De eeuwige terugkeer van de morele kennis

review door: Ronald M.S. Commers. reacties: 0 pdf print

Recent verschenen er over ethiek en diversiteit twee interessante opinies in de krant De Standaard. De eerste is die van Rik Pinxten (DS, 2 februari 2010), de tweede is van Herman De Dijn (DS 4 februari 2010). Laatstgenoemde repliceerde op enkele stellingnamen van de eerste. Ik wil in wat volgt enkele kritische kanttekeningen plaatsen bij dit ‘gesprek’.

Pinxten breekt een lans voor het respecteren van de verscheidenheid inzake morele kwesties. Hij vindt, als ik hem goed heb begrepen, van die achting te weinig terug in de ethische posities van het Vaticaan (‘Rome’ zo schrijft hij). Terloops verwijst hij naar de benoeming van monseigneur Léonard tot aartsbisschop. Ik vond dat een beetje vreemd vanwege de voorzitter van de Humanistische Vrijzinnige Verenigingen. Zich inlaten met een interne kwestie van de Rooms-katholieke kerk? Toch is het niet dat wat mij het meest verwondert. Pinxten weet in zijn opinie onvoldoende verschil te maken tussen normativiteit (bijv. “Als het licht op rood staat, steekt u de straat niet meer over”) en morele normativiteit (“Doe aan uw ‘buur’ niet wat u niet wenst dat u wordt aangedaan”). Gewoonte-normativiteit, zoals in de gebruiken van familie, clan, stam, of volksgemeenschap, is wat anders dan morele normativiteit. Het menselijk normbewustzijn werkt op een andere wijze in het ene en het andere geval. Gevoelens van spijt, of wroeging, of berouw —hoewel qua psychische energie overeenkomend— hebben een ander draagvlak. Met een boutade: zelfs de pooiers hebben hun codes, maar die codes missen de morele inhoud van het: “u zult niet moorden”, of beter nog: “handel zo dat de andere mens steeds doel op zich is en niet slechts middel ten bate van uw belang.”

Er zijn nog enkele andere uitspraken die m.i. betwistbaar zijn. Pinxten spreekt over de “godsdiensten van de Middellandse Zee”. Zijn Bachs “Ich habe genug” en “Was Gott tut, das ist wohlgetan”, of Mozarts “Dies Irae” Middellandse Zee godsdienstigheid? Volgens mij zit daar veel verschil op. In deze lijkt mij de verwijzing naar Jorge Luis Borges gedicht ‘Soy el que pese a tan ilustres modos’, waarin de verzen: “En vano es vario el orbe. La jornada / Que cumple cada cual ya fue fijada”, nogal ongelukkig. Dat tevergeefs de wereld verscheiden is, heeft in Borges’ gedicht, te maken met het gegeven dat de “reis die ieder volbrengt al vast ligt” en met “het dolen van de enkeling in het labyrint van de tijd, dat toebehoort aan één en aan allen”. Mensen, als individuele personen —los van clan, stam, volksgemeenschap beschouwd— bevinden zich in de labyrinten van hun werelden, maar telkens met het religieuze gevoelen geplaatst te zijn in één lotsbestemming en voor een dwingende opdracht. En juist daarom is de wereld “tevergeefs verscheiden”. Niet de clan, niet de stam, niet de volksgemeenschap. Om eens advocaat van de duivel te spelen. Niet ten onrechte schrijft Joseph Ratzinger, in zijn boeiend boek Glaube Wahrheit Toleranz. Das Christentums und die Weltreligionen, dat mensen vanuit een onontkoombare existentiële nooddruft tot de zingeving van hun bestaan komen. Overal ter wereld, en telkens opnieuw, bijgevolg boven tijd en plaats verheven. Terloops: dat Ratzingers uitspraken, in zijn hoedanigheid van voorganger van een geloofsgemeenschap, tot gewetensproblemen leiden, is toch heel begrijpelijk. Ja, het lijkt mij zelfs de bedoeling. Ik kan me maar moeilijk voorstellen dat een voorganger van zo’n geloofsgemeenschap de kromlijnigheid als zijn devies zou nemen. Dat hij de rechtlijnigheid nastreeft is slechts dan een probleem als er het zwaard en het vuur aan te pas komen. Maar Benedictus XVI is toch Torquemada niet? Bedreigend is het adviserend opleggen van een normbewustzijn slechts dan wanneer het —zoals in de gewoonte normativiteit van familie, clan en stam— ertoe leidt dat mensen hun individueel oordeel definitief opschorten en hun zelfbeschikking uit handen geven. In die zin volg ik Pinxten niet in zijn gelijkstelling van de lokale waarzegger of sjamaan met de prelaat. De Rooms-katholieke gezagsdrager staat voor een algemene, abstracte, virtuele wereldgemeenschap. De sjamaan staat voor een beperkte, concrete, en reële volksgemeente. Dat is een wereld van verschil. De Dijn heeft m.i. niet ongelijk Pinxten te wijzen op het verwaarlozen van dat wat hij juist beijvert: het respecteren van het verschil.

Nog moeilijker om volgen is voor mij Pinxtens ‘identitair spreken’, als ik me zou mag uitdrukken. Ik bedoel zijn spreken in termen van: “wij westerlingen”, “onze cultuur”, “de verscheidenheid”, enz. Vooral als het dan gaat om een wel heel veralgemenende bewering als: “wij westerlingen weten moeilijk om te gaan met de verschillen...” Wie zijn “wij”? Welke “verschillen”? Alle verschillen? Enkele verschillen? Sommige verschillen? En wat betekent dan “omgaan met”? Met een zo veralgemenend vertoog laat Pinxten het zoeken naar verscheidenheid helemaal schieten en dat geeft nu juist aan zijn argumentatie weinig overtuigingskracht. Loopt zijn redenering geen dubbel gevaar? Ten eerste: het ongenuanceerd in beschuldiging stellen van “wij westerlingen”. Ten tweede: de verheerlijking van diversiteit om de diversiteit (het cultuurrelativisme is daar een uiting van).

Tot slot: hoewel ik een eind mee kan gaan met de kritische aanmerkingen van Herman De Dijn, toch verschil ik ook met hem van mening. Vooral als hij spreekt over “de wetenschap” en “de ethiek”. Dat zijn ook weer zulke algemene begrippen. Maatschappelijke veranderingen liggen zeker mee aan de basis van alternatieve inzichten in normen en waarden. Dat is een zaak die in de mens- en levenswetenschappen kan worden bestudeerd. In die zin draagt de zich ontwikkelende kennis bij tot een verfijning van de morele zingeving van ’s mensen bestaan. Maar dat dit gebeurt, betekent niet dat alles in de wereld relatief is. M.i. bestaat dus de ethische kennis wel degelijk doordat het menselijke oordeelsvermogen in een onverbrekelijk verband staat met wat mens- en levenswetenschappen leren. Het is op die manier dat de ethische kennis met haar nieuwe inzichten en met haar meer verfijnde zingeving onophoudelijk wentelt rond haar eeuwige kern: de menselijke waardigheid, de redelijke zelfbeschikking, het ontzag voor het hogere, de naastenliefde, de ootmoed in het besef van de sterfelijkheid.



Reacties (0)

Alleen geregistreerde gebuikers mogen comments plaatsen

Aanmelden of Registreer plaats een reactie