Herinnering : een ethiek voor vandaag

artikel door: Broos Delanote. reacties: 0 pdf print

Zijn wij moreel verplicht te herinneren? Is er een ethiek van de herinnering? Ben ik genoodzaakt de ander te vergeven? Deze vragen wenst de Israëlische filosoof en schrijver, Avishai Margalit in zijn boek “Herinnering : een ethiek voor vandaag” te beantwoorden. Margalit is internationaal bekend en ontving in 2001 de ‘Spinozalens’ voor zijn bijdrage aan het ethische debat.

Vooraleer we deze vragen proberen te beantwoorden, is het belangrijk het onderscheid aan te halen dat Margalit maakt tussen ethiek en moraal. Ethiek zegt ons aldus Margalit “hoe we onze sterke relatie [dit zijn de relaties met onze naasten en dierbaren] moeten regelen, terwijl moraal ons zegt hoe we onze zwakke relaties [dit zijn de relaties die we met alle (andere) mensen hebben] moeten regelen” (p. 15). Hierbij is moraal gebaseerd op respect en vernedering, terwijl ethiek gesteund is op loyaliteit en verraad. Een goede ethische relatie is steeds moreel, maar niet elke morele relatie is een goede ethische relatie. Wanneer ik bijvoorbeeld mijn naaste behandel zoals ik een vreemde hoor te behandelen is deze relatie moreel, maar daarom is ze nog geen goede ethisch relatie. Deze opdeling tussen moraal en ethiek, waarvan Margalit beweert schatplichtig te zijn aan Bernard Williams, roept enkele vragen op. Zo kunnen we ons afvragen of onze sterke en onze zwakke relaties inderdaad op andere principes gebaseerd zijn. Ook lijkt het in de praktijk helemaal niet zo eenvoudig een grens te trekken tussen onze relaties. Margalit erkent dit probleem en verklaart dat we een sterke relatie hebben “met wie we een historische band hebben, en niet slechts een toevallige kortstondige ontmoeting” wat dan weer een zwakke relatie vormt. Hiermee is het onderscheid zeker niet eenduidig gedefinieerd, toch is deze essentieel voor wat volgt.

Onze sterke, ethische relaties worden gekenmerkt door zorg, terwijl we moraal nodig hebben om dié relaties te regelen waar geen zorg aan te pas komt. Zorg ontstaat door terug te kijken naar het verleden. De herinnering, die dus nauw verbonden is aan zorg, is vooral van belang in onze sterke relaties. Vandaar dat ethische handelingen teruggrijpen naar voorbeelden, terwijl morele handelingen, volgens Margalit, gefundeerd worden in principes. Enkel met betrekking tot de misdaden tegen de menselijkheid – wat volgens Margalit tot de moraal behoort – maakt hij een uitzondering en erkent ook hier het belang van de herinnering.

In wat volgt gaat de auteur voorbij aan de ethische plicht van het individu om te herinneren en beschouwt hij de rol die de gemeenschap idealiter heeft met betrekking tot het herinneren. Hierbij is het belangrijk een onderscheid te maken tussen twee vormen van herinnering. Enerzijds de ‘gemeenschappelijke herinnering’, die ontstaat wanneer een bepaalde groep mensen zich een gebeurtenis herinnert. Hier hebben we weinig of geen controle over en een ethisch of moreel oordeel kan niet geveld worden. Anderzijds de ‘gedeelde herinnering’, die verschillende perspectieven op een bepaalde gebeurtenis samenbrengt tot één herinnering. Dit veronderstelt communicatie tussen verschillende mensen en hier speelt de ‘plicht tot het herinneren’ een rol.

Als ‘gemeenschap’ worden wij moreel verplicht bepaalde zaken te onthouden wat niet wil zeggen dat wij als ‘individu’ deze plicht hebben. Volgens Margalit spruit onze morele plicht te herinneren “voort uit de poging van de radicaal kwade krachten om de moraal zelf te ondermijnen, door onder meer het verleden te herschrijven en de collectieve herinneringen te beheersen” (p. 71). Vanuit moreel opzicht zijn we dus verplicht bepaalde zaken te herinneren. Toch ‘behoren’ we dit volgens Margalit ook vanuit ethische overwegingen te doen. Aangezien niemand verplicht is om ethische relaties aan te gaan, is dit geen ‘plicht’ maar wel een ‘aanmaning’ willen we de sterke relaties met anderen gezond houden. Om twee redenen behoren we vanuit ethische overwegingen te herinneren: “in het belang van het goede in de relatie en in het belang van het goede van de relatie” (p. 89). De eerste reden houdt verband met het feit dat wij, volgens Margalit, allen hopen na de dood herinnerd te worden door onze dierbaren, en misschien zelfs door een gemeenschap. De tweede reden is om het goede van deze relatie op zich. Een ethische relatie kan enkel goed zijn, en blijven, wanneer zorg een belangrijke rol speelt in deze relatie. Volgens Margalit is deze zorg afkomstig uit “de herinnering aan vroegere emoties, aan grote solidariteit in moeilijke tijden, en misschien aan vijandschap tegenover een gemeenschappelijke vijand” (p. 118).

Dit brengt ons tot de problematiek van het vergeten en het vergeven. Vergeven kan niet voortkomen uit het louter vergeten van de gebeurtenis. Wanneer we iemand iets vergeven moeten we het feit herinneren en bewust geen aandacht meer spenderen aan de wrok of aan de rancune gevoelens. Margalit koppelt de herinnering van een emotie los van de herinnering van een gebeurtenis. We dienen de emoties te vergeten die deze gebeurtenis met zich meebrengt Wanneer iemand bijvoorbeeld het slachtoffer geweest is van een marteling, zal deze zich de lichamelijke letsels die hem werden aangedaan herinneren. Wanneer hij deze gebeurtenis zal herbeleven zal hij zich eerder de toenmalige emoties herinneren. De herinnering aan emoties zijn een herbeleving van die emoties. Pas wanneer we een bepaalde gebeurtenis herinneren en hierbij niet de emoties van wrok of rancune herbeleven, hebben we iemand vergeven.

Verder vraagt Margalit zich af of we verplicht zijn anderen te vergeven. Volgens hem zijn we dit helemaal niet verplicht aan de anderen, waarmee we al dan niet een sterke relatie hebben, laat staan aan hen die ons ‘onrecht’ hebben aangedaan. Zijn we dan verplicht aan onszelf om de ander te vergeven? Margalit beschouwt hierbij de relatie die iemand tot zichzelf heeft als een bijzonder geval van een sterke, ethische relatie. Ben ik moreel verplicht de andere te vergeven omdat ik zelf niet met die wrok en rancune gevoelens moet blijven leven? De auteur gaat niet zo ver om hieruit een algemene plicht tot vergeven te erkennen. Indien mogelijk, en dit is afhankelijk van de aard van de misdaad, is het aan te raden om te vergeven. Niet omwille van iemand anders maar omwille van de relatie met jezelf.

Margalit maakt een onderscheid tussen ‘bijvoorbeeld-filosofen’ – deze gebruiken voorbeelden om een filosofisch punt te maken - en ‘dat wil zeggen-filosofen’ – die vooral definities gebruiken. Hij geeft zelf aan tot de eerste categorie te behoren wat duidelijk merkbaar is. Zijn boek bulkt van de voorbeelden en casestudies die zowel autobiografisch, historisch als literaire fictie zijn.

“Herinnering : een ethiek voor vandaag” van Avishai Margalit is een vlot leesbaar boek. Toch missen we de confrontatie met vele contemporaine filosofen die zich met deze problematiek hebben beziggehouden. Dat Margalit ervoor gekozen heeft vele voorbeelden vaak enkel illustratief te gebruiken eerder dan enkele voorbeelden of cases uit te werken, wordt bij de lectuur van dit werk dan ook soms als een gemis ervaren. Dit boek kan als een verdienstelijke bijdrage worden beschouwd in een actueel debat met relevante vragen en antwoorden die op zijn minst een aanzet tot verdere discussie kunnen zijn. Avishai Margalit, Herinnering : een ethiek voor vandaag, vert. door Ineke van der Burg, Amsterdam : SUN, 2006, 175 pag., ISBN 9085062845



Reacties (0)

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie