Welkom in Geel: een geschiedenis van de g

review door: Wouter Dierckx. reacties: 0 pdf print

Is de gezinsverpleging een thema waaraan een boek kan worden gewijd? Dit is niet de eerste keer dat die vraag wordt gesteld; de Nederlandse schrijver Jan Wolkers moet iets dergelijks hebben gedaan toen hij het verhaal 'De gezinsverpleging' pende. Overigens heeft hij het antwoord niet echt gegeven: het verhaal werd samen met vier andere verhalen opgenomen in de bundel 'Serpentina's petticoat'.

En nu is er dan het boek 'Welkom in Geel: een geschiedenis van de gezinsverpleging'. Een micro-geschiedenis, zou ik zeggen, omdat het tegelijk de geschiedenis is van alles wat er gebeurd is in één Belgische stad, in één gemeenschap van mensen, maar evenzeer van de vele vertakkingen die vanuit dat dorp vertrekken naar de hoeken van de wereld. Dat wijst meteen naar de belangrijkste ervaring van dit boek: het hele kleine van Geel krijgt door die vertakkingen een omvang die al snel de wereld lijkt te overspannen. Zo zie je dat de medische wereld van andere landen komt kijken naar wat er in Geel gebeurt, literair kom je te weten dat literaire figuren als Hendrik Conscience over het Geelse fenomeen schrijven, of dat Theo van Gogh overweegt om zijn iets meer bekende broer Vincent op te nemen in datzelfde Geelse fenomeen: de gezinsverpleging.

De kern van de gezinsverpleging is het principe om mensen met gedragsproblemen op te nemen in een pleeggezin, met het doel dat het leven in gezinsverband hen kan helpen genezen. Het principe heeft een lange geschiedenis in Geel, en is al in de 19de eeuw gecombineerd met een professioneel-medische begeleiding. Weliswaar is de medische begeleiding niet dezelfde als nu, en een eerste boeiende vertakking van dit boek is hoe je de behandelingen ziet veranderen, van aderlatingen en elektroshocks tot de meer pharmaceutische benaderingen van deze tijd. En weer is het toch het Geelse perspectief dat je hier ziet: geen uitgebreide studie dus, maar iets dat in deze micro-context beleefd wordt.

Vanwege de vele vertakkingen is het moeilijk om de rode draad van dit boek te vatten, en ik denk ook niet dat daarnaar gezocht is: wie daar een bezwaar in vindt dient dit boek niet te lezen. Beter is het om elk hoofdstuk uit dit boek te beschouwen als de start van een nieuwe vertakking. Zo wordt er redelijk wat aandacht besteed aan de dokters van de Geelse Kolonie, het instituut waar patiënten worden onderzocht en begeleid. Het biedt een mooie gelegenheid om te zien hoe een verschil in persoonlijkheid ook zijn stempel laat op vele mensen rond hen, waarbij het beter is te spreken van andere klemtonen of inkleuringen dan van goede of slechte dokters.

Verrassend zijn de ook de passages over de Tweede Wereldoorlog: in Geel blijft het verrassend rustig onder de nazi's, terwijl zowel mentaal gehandicapten als joden er verblijven, mensen die in andere gebieden in Europa beland zouden zijn in concentratiekampen. Kennelijk heeft een micro-geschiedenis ook zo waarde: de 'grote verhalen' van bv. het efficiënte nazistische vernietigen moeten hierdoor misschien ernstig worden gerelativeerd.

En ik kan dit boek enkel maar recht aandoen door nog wat andere vertakkingen te vermelden. Zo zijn er de verrassend slimme, of verrassend rustige patiënten, die ons eraan doen herinneren dat er niet alleen 'zotten' zaten in Geel. Iemand met een depressie kan immers ook geholpen worden door te leven in een gezin. En bovendien te werken: iets wat duidelijk wordt aangemoedigd in Geel, met hier en daar bijzondere gevallen die goed kunnen organiseren, rekenen of zelfs artistiek schilderen.

Hoe zit het ten slotte met de grauwere aspecten van de behandeling van mentaal gehandicapten, zowel op medisch vlak als in de gezinsverpleging? Dit boek is eerlijk genoeg om die aspecten te markeren, maar gaat er niet met zoveel woorden op in. Zo worden bepaalde behandelingen genoemd als: misschien nu bedenkelijk, maar normaal te noemen 'in die tijd'. Dat kan ik begrijpen, maar het had boeiend geweest te horen of men 'nu' denkt dat men dat toen beter anders had gedaan. Een ander voorbeeld is het aspect van de vergoeding die men krijgt om een patiënt in het gezin op te nemen. Voor veel arme boeren uit Geel was die vergoeding een significante verdienste, men kan dus verwachten dat een pleeggezin niet altijd uit menslievende bedoelingen een 'kostganger' ontvangt (dit is de aardige naam die de Geelse patiënten krijgen). Dat er soms problemen waren wordt in dit boek erkend, maar weeral komen er geen al te ernstige verhalen boven. De misbruiken werden in de gaten gehouden door een soort wijkopzichters die instonden voor het welzijn van alle kostgangers, en daarmee is de kous af. Het meest onfortuinelijke verhaal dat wel verteld wordt is dat van Jean, een Waal die vooral wat opstandig is in zijn jeugd en om voor hem onbekende redenen verhuisd wordt en in Geel wordt 'gestoken', zoals hij dat zegt. Het klinkt allemaal wat pijnlijk zonder echt kwetsend te worden, en uiteindelijk is ook dit verhaal zonder te veel weerhaken.

Niettemin blijft het boek in zijn geheel een mooie prestatie, net door die wisselwerking van het micro-verhaal van de gezinsverpleging, en de vertakkingen met de medische wereld, de literaire wereld, de sociale toestand van boeren, de oorlogstijd, en nog ettele meer (het verhaal telt 18 hoofdstukken, en minstens zo veel vertakkingen!). Doordat 'de weerhaken eruit zijn', is het bovendien een boek waar de Geelse stad en zijn burgers onverdeeld trots op kan zijn. Toch wil ik kwijt dat ook met enkele weerhaken dit het geval zou blijven: na lezen van dit boek is immers duidelijk wat een voorbeeld te nemen is aan de manier waarop de gezinsverpleging in Geel zijn gang is gegaan. Had Jan Wolkers Geel gezien voor hij over gezinsverpleging schreef, dan had zijn verhaal er heel anders uit gezien.



Reacties (0)

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie