Een geschiedenis van onze goden

review door: Wouter Dierckx. reacties: 6 pdf print

Het boek begint in elk geval veelbelovend. In het eerste deel, zowat de eerste 100 pagina's, bespreekt Lenoir de primitieve wortels van het religieuze gevoel, zowel in de jager-verzamelaarculturen als in de eerste beschavingen (culturen als Mesopotamië, Egypte, de Maya's, en ga zo maar voort).

Het wordt al snel duidelijk dat Lenoir vooral informatie van verschillende bronnen en onderzoekers in dit boek wil samenbrengen, maar zijn bindtekst daartussen maakt van het geheel een goed te volgen verhaal. Interessant is hoe de ontwikkelingen hier ook laten zien hoe een mens met geweld en schuld anders leert omgaan, en hoe die andere manier niet noodzakelijk een verbetering is. De vele offers van de Maya's bijvoorbeeld worden begrijpelijk gemaakt via het zondebokprincipe. Dit principe wordt onhoudbaar in de meer 'beschaafde' godsdiensten die erna komen waar iedere gelovige gelijk is, maar zal in latere tijden ook de deur openen voor bekeringsoorlogen zoals de kruistochten...

Dit soort interessante denkpistes is echter, zonder aankondigingen, plots verdwenen als Lenoir met het tweede deel komt aanzetten. Hier start hij systematisch met een sneltreinbespreking van de diverse wereldgodsdiensten, beginnend bij het oosten (confucianisme, hindoeïsme, boeddhisme), om dan via de Griekse en Perzische cultuur over te gaan naar de monotheïstische godsdiensten (jodendom, christendom, islam). De lezer kan niet anders dan zich afvragen: waarom deze informatie, wat wordt hiermee bedoeld? Lenoir doet zijn best om de vertelling levendig te houden door zich niet te beperken tot de noodzakelijke informatie, en ook de diverse omwentelingen in de islam of het christendom voldoende te beschrijven. Maar voor wie niet zat te wachten op een algemene Inleiding in de godsdiensten, en die bovendien maar weinig extra's verteld ten opzichte van andere bronnen, blijft dit stuk, de overgrote meerderheid van het boek, een onnodig tijdverlies. Er wordt immers nergens, maar dan ook nergens een verband geschetst, een verklaring gegeven voor een bepaalde ontwikkeling van de ene religie zoals ze is, of wat het grote verschil is met een andere religie. Je kunt de hoofdstukken dus los van elkaar lezen.

Op het einde dan, na een bespreking van het animisme die met de paar pagina's waarop ze geschreven is te licht moet worden bevonden, wordt enigszins duidelijk wat Lenoir wil doen. Pas hier, in een conclusie die zo'n 30 pagina's duurt, betreedt Lenoir het voetlicht om zijn standpunt te tonen. Ook dat moet, helaas, te licht worden bevonden. Inderdaad stelt Lenoir dat er iets universeels voorkomt bij verschillende godsdiensten, en hij haalt het werk aan van Yves Lambert, die stelt dat de ontwikkeling van de levenswijze van de mens gelijk opgaat met de soort godsdiensten die hij beleeft. Voor Lenoir betekent dat zoveel als: naarmate de wereld meer onttovert, wordt ook de religiebeleving afstandelijker, abstracter, en de terugval naar new age, oosterse godsdiensten enzovoorts die we nu meemaken laat zien dat de mens toch liever iets meer 'tover' in zijn leven ziet. Ook dat verhaal is me bekend, en ik heb niet de indruk dat Lenoir er een nieuw licht opwerpt. Yves Lambert, die misschien wel. Dus dat is nog Lenoir's verdienste: dat hij weet te vertellen waar wel interessante informatie te vinden is. Jammer genoeg is daar niet veel van in zijn boek te vinden.

Frédéric Lenoir is filosoof en godsdiensthistoricus en werkt als onderzoeker aan de Ecole des Hautes Etudes et Sciences Sociales te Parijs. Het boek is verkrijgbaar bij Uitgeverij Halewijck of Uitgeverij Ten Have.



Tags
geloof, Lenoir

Reacties (6)

   

Vanwege de geconstareerde tekortkoming van het boek van Frédéric Lenoir, heb ik het boek van de theoloog Hans Stolp weer uit de boekenkast gehaald en zal ik in een aantal blogs een antwoord geven waar Lenoir tekort is geschoten.

De samenhang van de verschillende religies

“Waarom is er meer dan één religie? Waarom zijn er meerdere, van elkaar verschillende religies? Daarover nadenkend, ben ik gaandeweg tot het inzicht gekomen dat we het eigen karakter van iedere religie pas werkelijk kunnen begrijpen en respecteren kunnen, wanneer we dit kunnen plaatsen in een groter verband. Dan kunnen we namelijk zien wat de geheel eigen bijdrage van elke religie aan het geheel van de ontwikkeling van de mensheid is. Geen enkele religie staat immers op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van een geheel en levert een beslissende bijdrage aan dat geheel. Wil je daarom een bepaalde religie leren begrijpen, dan is het belangrijk dat geheel te overzien. Juist vanuit dat geheel krijg je zicht op het heel eigen karakter en op de bijzondere kenmerken die elke religie maken tot wat zij nu is. Dat de islam bijvoorbeeld de laatste grote religie is en daarmee zeer waarschijnlijk de reeks grote religies definities afsluit, is een belangrijk gegeven dat noodzakelijk is om de plaats van de islam in het geheel van de religies te leren begrijpen. En dat het hindoeïsme de eerste grote religie was, kenmerkt deze religie tot op de dag van vandaag: het is doortrokken van een groot heimwee naar de wereld die de mens zojuist verlaten had. En zoals het hindoeïsme de meest hemelse religie is, want meer op de hemel dan op de aarde gericht, zo is de islam de meest aardse religie. Hij belichaamt vooral de opdracht van de mens om de áárde als woon- en leefwereld te kiezen.
Deze karakteristieke kenmerken van iedere religie worden als vanzelf duidelijk wanneer we de samenleving overzien. Vanuit het geheel krijgen we inzicht in de heel verschillende opdracht die elke religie in haar tijd en binnen de eigen cultuur te vervullen heeft. Alleen daardoor leren we het eigen karakter van iedere religie met verwondering te begrijpen en dat met een groot respect tegemoet te treden. En als er iets nodig is in onze tijd, dan is het inzicht in en begrip voor het eigene van iedere religie.

In dit boek wil ik dan ook de verschillende religies op een rij zetten en nagaan wélke opdracht elke religie dan wel te vervullen had, en wat nu precies de geschenken zijn die deze religie aan de mensheid te geven had. We mogen immers zeggen dat elke religie de mensheid een geheel eigen geschenk heeft gebracht en daarmee een geheel eigen bijdrage heeft geleverd aan het geheel. Al die geschenken sámen hebben de huidige mens gemaakt tot datgene die hij nu is. Ze waren en zijn – geen enkele religie uitgezonderd – noodzakelijk in het geheel van de evolutie, en niet één kan er gemist worden. Daarom is elke religie niet alleen zinvol, maar zelfs noodzakelijk voor de geestelijke ontwikkeling van de mensheid. Maar daarover meer in de hoofdstukken die volgen.

Uitgangspunten

Voordat ik begin met hert eigenlijke thema van dit boek, wil ik graag duidelijk maken vanuit elke houding en overwegingen ik dit boek geschreven heb.
Bij mijn beschrijving van de verschillende religies volg ik de inzichten van de esoterische traditie. Wat deze traditie precies inhoudt en waarin zij afwijkt van de traditionele manier om religies te beschrijven, leg ik in hoofdstuk 4 uit. Maar nu alvast wil ik duidelijk maken dat u in dit boek geen ‘standaard’beschrijving van religies moet verwachten. Die zijn er al genoeg. Maar naar mijn mening is het voor de noodzakelijke dialoog tussen de verschillende religies van groot belang om ook de inzichten van de esoterische traditie daarbij te betrekken.
Ik kom zelf uit de christelijke traditie. Dat zal best merkbaar zijn in de beschrijvingen en overwegingen in dit boek. Wat mij betreft is dat ook prima: ik schrijf niet als wetenschapper, maar gewoon op eigen titel, als een mens voor wie het thema van dit boek belangrijk is en die daarom zijn inzichten graag met andere mensen wil delen. En daarom mag het best zichtbaar zijn wat de achtergrond van de schrijver is. Maar wel heb ik geprobeerd zó te schrijven dat iedereen, of hij nou wel of niet godsdienstig is, zich uitgenodigd voelt mee te denken en zich niet bij voorbaat buitengesloten voelt.

Ik pretendeer niet dat ik gelijk heb met de overwegingen, inzichten en conclusies die ik in dit boek presenteer. Ik kan alleen maar zeggen: zo heb ik met dit thema geleefd, en tot deze inzichten ben ik gekomen. Kunt u er wat mee: laat u dan inspireren. Kunt u er niets mee, leg dit boek dan rustig ter zijde. Het gaat me er niet om een objectieve waarheid te brengen – als die bestaat – maar gewoon om eigen inzichten naar beste weten door te geven aan wie maar geïnteresseerd is en mee wil denken.”

Ter afsluiting van dit eerste deel ter inleiding, zal ik de verschillende hoofdstuktitels aan elkaar in zinnen vervatten, zodat duidelijk wordt waar dit boek zal uitkomen.

Het eerste hoofdstuk heeft de titel meegekregen ‘Zijn alle godsdiensten gelijk?’ en schept de basis voor het tweede hoofdstuk ‘Verschillende religies in je eigen hart tot een eenheid omsmeden’. De hoofdstukken 3 en 4 zijn in het grote verband minder relevant, maar hoofdstuk 5 wel: ‘Van groepswezen naar individu’. En daaruit volgt hfd 6: ‘Opvallende verschillen en overeenkomsten tussen religies’. Na bespreking van de oude, niet-monotheïstische religies, zoals het hindoeïsme, zoroastrinisme (Perzië), confucianisme, taoïsme en het (Chinese) boeddhisme, komt Stolp aan hfd 11 ‘De drie monotheïstische religies’, met in hfd 12 het jodendom, 13 het christendom en 14. Het slothoofdstuk ‘Van religie naar wenswording’ zal morgen in een vervolgblog worden geplaatst.

[bron: Hans Stolp, 'Aan synagoge, kerk en moskee voorbij. Van religie naar menswording'. Uitgeverij Ankh Hermes bv, Deventer, 2006, pp. 8-11]

De esoterist

   

Religies werden ooit uit heimwee geboren

“De mens verloor bij zijn afdeling vanuit de geestelijke wereld meer en meer de levende verbinding met de wereld van zijn herkomst. Hoe meer die verbinding verloren ging, hoe meer de mens zich verweesd en in de steek gelaten voelde. Dat proces, zo zagen we, wordt in de Bijbel beschreven als de verdrijving uit het paradijs. Het gordijn naar de geestelijke wereld ging langzamerhand dicht. De geestelijke wezens, de engelen, trokken zich geleidelijk terug om de mens de kans te geven op eigen benen te leren staan.

Religies waren een poging om alsnog een verbinding met de geestelijke wereld te creëren. Het woord betekent dan ook terugverbinding. Via rituelen, gebeden en meditaties werd er een brug gebouwd, terug naar de wereld die de mens achter zich had gelaten en die gaandeweg ontoegankelijk was geworden.

De afdaling van de mens én van de Zonnegeest

We zagen ook hoe de achtereenvolgende religies de mens begeleidden bij diens afdaling naar de aarde toe en bij diens opdracht om zich met de aarde te leren verbinden: elke nieuwe religie hielp de mens een stap verder te zetten op die weg.
De eerste religie, het hindoeïsme, was nog doortrokken van heimwee en hielp de mens om zich te verbinden met de geestelijke wereld, meer dan met de aarde. De rishi’s zagen de Zonnegeest leven in de sfeer van de zon, ver weg. Dat de mens vol heimwee terugverlangde naar de geestelijke wereld was op grond van de waarneming van de rishi’s logisch: de oneindige kracht van liefde, mededogen en barmhartigheid was dáár te vinden, in de geestelijke wereld, en niet op aarde.

De Perzische religie hielp de mens vervolgens om de aarde op de een of andere manier serieus te leren nemen en niet alleen maar terug te verlangen naar de geestelijke wereld. Dat kon deze religie doen omdat de stichter ervan, Zarathoestra, waarnam dat de Zonnegeest begonnen was aan een afdaling naar de aarde toe. Voor Zarathoestra was het duidelijk: als de Zonnegeest de aarde serieus neemt en er incarneren wil, dan heeft ook de mens de opdracht de aarde serieus te nemen. Met de Perzische religie begint de áárdse stroom van religies, terwijl met het hindoeïsme de hémelse stroom van religies begon.
In de Chinese religies wordt met name een juiste en evenwichtige levenshouding beoefend en benadrukt. Confucius brengt een wijsheid die op het praktische leven gericht is en Lao Tse brengt een diepzinnige mystiek die in het exoterische taoïsme echter wordt omgevormd tot een uitbundige volksvroomheid. Beide religies willen de heilige kosmische orde ook op aarde tot uitdrukking brengen en bewaren. Daarmee zijn het beide religies die tussen hemel en aarde in staan en die de mensen helpen om zich van het evenwicht tussen die beide werelden bewust te blijven.

Het boeddhisme brengt de kracht van mededogen en liefde naar de aarde toe. Boeddha kan dat doen omdat hij het kanaal voor de krachten van de kosmische liefde is die van de naderende Zonnegeest uitgaan. Als eerste mens is Boeddha in staat deze krachten op te vangen, ze in zijn hart mee te dragen en uit te stralen. Zo worden in en dóór Boeddha heen voor het eerst de grootse krachten van de waarachtige, universele liefde op aarde werkzaam. Nog altijd werken deze krachten door in het principe van geweldloosheid, in het vegetarisme, in de eerbied voor alles wat leeft en in het streven naar eenvoud dat in het boeddhisme zo sterk leeft.

Het jodendom – de tweede religie in de aardse stroom – wordt door de naderende Zonnegeest zelf uitverkoren en geleid bij het vervullen van zijn bijzondere opdracht. In het jodendom wordt voor het eerst de ontwakende kracht van het ‘ik’, van persoonlijkheid of het individu-in-wording zichtbaar. Daarmee wordt zichtbaar die de Zonnegeest zijn eigen wezen – Ik ben – in het joodse volk liet uitstromen om die op deze manier werkzaam te laten worden op aarde en in de mensheid. Door deze bijzondere ontwikkeling kon het joodse volk een historisch bewustzijn, het lineaire denken en een moreel bewustzijn ontwikkelen. Door dit alles kon het een grote stap verder zetten op de weg naar de aarde en het serieus leren nemen van de aarde.

In het christendom staat de figuur van Jezus Christus centraal. In hem kon de Zonnegeest tot de aarde afdalen, in hem kon hij zich belichamen en zo gaandeweg tot een aardse kracht worden omgevormd. Bij de dood van Jezus Christus aan het kruis werd de – tot aardekracht omgevormde – Zonnegeest in de sfeer van de aarde geboren. Van toen af aan begon hij de mensheid voor te bereiden op zijn geboorte in ieder mensenhart. Hij leerde hun de afgelopen tweeduizend jaar stap voor stap het eerste begin van zelfstandigheid. Hij leerde hun op eigen benen te staan en schonk hun de kracht daartoe. Op deze manier gaf hij de mensheid het allereerste begin van vrijheid. Die krachten waren nodig om de weg naar binnen te kunnen gaan en zo ruimte te scheppen voor de werking van het hoger zelf in de mens. De afgelopen tweeduizend jaar staan in het teken van de voorbereiding. Maar nu, na tweeduizend jaar is de mensheid zover dat het mogelijk wordt dat de allereerste krachten van de Zonnegeest en daarmee van het hoger zelf door het ego heen kunnen gaan oplichten. Het christendom vormt de derde fase in de stroom van aardse religies en symboliseert de opdracht om de aarde als de eigenlijke leef- en werkwereld van de mens te gaan zien die zo om te vormen dat de Zonnegeest er werkzaam kan worden. Bovendien bevestigt en verankert het de krachten vaan het ‘ik’ die door het jodendom in de sfeer van de aarde werkzaam waren geworden.
In de islam zien we de derde en definitieve bevestiging en verankering van het ‘ik’. De persoonlijkheid wordt versterkt, het ego krachtiger. Dat is noodzakelijk opdat het ego of de persoonlijkheid ook werkelijk drager van het hoger zelf kan worden. Dat hoger zelf is immers een ongelooflijk sterke kracht die een mens niet zomaar in zichzelf kan opnemen en verwerkelijken: hij moet er naar lichaam én naar ziel sterk genoeg voor zijn. De grote uitdaging van onze tijd zal worden: blijft de mens steken in een steeds sterker wordend ego, of slaagt hij erin de krachten van het hoger zelf er meer en meer doorheen te laten stromen. Als de mens blijft steken in het ego, zal de mens alleen maar egoïstischer en harder worden. Maar als de mens ziet at het ego sterker wordt om er dr krachten van het hoger zelf doorheen te laten stralen en werken, dan is de versterking van het ego zinvol en een groot geschenk."

[bron: Hans Stolp, op cit., pp. 178-182]

   

Het einde van de oude religies

Wanneer we bovenstaande ontwikkeling overzien, wordt het vanzelf duidelijk dat er in wezen een einde aan de tijd van de oude religies is gekomen. Eeuwenlang zijn de religie dan ook een groot geschenk geweest voor een mensheid die zich zonder die religies, zonder die brug naar de geestelijke wereld, volkomen verloren zou hebben gevoeld.

Zoals we zagen, is de Zonnegeest in de voorbije eeuwen afgedaald tot op de aarde en daar werkzaam geworden. In de vorm van het hoger zelf begint de kracht van de Zonnegeest nu in ons hart te ontwaken en dáár werkzaam geworden. Want het hoger zelf is de kracht of het zaad dat de Zonnegeest vanuit zijn eigen wezen in ons hart neerlegt. Deze nieuwe ontwikkeling heeft echter grote gevolgen. Want in onze tijd hoeven we niet langer de brug over te gaan die de verschillende religies voor ons bouwden om met de geestelijke wereld in contact te komen. We hoeven dus ook niet langer allerlei religieuze gebruiken en rituelen uit te voeren om in verbinding te komen met die wereld. Nee, we hoeven nu ‘alleen maar’ de weg baar binnen te gaan om daar het hoger zelf of de Zonnegeest aan te treffen in verbinding te treden. Want wie in het eigen hart in verbinding treedt met de Zonnegeest, die staat daarmee regelrecht in verbinding met de geestelijke wereld zelf. Wie de liefde van de Zonnegeest door zijn eigen wezen heen laat gaan en in zichzelf opneemt, die komt daarmee in een hogere staat van bewustzijn en leeft daardoor met zijn hart in de geestelijke wereld, ook al leeft hij tegelijk in een lichaam op aarde.

Ga de weg naar binnen, werk aan jezelf, en word je bewust van de grotere krachten van liefde en wijsheid die van de Zonnegeest uitgaan en die in en áchter je ego verborgen liggen. Verbind je met die liefdeskrachten, en je bént in de hemel, nu al, terwijl je nog woont, werkt en leeft op aarde. En de oude religies dan? Gaan ze verdwijnen? Zijn ze zinloos geworden? In hun oude vorm wel. Toch is het goed mogelijk dat er in de een of andere vorm nog lang religies zullen zijn. Maar dan krijgen ze wel een andere functie en een andere vorm. Niet langer zullen ze ons naar buiten trekken en ons via rituelen proberen te verbinden met de geestelijke wereld, niet langer zullen ze ons allerlei regels en voorschriften voorhouden, maar ze zullen ons begeleiden en bijstaan op de weg naar binnen. De weg naar ons eigen hart, ofwel de weg naar het hoger zelf dat we alleen vanbinnen vinden kunnen.

En we zullen ontdekken dat die oude verhalen, gebeden en rituelen ons op die manier allerlei verrassende aanwijzingen geven over de weg naar binnen. We zullen van de exoterische vorm van de religies overgaan naar de esoterische vorm en ontdekken dat onze oude religies zodoende een nieuwe zeggingskracht krijgen en tot een inspirerende hulp worden op de weg naar binnen. Alleen: dan zijn het niet langer meer religies in dié zin dat ze een ‘terugverbinding’ met de geestelijke wereld tot stand brengen. Ze zullen van religie transformeren tot ‘gids’ op de weg naar binnen. Daarom mogen we spreken van het einde van de religie omdat ze niet langer een brug voor ons bouwen naar die andere, grotere wereld en dus niet langer een terugverbinding mogelijk maken."

[Hans Stolp, op cit., pp. 183-185]

   

Niet de groep, maar het individu; slot

“Daar komt bij dat de weg naar binnen een individuele weg is. De enige autoriteit op die weg ben jijzelf. Niemand kan die taak van jou overnemen, want zodra je luistert naar een autoriteit buiten jezelf, heb je de weg naar binnen al verlaten en ben je buiten jezelf getreden. De religies kunnen dus niet langer een autoriteit voor ons zijn. Rabbi’s, priesters en imams zullen geen autoriteit meer zijn en alleen nog maar een dienende taal hebben en geen leidende. In die zin zullen de oude religies grote veranderingsprocessen doormaken. Want het is in de toekomst niet belangrijk meer of iemand lid is van een instituut of een religie toebehoort: het gaat alleen maar om de unieke weg van die ene mens naar binnen.

Maar als het individu en de unieke weg van de eenling naar binnen zo belangrijk is, zullen we ook een einde moeten maken aan de manier waarop we elkaar als groepsleden aanspreken, meer dan elkaar als individu te zien. We spreken over ‘de moslims, de christenen, de boeddhisten, de hindoes, de joden’ enzovoort. We denken dan dat we daarmee de ander voldoende getypeerd hebben. Maar dat is niet zo: de ander is altijd meer dan welk etiket dan ook. Ofwel: geen enkel etiket is toereikend om de ene mens te typeren. In het verleden, in de tijd van de grote religies, toen de mens nog niet in die mate geïndividualiseerd was als nu, was dat nog mogelijk. Maar nu niet meer. Tegenwoordig is het in wezen niet langer belangrijk of iemand tot de een of andere groep behoort. De enige vraag die telt is namelijk: wie is deze mens? Welke waarden kiest hij of zij? Welke idealen koestert deze mens? Welke hoop? Alleen door onszelf deze vragen te stellen, krijgen we zicht op het unieke van die ene mens en op zijn of haar unieke weg naar binnen.

De weg naar vrijheid

Al deze overwegingen laten zien hoe belangrijk de individuele vrijheid van de mens is. Die te behoeden zal de centrale opgave voor de komende tijd worden. Wij mensen zijn in de loop van de evolutie een weg gegaan die ons van een totale onvrijheid en afhankelijkheid naar zelfstandigheid en vrijheid brengt. We hebben ons, zoals we zagen, op die weg losgemaakt van de geestelijke wereld en konden daardoor op aarde een weg gaan die ons meer en meer tot een vrij en zelfstandig mens maakt. Alleen zo, wanneer wij rusten in onszelf en wanneer wij voldoende zelfbewustzijn ontwikkeld hebben, kan de Zonnegeest in ons werkzaam worden. Alleen zo leren wij met vallen en opstaan onafhankelijk te denken. Alleen zo ontwikkelen wij een inzicht dat in staat is voorbij de buitenkant te kijken en grotere verbanden te zien. Alleen zo worden wij mensen die niet denken met hun hoofd, maar die denken met hun hart. En alleen op deze manier worden wij onze eigen autoriteit en worden wij gaandeweg steeds duidelijker geleid door ons eigen innerlijk weten.

Wat ik nu beschrijf is in feite de korte samenvatting van de ondertitel van dit boek: van religie naar menswording. Want niet langer vormen de religies de brug waarlangs wij in verbinding komen met de geestelijke wereld. Nu moeten wij de weg baar binnen gaan, en werken aan onszelf om zo op het spoor te komen van de kracht van het hoger zelf in ons. Want alleen door te werken aan onszelf, door eerlijker te worden, oprechter, liefdevoller, ontvankelijker en zachtzinniger, bereiden wij ons voor op de geboorte van het hoger zelf in ons. Maar waar die kracht in ons geboren wordt, en waar wij daarmee in verbinding komen, worden wij andere, nieuwe mensen. Mensen in wie de stille kracht van de universele liefde steeds meer voelbaar wordt: in onze woorden, onze daden en in onze stilte. Waar die kracht in ons tot leven komt, worden wij een mens van wie vrede uitgaat. Worden wij mensen die verzoening brengen en geen verdeeldheid. Worden wij mensen die tegenstellingen afbreken en die in staat zijn mensen die tegenover elkaar staan, met elkaar te verbinden. Worden wij mensen in wie de stille kracht van de Zonnegeest zelf steeds meer voelbaar en zichtbaar wordt. Van religie naar menswording: deze paar woorden drukken de grote opgave uit waarvoor wij mensen ons gesteld weten in deze bijzondere tijd.”

Slot.

[Hans Stolp, op cit., pp.185-188]

   

Ik ontdek net dat ik van Frédéric Lenoir het boek 'De filosofie van Christus' in huis heb en ga dat dus herlezen. Kijken of dit boek meer oplevert dan 'Een geschiedenis van onze goden'...

   

Een kanttekening bij Frédéric Lenoir

Een vreemde opmerking kwam ik bij Lenoir [‘De filosofie van Christus’, 2008, p.64] tegen:

“Het lijden zelf is op zich volmaakt overbodig. Jezus laat zelfs zien dat het verschrikkelijk is. Op het probleem van het kwaad heeft hij geen rationeel [tenzij het volledig accepteren als een rationeel antwoord kan worden gezien omdat hij zelf wel inziet dat verzet tegen de arrestatie en kruisdood geen zin heeft] of zelfs theologisch [theologie ontstaat toch pas als de kerk is opgericht? Theologie past niet bij Jezus, die alleen uitgaat van de leer van Liefde en het Licht] antwoord. Hij stelt alleen een daad: zijn eigen [niet zijn eigen gang, maar hij weet dat de kruisdood hem mogelijk maakt om uit de dood op te staan, en wel als eerste mens op aarde in de geschiedenis der mensheid] gang door het mysterie van het kwaad. Maar door het onvermijdbare uit vrije wol te aanvaarden wijst hij de gelovige erop dat er een manier bestaat om het onvermijdelijke leed – ziekte, rouw, angst, het naderen van de dood – te accepteren, omdat dit het hart van de mens kan verheffen, het kan openen voor onvermoede eigenschappen als begrip, liefde en mededogen. Jezus probeert niet de tragische kant van het bestaan op te heffen [want hij weet dat die tragische kant de mens tot leerstof dient]. Hij aanvaardt die volledig. We zijn ver van de doloristische opvatting die zijn adepten ertoe brengt vrijwillig pijn en vernedering te zoeken om in de buurt van Jezus te komen, die ze denken te imiteren.”

Mijn aantekeningen en opmerkingen die ik binnen de bovenstaande zinnen heb aangebracht, mogen als bewijs dienen dat de esoterische filosofie een gans andere is dan de christelijke filosofie of theologie, zo men wenst. De aangebrachte opmerkingen zijn ontleend aan esoterische bronnen.

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie