontstaan door bevingen en uitbarstingen en komeetinslagen. Dit water is namelijk voornamelijk zout, afkomstig van de steenlaag die de afgekoelde korst vormt van de gelaagde bol vol vuur. Inherent aan dat zoute water is de wijze waarop het een transformatie herbergt van zout naar zoet en weer terug.

Het zoute water wordt doorheen een proces van verdamping opgenomen als vormloze wolken die op winden drijven doorheen het bovenaardse. Zij storten zich, ontdaan van het zout der aarde, op het aardoppervlak en komen terecht in verzamelplaatsen van het onderaardse.

Deze verzamelplaatsen volgen tenslotte de weg van de minste weerstand en keren uiteindelijk huiswaarts via een netwerk van rivieren die bij hun uitmonding ophouden te bestaan, opgenomen in de zee ontstaan door bevingen, uitbarstingen en door aanslagen vanuit de ruimte, voorbij de hemel: van zoet naar zout.

Over de oneindigheid van hemel en aarde

Men zou denken dat de cycli van hemel en aarde oneindig perfect rond blijven draaien en zodoende de wereld blijft doordraaien. Die kringloop kan men echter op twee manieren benaderen.

De eerste gaat uit van de tekenrelatie tussen de gebeurtenissen aan de heetgeblakerde oppervlakte en de bewegingen in de vurige ondervlakte. De tweede gaat uit van de transformatie die verschijnt doorheen de vormloosheid van het water.

Wanneer de wolken zich, soms tranend, soms druppelend, soms onophoudelijk uitstorten in de verzamelplaatsen, ontstaat niet alleen een voedende plek waar het verschil tussen jager en prooi op de uitgedroogde oppervlakte momentaan verstoord wordt. Er ontstaat meer. Er onstaat namelijk ook een andere relatie tussen oorsprong en vernieuwing, verschillend van het leven dat geregeerd wordt door het verschil tussen jager en prooi onder de harde zon van de savanne.

In termen van de voornoemde tekenrelatie beeft de oppervlakte door de dreigende uitbarstingen van de ondervlakte. Met de bibber op het lijf herstelt men zich dan omwille van de mogelijke herhaling van het natuurgeweld. In termen van de transformatierelatie wordt de aard van de Aarde echter niet begrepen als een uitgedroogde blokkering van de onderdrukte vitaliteit van de kernfusie.

In die andere manier van denken wordt de aard van de Aarde vooreerst zoet begrepen als hetgeen zowel voedend is, maar ook als een rustplaats voor ter hemel gegane zielen, zachtjes naar beneden gedwarreld en fermenterend tot rijping gekomen op de bodem van de rustplaats.

Wanneer het haar dan teveel wordt, en zij uit haar oevers treedt, wordt de oppervlakte bedekt met een nieuwe laag, telkens opnieuw, voorspelbaar, maar niet afdwingbaar, noch controleerbaar. Die nieuwe laag vormt echter geen nieuwe, harde blokkering van de vitaliteit van de kernfusie. Die nieuwe laag is veeleer vruchtbaar en zorgt voor een heropleving van het onderstromingsgebied. Zij brengt nieuw leven voort, dat men kan verbouwen en waarin men kan wonen. Zelfs in de schaduw van de zon.

Over de eindigheid van de wereld

Men zou kunnen stellen dat men doorheen de tijd verhardt door het kunnen droog houden wanneer men tranen voelt opwellen of net verzacht door het niet droog kunnen houden wanneer men tranen voelt opwellen. Maar als het over dat vreemde ding gaat, genaamd ‘Aarde’, dan is de tijd gekomen om in de spiegel van het smeltende ijs te kijken: is dit de laatste wereld, vooraleer “de nacht” aanbreekt “waarin alle koeien zwart zijn” (systeemeester Hegel over Schelling’s systematische tekort aangaande diens Identiteitsfilosofie van Natuur en Geest).

Met vriendelijke groet,

De Neo-Cynicus

aka

Andreas Lauwers

Post Scriptum:

Wat was nu toch dat Zum-(her)aussterben-sein uit de titel? Voor de geïnteresseerde (waarschijnlijk onbestaande) lezers die mee 'back to the future' willen gaan (hopelijk niet terminaal) anno 2007: zie De ecologische wende tot het subject.


Reacties (1)

   

“Een conceptualisering binnen een kader dat aansluiting mogelijk maakt tussen de ecologische notie van equilibrium, de psychoanalytische notie van thanatos en de existentialistische notie van seinzumtode.” Schrijf je op een blog uit 2007 waar geen reactie op volgde.

Freuds doodsdrift als interne ondermijning en ridiculisering van ons gelukstreven snoert de anorexia de mond aan een volle feesttafel. Heeft ‘de mensheid’ ook een soortgelijke destructiedrift? Een macht van geweld die dynamisch regeert los van individuele mensen? Wat Walter Benjamin in zijn ‘Een kritische beschouwing van het geweld’ het zuivere, goddelijke geweld noemde.

Je vier milieureflecties deed me ‘Geweld’ van Slavoj Zizek nog eens uit het boekenrek nemen. Het bracht me opnieuw enkele uurtjes leesplezier. Bedankt.

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie