Het objectivistische vooroordeel

review door: Wouter Dierckx. reacties: 0 pdf print

Het heilig huisje wetenschap, bestaat dat nog? Dat is een vraag die een lezer best beantwoordt voor hij aan dit boek begint (want eigenlijk is dit de kern van dit boek). Een snelle repliek kan zijn: dat niemand tegenwoordig nog gelooft dat de wetenschap een zoektocht is naar een absolute waarheid, en dat 'aan wetenschap doen' een menselijke praktijk is zoals alle andere. Die dan ook fouten kan maken, en dan komen we bij zoiets als het veelgeciteerde paradigma van Kuhn, dus dat wetenschap ook bepaald wordt door cultuur enzoverder.

Daarmee is het proces wetenschap echter weinig veranderd. Wetenschap blijft nog steeds doorgaan met zijn zoektocht naar waarheid, en zijn ideaal om alles wat bestaat, mens en natuur, tot in de puntjes te beschrijven. En wetenschappelijk beschrijven, dat betekent objectiveren: zoals een reclamemaker spreekt over 'de modale Belg' of de 'typische huisvrouw'. Deze begrippen zijn 'objectief' omdat ze losgeweekt zijn van hun context: het is niet van belang dat Vlaams Blokker Jules of huisvrouw Tanja opgenomen is in het onderzoek van de reclamemaker, zolang er maar een 'objectieve conclusie' (bv een gemiddelde) kan genomen worden op basis van de verschillende bekeken gevallen. Of nog: objectiveren betekent dat de concrete gevallen en hun (menselijke) verhaal er niet toe doen.

Het is dit ideaal van de wetenschap, en van alle experts die bv. tijdens het Belgisch tv-journaal worden uitgenodigd, dat Frederix aankaart in Het objectivistische vooroordeel. En meer bepaald het feit dat het menselijke aspect in deze objectiveringen compleet vergeten, geneutraliseerd wordt. Frederix volgt hier de denkrichting van de filosoof Rudolf Boehm, bij wie hij gestudeerd heeft. Waar Boehm pleit voor topische waarheden, verschillende soorten waarheid waarbij hun variërend belang voor de mens mede wordt duidelijk gemaakt, heeft Frederix het (binnenmonds in dit boek, en beter toegelicht in zijn oudere werk Wereld) het over perspectieven waarmee naar de wereld gekeken wordt. Dat het wetenschappelijk perspectief objectivistisch is, en dus eigenlijk mens-vreemd, ziet hij als een ernstig probleem. Bij Frederix krijg je dan ook de indruk van een standpunt dat zowel voor de hand liggend als vaak vergeten is: dat ons menselijk denken over van alles en nog wat toch nog steeds een terzijde is; iets dat maar van weinig belang is vergeleken met het ervaren, het menselijk in het leven staan zelf. Zo bijvoorbeeld, op p.124:

Objectiveren (identificeren) is zoveel mogelijk vergeten, verliezen van zichzelf en de leefwereld.

Meer nog dan filosofie, een cultuurkritiek

Dit standpunt over objectivisme is wat het boek als vertrekpunt interessant maakt ; dit standpunt zal echter wellicht meer zijn uitgediept in andere publicaties van Frederix. Het meer uitgewerkte punt van dit boek is een kritiek op de stelling die ik aan het begin van mijn tekst heb aangehaald: wetenschap is een menselijke praktijk zoals alle andere. Dat was ook het standpunt van Meyerson en Husserl, de twee filosofen die Frederix in zijn boek bestudeert. Elk op hun manier beschrijven hoe uit menselijke praktijken zoiets aparts als wetenschap kan ontstaan, zonder dat er sprake is van een breuklijn. Frederix neemt hier stelling tegen, en vervangt het door zijn idee van een perspectivische sprong. Vooral in het geval van Husserl werpt dat mooie vruchten af. Het beste voorbeeld bevindt zich op de pagina's 117 tot 132, waar Frederix in de eerste paragraaf Husserls analyse van het 'vervreemdende effect van wetenschap' beschrijft ('Vervreemding door traditie'), en in de tweede paragraaf daar zijn perspectivische variant tegenoverstelt ('Traditie door vervreemding'). Het is absoluut een verdienste van Frederix dat zijn alternatief een veel duidelijker beeld schept, terwijl hij evengoed recht blijft doen aan de zaken die Husserl heeft willen aanhalen. Ik geef hier kort aan waarom dit belangrijk is.

Frederix stelt dat het 'vergeten van de leefwereld' (zie het vermelde citaat boven) in het geval van een objectivisch denken een doel op zich is ; dat vergeten van de leefwereld is iets wat ook Husserl beschrijft, maar dan als iets typisch menselijks, en iets wat bijvoorbeeld ook gebeurt in het geval van menselijke geschiedenis (dat de details vergeten worden, en dat een navertelling nooit hetzelfde is als het menselijk ervaren ervan). Frederix maakt een duidelijke scheiding tussen deze twee gevallen: waar een objectivistisch vergeten en vervreemden al van bij de start een uitgemaakte zaak is, is een cultureel-historisch vergeten en vervreemden iets wat veroorzaakt wordt door de onvolmaaktheden van geheugen, taal en overlevering. Het lijkt me geschikt te vermelden dat veel navolgers van Husserl zijn wetenschappelijke analyse hebben links gelaten, maar zijn filosofie wel gebruikt hebben voor de studie van taal, cultuur en geschiedenis (zie bijvoorbeeld het werk van Gadamer). De scheiding die Frederix hier maakt tussen cultuur (als op de mens betrokken) en objectivisme (als a-historisch en a-contextueel) kan dit mede verklaren.

En toch nog filosofie

Ook al is de cultuurkritiek van Frederix steeds aanwezig, dit werk blijft op het eerste zicht een complex, fundamenteel onderzoek dat tot in de kleinste details is uitgewerkt. Dat heeft zowel voordelen als nadelen. Voordeel is er voor de dilettant-lezer die de grootste moeite heeft gehad om Husserl te begrijpen: belangrijke aspecten van Husserls opvatting over kennis en wetenschap (mijns inziens de moeilijkste kost waar het Husserl betreft) worden door Frederix bijzonder nauwlettend opgehelderd. Voordeel ook is er voor de Husserl-kenner die voor inspiratie van nieuwe inzichten liever een interpretatie van diens werk leest dan de oorspronkelijke werken zelf.

Nadeel dan weer is er voor de lezer die geen boodschap heeft aan zoveel detail. Frederix valt nooit met de deur in huis: elk standpunt tegen Husserl wordt voorbereid door eerst Husserls positie uitgebreid toe te lichten, en vanwege de compactheid waarmee Husserl schrijft, wordt ook Frederix' analyse hetzij moeilijk te begrijpen bij een vluchtig lezen, hetzij hopeloos uitgebreid. Wat het ook zij, vaak moet je als lezer geduld tonen om de fijnere aspecten van het boek te vatten.

Niettemin is het 'perspectief' van Frederix een verfrissende kijk op een thema dat totnogtoe op het verkeerde plan lijkt te zijn gestreden: in plaats van te stellen dat wetenschap al dan niet een menselijke praktijk is, zit er duidelijk meer stof tot nadenken in de stelling dat wetenschap meer dan minder van belang is voor alle andere menselijke praktijken, en voor het menselijk ervaren zonder meer.

Lode Frederix is Doctor in de Wijsbegeerte. Hij studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zowel 'Het objectivistische vooroordeel' als zijn vroegere boek 'Wereld' zijn te verkrijgen bij uitgeverij Garant.



Reacties (0)

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie